Pelgrim OM340MAT, tekst van de handleiding
Oven · Pelgrim · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 104 pagina's, 4,7 MB
Storingen op pagina 24
Pagina 24
STORINGEN
Wat moet ik doen indien...
Indien de magnetronoven niet zo goed kookt als deze zou moeten doen, indien er binnenin vonken optreden, of indien de magnetronoven niet wil starten, etc. Probeer eerst de oorzaak van het probleem te vinden voordat u de technische dienst belt.
Controleer het volgende:
- Zit de stekker in het stopcontact?
- Is de deur goed gesloten?
- Is het vermogensniveau en is de bereidingstijd goed ingesteld?
- Zijn er voorwerpen in de magnetronoven die daar niet thuishoren?
- Gebruikt u het juiste keukengerei?
- Zijn de ventilatieopeningen geblokkeerd?
- Is het voedsel voldoende ontdooid?
- Heeft u het voedsel tijdens het koken omgeroerd of omgekeerd?
- Is het kinderslot ingeschakeld?
Pagina 25
TECHNISCHE SPECIFICATIES
Productspecificaties
Op het label aan de binnenzijde van dit apparaat vindt u de totale wattage, het vereiste voltage en de frequentie.
| Buitenafmetingen (bxdxh) | 595 mm x 548* mm x 454 mm |
| Inbouwafmetingen | 560 mm x 550 mm x 450 mm |
| Ovencapaciteit | 50 liter |
| Nominale spanning | 230 V ~ / 50 Hz |
| Nominaal ingangsvermogen | 3000 W |
| Nominaal uitgangsvermogen | 900 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
* Diepte exclusief de diepte van 20 mm van het dashboard.
| ENERGIEVERBRUIK Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om toepasselijke spaarstand te bereiken. | |
|---|---|
| Stand-bymodus | 0,8 W |
| De maximale tijd die de oven nodig heeft om automatisch de stand of toestand voor laag energieverbruik te bereiken. | 20 minuten |
Pagina 26
UW OVEN EN HET MILIEU
Apparaat en verpakking afdanken
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hieromtrent informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en de eisen die zijn vermeld in de normen waar naar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Uw combimagnetron
Inleiding Bedieningspaneel Beschrijving
Voordat u het apparaat gebruikt
Voordat u begint
De klok instellen
Magnetrongebruik
Installatie van de haken
Installatie van de zijrekjes
Instructies voor de ovenfunctieknop en keuzeknop (alleen voor MAC314)
Bediening
Algemeen
Magnetronfuncties
Ovenfuncties
Functies combimagnetron Automatische kookprogramma’s Voorverwarmen
Kinderslot
Pauze
Bereidingstips
Onderhoud
Uw apparaat in goede staat houden Verlichting
Wat moet ik doen indien...
Storingen
Technische specificaties
Productspecificaties
Uw oven en het milieu
Apparaat en verpakking afdanken
Pagina 4
UW COMBIMAGNETRON
Inleiding
Eten bereiden met uw nieuwe magnetronoven is veilig en comfortabel. Binnen korte tijd zet u de heerlijkste gerechten op tafel. Het apparaat is extreem gebruiksvriendelijk, mede vanwege de automatische kook- en ontdooiprogramma’s.
In deze gebruiksaanwijzing vindt u informatie over de installatie, de veiligheid, de bediening en het onderhoud van uw apparaat.
Lees de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Lees deze gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat in gebruik neemt, en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.
De installatie-instructies worden afzonderlijk meegeleverd.
Pagina 5
UW COMBIMAGNETRON
Bedieningspaneel
| 1. Ovenfunctieknop | Draai aan deze knop om de verwarmingsstand in te stellen. |
| 2. UIT-toets | Hiermee schakelt u de oven uit. |
| 3. Kookwekker/kinderslot-toets | Hiermee stelt u de timerfunctie in of activeert u het kinderslot (3 seconden ingedrukt houden). |
| 4. Magnetrontoets | Hiermee stelt u de magnetron in. |
| 5. Toets voor einde bereidingstijd | Hiermee stelt u een einde van de bereidingstijd in. |
| 6. Toets voor snel voorverwarmen | Hiermee wordt de oven snel voorverwarmd. |
| 7. Toets voor automatisch menu | Hiermee stelt u het automatische menu in. |
| 8. Klok/temperatuur-toets | Hiermee stelt u de temperatuur/tijd in. |
| 9. Gewichtstoets | Hiermee stelt u het gewicht in. |
| 10. AAN/UIT-toets ovenverlichting | Hiermee schakelt u de ovenverlichting in of uit. |
| 11. Start/pauzetoets | Hiermee start of pauzeert u de bereiding. |
| 12. Keuzeknop | Hiermee past u de waarden aan die op het display worden weergegeven. |
Pagina 6
UW COMBIMAGNETRON
Beschrijving
- 1. Bedieningspaneel
- 2. Verlichting
- 3. Grillelement
- 4. Roosterniveaus
- 5. Scharnier
- 6. Deurglas
1
Niveau 5
Niveau 4
Niveau 3
Niveau 2
Niveau 1
De volgende accessoires worden bij uw oven geleverd:
- Ovenrooster
Voor magnetron- en ovengebruik.
Geschikt voor de grillfunctie. Op het ovenrooster kan ook een ovenschaal of een pan met voedsel worden geplaatst. Gebruik altijd het ovenrooster tijdens combifuncties.
- Glazen bakplaat
Voor magnetrongebruik.
Gebruik de glazen bakplaat niet voor ovenfuncties!
- Geëmailleerde bakplaat
Voor ovengebruik.
Te gebruiken voor het roosteren van vlees en het bakken van vochtig gebak. Deze plaat kan ook worden gebruikt als druipschaal. Plaats de bakplaat op het eerste niveau om te gebruiken als druipschaal tijdens het grillen.
Gebruik de geëmailleerde bakplaat niet voor magnetronfuncties!
Opmerking
De accessoires kunnen vervormd raken als deze heet worden. Dit heeft geen nadelige invloed op hun functie. Accessoires krijgen hun originele vorm terug zodra deze weer zijn afgekoeld.
Pagina 7
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
Voordat u begint
- Open de deur en verwijder het verpakkingsmateriaal.
- Gebruik de magnetronoven niet indien deze beschadigd is, maar neem in dat geval contact op met uw leverancier.
- Verwijder de beschermende folie vanaf de buitenzijde van de magnetronoven.
- Maak met een vochtige doek de binnenkant van de oven en accessoires schoon. Gebruik geen schuurmiddelen of sterk ruikende reinigingsmiddelen.
De klok instellen
Als de oven is aangesloten op de netspanning, verschijnt ‘00:00’ op het display.
- 1. Druk op de klok/temperatuur-toets.
▷ De uurweergave knippert.
- 2. Stel de uren in met de keuzeknop.
- 3. Druk op de klok/temperatuur-toets.
▷ De minutenaanduiding gaat knipperen.
- 4. Stel de minuten in met de keuzeknop.
- 5. Druk nogmaals op de klok/temperatuur-toets om de ingestelde tijd te bevestigen.
▷ De tijd stopt met knipperen nadat u de juiste tijd hebt ingesteld.
▷ De klok is nu ingesteld.
Opmerkingen
- Als u de tijd op een later tijdstip wilt wijzigen, druk dan op de klok/ temperatuur-toets. De actuele tijd zal knipperen op het display.
- Stel de tijd in met de keuzeknop en druk opnieuw op de klok/temperatuur-toets om te bevestigen.
Pagina 8
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
Magnetrongebruik
Microgolven zijn hoogfrequente elektromagnetische golven. De energie maakt het mogelijk om voedsel te garen of op te warmen zonder de vorm of kleur aan te tasten.
De magnetron wordt gebruikt met de:
- Magnetronstand
- Combi-functie
Bereidingsprincipe
- 1. De microgolven die door de magnetron worden gegenereerd, worden gelijkmatig verspreid. Het voedsel wordt zo gelijkmatig gegaard.
- 2. De microgolven worden tot een diepte van ongeveer 2,5 cm door het voedsel geabsorbeerd. Het garen gaat dan door, omdat de warmte in het voedsel wordt verspreid.
- 3. De bereidingstijden variëren en hangen af van de schaal die u gebruikt en de eigenschappen van het voedsel:
▷ Hoeveelheid en dichtheid ▷ Watergehalte ▷ Begintemperatuur (wel of niet gekoeld)
Belangrijk
Het voedsel wordt van binnen gegaard door middel van warmteverspreiding. Het garen gaat door, zelfs als u het voedsel uit de oven hebt gehaald. Rusttijden in recepten en in dit boekje moeten daarom worden aangehouden om te zorgen voor:
- Gelijkmatige verwarming tot binnen in het voedsel.
- Een gelijke temperatuur in alle delen van het voedsel.
Richtlijnen voor kookgerei voor de magnetron
Kookgerei dat u voor de magnetronstand gebruikt, mag de microgolven niet blokkeren. Metalen zoals roestvrij staal, aluminium en koper weerkaatsen microgolven. Daarom mag u geen gebruik maken van kookgerei dat is gemaakt van metaal. Kookgerei waarop staat aangegeven dat het magnetronbestendig is, kan altijd veilig worden gebruikt. Raadpleeg de volgende richtlijnen voor meer informatie over geschikt kookgerei en gebruik altijd de glazen bakplaat op niveau 1 als u de magnetronstand gebruikt.
Pagina 9
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
| Kookgerei | Magnetronbestendig | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Aluminiumfolie Porselein en aardewerk Wegwerpservies van polyester of karton Fastfoodverpakkingen • Polystyreenbekers • Papieren zakken of krantenpapier • Gerecycled papier of metalen randjes Glaswerk • Ovenschalen • Fijn glaswerk • Glazen potten Metaal Papier • Borden, bekers, keukenpapier • Gerecycled papier Kunststof | Kan in kleine hoeveelheden worden gebruikt om te voorkomen dat bepaalde delen van het voedsel te gaar worden. Er kan zich vonkontlading voordoen indien de folie zich te dicht bij de ovenwand bevindt of als er te veel folie wordt gebruikt. Porselein, aardewerk, geglazuurd aardewerk en ivoorporselein zijn doorgaans geschikt, tenzij ze zijn voorzien van een metalen randje. Soms worden diepvriesmaaltijden verpakt in wegwerpservies. Kan worden gebruikt voor het opwarmen van voedsel. Bij oververhitting kan het polystyreen smelten. Kan vlam vatten. Kan vonkontlading veroorzaken. Kan worden gebruikt, tenzij voorzien van een metalen randje. Kan worden gebruikt voor het opwarmen van voedsel of vloeistoffen. Dun glas kan breken of barsten bij plotselinge verhitting. Het deksel moet worden verwijderd. Alleen geschikt voor opwarmen. Kan vonkontlading of brand veroorzaken. Voor korte bereidingstijden en opwarmen. Ook voor het absorberen van overtollig vocht. Kan vonkontlading veroorzaken. Met name indien hittebestendig thermoplastisch materiaal. Andere soorten plastic kunnen kromtrekken of verkleuren bij hoge temperaturen. Gebruik geen melamineplastic. Kan worden gebruikt om vocht vast te houden. Mag niet in contact komen met het voedsel. Wees voorzichtig wanneer u de folie verwijdert; er kan hete stoom ontsnappen. Alleen indien kook- of ovenbestendig. Mag niet luchtdicht zijn. Indien nodig inprikken met een vork. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
: Aanbevolen : Voorzichtigheid betrachten : Onveilig
Pagina 10
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
Installatie van de haken
Installeer de haken met ‘R’ in de achterste gaten van de ovenruimte. Installeer de haken met ‘F’ in de voorste gaten van de ovenruimte.
Verwijder de tape aan de binnenkant van de ovenruimte vóór de installatie van de haken.
1 a
2 b
3
- 1. Plaats eerst de haak in opening ‘a’.
- 2. Duw vervolgens de haak in opening ‘b’.
- 3. Duw tot slot de haak omlaag naar de juiste positie.
Installatie van de zijrekjes
Let op het verschil tussen het linker en rechter zijrekje.
Linker zijrekje.
Rechter zijrekje.
Pagina 11
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
2
a a
b
c c
ok
Installatie van het linker zijrekje
- 1. Til het rekje op naar positie ‘a’ tegen de voorste haak. Zorg ervoor
dat de achterkant van het zijrekje tegen de achterste haak aan zit.
- 2. Duw het zijrekje naar achteren naar positie ‘b’.
- 3. Duw het zijrekje omlaag naar positie ‘c’ in de groef van de haak.
- 4. Klaar.
Pagina 12
VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT
Instructies voor de ovenfunctieknop en keuzeknop (alleen voor MAC314)
Deze knoppen kunnen alleen voor gebruik worden gedraaid wanneer de knop uit het bedieningspaneel naar buiten steekt.
- Druk op de knop om deze uit het bedieningspaneel naar buiten uit te laten steken.
De knop kan alleen weer in het bedieningspaneel worden geduwd wanneer de balk op de knop verticaal is.
- Druk de knop terug in het frontpaneel.
3 Juist
7 Onjuist
Pagina 13
BEDIENING
Algemeen
Vermogensniveaus magnetron
In de tabel hieronder ziet u de vijf vermogensniveaus waaruit u kunt kiezen en voor welk voedsel de vermogensniveaus geschikt zijn. Tijdens gebruik is het mogelijk om het vermogen te wijzigen door op de magnetrontoets te drukken.
| Vermogensniveau | Voedsel |
|---|---|
| 900 W | - Water koken, opwarmen - Kip, vis, groenten bereiden |
| 700 W | - Opwarmen - Paddenstoelen, schaaldieren bereiden - Voedsel bereiden dat eieren en kaas bevat |
| 500 W | - Rijst, soep koken |
| 300 W | - Ontdooien - Chocola en boter smelten |
| 100 W | - Gevoelig/delicaat voedsel ontdooien - Onregelmatig gevormd voedsel ontdooien - IJs zacht maken - Deeg laten rijzen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
| De temperatuur wijzigen | |
|---|---|
| Tijdens gebruik is het mogelijk bekijken in de LED-statusbalk. statusbalk branden. | om de temperatuur te wijzigen. De temperatuurstatus kunt u De ingestelde temperatuur is bereikt wanneer alle LED-units in de |
| De bereidingstijd wijzigen | |
| Tijdens gebruik is het mogelijk stapsgewijs als volgt ingesteld kan worden ingesteld): | om de bereidingstijd te wijzigen. De bereidingstijd wordt (het hangt van de gekozen stand af welke maximale bereidingstijd |
| Instelling 0 - 1 min. | 1 - 5 min. 5 - 15 min. 15 - 60 min. 60 min.+ |
| Stap 5 sec. | 10 sec. 30 sec. 1 min. 5 min. |
Pagina 14
BEDIENING
Alle functies:
| Functie | Temperatuur | Gebruik | |
|---|---|---|---|
| Conventioneel | 100 ~ 235 °C | De bovenste en onderste elementen werken samen voor een conventionele bereiding. De oven moet worden voorverwarmd tot de gewenste temperatuur: ideaal voor slow cooking zoals stoofschotels. | |
| Convectie | 50 ~ 250 °C | Voor braden op verschillende niveaus (bijvoorbeeld bakplaten met chocolate chip cookies). | |
| Conventioneel + ventilator | 50 ~ 235 °C | Handig en tijdbesparend. Er kunnen 4 gerechten worden bereid op verschillende plateaus zonder dat smaak of geur worden gemengd. | |
| Stralingsgrill | 100 ~ 235 °C | De beste resultaten worden verkregen door het bovenste plateau te gebruiken voor kleine items en de onderste plateaus voor grotere items. | |
| Dubbele grill + ventilator | 100 ~ 250 °C | Voor gegratineerde gerechten en afwerking van geroosterde groenten. | |
| Dubbele grill | 100 ~ 235 °C | De stralingselementen aan de binnenzijde en het bovenste element aan de buitenzijde werken samen om een snelle en gelijkmatige grillwarmte te geven, waardoor het bovenste oppervlak van het voedsel effectief wordt gebruineerd. | |
| Pizza | 50 ~ 250 °C | Pizza wordt perfect bereid met extra warmte vanaf zowel de onderkant als de zijkanten van de oven, wat ervoor zorgt dat de pizzabodem knapperig wordt. | |
| Onderste verwarmingselement | 50 ~ 235 °C | Dit is ideaal voor slow cooking zoals stoofpotten. | |
| Magnetron | 100 ~ 900 W | Ontdooien, opwarmen en koken. | |
| Magnetron + convectie | 100 ~ 500 W 50 ~ 250 °C | Voor een kortere bereidingstijd van grote porties met een gebruineerde afwerking. | |
| Magnetron + dubbele gril + ventilator | 100 ~ 500 W 50 ~ 250 °C | Deze functie is geschikt wanneer snel bruineren is gewenst. De ingrediënten worden tot in de kern gekookt. | |
| Magnetron + pizza | 100 ~ 500 W 50 ~ 250 °C | Deze functie is geschikt wanneer snel bruineren aan de onderzijde is gewenst. De ingrediënten worden tot in de kern gekookt. | |
| Ontdooien | 3 ontdooiprogramma’s D01, D02 en D03 | ||
| Automatische programma’s | 13 kookprogramma’s, van P 01 t/m P 13. Het type verwarming en de bereidingstijd worden ingesteld naar gewicht. | ||
Pagina 15
BEDIENING
Opmerking
Zie ‘Bereidingstips’ voor informatie over voedsel.
Magnetronfuncties
Waarschuwing!
Verwarming van vloeistoffen (zoals water) in de magnetron kan een vertraagde, maar plotselinge kookreactie tot gevolg hebben. Dit houdt in dat vloeistof begint te koken zonder dat u enige beweging ziet. Zodra de vloeistof uit de oven wordt gehaald, kan de vloeistof snel gaan koken en uit de beker spatten, waardoor u letsel kunt oplopen. Dit vertraagde effect kunt u voorkomen door in de vloeistof een kunststof of glazen lepel te plaatsen voordat u de vloeistof gaat koken in de magnetronoven.
Waarschuwing!
Wees voorzichtig met babyvoeding en potjes:
- De inhoud van zuigflesjes en potjes met babyvoeding moet na verhitting worden omgeroerd of geschud.
- Controleer, om brandwonden te voorkomen, zorgvuldig de temperatuur van de inhoud voordat u de voeding geeft.
Waarschuwing!
Keukengerei kan heet zijn nadat het in de magnetronoven is gebruikt!
Gebruik de glazen bakplaat op niveau 1 voor magnetronfuncties.
- 1. Plaats het gerecht op de glazen bakplaat.
- 2. Druk op de magnetrontoets om de magnetronfunctie te activeren.
▷ Op het display knippert ‘01:00’.
▷ ‘900’ en het pictogram van de magnetronfunctie zijn zichtbaar.
- 3. Stel de bereidingstijd in met de keuzeknop.
- 4. Druk op de magnetrontoets.
▷ Op het display knippert de vermogensindicator.
▷ U hoort een geluidssignaal.
- 5. Stel het vermogensniveau in met de keuzeknop.
- 6. Druk op de start/pauzetoets om het bereidingsproces te starten.
▷ Er klinkt een signaal wanneer het bereidingsproces klaar is.
▷ End verschijnt in de display.
▷ De ventilator blijft nog een tijdje doorgaan voordat deze zichzelf uitschakelt.
De combimagnetron schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit indien u de start/pauzetoets niet indrukt.
Pagina 16
BEDIENING
Ovenfuncties
Gebruik de geëmailleerde bakplaat of het ovenrooster voor ovenfuncties.
- 1. Stel een ovenstand in met de ovenfunctieknop.
▷ U kunt desgewenst de tijd en/of temperatuur van elke stand wijzigen. Druk hiervoor op de klok/temperatuur-toets.
▷ De tijd of temperatuur (instelling) gaat knipperen.
- 2. Stel de gewenste tijd/temperatuur in met de keuzeknop.
▷ Het hangt van de door u gekozen ovenfunctie af welke tijd en temperatuur u kunt instellen.
- 3. Druk op de start/pauzetoets om het bereidingsproces te starten.
▷ Er klinkt een signaal wanneer het bereidingsproces klaar is.
▷ De ventilator blijft enige tijd doorgaan en stopt daarna automatisch.
▷ De combimagnetron schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit indien u de start/pauzetoets niet indrukt.
Functies combimagnetron
Gebruik het ovenrooster voor combifuncties.
- 1. Druk eerst op de magnetrontoets.
- 2. Selecteer een stand met de ovenfunctieknop (zie hoofdstuk ‘Tabel met ovenfuncties’).
▷ Op het display gaat het standaardvermogen van de magnetron knipperen.
▷ U kunt desgewenst het vermogen, de tijd en/of de temperatuur van elke stand wijzigen.
- 3. Druk hiervoor op de klok/temperatuur-toets of de magnetrontoets.
▷ Het vermogen, de tijd of de temperatuur (instelling) gaat knipperen.
- 4. Stel het gewenste vermogen en de gewenste tijd en/of temperatuur in met de keuzeknop.
▷ Het hangt van de door u gekozen ovenfunctie af welk vermogen, welke tijd en welke temperatuur u kunt instellen.
- 5. Druk op de start/pauzetoets om het bereidingsproces te starten.
▷ Er klinkt een signaal wanneer het bereidingsproces klaar is.
De ventilator blijft enige tijd doorgaan en stopt daarna automatisch.
De combimagnetron schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit indien u de start/pauzetoets niet indrukt.
Pagina 17
BEDIENING
Automatische kookprogramma’s
U kunt kiezen uit 13 automatische kookprogramma’s en 3 automatische ontdooiprogramma’s. U hoeft alleen maar het programma te selecteren en vervolgens het juiste gewicht in te voeren. Het vermogen, de tijd en de temperatuur zijn al ingesteld in het geselecteerde programma.
| Ontdooien | Gewichtsbereik in kg | ||
|---|---|---|---|
| d 01 | Vlees | Plaats voedsel op de glazen bakplaat als u dit wilt ontdooien. De combimagnetron stopt als u 3 pieptonen hoort. Draai het voedsel om en druk op de start/ pauzetoets om door te gaan met het ontdooiprogramma. | 0,10 - 1,50 |
| d 02 | Gevogelte | 0,10 - 1,50 | |
| 0,10 - 0,80 | |||
| d 03 | Vis | ||
| Programma | Categorie | Item | Gewicht (kg) |
| P 01** | Groenten | Verse groenten | 0,20-0,40-0,60 |
| P 02** | Bijgerechten | Aardappelen - geschild / gekookt | 0,24-0,48-0,72 |
| P 03 | Bijgerechten | Aardappelen - geroosterd Draai het voedsel om als u een pieptoon hoort. De combimagnetron begint automatisch met de volgende fase. | 0,45-1,00 |
| P 04 | Gevogelte / vis | Kipstukken / visstukken Draai het voedsel om als u een pieptoon hoort. De combimagnetron begint automatisch met de volgende fase. | 0,45 |
| P 05* | Bakkerijproducten | Cake | 0,40-0,50-0,60 |
| P 06* | Bakkerijproducten | Appeltaart | 2,40 |
| P 07* | Bakkerijproducten | Quiche | 1,00 |
| P 08** | Opwarmen | Drankjes / soep | 0,20-0,40-0,60 |
| P 09** | Opwarmen | Complete maaltijd | 0,25-0,35 |
| P 10** | Opwarmen | Saus / stoofpot / gerechten | 0,10-0,20-0,30 |
| P 11 | Gemak | Bevroren pizza | 0,20-0,40-0,60 |
| P 12* | Gemak | Bevroren ovenfrites Draai het voedsel om als u een pieptoon hoort. De combimagnetron begint automatisch met de volgende fase. | 0,30-0,40-0,50 |
| P 13 | Gemak | Diepvrieslasagne | 1,60 |
Pagina 18
BEDIENING
Let op!
- Tijdens de automatische kookprogramma’s kan de magnetronfunctie ingeschakeld worden. Gebruik daarom geen metalen keukengerei.
- De programma’s met een * worden voorverwarmd. Tijdens voorverwarming wordt de bereidingstijd gepauzeerd en is de toets voor snel voorverwarmen ingeschakeld.
- Na voorverwarming hoort u een alarm en gaat de toets voor snel voorverwarmen knipperen.
- Plaats het gerecht op het ovenrooster en plaats deze in de oven op niveau 1 of 2. Druk op de start/pauzetoets.
- De programma’s met ** maken alleen gebruik van de magnetronfunctie.
- 1. Druk op de toets voor automatisch menu om automatische kookprogramma’s (P) of ontdooiprogramma’s (D) te selecteren.
▷ Op het display verschijnen tijd, gewicht en P01 of d01.
- 2. Selecteer een automatisch kookprogramma met de keuzeknop.
- 3. Druk op de gewichtstoets om het gewicht in te stellen.
▷ Het gewicht knippert op het display.
- 4. Stel het gewenste gewicht in met de keuzeknop.
▷ Het hangt van het geselecteerde programma af welk gewicht u instelt.
- 5. Druk op de start/pauzetoets om het geselecteerde automatische kookprogramma te starten.
▷ Er klinkt een signaal wanneer het kookprogramma klaar is. De ventilator blijft enige tijd doorgaan en stopt daarna automatisch.
▷ De combimagnetron schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit indien u de start/pauzetoets niet indrukt.
De voorverwarmingsfunctie kunt u alleen gebruiken bij een gekozen ovenfunctie.
- 1. Druk op de toets voor snel voorverwarmen.
▷ De oven start met voorverwarmen.
▷ Op het display verschijnt het voorverwarmingspictogram. ▷ Er klinkt een signaal wanneer de juiste temperatuur is bereikt. Het pictogram verdwijnt uit het display.
▷ U kunt het voorverwarmen stopzetten door de ovendeur te openen of door op de UIT-toets te drukken.
- 2. Druk op de start/pauzetoets om het eerder ingestelde kookproces te starten.
De combimagnetron schakelt zichzelf na 15 minuten automatisch uit indien u de start/pauzetoets niet indrukt.
Voorverwarmen NL 18
Pagina 19
BEDIENING
Kinderslot
U kunt uw combimagnetron ‘vergrendelen’ om te voorkomen dat een bereidingsproces wordt gestart.
Let op:
- U kunt het kinderslot alleen activeren indien de combimagnetron uitgeschakeld is.
▷ De (huidige) tijd wordt weergegeven op het display.
Het kinderslot activeert u als volgt:
- 1. Houd de kookwekker/kinderslot-toets ingedrukt totdat u een toon hoort.
▷ Op het display verschijnt een sleutelpictogram. U kunt de combimagnetron nu niet gebruiken.
Het kinderslot schakelt u als volgt weer in:
- 1. Houd de kookwekker/kinderslot-toets ingedrukt totdat u een toon hoort.
▷ Op het display verdwijnt het sleutelpictogram. U kunt de combimagnetron nu weer gebruiken.
Wanneer uw combimagnetron aan het werk is, kunt u een pauze inlassen.
- 1. Druk op de start/pauzetoets.
De instellingen op het display gaan knipperen.
- 2. Druk op de start/pauzetoets om het bereidingsproces te hervatten. Het symbool van de ingestelde stand stopt met knipperen.
Pauze
Pagina 20
BEREIDINGSTIPS
Verwarmen en koken
- De magnetronoven verwarmt altijd met dezelfde intensiteit. Hoe meer u in de magnetronoven plaatst, hoe langer de bereidingstijd.
- Brede, platte gerechten worden sneller warm dan smalle, hoge gerechten.
- Gerechten afdekken met huishoudfolie of een geschikt deksel voorkomt spatten, maakt de bereidingstijd korter en helpt de vochtigheid van het gerecht te bewaren.
Voorzichtig!
- Verwijder de huishoudfolie of het deksel voorzichtig als het gerecht klaar is. De stoom die er vanaf komt kan erg heet zijn!
- Bevochtig zo nodig voedsel dat snel uitdroogt. Dompel aardappelen en groenten eerst kortstondig in koud water voordat u deze in de magnetronoven plaatst. Dit voorkomt dat zich hieromheen een huid vormt.
- Het is voor een gelijkmatig resultaat het beste om maaltijden een of twee keer om te roeren of om te keren.
- Selecteer altijd het hoogste magnetronvermogen wanneer eerder gekookt voedsel wordt opgewarmd.
- Bij bereiding in een magnetronoven zijn alleen kleine hoeveelheden water, zout en kruiden nodig. Het beste is om zout na de bereiding toe te voegen. Dit voorkomt dat vocht uit het voedsel wordt getrokken.
- Na uitschakeling van de magnetronoven blijft voedsel enige tijd doorkoken. Houd hier rekening mee. Kook uw maaltijden niet te ver door.
Voorzichtig!
- Plaats altijd een glas water in de magnetron wanneer u kleine hoeveelheden poederige producten verwarmt (zoals bij het drogen van kruiden). Anders bestaat er vanwege de kleine hoeveelheid het risico dat spontane verbranding optreedt.
Ontdooien
- Ontdooi grote, dichte stukken altijd met gebruik van het ontdooiprogramma. Het voedsel zal geleidelijk en gelijkmatig ontdooien. Er bestaat geen risico dat de buitenzijde uitdroogt terwijl het middelste gedeelte nog bevroren is.
- Het verdient aanbeveling het ontdooiproces na een tijdje te versnellen door het voedsel te verdelen in kleinere stukken.
- Las bij grotere stukken en dicht vlees een paar keer een pauze in tijdens het ontdooiproces.
- Bij het ontdooien van onregelmatig gevormd voedsel kunt u, halverwege de ontdooitijd, de dunne gedeelten afdekken of omwikkelen met aluminiumfolie.
- Gebruik bij ontdooien het ovenrooster of de glazen bakplaat.
Pagina 21
BEREIDINGSTIPS
Factoren die van invloed zijn op het bereidingsproces
- De temperatuur van de ingrediënten is van invloed op de bereidingstijd. Het duurt langer om een koude maaltijd te bereiden dan een maaltijd die al op kamertemperatuur is.
- Licht delicaat voedsel wordt sneller gekookt dan zwaar, massief voedsel, zoals stoofpotten en ronde braadstukken. Wees voorzichtig bij het bereiden van licht, delicaat voedsel. De randen worden snel droog en taai.
- Kleine hoeveelheden voedsel worden gelijkmatiger verhit als u deze afzonderlijk in de magnetron plaatst, bij voorkeur in een cirkel.
- Botten en vet geleiden warmte beter dan vlees. Verbranding van deze gedeelten kunt u voorkomen door kippenpoten en -vleugels met af te dekken met aluminiumfolie.
- Microgolven penetreren het voedsel tot op een diepte van circa 3 cm. Het midden van dik voedsel wordt verwarmd als een resultaat van warmte vanaf het verwarmde gedeelte (de buitenkant) die zich verspreidt naar de binnenkant.
- Vlees en gevogelte dat langer dan circa 15 minuten wordt bereid in de magnetron, wordt licht gebruineerd. Voedsel dat korter wordt bereid kunt u vooraf inwrijven met een ‘bruin makende’ saus, zoals Worcestershiresaus, sojaboonolie of barbecuesaus.
- Vetafstotend papier voorkomt spatten. Dit houdt warmte ook beter vast.
Basistechnieken
- Roeren
▷ Door gerechten regelmatig om te roeren, distribueert u de warmte die daarin aanwezig is. Roer altijd vanaf de buitenkant naar de binnenkant, aangezien de buitenkant van het gerecht altijd het eerst warm wordt.
- Omkeren
▷ Keer groot, dik voedsel regelmatig om. Dan wordt dit gelijkmatiger en sneller gekookt.
- Inprikken
▷ Voedsel met een huid, schil of schaal, zoals eidooiers, schaaldieren en fruit, barst in de magnetron. U kunt dit voorkomen door dit vooraf een aantal keer met een vork of spies in te prikken.
- Controleren
▷ Voedsel kookt snel. U moet voedsel daarom regelmatig controleren. Haal voedsel uit de magnetron vlak voordat het gaar is.
- Rusttijd
▷ Zodra u voedsel uit de magnetron hebt gehaald, laat het dan circa 3 tot 10 minuten afgedekt staan. Het voedsel blijft koken. Voedsel met een droge korst, zoals cake, moet u niet afdekken.
Pagina 22
BEREIDINGSTIPS
Groenten koken
- Gebruik verse groenten als dat mogelijk is. Als groenten slap zijn geworden doordat deze te lang zijn bewaard, kunt u deze opfrissen door de groenten een tijdje in koud water.
- Gebruik een grote schaal om groenten te koken, zodat de bodem van de schaal niet door een te dikke laag wordt bedekt.
- Kook groenten bij voorkeur met het aanhangende water.
- Dek het gerecht altijd af met een deksel of met een huishoudfolie voor magnetrons.
- Voeg geen zout toe. De zouten die van nature in groenten aanwezig zijn, bieden genoeg smaak. Als u zout moet toevoegen, doe dat dan na het kookproces.
- Kook groenten zo kort mogelijk. Laat groenten doorkoken nadat de magnetron uitgeschakeld is.
- Controleer of de groenten gaar zijn door deze met een vork of spies in te prikken.
Vis bereiden
- Vis moet geleidelijk worden gekookt. Zet bij dunne vis, vette vis of kleine porties het vermogensniveau daarom op 30%. In andere gevallen kunt u het vermogensniveau veilig iets hoger zetten. Laat het voedsel echter doorkoken nadat de magnetron uitgeschakeld is. Vis is gaar wanneer het visvlees ondoorschijnend is.
Pagina 23
ONDERHOUD
Uw apparaat in goede staat houden
- Het kookcompartiment in uw apparaat is gemaakt van emaille. Onjuiste behandeling kan leiden tot corrosie in het kookcompartiment. Raadpleeg de onderhouds- en reinigingsinstructies in de gebruiksaanwijzing.
- Zout heeft een sterk schurende werking. Indien zich zout afzet in het kookcompartiment, kan zich op bepaalde plaatsen in het compartiment roest ontwikkelen.
- Zuurhoudende sauzen, zoals ketchup en mosterd, of gezouten voedsel, bijv. gezouten braadstukken, bevatten chloride en zuren. Deze oefenen een nadelige invloed uit op het stalen oppervlak. Reinig het kookcompartiment na elk gebruik.
- Gebruik GEEN sterk schurende reinigingsmiddelen of harde metalen schrapers voor het reinigen van de glazen deur, want hierdoor kunnen krassen op het oppervlak ontstaan waardoor het glas (indien aanwezig) kan breken.
- Gebruik GEEN stoomreiniger om de magnetronoven te reinigen.
- Indien de afdichting op de buitenzijde van het kookcompartiment erg vuil is, zal de deur van het kookcompartiment tijdens de werking niet goed sluiten. De fronten van aangrenzende units kunnen beschadigd raken. Houd de afdichting schoon.
- Reinig de binnenzijde en buitenzijde van de oven regelmatig met gebruik van zeephoudend water en maak deze grondig droog met een droge doek. Zorg ervoor dat de afdekking van de magnetronverdeler (binnen in de oven aan de rechterzijde) schoon is. Een afdekking die niet schoon is, kan vonken veroorzaken.
- Reinig na gebruik de binnenzijde onmiddellijk. Gebruik een vochtige doek om condens, overgekookte vloeistof en voedselresten te verwijderen. Achterblijvende kruimels en vloeistoffen absorberen magnetronenergie en maken de bereidingstijd langer.
- Reinig de accessoires regelmatig; gebruik zeephoudend water en een borstel en droog de accessoires grondig met een droge doek. De accessoires kunnen ook worden gewassen in een vaatwasser.
- Geuren verdwijnen als u een glas azijn of water - met toegevoegd citroensap - in de ovenruimte plaatst. Schakel de magnetron in en laat deze twee minuten op vol vermogen ingeschakeld. Daarna afvegen met een vochtige doek.
Verlichting
- Dit apparaat is uitgerust met LED-verlichting.
- LED-lampen garanderen een optimale verlichting, een levensduur die tien keer langer is dan bij conventionele lampen en een energiebesparing van niet minder dan 90%.
Neem contact op met de technische afdeling wanneer LED-verlichting moet worden vervangen.
Pagina 24: zie Storingen hierboven.
Pagina 25: zie hierboven.
Pagina 26: zie hierboven.