Siemens CM776GMB1F, tekst van de handleiding
Pagina's 14–24 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 25 →
Pagina 14
nl Voor het eerste gebruik
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten, moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met de Home Connect app uitvoeren. Als je apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 1. Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
- 2. Indien nodig de instelling wijzigen.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Home Connect
- Tijd
- Datum
- 3. Ga met naar de volgende instelling.
- 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op het display dat de eerste ingebruikname is afgesloten.
- 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het eerste verwarmen controleert, de deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
"De Bediening in essentie", Pagina 14
- 5. In werking stellen.
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 6. Schakel het apparaat uit met .
- 7. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
14
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op om de werking te onderbreken.
- 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Veeg op het display naar links of rechts om door de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren.
- 2. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of verdere tegels waaruit gekozen kan worden.
- 3. Druk indien gewenst op een andere tegel.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen:
- Druk op of .
Pagina 15
De Bediening in essentie nl
- Of druk op en voer de waarde direct in via het numerieke veld dat verschijnt.
- 5. Start de werking met .
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 23
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur in met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 16
- "Tijdfuncties", Pagina 16
- "Magnetron", Pagina 17
- "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 19
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 19
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarde en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 11
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Druk op .
Wanneer er informatie aanwezig is wordt deze gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij veel inhoud in de tegel bladeren met of .
- 3. Indien nodig de aanwijzing sluiten met .
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit". "Basisinstelingen", Pagina 24
- 2. Wijzig de basisinstelling "Tijdsweergave" naar "Aan".
- 3. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 4. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 14 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 15
- 5. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 6. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 7. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 8. In werking stellen.
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 9. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
Pagina 16
nl Snel voorverwarmen
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200°C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Bij "Snel voorverwarmen" staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op "Snel voorverwarmen".
Op het display verschijnt bij "Snel voorverwarmen" "Uit".
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in met of of via de instelbalk. Of voer de tijdsduur direct in via het numerieke veld . Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Overnemen".
- 5. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
16
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
of
- 1. Druk op de tijdsduur.
- 2. Wijzig de tijdsduur met balk.
- 3. Druk op "Overnemen".
of direct via de instel-
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
- 3. Druk op "Overnemen".
10.2 Einde instellen
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd met of aanpassen of de tijd direct via het numerieke veld invoeren.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Start de werking met .
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
Pagina 17
Magnetron nl
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd met of wijzigen of de tijd direct via het numerieke veld invoeren.
- 3. Druk op "Overnemen".
Einde annuleren
U kunt de ingestelde tijd altijd wissen.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op "Einde" drukken.
- 3. Reset de tijd met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Op "Starten" drukken.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Starten" om de timer te starten.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusregel weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop".
- 3. De timer wijzigen.
- 4. Druk op "Starten".
Timer annuleren
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop"
- 3. De timer met resetten.
- 4. Druk op .
11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 1.
Magnetronbestendig servies
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige kunststof
Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de magnetron
Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht.
"Magnetron", Pagina 7
Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het meegeleverde rooster plaatsen.
Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Air Fry & Grillplaat
Pagina 18
nl Magnetron
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magnetron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in warmte omgezet kunnen worden.
Om condens te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en "Boost" het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze automatische droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstelingen", Pagina 24
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie verkort de bereidingsduur van gerechten.
U kunt de magnetron met de volgende functies combineren:
Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein "Gerechten", Pagina 21 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 19 "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 19
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een functie zijn:
90 watt
180 watt
360 watt
11.3 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 12 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
- 1. Druk op " Magnetron".
- Of direct met de toets de magnetron selecteren.
- 2. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig.
- 4. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "min" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 5. Stel de tijdsduur in met of of via de instelbalk. Of voer de tijdsduur direct in via het numerieke veld . Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Druk op "Toepassen".
- 7. Start de werking met .
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het maximale magnetronvermogen "Boost" geeft het display de vermogensreductie aan.
"Magnetronvermogen", Pagina 12
Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 9. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld en zich in de binnenruimte condens heeft gevormd, dan de binnenruimte drogen.
"Droogfunctie", Pagina 31
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de apparaatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de
Pagina 19
Ventilatiefunctie Knapperig laagje nl
basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. "Basisinstelingen", Pagina 24
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Wijzig het magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Toepassen".
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
of
- 1. Druk op de tijdsduur.
- 2. Wijzig de tijdsduur met balk.
- 3. Druk op "Toepassen".
of direct via de instel-
11.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 12 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina 18
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. Maak de instellingen bij de functie, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Druk op "Bijgeschakelde magnetron" .
- 4. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 5. Druk op "Tijdsduur" en stel de tijdsduur in.
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Het magnetronvermogen wijzigen of deactiveren.
- 3. Druk op "Toepassen".
12 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
De ventilatiefunctie "Knapperig laagje" onttrekt vocht uit de binnenruimte, zodat uw gerecht knapperig wordt. De hoeveelheid hete stoom welke kan ontspannen bij het openen van de deur, wordt gereduceerd.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met ventilatiefunctie
Voor de ventilatiefunctie zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij de volgende verwarmingsmethoden kunt u de ventilatiefunctie gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Pizzastand
Circulatiegrillen
12.2 Ventilatiefunctie instellen
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde bijschakelen, ook na aanvang van de werking.
- 1. Stel een geschikte verwarmingsmethode en temperatuur in.
Indien nodig kunt u meer instellingen maken en met de ventilatiefunctie combineren.
- 2. Op "Knapperig laagje" drukken.
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Het display geeft de instelwaarden weer.
- 4. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: Tijdens de werking kunnen luidere ventilatorgeluiden hoorbaar zijn.
Ventilatiefunctie annuleren
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde uitschakelen.
- Druk op "Knapperig laagje" .
Op het display verschijnt bij "Knapperig laagje" "Uit".
De werking wordt zonder ventilatiefunctie voortgezet.
13 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
13.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken:
4D hetelucht
Pagina 20
nl Kerntemperatuurmeter
Boven- en onderwarmte Onderwarmte
Boven-/onderwarmte zacht Hete lucht zacht
Circulatiegrillen
Pizzastand
Warmhouden
Langzaam garen
13.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Gebruik geen gesloten vormen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt, dan ontstaan er vonken.
- De braadthermometer volledig in het gerecht steken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product. De kerntemperatuurmeter heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het product steekt.
| Dunne stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het vlees op het dikste punt. |
| Dikke stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter van boven schuin tot de aanslag in het vlees. Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
| Gevogelte | Steek de kerntemperatuurmeter in de dikste plek van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de kerntemperatuurmeter schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte keren en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de kerntemperatuurmeter achter de kop in de richting van de graat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
13.3 Kerntemperatuurmeter instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. De temperatuur van het kookcompartiment instellen met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 4. Druk op "Braadthermometer".
- 5. Stel de kerntemperatuur in met of of via de instelbalk. Of voer de kerntemperatuur direct in via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Druk op "Overnemen".
Pagina 21
Gerechten nl
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Het apparaat verwarmt niet langer. Bij de methode langzaam garen, blijft het apparaat verwarmen.
- 8. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
Tips
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
- "Magnetron", Pagina 17
- "Gerechten", Pagina 21
U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
Temperatuur wijzigen
Na de start van de werking kunt u de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op de temperatuur van de binnenruimte of de kerntemperatuur.
- 2. Wijzig de temperatuur met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Overnemen".
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
13.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
14 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
14.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
21
Pagina 22
nl Gerechten
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
14.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u aanpassen.
Bereidingsmethoden
Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
Voor een conventionele bereiding kiest u een bereidingsmethode met de volgende waarde:
klassiek
Gerechten met kerntemperatuurmeter
Bij sommige gerechten kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken.
Kies een bereidingsmethode, welke de volgende waarde bevat:
tot op de graad nauwkeurig
De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
"Kerntemperatuurmeter", Pagina 19
Gerechten met de magnetron
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met magnetron kiezen. De bereidingsduur wordt korter.
Kies een bereidingsmethode met de volgende waarden: sneller voorzichtig en snel
Neem de informatie over het gebruik met de magnetron in acht.
"Magnetron", Pagina 17
14.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten aan u ter beschikking staan, ziet u op het apparaat wanneer u de functie oproept. De gerechten zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat. De gerechten zijn in categorieën en gerechten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 24
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Gebak | Gebak in vormen Gebak op de bakplaat Kleine bakwaren Koekjes |
| Brood, broodjes | Brood Broodjes |
| Pizza, hartig gebak | Pizza Hartig gebak, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers Lasagne, gekoeld Ovenschotel, zoet, vers Fruitcrumble Soufflé in portievormen Yorkshire Pudding |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilet |
| Diepvriesproducten | Pizza Broodjes Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte |
Pagina 23
Favorieten nl
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen |
| Etenswaar ontdooien | Brood, broodjes Gebak Vlees, gevogelte Vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
14.4 Gerecht instellen
- 1. Op "Gerechten" drukken.
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 22
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- 5. Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 22
- 6. Druk op voor informatie over bijvoorbeeld accessoires en inschuifhoogte.
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Bij gerechten met baksensor of bij gebruik met kerntemperatuursensor (al naar gelang de uitrusting van het apparaat) wordt geen tijdsduur weergegeven. Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt. Als het apparaat met Home Connect is verbonden, wordt bij enkele gerechten de voorspelde resterende tijdsduur weergegeven. Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
14.5 Automatische uitschakeling
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden. Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het apparaat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd.
15 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en opnieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-versie moet u deze functie eerst op uw apparaat downloaden. Kijk in de Home Connect app voor meer informatie.
15.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 30 verschillende functies als uw favorieten opslaan.
- Druk naast de titel van de functie op .
Om een favoriet te hernoemen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
15.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u deze voor het instellen van de werking kiezen.
- 1. Druk op "Favorieten".
- 2. Druk op de gewenste favorieten.
- 3. Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
- 4. Start de werking met .
Op het display staan de instelwaarden.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies: "Magnetron", Pagina 17 "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 19 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 19
15.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorteren, of verwijderen.
- Om de favorieten te wijzigen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
16 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
16.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
Het symbool brandt.
Pagina 24
nl Basisinstellingen
16.2 Kinderslot deactiveren
Zo kunt u het kinderslot op elk gewenst moment deactiveren.
17 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
17.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen krijgt u op het display met .
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de selectie op het apparaat |
| Home Connect | De oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand besturen. "Home Connect ", Pagina 25 |
| Tijd | Tijd in het 24-h formaat |
| Datum | Datum in formaat DD.MM.JJJJ |
| Display | Keuze |
| Helderheid | Standen 1, 2, 3, 4 en 5 ¹ |
| Tijdsweergave | Aan, qua tijd gelimiteerd Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) Uit ¹ |
| Kloktype | Digitaal + datum ¹ Digitaal Analoog |
| Afstelling | Display horizontaal en verticaal stellen |
| Geluid | Keuze |
| Sensortoetstoon | Aan ¹ Uit |
| Geluidssignaal | Zeer korte duur Korte duur Gemiddelde duur ¹ Lange duur |
| Apparaatinstellingen | Keuze |
| Nalooptijd ventilator | Minimaal Aanbevolen ¹ Lang Zeer lang |
| Verlichting | Ingeschakeld bij het bereiden en bij het openen van de deur ¹ Alleen bij het openen van de deur Altijd uit |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te deactiveren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
| Apparaatinstellingen | Keuze | |
|---|---|---|
| Magnetronvermogen voorinstelling | 90 W 180 W 360 W 600 W Boost ¹ | |
| Magnetron hervatten | Aan Uit ¹ | |
| Magnetron drogen | Aan ¹ Uit | |
| Personalisering | Keuze | |
| Merklogo | Displays ¹ Niet weergeven | |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu ¹ Verwarmingsmethoden Magnetron Gerechten Favorieten | |
| Verstreken bereidingstijd | Displays ¹ Niet weergeven | |
| Magnetronbakblik | Aan ¹ Uit | |
| Gerechten | Alle ¹ Geen varkensvlees Alleen koosjer | |
| Regionale gerechten | Alle ¹ Europese gerechten Gerechten volgens Britse wijze | |
| Kinderslot | Deurvergrendeling + toetsblokkering Alleen toetsblokkering ¹ Gedeactiveerd | |
| Automatisch snel voorverwarmen | Aan ¹ Uit | |
| Fabrieksinstellingen | Keuze | |
| Fabrieksinstellingen | Terugzetten | |
| Apparaatinformatie | Apparaatinformatie | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
17.2 Basisinstellingen wijzigen
- 1. Druk in de statusregel op .
- 2. Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
- 3. Druk op de gewenste basisinstelling.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
24