Siemens CB635GBS3, tekst van de handleiding
Pagina's 4–16 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–3verder op pagina 17 →
Pagina 4
nl Materiële schade vermijden
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 24
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.
- Glazen kapje niet aanraken.
- Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
- Niets op de open deur zetten of leggen en niet eraan hangen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| 1 | Knoppen De toetsen links en rechts van het bedieningspaneel hebben een drukpunt. De toetsen dienen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens touchvelden. |
| 2 | Draaiknop U kunt de draaiknop onbeperkt naar rechts of naar links draaien. Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. |
| 3 | Display Op het display ziet u actuele instelwaarden of teksten met aanwijzingen. |
| 4 | Touch-velden Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
4.2 Knoppen
Met de toetsen links en rechts op het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.
| Knop | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Aan/Uit | Apparaat in- of uitschakelen. | |
| Menu | Functiekeuze-menu openen | |
| Informatie | Aanwijzingen laten weergeven Kinderslot activeren en deactiveren | |
| Kinderslot | Kinderslot activeren en deactiveren | |
| Tijdfuncties | Kort indrukken: werking starten of onderbreken. Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken. | |
| Snel voorverwarmen | Snel voorverwarmen in- en uitschakelen | |
| Start/Stop | Werking starten, stoppen of afbreken | |
| Veld links van het display | Navigatie naar links | |
| Veld rechts van het display | Navigatie naar rechts |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
4.3 Draaiknop
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven.
Wanneer u bij instelwaarden, bijv. de temperatuur, de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de draaiknop opnieuw terug.
Bij lijsten, bijv. de verwarmingsfuncties, begint na de laatste waarde opnieuw de eerste.
4.4 Display
Het display toont u de actuele instelwaarden. De waarde die u op het display kunt wijzigen, is in kleur gemarkeerd.
Statusregel
De statusregel bevindt zich boven in het display. In de statusregel worden de tijd en ingestelde tijdsfuncties weergegeven.
Voortgangslijn
De lijn ligt op het display onder de gemarkeerde waarde.
Pagina 7
Functies nl
Aan de hand van de voortgangslijn ziet u hoever het apparaat al is opgewarmd. De lijn vult zich van links naar rechts.
Tijdsafloop
De tijdsafloop of de duur van de actuele functie kunt u rechtsboven in de statusregel zien.
Als u een duur hebt ingesteld en de duur wordt gewist, dan neemt de tijdsafloop de reeds verstreken tijdsduur van het apparaat over. Zo kunt u controleren hoelang het programma al loopt.
Temperatuurindicatie
De opwarmingscontrole en de restwarmte-indicatie tonen u de temperatuur in de binnenruimte.
Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte. Met de toets kunt u de actuele temperatuur opvragen.
- Verwarmingscontrole
Na het starten van de werking geeft de opwarmingscontrole de temperatuurstijging in de binnenruimte weer. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het gerecht bereikt zodra alle balken gevuld zijn.
Bij instelstanden verschijnt de opwarmingscontrole niet, bijv. bij grillstanden.
- Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft het display de restwarmte in de binnenruimte weer. De restwarmte-indicatie gaat uit bij ca. 60°C.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
→ "Accessoires", Pagina 9
Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 21
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
→ "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 17
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
Pagina 8
nl Functies
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Verwar-mingsmethoden | Fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen. → "Verwarmingsmethoden", Pagina 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Gerechten | Geprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken. → "Gerechten", Pagina 13 |
| Basisinstellingen | Basisinstellingen aanpassen. Basisinstellingen → Pagina 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| 4D hete lucht | 30 - 275 °C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Boven- en onderwarmte | 30 - 300 °C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. | |
| Hetelucht Eco | 30 - 275 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 275 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Boven- en onderwarmte Eco | 30 - 300 °C | Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Circulatiegrillen | 30 - 300 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Pizzastand | 30 - 275 °C | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. |
Pagina 9
Accessoires nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Langzaam garen | 70 - 120 °C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Onderwarmte | 30 - 250 °C | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Warm houden | 60 - 100 °C | Gegaarde gerechten warmhouden. | |
| Servies voorverwarmen | 30 - 70 °C | Servies voorverwarmen. | |
| CoolStart-functie | 30 - 275 °C | Voor een snelle bereiding van diepvriesproducten op hoogte 1. De temperatuur is afhankelijk van de opgaven van de fabrikant. Gebruik de hoogste temperatuur die op de verpakking staat aangegeven. De bereidingstijd is zoals aangegeven of korter. Het heeft geen zin om voor te verwarmen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Gebak • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
6.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Pagina 10
nl Voor het eerste gebruik
| Rooster | Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
- 3. Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
6.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval dient u de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren. Het kan enkele seconden duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Taal instellen
- 1. Met de draaiknop de gewenste taal instellen.
- 2. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
Tijd instellen
- 1. Stel de actuele tijd in met de draaiknop.
- 2. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
Datum instellen
- 1. Met de draaiknop de actuele dag instellen.
- 2. Op drukken.
- 3. Met de draaiknop de actuele maand instellen.
- 4. Op drukken.
- 5. Met de draaiknop het actuele jaar instellen.
- 6. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
- Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 11
- 5. De werking met starten.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- 6. Als de tijdsduur verstreken is, het apparaat met uitschakelen.
Pagina 11
De Bediening in essentie nl
- 7. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met .
‒ De toets wordt blauw verlicht.
- Op het display verschijnt het Siemens logo. Vervolgens verschijnt een verwarmingsmethode en een temperatuur.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Het apparaat met uitschakelen.
‒ De verlichting boven de toets gaat uit.
- Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
- De werking met starten.
- Op het display verschijnen de instellingen, de looptijd en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.
- 1. Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
- 2. Om de werking af te breken indrukken.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
8.5 Functie instellen
Vereiste: Het apparaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Op het drukken.
Het functiemenu wordt geopend.
- 2. Met de draaiknop de gewenste functie kiezen. Afhankelijk van de functie zijn er verschillende keuzemogelijkheden beschikbaar.
- 3. Met bereikt men de geselecteerde functie.
- 4. Met de draaiknop kan de selectie worden gewijzigd. Naar keuze andere instellingen veranderen.
- 5. Met starten.
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Als u het apparaat inschakelt, is automatisch de functie verwarmingsmethoden ingesteld.
- 1. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- 2. Ga met naar de temperatuur.
- 3. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display worden de ingestelde verwarmingsmethode, de temperatuur en de tijdsduur/apparaat-looptijd weergegeven.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 12
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op drukken.
- 3. De verwarmingsmethode met de draaiknop wijzigen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- Op drukken.
- Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele seconden weergegeven.
Pagina 12
nl Snel voorverwarmen
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethode kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
- 2. Op drukken.
- Het symbool verschijnt links naast de temperatuur op het display.
- De voortgangslijn raakt gevuld.
- 3. Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een signaal. Het symbool verdwijnt van het display.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Op drukken.
- Het symbool verdwijnt van het display.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u tijdsduur en einde instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het veld voor de wekker gaat open.
- 2. De wekkertijd met de draaiknop instellen.
- Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- Het symbool en de verstreken tijd worden links in de statusregel weergegeven.
- De timertijd loopt af.
- Als de timertijd verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display verschijnt een instructietekst.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒
Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de draaiknop instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
- 3. Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De timertijd met de draaiknop weer op nul zetten.
- 3. Met bevestigen.
10.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties gaat open.
- 2. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
Pagina 13
Gerechten nl
‒
Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
‒
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- 3. Daarna 2 keer op drukken.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. Zet de tijdsduur met de draaiknop terug naar nul.
- 3. ‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
Op het display worden nu de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur weergegeven.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op drukken.
- 2. Met verder tot " Einde" drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop verschuiven.
- 4. De werking met starten.
- In de statusregel verschijnt en het tijdstip waarop de werking beëindigd is. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd bereikt is, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt zichtbaar in de statusregel af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 3. Op drukken.
- 4. Het einde met de draaiknop wijzigen.
- 5. De werking met voortzetten.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 3. Met naar " Einde" gaan.
- 4. Het einde met de draaiknop op nul terugzetten.
- 5. De werking met voortzetten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
11 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
11.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal voor te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
Aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht start, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Passende inschuifhoogte
- Passende accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Pagina 14
nl Kinderslot
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
11.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u hier.
Gerechten
- Kip, ongevuld
- Kalkoenfilet
- Varkenshals zonder been
- Gestoofd rundvlees
- Gebraden kalfsvlees, doorregen
- Lamsbout zonder been, medium
- Gebraden gehakt van vers gehakt
- Goulash
- Runderrollade
- Eenpansgerecht + groente
11.4 Gerecht instellen
Opmerking: Na de start kunt u het gerecht en de instellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste: Om de functie te starten, moet de binnenruimte afgekoeld zijn.
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Gerechten"met de draaiknop kiezen.
- 3. Op drukken.
- Het eerste gerecht wordt voorgesteld.
- 4. Het gewenste gerecht met de draaiknop selecteren.
- 5. Op drukken.
- 6. Het gewicht van uw gerechten met de draaiknop instellen. De bijbehorende tijdsduur wordt automatisch berekend.
- 7. Op drukken.
- 8. Informatie over het gerecht wordt weergegeven. Na enkele seconden springt het apparaat naar het ingestelde gerecht terug.
- 9. Informatie over het gerecht wordt weergegeven. ‒ Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het einde verplaatsen.
→ "Einde instellen", Pagina 13
- 10. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af. De opwarmlijn verschijnt niet.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 11. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst nagaren.
→ "Nagaren", Pagina 14 ‒ Schakel als het gerecht klaar is, het apparaat uit met .
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur de functie nagaren aan. U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
- 1. Als u niet wilt nagaren, op drukken en het apparaat met uitschakelen.
- 2. Druk op om het gerecht na te garen.
- Op het display verschijnt een tijdsduur.
- 3. Wijzig indien gewenst de tijdsduur met de draaiknop.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aanwijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Druk als u opnieuw wilt nagaren, op .
‒ Als het gerecht klaar is, op drukken en het apparaat met uitschakelen.
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
12.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- 1. Om het kinderslot te activeren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
- Het symbool verschijnt in de statusregel in in- en uitgeschakelde toestand.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Pagina 15
Sabbatinstelling nl
13 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C met boven- en onderwarmte worden warmgehouden zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
13.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
Vereiste: De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 15
- 1. De verwarmingsmethode sabbatinstelling met de draaiknop instellen.
- 2. Druk op .
De temperatuur is op 85 °C vooraf ingesteld.
- 3. Met de draaiknop de gewenste temperatuur instellen.
- 4. Druk op .
De tijd is op 25 uur vooraf ingesteld.
- 5. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
Het einde kan niet worden verplaatst.
- 6. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met .
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
14 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de keuze op het apparaat. |
| Tijd | Tijd in 24 uursformaat. |
| Datum - dag | Actuele dag instellen |
| Datum - maand | Actuele maand instellen |
| Datum - jaar | Actueel jaar instellen |
| Geluidssignaal | Korte duur Gemiddelde duur¹ Lange duur |
| Toetssignaal | Ingeschakeld Uitgeschakeld¹ |
| Helderheid display | 5 standen |
| Tijdsweergave | Uit Digitaal ¹ |
| Verlichting | In gebruik uit In gebruik aan¹ |
| Kinderslot | Alleen toetsblokkering ¹ |
| Na inschakelen | Hoofdmenu Verwarmingsmethoden¹ Gerechten |
| Nachtverduistering 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Merklogo | Weergeven¹ Niet weergeven |
| Ventilatornaloop | Aanbevolen¹ Minimaal |
| Telescooprails | Achteraf aangebracht ¹ Niet achteraf aangebracht |
| Sabbatinstelling | Ingeschakeld Uitgeschakeld¹ |
| Fabrieksinstelling 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Resetten afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
14.2 Basisinstellingen wijzigen
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- Het functiemenu wordt geopend.
- 3. Met de draaiknop de functie " Instellingen" kiezen.
- 4. Met bevestigen.
- De eerste basisinstelling verschijnt.
- 5. Met naar de verschillende instellingen gaan.
- 6. De basisinstelling met de draaiknop wijzigen.
- 7. Op drukken.
- Op het display verschijnen de wijzigingen "Opslaan" of "Afwijzen".
- 8. De gewenste wijziging met of selecteren. Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Verwerpen" drukken.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
Pagina 16
nl Reiniging en onderhoud
15 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
15.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 17
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 18 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 18 |
| Roestvrijstalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |