Siemens CE932GXB1, tekst van de handleiding
Pagina's 110–121 van 132 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 98–109verder op pagina 122 →
Pagina 110
nl Gerechten
Om een optimaal resultaat te verkrijgen, verwijdert u het gerecht na het einde van het programma.
11.2 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen volgt u deze aanwijzingen op:
Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
De levensmiddelen uit de verpakking nemen en afwegen. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
Gebruik uitsluitend voor magnetron geschikte vormen, bijv. van glas of keramiek.
Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
Ontdooien
De levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij -18°C invriezen en bewaren.
Leg de diepvriesproducten op een vlakke vorm, bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord.
Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen van het programma nog niet volledig zijn ontdooid. De levensmiddelen kunnen echter goed verder worden verwerkt.
Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. De vloeistof verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen.
Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de kant van het vel op de vorm leggen.
Groente
Verse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. Voeg per 100 géén eetlepel water toe.
Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen.
Aardappelen
Aardappels om te koken: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Voeg per 100 g twee eetlepels water en een beetje zout toe.
Aardappels in de schil: gebruik aardappels van gelijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schil prikken. Aardappelen nog vochtig in een vorm zonder water doen.
Aardappels in de oven: aardappels van gelijke grootte gebruiken. Wassen, drogen en meerdere gaatjes in de schil prikken.
Rijst
Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid water bij de rijst doen.
Gevogelte
Gebruik alleen kipdelen die op koelkasttemperatuur zijn.
Hier en daar een vork gaatjes in het vel prikken.
Lasagne
Het meest geschikt is diepvrieslasagne tot een hoogte van ca. 3 cm.
Lasagne uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
11.3 Programma instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Gerechten".
- 2. Een programma selecteren.
- 3. Druk op "Gewicht".
- 4. Met en het gewicht instellen
- 5. Druk op "Overnemen".
- 6. Stel de eindtijd in wanneer een eindtijd is gewenst.
- Druk op "Einde".
- Stel de gewenste tijd in.
- Druk op "Overnemen".
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit.
- 7. De gerechten in de binnenruimte plaatsen.
- 8. Sluit de deur van het apparaat.
- 9. Op drukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
Opmerking: Bij vele programma's verschijnen tijdens de bereiding aanwijzingen op het display. Volg deze aanwijzingen op.
Gerechten nagaren
Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren.
- 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe".
- 2. Stel de gewenste duur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 111
Met kunt u de ingestelde duur resetten.
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Start de werking met .
Werking onderbreken
- 1. Open de apparaatdeur of druk op .
De werking wordt onderbroken.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
Werking afbreken
- Op drukken.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
Pagina 111
Tijdfuncties nl
11.4 Overzicht van de gerechten
| Gerecht | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vormen/Toebehoren |
|---|---|---|---|
| Brood ontdooien ¹ | Brood, heel, rond of langwerpig, brood in sneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak, taart zonder glazuur, slagroom of gelatine | 0,20-1,5 | Vlakke open vorm |
| Vlees ontdooien ¹ | Braadstukken, platte stukken vlees, kip, gehakt | 0,20-2 | Vlakke open vorm |
| Vis ontdooien ¹ | Hele vis, visfilet, viskotelet | 0,10-1 | Vlakke open vorm |
| Groente, vers ² | Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgette | 0,15-1 | Gesloten vorm |
| Groente, diepvries ² | Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie | 0,15-1 | Gesloten vorm |
| Rijst ² | Rijst met lange korrel | 0,05-0,3 | Hoge, gesloten vorm |
| Gekookte aardappelen ² | Aardappels met of zonder schil, aardappelpartjes even groot | 0,20-1 | Gesloten vorm |
| Aardappelen in de oven ¹ | Aardappels met schil, à 200-250 g | 0,20-1,5 | Plaats de vorm op het rooster. |
| Lasagne, diepvries | Lasagne of soortgelijke diepvries-ovenschotel | 0,30-1 | Open vorm |
| Stukken kip, vers | Bovenste deel kippenpoot, onderste deel kippenpoot, kippenpoten | 0,50-1,5 | Plaats de vorm op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 111)
12 Tijdfuncties
Het apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur, het einde van het programma en de wekker kunt instellen.
| Tijdfuncties | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Deze beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 111)
12.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking met "boost" kunt u instellen tot 30 minuten. De duur voor alle andere standen kunt u tot 90 minuten instellen.
Vereiste: Een functie en een stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Stel met en de seconden in of selecteer een vooringestelde waarde op het display.
- 3. Druk om minuten om de minuten in te stellen.
1 Let op het keersignaal.
2 Let op het roersignaal.
- 4. Stel met en de minuten in of selecteer een vooringestelde waarde op het display.
- 5. Start de werking met .
Gerechten nagaren
Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren.
- 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe".
- 2. Stel de gewenste duur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 111
Met kunt u de ingestelde duur resetten.
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Start de werking met .
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Druk op de tijdsduur.
- 2. Stel met en de seconden in of selecteer een vooringestelde waarde op het display.
- 3. Druk op de minuten om de minuten in te stellen.
- 4. Stel met en de minuten in of selecteer een vooringestelde waarde op het display.
- 5. Druk op "Overnemen".
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Druk op de tijdsduur.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur naar de vooringestelde waarde.
111
Pagina 112
nl Kinderslot
- 3. Druk op "Overnemen".
12.2 Eindtijd instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd met of aanpassen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Druk op .
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint de werking en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 4. Voer wanneer de tijdsduur is verstreken één van de volgende acties uit:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Druk op de eindtijd.
- 2. Wijzig de tijd met of
- 3. Druk op "Overnemen".
.
Eindtijd afbreken
U kunt de ingestelde tijd altijd wissen.
- 1. Druk op de eindtijd.
- 2. Reset de tijd met .
- 3. Druk op "Overnemen".
12.3 Timer instellen
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
- 1. Druk op .
De minuten knipperen.
- 2. Stel de minuten in met en .
- 3. Druk om de uren in te stellen op uren.
- 4. Stel de uren in met en .
- 5. Druk op de seconden om de seconden in te stellen.
- 6. Stel de seconden in met en .
- 7. Druk op "Start".
De timer start.
Bij sommige display-indicaties loopt de timer op de achtergrond verder. Druk op om de timer weer te geven.
Timer beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal.
- Op een willekeurig veld drukken. De timer is uitgeschakeld.
Timer wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Stop".
De minuten knipperen.
- 3. Stel de minuten in met en .
- 4. Druk om de uren in te stellen op uren.
- 5. Stel de uren in met en .
- 6. Druk op de seconden om de seconden in te stellen.
- 7. Stel de seconden in met en .
- 8. Druk op "Start".
Timer annuleren
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Druk op .
13 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren
- Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden.
De bedieningselementen zijn geblokkeerd.
Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de timer-
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
tijd niet wijzigen. Om geluidssignalen, bijv. na het verstrijken van de timertijd, te beëindigen op een willekeurige toets drukken.
13.2 Kinderslot deactiveren
- 1. Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- 2. De bedieningselementen zijn gedeblokkeerd.
Pagina 113
Basisinstellingen nl
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Opmerkingen
Wijzigingen van de instellingen van de taal, de sensortoetstoon en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere instellingen zijn pas actief wanneer u de instellingen opslaat.
Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook na een stroomstoring bewaard.
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de selectie op het apparaat |
| Tijd | "Tijd" in het 24 uursformaat |
| Datum | "Datum" in het formaat DD.MM.JJJJ |
| Display | Keuze |
| Helderheid | Standen 1 t/m 8 ¹ |
| "Tijd", spaarstand - display | Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) tijdslimiet ¹ Uit |
| "Tijd", weergave | Digitaal + datum ¹ Digitaal Analoog |
| Afstelling | Display horizontaal en verticaal stellen. |
| Aardewerk | Keuze |
| Toetssignaal | Aan ¹ Uit |
| Geluidssignaal | Zeer kort Korte duur Gemiddelde duur ¹ Lange duur |
| Instellingen van het apparaat | Keuze |
| Verlichting | Aan ¹ Uit |
| Magnetronvermogen voorinst. | 90 W 180 W 360 W 600 W boost |
| Personalisering | Keuze |
| Merklogo | Indicaties ¹ Niet weergeven |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu ¹ Magnetron Gerechten Grill |
| Verstreken bereidingstijd | Indicaties ¹ Niet weergeven |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 113)
| Personalisering | Keuze |
|---|---|
| Kinderslot | Beschikbaar Gedeactiveerd |
| Fabrieksinstellingen | Keuze |
| Fabrieksinstellingen | Terugzetten Afbreken |
| Apparaat informatie | "Apparaat informatie" weergeven |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 113)
14.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op de gewenste basisinstelling.
- 3. Wijzig de gewenste instellingen op het display.
- 4. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
14.3 Tijd wijzigen
U kunt de tijd wijzigen in de basisinstellingen.
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op de basisinstelling "Tijd".
Het display toont de ingestelde waarde. De uren knipperen.
- 3. Stel de uren in met en .
- 4. Druk op de minuten.
- 5. Stel de minuten in met en .
- 6. Druk op "Overnemen".
- 7. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
113
Pagina 114
nl humidClean
15 humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
LET OP
Het apparaat kan beschadigd raken door een ondeskundige reiniging.
- Nooit vloeistof in het kookcompartiment gieten.
15.1 Reinigingsondersteuning instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "humidClean".
- 2. Volg de aanwijzingen op het display.
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Druk op .
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
- 5. Volg de aanwijzingen op het display.
16 Reiniging en onderhoud
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
16.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
16.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Bij sterke verontreiniging voor roestvrijstalen oppervlakken geschikte ovenreiniger gebruiken.
Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Pagina 115
Reiniging en onderhoud nl
16.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren
Het plafond in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Als de grillfunctie in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het braden of grillen op en breken ze vetrestanten af. Als u hoofdzakelijk de magnetronfunctie gebruikt, start u regelmatig de grillfunctie om de bovenkant te reinigen.
LET OP
Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken beschadigt de oppervlakken.
- Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken gebruiken. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulp gebruiken.
Vereisten
De binnenruimte is leeg.
Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Grill, groot".
- 2. Druk op "Stand".
- 3. De hoogste grillstand kiezen.
- 4. Druk op "Overnemen".
- 5. Druk op "Tijdsduur".
- 6. Stel de gewenste tijdsduur in.
De voor de reiniging benodigde tijdsduur is afhankelijk van de hoeveelheid vetresten. Start met een tijdsduur van 20 minuten.
- 7. Druk op "Overnemen".
- 8. Start de werking met .
Ventileer de ruimte zolang het apparaat opwarmt. Tijdens het gebruik is rookontwikkeling mogelijk. Dit is normaal en vermindert.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
- 9. Als aan het einde van de tijdsduur nog rookontwikkeling zichtbaar is, verlengt u de tijdsduur.
16.5 Accessoires reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- 3. De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- 4. De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraalspons of ovenreiniger.
- 5. Met een zachte doek nadrogen.
16.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
16.7 Deurafdichting reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
16.8 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
- Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
16.9 Bedieningspaneel reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
Pagina 116
nl Storingen verhelpen
17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 117
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
17.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 117 | |
| De magnetron werkt niet. | Deur is niet helemaal gesloten. ▸ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. |
| De gerechten warmen niet op. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten in de basisinstellingen. Pagina 112 |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 117 |
| Magnetronfunctie breekt af. | Storing 1. Het apparaat resetten. ▸ Ofwel de toets minstens 10 seconden ingedrukt houden. ▸ Of de zekering in de meterkast uitschakelen. De zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 117 |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▸ Stel een hoger magnetronvermogen in. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. |
Pagina 117
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. |
| De tijd verschijnt niet wanneer het apparaat is uitgeschakeld | Het display schakelt na enkele seconden uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 117)
17.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Melding met "D" of "E" verschijnt op het display. | Storing 1. Het apparaat resetten. ▸ Ofwel de toets minstens 10 seconden ingedrukt houden. ▸ Of de zekering in de meterkast uitschakelen. De zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 117 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 117)
18 Afvoeren
18.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
19 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse D. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en
mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op siemens-home.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Pagina 118
nl Zo lukt het
20 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
20.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Tip
Aanwijzingen voor de bereiding
De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte.
De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Opmerking: Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. Doe het gerecht in een geschikte vorm.
- 4. Plaats de vorm in het midden op de bodem van de binnenruimte.
Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen.
- 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
20.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Als u andere hoeveelheden gebruikt dan aangegeven in de tabellen, houdt u zich dan aan de vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Ontdooien met de magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Vries het voedsel vlak in.
Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron.
Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen.
Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen.
Bij het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
| Gerechten | Gewicht | Magnetronvermogen | Tijdsduur |
|---|---|---|---|
| Vlees in zijn geheel, met en zonder bot ¹ | 800 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 15 min. 2. 10 min. |
| Vlees in zijn geheel, met en zonder bot ¹ | 1000 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 15 min. 2. 10-15 min. |
| Vlees in zijn geheel, met en zonder bot ¹ | 1500 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 20 min. 2. 10-15 min. |
| Vlees in stukken of plakken ¹,2 | 200 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 2-5 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 118)
1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
118
Pagina 119
Zo lukt het nl
| Gerechten | Gewicht | Magnetronvermogen | Tijdsduur |
|---|---|---|---|
| Vlees in stukken of plakken ¹,2 | 500 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 8-10 min. 2. 8-10 min. |
| Vlees in stukken of plakken ¹,2 | 800 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 10 min. 2. 10-12 min. |
| Gehakt, gemengd ¹,2 | 200 g | 90 W | 10-12 min. |
| Gehakt, gemengd ¹,2 | 500 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 10-15 min. |
| Gehakt, gemengd ¹,2 | 1000 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 15 min. 2. 15-20 min. |
| Gevogelte of delen gevogelte ¹,2 | 600 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 8 min. 2. 10-12 min. |
| Gevogelte of delen gevogelte ¹,2 | 1200 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 15 min. 2. 15-20 min. |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis ¹,2 | 400 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 10-12 min. |
| Hele vis ¹ | 300 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 3 min. 2. 10-15 min. |
| Hele vis ¹ | 600 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 10-15 min. |
| Groente, bijv. erwten ³ | 300 g | 180 W | 10-12 min. |
| Fruit, bijv. frambozen ³ | 300 g | 180 W | 7-9 min. |
| Fruit, bijv. frambozen ³ | 500 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 8-10 min. |
| Boter, ontdooien ⁴ | 125 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 1 min. 2. 1-2 min. |
| Boter, ontdooien ⁴ | 250 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 1 min. 2. 2-3 min. |
| Heel brood ¹ | 500 g | 180 W | 8-10 min. |
| Heel brood ¹ | 1000 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 10 min. 2. 10-20 min. |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁵,6 | 500 g | 90 W | 10-12 min. |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁵,6 | 750 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 5-10 min. |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁵ | 500 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 5 min. 2. 5-10 min. |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁵ | 750 g | 1. 180 W 2. 90 W | 1. 7 min. 2. 10-12 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 119)
Opwarmen of bereiden van diepgevroren gerechten met magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten.
De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
3 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
4 De verpakking volledig verwijderen.
5 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
6 De stukken gebak van elkaar scheiden.
119
Pagina 120
nl Zo lukt het
Lasagne uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
Het meest geschikt is diepvrieslasagne tot een hoogte van ca. 3 cm.
Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd.
| Gerechten | Gewicht | Magnetronvermogen | Tijdsduur |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht (2-3 componenten) | 300-400 g | 600 W | 10-11 min. |
| Soep | 400 g | 600 W | 8-12 min. |
| Eenpansgerechten | 500 g | 600 W | 10-12 min. |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 g | 600 W | 12-15 min. |
| Vis, bijv. filetstukken ¹ | 400 g | 600 W | 10-15 min. |
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni (ca. 3 cm hoog) | 450 g | 600 W | 12-15 min. |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 250 g | 600 W | 6-7 min. |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 500 g | 600 W | 8-12 min. |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen ¹ | 300 g | 600 W | 8-10 min. |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen ¹ | 600 g | 600 W | 12-16 min. |
| Spinazie a la crème ² | 450 g | 600 W | 12-14 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 120)
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is te droog. | Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. Het gerecht afdekken en meer vloeistof toevoegen. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 120)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroeren. Verlaag het magnetronvermogen en verleng de tijdsduur. |
| Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van binnen nog steeds niet ontdooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magnetronvermogen. Grote te ontdooien producten meerdere malen keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 120)
20.3 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
1 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
2 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
120
Pagina 121
Zo lukt het nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd.
| Gerechten | Gewicht | Magnetronvermogen | Tijdsduur |
|---|---|---|---|
| Schotel, gekoeld | 1 portie | 600 W | 4-7 min. |
| Dranken ¹,2,3 | 125 ml | boost | 30-60 sec. |
| Dranken ¹,2,3 | 200 ml | boost | 1-1,5 min. |
| Dranken ¹,2,3 | 500 ml | boost | 3 min. |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴,5,3 | 50 ml | 600 W | ca. 20 sec. |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴,5,3 | 100 ml | 600 W | 40 sec. |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴,5,3 | 200 ml | 600 W | 50 sec. |
| Soep, 1 kopje ⁶ | à 175 g | 600 W | 1-2 min. |
| Soep, 2 koppen ⁶ | à 175 g | 600 W | 2-3 min. |
| Vlees in saus ⁷ | 500 g | 600 W | 5-6 min. |
| Eenpansgerecht ⁶ | 400 g | 600 W | 5-6 min. |
| Eenpansgerecht ⁶ | 800 g | 600 W | 7-8 min. |
| Groente, 1 portie ⁶ | 150 g | 600 W | 1,5-2 min. |
| Groente, 2 porties ⁶ | 300 g | 600 W | 3-4 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 121)
20.4 Bereiden
Met uw apparaat kunt u gerechten bereiden.
1 Doe een lepel in het glas.
2 Alcoholische dranken niet verwarmen.
3 Beslist de temperatuur controleren.
4 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
5 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
6 Het voedsel tussendoor controleren.
7 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
121