Pelgrim OKW595MAT, tekst van de handleiding
Oven · Pelgrim · 36 pagina's in het Nederlands · pdf: 40 pagina's, 2,9 MB
Storingen op pagina 31
Pagina 31
Speciale waarschuwingen en melding van storingen
In de garantieperiode moet een door de fabrikant gemachtigde servicedienst alle reparaties uitvoeren.
Voor de reparatie moet de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet worden verbroken door het losdraaien van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te trekken.
Ingrepen in en reparaties aan het apparaat door onbevoegden kunnen een elektrische schok en kortsluiting veroorzaken. Verricht daarom zelf geen reparaties en laat dit werk over aan een vakman of de servicedienst.
Kijk in het geval van kleinere storingen in de werking van het apparaat in deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.
Belangrijk
Het bezoek van de servicedienst tijdens de garantieperiode is niet gratis als het apparaat niet werkt door onjuiste bediening. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing altijd bij de hand is en als u het apparaat aan anderen doorgeeft, doe er dan ook de gebruiksaanwijzing bij.
Hieronder vindt u enkele tips in verband met het verhelpen van storingen.
| De sensors reageren niet, de gegevens op het display zijn »bevroren«... | • Verbreek enkele minuten de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet (draai de zekering los of schakel de hoofdschakelaar uit). Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en schakel de oven in. |
|---|---|
| De zekering in huis schakelt de stroom meerdere malen uit..... | • Bel de servicedienst of een vakman! |
| De ovenverlichting brandt niet... | • De vervanging van het lampje in de oven is beschreven in het hoofdstuk “Vervanging van onderdelen van het apparaat”. |
| De oven wordt niet warm ... | • Heeft u de temperatuur en het verwarmingssysteem juist ingesteld? • Is de deur van de oven gesloten? |
| Het gebak is niet gaar... | • Heeft u het vetfilter verwijderd? • Heeft u de aanwijzingen en tips uit het hoofdstuk “Het bakken van gebak” opgevolgd? • Heeft u de aanwijzingen uit de baktabel nauwkeurig opgevolgd? |
| De timer laat ongewone waarden zien of schakelt ongecontroleerd aan of uit… | • Verbreek de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet enkele minuten (draai de zekering los, verbreek de verbinding met het elektriciteitsnet of zet de hoofdschakelaar uit) als de timer niet goed werkt. Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en stel de juiste dagtijd in. |
Pagina 32
| Het display van de programmeerklok knippert | • Er is stroomuitval geweest of het apparaat is zojuist op het elektriciteitsnet aangesloten. Alle ingestelde tijden zijn gewist. • Stel de juiste tijd in, zodat de werking van de oven kan beginnen. • Na de automatische werking schakelt de oven uit, verschijnt de tijd en klinkt gedurende beperkte tijd een akoestisch signaal. Neem het gerecht uit de oven en draai de knop voor de keuze van de functie en de temperatuurkeuzeknop in de uitgangsstand. Kies de functie “handmatige werking”, zodat u de oven op traditionele wijze kunt gebruiken (zonder programmeren). |
| Het controlelampje voor de werking brandt niet.... | • Heeft u alle nodige knoppen geactiveerd? • Ali se je izklopila hišna varovalka? • Ali ste pravilno nastavili gumb za nastavitev temperature oziroma gumbza izbiro načina delovanja pečice? |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Als het u ondanks de boven vermelde tips niet is gelukt de storing te verhelpen, bel dan de servicedienst. Het verhelpen van een storing of klacht, ontstaan door ondeskundige aansluiting of gebruik van het apparaat valt niet onder de garantie. In dit geval betaalt de gebruiker zelf de kosten van de reparatie.
Pagina 33
Aanwijzingen voor de inbouw en aansluiting
Belangrijke aanwijzingen
- De aansluiting mag uitsluitend door een vakman worden verricht.
- De elektrische leiding moet voorzien zijn van een apparaat dat de oven in alle polen loskoppelt van het elektriciteitsnet en waarbij in open stand de afstand tussen de contacten minstens 3 mm bedraagt. Gechikt zijn LS-schakelaars of zekeringen.
- Voor de aansluiting van het apparaat kan een rubber aansluitkabel (type HO5RR-F met groen/ gele aardleider), geïsoleerde PVC kabel (type HO5VV-F met groen/gele aardleider) of andere gelijkwaardige of betere kabel worden gebruikt.
- Fineer, lijn of bekleding van kunststofelementen die naast het apparaat staan, moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fi neer en de bekleding niet voldoende temperatuurbestendig is, kunnen ze vervormen.
- Verpakkingsmaterialen (plastic folie, piepschuim, spijkers e.d.) moeten uit het bereik van kinderen worden verwijderd omdat ze gevaar kunnen opleveren. Kinderen kunnen kleine deeltjes doorslikken of stikken in het plastic.
Inbouw van het apparaat
- Het fi neer of de bekleding van de inbouwelementen moeten met hittebestendige lijm zijn bewerkt (100°C). Als ze minder temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Voor de inbouw van het apparaat moet in het bereik van de inbouwopening van de achterkant van het keukenelement de achterwand worden verwijderd.
- De maten van de inbouwopening die op de afbeelding zijn vermeld moeten in acht worden genomen.
- De bodem van het keukenelement (max. 530 mm) moet altijd korter zijn dan de zijwanden om voldoende luchtcirculatie mogelijk te maken.
- Nivelleer het keukenelement met behulp van een waterpas.
- Het keukenelement waarin het inbouwapparaat is geplaatst moet goed vaststaan, bijvoorbeeld verbonden zijn met de er naast staande elementen.
- Schuif het apparaat zover in het keukenelement, dat de geleiders van de schroeven die in de boorgaten van het frame van de oven zijn geplaatst tegen de zijkanten van het element rusten.
- Pas bij het bevestigen op, dat u de schroeven niet te sterk aandraait. Hierdoor kunnen de wanden van het keukenelement beschadigen.
Pagina 34
Aansluiting
De elektrische aansluiting mag alleen door de servicedienst of een erkend vakman worden verricht!
Door onjuiste aansluiting kunnen onderdelen van het apparaat vernield worden. Dit valt niet onder de garantie!
- Open de aansluitdoos met behulp van een schroevendraaier, zoals de afbeelding op het afdekplaatje laat zien.
- De aansluitspanning van de gebruiker (230 V tegen N) moet door de vakman met een meetinstrument worden gemeten!
- De verbindingsbruggen moeten overeenkomstig de netaansluiting worden geplaatst!
- Controleer of de spanning die op het typeplaatje is vermeld overeenkomt met de feitelijke netspanning, alvorens het apparaat aan te sluiten.
- De lengte van de aanluitkabel moet minstens 1,5 m bedragen, zodat u het apparaat aan kunt sluiten voordat u het tegen de wand schuift.
- De aardleiding van de aansluitkabel moet zo lang zijn, dat bij eventuele trekbelasting van de kabel de beschermleider later wordt belast dan de draden die onder spanning staan.
34
Pagina 35
De procedure
- Open aan de achterkant van het apparaat het afdekplaatje van de aansluitdoos met een schroevendraaier. Hierbij maakt u met de schroevendraaier de vergrendeling los, zoals op de afbeelding van het afdekplaatje van de aansluitdoos te zien is.
- De aansluitkabel moet via de ontspanner geleid worden, die de kabel tegen uittrekken beveiligt. Als de ontspanner nog niet is gemonteerd, moet u hem zo bevestigen dat hij aan het ene einde aan de mantel van de aansluitdoos wordt vastgehaakt.
- Verricht daarna de aansluiting overeenkomstig één van de mogelijkheden die op de afbeeldingen is weergegeven. Bij verschillende netspanningen moeten de verbindingsbruggen op de juiste wijze opnieuw worden gemonteerd!
- Schroef de ontspanner stevig vast en sluit het afdekplaatje van de aansluitdoos.
Kleuren van de draden
L1, L2, L3 = buitenste draden die onder spanning staan. Als regel zijn de kleuren van de draden: zwart, zwart, bruin. N = neutrale draad
De kleur van de draad is als regel blauw. Let op de juiste N-aansluiting!
PE = aardleiding
De kleur van de draad is groen-geel.
Pagina 36
Technische gegevens
Typeplaatje
A Serienummer
B Code
C Model
D Type
E Merk
F Tehnische gegevens G Conformiteits-aanduidingen
WE BEHOUDEN ONS HET RECHT VOOR TOT VERANDERINGEN, DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT NIET BEÏNVLOEDEN.
Pagina's 37–39: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 40
Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
Plak hier het toestel-identifi catieplaatje.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, het complete typenummer bij de hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Elektrische oven
Geachte koper!
Aanwijzingen voor de aansluiting
Typeplaatje
2
Hartelijk dank voor uw aankoop. Overtuig u er zich zelf van: op onze producten kunt u vertrouwen.
Om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken, geven we u een uitvoerige gebruiksaanwijzing.
Laat deze u helpen om uw nieuwe apparaat zo snel mogelijk te leren kennen. Wij verzoeken u voor het eerste gebruik van het apparaat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen.
Controleer in elk geval of u een onbeschadigd apparaat heeft ontvangen. Als u transportschade vaststelt, verzoeken we u contact op te nemen met de verkoper bij wie u het apparaat heeft gekocht of met het regionale magazijn dat het heeft geleverd. U vindt het telefoonnummer op de rekening of op het afl everingsbewijs. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.
De aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden verricht overeenkomstig het hoofdstuk Aansluiting en volgens de geldende voorschriften en normen. Het werk mag alleen door een vakman worden verricht.
Het typeplaatje met de basisgegevens van het apparaat is aan de rand van de oven bevestigd en is zichtbaar als u de ovendeur opent.
Belangrijke waarschuwingen ........................................3 Beschrijving ....................................................................4 Oven.................................................................................6 Elektronische digitale timer...........................................6 Het klaarmaken van gerechten....................................15 Reiniging en onderhoud ..............................................25 Speciale waarschuwingen en melding van storingen ................................................................31 Aanwijzingen voor de inbouw en aansluiting ............33 Technische gegevens ..................................................36
Pagina 3
Belangrijke waarschuwingen
- Het apparaat mag uitsluitend door de Servicedienst of door een vakman worden aangesloten.
- Bij ondeskundige ingrepen en reparaties aan het apparaat bestaat het gevaar van een elektrische schok en kortsluiting. Doe dit dus niet om lichamelijk letsel en beschadiging van het apparaat te voorkomen. Deze handelingen mogen uitsluitend door een vakman of door de servicedienst worden verricht.
- Bij het koken of bakken kunnen oververhit vet of olie op de kookplaat snel vlam vatten. Er bestaat verbrandings- en brandgevaar, houd daarom voortdurend toezicht bij het bakken.
- Opgelet: Laat kinderen niet zonder toezicht in de buurt van het apparaat, omdat ze de gevaren ervan niet kunnen overzien. Er bestaat gevaar voor brandwonden! Houd kleine kinderen uit de buurt van het apparaat. Oudere kinderen mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken.
- Opgelet: Gevaar voor brandwonden! Verwarmingselementen, de oven en keukengerei kunnen tijdens gebruik zeer heet worden. Gebruik daarom altijd pannenlappen of ovenwanten en neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen om brandwonden te voorkomen.
- Stroomkabels van andere apparaten in de buurt van dit grote apparaat kunnen beschadigd raken, als ze worden afgeklemd door bijvoorbeeld de ovendeur. Er kan dan kortsluiting ontstaan. Houd daarom stroomkabels van andere apparatuur op veilige afstand.• Gebruik geen aparaten op hete stoom of hogedrukreinigers. Deze kunnen kortsluiting veroorzaken.
- Wees extra voorzichtig bij het bakken en braden van voedsel in de oven. Bakblikken, het rooster en de binnenkant van de oven worden erg heet door de hoge temperaturen. Gebruik daarom ovenwanten.
- Tijdens de werking van de oven wordt de ovendeur erg warm. Als extra bescherming is een derde glazen plaat ingebouwd, die de temperatuur van de oppervlakte van de buitenste glazen plaat van de ovendeur verlaagt (alleen bij sommige modellen).
- Bekleed de oven niet met aluminiumfolie en plaats geen bakblikken en andere schalen op de bodem van de oven. De folielaag verhindert het cirkuleren van de lucht in de oven, houdt het bakken tegen en beschadigt het email.
- De scharnieren van de ovendeur kunnen bij overbelasting beschadigen. Plaats geen zware schalen of pannen op de openstaande ovendeur en leun er niet op bij het reinigen van de oven. Verwijder de deur alvorens de oven te reinigen (zie hoofdstuk Verwijderen en terugplaatsen van de ovendeur). Niet op de geopende deur gaan staan of zitten (kinderen!).
- Het apparaat is overeenkomstig alle voorgeschreven veiligheidsnormen gefabriceerd. Desondanks is het niet aan te raden dat het zonder het nodige toezicht wordt gebruikt door personen met verminderde lichamelijke-, motorische- of geestelijke capaciteiten of personen met onvoldoende ervaring of kennis. Hetzelfde geldt ook voor het gebruik van het apparaat door minderjarigen.
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Pagina 4
Doelmatig gebruik
Beschrijving
Het apparaat is bestemd voor voedselbereiding in het huishouden en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt! De afzonderlijke gebruiksmogelijkheden zijn uitgebreid beschreven in het vervolg van deze gebruiksaanwijzing.
Op de afbeelding is één van de modellen van de inbouwapparaten beschreven. Omdat de apparaten waarvoor deze gebruiksaanwijzing is opgesteld verschillend zijn uitgerust, kunnen ook functies en toebehoren zijn beschreven, die uw apparaat niet heeft.
- 1. Bedieningspaneel
- 2. Handgreep van de oven
- 3. Deur van de oven
Pagina 5
1 Aan/uit knop en keuze van de werkingswijze van de oven
2 Timer
3 Knop voor het instellen van de temperatuur in de oven
4 Controle lampje van de oven. Brandt zolang de oven opwarmt en gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt (hebben slechts enkele modellen).
| Koelventilator | Het aparaat heeft een ingebouwde koelventilator, die de ombouw en het bedieningspaneel van het apparaat koelt. |
| Verlengde werking van de koelventilator | Na het uitschakelen van de oven blijft de koelventilator nog korte tijd werken, waardoor het apparaat extra wordt gekoeld. |
| Controlelampjes | Rood lampje |
| Het rode lampje brandt als de verwarmingselementen in de oven in werking zijn en gaat uit als de ingestelde temperatuur is bereikt. |
Pagina 6
Oven
Voor het eerste gebruik
Belangrijke aanwijzingen
- Verwijder alle delen van het toebehoren uit de oven en reinig ze met een warm sopje. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen. Als u de oven voor de eerste keer verwarmt komt er een typische geur van »nieuw« vrij. Daarom moet u tijdens het verwarmen de ruimte grondig luchten.
- Gebruik donkere bakblikken met een siliconen- of email laag, omdat deze een bijzonder goede warmtegeleiders zijn.
- Verwarm de oven alleen voor als dit in het recept of in de tabellen van deze gebruiksaanwijzing is vermeld.
- Bij het verwarmen van de lege oven wordt veel energie verbruikt, daarom kunt u energie besparen door verschillende soorten gebak of pizza’s opeenvolgend te bakken, omdat de oven dan al warm is.
- Tegen het einde van de baktijd kunt u de oven ongeveer 10 minuten voor het einde uitschakelen. Hiermee bespaart u energie en benut u de geaccumuleerde warmte.
Elektronische digitale timer
Sensortoetsen:
A Sensortoets voor het selecteren en bevestigen van instellingen B Sensortoets omlaag (min) C Sensortoets omhoog (plus)
Display:
1 Duur van de werking van de oven
2 Stoptijd van de werking van de oven
3 Timerknop (alarm)
4 Tijd
5 Kinderslot
6 Klok – weergave van de tijd
- Selecteer de gewenste instelling door op sensortoets (A) te drukken. Het geselecteerde symbool op het display licht kort op, waarbij de functie wordt aangegeven die u kunt instellen of wijzigen. Na vijf seconden licht het symbool langzamer op en wordt de tijdsinstelling weergegeven. De symbolen die oplichten zijn geselecteerd, maar worden op dit moment niet weergegeven op het display (6). De instelling die het laatst gemaakt is, wordt altijd weergegeven.
- Elke keer wanneer u op een sensortoets drukt en deze activeert, hoort u een pieptoon.
Pagina 7
- Als u sensortoets (B) of (C) indrukt en ingedrukt houdt, verhoogt de snelheid waarmee de instelling wordt gewijzigd.
- Bij plaatsing van de stekker van het apparaat in het stopcontact of net na een stroomstoring wordt het woord “META” of “GLAS” kort weergegeven. Vervolgens licht het display even kort op. Om de werking van de oven mogelijk te maken, gebruikt u de sensortoetsen B en C om de tijd in te stellen.
- Wanneer een stroomstoring minder dan twee minuten duurt, blijven alle instellingen opgeslagen.
Om de werking van de sensortoetsen te verbeteren, drukt u deze met een groter oppervlak van uw vinger in.
De tijd instellen (klok)
- Stel de klok in op de huidige tijd door op sensortoets (A) te drukken. Selecteer vervolgens symbool (4).
- Gebruik de sensortoetsen (B) en (C) om de juiste tijd in te stellen.
- Bevestig de instelling door opnieuw op sensortoets (A) te drukken. Als sensortoets (A) niet wordt ingedrukt, wordt de instelling na een paar seconden automatisch bevestigd.
De programmatimer kan op drie manieren worden gebruikt om de oven te programmeren:
- De bereidingstijd instellen - de oven treedt onmiddellijk in werking en na een ingestelde tijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
- Het einde van de bereidingstijd instellen - de tijd waarop de werking van de oven moet eindigen, wordt ingesteld.
- Het (uitgestelde) begin van de bereidingstijd instellen - een automatisch begin en einde van de werking van de oven, op een geselecteerd tijdstip.
De bereidingstijd instellen
Met deze programmamodus wordt de duur van de werking van de oven (de bereidingstijd) ingesteld. De maximaal toegestane instelling is 10 uur.
- Druk op sensortoets (A) om symbool (1) te selecteren. Gebruik de sensortoetsen (B) en (C) om de duur / bereidingstijd in te stellen.
- Zet de oven aan (door gebruik te maken van de bijbehorende ovenknoppen voor de werkingsmodus en temperatuur). Als de ingestelde tijd voorbij is, stopt de werking van de oven automatisch (einde van de bereidingstijd). Er klinkt een onderbroken pieptoon, die kan worden uitgezet door op een van de toetsen te drukken. Als er geen toets wordt ingedrukt, stopt de pieptoon na één minuut.
- Symbool (1) en de bereidingstijd “0.00” op het display lichten nu op. Als u de bereidingstijd wenst te verlengen, drukt u op sensortoets (A) en stelt u een nieuwe tijdsduur in, indien nodig.
Het einde van de bereidingstijd instellen
Met deze modus kunt u de tijd instellen waarop de werking van de oven moet eindigen. De maximaal toegestane instelling is 10 uur vanaf het huidige tijdstip.
- Zorg ervoor dat de huidige tijd juist is ingesteld.
- Gebruik sensortoets (A) om symbool (2) te selecteren. De huidige tijd wordt weergegeven op het display. Druk op de sensortoetsen (B) en (C) om het einde van de bereidingstijd in te stellen.
- Zet de oven aan (door gebruik te maken van de bijbehorende ovenknoppen voor de werkingsmodus en temperatuur). De werking van de oven begint onmiddellijk en stopt op de ingestelde tijd. Er klinkt een onderbroken pieptoon, die kan worden uitgezet door op een van de toetsen te drukken. Als er geen toets wordt ingedrukt, stopt de pieptoon na één minuut.
- Symbool (1) en de bereidingstijd “0.00” op het display lichten nu op. Als u de bereidingstijd wenst te verlengen, drukt u op sensortoets (A) en stelt u een nieuwe tijdsduur in, indien nodig.
7
Pagina 8
Het (uitgestelde) begin van de bereidingstijd instellen
Bij deze werkingsmodus moeten twee instellingen worden gemaakt: de bereidingstijd (duur van de werking van de oven) en het einde van de bereidingstijd (tijd waarop de werking moet eindigen). Het einde van de bereidingstijd kan worden uitgesteld tot 24 uur na het huidige tijdstip.
- Zorg ervoor dat de huidige tijd juist is ingesteld.
- Stel eerst de bereidingstijd in: druk op sensortoets (A) om symbool (1) te selecteren. Gebruik de sensortoetsen (B) en (C) om de duur / bereidingstijd in te stellen.
- Stel vervolgens het einde van de bereidingstijd in: gebruik sensortoets (A) om symbool (2) te selecteren. (Een som van de huidige tijd en de werkingsduur van de oven wordt automatisch weergegeven op het display). Druk op de sensortoetsen (B) en (C) om het einde van de bereidingstijd in te stellen.
- De timer wacht nu op de begintijd van de bereiding – de symbolen (1) en (2) lichten op.
- Zet de oven aan (door gebruik te maken van de bijbehorende ovenknoppen voor de werkingsmodus en temperatuur). Op het gekozen tijdstip treedt de oven automatisch in werking (symbool (2) gaat uit bij het begin van de werking), en stopt wanneer de ingestelde bereidingstijd voorbij is. Er klinkt een onderbroken pieptoon, die kan worden uitgezet door op een van de toetsen te drukken. Als er geen toets wordt ingedrukt, stopt de pieptoon na één minuut.
- Symbool (1) en de bereidingstijd “0.00” op het display lichten nu op. Als u de bereidingstijd wenst te verlengen, drukt u op sensortoets (A) en stelt u een nieuwe tijdsduur in, indien nodig.
De timer (alarm) instellen
De klok kan ook afzonderlijk van de werking van de oven worden gebruikt, als een timer met een alarmtoon bij het verlopen van een vooraf ingestelde tijd.
- Gebruik sensortoets (A) om symbool (3) te selecteren. Gebruik vervolgens de sensortoetsen (B) en (C) om de tijd in te stellen waarna de alarmtoon moet klinken. De maximaal toegestane instelling is 10 uur.
- Wanneer de ingestelde tijd voorbij is, klinkt er een onderbroken pieptoon, die kan worden uitgezet door op een van de toetsen te drukken. Als er geen toets wordt ingedrukt, stopt de pieptoon na één minuut. Symbool (3) gaat uit.
De laatste minuut bij het aftellen op de timer wordt weergegeven in seconden.
Het volume van de pieptoon instellen
Het volume van de alarmtoon kan worden ingesteld wanneer de timerfunctie niet actief is (alleen de huidige tijd wordt nu weergegeven).
- Druk op sensortoets (B) en houd deze ongeveer drie seconden ingedrukt. Er verschijnt nu een weergave van het volume en u hoort het bijbehorende geluid. “oooo” geeft het maximale volume weer en “o” geeft het minimale volume weer. Gebruik sensortoets (B) om een keuze te maken uit de vier volumeniveaus.
- Bevestig het geselecteerde volumeniveau door op sensortoets (A) te drukken. Als sensortoets (A) niet wordt ingedrukt, wordt de instelling na een paar seconden automatisch bevestigd en opgeslagen.
Het kinderslot instellen
De klok kan pas worden geblokkeerd wanneer een van de timerfuncties is ingesteld (duur van de werking, einde van de werking of alarm). De oven werkt normaal, maar u kunt geen instellingen wijzigen Activeren: druk op sensortoets (A) om symbool (5) te selecteren. Gebruik de sensortoetsen (B) en (C) om het kinderslot te activeren. Op het display staat nu “ON”. Bevestig de instelling door op sensortoets (A) te drukken.
8
Pagina 9
Deactiveren: druk op sensortoets (B) of (C) om het kinderslot te deactiveren. Er wordt nu “OFF” weergegeven.
De instelling moet worden bevestigd door op sensortoets (A) te drukken.
Display dimmer
Tussen middernacht en 6 uur ‘s ochtends wordt het display automatisch minder verlicht als er geen timerfunctie.
De instellingen van de timer wissen
- Alle instellingen van de timer kunnen op elk gewenst moment worden gewist door de sensortoetsen (B) en (C) tegelijkertijd in te drukken en deze gedurende drie seconden ingedrukt te houden. De ingestelde programma’s worden automatisch onderbroken en de timer geeft nu de huidige tijd weer.
- Elke instelling van de timer kan ook op de volgende manier worden gewist: selecteer de instelling met sensortoets (A) en druk vervolgens de sensortoetsen (B) en (C) tegelijkertijd in. U kunt een instelling ook wissen door de timer op “0.00” in te stellen.
Bediening van de oven
Voor de bediening van de oven zijn de knoppen aan/uit en keuze van de werking van de oven en de knop voor het instellen van de temperatuur bestemd.
Knop voor het instellen van de temperatuur
, ,
Opmerking: Stel de temperatuurknop in op de stand als u de ovenfunctie Grote grill of grill gebruikt.
Knop aan/uit en keuze van de ovenfunctie.
Pagina 10
De oven heeft de volgende functies:
Ovenverlichting
Sommige modellen hebben twee lampjes voor de ovenverlichting: één boven aan de achterwand en een extra lampje in het midden van de zijwand.
U kunt de ovenverlichting onafhankelijk inschakelen, zonder een andere functie van de oven in te schakelen.
Bij alle andere functies wordt de ovenverlichting automatisch ingeschakeld bij het instellen van de functie.
Boven/onderverwarming
De verwarmingselementen aan de boven- en onderkant van de oven stralen gelijkmatig warmte uit in de oven. Het bakken van gebak of het braden van vlees is slechts op één niveau mogelijk.
Grote grill
Bij deze functie werkt het bovenste verwarmingselement met infraverwarming. De warmte wordt rechtstreeks uitgestraald door het infraverwarmingselement, dat aan de bovenkant van de oven is bevestigd. Om het verwarmingseffect te versterken of de hele oppervlakte van het ovenrooster optimaal te benutten is tegelijkertijd ook de bovenverwarming ingeschakeld.
Deze functie is geschikt voor het grilleren van kleinere stukken vlees zoals steak, braadworst, schnitzels, koteletten enz.
Grill
Alleen het infraverwarmingselement werkt, dat deel uitmaakt van de grote grill. Geschikt voor het grilleren van kleinere hoeveelheden belegde broodjes, bierworstjes, het roosteren van toast.
Grill met ventilator
Bij deze functie werken het infraverwarmingselement en de ventilator tegelijkertijd. De functie is geschikt voor het grilleren van vlees en het braden van grotere stukken vlees of gevleugelte op één niveau van de oven. Het is ook geschikt voor het gratineren en zorgt voor een krokante bovenlaag van het gerecht.
Pagina 11
Hete lucht en onderverwarming
Bij deze functie werken de onderverwarming en de ventilator met hete luchtverwarming tegelijkertijd. De functie is vooral geschikt voor het bakken van pizza’s. Het beste resultaat wordt bereikt bij het bakken van vochtig of zwaar gebak, vruchtentaarten van gistdeeg of zandtaartdeeg en kwarktaarten.
Hete lucht
Bij deze functie werken het ronde verwarmingselement en de ventilator tegelijkertijd. De ventilator aan de achterwand van de oven zorgt voor een voortdurende cirkulatie van de hete lucht om rond het vlees of gebak.
De functie is geschikt voor het braden van vlees en gebak op meerdere niveau’s. De bak/braadtemperaturen zijn lager dan bij het conventionele systeem.
Ontdooien
Bij deze functie cirkuleert de lucht zonder dat de verwarmingselementen zijn ingeschakeld. Alleen de ventilator werkt.
Onderverwarming en ventilator
Bij deze wijze werken de onderverwarming en de ventilator tegelijkertijd. Te gebruiken voor het bakken van laag gerezen gebak en het inkoken van fruit en groenten.
Gebruik de 1e geleider van beneden en niet te hoge bakblikken, zodat de warme lucht ook rond de bovenkant van het gerecht kan cirkuleren.
Boven- en onderverwarming met ventilator
De boven- en onderwarming en de ventilator werken. De ventilator zorgt voor een gelijkmatige cirkulatie van de hete lucht in de oven. Het systeem is geschikt voor het bakken van alle soorten gebak, voor het ontdooien van voedsel, het drogen van fruit en groenten. Wacht tot het lampje voor de eerste keer uitgaat voordat u het gerecht in de warme oven plaatst. De beste bakresuttaten worden bereikt bij het bakken op één niveau.
Minder goede bakresultaten worden bereikt bij het bakken op twee niveau’s. De oven moet worden voorverwarmd. Gebruik de 2. en
- 4. richel (van beneden af geteld). De bak/braadtemperaturen zijn lager dan bij het conventionele verwarmingssysteem.
11
Pagina 12
Bakniveau’s (afhankelijk van het model)
Aqua Clean
Alleen het verwarmingselement aan de onderkant van de oven geeft warmte af. U kiest deze functie als u de onderkant van gebak sterker wilt bakken) bijvoorbeeld bij het bakken van vochtig gebak met vruchtenvulling). Stel de knop voor het instellen van de temperatuur in op de gewenste temperatuur.
- Toebehoren (rooster, ondiep en diep bakblik) kunt op 4 niveau’s in de oven plaatsen.
- Let er op dat de bak/braadniveau’s altijd van beneden naar boven worden geteld! (In de hierna vermelde bak/ braadtabellen zijn de afzonderlijke niveau’s beschreven).
- De geleiders zijn: schuif-, rooster- of telescopisch uittrekbare geleiders (afhankelijk van het model van het apparaat). De niveau’s 2, 3 en 4 zijn met telescopisch uittrekbare geleiders uitgerust. Bij roostergeleiders moet u het rooster en de bakblikken altijd in de spleet van de roosterprofi elen plaatsen bepaald.
Pagina 13
Telescopisch uittrekbare geleiders (afhankeljk van het model)
Het 2e, 3e en 4e niveau zijn met telescopisch uittrekbare geleiders uitgerust. Links en rechts in de oven bevinden zich telescopische geleiders op 3 niveau’s.
De uittrekbare niveaus zijn uitgevoerd met (afhankelijk van het model):
- drie gedeeltelijk uittrekbare geleiders - één volledig en twee gedeeltelijk uittrekbare geleiders - drie volledig uittrekbare geleiders
De telescopisch uittrekbare geleiders en andere delen van het toebehoren worden warm! Gebruik bij het werk een ovenwant of soortgelijke bescherming!
- Trek de telescopisch uittrekbare geleiders van één niveau uit alvorens het rooster, bakblik of de pan voor het vet in de oven te plaatsen. Trek de telescopisch uittrekbare geleiders van één niveau uit.
- Plaats het rooster en het lage of diepe bakblik op de uittrekbare geleiders en schuif het het dan met de hand zo ver mogelijk in de oven. Sluit de ovendeur pas nadat de telescopische geleiders helemaal zijn ingeschoven.
Pagina 14
Oventoebehoren (afhankelijk van het model)
Vetfilter (afhankelijk van het model)
Rooster waarop u de schaal met het gerecht of rechtstreeks het gerecht plaatst.
Het lage bakblik is uitsluitend bestemd voor het bakken van gebak en koekjes.
Het diepe bakblik is bestemd voor het braden van vlees en het bakken van vochtig gebak. Het kan ook worden gebruikt als bakblik om het druipende vet op te vangen.
Tijdens het braden mag u het diepe bakblik niet in de 1e geleider plaatsen, behalve als u de grillspies gebruikt, waarbij het diepe bakblik dient om het vet op te vangen.
Het geplaatste vetfilter aan de achterwand van de oven beschermd de ventilator, de verwarmingsring en de oven tegen ongewenste bevuiling met vet. Bij het braden van vlees is het gebruik van het vetfilter aan te bevelen. Verwijder het filter altijd bij het bakken van gebak! Het vetfilter kan bij het bakken van cake minder goede resultaten geven.
Pagina 15
Het klaarmaken van gerechten
Het bakken van gebak
- Voor het bakken van gebak kunt u , en gebruiken. (De bediening van de oven met het gekozen systeem is afhankelijk van het model van het apparaat).
- Bij het bakken van gebak moet u het vetfilter altijd uit de oven verwijderen!
Aanwijzingen
- Neem bij het bakken van gebak altijd de keuze van de geleider, de temperatuur en de baktijd uit de tabel voor het bakken van gebak in acht en vergeet eventuele vroegere ervaringen, die u heeft opgedaan bij het gebruik van andere ovens. De waarden in de tabel voor het bakken van gebak zijn speciaal voor deze oven bepaald en gecontroleerd.
- Als u een bepaalde gebaksoort niet aantreft in de tabel voor het bakken van gebak, kies dan de gegevens van een soortgelijk gebak.
Het bakken van gebak met boven/onderverwarming
- Gebruik slechts één bakniveau.
- De boven/onderverwarming zijn bijzonder geschikt voor het bakken van verschillende soorten gebak, brood en het braden van vlees.
- Gebruik donkere bakblikken. In lichte bakblikken wordt het gebak minder goed gebakken (wordt minder bruin) omdat ze de warmte terugkaatsen.
- Plaats bakvormen altijd op het rooster. Verwijder het rooster als u het bijgeleverde bakblik gebruikt.
- Voorverwarmen verkort de baktijd. Plaats het gebak pas in de oven als de gekozen temperatuur is bereikt, dat is als het controlelampje voor de eerste keer uitgaat.
Het bakken van gebak met hetelucht
Het bakken van gebak met hetelucht is bijzonder geschikt voor het bakken op meerdere niveau’s, vooral van koekjes op lage bakplaten. We bevelen aan de oven voor te verwarmen en de 2e en 3e geleider te gebruiken. Eveneens geschikt voor het bakken van vochtig gebak en vruchtentaarten (bakken op één niveau).
- De temperatuur is gewoonlijk lager dan bij het bakken van gebak met boven/onderverwarming (zie ook de tabel voor het bakken van gebak).
- U kunt verschillende soorten gebak samen bakken als de vereiste temperatuur ongeveer gelijk is.
- De baktijd kan ook bij dezelfde bakblikken verschillend zijn. Als u op meerdere bakblikken tegelijkertijd bakt – op twee of drie niveau’s, kan de baktijd voor de afzonderlijke bakblikken verschillen. Misschien zult u het ene bakblik eerder uit de oven moeten halen dan het andere (het bakblik in de bovenste geleider).
15
Pagina 16
- Maak klein gebak, zoals bijvoorbeeld koekjes, indien mogelijk van gelijke dikte. Ongelijkmatig gebak zal ongelijkmatig bruin worden!
- Als u meer gebak tegelijkertijd bakt, zal in de oven een grotere hoeveelheid damp onstaan, die condens kan vormen op de ovendeur.
Aanwijzingen voor het bakken van gebak
Is het gebak gaar?
Prik met een houten stokje in het gebak op de plaats waar het het dikst is. Als er geen deeg aan het stokje blijft zitten, is het gebak gaar. U kunt de oven uitschakelen en de restwarmte gebruiken.
Het gebak is ingezakt
Controleer het recept. Gebruik de volgende keer minder vocht. Neem de tijd voor het mixen in acht, vooral bij het gebruik van keukenmachines.
Het gebak is te licht aan de onderkant
Gebruik de volgende keer een donkere bakvorm voor het bakken, plaats het gebak een geleider lager of schakel de onderverwarming in aan het eind van het bakken.
Gebak met een vochtige vulling (bijvoorbeeld kwarktaart) is niet helemaal gaar
Bak de volgende keer op een lagere temperatuur en verleng de baktijd.
Waarschuwingen bij de tabel voor het bakken van gebak:
- De temperatuur is vermeld met een hogere en een lagere waarde. Stel eerst de lagere temperatuur in en als het gebak niet bruin genoeg wordt, kunt u de volgende keer de temperatuur verhogen.
- De baktijden zijn ongeveer aangegeven en kunnen onder verschillende omstandigheden verschillen.
- De vetgedrukte gegevens in de temperatuurtabel geven de meest geschikte verwarmingswijze voor de afzonderlijke soorten gebak aan.
- Het teken * betekent dat u de oven moet voorverwarmen met het gekozen verwarmingssysteem.
- Controleer als u bakpapier gebruikt of dit bestendig is tegen hoge temperaturen.
Pagina 17
Tabel voor het bakken van gebak met boven/onderverwarming of hetelucht.
| Soort gebak | Geleider (van beneden af) | Temperatuur (in °C) | Geleider (van beneden af) | Temperatuur (in °C) | Baktijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|
| Zoet gebak | |||||
| Marmercake, tulband | 1 | 160-170 | 1 | 150-160 | 50-70 |
| Cake in vierkant bakblik | 1 | 160-170 | 1 | 150-160 | 55-70 |
| Cake in taartvorm | 1 | 160-170 | 2 | 150-160 | 45-60 |
| Kwarktaart in taartvorm | 1 | 170-180 | 2 | 150-160 | 65-85 |
| Vruchtentaart, zandtaartdeeg | 1 | 180-190 | 2 | 160-170 | 50-70 |
| Vruchtentaart met garnering | 1 | 170-180 | 2 | 160-170 | 60-70 |
| Biscuittaart* | 1 | 170-180 | 2 | 150-160 | 30-40 |
| Cake met strooisel | 2 | 180-190 | 2 | 160-170 | 25-35 |
| Vruchtentaart, roerdeeg | 2 | 170-180 | 2 | 150-160 | 45-65 |
| Pruimentaart | 2 | 180-200 | 2 | 150-160 | 35-60 |
| Biscuitrollade* | 2 | 180-190 | 2 | 160-170 | 15-25 |
| Cake van roerdeeg | 2 | 160-170 | 2 | 150-160 | 25-35 |
| Gevlochten brood, krans | 2 | 180-200 | 2 | 160-170 | 35-50 |
| Kerstbrood | 2 | 170-180 | 2 | 150-160 | 45-70 |
| Appelstrudel | 2 | 180-200 | 2 | 170-180 | 40-60 |
| Gevulde bollen | 1 | 170-180 | 2 | 150-160 | 40-55 |
| Pikant gebak | |||||
| Quiche Lorraine | 1 | 190-210 | 2 | 170-180 | 50-65 |
| Pizza* | 2 | 210-230 | 2 | 190-210 | 25-45 |
| Brood | 2 | 190-210 | 2 | 170-180 | 50-60 |
| Broodjes* | 2 | 200-220 | 2 | 180-190 | 30-40 |
| Klein gebak | |||||
| Koekjes van zandtaartdeeg* | 2 | 160-170 | 2 | 150-160 | 15-25 |
| Spritskoekjes* | 2 | 160-170 | 2 | 150-160 | 15-28 |
| Koekjes van gistdeeg | 2 | 180-190 | 2 | 170-180 | 20-35 |
| Koekjes van bladerdeeg | 2 | 190-200 | 2 | 170-180 | 20-30 |
| Schuimgebak/gebak gevuld met crème | 2 | 180-190 | 2 | 180-190 | 25-45 |
| Soufflés | |||||
| Rijstsouffl é | 1 | 190-200 | 2 | 180-190 | 35-50 |
| Kwarksouffl é | 1 | 190-200 | 2 | 180-190 | 40-50 |
| Diepvriesgebak | |||||
| Appel-, kwarkstrudel | 2 | 180-200 | 2 | 170-180 | 50-70 |
| Kwarktaart | 2 | 180-190 | 2 | 160-170 | 65-85 |
| Pizza | 2 | 200-220 | 2 | 170-180 | 20-30 |
| Gebakken aardappelen voor de oven* | 2 | 200-220 | 2 | 170-180 | 20-35 |
| Ovenkroketten | 2 | 200-220 | 2 | 170-180 | 20-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het draagrooster waarop u op een laag bakblik kleinere bakblikken of -vormen plaatst. Tijdens het bakken mag u het diepe bakblik niet in de 1e geleider plaatsen.
Pagina 18
Tabela voor het bakken van gebak met hetelucht en onderverwarming
| Soort gebak | Geleider (van beneden af) | Temperatuur (in °C) | Baktijd (in min.) |
|---|---|---|---|
| Kwarktaart (750g kwark) - zandtaartdeeg | 2 | 150-160 | 65-80 |
| Pizza * - Gistdeeg | 2 | 200-210 | 15-20 |
| Quiche Loraine - krhko testo | 2 | 180-200 | 35-40 |
| Appelgebak met strooisel - gistdeeg | 2 | 150-160 | 35-40 |
| Vruchtencake – roerdeeg | 2 | 150-160 | 45-55 |
| Appelstrudel – strudeldeeg | 2 | 170-180 | 45-65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
| Tabela voor het bakken van gebak met boven en onderverwarming en ventilator | ||
|---|---|---|
| Soort gebak Geleider Temperatuur (in °C) Baktijd (in min.) (van beneden af) | ||
| Zoet gebak | ||
| Marmercake, tulband 1 | 150-160 | 50-60 |
| Cake in vierkant bakblik 1 | 150-160 | 55-65 |
| Cake in taartvorm 1 | 150-160 | 45-55 |
| Kwarktaart in taartvorm 1 | 150-160 | 65-75 |
| Vruchtentaart, zandtaartdeeg 1 | 160-170 | 45-65 |
| Vruchtentaart met garnering 1 | 160-170 | 55-65 |
| Biscuittaart* 1 | 150-160 | 25-35 |
| Cake met strooisel 2 | 160-170 | 25-35 |
| Vruchtentaart, roerdeeg 2 | 150-160 | 45-60 |
| Pruimentaart 2 | 150-160 | 30-40 |
| Biscuitrollade* 2 | 160-170 | 15-23 |
| Cake van roerdeeg 2 | 150-160 | 25-35 |
| Gevlochten brood, krans 2 | 160-170 | 35-45 |
| Kerstbrood 2 | 150-160 | 45-65 |
| Appelstrudel 2 | 160-170 | 50-60 |
| Gevulde bollen 1 | 150-160 | 35-45 |
| Pikant gebak | ||
| Quiche Lorraine 1 | 170-180 | 45-55 |
| Pizza* 2 | 190-200 | 20-25 |
| Brood 2 | 170-180 | 50-60 |
| Broodjes* 2 | 180-190 | 15-20 |
| Klein gebak | ||
| Koekjes van zandtaartdeeg* 2 | 150-160 | 15-25 |
| Spritskoekjes* 2 | 150-160 | 15-25 |
| Koekjes van gistdeeg 2 | 160-170 | 18-23 |
| Koekjes van bladerdeeg 2 | 170-180 | 20-30 |
| Schuimgebak/gebak gevuld met 2 crème | 170-180 | 20-30 |
| Diepvriesgebak | ||
| Appel-, kwarkstrudel 2 | 170-180 | 50-70 |
| Kwarktaart 2 | 160-170 | 65-85 |
| Pizza 2 | 170-180 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Waarschuwing: De geleider heeft betrekking op het lage bakblik of op het rooster waarop u kleinere bakblikken of vormen plaatst.
Verder lezen op pagina 19Inhoud