Siemens CB635GBS3, tekst van de handleiding
Pagina's 17–31 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 4–16verder op pagina 32 →
Pagina 17
Reiniging en onderhoud nl
Binnenruimte
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 17 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 21 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
15.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 16
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 16
- 2. Drogen met een zachte doek.
15.3 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken spetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 21
- 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte doek verwijderen:
- van de gladde emaillen oppervlakken
- van de apparaatdeur binnen
- van de glazen afdekplaat van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
Pagina 18
nl Reinigingsondersteuning humidClean
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. Verwarmingsmethode 4D-hete lucht instellen.
- 6. Maximale temperatuur instellen.
- 7. In werking stellen.
- 8. Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
- 9. Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 10. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 21
16 Reinigingsondersteuning humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
16.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. Op drukken.
- Er verschijnt een verwarmingsmethode en een temperatuur.
- 4. De verwarmingsmethode onderwarmte met de draaiknop instellen.
- 5. Op drukken.
- 6. De temperatuur met de draaiknop op 80 °C instellen.
- 7. Op drukken.
- 8. De tijdsduur met de draaiknop op 4 minuten instellen.
17 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
17.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 9. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 10. Het apparaat met uitschakelen en de binnenruimte ca. 20 minuten laten afkoelen.
16.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vervolgens met schoon water afnemen en droogwrijven met een zachte doek, ook onder de deurafdichting.
- 4. Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca. 1 uur openen.
Pagina 19
Apparaatdeur nl
- 2. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
| apparaatdeur helemaal De blokkeerhendel op het nier opklappen. | opengeklapt. linker en rechter schar- |
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke ondergrond leggen.
17.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. De apparaatdeur helemaal openen.
- 3. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 4. Sluit de apparaatdeur.
17.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier opklappen .
- De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
- 4. De deurafdekking links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
Pagina 20
nl Apparaatdeur
- 5. De deurafdekking verwijderen .
- 6. De binnenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
- 7. De tussenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
en voorzichtig op een
en voorzichtig op een
- 8. De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwijderen.
- 9. Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen verwijderen.
‒ Open de deur van het apparaat.
‒ De condensstrip naar boven klappen en uitnemen.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. De condensstrip met een doek en warm zeepsop reinigen.
- 12. De apparaatdeur reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 16
- 13. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
17.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De condensstrip loodrecht in de houder en naar onderen draaien.
plaatsen
- 3. De tussenruit in de linker en rechter houder schuiven.
Pagina 21
Rekjes nl
- 4. De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker en rechter houder zit.
- 5. De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhangen.
- 6. De binnenruit in de linker houder schuiven.
- 7. De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de linker en rechter houder zit.
- 8. De deurafdekking aanbrengen en aandrukken, tot deze hoorbaar vastklikt.
- 9. De apparaatdeur helemaal openen.
- 10. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 11. Sluit de apparaatdeur.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
18 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden verwijderd.
18.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
- 3. Het rekje reinigen.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 16
Pagina 22
nl Storingen verhelpen
18.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
- De rekjes passen alleen links of rechts.
- Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen aan de voorkant zitten.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
19 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
19.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Op het display verschijnt "Sprache Deutsch". | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de opties voor het eerste gebruik in. → "Eerste keer in gebruik nemen", Pagina 10 |
| Werking start niet of wordt onderbroken. | Storing ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 24 |
| Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen. → "Informatie weergeven", Pagina 11 | |
| Apparaat warmt niet op, op het display verschijnt "Demomodus is ingeschakeld. | Apparaat bevindt zich in de demomodus. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Schakel de demomodus binnen 3 minuten in de → "Basisinstellingen", Pagina 15 uit. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer. • Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik. | |
| Het apparaat start niet en op het display verschijnt "Binnenruimte te heet". | De binnenruimte is te heet voor het gekozen gerecht of de verwarmingsmethode. ▶ Binnenruimte laten afkoelen en opnieuw starten. |
Pagina 23
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Als het apparaat uitgeschakeld is, verschijnt de actuele tijd niet. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 15 |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | Halogeenlamp is defect. ▶ Vervang de ovenlamp. → "Ovenlamp vervangen", Pagina 23 |
| Maximale gebruiksduur bereikt. | Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display. Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-instellingen. 1. Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat eerst uit met . 2. Vervolgens het apparaat met inschakelen en de gewenste functie instellen. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instellen. |
| Melding met "D" of "E" verschijnt in het display, bijv. D0111 of E0111. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit en weer in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 24 |
| Bereidingsresultaat is niet bevredigend. | Instellingen waren niet geschikt. Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept, hoeveelheid en levensmiddel afhankelijk. ▶ Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in. Tip: Veel informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u op onze homepage www.siemens-home.bsh-group.com . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
19.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voedingsspanning.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit .
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Pagina 24
nl Afvoeren
20 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert.
20.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
21 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
22 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
22.1 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
22.2 Aanwijzingen voor het bakken
- Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donkere bakvormen van metaal het beste geschikt.
- Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
- Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
- De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
| Bakken op 2 niveaus | Hoogte |
|---|---|
| Braadslede | 3 |
| Bakplaat | 1 |
| Twee roosters met vormen erop | 3 |
| 1 |
Pagina 25
Zo lukt het nl
Gebruik de verwarmingsmethode 4D hete lucht. Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
22.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij braden, stoven en grillen
- Het insteladvies geldt voor braadproducten op koelkasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar gevogelte.
- Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant van het vel naar beneden op de vorm.
- Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meerdere stukken tegelijkertijd.
- Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede met opgelegd rooster een niveau onder de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot ½ liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
- Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor de oven.
- Plaats de vorm op het rooster.
- Vormen van glas zijn het meest geschikt.
- Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Braden in open vormen
- Gebruik een hoge braadvorm.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
- Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
- Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
- Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en vergelijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede minstens één niveau onder het rooster in de binnenruimte.
Opmerkingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
22.4 Bereiding van diepvriesproducten
- Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten.
- IJs verwijderen.
- Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
22.5 Bereiding van kant-en-klare voedingsproducten
- Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
22.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor- Hoogte men
Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mingsme- °C min.
thode → Pagina 7
Cake, fijn Langwerpige bakvorm 1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Pagina 26
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 170 - 180 | 60 - 80 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 170 ¹ | 30 - 50 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 160 | 50 - 60 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160 - 180 | 60 - 80 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180 - 200 | 30 - 45 | |
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170 - 190 | 15 - 30 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140 - 160 | 15 - 30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 130 - 150 | 20 - 35 | |
| Brood, op de plaat 750 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | 1. 10 - 15 2. 25 - 35 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | 1. 10 - 15 2. 40 - 50 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Langwerpige bakvorm | 1 | 200 - 210 | 35 - 45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250 - 270 | 20 - 30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180 - 200 | 25 - 35 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 1 | 200 - 220 | 20 - 30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 180 - 200 | 35 - 45 | |
| Pizza, vers, dunne bodem, in pizzavorm | Pizzaplaat | 1 | 210 - 230 | 20 - 30 | |
| Quiche | Taartvorm , Zwart blik | 1 | 190 - 210 | 30 - 45 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 260 - 280 ¹ | 10 - 20 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 1 | 200 - 220 | 35 - 55 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 170 - 180 | 50 - 65 | |
| Kip, 1 kg, ongevuld | Rooster | 1 | 200 - 220 | 60 - 70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 220 - 230 | 30 - 35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Rooster | 1 | 160 - 180 | 120 - 150 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Rooster | 1 | 180 - 200 | 120 - 130 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180 - 190 | 120 - 140 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster | 1 | 210 - 220 | 40 - 50 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200 - 220 | 130 - 140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200 - 220 | 140 - 160 | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 1 | 220 - 230 | 60 - 70 |
Pagina 27
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 2 | 3 | 20 - 30 ² | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Rooster | 1 | 170 - 190 | 50 - 70 | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 1 | 170 - 190 | 20 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| Yoghurt Maak yoghurt met uw apparaat. Yoghurt maken 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. 2. 1 liter melk (3,5 % vet) op 90°C verwarmen op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C voldoende. Insteladvies voor desserts en compote | 3. 150 g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk roeren. 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen. 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie. 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte. 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. 8. Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12 uur lang rusten in de koelkast. |
| Gerecht Accessoires / vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mingsme- °C min. thode → Pagina 7 |
| Yoghurt Portievormen | Bodem 40 - 45 8-9 uur van de binnenruimte |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
22.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen of inkoken.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, varken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
- 1. Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot.
- 2. De vorm op het rooster op niveau 1 in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorverwarmen.
- 4. Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet aanbraden.
- 5. Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat het klimaat in de binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens het langzaam garen gesloten.
- 6. Verwijder na het langzaam garen het vlees uit de binnenruimte.
Insteladvies voor langzaam garen
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Aanbraadduur in min. | Verwarmingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, rosé à 300 g | Open vorm | 1 | 6 - 8 | 95 ¹ | 45 - 60 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 1 | 4 - 6 | 85 ¹ | 45 - 70 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 1 | 4 - 6 | 85 ¹ | 90 - 120 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
1 Het apparaat voorverwarmen.
Pagina 28
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Aanbraadduur in min. | Verwarmingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 80 ¹ | 40 - 60 | |
| Lamsrack, zonder been, à 200 g | Open vorm | 1 | 4 | 85 ¹ | 30 - 45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
1 Het apparaat voorverwarmen.
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
- Ontdooi diepvries fruit, groente of gebak met het apparaat.
- Gevogelte, vlees en vis kunt u beter in de koelkast ontdooien.
- Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te ontdooien.
- De insteladviezen gelden voor gerechten met diepvriestemperatuur (-18 °C).
- Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het ontdooien:
- Bakplaat: hoogte 1
- Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2 keer. Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voedsel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
- Laat de ontdooide producten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
- Voorkom condensvorming wanneer u de verwarmingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de binnenruimte niet af te nemen.
- U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te vermijden.
- Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
- Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het warmhouden verder garen.
22.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
- Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus:
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Biscuitgebak
- Wanneer u op 2 niveaus bakt, de springvormen diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
Insteladvies voor bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Bakplaat | 1 | 150 - 160 ¹ | 25 - 40 | |
| Spritskoekjes | Bakplaat | 1 | 140 - 150 ¹ | 25 - 40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 140 - 150 ¹ | 30 - 40 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 1 | 160 ¹ | 25 - 35 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 1 | 150 ¹ | 25 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Pagina 29
Montagehandleiding nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 150 ¹ | 25 - 35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160 - 170 ² | 25 - 35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160 - 170 ² | 25 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | |||
| Insteladvies bij grillen | |||
| Gerecht | Accessoires / vor- Hoogte Verwarmen mingsmethode → Pagina 7 | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster 3 | 3 | 3 - 6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
23 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
23.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
Pagina 30
nl Montagehandleiding
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
23.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
23.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
23.4 Inbouw onder een kookplaat
wordt de
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand minimale dikte van het werkblad berekend
.
| Type kookplaat | a opbouw in mm | a vlak in mm | b in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 42 | 43 | 5 |
Pagina 31
Montagehandleiding nl
| Type kookplaat | a opbouw in mm | a vlak in mm | b in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 52 | 53 | 5 |
| Gaskookplaat | 32 | 43 | 5 |
| Elektrische kookplaat | 32 | 35 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
23.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
23.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
23.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
23.8 Elektrische aansluiting
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.