Pelgrim IDK884ONY, tekst van de handleiding
Pagina's 23–37 van 74 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 23
3 Bediening
- 3. Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot ‘01.’ in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de toets.
De kook-/eierwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de kook-/eierwekker automatisch uit.
De kookwekker toewijzen en inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld. De kookwekker kan alleen gekoppeld worden aan kookzones die actief zijn.
- 1. Druk tweemaal gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker om met de klok mee naar de eerste actieve kookzone te schakelen (in deze illustratie is de kookwekker van de zone linksachter actief).
Bij elke volgende gelijktijdige aanraking van de en toets gaat u naar kookwekker van de volgende actieve kookzone, deze kookwekker kunt u dan instellen en bekijken.
- 2. Stel met de of toets de gewenste kookduur in.
De kookwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode lampje van de kookwekker van de actieve kookzone blijft knipperen. Als u geen tijd instelt met de en toets gaat de kookwekker na 10 seconden automatisch uit.
- 3. Om voor een andere actieve kookzone de kookwekker in te stellen herhaalt u de stappen 1 en 2.
Let op
Indien meerdere kook-/eierwekker(s) actief zijn, toont de kook-/eierwekker display altijd de kook-/eierwekker met de minst resterende tijd.
De kookwekker uitschakelen
- 1. Druk (meerdere keren) gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker om de juiste kookwekker te kiezen die u wilt uitschakelen.
De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.
- 2. Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot ‘01.’ in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de toets.
De kookwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de gekozen kookwekker automatisch uit.
23
Pagina 24
3 Bediening
Het kook-/eierwekker alarm uitschakelen
Wanneer de ingestelde tijd/kookduur verstreken is gaat het alarm af terwijl het rode lampje van de actieve kookzone/eierwekker en ‘00’ blijven knipperen.
- 1. Druk op een willekeurige bedieningstoets om het alarm uit te schakelen.
Tip
- U kunt de of toets ingedrukt houden om sneller de gewenste kookduur in te stellen.
- Drukt u na het inschakelen van de kook-/eierwekker meteen op de toets, dan kunt u de gewenste kookduur beginnen in te stellen vanaf een half uur ( in de display verschijnt ‘30.’).
Pagina 25
4 Koken
4.1 Gezond koken
Rookpunt van verschillende oliesoorten
Om gezond te bakken, adviseert Pelgrim om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel ziet u de rookpunten van verschillende oliesoorten.
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Extra vierge olijfolie | 160 °C |
| Boter | 177 °C |
| Kokosolie | 177 °C |
| Raapzaadolie | 204 °C |
| Vierge olijfolie | 216 °C |
| Zonnebloemolie | 227 °C |
| Maisolie | 232 °C |
| Arachideolie | 232 °C |
| Rijstolie | 255 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
Pagina 26
4 Koken
4.2 Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
- Gebruik ‘boost’ en stand 9 voor: º snel aan de kook brengen; º slinken van bladgroenten; º verhitten van olie en vet; º onder druk brengen van een snelkookpan.
- Gebruik stand 8 voor: º aanbraden van vlees; º bakken van vis; º bakken van omeletten; º bakken van gekookte aardappelen; º frituren.
- Gebruik stand 7 voor: º bakken van dikke pannenkoeken; º bakken van dik, gepaneerd vlees; º uitbakken van spek of bacon; º bakken van rauwe aardappelen; º bakken van wentelteefjes; º bakken van gepaneerde vis.
- Gebruik stand 6 en 5 voor: º doorkoken; º ontdooien van harde groenten; º bakken en garen van dun vlees.
- Gebruik stand 1 t/m 4 voor: º trekken van bouillon; º bereiden van stoofvlees; º smoren van groenten; º smelten van chocolade; º smelten van kaas.
Pagina 27
5 Onderhoud
Reinigen
Tip
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
- Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.
- Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
- Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.
Nooit gebruiken
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.
- Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.
Atag Shine
Atag Nederland heeft een serie exclusieve schoonmaakmiddelen samengesteld. Deze zijn te verkrijgen via de website ’www.pelgrimservice.nl’. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikerstips.
Pagina 28
6 Storingen
6.1 Algemeen
Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.pelgrimservice.nl’.
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
6.2 Storingstabel
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.pelgrimservice.nl’.
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| Bij het in werking stellen verschijnen er tekens ( ) in de displays. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
28
Pagina 29
6 Storingen
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan (zie pagina 11 en 12). |
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets in de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| De kookplaat schakelt zomaar uit. | U heeft per ongeluk op de aan-/uittoets gedrukt of u heeft twee toetsen tegelijk bediend. | Zet de kookplaat weer aan. |
| Foutcode ER22. | Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op. | Bedieningspaneel schoonmaken. |
| Foutcode E2. | Toestel oververhit. | Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. |
| Foutcode U400 | Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten. | Laat uw aansluiting wijzigen. |
| Foutcode . | U hebt een toets te lang bediend. | Bedien de toetsen niet te lang. |
| Overige foutcodes. | Generator defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
Pagina 30
7 Installatievoorschrift
7.1 Waar u op moet letten
7.1.1 Veiligheidsvoorschriften installatie
- De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Het toestel moet altijd geaard zijn.
- Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten.
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters, behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en mag niet door een lade worden aangestoten.
- Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen.
- Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.
7.1.2 Benodigde vrije ruimte rondom
Voor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat noodzakelijk. Controleer of deze ruimte aanwezig is.
* IDK674: min. 65 cm IDK884: min. 78 cm IDK995: min. 91 cm
Pagina 31
7 Installatievoorschrift
7.1.3 Inbouwmaten
In de volgende illustraties zijn de afmetingen van de uitsparingen aangegeven.
Type IDK674
min.40
Type IDK884
min.40
Type IDK995
min.40
Wanneer de kookplaat breder is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.
Y
X
Y
Inbouwmaten in corpus x<46 mm: y = 46 mm - x x>= 46 mm: y = 0 mm
Pagina 32
7 Installatievoorschrift
B
7.1.4 Beluchting
De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.
7.1.5 Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende
Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. Luchtaanvoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.
Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.
Een lade mag de ventilatieopeningen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.
Pagina 33
7 Installatievoorschrift
7.2 Elektrische aansluitingen
7.2.1 Veel voorkomende aansluitingen:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
- 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
7.2.2 Speciale aansluitingen:
- 1 fase aansluiting (1 1N, 230 V~ / 50 Hz):
º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².
7.2.3 Aansluiting voor kookplaten met 5 kookzones:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
linkerzone
rechterzones middenzones
Pagina 34
7 Installatievoorschrift
Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven.
Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.
Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Pagina 35
7 Installatievoorschrift
7.3 Inbouwen
Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.
Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.
Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 30).
Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.
Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar.
Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de displays laten zien.
Pagina 36
8 Bijlage
8.1 Afvoeren toestel en verpakking
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Pagina 37
8 Bijlage
8.2 Vermogens- en inbouwtabel
Deze toestellen voldoen aan alle relevante CE richtlijnen.
| Kookplaattype | IDK674 | IDK884 | IDK995 |
|---|---|---|---|
| Inductie | x | x | x |
| Aansluiting | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz |
| Aantal fasen | 2 | 2 | 3 |
| Max. vermogen kookzones | |||
| Linksvoor | 3,7 kW (Ø210) | 3,7 kW (Ø210) | 3,0 kW (Ø180) |
| Linksachter | 2,2 kW (Ø145) | 2,2 kW (Ø145) | 3,0 kW (Ø180) |
| Rechtsachter | 3,0 kW (Ø180) | 3,0 kW (Ø180) | 3,0 kW (Ø180) |
| Rechtsvoor | 3,0 kW (Ø180) | 3,0 kW (Ø180) | 3,0 kW (Ø180) |
| Middenrechts | - | - | 3,7 kW (Ø260) |
| Aansluitwaarde | |||
| L1 | 3700 W | 3700 W | 3700 W |
| L2 | 3700 W | 3700 W | 3700 W |
| L3 | 3700 W | ||
| Totale aansluitwaarde | 7400 W | 7400W | 11100 W |
| (Inbouw)maten | |||
| Toestel lengte x breedte | 644 x 522 mm | 774 x 522 mm | 904 x 522 mm |
| Inbouwdiepte vanaf bovenkant werkblad | 43 mm | 43 mm | 43 mm |
| Zaagmaat lengte x breedte | 560 x 490 mm | 750 x 490 mm | 860 x 490 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot achterwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot zijwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm |