naslaan.comZoekenAlle merken

Pelgrim OKW595MAT, tekst van de handleiding

Pagina's 19–40 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–18

Pagina 19

Braden van vlees

Tips voor pannen

Aanwijzingen voor het braden van vlees

Pagina 20

Tabel voor het braden van vlees met een combinatie van boven-/onderverwarming of met heteluchtverwarming

Soort vleesGewicht (in g)Geleider (van onderaf)Temperatuur (in °C )Geleider (van onderaf)Temperatuur (in °C )Braad-tijd (in min.)
Rundvlees
Rundergebraad10002200-2202180-190100-120
Rundergebraad15002200-2202170-180120-150
Roastbeef, medium10002220-2302180-20030-50
Roastbeef, doorbraden10002220-2302180-20040-60
Varkensvlees
Varkensgebraad met huid15002180-1902170-180140-160
Buikstuk15002190-2002170-180120-150
Buikstuk20002180-2002160-170150-180
Schouderstuk15002200-2102160-170120-140
Varkensrollade15002200-2102160-170120-140
Casselerrib15002180-2002160-170100-120
Gebraad van gehakt15002210-2202170-18060-70
Kalfsvlees
Kalfsrollade15002180-2002170-19090-120
Kalfsbout17002180-2002170-180120-130
Lamsvlees
Lamsrug15002190-2002170-180100-120
Hamelbout15002190-2002170-180120-130
Wildbraad
Hazenrug15002190-2102180-190100-120
Reebout15002190-2102170-180100-120
Bout van wild zwijn15002190-2102170-180100-120
Gevleugelte
Kip, heel12002200-2102180-19060-70
Hen15002200-2102180-19070-90
Eend17002180-2002160-170120-150
Gans40002160-1702150-160180-200
Kalkoen, kalkoenenhen50002150-1602140-150180-240
Vis
Hele vis10002200-2102170-18050-60
Vissouffl é15002180-2002150-17050-70

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het diepe bakblik. Plaats kleinere bakblikken op het rooster, dat u in de 1e -2e geleider plaatst (het diepe bakblik mag u niet in de 1e geleider plaatsen).

Pagina 21

Grilleren en bruinen

Tips voor het grilleren

Pagina 22

Tabel: grilleren met de grote grill

Soort gerechtGewicht (in g)Geleider (van onderaf)Temperatuur (in °C)Temperatuur (in °C)Grilleertijd (in min.)
Vlees en worstjes
4 runderbiefstuklapjes, raw180g/stuk4Niveau-14-16
4 runder biefstuklapjes, rose“4-16-20
4 runderbiefstuklapjes, doorbakken“4-18-21
4 schnitzels van varkensnekstuk“4-19-23
4 ribstukken“4-20-24
4 kalfsschnitzels“4-19-22
6 lamskoteletten100g/stuk4-15-19
8 grillworstjes100g/stuk4-11-14
3 plakken leverkaas200g/stuk4-9-15
1/2 kip600g2-180-19025 (ene kant) 20 (andere kant)
Vis
Plakken zalm6003-19-22
4 forellen200g/stuk2-170-18045-50
Toast
6 witte boterhammen/4-1,5-3
4 boterhammen uit gemengd meel/4-2-3
Belegde broodjes/4-3,5-7
Vlees/gevleugelte*
Eend*20002210150-17080-100
Kip*15002210-220160-17060-85
Varkensbraadstuk15002-150-16090-120
Varkensschouder15002-150-160120-160
Varkensbout10002-150-160120-140
Roastbeef/runderfi let15002-170-18040-80
Gegratineerde groenten **
Bloemkool, savooiekool7502-210-23015-25
Asperges7502-210-23015-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het draagrooster waarop u het vlees plaatst; in het hoofdstuk vlees/gevogelte heeft de geleider betrekking op het diepe bakblik en bij kip op het rooster. Zorg bij het grilleren van vlees altijd voor voldoende vloeistof in het bakblik, zodat het vlees niet verbrandt en keer het vlees tijdens het grilleren. Plaats als u vlees op het rooster grilleert een diep bakblik om het druipende vet op te vangen (zie tips voor het grilleren) op de 1e of 2e geleider. Aanbeveling: Droog forellen af met een vel keukenpapier. Vul de binnenkant van de vis met peterselie, zout en wrijf de buitenkant van de vis in met olie. Leg de vis op het rooster. Vis niet keren tijdens het grillen.

* Als u wilt kunt u ook de spies gebruiken (zie aanwijzingen voor de spies).

** groenten zijn voorgekookt en overgoten met bechamelsaus met geraspte kaas. De kleinere glazen schotel wordt op het rooster geplaatst.

Pagina 23

Tabel: grilleren met de grill

Soort gerechtGewicht (in g)Geleider (van onder af)Temperatuur (in °C)Temperatuur (in °C)Grilleertijd (in min.)
Vlees en worstjes
2 runderbiefl apjes, doorbakken180g/stuk4Niveau-180-21
2 ribstukken4-20-22
2 varkensschnitzels - nekstuk180g/stuk418-22
4 grillworsten100g/stuk4-11-14
4 belegde toastjes4-5-7
Toast - bruinen43-4
3 forellen – op het rooster200g/stuk2-160-17040-50
Kip – op het rooster1500g2-160-17060-80
Varkensschouderstuk – in een diep bakblik1500g2-150-160120-160

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Wekken

Om te wekken gebruikt u de functie onderverwarming met ventilator.

Bereid het voedsel om te wekken en de potten op de gewone wijze voor. Gebruik gewone potten met een rubber ring en glazen deksel. Gebruik geen potten met draai- of metalen deksels en blikken. De potten moeten indien mogelijk even groot, gevuld met dezelfde inhoud en goed gesloten zijn. U kunt tot 6 potten van 1 liter in de oven plaatsen.

Pagina 24

Wektabel

Levensmiddelen om te wekkenHoeveelheidT=170-180°C, Tot er bobbeltjes in de potten verschijnen (in min.)Nadat de vloeistof aan de kook is gebracht
– als hij gaat borrelen
Rusttijd in de oven (in min)
Aardbeien
Fruit met pitten6x1 literong.. 40-55uitschakelen25
Appelmoes6x1 literong. 40-55uitschakelen30
Čežana6x1 literong. 40-55uitschakelen35
Groenten
Zure augurken6x1 literong. 40 do 55uitschakelen30
Boontjes, worteltjes6x1 literong. 40 do 55instellen op 120°C 60 min30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Waarschuwing: De tijden in de tabel zijn slechts ter oriëntatie. Ze worden beïnvloed door de kamertemperatuur, het aantal potten en de warmte van het te wekken fruit en de groenten. Kijk voordat u de oven uitschakelt – bij fruit, of voordat u de temperatuur verlaagt bij een bepaalde groente, of de vloeistof in de wekpotten borrelt.

Belangrijk: Let goed op als de vloeistof in de eerste pot begint te borrelen.

Ontdooien (alleen bij sommige modellen)

Bij onbedoeld activeren van de knop voor het instellen van de temperatuur gaat het controlelampje van de oven branden. De verwarmingselementen zijn niet ingeschakeld.

Draai de levensmiddelen indien mogelijk meerdere malen om of roer ze door, zodat ze gelijkmatig ontdooien.

Pagina 25

Reiniging en onderhoud

U mag het apparaat niet met een apparaat op hete stoom of hogedruk stoomreiniger schoonmaken. Schakel de oven uit en laat hem afkoelen alvorens hem te reinigen.

Voorkant van de ombouw

Reinig de oppervlakte met vloeibare nietschurende schoonmaakmiddelen, die bestemd zijn voor het reinigen van gladde oppervlaktes en met een zacht vileda doekje. Doe het schoonmaakmiddel op de vileda doek en veeg het vuil weg. Vervolgens met water afspoelen. Het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakte aanbrengen. Gebruik geen schurende en agressieve schoonmaakmiddelen, scherpe voorwerpen en sponsjes, die krassen veroorzaken.

Oppervlaktes van het apparaat met een aluminiumlaagje

Reinig delen van het apparaat met een aluminiumlaagje met niet schurende vloeibare schoonmaakmiddelen, die speciaal voor deze oppervlaktes zijn bestemd. Breng het schoonmaakmiddel aan op een vochtige doek en reinig de oppervlakte. Spoel vervolgens de oppervlakte af met water. Het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakte met het aluminiumlaagje aanbrengen. U mag geen schurende reinigingsmiddelen en sponsjes gebruiken. De oppervlakte mag niet in aanraking komen met ovenreinigingssprays.

Voorkant van de roestvrijstalen ombouw

(alleen bij sommige modellen)

Reinig de oppervlakte alleen met een mild schoonmaakmiddel (sopje) en een zacht sponsje, dat geen krassen achterlaat. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of schoonmaakmiddelen, die oplosmiddelen bevatten. Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kunt u de oppervlakte van de ombouw beschadigen.

Gelakte oppervlaktes en kunststofdelen

(alleen bij sommige modellen)

Reinig de knoppen en de handgreep van de deur met een zachte doek en vloeibare schoonmaakmiddelen, bestemd voor de reiniging van gelakte oppervlaktes.

U kunt ook schoonmaakmiddelen gebruiken die speciaal voor dit soort oppervlaktes zijn bestemd. Neem hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het schoonmaakmiddel in acht.

WAARSCHUWING: De genoemde oppervlaktes mogen in geen geval in aanraking komen met ovenreinigingsprays. Deze kunnen oppervlaktes met een aluminiumlaagje zichtbaar en blijvend beschadigen.

Pagina 26

Reiniging

Oven

Neem bij hartnekkig vuil het volgende in acht: De oven moet voor de reiniging altijd afgekoeld zijn.

Nuttige wenken

Pagina 27

Reiniging van de bovenwand van de oven (alleen bij sommige modellen)

Verwijder de bakblikken, het rooster en de geleiders alvorens de oven te reinigen en trek het verwarmingselement horizontaal naar u toe. Trek zo lang aan het verwarmingselement dat het dwarsstaafje vrij komt en uit de lagers aan de linker en rechter kant van de oven kan springen (zie afbeelding).

Na het reinigen van het verwarmingselement duwt u volgens dezelfde procedure het verwarmingselement terug, totdat het dwarsstaafje weer in de lagers vastspringt.

Toebehoren

Toebehoren zoals bijvoorbeeld bakblikken, het rooster en dergelijke, wast u af in een heet sopje.

Vetfilter (alleen bij sommige modellen)

Reinig het vetfilter na elk gebruik met een zacht borsteltje in een heet sopje of was het af in de vaatwasser.

Speciaal email

De oven, de binnenkant van de ovendeur en de bakblikken hebben een laagje speciaal email, dat een gladde en bestendige oppervlakte heeft. Deze speciale laag vereenvoudigt het reinigen bij kamertemperatuur.

Pagina 28

Onderhoud (afhankelijk van het model)

afbeelding 1

afbeelding 2

Het verwijderen van de telescopisch uittrekbare geleiders

Om de wanden van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen kunt u de telescopisch uittrekbare geleiders verwijderen.

Telescopisch uittrekbare geleiders mogen niet gesmeerd worden

De geleiders eenvoudig terugplaatsen in omgekeerde volgorde.

Het verwijderen van het rooster

Verwijder de roosters om de zijwanden van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen.

Het verwijderen van de binnenste glazen plaat van de deur (geldt alleen voor volledig glazen deuren met afneembare hoeken) U kunt het glas van de deur ook vanaf de binnenkant reinigen, maar u moet het er uit nemen:

Pagina 29

afbeelding 3

afbeelding 1

afbeelding 2

Opmerking: Plaats de glazen plaat in de gleuf en schuif hem naar voren (afbeelding 3).

Het verwijderen en terugplaatsen van een ovendeur met een eenassig scharnier

Open de ovendeur volledig en draai de vergrendelingtegen het uittrekken tot het einde terug (afbeelding 1).

Let op:

Overtuig u er altijd van dat de vergrendeling voor het afnemen van de scharnieren voor de inbouw of voor het plaatsen van de ovendeur goed in de houders gesprongen is. Als dit niet zo is, kan bij het verwijderen of plaatsen van de deur de hoofdscharnier onverwachts loskomen of dichtgaan door de sterke veer. Hierbij kunt u zich verwonden.

Pagina 30

Vergrendeling van de deur (alleen bij sommige modellen)

Vervangen van onderdelen van het apparaat

Opmerking: Als een vergrendeling van de deur bij het apparaat geleverd is, bevestigt u de vergrendeling onder het bedieningspaneel van het apparaat overeenkomstig de aanwijzingen voor de inbouw, die bij de vergrendeling zijn gevoegd.

De fitting van de ovengloeilamp staat onder spanning. Er bestaat gevaar van elektrische schok!

Schakel het fornuis altijd uit alvorens het lampje voor de ovenverlichting te vervangen door de zekering los te draaien of de stroomtoevoer met de beveiligingsschakelaar te verbreken.

Het ovenlampje

(hebben alleen enkele modellen)

Het lampje is verbruiksmateriaal en valt daarom niet onder de garantie! Voor de vervanging heeft u een gloeilamp nodig met de volgende specificaties: fitting E 14, 230 V, 25 W, 300°C.

Pagina 31

Speciale waarschuwingen en melding van storingen

In de garantieperiode moet een door de fabrikant gemachtigde servicedienst alle reparaties uitvoeren.

Voor de reparatie moet de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet worden verbroken door het losdraaien van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te trekken.

Ingrepen in en reparaties aan het apparaat door onbevoegden kunnen een elektrische schok en kortsluiting veroorzaken. Verricht daarom zelf geen reparaties en laat dit werk over aan een vakman of de servicedienst.

Kijk in het geval van kleinere storingen in de werking van het apparaat in deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.

Belangrijk

Het bezoek van de servicedienst tijdens de garantieperiode is niet gratis als het apparaat niet werkt door onjuiste bediening. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing altijd bij de hand is en als u het apparaat aan anderen doorgeeft, doe er dan ook de gebruiksaanwijzing bij.

Hieronder vindt u enkele tips in verband met het verhelpen van storingen.

De sensors reageren niet, de gegevens op het display zijn »bevroren«...• Verbreek enkele minuten de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet (draai de zekering los of schakel de hoofdschakelaar uit). Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en schakel de oven in.
De zekering in huis schakelt de stroom meerdere malen uit.....• Bel de servicedienst of een vakman!
De ovenverlichting brandt niet...• De vervanging van het lampje in de oven is beschreven in het hoofdstuk “Vervanging van onderdelen van het apparaat”.
De oven wordt niet warm ...• Heeft u de temperatuur en het verwarmingssysteem juist ingesteld?
• Is de deur van de oven gesloten?
Het gebak is niet gaar...• Heeft u het vetfilter verwijderd?
• Heeft u de aanwijzingen en tips uit het hoofdstuk “Het bakken van gebak” opgevolgd?
• Heeft u de aanwijzingen uit de baktabel nauwkeurig opgevolgd?
De timer laat ongewone waarden zien of schakelt ongecontroleerd aan of uit…• Verbreek de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet enkele minuten (draai de zekering los, verbreek de verbinding met het elektriciteitsnet of zet de hoofdschakelaar uit) als de timer niet goed werkt. Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en stel de juiste dagtijd in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina 32

Het display van de programmeerklok knippert• Er is stroomuitval geweest of het apparaat is zojuist op het elektriciteitsnet aangesloten. Alle ingestelde tijden zijn gewist.
• Stel de juiste tijd in, zodat de werking van de oven kan beginnen.
• Na de automatische werking schakelt de oven uit, verschijnt de tijd en klinkt gedurende beperkte tijd een akoestisch signaal. Neem het gerecht uit de oven en draai de knop voor de keuze van de functie en de temperatuurkeuzeknop in de uitgangsstand. Kies de functie “handmatige werking”, zodat u de oven op traditionele wijze kunt gebruiken (zonder programmeren).
Het controlelampje voor de werking brandt niet....• Heeft u alle nodige knoppen geactiveerd?
• Ali se je izklopila hišna varovalka?
• Ali ste pravilno nastavili gumb za nastavitev temperature oziroma gumbza izbiro načina delovanja pečice?

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Als het u ondanks de boven vermelde tips niet is gelukt de storing te verhelpen, bel dan de servicedienst. Het verhelpen van een storing of klacht, ontstaan door ondeskundige aansluiting of gebruik van het apparaat valt niet onder de garantie. In dit geval betaalt de gebruiker zelf de kosten van de reparatie.

Pagina 33

Aanwijzingen voor de inbouw en aansluiting

Belangrijke aanwijzingen

Inbouw van het apparaat

Pagina 34

Aansluiting

De elektrische aansluiting mag alleen door de servicedienst of een erkend vakman worden verricht!

Door onjuiste aansluiting kunnen onderdelen van het apparaat vernield worden. Dit valt niet onder de garantie!

34

Pagina 35

De procedure

Kleuren van de draden

L1, L2, L3 = buitenste draden die onder spanning staan. Als regel zijn de kleuren van de draden: zwart, zwart, bruin. N = neutrale draad

De kleur van de draad is als regel blauw. Let op de juiste N-aansluiting!

PE = aardleiding

De kleur van de draad is groen-geel.

Pagina 36

Technische gegevens

Typeplaatje

A Serienummer

B Code

C Model

D Type

E Merk

F Tehnische gegevens G Conformiteits-aanduidingen

WE BEHOUDEN ONS HET RECHT VOOR TOT VERANDERINGEN, DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT NIET BEÏNVLOEDEN.

Pagina's 37–39: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 40

Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.

Plak hier het toestel-identifi catieplaatje.

Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, het complete typenummer bij de hand.

Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.

← pagina's 2–18Inhoud