Pelgrim IKR8083M, tekst van de handleiding
Kookplaat · Pelgrim · 26 pagina's in het Nederlands · pdf: 60 pagina's, 15,2 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: service.pelgrim.nl
Deze handleiding geldt ook voor: IKR8083F.
Storingen op pagina 26
Pagina 26
PROBLEMEN OPLOSSEN
Algemeen
Wanneer u een barst in het glas ziet (hoe klein ook), schakelt u de kookplaat onmiddellijk uit, haalt u de stekker uit het stopcontact, zet u de (automatische) zekering(en) in de meterkast uit of, bij een permanente aansluiting, zet u de stroomvoorziening op nul. Neem contact op met de serviceafdeling.
Probleemoplossingstabel
Als het apparaat niet naar behoren werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande punten na te lopen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website ‘www.pelgrim.nl’.
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | De kookplaat koelt af. | Normale werking. |
| In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt. | Het nieuwe apparaat wordt opgewarmd. | Dit is normaal en verdwijnt nadat het apparaat een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| De pannen maken geluid tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. | Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| U hebt een kookzone ingeschakeld maar het display toont u. | De gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een te kleine diameter. | Gebruik een geschikte pan. |
| Een kookzone stopt plotseling en u hoort een signaal. | De vooraf ingestelde uitschakeltijd is verstreken. | Raak de plustoets (+) aan om het geluidssignaal uit te schakelen. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display. | Er is geen netvoeding vanwege een defecte kabel of defecte aansluiting. | Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (als er geen stekker wordt gebruikt). |
Pagina 27
PROBLEMEN OPLOSSEN
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een zekering door. | Foutieve elektrische aansluiting. | Neem contact op met een installateur. |
| LOC verschijnt op het display. | Kinderslotfunctie geactiveerd. | Raak de timertoets en de pauzetoets tegelijkertijd aan totdat u een geluidssignaal hoort. |
| Foutcode ER 03 en ononderbroken pieptoon. | U hebt op twee of meer toetsen tegelijk gedrukt. | Bedien maar één toets tegelijk (behalve bij kinderslotfunctie). |
| Het bedieningspaneel is vuil of er ligt water op. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Foutcode U400 en/of ononderbroken pieptoon. | Het apparaat is verkeerd aangesloten en/of de netspanning is te hoog. | Laat de aansluiting vervangen. |
| Foutcode E/2. | Inductie-element is oververhit. Overbelasting van kookgedeelte of leeg kookgerei. | Laat de kookplaat afkoelen. |
| Overige foutcodes. | Defecte generator. | Neem contact op met de serviceafdeling. |
Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 29
MILIEUASPECTEN
Verpakking en apparaat afdanken
Bij de productie van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgedankt. De overheid kan u hierover informatie verstrekken.
De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:
- karton;
- polyetheenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsvoorschriften worden afgedankt.
Om te wijzen op de noodzaak van gescheiden inzameling van elektrische huishoudelijke apparatuur, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze dienst aanbiedt.
Het apart inleveren van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, en zorgt ervoor dat de materialen in deze apparaten kunnen worden teruggewonnen, waardoor in aanzienlijke mate kan worden bespaard op energie en grondstoffen.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese richtlijnen, normen en voorschriften, evenals aan alle vereisten in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
INHOUDSOPGAVE
Uw inductiekookplaat
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel voor kookzone Bedieningspaneel voor afzuigunit Meldingen op het display
Veiligheid
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer
Gebruik
Inductiegeluiden
Pannen
Kookinstelling
Pandetectie
Kookstanden
Gebruik van de afzuigunti
Bediening
Inductiekookplaat bedienen
Kookzones koppelen
Kooktimer instellen
De kinderbeveiliging gebruiken
Werken met de warmhoudfunctie De automatische opwarmfunctie inschakelen
Bediening van de afzuigunit
Het afzuigniveau handmatig aanpassen Instelling vertragingstijd
Verzadiging van het vetfilter
Verzadiging van het geurfilter
Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Onderhoud
Reiniging
Waterreservoir
Rooster, vetfilter en interne recirculatiefilters reinigen Rooster en vetfilter reinigen (interne recirculatiefilters)
Problemen oplossen
Algemeen
Probleemoplossingstabel
Technische specificaties
Technische gegevens kookplaat Informatie volgens verordening (EU) 66/2014
Milieuaspecten
Verpakking en apparaat afdanken
Gebruikte pictogrammen
Belangrijke informatie
Handig om te weten
Elektrische aansluiting
Pagina 4
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Inleiding
Deze kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is makkelijk, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer lage kookstand kan worden ingesteld. Bovendien kunt u door gebruik van een hoge kookstand gerechten zeer snel aan de kook brengen. Door de ruime afstanden tussen de kookzones kunt u comfortabel koken.
Koken op een inductiekookplaat is anders dan koken op een traditioneel apparaat. Bij inductiekoken wordt gebruikgemaakt van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. In het hoofdstuk ‘Pannen’ vindt u hierover meer informatie.
Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmte-indicator die laat zien welke kookzones nog heet zijn.
In deze gebruiksaanwijzing staat beschreven hoe u de inductiekookplaat optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening vindt u hierin ook achtergrondinformatie die van pas kan komen bij het gebruik van het apparaat. Verder vindt u ook kooktabellen en onderhoudstips.
Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u het apparaat in gebruik neemt en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.
Daarnaast dient de gebruiksaanwijzing ook als naslagwerk voor servicemonteurs.
Plak daarom het identificatiekaartje van het apparaat in het daarvoor bestemde kader, achter in de gebruiksaanwijzing. Het identificatiekaartje van het apparaat bevat alle informatie die de servicemonteur nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Pagina 5
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Beschrijving
- 1. Kookzone links voorzijde 220 x 190 mm / 2,1 kW (boost 3,7 kW)
- 2. Kookzone links achterzijde 220 x 190 mm / 2,1 kW (boost 3,7 kW)
- 3. Gekoppelde kookzones links 220 x 380 mm / 3,7 kW
- 4. Kookzone rechts achterzijde Ø 215 mm / 2,3 kW (boost 3,7 kW)
- 5. Kookzone rechts voorzijde Ø 160 mm / 1,4 kW (boost 2,2 kW)
- 6. Bedieningselementen voor de kookzone links vooraan
- 7. Bedieningselementen voor de kookzone links achteraan
- 8. Kookplaatbedieningselementen
- 9. Afzuigunit
- 10. Bedieningselementen voor de afzuigunit
- 11. Bedieningselementen voor de kookzone rechts achteraan
- 12. Bedieningselementen voor de kookzone rechts vooraan
Pagina 6
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Bedieningspaneel voor kookzone
| Functietoets | Beschrijving |
|---|---|
| Aan/uit-toets | De kookplaat in- of uitschakelen • Raak de aan/uit-toets aan en houd deze ingedrukt om de kookplaat in te schakelen. Raak de aan/uit-toets aan en houd deze ingedrukt om de kookplaat uit te schakelen. |
| Kookinstelling • Stel met de regelaar een kookstand in. • Schuif de regelaar helemaal naar rechts om de boostfunctie te kiezen. U kunt de boostfunctie gebruiken om max. 5 minuten op de hoogste kookstand te koken. U kunt de booststand voor maximaal twee kookzones tegelijk gebruiken. • Wanneer de boostfunctie actief is, verschijnt een P op het desbetreffende display. | |
| Regelaar en boost | |
| Kookzones koppelen • De kookzones kunnen aan elkaar worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat één grote zone die u bijvoorbeeld kunt gebruiken voor een grote vispan of een grote kookpan. ▷ Raak tegelijk de regelaars voor beide linker- of rechterkookzones aan. Het symbool voor zonekoppeling wordt op het display weergegeven. ▷ Stel met de voorste regelaar voor de kookzone een kookstand voor beide kookzones in. ▷ Gebruik een (vis)pan waarmee minimaal één van de middenposities van de gekoppelde kookzones wordt bedekt. | |
| Automatische verhitting • De functie voor automatische verhitting verhoogt tijdelijk het vermogen van de gekozen zone naar niveau ‘9’ en schakelt daarna naar de continue instelling die u eerder hebt gekozen. Deze functie is beschikbaar met de kookinstellingen 1 tot 8. ▷ Houd de regelaar vast totdat ‘A’ op het display verschijnt. | |
| Timertoets | Timer van de kookzone instellen • Met de timer wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken. U kunt de timer voor elke kookzone afzonderlijk instellen. U kunt een kookduur tot 1 uur en 59 minuten programmeren. • Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken. |
Pagina 7
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
| Min (-) en plus (+) toetsen | Tijd instellen De timer voor de kookzone verhogen/verlagen. |
| Pauzetoets | Pauzefunctie • Raak de pauzetoets aan om de pauzemodus voor de kookplaat in te schakelen. ▷ Het pauzesymbool wordt op de displays weergegeven. • De pauzemodus beëindigen: ▷ Raak de pauzetoets aan. ▷ De regelaar voor de zone linksachter gaat branden. Schuif binnen 5 seconden van links naar rechts over de regelaar voor de kookzone linksachter. ▷ De pauzesymbolen gaan uit en de status van voor de pauzemodus wordt hervat. • Opmerking: Wanneer de pauzemodus na tien minuten niet is beëindigd, wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld. |
| Herstelfunctie • Door deze functie te gebruiken, kunt u eerder gemaakte instellingen op geactiveerde kookzones weer oproepen als u de kookplaat per abuis had uitgeschakeld. • De herstelfunctie kan alleen worden gebruikt als, onafhankelijk van de kinderbeveiliging, ten minste één kookzone actief was. ▷ Druk na een onbedoelde uitschakeling binnen zes seconden op de aan/uit-toets en daarna onmiddellijk op de pauzetoets. | |
| Timertoets en pauzetoets tegelijk | Kinderbeveiliging • Hiermee kunt u de instellingen van de kookplaat vergrendelen, zodat deze niet per ongeluk kunnen worden gewijzigd. De ingestelde functies blijven actief. ▷ Activeren: Raak de timertoets en de pauzetoets tegelijkertijd aan totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Deactiveren: Raak de timertoets en de pauzetoets tegelijkertijd aan totdat u een geluidssignaal hoort. |
| Warmhoudtoets | Warmhoudfunctie • Met de warmhoudfunctie houdt u bereid voedsel warm. • U kunt deze functie ook gebruiken voor smelten of sudderen. Er zijn drie instellingen die u kunt selecteren: - lage stand voor het smelten van chocolade, etc.; - middelste stand om voedsel warm te houden; - hoge stand voor sudderen. ▷ Raak de regelaar aan en kies kookstand nul (0). ▷ Raak de verwarmingstoets eenmaal aan voor de lage stand, tweemaal voor de middelste stand, en driemaal voor de hoge stand. |
Pagina 8
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Bedieningspaneel voor afzuigunit
| Functietoets | Beschrijving |
|---|---|
| Afzuigsnelheid instellen • Stel met de regelaar een afzuigsnelheid in. • Schuif de regelaar helemaal naar rechts om de boostfunctie te kiezen. U kunt de boostfunctie gebruiken om max. 5 minuten op de hoogste snelheid af te zuigen. Na vijf minuten wordt de lagere instelling geactiveerd. | |
| Regelaar en boost | |
| Toets voor automatisch afzuigen | Automatisch afzuigen • Wanneer een kookzone wordt gekozen, wordt de afzuigunit automatisch ingeschakeld met de vereiste afzuigsnelheid. Standaard is de automatische modus actief. ▷ Raak de regelaar voor de afzuigunit aan om de automatische modus uit te schakelen. ▷ De afzuigmodus kan handmatig worden ingesteld. |
| Indicator voor verzadiging van het geur- en vetfilter • Standaard is de verzadigingsindicatie voor het geurfilter uitgeschakeld (wanneer de afzuigunit wordt gebruikt met uitblaas naar buiten). • Verzadigingsindicatie geurfilter activeren: Druk vijf seconden op de toets voor automatisch afzuigen; het symbool verzadiging geurfilter licht eenmaal op. Vanaf dat moment licht het pictogram op wanneer onderhoud van het geurfilter noodzakelijk is. • Om de verzadigingsindicatie geurfilter uit te schakelen, drukt u vijf seconden op de toets voor automatisch afzuigen; het symbool verzadiging geurfilter knippert driemaal. • De indicatie voor verzadiging van het vetfilter is altijd actief. | |
| Min (-) en plus (+) toetsen (Bedieningspaneel kookplaat) | Indicator voor filteronderhoud resetten • Houd de mintoets (-) vijf seconden ingedrukt. ▷ Het symbool voor onderhoud vetfilter gaat uit en de teller start opnieuw. • Houd de plustoets (+) vijf seconden ingedrukt. ▷ Het symbool voor onderhoud geurfilter gaat uit en de teller start opnieuw. |
| Timertoets (Bedieningspaneel kookplaat) | Timer voor uitstellen afzuigfunctie • Houd de timertoets ongeveer vijf seconden ingedrukt om het uitschakelen van de afzuigunit met 15 minuten uit te stellen. Op het afzuigunit display verschijnt het timersymbool. • De afzuigunit wordt na 15 minuten automatisch uitgeschakeld en er klinkt een geluidssignaal. Als u de uitsteltimer wilt stoppen, houdt u de timertoets ingedrukt of raakt u de aan/uit-toets aan. |
Pagina 9
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Meldingen op het display
| Kookzonedisplay | Beschrijving |
|---|---|
| <-> | Kookstanden: 1 = lage stand / 9 = hoge stand |
| Boostniveau kookzone actief. | |
| Geen (geschikte) pan op kookzone (pandetectiesymbool) | |
| Foutcode: zie de tabel voor probleemoplossing. | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator ‘H’ ingeschakeld zolang de kookzone nog warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Vergrendelfunctie actief (verschijnt in timerdisplay). | |
| Automatische verhitting geselecteerd. | |
| Verwarmfunctie actief (lage, middelste of hoge stand is zichtbaar) | |
| lage stand voor het smelten van chocolade enz.; | |
| middelste stand om voedsel warm te houden; | |
| hoge stand voor sudderen. | |
| Pauzefunctie actief | |
| Gekoppelde zones actief. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
| Afzuigdisplay | Beschrijving |
|---|---|
| <-> | Afzuigniveau: 1 = lage stand / 9 = hoge stand / Boost |
| Indicatie verzadiging vetfilter | |
| Indicatie verzadiging geurfilter | |
| Automatisch afzuigen actief | |
| Uitgestelde uitschakel modus actief |
Pagina 10
VEILIGHEID
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt de kookstand van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen kookstand wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | Maximale gebruikstijd (in uren, minuten) |
|---|---|
| 1 | 8 uur, 36 min. |
| 2 | 6 uur, 42 min. |
| 3 | 5 uur, 18 min. |
| 4 | 4 uur, 18 min. |
| 5 | 3 uur, 30 min. |
| 6 | 2 uur, 18 min. |
| 7 | 2 uur, 18 min. |
| 8 | 1 uur, 48 min. |
| 9 | 1 uur, 30 min. |
| P (boost) | 5 min. (schakelt dan terug naar stand 9) |
Pagina 11
GEBRUIK
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
- Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere kookstanden kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
- Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge niveaus is dit bij sommige pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
- Het apparaat is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het apparaat te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pannen
Plaats een pan altijd in het midden van een kookzone. Gebruik in de gekoppelde modus altijd een (vis)pan die beide middenposities van de gekoppelde kookzones bedekt.
Pannen voor inductiekoken
Voor inductiekoken zijn pannen van een bepaalde kwaliteit vereist.
Gebruik op de inductiekookplaat geen pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt. Deze zijn ongeschikt.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch koken en inductiekoken.
Deze moeten beschikken over:
▷ Een dikke bodem (minimaal 2,25 mm);
▷ Een platte bodem.
Met een magneet kunt u controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem van de pan wordt aangetrokken.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrij staal |
| Slijtvaste geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper/aluminium |
| Kunststof |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Wees voorzichtig met geëmailleerde pannen van plaatstaal! Het emaille kan afsplinteren (het emaille komt los van het staal) als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is; de panbodem kan kromtrekken, bijvoorbeeld vanwege oververhitting of door gebruik van een te hoge kookstand.
Pagina 12
GEBRUIK
- Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de beveiliging tegen oververhitting belemmeren. Het toestel wordt te warm.
Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten. Schade die het gevolg is van het gebruik van ongeschikte pannen of van droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De diameter van de panbodem moet tussen 12 cm en 22 cm zijn. Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
- Op gekoppelde kookzones moet een vispan (ovale pan) minimaal 22 cm lang zijn.
Snelkookpannen
- Inductiekoken is bij uitstek geschikt voor het gebruik van snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Het kookproces stopt onmiddellijk zodra u een kookzone uitschakelt.
Kookinstelling
De kookzones hebben 9 niveaus. Daarnaast is er nog een boostniveau (P). Stel de kookstand in door de regelaar aan te raken. Bij de eerste aanraking wordt het niveau ingesteld op het deel van de regelaar dat u aanraakt. Door over de regelaar te vegen, verandert u de instelling. De stand wordt hoger wanneer u naar rechts schuift. De stand wordt lager wanneer u naar links schuift. Als u uw vinger van de regelaar haalt, begint de kookzone op de ingestelde stand te verwarmen.
Boostfunctie
- Met de boostfunctie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op de hoogste kookstand koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar instelling 9.
- De boostfunctie is niet beschikbaar wanneer de kookzones gekoppeld zijn!
Regeling van boostvermogen
Kookzones zijn in paren gekoppeld (linker- en rechterkookzones) om vermogen voor de boostfunctie te leveren. Wanneer de boostfunctie wordt gekozen, wordt een deel van het vermogen van de gekoppelde kookzone weggehaald en gebeurt het volgende in de paren:
- Automatische verhitting wordt uitgeschakeld.
- De kookinstelling wordt verlaagd. De gekoppelde kookzone kan maximaal worden ingesteld op niveau 5.
▷ De kookzone die op een lagere kookstand is ingesteld, knippert op het display.
Pandetectie
Als de kookplaat, na plaatsing van een pan op een kookzone geen (ijzerhoudende) pan detecteert, gaat het symbool voor pandetectie op het display knipperen. Wanneer geen pan wordt gedetecteerd, wordt de kookzone na tien seconden uitgeschakeld.
Pagina 13
GEBRUIK
Kookstanden
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor:
- snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof;
- slinken van groene groenten;
- verhitten van olie en vet;
- wokken.
Gebruik instelling 9 voor:
- aanbraden van vlees;
- bereiden van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren van voedsel.
Gebruik instelling 7 en 8 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees;
- bakken van bacon (vet);
- koken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis;
- doorkoken van pasta;
- bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.
Gebruik instelling 4-6 voor:
- doorkoken van grote hoeveelheden;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.
Gebruik instelling 1-3 voor:
- trekken van bouillon;
- stoven van vlees;
- zacht koken van groenten;
- smelten van chocolade;
- pocheren;
- smelten van kaas.
Pagina 14
GEBRUIK
Gebruik van de afzuigunit
Kook bij voorkeur met een deksel op de pan; dit vermindert kookgeuren en energieverbruik. Een te vochtig (intern) recirculatiefilter door waterdampen, vermindert tevens de effectiviteit van het recirculatiefilter.
Pagina 15
BEDIENING
Inductiekookplaat bedienen
Gebruik van de aanraaktoetsen en de regelaar
Voor het beste resultaat plaatst u uw vingertop plat op een toets of op de regelaar. U hoeft geen druk uit te voeren. De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de regelaars niet met andere objecten. Na activering van een toets of de regelaar klinkt er een geluidssignaal. Gebruik de regelaar om een instelling aan te passen.
- 1. Plaats een pan op een kookzone.
- 2. Raak de aan/uit-toets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ De kookplaat staat nu in de stand-bymodus.
▷ Op het kookzonedisplay gaat nul (0) branden.
▷ Wanneer er geen andere invoer plaatsvindt, gaat de inductiekookplaat om veiligheidsredenen na een paar seconden automatisch uit.
- 3. Raak de regelaar aan om een kookstand te kiezen.
▷
Er klinkt een kort geluidssignaal.
<--------------------------->
De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als deze gedurende tien seconden niet wordt gebruikt.
De kookstanden instellen
- 1. Raak een regelaar aan.
▷ De kookstand verschijnt op het display.
- 2. Gebruik de regelaar om de kookstand te wijzigen.
Een kookzone uitschakelen
Een kookzone is in gebruik.
- 1. Raak de regelaar aan en schuif hem naar links om de kookstand op nul (0) in te stellen. ▷ De kookzone wordt uitgeschakeld.
▷ De kookplaat wordt na tien seconden uitgeschakeld als alle kookzones op nul (0) staan en geen andere functies worden gebruikt.
Pagina 16
BEDIENING
Alle kookzones tegelijkertijd uitschakelen
Er zijn een of meer kookzones in gebruik.
- 1. Raak de aan/uit-toets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Alle displays gaan uit en de kookplaat wordt uitgeschakeld.
Kookzones koppelen
- 1. Zet de kookplaat in de standby-modus.
- 2. Raak gelijktijdig de regelaars voor de linker of de rechter kookzones aan om de kookzones te koppelen.
▷ Het symbool voor zonekoppeling wordt op de displays weergegeven.
▷ Nul (0) wordt op het voorste display weergegeven.
▷ Wanneer de koppelfunctie actief is, is het niet mogelijk om het boostniveau in te stellen.
- 3. Gebruik de regelaar van de voorste kookzone om de kookstand in te stellen (voor beide gekoppelde zones).
▷ De kookstand voor beide gekoppelde zones wordt op het display voor de voorste zone weergegeven.
De gekoppelde modus uitschakelen
- 1. Raak beide kookzoneregelaars tegelijkertijd aan om de koppeling van de zones uit te schakelen.
▷ Het koppelsymbool gaat uit.
Kooktimer instellen
U kunt een timer instellen waarmee de kookzone automatisch wordt uitgeschakeld. Deze functie kan voor alle zones tegelijk worden gebruikt.
- 1. Schakel de kookplaat in en selecteer een kookstand.
- 2. Raak de timertoets aan om de timer in te schakelen.
Pagina 17
BEDIENING
▷ Op het display van de timer wordt “0.00” weergegeven en het timersymbool verschijnt rechts van het display. Dit is het symbool voor de eerste actieve kookzone vanaf links.
- 3. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de (actieve) kookzone te selecteren waarvoor u de tijd wilt instellen.
▷ Het timersymbool voor de actieve kookzone licht sterker op dan de overige.
- 4. Raak binnen 5 seconden de mintoets (-) of plustoets (+) aan om een kooktijd te selecteren. ▷ Raak de plustoets (+) aan om een langere tijd in te stellen.
▷ Raak de mintoets (-) aan om een kortere tijd in te stellen.
- 5. De timer is ingesteld.
▷ De kookzone wordt uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken. ▷ Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken. ▷ Raak de mintoets (-) of plustoets (+) aan om het alarm te stoppen.
Vooraf ingestelde kooktijd wijzigen
U kunt de kooktijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de tijd wilt aanpassen.
▷ De zone wordt aangegeven met een timersymbool rechts van het display.
Het timersymbool voor de actieve kookzone licht sterker op dan de overige.
Pagina 18
BEDIENING
- 2. Raak de plustoets (+) of mintoets (-) aan om de tijd te wijzigen.
▷ Als u de tijd niet binnen 5 seconden wijzigt door op de '+' of '-' toets te drukken, blijft de oorspronkelijke kookduur ongewijzigd.
De resterende kooktijd controleren
Op het display van de timer wordt de eerste ingestelde timerstand weergegeven (het timersymbool rechts van het display van de betreffende kookzone brandt feller dan de andere symbolen).
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de resterende tijd wilt bekijken.
▷ De zone wordt aangegeven door weergave van het timersymbool rechts van het display. ▷ Op de timer wordt de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weergegeven.
De timer uitschakelen
Voer de volgende stappen uit om de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de timer wilt uitschakelen.
- 2. Raak de mintoets (-) aan om de tijd in te stellen op dubbel nul (00).
▷ Het timersymbool verdwijnt.
De kinderbeveiliging gebruiken
- 1. De kookplaat is actief.
- 2. Raak de timertoets en de pauzetoets tegelijkertijd aan totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Het timerdisplay toont LOC .
▷ De kookplaat is nu vergrendeld. De instellingen kunnen niet worden gewijzigd.
- 3. Om de vergrendeling op de heffen, raakt u de timertoets en de pauzetoets ongeveer drie seconden tegelijkertijd aan totdat u een geluidssignaal hoort.
▷ De kookplaat wordt ontgrendeld. De instellingen kunnen worden gewijzigd.
Werken met de warmhoudfunctie
De warmhoudfunctie is niet ontworpen om koud voedsel opnieuw op te warmen. Deze functie is alleen bedoeld om voedsel na het koken warm te houden.
- 1. Raak een regelaar aan om een kookzone te kiezen.
- 2. Raak de verwarmingstoets eenmaal aan voor de lage stand, tweemaal voor de middelste stand, en driemaal voor de hoge stand. Raak de warmhoudtoets een aantal malen aan om de warmhoudfunctie uit te schakelen.
Pagina 19
BEDIENING
▷ ▷
Het gekozen warmhoudsymbool wordt boven de warmhoudtoets weergegeven. Op het kookzonedisplay gaat de indicator ‘u’ branden.
Tijdens het koken van voedsel gaan voedingsstoffen verloren; dit proces gaat door wanneer het voedsel warm wordt gehouden. Hoe langer het voedsel warm wordt gehouden, hoe groter het verlies van voedingsstoffen. Probeer de tijd dat u voedsel warm houdt zo kort mogelijk te houden.
De automatische opwarmfunctie inschakelen
Wanneer de automatische opwarmfunctie is ingeschakeld, gaat de kookzone automatisch aan in de hoogste stand en schakelt daarna naar de continue instelling die u eerder hebt gekozen.
- 1. De kookplaat is actief.
- 2. Houd een regelaar ingedrukt om een kookstand met automatische verhitting te selecteren. ▷ ‘A’ knippert wanneer de instelling voor continu koken is gekozen.
Knipperend A -> 5
Ingedrukt houden
- Deze functie is beschikbaar met de kookinstellingen 1 tot 8.
- De opwarmtijd is afhankelijk van de gekozen instelling voor continu koken.
Zie de tabel voor de verschillende opwarmtijden:
| Instelling voor continu koken | Opwarmtijd [sec] |
|---|---|
| 1 | 40 |
| 2 | 72 |
| 3 | 120 |
| 4 | 176 |
| 5 | 256 |
| 6 | 432 |
| 7 | 120 |
| 8 | 192 |
Pagina 20
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Standaard is de automatische afzuigmodus actief. Het symbool voor automatisch afzuigen is zichtbaar. In de automatische afzuigmodus wordt het afzuigniveau automatisch aangepast aan het gebruik van de kookzones.
Het afzuigniveau handmatig aanpassen
- 1. Stel het niveau in met de afzuigregelaar.
▷ Op boostniveau werkt de afzuigunit 5 minuten op maximale snelheid. Daarna wordt de afzuigsnelheid verlaagd naar een lager niveau.
Instelling vertragingstijd
Gebruik de timertoets om de afzuigunit met een vertraging van vijftien minuten uit te schakelen.
- 1. Start de afzuiging en selecteer een snelheidsniveau.
- 2. Raak de timertoets aan.
▷ Op het display verschijnt een timersymbool.
▷ De afzuigunit wordt na vijftien minuten uitgeschakeld.
Pagina 21
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Verzadiging van het vetfilter
Als het vetfiltersymbool wordt verlicht, is onderhoud van het vetfilter noodzakelijk (zie ‘Onderhoud’). De indicatie voor verzadiging van het vetfilter is altijd ingeschakeld.
Verzadiging van het geurfilter
De indicatie voor verzadiging van het geurfilter is standaard uitgeschakeld (wanneer de afzuigunit wordt gebruikt met uitblaas naar buiten). Activeer de indicatie van het geurfilter als de afzuigunit is geinstalleerd als recirculatie toepassing.
Als het geurfiltersymbool wordt verlicht, is onderhoud van het geurfilter noodzakelijk (zie ‘Onderhoud’).
Indicatie verzadiging van het geurfilter activeren
- 1. Raak gedurende 5 seconden de toets voor automatisch afzuigen aan.
▷ Het symbool verzadiging geurfilter licht eenmaal op.
▷ Wanneer onderhoud van het geurfilter noodzakelijk is, zal het symbool gaan branden.
Indicatie verzadiging van het geurfilter deactiveren
- 1. Raak gedurende 5 seconden de toets voor automatisch afzuigen aan. ▷ Het symbool verzadiging geurfilter knippert driemaal.
Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Reset het geheugen na het terugplaatsen van het vetfilter en/of het geurfilter.
Vetfilter
- 1. Raak gedurende 5 seconden de toets min (-) aan.
▷ Het symbool van het vetfilter gaat uit en het geheugen start opnieuw met tellen.
Geurfilter
- 1. Raak gedurende 5 seconden de toets plus (+) aan.
▷ Het symbool van het geurfilter gaat uit en het geheugen start opnieuw met tellen.
Pagina 22
ONDERHOUD
Reiniging
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden in het glas, verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het best een vochtige doek met een mild reinigingsmiddel gebruiken.
- Droog de glasplaat vervolgens met keukenpapier of met een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn te verwijderen met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel.
- Verwijder watervlekken en kalkaanslag met azijn.
- Metaalsporen (veroorzaakt door het schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale producten verkrijgbaar.
- Verwijder voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u het beste verwijderen met een glasschraper.
Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze laten krassen achter waarin vuil en kalkaanslag zich kunnen ophopen. Gebruik nooit scherpe voorwerpen als staalwol of schuursponsjes.
Waterreservoir
Aanbevolen wordt om het waterreservoir elke twee weken te controleren en leeg te maken.
Pagina 23
ONDERHOUD
Rooster, vetfilter en interne recirculatiefilters reinigen
Let op; er zijn afwijkende modellen die géén interne recirculatiefilters hebben (zie ‘Onderhoud/ Rooster en vetfilter reinigen).
- 1. Verwijder het rooster uit de afzuiginlaat.
- 2. Trek het vetfilter voorzichtig uit de afzuiginlaat.
- Reinig het rooster met warm water en neutrale zeep; gebruik geen schuurspons (geen schoonmaakmiddelen gebruiken!).
- Reinig het vetfilter minimaal eenmaal per 2 maanden (of wanneer het systeem aangeeft dat het filter verzadigd is). Dit zorgt ervoor dat de afzuigunit goed blijft werken en voorkomt mogelijk brandgevaar door ophoping van vet.
- Reinig het vetfilter met een niet-agressief reinigingsmiddel, bij voorkeur met de hand, of in de vaatwasser. De vaatwasser moet worden ingesteld op een lage temperatuur en een kort programma.
Interne recirculatiefilters
- Deze recirculatiefilters zijn regenereerbaar en hebben periodiek onderhoud nodig.
- De recirculatiefilters moeten elke 3 tot 4 maanden zonder reinigingsmiddel worden gewassen. Na maximaal 8 keer onderhoud moeten de filters vervangen worden.
- De recirculatiefilters kunnen in de gootsteen met heet water worden gewassen of kunnen in de vaatwasser worden geplaatst met een snel wasprogramma, zonder enig ander vaatwerk (om de aanwezigheid van vetten of oliën te vermijden) en bij een aanbevolen temperatuur van maximaal 70 °C.
- De recirculatiefilters kunnen worden gedroogd in een oven met boven- en onderwarmte bij een temperatuur van maximaal 70 °C gedurende 2 uur.
Pagina 24: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 25
ONDERHOUD
Rooster en vetfilter reinigen (externe recirculatiefilters)
- 1. Verwijder het rooster uit de afzuiginlaat.
- 2. Trek het vetfilter voorzichtig uit de afzuiginlaat.
- Reinig het rooster met warm water en neutrale zeep; gebruik geen schuurspons (geen schoonmaakmiddelen gebruiken!).
- Reinig het vetfilter minimaal eenmaal per 2 maanden (of wanneer het systeem aangeeft dat het filter verzadigd is). Dit zorgt ervoor dat de afzuigunit goed blijft werken en voorkomt mogelijk brandgevaar door ophoping van vet.
of in een kort
| • Reinig | het | vetfilter met | een niet-agressief reinigingsmiddel, | bij voorkeur | met de hand, | |||
| de programma. | vaatwasser. | De vaatwasser | moet worden | ingesteld | op een lage | temperatuur | en | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Geurfilter (recirculatiegebruik)
Indien u gebruik maakt van een filterunit die in het keukenplint is geplaatst: vervang het geurfilter, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik, uiterlijk na 1 jaar (of wanneer de verzadigingsindicator dit aangeeft). Bestel hiervoor vervangingsfilter HF3006. Let bij het plaatsen van het nieuwe filter op de pijl die de richting van de luchtstroom aangeeft.
Let op: deze filters zijn niet regenereerbaar en dienen na gebruik met het restafval te worden afgevoerd.
Pagina 26: zie Storingen hierboven.
Pagina 27: zie hierboven.
Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 29: zie hierboven.