Pelgrim IKR3073F, tekst van de handleiding
Kookplaat · Pelgrim · 34 pagina's in het Nederlands · pdf: 76 pagina's, 19,7 MB
Storingen op pagina 34
Pagina 34
PROBLEMEN OPLOSSEN
Let op
Wanneer u een barst in het glas ziet (hoe klein ook), schakelt u de kookplaat onmiddellijk uit en koppelt u deze los van het elektriciteitsnet. Neem contact op met de serviceafdeling.
Als het toestel niet naar behoren werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande tabel te raadplegen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website. Neem contact op met de serviceafdeling als het probleem blijft bestaan.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | De kookplaat koelt af. | Normale werking. |
| In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt. | Het nieuwe toestel wordt opgewarmd. | Dit is normaal en verdwijnt nadat het toestel een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| De pannen maken geluid tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. | Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| U hebt een kookzone ingeschakeld maar het display toont u. | De gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een te kleine diameter. | Gebruik een geschikte pan. |
| Een kookzone stopt plotseling en u hoort een geluidssignaal. | De ingestelde tijd van de timer is verstreken. | Raak de linker of rechter timertoets aan om het alarm uit te schakelen. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display. | Er is geen netvoeding vanwege een defecte kabel of defecte aansluiting. | Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (als er geen stekker wordt gebruikt). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een zekering door. | Foutieve elektrische aansluiting. | Neem contact op met een installateur. |
| L verschijnt op het display. | Het kinderslot is ingeschakeld. | Zie hoofdstuk ‘Bediening van de kookplaat/Kinderslot’. |
Pagina 35
PROBLEMEN OPLOSSEN
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode ER03 en ononderbroken pieptoon. | U hebt op twee of meer toetsen tegelijk gedrukt. | Bedien maar één toets tegelijk. |
| Het bedieningspaneel is vuil of er ligt water op. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Foutcode ER21. | Oververhitting. | Laat de kookplaat afkoelen. |
| Foutcode E2. | Oververhitting van de sensor van de kookzone. Mogelijk is er een lege pan gebruikt. | Geen lege pannen verwarmen. |
| Foutcode E3. | Verkeerde pan. | Gebruik een geschikte pan. |
| Foutcode E8. | Defect van de afzuigunit, de afzuigunit kan verstopt zijn. | Eventuele verstoppingen verwijderen en de afzuigunit reinigen. |
| Overige foutcodes. | Neem contact op met de serviceafdeling. |
Pagina 36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 37
MILIEUASPECTEN
Verpakking en apparaat afdanken
Bij de productie van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgedankt. De overheid kan u hierover informatie verstrekken.
De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:
- karton;
- polyetheenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsvoorschriften worden afgedankt.
Om te wijzen op de noodzaak van gescheiden inzameling van elektrische huishoudelijke apparatuur, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze dienst aanbiedt.
Het apart inleveren van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, en zorgt ervoor dat de materialen in deze apparaten kunnen worden teruggewonnen, waardoor in aanzienlijke mate kan worden bespaard op energie en grondstoffen.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese richtlijnen, normen en voorschriften, evenals aan alle vereisten in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
INHOUDSOPGAVE
Uw inductiekookplaat
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel Meldingen op het display
Veiligheid
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer Vermogensregeling
Voor het eerste gebruik
Gebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaar Inductiegeluiden
Geschikte pannen
Pandetectie
Vermogensniveaus
Richtlijnen voor het koken
Gebruik van de afzuigunit
Bediening van de kookplaat
Bereiding starten
Boost
Pandetectiesymbool
Klaar met koken
De automatische opwarmfunctie inschakelen De warmhoudfunctie inschakelen
De Bridge-inductiekookzones koppelen
Koken pauzeren
Herstelfunctie
De eierwekker gebruiken
De timer gebruiken
Kinderslot
Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken
Bediening van de afzuigunit
De automatische afzuigmodus uitschakelen De automatische afzuigmodus uitschakelen tijdens het koken
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Handmatig de afzuigunit inschakelen
Boost
Instellen van een aantal minuten vertragingstijd Verzadiging van het vetfilter
Verzadiging van het geurfilter
Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Gebruikersmenu
Vermogensbegrenzer
Onderhoud
Reiniging
Waterreservoir
Rooster, vetfilter en interne recirculatiefilters reinigen Rooster en vetfilter reinigen (externe recirculatiefilters)
Problemen oplossen
Technische specificaties
Technische gegevens
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014
Milieuaspecten
Verpakking en apparaat afdanken
Gebruikte pictogrammen
Belangrijke informatie
Handig om te weten
Elektrische aansluiting
Pagina 4
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Inleiding
Gefeliciteerd met uw keuze voor dit toestel van Pelgrim. In het ontwerp van dit product heeft eenvoudige bediening en optimale gebruiksvriendelijkheid centraal gestaan.
In deze handleiding leest u hoe u dit toestel het best kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening, vindt u hier ook achtergrondinformatie die u tijdens het gebruik van het toestel van pas kan komen.
Lees eerst de separate veiligheidsinstructies voordat u het toestel gebruikt.
Lees deze handleiding door voordat u het toestel in gebruik neemt, en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.
Deze handleiding dient als referentie voor de servicedienst. Plak het typeplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter op de handleiding. Het typeplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Pagina 5
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Beschrijving
- 1. Kookzone links voor 210 x 190 mm / 2,1 kW (boost 3,0 kW)
- 2. Kookzone links achter 210 x 190 mm / 2,1 kW (boost 3,0 kW)
- 3. Gekoppelde kookzones links 21 x 39 cm / 3,7 kW
- 4. Afzuigunit
- 5. Kookzone rechts achter Ø210 mm / 2,3 kW (boost 3,0 kW)
- 6. Kookzone rechts voor Ø160 mm / 1,4kW (boost 2,1kW)
- 7. Bedieningspaneel
Pagina 6
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Bedieningspaneel
- 1. Pauzetoets
- 2. Vergrendelingstoets
- 3. Warmhoudtoets
- 4. Geurfiltersymbool
- 5. Timerdisplay
- 6. Plus-toets timer
- 7. Min-toets timer
- 8. Kookzonetoets links achter (display kookzone) en timersymbool
- 9. Toets ‘Automatische afzuigmodus’ ▷ Wanneer een kookzone wordt gekozen en een vermogensniveau (>2) is ingesteld, wordt de afzuigunit automatisch ingeschakeld met de vereiste afzuigsnelheid. Standaard is de automatische modus actief.
- 10. Kookzonetoets rechts achter (display kookzone) en timersymbool
- 11. Kookzonetoets rechts voor (display kookzone) en timersymbool
- 12. Afzuigtoets (display afzuigunit) en timersymbool
- 13. Kookzonetoets links voor (display kookzone) en timersymbool
- 14. Vetfiltersymbool
- 15. Aan/uit-toets
- 16. Boost-toets
- 17. Schuifregelaar (van stand 0 t/m stand 9) voor:
▷ het instellen van een waarde
Pagina 7
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Meldingen op het display
| Display kookzone | Beschrijving |
|---|---|
| - | Vermogensniveau: 1 = lage stand / 9 = hoge stand. |
| Boostniveau actief. | |
| Geen (geschikte) pan op de kookzone (pandetectiesymbool). | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator ‘H’ ingeschakeld zolang de kookzone nog warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Kinderslot actief. | |
| Automatische verhitting actief. | |
| Warmhoudfunctie actief. | |
| Pauzefunctie actief. | |
| Gekoppelde Bridge inductie zones actief. | |
| Timer actief. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| Display afzuigunit | Beschrijving |
|---|---|
| - | Afzuigsnelheid: 1 = lage stand / 9 = hoge stand. |
| Boostniveau actief. | |
| Indicatie verzadiging vetfilter. | |
| Indicatie verzadiging geurfilter. | |
| Timer actief. | |
| Display timer | Beschrijving |
| Timer niet ingesteld. | |
| Timer ingesteld (1 uur en 25 minuten). |
Pagina 8
VEILIGHEID
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt de kookstand van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van het gekozen vermogensniveau wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Vermogensniveau | Maximale gebruikstijd (in uren, minuten) |
|---|---|
| 1 | 8 uur, 36 min. |
| 2 | 6 uur, 42 min. |
| 3 | 5 uur, 18 min. |
| 4 | 4 uur, 18 min. |
| 5 | 3 uur, 30 min. |
| 6 | 2 uur, 18 min. |
| 7 | 2 uur, 18 min. |
| 8 | 1 uur, 48 min. |
| 9 | 1 uur, 30 min. |
| P (boost) | 5 min. (schakelt dan terug naar stand 9) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Vermogensregeling
Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Wanneer de boostfunctie wordt gekozen, wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet. Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan. De automatische opwarmfunctie wordt uitgeschakeld.
Pagina 9
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaar
Plaats uw vingertop plat op een toets of op de schuifregelaar voor het beste resultaat. U hoeft geen druk uit te voeren. De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten.
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere kookstanden kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge niveaus is dit bij sommige pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
Het toestel is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het toestel intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het toestel te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Geschikte pannen
Voor inductiekoken moet een pan een dikke vlakke bodem hebben (minimaal 2,25 mm). Gebruik pannen van magnetisch materiaal of pannen met een sandwichbodem. De beste pannen om te gebruiken hebben het Class Induction-keurmerk. Andere pannen leveren lagere prestaties. Pannen van koper, aluminium of keramisch materiaal zijn niet geschikt.
Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de droogkookbeveiliging belemmeren; het toestel kan dan te warm worden. Dit kan tot schade leiden. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Pannen die op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen! Het emaille kan beschadigen op een hoge stand wanneer de pan te droog is. Door te hoge vermogensstanden kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Pagina 10
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Minimale pandiameter
- De minimale pandiameter per zone is als volgt:
▷ Ø160 mm: minimale pandiameter 120 mm.
▷ Ø210 mm: minimale pandiameter 140 mm.
▷ Octa zone: minimale pandiameter 140 mm.
- Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
- Op gekoppelde Bridge inductie kookzones moet de minimale pandiameter 220 mm zijn.
Let op
Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op de kookplaat. Wij adviseren om pannen op te tillen en niet te verschuiven over de kookplaat.
Pandetectie
- Het pandetectiesysteem detecteert automatisch een pan die op een kookzone wordt geplaatst. Het display van deze kookzone licht feller op en de punt stopt met knipperen.
- Als de kookplaat, na plaatsing van een pan op een kookzone, geen (ijzerhoudende) pan detecteert, gaat het symbool voor pandetectie op het display knipperen. De kookzone schakelt na 20 seconden uit.
Vermogensniveaus
De kookzones hebben 9 niveaus en een boostniveau (P). Stel het vermogensniveau in door de regelaar aan te raken. Door over de regelaar te vegen, verandert u de instelling. De stand wordt hoger wanneer u naar rechts schuift. De stand wordt lager wanneer u naar links schuift. Als u uw vinger van de regelaar haalt, begint de kookzone op de ingestelde stand te verwarmen.
Boostfunctie
- Met de boostfunctie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op de hoogste vermogensstand koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Pagina 11
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Richtlijnen voor het koken
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor:
- snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof;
- slinken van groene groenten;
- verhitten van olie en vet;
- wokken.
Gebruik instelling 9 voor:
- aanbraden van vlees;
- bereiden van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren van voedsel.
Gebruik instelling 7 en 8 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees en gepaneerde vis;
- bakken van bacon (vet);
- koken van rauwe aardappelen;
- doorkoken van pasta;
- bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.
Gebruik instelling 4-6 voor:
- doorkoken van grote hoeveelheden;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.
Gebruik instelling 1-3 voor:
- trekken van bouillon;
- stoven van vlees;
- zacht koken van groenten;
- smelten van chocolade;
- pocheren;
- smelten van kaas.
Pagina 12
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de afzuigunit
Kook bij voorkeur met een deksel op de pan; dit vermindert kookgeuren en energieverbruik. Een te vochtig (intern) recirculatiefilter door waterdampen, vermindert tevens de effectiviteit van het recirculatiefilter.
Pagina 13
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Lees het hoofdstuk ‘Voor het eerste gebruik’ zorgvuldig door voordat u begint met koken. Dit voorkomt onjuist gebruik van de kookplaat.
Bereiding starten
- 1. Raak de aan/uit-toets aan totdat u een geluidssignaal hoort.
▷ De displays lichten op; de inductiekookplaat staat in de stand-by modus. ▷ De kookzones en de afzuigunit hebben vermogensniveau nul.
Als de kookplaat 20 seconden niet wordt gebruikt, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
- 2. Plaats een geschikte pan op een kookzone.
▷ De kookzone detecteert de pan automatisch; het display van deze kookzone licht feller op en de punt stopt met knipperen.
Zolang de punt niet knippert, is de kookzone geselecteerd en kan het vermogensniveau worden in gesteld.
- 3. Wanneer de response tijd is verstreken, of tijdens het koken, activeert u de kookzone door de display van de gewenste kookzone handmatig te selecteren.
Pagina 14
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
- 4. Stel binnen 10 seconden het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken. ▷ De kookzone start op het ingestelde niveau.
▷ De afzuigunit schakelt automatisch in vanaf stand 3. De afzuigunit is op stand 1 en 2 handmatig in te schakelen.
▷ De afzuigunit schakelt automatisch in met de vereiste afzuigsnelheid. De automatische modus staat standaard op ‘actief’.
▷ Stel een hoger of lager niveau in met de schuifregelaar.
▷ Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan om de automatische modus uit te schakelen. De afzuigmodus kan nu, indien gewenst, handmatig worden ingesteld. Zie ‘Bediening van de afzuigunit’.
▷ Na 10 seconden wordt de schuifregelaar uitgeschakeld en de kookduur teller wordt verborgen.
Boost
U kunt de boostfunctie gebruiken om max. 5 minuten op de hoogste kookstand te koken. De boostfunctie kan voor maximaal twee naast elkaar liggende kookzones tegelijk gebruikt worden.
- 1. Raak vermogensniveau P aan om de boostfunctie te selecteren.
▷ ‘P’ verschijnt op het display.
▷ Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Pandetectiesymbool
Wanneer het symbool voor pandetectie op het display verschijnt:
- hebt u de pan niet op de juiste kookzone geplaatst;
- is de gebruikte pan niet geschikt voor inductiekoken;
- is de pan te klein of niet goed op de kookzone geplaatst.
▷ De kookzone werkt niet totdat er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst.
Pagina 15
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Klaar met koken
- 1. Zet het vermogensniveau op ‘0’ om de kookzone uit te schakelen.
- 2. Schakel de inductiekookplaat uit door de aan/uit-toets aan te raken.
Het symbool H wordt weergegeven op het display van de kookzone, als deze te heet is om te worden aangeraakt. Het symbool verdwijnt wanneer het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. U kunt ook energie besparen door een nog hete kookzone te gebruiken om andere pannen te verwarmen.
De automatische opwarmfunctie inschakelen
Met deze functie wordt de kookzone op het hoogste niveau ingesteld zodat uw pan snel op de gewenste temperatuur is. Na verloop van een bepaalde tijd keert het vermogensniveau weer terug naar het ingestelde vermogen. Deze functie is beschikbaar voor vermogensniveau 1 t/m 8.
| Vermogensniveau | Opwarmtijd (seconden) |
|---|---|
| 1 | 40 |
| 2 | 72 |
| 3 | 120 |
| 4 | 176 |
| 5 | 256 |
| 6 | 432 |
| 7 | 120 |
| 8 | 192 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 1. Schakel de kookplaat in en selecteer de gewenste kookzone .
- 2. Raak de schuifregelaar ten minste 3 seconden op het gewenste niveau aan (van 1 t/m 8). ▷ In het display verschijnt een ‘A’ afgewisseld met het geselecteerde vermogensniveau. Na afloop van de automatische opwarmtijd schakelt de kookzone automatisch over naar het gekozen niveau, dat permanent op het display wordt weergegeven.
- 3. Stop de automatische opwarmfunctie door de kookzone te selecteren en de schuifregelaar aan te raken.
Pagina 16
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
De warmhoudfunctie inschakelen
- 1. Schakel de kookplaat in en plaats een geschikte pan op een kookzone.
- 2. Raak de kookzonetoets van de gewenste kookzone aan.
▷ De ‘0’ van de geselecteerde kookzone licht duidelijk op en er klinkt een enkele pieptoon.
- 3. Raak de warmhoudtoets aan.
▷ Het warmhoudsymbool ‘u’ verschijnt op het display. De warmhoudfunctie is geselecteerd.
- 4. Zet het vermogensniveau op ‘0’ of raak de warmhoudtoets aan om de warmhoudfunctie uit te schakelen.
De Bridge-inductiekookzones koppelen
Twee Bridge-inductiezones kunnen aan elkaar worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat één grote zone die kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld een grillplaat of een vispan op hetzelfde vermogen. De pan moet groot genoeg zijn om het midden van de voorste en achterste kookzone te bedekken (minimaal 22 cm).
Koppeling van Bridge-inductiekookzones
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak tegelijkertijd de kookzonetoetsen aan de linkerzijde aan.
▷ Een verbindingssymbool verschijnt op het display van de achterste kookzone om aan te geven dat de twee kookzones zijn verbonden.
- 3. Stel het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken.
▷ Het display van de voorste kookzone toont het vermogensniveau.
Pagina 17
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Ontkoppeling van Bridge-inductiekookzones
- 1. Raak de kookzonetoetsen van de verbonden kookzones tegelijk aan. ▷ Het verbindingssymbool verdwijnt op het display van de achterste kookzone.
Koken pauzeren
Deze functie stopt de kookactiviteit tijdelijk (max. 10 minuten); timers en tellers worden ook gepauzeerd.
- 1. Raak minstens 1 seconde de pauzetoets aan.
▷ Alle displays tonen het pauzesymbool.
- 2. Raak, om door te gaan met koken, minstens 1 seconde de pausetoets aan totdat deze knippert.
- 3. Raak binnen 10 seconden een willekeurige toets aan en het kookproces wordt vervolgd. ▷ De kookplaat wordt na 10 minuten automatisch uitgeschakeld als de pauzefunctie tussendoor niet wordt beëindigd.
Herstelfunctie
Als de kookplaat met de aan/uit-toets per ongeluk werd uitgeschakeld, kunnen alle instellingen worden teruggezet met behulp van de herstelfunctie.
- 1. Raak binnen 5 seconden opnieuw de aan/uit-toets aan.
▷ De pauzetoets knippert.
- 2. Raak binnen 6 seconden de pauzetoets aan.
▷ De vorige instellingen zijn weer actief.
Pagina 18
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
De eierwekker gebruiken
De eierwekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De eierwekker schakelt de kookzone niet uit.
De kookplaat is ingeschakeld en er is voor geen enkele kookzone vermogen ingesteld.
- 1. Raak het timerdisplay aan om de eierwekker in te schakelen.
▷ Het display van de timer toont ‘0.00’.
- 2. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten).
▷ De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷ Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen.
▷ Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven.
▷ De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven.
▷ De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
- 3. Raak het timerdisplay aan om het alarm uit te schakelen.
▷ Het alarm stopt automatisch na 2 minuten.
Raak het timerdisplay aan en raak vervolgens de toets ‘-’ aan om de tijd in te stellen op ‘0.00’ om voortijdig de eierwekker uit te schakelen.
Als de kookplaat uitgeschakeld is; raak tweemaal achter elkaar de aan/uit-toets aan om voortijdig de eierwekker uit te schakelen.
Pagina 19
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
De timer gebruiken
De timer is gekoppeld aan een kookzone. Nadat de ingestelde tijd is verstreken schakelt de kookzone automatisch uit.
De kookplaat is ingeschakeld en voor minimaal één kookzone is het vermogen ingesteld.
- 1. Raak de gewenste kookzonetoets aan.
- 2. Raak het timerdisplay aan.
▷ Het timersymbool van de actieve kookwekker licht helder op.
- 3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten).
▷ De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷ Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen en het timersymbool knippert langzaam.
▷ Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven.
▷ De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven.
▷ De geselecteerde kookzone wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken.
▷ De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
- 4. Raak het timerdisplay aan om het alarm uit te schakelen.
▷ Het alarm stopt automatisch na 2 minuten.
Alle kookzones kunnen een ingestelde timer hebben. Het display toont altijd de tijd van de kookzone met de kortst resterende tijd.
De vooraf ingestelde tijd wijzigen
U kunt de tijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak de betreffende kookzonetoets aan.
- 2. Raak het timerdisplay aan.
- 3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de tijd te wijzigen.
Pagina 20
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
De resterende tijd controleren
- 1. Druk op de kookzonetoets om de zone te selecteren waarvan u de resterende tijd wilt zien. ▷ Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay.
▷ De timer geeft de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weer.
▷ Tijdens de laatste 10 minuten van de looptijd wordt de resterende tijd in minuten en seconden weergegeven.
De timer uitschakelen
Om de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:
- 1. Raak de kookzonetoets aan om de zone te selecteren waarvan u de timer wilt uitschakelen. ▷ Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay.
- 2. Raak de toets(en) ‘-’ aan om de tijd in te stellen op ‘0.00’.
▷ Het timersymbool is nu niet meer helder verlicht.
Kinderslot
Om het kinderslot in te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan.
- 3. Laat de toets los en schuif van 0 naar 9 over de schuifregelaar. ▷ Alle displays tonen het symbool ‘L’.
Pagina 21
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
De kookplaat is nu vergrendeld. Onbedoeld inschakelen van het toestel wordt hiermee voorkomen. Na 20 seconden wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Om het kinderslot uit te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan.
- 3. Laat de toets los en schuif van 9 naar 0 over de schuifregelaar.
▷ Het symbool “L” verdwijnt in alle displays; het kinderslot is nu gedeactiveerd.
Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken
- 1. Raak de vergendelingstoets aan.
▷ De vergrendeltoets licht op; de instellingen van de kookplaat zijn vergrendeld voor een snelle reiniging.
- 2. Raak de vergendelingstoets weer aan na de snelle reiniging om de functie uit te schakelen.
Pagina 22
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Standaard is de automatische afzuigmodus actief; de toets is fel verlicht. In de automatische afzuigmodus wordt de afzuigsnelheid automatisch aangepast aan het gebruik van de kookzones.
Als de kookplaat wordt uitgeschakeld en nog heet is (symbool H is zichtbaar), dan werkt de afzuigunit nog 15 minuten in naloopstand.
De automatische afzuigmodus uitschakelen
- 1. Raak de aan/uit-toets aan totdat u een geluidssignaal hoort.
▷ De displays lichten op; de inductiekookplaat staat in de stand-by modus. ▷ De kookzones en de afzuigunit hebben vermogensniveau nul.
- 2. Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan.
▷ De toets ‘Automatische afzuigmodus’ is nu minder fel verlicht; de automatische afzuigmodus is uitgeschakeld.
De automatische afzuigmodus uitschakelen tijdens het koken
Een kookzone is ingeschakeld (in dit voorbeeld stand 8) en de automatische afzuigmodus is actief (stand 5).
- 1. Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan.
▷ De toets ‘Automatische afzuigmodus’ is nu minder fel verlicht. De afzuigunit is nu handmatig in te stellen.
Pagina 23
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Handmatig de afzuigunit inschakelen
- 1. Raak de afzuigtoets aan.
▷ Het display van de afzuigunit licht op.
- 2. Stel binnen 3 seconden de afzuigsnelheid in door de schuifregelaar aan te raken (1 t/m 9).
▷ De afzuigunit schakelt in op het ingestelde niveau.
▷ Stel een hoger of lager niveau in met de schuifregelaar.
Boost
- 1. Schakel de kookplaat in en stel een vermogensniveau in (>2).
- 2. Raak de toets ‘Automatische afzuigmodus’ aan om de automatische afzuigmodus uit te schakelen.
- 3. Raak de afzuigtoets aan.
▷ Het display van de afzuigunit licht op.
- 4. Raak niveau P aan om ‘Boost’ te selecteren. ▷ De afzuigunit schakelt in op niveau P (Boost). ▷ ‘P’ verschijnt op het display.
Pagina 24
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Instellen van een aantal minuten vertragingstijd
Gebruik deze functie om de afzuigunit met een vertraging van een aantal minuten uit te schakelen.
De automatische afzuigmodus moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak de afzuigtoets aan en stel een afzuigsnelheid in.
- 3. Raak het timerdisplay aan.
▷ Het timersymbool van de afzuigunit licht helder op.
- 4. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste vertragingstijd in te stellen. ▷ De tijd begint automatisch af te tellen.
▷ De afzuigunit wordt na de ingestelde tijd uitgeschakeld.
Verzadiging van het vetfilter
Als het vetfiltersymbool wordt verlicht, is onderhoud van het vetfilter noodzakelijk (zie ‘Onderhoud’). De indicatie voor verzadiging van het vetfilter is altijd ingeschakeld.
Pagina 25
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Verzadiging van het geurfilter
De indicatie voor verzadiging van het geurfilter is standaard uitgeschakeld (wanneer de afzuigunit wordt gebruikt met uitblaas naar buiten). Activeer de indicatie van het geurfilter als de afzuigunit is geinstalleerd als recirculatie toepassing.
Als het geurfiltersymbool wordt verlicht, is onderhoud van het geurfilter noodzakelijk (zie ‘Onderhoud’).
Indicatie verzadiging van het geurfilter activeren
- 1. Raak de afzuigtoets aan.
- 2. Raak vervolgens gedurende 5 seconden nogmaals de afzuigtoets aan.
▷ Het geurfiltersymbool licht gedurende 1 seconde op.
▷ Wanneer onderhoud van het geurfilter noodzakelijk is, zal het symbool gaan branden.
Indicatie verzadiging van het geurfilter deactiveren
- 1. Raak de afzuigtoets aan.
- 2. Raak vervolgens gedurende 5 seconden nogmaals de afzuigtoets aan. ▷ Het geurfiltersymbool knippert twee maal.
Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Reset het geheugen na het terugplaatsen van het vetfilter en/of het geurfilter.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak gedurende 5 seconden het symbool van het vetfilter of geurfilter aan.
▷ Het symbool van het vetfilter of geurfilter gaat uit en het geheugen start opnieuw met tellen.
Pagina 26
GEBRUIKERSMENU
In het gebruikersmenu kan de gebruiker de signaleringen van de kookplaat naar wens instellen. Het gaat hierbij om zowel akoestische (toon en volume) als visuele signaleringen.
- 1. Raak binnen drie seconden de aan/uit-toets twee keer aan.
▷ De pauzetoets knippert.
- 2. Raak de pauzetoets aan en houd deze vast.
- 3. Raak vervolgens, met de klok mee, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets links voor).
- 4. Laat de pauzetoets los.
▷ “U” knippert afwisselend met een nummer tussen 2 en 7 op het display van de kookzone links achter.
▷ De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.
- 5. Raak de kookzonetoets van de kookzone links achter aan en kies het juiste nummer van het menu (zie tabel).
- 6. Raak de kookzonetoets van de kookzone links voor aan en kies de juiste waarde (zie tabel).
- 7. Bevestig de instelling door de aan/uit-toets aan te raken totdat u een geluidssignaal hoort.
Pagina 27
GEBRUIKERSMENU
| Menucode | Beschrijving | Configuratiewaarde |
|---|---|---|
| U2 | Volume geluidssignaal toetsen | 0 - 1 - 2 - 3 |
| U3 | Volume geluidssignaal alarm | 0 - 1 - 2 - 3 |
| U4 | Lichtsterkte display | Max. 0 - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 Min. |
| U5 | Aftelanimatie (aan of uit) | 0 - 1 |
| U6 | Pandetectie (aan of uit) | 0 - 1 |
| U7 | Geluidssignaal na aftellen timer | 0 -1 - 2 |
Pagina 28
VERMOGENSBEGRENZER
Het instellen van de vermogensbegrenzer mag alleen worden uitgevoerd door een erkende en gekwalificeerde installateur. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
De kookplaat is voorzien van een vermogensbegrenzer. Als het totale vermogen van de actieve kookzones het maximaal beschikbare vermogen overschrijdt, wordt het vermogen automatisch verlaagd. Het display van de kookzone die in vermogen wordt verlaagd knippert eerst; het niveau wordt dan automatisch verlaagd naar het hoogste beschikbare vermogen.
- De begrenzer is af fabriek ingesteld op 7400W, maar het is mogelijk om deze instelling te wijzigen naar 2800W, 3500W of 4500W.
Configuratie van de vermogensbegrenzer
Controleer voordat u begint of er geen pannen op de kookplaat staan.
- 1. Koppel het toestel los van de hoofdvoeding door de stekker uit het stopcontact te halen, de zekering te verwijderen of de stroomonderbreker uit te schakelen.
- 2. Sluit het toestel weer aan op de stroomvoorziening.
▷ De warmhoudtoets knippert.
- Voer, binnen 2 minuten na het aansluiten van de kookplaat op de stroomvoorziening, de volgende stappen uit.
- Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn.
- 3. Raak de warmhoudtoets aan en houd deze vast.
- 4. Raak vervolgens, tegen de klok in, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets rechts voor).
Pagina 29
VERMOGENSBEGRENZER
- 5. Laat de warmhoudtoets los ▷ “C” knippert afwisselend met “0” op het display van de kookzone links achter. ▷ De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.
- 6. Raak de kookzonetoets links achter aan en kies “8” met behulp van de schuifregelaar. ▷ “C” knippert afwisselend met “8” in het display van de kookzone links achter.
- 7. Raak de kookzonetoets links voor aan en selecteer de gewenste vermogensbegrenzing met de schuifregelaar (zie tabel).
- 8. Raak vervolgens de aan/uit-toets aan en houd vast totdat alle segmenten van het display zijn verdwenen.
▷ De kookplaat is nu klaar voor gebruik met de geselecteerde vermogensbegrenzer.
| Stand schuifregelaar 0 | Instelling van de vermogensbegrenzing 7400W |
| 1 | 4500W |
| 2 | 3500W |
| 3 | 2800W |
Pagina 30
ONDERHOUD
Reiniging
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden in het glas, verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het best een vochtige doek met een mild reinigingsmiddel gebruiken.
- Droog de glasplaat vervolgens met keukenpapier of met een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn te verwijderen met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel.
- Verwijder watervlekken en kalkaanslag met azijn.
- Metaalsporen (veroorzaakt door het schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale producten verkrijgbaar.
- Verwijder voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u het beste verwijderen met een glasschraper.
Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze laten krassen achter waarin vuil en kalkaanslag zich kunnen ophopen. Gebruik nooit scherpe voorwerpen als staalwol of schuursponsjes.
Waterreservoir
Aanbevolen wordt om het waterreservoir elke twee weken te controleren en leeg te maken.
Pagina 31
ONDERHOUD
Rooster, vetfilter en interne recirculatiefilters reinigen
Let op; er zijn afwijkende modellen die géén interne recirculatiefilters hebben (zie ‘Onderhoud/ Rooster en vetfilter reinigen).
- 1. Verwijder het rooster uit de afzuiginlaat.
- 2. Trek het vetfilter voorzichtig uit de afzuiginlaat.
- Reinig het rooster met warm water en neutrale zeep; gebruik geen schuurspons (geen schoonmaakmiddelen gebruiken!). Reinig het rooster niet in een vaatwasser.
- Reinig het vetfilter minimaal eenmaal per 2 maanden (of wanneer het systeem aangeeft dat het filter verzadigd is). Dit zorgt ervoor dat de afzuigunit goed blijft werken en voorkomt mogelijk brandgevaar door ophoping van vet.
- Reinig het vetfilter met een niet-agressief reinigingsmiddel, bij voorkeur met de hand, of in de vaatwasser. De vaatwasser moet worden ingesteld op een lage temperatuur en een kort programma.
Interne recirculatiefilters
- Deze recirculatiefilters zijn regenereerbaar en hebben periodiek onderhoud nodig.
- De recirculatiefilters moeten elke 3 tot 4 maanden zonder reinigingsmiddel worden gewassen. Na maximaal 8 keer onderhoud moeten de filters vervangen worden.
- De recirculatiefilters kunnen in de gootsteen met heet water worden gewassen of kunnen in de vaatwasser worden geplaatst met een snel wasprogramma, zonder enig ander vaatwerk (om de aanwezigheid van vetten of oliën te vermijden) en bij een aanbevolen temperatuur van maximaal 70 °C.
- De recirculatiefilters kunnen worden gedroogd in een oven met boven- en onderwarmte bij een temperatuur van maximaal 70 °C gedurende 2 uur.
Pagina 32: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 33
ONDERHOUD
Rooster en vetfilter reinigen (externe recirculatiefilters)
- 1. Verwijder het rooster uit de afzuiginlaat.
- 2. Trek het vetfilter voorzichtig uit de afzuiginlaat.
- Reinig het rooster met warm water en neutrale zeep; gebruik geen schuurspons (geen schoonmaakmiddelen gebruiken!). Reinig het rooster niet in een vaatwasser.
- Reinig het vetfilter minimaal eenmaal per 2 maanden (of wanneer het systeem aangeeft dat het filter verzadigd is). Dit zorgt ervoor dat de afzuigunit goed blijft werken en voorkomt mogelijk brandgevaar door ophoping van vet.
of in een kort
| • Reinig | het | vetfilter met | een niet-agressief reinigingsmiddel, | bij voorkeur | met de hand, | |||
| de programma. | vaatwasser. | De vaatwasser | moet worden | ingesteld | op een lage | temperatuur | en | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Geurfilter (recirculatiegebruik)
Indien u gebruik maakt van een filterunit die in het keukenplint is geplaatst: vervang het geurfilter, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik, uiterlijk na 1 jaar (of wanneer de verzadigingsindicator dit aangeeft). Bestel hiervoor vervangingsfilter HF3009. Let bij het plaatsen van het nieuwe filter op de pijl die de richting van de luchtstroom aangeeft.
Let op: deze filters zijn niet regenereerbaar en dienen na gebruik met het restafval te worden afgevoerd.
Pagina 34: zie Storingen hierboven.
Pagina 35: zie hierboven.
Pagina 36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 37: zie hierboven.