naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens CE932GXB1, tekst van de handleiding

Pagina's 122–128 van 132 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 110–121

Pagina 122

nl Zo lukt het

Bereiden met magnetron

Opmerking

Aanwijzingen voor de bereiding

Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.

De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.

Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.

De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.

De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten.

De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd.

GerechtenGewichtMagnetronvermogenTijdsduur
Hele kip, vers, zonder ingewanden ¹1200 g600 W25 – 30 min.
Visfilet, vers ²400 g600 W6 – 10 min.
Groente, vers ³,2,4250 g600 W7 – 8 min.
Groente, vers ³,2,4500 g600 W10 – 12 min.
Aardappelen ³,2,4250 g600 W7 – 8 min.
Aardappelen ³,2,4500 g600 W10 – 12 min.
Aardappelen ³,2,4750 g600 W15 – 20 min.
Rijst ⁵,4125 g1. 600 W
2. 180 W
1. 4 – 6 min.
1. 12 – 15 min.
Rijst ⁵,4250 g1. 600 W
2. 180 W
1. 6 – 8 min.
1. 15 – 18 min.
Zoete gerechten, bijv. pudding (instant) ⁴500 ml600 W5 – 8 min.
Vruchtencompote ⁴500 g600 W9 – 12 min.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 122)

Pudding van puddingpoeder

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.

De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.

Popcorn voor de magnetron

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.

LET OP

De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.

1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.

2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.

3 In stukken van gelijke grootte snijden.

4 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.

5 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.

122

Pagina 123

Zo lukt het nl

Opmerking

Aanwijzingen voor de bereiding

Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.

Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Geen porselein of sterk gebogen borden gebruiken.

De popcornzak met de gemarkeerde zijde naar onderen op kom leggen.

De duur afhankelijk van de hoeveelheid aanpassen.

Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Opgelet, de popcorn is heet.

GerechtenGewichtMagnetronvermogenTijdsduur
Popcorn voor de
magnetron ¹
1 zak à 100 g600 W4-5 min

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 123)

20.5 Grillen

Grill de gerechten die knapperig moeten worden.

Opmerking

Aanwijzingen voor de bereiding

Niet voorverwarmen.

Grillstukken met gelijksoortig gewicht en gelijksoortige dikte gebruiken.

Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.

De grillstukken direct op het rooster leggen. Plaats ook de glazen braadslede onder het rooster. Uitdruipend vet en braadsappen worden zo opgevangen.

De grillstukken keren met een grilltang.

Wanneer u met een vork in het vlees prikt, dan verliest dit sap en wordt het droog.

Vlees pas na het grillen zouten.

Zout onttrekt water aan het vlees.

Donker vlees, bijv. van het rund, bruint sneller dan licht vlees, bijv. van het kalf of het varken. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak aan het oppervlak slechts lichtbruin, maar van binnen toch al gaar en sappig. De grill schakelt telkens weer in en uit. Dit is normaal. De frequentie is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.

GerechtenHoeveelheidGewichtGrillstandTijdsduurInschuifhoogte
Procureursteaks, ca. 2 cm dik3-4 stuksà ca. 120 g3 (sterk)1e kant ca. 15 min 2e kant: ca. 5 min.3
Grillworsten4-6 stuksà ca. 100 g3 (sterk)1e kant ca. 10-12 min. 2e kant: ca. 10-12 min.3
Viskotelet ²2-3 stuksà ca. 150 g3 (sterk)1e kant ca.
10 min.
2e kant: ca. 10 min
3
Vis, heel bijv. forellen ²2-3 stuksà ca. 230 g3 (sterk)1e kant ca. 15 min 2e kant: ca. 5 min.3
Toastbrood (voortoasten)2-6 sneetjes3 (sterk)1e kant ca. 5 min.
2e kant: ca. 1-2 min.
3
Toast grillen2-6 sneetjes3 (sterk)afhankelijk van beleg: 5-10 min3

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 123)

20.6 Grillen met magnetron gecombineerd

Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u de grill in combinatie met de magnetron gebruiken.

1 Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. De aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.

2 Het rooster van tevoren invetten met olie.

123

Pagina 124

nl Zo lukt het

Grillen met magnetron gecombineerd

Opmerking

Aanwijzingen voor de bereiding

Hier en daar een vork gaatjes in het vel prikken.

Lasagne uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.

GerechtenGewichtGrillstandMagnetronvermogenTijdsduurInschuifhoogte
Varkensgebraad, bijv.
procureursteak ¹
ca. 750 g1 (laag)360 W35-40 min1
Gehaktbrood, max. 7 cm hoogca. 750 g2 (gemiddeld)360 Wca. 25 min.1
Kip, gehalveerd ²ca. 1200 g2 (gemiddeld)360 W35-40 min.1
Kipdelen, bijv. kwart kip ²ca. 800 g2 (gemiddeld)360 W25 min.2
Eendenborst ²ca. 800 g3 (sterk)180 W25-30 min.2
Pastaschotel (van voorgegaarde
ingrediënten) ³
ca. 1000 g1 (laag)360 W22-25 min.2
Lasagne, diepvries (ca. 3 cm hoog)350-450 g3 (sterk)600 W12-15 min.1
Lasagne, diepvries (ca. 4-5 cm hoog)600-1000 g1 (laag)600 W21-27 min.1
Aardappelgratin (van ongekookte aardappels), max. 3 cm hoogca. 1000 g2 (gemiddeld)360 W20 min.1
Vis, gegratineerdca. 500 g2 (gemiddeld)360 W15 min.2
Kwarksoufflé, max. 5 cm hoogca. 1000 g1 (laag)360 W25-30 min.1

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 124)

20.7 Testgerechten 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakke-Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, lijken.

om het testen van het apparaat conform EN

Bereiden met magnetron

GerechtMagnetronvermogen in WTijdsduur in minAanwijzing
Kandeel, 1000 g1. 600 W
2. 180 W
1. 12-13 min.
2. 8-10 min.
Pyrexform
Biscuit, 475 g600 W7-9 min.Pyrexvorm, Ø 22 cm
Gehakt, 900 g600 W20-25 min.Pyrexvorm, Ø 28 cm lang
Schotel, gekoeld, 1 portie600 W4-5 min.Magnetronafdekkap

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 124)

Ontdooien met de magnetron

GerechtMagnetronvermogen in WTijdsduur in minAanwijzing
Vlees, 500 g1. 180 W
2. 90 W
1. 7-8 min.
2. 7-10 min.
Pyrexvorm, Ø 24 cm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 124)

1 Na 15 minuten keren.

2 Keer het voedsel niet.

3 Het voedsel met kaas bestrooien.

124

Pagina 125

Montagehandleiding nl

Bereiden met magnetron en grill

GerechtMagnetronvermogen in WTijdsduur in minAanwijzing
Aardappelgratin, 1100 g360 W + grillstand 220-30 min.Ronde pyrexvorm, Ø 22 cm
Gebak-Niet aanbevolen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 125)

21 Montagehandleiding

Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

21.1 Veilige montage

Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.

LET OP

Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.

21.2 Afmetingen van het apparaat

Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

21.3 Inbouwmeubel

Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.

De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van

Pagina 126

nl Montagehandleiding

de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan.

De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.

Ombouwmeubels zonder ventilatie-uitsparing moeten in het achterste deel van de zijwanden een ventilatie-opening hebben van 200 cm².

Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mogen niet worden afgedekt.

De installatie van het apparaat is voor een hoogte van minder dan 850 mm van de vloer toegestaan.

Het aansluitstopcontact van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.

Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.

21.4 Elektrische aansluiting

Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.

Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.

Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.

Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten

Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.

Als het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang tot de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting voor alle polen volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.

Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten

Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een

verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.

In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.

Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.

21.5 Inbouw onder een werkblad

Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.

Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.

Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.

Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.

Om een voldoende ventilatie van het apparaat te waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal 100 cm² noodzakelijk. Bijvoorbeeld de plint bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.

Pagina 127

Montagehandleiding nl

21.6 Inbouw onder een kookplaat

Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.

Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .

Type kookplaatopbouw in mmvlak gemonteerd in mmin mm
Inductiekookplaat40415
Zoneloze inductiekookplaat50515
Gaskookplaat30415 ¹
Elektrische kookplaat30332

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 127)

De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.

21.8 Inbouw van twee apparaten boven elkaar

Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.

Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.

Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.

21.7 Inbouw in een hoge kast

Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.

Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.

21.9 Combinatie met een warmhoudlade

Eerst de warmhoudlade inbouwen. Houd het het installatievoorschrift van de warmhoudlade aan.

Het apparaat op de warmhoudlade in de inbouwkast schuiven. Beschadig de plaat van de warmhoudlade niet bij het inschuiven.

Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.

Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.

Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.

1 Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.

127

Pagina 128

nl Montagehandleiding

21.10 Hoekinbouw

Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.

Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan worden geopend, bij de hoekinbouw de minimum afmetingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.

21.11 Apparaat inbouwen

De aansluitkabel niet knikken, inklemmen of over scherpe randen leiden.

Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten.

Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.

21.12 Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:

21.13 Apparaat demonteren

← pagina's 110–121Inhoud