Pelgrim OKW595MAT, tekst van de handleiding
Pagina's 19–40 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
Braden van vlees
- Voor het braden van vlees kunt u en gebruiken.
- De vetgedrukte gegevens in de tabel laten de meest geschikte wijze van verwarming zien voor de afzonderlijke soort vlees.
- Bij het braden van vlees wordt het gebruik van het vetfilter aanbevolen.
Tips voor pannen
- U kunt pannen van email, vuurvast glas, aardewerk of gietijzer gebruiken.
- Bakblikken van roestvrij staal zijn niet geschikt omdat ze de warmte zeer sterk weerkaatsen.
- Als u een braadstuk afdekt zal het sappiger blijven en zal de oven niet zo vuil worden.
Aanwijzingen voor het braden van vlees
- In de tabel voor het braden van vlees vindt u gegevens over de temperatuur, het niveau en de baktijd. Omdat de baktijden sterk afhankelijk zijn van de soort, het gewicht en de kwaliteit van het vlees, zijn afwijkingen mogelijk.
- Het braden van vlees, gevleugelte en vis is pas economisch bij een gewicht van meer dan 1 kg.
- Bij het braden moet u zoveel vocht toevoegen dat het vet en het sap van het braadstuk niet verbranden. Dit betekent dat u het braadstuk bij langere braadtijden meerdere malen moet controleren en water toe moet voegen.
- Keer het braadstuk na afloop van de helft van de tijd, vooral bij het braden in de braadslee. Het beste resultaat wordt verkregen als het braadstuk eerst met de bovenkant naar beneden wordt gebraden.
- Bij het braden van grotere stukken vlees kan sterkere dampvorming onstaan en kan de ovendeur beslaan. Dit is een natuurlijk verschijnsel en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Droog de ovendeur en het glas in de ovendeur goed af na afloop van het braden.
- Om beslaan te vermijden de gerechten niet laten afkoelen in een gesloten oven.
Pagina 20
Tabel voor het braden van vlees met een combinatie van boven-/onderverwarming of met heteluchtverwarming
| Soort vlees | Gewicht (in g) | Geleider (van onderaf) | Temperatuur (in °C ) | Geleider (van onderaf) | Temperatuur (in °C ) | Braad-tijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Rundergebraad | 1000 | 2 | 200-220 | 2 | 180-190 | 100-120 |
| Rundergebraad | 1500 | 2 | 200-220 | 2 | 170-180 | 120-150 |
| Roastbeef, medium | 1000 | 2 | 220-230 | 2 | 180-200 | 30-50 |
| Roastbeef, doorbraden | 1000 | 2 | 220-230 | 2 | 180-200 | 40-60 |
| Varkensvlees | ||||||
| Varkensgebraad met huid | 1500 | 2 | 180-190 | 2 | 170-180 | 140-160 |
| Buikstuk | 1500 | 2 | 190-200 | 2 | 170-180 | 120-150 |
| Buikstuk | 2000 | 2 | 180-200 | 2 | 160-170 | 150-180 |
| Schouderstuk | 1500 | 2 | 200-210 | 2 | 160-170 | 120-140 |
| Varkensrollade | 1500 | 2 | 200-210 | 2 | 160-170 | 120-140 |
| Casselerrib | 1500 | 2 | 180-200 | 2 | 160-170 | 100-120 |
| Gebraad van gehakt | 1500 | 2 | 210-220 | 2 | 170-180 | 60-70 |
| Kalfsvlees | ||||||
| Kalfsrollade | 1500 | 2 | 180-200 | 2 | 170-190 | 90-120 |
| Kalfsbout | 1700 | 2 | 180-200 | 2 | 170-180 | 120-130 |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsrug | 1500 | 2 | 190-200 | 2 | 170-180 | 100-120 |
| Hamelbout | 1500 | 2 | 190-200 | 2 | 170-180 | 120-130 |
| Wildbraad | ||||||
| Hazenrug | 1500 | 2 | 190-210 | 2 | 180-190 | 100-120 |
| Reebout | 1500 | 2 | 190-210 | 2 | 170-180 | 100-120 |
| Bout van wild zwijn | 1500 | 2 | 190-210 | 2 | 170-180 | 100-120 |
| Gevleugelte | ||||||
| Kip, heel | 1200 | 2 | 200-210 | 2 | 180-190 | 60-70 |
| Hen | 1500 | 2 | 200-210 | 2 | 180-190 | 70-90 |
| Eend | 1700 | 2 | 180-200 | 2 | 160-170 | 120-150 |
| Gans | 4000 | 2 | 160-170 | 2 | 150-160 | 180-200 |
| Kalkoen, kalkoenenhen | 5000 | 2 | 150-160 | 2 | 140-150 | 180-240 |
| Vis | ||||||
| Hele vis | 1000 | 2 | 200-210 | 2 | 170-180 | 50-60 |
| Vissouffl é | 1500 | 2 | 180-200 | 2 | 150-170 | 50-70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het diepe bakblik. Plaats kleinere bakblikken op het rooster, dat u in de 1e -2e geleider plaatst (het diepe bakblik mag u niet in de 1e geleider plaatsen).
Pagina 21
Grilleren en bruinen
- Wees extra voorzichtig bij het grilleren. Door de hoge temperatuur van de infragrill zijn het rooster en de andere delen van het toebehoren in de oven erg heet. Gebruik daarom ovenwanten en een speciale vleestang!
- Als u in het vlees prikt kan er heet vet uit spuiten (bijvoorbeeld uit braadworst). Gebruik een vleestang om brandwonden aan huid en ogen te voorkomen.
- Houd voortdurend toezicht tijdens het grilleren. Het vlees kan snel verbranden door de hoge temperatuur!
- Laat kinderen niet in de buurt van de grill komen.
- Grillen met de infragrill is geschikt om braadworst, stukken gesneden vlees en vis (steak, schitzels, plakken zalm …) knapperig en zonder vet klaar te maken en voor toast en bruinen..
Tips voor het grilleren
- Bij het grilleren moet de ovendeur altijd gesloten zijn.
- In de grilltabel vindt u gegevens over de temperatuur, het niveau en de grilltijd. Omdat de grilltijd sterk afhankelijk is van de soort, het gewicht en de kwaliteit van het vlees, kunnen afwijkingen optreden.
- Bij het grilleren van vlees wordt het gebruik van het vetfilter aanbevolen (afhankelijk van het model).
- De infragrill (grote en kleine grill) 5 minuten voorverwarmen.
- Bestrijk het rooster met olie als u op het rooster grilleert, zodat het vlees er niet aan vast kleeft.
- Leg dunne plakken vlees op het rooster en plaats dit in de 4e geleider.
- Plaats het bakblik voor het opvangen van druipend vet en vleessap in de 1e of 2e geleider.
- Keer het vlees tijdens het grilleren. Laat de eerste kant wat langer bruinen dan de tweede kant.
- Plaats als u grotere stukken vlees op het rooster grilleert (kip, vis) het rooster in de 2e geleider en het bakblik om het druipende vet op te vangen in de 1e geleider.
- Keer dunnere stukken vlees maar één keer, grotere meerdere keren. Gebruik hierbij een vleestang, zodat er niet teveel vleessap uit het vlees loopt.
- Donkere vleessorten worden sneller bruin dan licht varkens- of kalfsvlees.
- Reinig na het grilleren altijd de oven en het toebehoren, zodat het vuil er de volgende keer niet inbakt.
Pagina 22
Tabel: grilleren met de grote grill
| Soort gerecht | Gewicht (in g) | Geleider (van onderaf) | Temperatuur (in °C) | Temperatuur (in °C) | Grilleertijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees en worstjes | |||||
| 4 runderbiefstuklapjes, raw | 180g/stuk | 4 | Niveau | - | 14-16 |
| 4 runder biefstuklapjes, rose | “ | 4 | - | 16-20 | |
| 4 runderbiefstuklapjes, doorbakken | “ | 4 | - | 18-21 | |
| 4 schnitzels van varkensnekstuk | “ | 4 | - | 19-23 | |
| 4 ribstukken | “ | 4 | - | 20-24 | |
| 4 kalfsschnitzels | “ | 4 | - | 19-22 | |
| 6 lamskoteletten | 100g/stuk | 4 | - | 15-19 | |
| 8 grillworstjes | 100g/stuk | 4 | - | 11-14 | |
| 3 plakken leverkaas | 200g/stuk | 4 | - | 9-15 | |
| 1/2 kip | 600g | 2 | - | 180-190 | 25 (ene kant) 20 (andere kant) |
| Vis | |||||
| Plakken zalm | 600 | 3 | - | 19-22 | |
| 4 forellen | 200g/stuk | 2 | - | 170-180 | 45-50 |
| Toast | |||||
| 6 witte boterhammen | / | 4 | - | 1,5-3 | |
| 4 boterhammen uit gemengd meel | / | 4 | - | 2-3 | |
| Belegde broodjes | / | 4 | - | 3,5-7 | |
| Vlees/gevleugelte* | |||||
| Eend* | 2000 | 2 | 210 | 150-170 | 80-100 |
| Kip* | 1500 | 2 | 210-220 | 160-170 | 60-85 |
| Varkensbraadstuk | 1500 | 2 | - | 150-160 | 90-120 |
| Varkensschouder | 1500 | 2 | - | 150-160 | 120-160 |
| Varkensbout | 1000 | 2 | - | 150-160 | 120-140 |
| Roastbeef/runderfi let | 1500 | 2 | - | 170-180 | 40-80 |
| Gegratineerde groenten ** | |||||
| Bloemkool, savooiekool | 750 | 2 | - | 210-230 | 15-25 |
| Asperges | 750 | 2 | - | 210-230 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het draagrooster waarop u het vlees plaatst; in het hoofdstuk vlees/gevogelte heeft de geleider betrekking op het diepe bakblik en bij kip op het rooster. Zorg bij het grilleren van vlees altijd voor voldoende vloeistof in het bakblik, zodat het vlees niet verbrandt en keer het vlees tijdens het grilleren. Plaats als u vlees op het rooster grilleert een diep bakblik om het druipende vet op te vangen (zie tips voor het grilleren) op de 1e of 2e geleider. Aanbeveling: Droog forellen af met een vel keukenpapier. Vul de binnenkant van de vis met peterselie, zout en wrijf de buitenkant van de vis in met olie. Leg de vis op het rooster. Vis niet keren tijdens het grillen.
* Als u wilt kunt u ook de spies gebruiken (zie aanwijzingen voor de spies).
** groenten zijn voorgekookt en overgoten met bechamelsaus met geraspte kaas. De kleinere glazen schotel wordt op het rooster geplaatst.
Pagina 23
Tabel: grilleren met de grill
| Soort gerecht | Gewicht (in g) | Geleider (van onder af) | Temperatuur (in °C) | Temperatuur (in °C) | Grilleertijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees en worstjes | |||||
| 2 runderbiefl apjes, doorbakken | 180g/stuk | 4 | Niveau | - | 180-21 |
| 2 ribstukken | 4 | - | 20-22 | ||
| 2 varkensschnitzels - nekstuk | 180g/stuk | 4 | 18-22 | ||
| 4 grillworsten | 100g/stuk | 4 | - | 11-14 | |
| 4 belegde toastjes | 4 | - | 5-7 | ||
| Toast - bruinen | 4 | 3-4 | |||
| 3 forellen – op het rooster | 200g/stuk | 2 | - | 160-170 | 40-50 |
| Kip – op het rooster | 1500g | 2 | - | 160-170 | 60-80 |
| Varkensschouderstuk – in een diep bakblik | 1500g | 2 | - | 150-160 | 120-160 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Wekken
Om te wekken gebruikt u de functie onderverwarming met ventilator.
Bereid het voedsel om te wekken en de potten op de gewone wijze voor. Gebruik gewone potten met een rubber ring en glazen deksel. Gebruik geen potten met draai- of metalen deksels en blikken. De potten moeten indien mogelijk even groot, gevuld met dezelfde inhoud en goed gesloten zijn. U kunt tot 6 potten van 1 liter in de oven plaatsen.
- Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
- Giet ongeveer 1 liter heet water (ca. 70°C) in een diep bakblik, zodat de juiste vochtigheidsgraad in de oven kan ontstaan. Plaats de potten zo in de oven, dat ze de wanden en elkaar niet aanraken (zie afbeelding). De rubber ringen voor gebruik nat maken.
- Plaats het diepe bakblik met de potten in de 2e geleider van onder af. Let tijdens het wekken goed op de levensmiddelen en breng ze aan de kook – tot de eerste pot gaat borrelen. Neem de wektijden uit de tabel in acht.
Pagina 24
Wektabel
| Levensmiddelen om te wekken | Hoeveelheid | T=170-180°C, Tot er bobbeltjes in de potten verschijnen (in min.) | Nadat de vloeistof aan de kook is gebracht – als hij gaat borrelen | Rusttijd in de oven (in min) |
|---|---|---|---|---|
| Aardbeien | ||||
| Fruit met pitten | 6x1 liter | ong.. 40-55 | uitschakelen | 25 |
| Appelmoes | 6x1 liter | ong. 40-55 | uitschakelen | 30 |
| Čežana | 6x1 liter | ong. 40-55 | uitschakelen | 35 |
| Groenten | ||||
| Zure augurken | 6x1 liter | ong. 40 do 55 | uitschakelen | 30 |
| Boontjes, worteltjes | 6x1 liter | ong. 40 do 55 | instellen op 120°C 60 min | 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Waarschuwing: De tijden in de tabel zijn slechts ter oriëntatie. Ze worden beïnvloed door de kamertemperatuur, het aantal potten en de warmte van het te wekken fruit en de groenten. Kijk voordat u de oven uitschakelt – bij fruit, of voordat u de temperatuur verlaagt bij een bepaalde groente, of de vloeistof in de wekpotten borrelt.
Belangrijk: Let goed op als de vloeistof in de eerste pot begint te borrelen.
Ontdooien (alleen bij sommige modellen)
- Door het circuleren van de lucht in de oven kunt u het ontdooien van bevroren levensmiddelen bespoedigen. Hiervoor moet u de oven op de functie »Ontdooien« instellen .
Bij onbedoeld activeren van de knop voor het instellen van de temperatuur gaat het controlelampje van de oven branden. De verwarmingselementen zijn niet ingeschakeld.
- Geschikt om te ontdooien zijn taarten met slagroom of crème, gebak en koekjes, brood en broodjes en diepgevroren fruit.
- Ontdooi om hygienische redenen geen vlees en gevogelte in de oven.
Draai de levensmiddelen indien mogelijk meerdere malen om of roer ze door, zodat ze gelijkmatig ontdooien.
Pagina 25
Reiniging en onderhoud
U mag het apparaat niet met een apparaat op hete stoom of hogedruk stoomreiniger schoonmaken. Schakel de oven uit en laat hem afkoelen alvorens hem te reinigen.
Voorkant van de ombouw
Reinig de oppervlakte met vloeibare nietschurende schoonmaakmiddelen, die bestemd zijn voor het reinigen van gladde oppervlaktes en met een zacht vileda doekje. Doe het schoonmaakmiddel op de vileda doek en veeg het vuil weg. Vervolgens met water afspoelen. Het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakte aanbrengen. Gebruik geen schurende en agressieve schoonmaakmiddelen, scherpe voorwerpen en sponsjes, die krassen veroorzaken.
Oppervlaktes van het apparaat met een aluminiumlaagje
Reinig delen van het apparaat met een aluminiumlaagje met niet schurende vloeibare schoonmaakmiddelen, die speciaal voor deze oppervlaktes zijn bestemd. Breng het schoonmaakmiddel aan op een vochtige doek en reinig de oppervlakte. Spoel vervolgens de oppervlakte af met water. Het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakte met het aluminiumlaagje aanbrengen. U mag geen schurende reinigingsmiddelen en sponsjes gebruiken. De oppervlakte mag niet in aanraking komen met ovenreinigingssprays.
Voorkant van de roestvrijstalen ombouw
(alleen bij sommige modellen)
Reinig de oppervlakte alleen met een mild schoonmaakmiddel (sopje) en een zacht sponsje, dat geen krassen achterlaat. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of schoonmaakmiddelen, die oplosmiddelen bevatten. Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kunt u de oppervlakte van de ombouw beschadigen.
Gelakte oppervlaktes en kunststofdelen
(alleen bij sommige modellen)
Reinig de knoppen en de handgreep van de deur met een zachte doek en vloeibare schoonmaakmiddelen, bestemd voor de reiniging van gelakte oppervlaktes.
U kunt ook schoonmaakmiddelen gebruiken die speciaal voor dit soort oppervlaktes zijn bestemd. Neem hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het schoonmaakmiddel in acht.
WAARSCHUWING: De genoemde oppervlaktes mogen in geen geval in aanraking komen met ovenreinigingsprays. Deze kunnen oppervlaktes met een aluminiumlaagje zichtbaar en blijvend beschadigen.
Pagina 26
Reiniging
Oven
- U kunt de oven traditioneel reinigen (met schoonmaakmiddelen, met een ovenspray). Doe dit alleen bij hartnekkig vuil en spoel resten van de schoonmaakmiddelen grondig af.
- Voor de regelmatige reiniging van de oven (na elk gebruik) wordt de volgende procedure aanbevolen: Draai de knop voor de keuze van de functie werking van de afgekoelde oven in de stand . Stel de temperatuurkeuzeknop in op 70°C. Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het in de onderste geleider. Na 30 minuten worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze wegvegen met een vochtige doek.
Neem bij hartnekkig vuil het volgende in acht: De oven moet voor de reiniging altijd afgekoeld zijn.
- De oven en delen van het toebehoren na elk gebruik reinigen, zodat het vuil niet inbakt.
- Vet verwijdert u het eenvoudigst met een warm sopje als de oven nog warm is.
- Gebruik bij hartnekkig vuil of als de oven erg vuil is gewone schoonmaakmiddelen voor de oven. Neem de oven grondig af met schoon water, zodat u alle resten van schoonmaakmiddelen verwijdert.
- Gebruik nooit agressieve schoonmaakmiddelen, zoals schurende schoonmaakmiddelen, schuursponsjes voor pannen, roest- en vlekkenverwijderaars en dergelijke.
- Gelakte, roestvrijstalen en verzinkte oppervlaktes of aluminium delen mogen niet met ovensprays in aanraking komen, omdat ze kunnen beschadigen en verkleuren. Hetzelfde geldt voor de voeler van de thermostaat (als het fornuis een klok met een sonde heeft) en het verwarmingselement boven in het fornuis.
- Denk bij de aanschaf en dosering van reinigingsmiddelen aan het milieu en neem de aanwijzingen van de fabrikant van het reinigingsmiddel in acht.
Nuttige wenken
- Als u grote stukken vet vlees braadt, is aan te bevelen deze in aluminiumfolie of in een hiervoor geschikt bakzakje te verpakken, zodat het vet niet door de oven spettert.
- Plaats bij het grilleren onder het rooster met het vlees een bakblik om het druipende vet op te vangen.
Pagina 27
Reiniging van de bovenwand van de oven (alleen bij sommige modellen)
- Om de bovenwand van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen is in sommige apparaten een opvouwbaar bovenste infra-verwarmingselement ingebouwd.
- Alvorens het verwarmingselement neer te klappen moet u de verbinding van het fornuis met het elektriciteitsnet verbreken door de zekering los te draaien of de hoofdschakelaar uit te schakelen. Het verwarmingselement moet afgekoeld zijn, anders bestaat verbrandingsgevaar!
- Het verwarmingselement mag niet worden gebruikt als het is neergeklapt!
Verwijder de bakblikken, het rooster en de geleiders alvorens de oven te reinigen en trek het verwarmingselement horizontaal naar u toe. Trek zo lang aan het verwarmingselement dat het dwarsstaafje vrij komt en uit de lagers aan de linker en rechter kant van de oven kan springen (zie afbeelding).
Na het reinigen van het verwarmingselement duwt u volgens dezelfde procedure het verwarmingselement terug, totdat het dwarsstaafje weer in de lagers vastspringt.
Toebehoren
Toebehoren zoals bijvoorbeeld bakblikken, het rooster en dergelijke, wast u af in een heet sopje.
Vetfilter (alleen bij sommige modellen)
Reinig het vetfilter na elk gebruik met een zacht borsteltje in een heet sopje of was het af in de vaatwasser.
Speciaal email
De oven, de binnenkant van de ovendeur en de bakblikken hebben een laagje speciaal email, dat een gladde en bestendige oppervlakte heeft. Deze speciale laag vereenvoudigt het reinigen bij kamertemperatuur.
Pagina 28
Onderhoud (afhankelijk van het model)
afbeelding 1
afbeelding 2
Het verwijderen van de telescopisch uittrekbare geleiders
Om de wanden van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen kunt u de telescopisch uittrekbare geleiders verwijderen.
- De geleiders aan de onderkant naar binnen draaien en ze vanaf de bovenkant uit de openingen trekken.
- De zijroosters met de telescopische geleiders uitsluitend met gewone schoonmaakmiddelen reinigen.
- Telescopisch uittrekbare geleiders mogen niet in de vaatwasser worden afgewassen.
Telescopisch uittrekbare geleiders mogen niet gesmeerd worden
De geleiders eenvoudig terugplaatsen in omgekeerde volgorde.
Het verwijderen van het rooster
Verwijder de roosters om de zijwanden van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen.
- Draai de roosters aan de onderkant naar binnen en trek ze boven uit de openingen.
- Reinig de roosters uitsluitend met gewone schoonmaakmiddelen.
- Daarna kunt u de roosters gewoon weer ophangen in de hiervoor bestemde openingen en naar beneden trekken.
Het verwijderen van de binnenste glazen plaat van de deur (geldt alleen voor volledig glazen deuren met afneembare hoeken) U kunt het glas van de deur ook vanaf de binnenkant reinigen, maar u moet het er uit nemen:
- Verwijder de ovendeur (zie hoofdstuk Verwijderen en terugplaatsen van de ovendeur.
- Pak de glazen plaat van de deur vast aan de onderste rand, trek hem zachtjes naar u toe en til hem een beetje omhoog. Niet teveel! Hoogstens 10 mm, zodat het lipje van de drager uit loskomt uit de gleuf (afbeelding 1).
- Verwijder het glas (in de richting van pijltje 3) en verwijder de hoekstukken.
- De derde binnenruit (hebben slechts enkele modellen) verwijdert u door eerst de schroeven aan de dragers van het glas los te draaien en hem daarna omhoog te tillen (afbeelding 2). Verwijder voor het reinigen eerst de dragers.
- Plaats de deur terug in omgekeerde volgorde.
Pagina 29
afbeelding 3
afbeelding 1
afbeelding 2
Opmerking: Plaats de glazen plaat in de gleuf en schuif hem naar voren (afbeelding 3).
Het verwijderen en terugplaatsen van een ovendeur met een eenassig scharnier
Open de ovendeur volledig en draai de vergrendelingtegen het uittrekken tot het einde terug (afbeelding 1).
- Sluit de deur dan langzaam, zodat de vergrendeling in de houders komt vast te zitten Bij ongeveer 15° (bij een gesloten deur) tilt u de deur enigzins op en trekt hem uit beide scharnierhouders (afbeelding 2).
- Het terugplaatsen verloopt in omgekeerde volgorde. Plaats de deur onder een hoek van 15° in de scharnierhouders aan de voorkant van het apparaat en schuif hem naar voren en naar beneden, zodat de scharnieren in de inkepingen springen. Controleer of de inkepingen van de scharnieren goed in hun houders gesprongen zijn.
- Open vervolgens de deur volledig en draai de vergrendeling zo ver mogelijk in de beginpositie. Sluit de deur dan langzaam en controleer of hij goed sluit. Als de deur niet goed open of dicht gaat, controleer dan of de inkepingen van de scharnieren goed in de scharnierhouders geplaatst zijn.
Let op:
Overtuig u er altijd van dat de vergrendeling voor het afnemen van de scharnieren voor de inbouw of voor het plaatsen van de ovendeur goed in de houders gesprongen is. Als dit niet zo is, kan bij het verwijderen of plaatsen van de deur de hoofdscharnier onverwachts loskomen of dichtgaan door de sterke veer. Hierbij kunt u zich verwonden.
Pagina 30
Vergrendeling van de deur (alleen bij sommige modellen)
Vervangen van onderdelen van het apparaat
- De ovendeur is uitgerust met een deurvergrendeling, zodat hij niet open kan gaan zolang de vergrendeling niet los laat. U kunt de deurvergrendeling openen door hem zachtjes met de duim naar rechts te duwen en tegelijkertijd de deur naar u toe te trekken.
- Als de ovendeur gesloten wordt, keert de deurvergrendeling automatisch terug in de originele stand.
Opmerking: Als een vergrendeling van de deur bij het apparaat geleverd is, bevestigt u de vergrendeling onder het bedieningspaneel van het apparaat overeenkomstig de aanwijzingen voor de inbouw, die bij de vergrendeling zijn gevoegd.
De fitting van de ovengloeilamp staat onder spanning. Er bestaat gevaar van elektrische schok!
Schakel het fornuis altijd uit alvorens het lampje voor de ovenverlichting te vervangen door de zekering los te draaien of de stroomtoevoer met de beveiligingsschakelaar te verbreken.
Het ovenlampje
(hebben alleen enkele modellen)
Het lampje is verbruiksmateriaal en valt daarom niet onder de garantie! Voor de vervanging heeft u een gloeilamp nodig met de volgende specificaties: fitting E 14, 230 V, 25 W, 300°C.
- Draai het glazen kapje los tegen de wijzers van de klok, verwissel de ovengloeilamp en draai het glazen kapje weer vast.
Pagina 31
Speciale waarschuwingen en melding van storingen
In de garantieperiode moet een door de fabrikant gemachtigde servicedienst alle reparaties uitvoeren.
Voor de reparatie moet de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet worden verbroken door het losdraaien van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te trekken.
Ingrepen in en reparaties aan het apparaat door onbevoegden kunnen een elektrische schok en kortsluiting veroorzaken. Verricht daarom zelf geen reparaties en laat dit werk over aan een vakman of de servicedienst.
Kijk in het geval van kleinere storingen in de werking van het apparaat in deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.
Belangrijk
Het bezoek van de servicedienst tijdens de garantieperiode is niet gratis als het apparaat niet werkt door onjuiste bediening. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing altijd bij de hand is en als u het apparaat aan anderen doorgeeft, doe er dan ook de gebruiksaanwijzing bij.
Hieronder vindt u enkele tips in verband met het verhelpen van storingen.
| De sensors reageren niet, de gegevens op het display zijn »bevroren«... | • Verbreek enkele minuten de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet (draai de zekering los of schakel de hoofdschakelaar uit). Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en schakel de oven in. |
|---|---|
| De zekering in huis schakelt de stroom meerdere malen uit..... | • Bel de servicedienst of een vakman! |
| De ovenverlichting brandt niet... | • De vervanging van het lampje in de oven is beschreven in het hoofdstuk “Vervanging van onderdelen van het apparaat”. |
| De oven wordt niet warm ... | • Heeft u de temperatuur en het verwarmingssysteem juist ingesteld? • Is de deur van de oven gesloten? |
| Het gebak is niet gaar... | • Heeft u het vetfilter verwijderd? • Heeft u de aanwijzingen en tips uit het hoofdstuk “Het bakken van gebak” opgevolgd? • Heeft u de aanwijzingen uit de baktabel nauwkeurig opgevolgd? |
| De timer laat ongewone waarden zien of schakelt ongecontroleerd aan of uit… | • Verbreek de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet enkele minuten (draai de zekering los, verbreek de verbinding met het elektriciteitsnet of zet de hoofdschakelaar uit) als de timer niet goed werkt. Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en stel de juiste dagtijd in. |
Pagina 32
| Het display van de programmeerklok knippert | • Er is stroomuitval geweest of het apparaat is zojuist op het elektriciteitsnet aangesloten. Alle ingestelde tijden zijn gewist. • Stel de juiste tijd in, zodat de werking van de oven kan beginnen. • Na de automatische werking schakelt de oven uit, verschijnt de tijd en klinkt gedurende beperkte tijd een akoestisch signaal. Neem het gerecht uit de oven en draai de knop voor de keuze van de functie en de temperatuurkeuzeknop in de uitgangsstand. Kies de functie “handmatige werking”, zodat u de oven op traditionele wijze kunt gebruiken (zonder programmeren). |
| Het controlelampje voor de werking brandt niet.... | • Heeft u alle nodige knoppen geactiveerd? • Ali se je izklopila hišna varovalka? • Ali ste pravilno nastavili gumb za nastavitev temperature oziroma gumbza izbiro načina delovanja pečice? |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Als het u ondanks de boven vermelde tips niet is gelukt de storing te verhelpen, bel dan de servicedienst. Het verhelpen van een storing of klacht, ontstaan door ondeskundige aansluiting of gebruik van het apparaat valt niet onder de garantie. In dit geval betaalt de gebruiker zelf de kosten van de reparatie.
Pagina 33
Aanwijzingen voor de inbouw en aansluiting
Belangrijke aanwijzingen
- De aansluiting mag uitsluitend door een vakman worden verricht.
- De elektrische leiding moet voorzien zijn van een apparaat dat de oven in alle polen loskoppelt van het elektriciteitsnet en waarbij in open stand de afstand tussen de contacten minstens 3 mm bedraagt. Gechikt zijn LS-schakelaars of zekeringen.
- Voor de aansluiting van het apparaat kan een rubber aansluitkabel (type HO5RR-F met groen/ gele aardleider), geïsoleerde PVC kabel (type HO5VV-F met groen/gele aardleider) of andere gelijkwaardige of betere kabel worden gebruikt.
- Fineer, lijn of bekleding van kunststofelementen die naast het apparaat staan, moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fi neer en de bekleding niet voldoende temperatuurbestendig is, kunnen ze vervormen.
- Verpakkingsmaterialen (plastic folie, piepschuim, spijkers e.d.) moeten uit het bereik van kinderen worden verwijderd omdat ze gevaar kunnen opleveren. Kinderen kunnen kleine deeltjes doorslikken of stikken in het plastic.
Inbouw van het apparaat
- Het fi neer of de bekleding van de inbouwelementen moeten met hittebestendige lijm zijn bewerkt (100°C). Als ze minder temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Voor de inbouw van het apparaat moet in het bereik van de inbouwopening van de achterkant van het keukenelement de achterwand worden verwijderd.
- De maten van de inbouwopening die op de afbeelding zijn vermeld moeten in acht worden genomen.
- De bodem van het keukenelement (max. 530 mm) moet altijd korter zijn dan de zijwanden om voldoende luchtcirculatie mogelijk te maken.
- Nivelleer het keukenelement met behulp van een waterpas.
- Het keukenelement waarin het inbouwapparaat is geplaatst moet goed vaststaan, bijvoorbeeld verbonden zijn met de er naast staande elementen.
- Schuif het apparaat zover in het keukenelement, dat de geleiders van de schroeven die in de boorgaten van het frame van de oven zijn geplaatst tegen de zijkanten van het element rusten.
- Pas bij het bevestigen op, dat u de schroeven niet te sterk aandraait. Hierdoor kunnen de wanden van het keukenelement beschadigen.
Pagina 34
Aansluiting
De elektrische aansluiting mag alleen door de servicedienst of een erkend vakman worden verricht!
Door onjuiste aansluiting kunnen onderdelen van het apparaat vernield worden. Dit valt niet onder de garantie!
- Open de aansluitdoos met behulp van een schroevendraaier, zoals de afbeelding op het afdekplaatje laat zien.
- De aansluitspanning van de gebruiker (230 V tegen N) moet door de vakman met een meetinstrument worden gemeten!
- De verbindingsbruggen moeten overeenkomstig de netaansluiting worden geplaatst!
- Controleer of de spanning die op het typeplaatje is vermeld overeenkomt met de feitelijke netspanning, alvorens het apparaat aan te sluiten.
- De lengte van de aanluitkabel moet minstens 1,5 m bedragen, zodat u het apparaat aan kunt sluiten voordat u het tegen de wand schuift.
- De aardleiding van de aansluitkabel moet zo lang zijn, dat bij eventuele trekbelasting van de kabel de beschermleider later wordt belast dan de draden die onder spanning staan.
34
Pagina 35
De procedure
- Open aan de achterkant van het apparaat het afdekplaatje van de aansluitdoos met een schroevendraaier. Hierbij maakt u met de schroevendraaier de vergrendeling los, zoals op de afbeelding van het afdekplaatje van de aansluitdoos te zien is.
- De aansluitkabel moet via de ontspanner geleid worden, die de kabel tegen uittrekken beveiligt. Als de ontspanner nog niet is gemonteerd, moet u hem zo bevestigen dat hij aan het ene einde aan de mantel van de aansluitdoos wordt vastgehaakt.
- Verricht daarna de aansluiting overeenkomstig één van de mogelijkheden die op de afbeeldingen is weergegeven. Bij verschillende netspanningen moeten de verbindingsbruggen op de juiste wijze opnieuw worden gemonteerd!
- Schroef de ontspanner stevig vast en sluit het afdekplaatje van de aansluitdoos.
Kleuren van de draden
L1, L2, L3 = buitenste draden die onder spanning staan. Als regel zijn de kleuren van de draden: zwart, zwart, bruin. N = neutrale draad
De kleur van de draad is als regel blauw. Let op de juiste N-aansluiting!
PE = aardleiding
De kleur van de draad is groen-geel.
Pagina 36
Technische gegevens
Typeplaatje
A Serienummer
B Code
C Model
D Type
E Merk
F Tehnische gegevens G Conformiteits-aanduidingen
WE BEHOUDEN ONS HET RECHT VOOR TOT VERANDERINGEN, DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT NIET BEÏNVLOEDEN.
Pagina's 37–39: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 40
Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
Plak hier het toestel-identifi catieplaatje.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, het complete typenummer bij de hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.