Pelgrim OST590RVS, tekst van de handleiding
Pagina's 21–32 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 21
afbeelding 1
Het verwijderen van het rooster
Verwijder de roosters om de zijwanden van de oven gemakkelijker te kunnen reinigen.
- Draai de roosters aan de onderkant naar binnen en trek ze boven uit de openingen.
- Reinig de roosters uitsluitend met gewone schoonmaakmiddelen.
- Daarna kunt u de roosters gewoon weer ophangen in de hiervoor bestemde openingen en naar beneden trekken.
Het verwijderen en terugplaatsen van een ovendeur met een eenassig scharnier
Open de ovendeur volledig en draai de vergrendelingtegen het uittrekken tot het einde terug (afbeelding 1).
- Sluit de deur dan langzaam, zodat de vergrendeling in de houders komt vast te zitten Bij ongeveer 15° (bij een gesloten deur) tilt u de deur enigzins op en trekt hem uit beide scharnierhouders (afbeelding 2).
- Het terugplaatsen verloopt in omgekeerde volgorde. Plaats de deur onder een hoek van 15° in de scharnierhouders aan de voorkant van het apparaat en schuif hem naar voren en naar beneden, zodat de scharnieren in de inkepingen springen. Controleer of de inkepingen van de scharnieren goed in hun houders gesprongen zijn.
- Open vervolgens de deur volledig en draai de vergrendeling zo ver mogelijk in de beginpositie. Sluit de deur dan langzaam en controleer of hij goed sluit. Als de deur niet goed open of dicht gaat, controleer dan of de inkepingen van de scharnieren goed in de scharnierhouders geplaatst zijn.
Let op:
Overtuig u er altijd van dat de vergrendeling voor het afnemen van de scharnieren voor de inbouw of voor het plaatsen van de ovendeur goed in de houders gesprongen is. Als dit niet zo is, kan bij het verwijderen of plaatsen van de deur de hoofdscharnier onverwachts loskomen of dichtgaan door de sterke veer. Hierbij kunt u zich verwonden.
afbeelding 2
Pagina 22
Vergrendeling van de deur (alleen bij sommige modellen)
Vervangen van onderdelen van het apparaat
- De ovendeur is uitgerust met een deurvergrendeling, zodat hij niet open kan gaan zolang de vergrendeling niet los laat. U kunt de deurvergrendeling openen door hem zachtjes met de duim naar rechts te duwen en tegelijkertijd de deur naar u toe te trekken.
- Als de ovendeur gesloten wordt, keert de deurvergrendeling automatisch terug in de originele stand.
Opmerking: Als een vergrendeling van de deur bij het apparaat geleverd is, bevestigt u de vergrendeling onder het bedieningspaneel van het apparaat overeenkomstig de aanwijzingen voor de inbouw, die bij de vergrendeling zijn gevoegd.
De fitting van de ovengloeilamp staat onder spanning. Er bestaat gevaar van elektrische schok!
Schakel het fornuis altijd uit alvorens het lampje voor de ovenverlichting te vervangen door de zekering los te draaien of de stroomtoevoer met de beveiligingsschakelaar te verbreken.
Het ovenlampje
(hebben alleen enkele modellen)
Het lampje is verbruiksmateriaal en valt daarom niet onder de garantie! Voor de vervanging heeft u een gloeilamp nodig met de volgende specificaties: fitting E 14, 230 V, 25 W, 300°C.
- Draai het glazen kapje los tegen de wijzers van de klok, verwissel de ovengloeilamp en draai het glazen kapje weer vast.
Pagina 23
Speciale waarschuwingen en melding van storingen
In de garantieperiode moet een door de fabrikant gemachtigde servicedienst alle reparaties uitvoeren.
Voor de reparatie moet de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet worden verbroken door het losdraaien van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te trekken.
Ingrepen in en reparaties aan het apparaat door onbevoegden kunnen een elektrische schok en kortsluiting veroorzaken. Verricht daarom zelf geen reparaties en laat dit werk over aan een vakman of de servicedienst.
Kijk in het geval van kleinere storingen in de werking van het apparaat in deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.
Belangrijk
Het bezoek van de servicedienst tijdens de garantieperiode is niet gratis als het apparaat niet werkt door onjuiste bediening. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing altijd bij de hand is en als u het apparaat aan anderen doorgeeft, doe er dan ook de gebruiksaanwijzing bij.
Hieronder vindt u enkele tips in verband met het verhelpen van storingen.
| De sensors reageren niet, de gegevens op het display zijn »bevroren«... | • Verbreek enkele minuten de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet (draai de zekering los of schakel de hoofdschakelaar uit). Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en schakel de oven in. |
|---|---|
| De zekering in huis schakelt de stroom meerdere malen uit..... | • Bel de servicedienst of een vakman! |
| De ovenverlichting brandt niet... | • De vervanging van het lampje in de oven is beschreven in het hoofdstuk “Vervanging van onderdelen van het apparaat”. |
| De oven wordt niet warm ... | • Heeft u de temperatuur en het verwarmingssysteem juist ingesteld? • Is de deur van de oven gesloten? |
| Het gebak is niet gaar... | • Heeft u het vetfilter verwijderd? • Heeft u de aanwijzingen en tips uit het hoofdstuk “Het bakken van gebak” opgevolgd? • Heeft u de aanwijzingen uit de baktabel nauwkeurig opgevolgd? |
| De timer laat ongewone waarden zien of schakelt ongecontroleerd aan of uit… | • Verbreek de verbinding tussen het apparaat en het elektriciteitsnet enkele minuten (draai de zekering los, verbreek de verbinding met het elektriciteitsnet of zet de hoofdschakelaar uit) als de timer niet goed werkt. Herstel dan de verbinding met het elektriciteitsnet en stel de juiste dagtijd in. |
Pagina 24
| Het display van de programmeerklok knippert | • Er is stroomuitval geweest of het apparaat is zojuist op het elektriciteitsnet aangesloten. Alle ingestelde tijden zijn gewist. • Stel de juiste tijd in, zodat de werking van de oven kan beginnen. • Na de automatische werking schakelt de oven uit, verschijnt de tijd en klinkt gedurende beperkte tijd een akoestisch signaal. Neem het gerecht uit de oven en draai de knop voor de keuze van de functie en de temperatuurkeuzeknop in de uitgangsstand. Kies de functie “handmatige werking”, zodat u de oven op traditionele wijze kunt gebruiken (zonder programmeren). |
| Het controlelampje voor de werking brandt niet.... | • Heeft u alle nodige knoppen geactiveerd? • Ali se je izklopila hišna varovalka? • Ali ste pravilno nastavili gumb za nastavitev temperature oziroma gumbza izbiro načina delovanja pečice? |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Als het u ondanks de boven vermelde tips niet is gelukt de storing te verhelpen, bel dan de servicedienst. Het verhelpen van een storing of klacht, ontstaan door ondeskundige aansluiting of gebruik van het apparaat valt niet onder de garantie. In dit geval betaalt de gebruiker zelf de kosten van de reparatie.
Pagina 25
Aanwijzingen voor de inbouw en aansluiting
Belangrijke aanwijzingen
- De aansluiting mag uitsluitend door een vakman worden verricht.
- De elektrische leiding moet voorzien zijn van een apparaat dat de oven in alle polen loskoppelt van het elektriciteitsnet en waarbij in open stand de afstand tussen de contacten minstens 3 mm bedraagt. Gechikt zijn LS-schakelaars of zekeringen.
- Voor de aansluiting van het apparaat kan een rubber aansluitkabel (type HO5RR-F met groen/ gele aardleider), geïsoleerde PVC kabel (type HO5VV-F met groen/gele aardleider) of andere gelijkwaardige of betere kabel worden gebruikt.
- Fineer, lijn of bekleding van kunststofelementen die naast het apparaat staan, moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fi neer en de bekleding niet voldoende temperatuurbestendig is, kunnen ze vervormen.
- Verpakkingsmaterialen (plastic folie, piepschuim, spijkers e.d.) moeten uit het bereik van kinderen worden verwijderd omdat ze gevaar kunnen opleveren. Kinderen kunnen kleine deeltjes doorslikken of stikken in het plastic.
Inbouw van het apparaat
- Het fi neer of de bekleding van de inbouwelementen moeten met hittebestendige lijm zijn bewerkt (100°C). Als ze minder temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Voor de inbouw van het apparaat moet in het bereik van de inbouwopening van de achterkant van het keukenelement de achterwand worden verwijderd.
- De maten van de inbouwopening die op de afbeelding zijn vermeld moeten in acht worden genomen.
- De bodem van het keukenelement (max. 530 mm) moet altijd korter zijn dan de zijwanden om voldoende luchtcirculatie mogelijk te maken.
- Nivelleer het keukenelement met behulp van een waterpas.
- Het keukenelement waarin het inbouwapparaat is geplaatst moet goed vaststaan, bijvoorbeeld verbonden zijn met de er naast staande elementen.
- Schuif het apparaat zover in het keukenelement, dat de geleiders van de schroeven die in de boorgaten van het frame van de oven zijn geplaatst tegen de zijkanten van het element rusten.
- Pas bij het bevestigen op, dat u de schroeven niet te sterk aandraait. Hierdoor kunnen de wanden van het keukenelement beschadigen.
Pagina 26
Aansluiting
De elektrische aansluiting mag alleen door de servicedienst of een erkend vakman worden verricht!
Door onjuiste aansluiting kunnen onderdelen van het apparaat vernield worden. Dit valt niet onder de garantie!
- Open de aansluitdoos met behulp van een schroevendraaier, zoals de afbeelding op het afdekplaatje laat zien.
- De aansluitspanning van de gebruiker (230 V tegen N) moet door de vakman met een meetinstrument worden gemeten!
- De verbindingsbruggen moeten overeenkomstig de netaansluiting worden geplaatst!
- Controleer of de spanning die op het typeplaatje is vermeld overeenkomt met de feitelijke netspanning, alvorens het apparaat aan te sluiten.
- De lengte van de aanluitkabel moet minstens 1,5 m bedragen, zodat u het apparaat aan kunt sluiten voordat u het tegen de wand schuift.
- De aardleiding van de aansluitkabel moet zo lang zijn, dat bij eventuele trekbelasting van de kabel de beschermleider later wordt belast dan de draden die onder spanning staan.
26
Pagina 27
De procedure
- Open aan de achterkant van het apparaat het afdekplaatje van de aansluitdoos met een schroevendraaier. Hierbij maakt u met de schroevendraaier de vergrendeling los, zoals op de afbeelding van het afdekplaatje van de aansluitdoos te zien is.
- De aansluitkabel moet via de ontspanner geleid worden, die de kabel tegen uittrekken beveiligt. Als de ontspanner nog niet is gemonteerd, moet u hem zo bevestigen dat hij aan het ene einde aan de mantel van de aansluitdoos wordt vastgehaakt.
- Verricht daarna de aansluiting overeenkomstig één van de mogelijkheden die op de afbeeldingen is weergegeven. Bij verschillende netspanningen moeten de verbindingsbruggen op de juiste wijze opnieuw worden gemonteerd!
- Schroef de ontspanner stevig vast en sluit het afdekplaatje van de aansluitdoos.
Kleuren van de draden
L1, L2, L3 = buitenste draden die onder spanning staan. Als regel zijn de kleuren van de draden: zwart, zwart, bruin. N = neutrale draad
De kleur van de draad is als regel blauw. Let op de juiste N-aansluiting!
PE = aardleiding
De kleur van de draad is groen-geel.
Pagina 28
Technische gegevens
Typeplaatje
A Serienummer
B Code
C Model
D Type
E Merk
F Tehnische gegevens G Conformiteits-aanduidingen
WE BEHOUDEN ONS HET RECHT VOOR TOT VERANDERINGEN, DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT NIET BEÏNVLOEDEN.
Pagina's 29–31: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 32
Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
Plak hier het toestel-identifi catieplaatje.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, het complete typenummer bij de hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.