Siemens ED711FQ15E, tekst van de handleiding
Pagina's 14–31 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–13verder op pagina 32 →
Pagina 14
nl Apparaat bedienen
Kookadvies
Advies
- Bij het warm maken van puree, crèmesoepen en dikvloeibare sauzen regelmatig roeren.
- Voor het voorverwarmen kookstand 8 - 9 instellen.
- Bij de bereiding met deksel de kookstand terugschakelen, zodra er tussen deksel en kookgerei stoom vrijkomt. Voor een goed bereidingsresultaat is geen stoom nodig.
- Na de bereiding het kookgerei tot het opdienen gesloten houden.
- Voor het koken met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- De gerechten niet te lang laten koken of bakken, om de voedingswaarde te behouden. Met de kookwekker kan de optimale bereidingstijd worden ingesteld.
- Voor een gezonder bereidingsresultaat dient rokende olie te worden voorkomen.
- Voor een bruine kleur van de gerechten deze na elkaar klaarmaken in kleine porties.
- Kookgerei kan tijdens de bereiding hoge temperaturen bereiken. Het gebruik van pannenlappen is aan te bevelen.
- Adviezen voor energie-efficiënt koken vindt u in het hoofdstuk "Milieubescherming"
Bereidingstabel
In de tabel wordt voor alle gerechten weergegeven welke kookstand geschikt is. De bereidingstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten variëren.
| Kookstand | Bereidingstijd (min.) | |
|---|---|---|
| Smelten | ||
| Chocolade, couverture | 1 - 1. | - |
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Opwarmen en warmhouden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1. - 2 | - |
| Melk* | 1. - 2. | - |
| Worstjes in water verwarmen* | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Goulash, diepvries | 3 - 4 | 35 - 55 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes* | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Vis* | 4 - 5 | 10 - 15 |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 - 2 | 3 - 6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| * Zonder deksel ** Herhaaldelijk keren ***Voorverwarmen op kookstand 8 - 8. | ||
Pagina 15: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 16
nl Apparaat bedienen
Handmatige ventilatieregeling
U kunt de ventilatiestand handmatig besturen.
Aanwijzing: Bij hoge pannen kan geen optimaal afzuigvermogen worden gegarandeerd. Het afzuigvermogen kan worden verbeterd door een deksel schuin op de pan te leggen.
Activeren
- 1. Raak het symbool aan.
De ventilatie start bij de vooringestelde vermogensstand.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden in het instelgebied de juiste kookstand.
De ingestelde kookstand brandt.
- 3. Raak het symbool aan om de gekozen instelling te bevestigen.
De ventilatie is ingeschakeld.
Wijzigen en uitschakelen
Raak het symbool aan en kies de gewenste kookstand of in het instelgebied op instellen.
Intensief-stand
Er zijn twee intensiefstanden voor de ventilatie. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.
Activeren
Raak het symbool aan en stel de gewenste vermogensstand in.
- Intensiefstand I: het symbool twee keer aanraken.
De aanwijzing brandt. De intensiefstand is geactiveerd.
- Intensiefstand II: het symbool drie keer aanraken.
De indicatie . brandt. De intensiefstand is geactiveerd.
Aanwijzing: Na acht minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .
Wijzigen en uitschakelen
Raak het symbool aan en kies de gewenste kookstand of in het instelgebied op instellen.
Automatische start
Wanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in. De ventilatie schakelt bij een kookstand overeenkomstig de betreffende kookstand van de kookzones in.
Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk "Basisinstellingen".
Naloop-functie
De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten doorlopen. Zo wordt de nog aanwezige kookdamp verwijderd. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
Activeren
De nalooptijd wordt standaard met een maximale uitschakeltijd geactiveerd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk "Basisinstellingen".
Aanwijzing: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.
Deactiveren
Handmatig
Raak het symbool aan. De naloopfunctie wordt uitgeschakeld.
Automatiek
In de volgende gevallen wordt de naloopfunctie uitgeschakeld:
- De nalooptijd is afgelopen.
- Het apparaat wordt weer ingeschakeld.
Pagina 17
CombiZone nl
CombiZone
Met deze functie kunt u de CombiZone verbinden en voor beide kookzones dezelfde vermogensstand instellen. De functie is bijzonder geschikt voor de bereiding met langwerpig kookgerei.
Aanwijzingen voor het kookgerei
Gebruik voor een optimaal resultaat een pan die afgestemd is op het gebied van de beide kookzones. Zet de pan in het midden van de kookzone.
Wanneer u op een van beide kookzones slechts één pan gebruikt, kunt u hem verplaatsen naar de tweede kookzone. In dit geval worden de vermogensstand en de gekozen instellingen overgenomen.
Activeren
- 1. Eén van de twee kookzones kiezen die bij de CombiZone horen en de kookstand instellen.
- 2. Het symbool aanraken. De indicatie is verlicht. De kookstand verschijnt in de indicatie van de onderste kookzone.
De functie is geactiveerd.
De vermogensstand wijzigen
Wijzig in de programmeerzone de vermogensstand.
Deactiveren
Kies een van beide kookzones voor deze functie en raak het symbool aan.
De functie is gedeactiveerd. De beide kookzones functioneren nu als twee onafhankelijke kookzones.
Move-functie
Met deze functie kunt u de CombiZone verbinden en voor beide kookzones verschillende vermogensstanden kiezen. Vooraf ingestelde vermogensstanden:
Voorste kookzone = vermogensstand
Achterste kookzone = vermogensstand .
De vooraf ingestelde vermogensstanden kunnen voor elke kookzone onafhankelijk van elkaar worden veranderd.
Aanwijzingen
- Kookgerei op slechts één van de kookzones plaatsen.De functie wordt niet geactiveerd wanneer op elk van beide kookzones afzonderlijk kookgerei staat.
- In de indicatie van de kookzone waarop geen kookgerei staat, is de kookstand zwakker. Deze wordt pas geactiveerd wanneer de vorm op deze kookzone verplaatst en herkend wordt.
- Is de functie al geactiveerd en wordt er een tweede vorm op de vrije kookzone geplaatst, dan blijft de indicatie, net als daarvoor, zwak verlicht. De kookzone is dan niet actief. De kookzone wordt pas actief wanneer de eerste kookvorm verwijderd wordt.
Tips voor het gebruik van pannen
Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren:
Gebruik slechts één pan die slechts een van de kookzones bedekt.
De pan verplaatsen van de ene naar de andere kookzone:
Pagina 18
nl Tijdfuncties
Activeren
- 1. Kies een van de twee kookzones die bij de Movefunctie horen.
- 2. Het symbool aanraken. De indicaties zijn verlicht.
De kookstanden zijn verlicht in de indicaties van beide kookzones.
De functie is geactiveerd.
Aanwijzingen
- De indicatie van de kookplaat met het kookgerei is helderder verlicht.
- In de indicatie van de gekozen kookzone is de indicatie verlicht.
Kookstand wijzigen
Een van de twee kookzones kiezen die bij de Movefunctie horen en de kookstand in het instelgebied veranderen.
Aanwijzing: Wordt de functie gedeactiveerd, dan krijgen de kookstanden weer hun oorspronkelijke instellingen.
Deactiveren
Het symbool aanraken.
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer één van de twee kookzones op wordt gezet, wordt de functie binnen ca. 10 seconden gedeactiveerd.
Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over twee timer-functies:
- Programmering van de bereidingstijd
- Kookwekker
Programmering van de bereidingstijd
De kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit.
Zo stelt u in:
- 1. De kookzone en de gewenste kookstand kiezen.
- 2. Raak het symbool 0 aan. In de indicatie van de kookzone is verlicht.In de timer-indicatie is verlicht.
- 3. Binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd instellen.
Na enkele seconden begint de tijd af te lopen.
Aanwijzingen
- Voor alle kookzones kan automatisch dezelfde bereidingstijd worden ingesteld. De ingestelde tijd loopt voor elk van beide kookzones onafhankelijk af. In het hoofdstuk "Basisinstellingen" vindt u informatie over de manier waarop de bereidingstijd automatisch kan worden geprogrammeerd.
- Wordt bij de gecombineerde kookzone de functie CombiZone of Move gekozen, dan is de ingestelde tijd voor beide kookzones hetzelfde.
Automatische programmering
Indien in de programmeerzone de voorafgaande instelling van 1 tot 5 ingedrukt wordt, dan wordt de kooktijd met een minuut verkort.
Indien in de programmeerzone de voorafgaande instelling van 6 tot 10, ingedrukt wordt, dan wordt de kooktijd met een minuut verlengd.
De tijd wijzigen of annuleren
Selecteer de kookzone en druk vervolgens op het symbool 0.
Wijzig de kooktijd in de programmeerzone of stel af op om de tijd te annuleren.
Pagina 19
PowerBoost-functie nl
Na het verstrijken van de tijd
De kookzone wordt uitgeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie licht 10 seconden lang op.
Als op het symbool 0 wordt gedrukt, gaan de indicators uit en stopt het akoestische signaal.
Aanwijzingen
- Is er een bereidingstijd voor meerdere kookzones geprogrammeerd, dan verschijnt altijd de tijdsopgave van de gekozen kookzone in de timerindicatie.
- U kunt tot een bereidingstijd tot 99 minuten instellen.
De kookwekker
Met de kookwekker kunt u een tijd tot 99 minuten instellen.
Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- 1. Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt .
- 2. Selecteer in de programmeerzone de gewenste tijd. Na enkele seconden begint tijd te verstrijken.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator oplicht. Wijzig de tijd in de programmeerzone of stel af op .
Na het verstrijken van de tijd
Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt en de indicator gaat branden. Na 10 seconden gaan de indicators uit.
Als op het symbool 0 wordt gedrukt, gaan de indicators uit en stopt het akoestische signaal.
PowerBoost-functie
Met de PowerBoost-functie kunnen grote hoeveelheden water sneller worden verwarmd dan met de betreffende kookstand .
Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.). Anders knipperen en in de indicatie van de gekozen kookzone; vervolgens wordt automatisch de kookstand ingesteld zonder de functie te activeren.
Aanwijzing: In het gebied van de combi-zone kan de powerboost-functie alleen worden geactiveerd wanneer de twee kookzones onafhankelijk van elkaar worden gebruikt.
Activeren
- 1. Kookzone kiezen.
- 2. Kies de kookstand en raak vervolgens het symbool aan.De indicatie is verlicht. De functie is geactiveerd.
Deactiveren
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Symbool aanraken.
De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan het voorkomen dat de PowerBoost-functie automatisch uitgaat, ter bescherming van de elektronische componenten binnenin de kookplaat.
Pagina 20
nl Kinderslot
Kinderslot
Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Het kinderslot activeren en deactiveren
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren: houd het symbool gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De indicator naast het symbool gaat branden gedurende 10 seconden. De kookplaat is geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Automatisch kinderslot
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld.
In- en uitschakelen
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u het automatische kinderslot inschakelt.
Wrijfbeveiliging
Wanneer u over het bedieningspaneel wrijft als de kookplaat ingeschakeld is, kunnen er instellingen veranderen. Om dit te voorkomen kan het bedieningspaneel voor reinigingsdoeleinden worden geblokkeerd.
Activeren: het symbool aanraken. Er klinkt een signaal. Het bedieningspaneel is 35 seconden lang geblokkeerd. U kunt over het oppervlak van het bedieningspaneel wrijven zonder de instellingen te veranderen.
Deactiveren: Na 35 seconden wordt het bedieningspaneel gedeblokkeerd. Om de functie voortijdig op te heffen het symbool aanraken.
Aanwijzingen
- 30 seconden na activering klinkt een signaal. Hiermee wordt aangegeven dat de functie spoedig beëindigd is.
- De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan op elk moment worden uitgeschakeld.
Automatische veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en er geen instellingen gewijzigd zijn, wordt de automatische veiligheidsuitschakeling geactiveerd.
De kookzone warmt niet meer op. In de kookzone-indicatie van de kookzone knipperen afwisselend , en de restwarmte-indicatie of .
Wordt een willekeurig symbool aangeraakt, dan schakelt de indicatie uit. De kookzone kan nu opnieuw worden ingesteld.
Het tijdstip van de automatische veiligheidsuitschakeling is afhankelijk van de ingestelde kookstand (na 1 tot 10 uur).
Pagina 21
Basisinstellingen nl
Basisinstellingen
Het apparaat beschikt over verschillende basisinstellingen. Deze basisinstellingen kunnen aan uw persoonlijke behoeften worden aangepast.
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Kinderslot | |
| • Handmatig*. • Automatisch. • Functie gedeactiveerd. | |
| Geluidssignalen | |
| • Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. • Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. • Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. • Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld.* | |
| Energieverbruik weergeven | |
| • Gedeactiveerd.* • Geactiveerd. | |
| Automatische programmering van de bereidingstijd | |
| • Uitgeschakeld.* - Tijd tot de automatische uitschakeling. | |
| Duur van het geluidssignaal van de timer-functie | |
| 10 seconden.* 30 seconden. 1 minuut. | |
| Power-management functie. Totale vermogen van de kookplaat begrenzen De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. | |
| • Gedeactiveerd. Maximaal vermogen van de kookplaat. */** 1000 W minimaal vermogen. . 1500 W ... 3000 W aanbevolen voor 13 ampère. . 3500 W aanbevolen voor 16 ampère. 4000 W . 4500 W aanbevolen voor 20 ampère. ... of . Maximale vermogen van de kookplaat.** | |
| Keuzetijd van de kookzone | |
| • Onbegrensd: de laatst ingestelde kookzone blijft geselecteerd.* • Begrensd: de kookzone blijft slechts enkele seconden lang geselecteerd. | |
| Kookgerei en resultaat van het bereidingsproces controleren | |
| • Niet geschikt • Niet optimaal • Geschikt |
Pagina 22
nl Basisinstellingen
| Luchtcirculatiefunctie of afvoerfunctie instellen | |
|---|---|
| • Circulatiefunctie configureren.* • Afvoerfunctie configureren. | |
| Automatische start instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld: De ventilatie schakelt bij een kookstand overeenkomstig de betreffende kookstand van de kookzones in.* | |
| Naloop instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld*: Wanneer de kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de kookstand in. Wanneer de kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de kookstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit. | |
| Terugzetten naar de standaard instellingen | |
| • Individuele instellingen.* • Terugzetten naar de fabrieksinstellingen. | |
| *Fabrieksinstelling **Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aangegeven op het typeplaatje. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
--------
Zo komt u bij de basisinstellingen:
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. In de volgende 10 seconden het symbool ca. 4 seconden lang aanraken.
De eerste vier indicaties geven de productinformatie weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlijke indicaties te kunnen zien.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenservice-index (KI) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- 3. Wanneer u het symbool opnieuw aanraakt, komt u bij de basisinstellingen.
In de indicaties knipperen en afwisselend en verschijnt als voorinstelling.
- 4. Het symbool zo vaak aanraken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
- 5. Vervolgens in het instelgebied de gewenste instelling kiezen.
- 6. Het symbool minstens 4 seconden lang aanraken.
De instellingen zijn opgeslagen.
De basisinstellingen verlaten
Schakel de kookplaat uit met de hoofdschakelaar.
Pagina 23
Weergave van het energieverbruik nl
Weergave van het energieverbruik
Deze functie geeft op de kookplaat het totale energieverbruik weer van de laatste keer dat hij is gebruikt.
Na uitschakeling van de kookplaat wordt gedurende 10 seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. . kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet.
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u deze functie inschakelt
Kookgerei-test
Met deze functie kunnen de snelheid en kwaliteit van het kookproces afhankelijk van het kookgerei worden gecontroleerd.
Het resultaat is een referentiewaarde en hangt af van de eigenschappen van het kookgerei en de gebruikte kookzone.
- 1. De pan met ca. 200 ml water vullen en bij kamertemperatuur in het midden op de kookzone plaatsen, waarvan de diameter het best bij de diameter van de bodem van de pan past.
- 2. Ga naar de basisinstellingen en kies de instelling .
- 3. Het instelgebied aanraken. In de kookzone-indicaties knippert .
De functie is geactiveerd.
Na 10 seconden verschijn in de kookzone-indicatie het resultaat over de kwaliteit en snelheid van het kookproces.
Controleer het resultaat aan de hand van de volgende tabel:
| Resultaat | |
|---|---|
| • | Het kookgerei is niet geschikt voor de kookzone en wordt daarom niet verwarmd.* |
| • | Het kookgerei wordt langzamer warm dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.* |
| • | Het kookgerei wordt goed verwarmd en het kookproces verloopt goed. |
| * Is er een kleinere kookzone aanwezig, test het kookgerei dan nog een keer op de kleinere kookzone. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Raak het instelbereik aan om deze functie weer te activeren.
Aanwijzingen
- Is de gebruikte kookzone veel kleiner dan de diameter van het kookgerei, dan zal waarschijnlijk alleen het midden van de vorm warm worden en kan het resultaat niet zo goed mogelijk of naar tevredenheid uitvallen.
- Informatie over deze functie vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
- Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie".
Pagina 24
nl PowerManager
Power-Manager
Met de functie Power-Manager kan het totale vermogen van de kookplaat worden ingesteld.
De kookplaat is in de fabriek vooringesteld. Het hoogste vermogen is aangegeven op het typeplaatje. Met de functie Power-Manager kan de waarde volgens de vereisen van de betreffende elektro-installatie worden gewijzigd.
Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch over de ingeschakelde kookzones.
Zolang de functie Power-Manager is geactiveerd, kan het vermogen van een kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Wordt er een kookzone ingeschakeld en is de vermogensbegrenzing bereikt, dan verschijnt kort in de kookstanden-indicatie. Het apparaat regelt en kiest automatisch een zo hoog mogelijke vermogensstand.
Voor meer informatie over de manier waarop het totale vermogen van de kookplaat wordt gewijzigd, zie het hoofdstuk "Basisinstellingen"
Reinigen
Waarschuwing – Verbrandingsgevaar!
Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.Als er hete vloeistoffen in het apparaat komen, het apparaat laten afkoelen alvorens het metalen vetfilter of het overloopreservoir of de afdekking te verwijderen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
Waarschuwing – Gevaar van een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Het toestel alleen met een vochtige doek schoonmaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. Veiligheidshandschoenen dragen.
Aanwijzingen
- Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen.
- Verwijder voor het reinigen alle juwelen van armen en handen.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen zolang de kookplaat warm is, omdat daardoor vlekken kunnen ontstaan. Zorg ervoor dat alle resten van het gebruikte schoonmaakmiddel worden verwijderd.
Schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor kookplaten. Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de productverpakking.
Neem alle aanwijzingen en waarschuwingen in acht die bij de reinigingsmiddelen vermeld worden.
Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen kunt u kopen via de klantenservice of in onze e-shop.
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Gebruik:
- geen onverdunde afwasmiddelen
- geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine
- geen schuurmiddelen
- geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat
- geen ovenreiniger
- geen bijtende, chloorhoudende of agressieve reinigingsmiddelen
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen
- geen harde, krassende sponzen, borstels of schoonmaaksponsjes
Pagina 25
Reinigen nl
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik altijd grondig uitwassen!
Houd de informatie in de tabellen aan om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd.
| Gebied | Reinigingsmiddelen |
|---|---|
| Glaskeramiek | Glasreiniger bij vlekken als gevolg van kalk- en waterresten: Maak de kookplaat schoon zodra hij afgekoeld is. Er kan een geschikt schoonmaakmiddel voor kookplaten van glaskeramiek of glasreiniger worden gebruikt. Schraper voor vitrokeramische kookplaat bij vlekken als gevolg van suiker, rijstzetmeel of plastic: Direct reinigen. Voorzichtig: risico van verbranding. Vervolgens met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen. Aanwijzing: Geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine gebruiken. |
| RVS | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen. Ingedroogde plekken met een beetje water en wat schoonmaakmiddel laten inweken, niet wegschuren. Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in de slijprichting. Bij de servicedienst, bij onze e-shop of in speciaalzaken zijn speciale onderhoudsmiddelen voor roestvaststaal verkrijgbaar. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Aanwijzing: Geen schaper gebruiken om de omlijsting van de kookplaat schoon te maken. |
| Kunststof | Warm zeepsop: Schoonmaken met een zachte doek of in de vaatwasmachine. |
| Bedieningselementen | Warm zeepsop of een geschikte glasreiniger: Met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Onderdelen die dienen te worden gereinigd
| Nr. | Aanduiding |
|---|---|
| 1 | Metalen vetfilter |
| 2 | Actief koolstoffilter of akoestisch filter* |
| 3 | Kookplaat |
| 4 | Bedieningspaneel |
| 5 | Overloopreservoir |
| *al naar gelang de apparaatuitvoering | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Kookplaatomlijsting (alleen bij apparaten die hiervan zijn voorzien)
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te voorkomen, dient u zich te houden aan de volgende aanwijzingen:
- Gebruik alleen warm zeepsop.
- Was nieuwe schoonmaakdoekjes voor gebruik grondig uit.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen schraper of scherpe voorwerpen.
Kookplaat
Maak de kookplaat altijd schoon na het koken. Hierdoor wordt voorkomen dat achtergebleven resten van etenswaar inbranden. Maak de kookplaat pas schoon wanneer de indicatie van de restwarmte verdwenen is. Verwijder overgekookte vloeistof direct, laat geen etensresten indrogen.
Reinig de kookplaat met een vochtig schoonmaakdoekje en droog hem vervolgens met een doek na, zodat er geen kalkvlekken ontstaan.
Hardnekkig vuil verwijdert u het best met een in de handel verkrijgbare schraper of een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Geschikte schrapers kunt u kopen via de klantenservice of in onze online-shop.
Met speciale sponsjes voor het reinigen van kookplaten van glaskeramiek bereikt u goede resultaten.
Pagina 26
nl Reinigen
Ventilatie
Om het reuk- en vetafscheidingsgehalte te garanderen moeten de filters regelmatig worden vervangen of schoongemaakt.
Metalen vetfilter
Het metalen vetfilter moet regelmatig worden gereinigd.
Waarschuwing – Risico van brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ontbranden. Vetfilter regelmatig reinigen. Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
Verzadigingsindicatie
Bij verzadiging van het actief koolstoffilter klinkt na het uitschakelen van het apparaat een signaal.
Op het display brandt .
Uiterlijk op dit moment dient u de actief koolfilters te vervangen.
Wanneer u het actief koolstoffilter heeft vervangen, moet u de verzadigingsindicatie resetten, zodat het display stopt met branden.
Na uitschakeling van het apparaat is verlicht.
Symbool voor de ventilatie ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horen is.
De verzadigingsindicatie voor het actieve koolfilter is gereset.
Actief koolfilter vervangen (alleen bij de ventilatiefunctie)
Actef koolfilters binden de reukstoffen uit de kookdamp. Ze worden alleen gebruikt bij de circulatiefunctie.
De actieve koolfilter dient regelmatig te worden vervangen.Zie hiervoor de verzadigingsindicatie van uw apparaat.
Aanwijzingen
- De actief koolfilters zijn niet inbegrepen bij de leveringsomvang. Als reserveonderdeel zijn actief koolfilters verkrijgbaar bij speciaalzaken, de servicedienst of in de online-shop.
- De actief koolfilters kunnen niet worden schoongemaakt of opnieuw worden geactiveerd.
- Alleen originele filters gebruiken. Hierdoor is een optimale werking gegarandeerd.
- 1. Het metalen vetfilter uitnemen.
Aanwijzingen
- Op de bodem van het reservoir kan zich vet verzamelen. Het metalen vetfilter niet schuin houden, om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- Zorg ervoor dat de metalen vetfilter niet naar beneden valt en de kookplaat beschadigt.
- 2. De vier actief koolstoffilters er uit halen en correct afvoeren.
- 3. Twee actief koolstoffilters links en rechts in het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
- 4. De andere actief koolstoffilters links en rechts in het apparaat aanbrengen.
- 5. Het metalen vetfilter aanbrengen.
Verzadigingsindicaties terugzetten
Wanneer u het actief koolstoffilter heeft vervangen, moet u de verzadigingsindicatie resetten, zodat het display stopt met branden.
Na uitschakeling van het apparaat is verlicht.
Symbool voor de ventilatie ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horen is.
De verzadigingsindicatie voor het actieve koolfilter is gereset.
Pagina 27
Reinigen nl
Metalen vetfilter demonteren
Metalen vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Om een optimale functie te garanderen moeten het metalen vetfilter regelmatig worden gereinigd.
Reinig ook de binnenkant van de werkbladafzuiging regelmatig. Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken.
- 1. Het metalen vetfilter uitnemen.
Aanwijzingen
- Op de bodem van het reservoir kan zich vet verzamelen. Het metalen vetfilter niet schuin houden, om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- Zorg ervoor dat de metalen vetfilter niet naar beneden valt en de kookplaat beschadigt.
- 2. De metalen vetfilter in de vaatwasmachine of met heet zeepsop reinigen. "Metalen vetfilter reinigen" op pagina 27
- 3. Indien nodig na demontage van de metalen vetfilters de actieve koolstoffilters verwijderen en het apparaat van binnen reinigen.
- 4. Na het reinigen de gedroogde metalen vetfilters weer aanbrengen.
Metalen vetfilter reinigen
Aanwijzingen
- Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- U kunt de metalen vetfilters met de hand schoonmaken of in de vaatwasmachine.
Met de hand:
Aanwijzing: Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. Dit kan worden besteld via de onlineshop.
- Laat de metalen vetfilter weken in warm zeepsop.
- Gebruik een borstel om de metalen vetfilter schoon te maken en spoel hem daarna goed uit.
- Laat de metalen vetfilter afdruipen.
In de vaatwasmachine:
- Een sterk vervuilde metalen vetfilter niet samen met vaatwerk schoonmaken.
- Plaats de metalen vetfilter los in de vaatwasmachine.
De metalen vetfilter niet inklemmen.
- Voor een optimaal reinigingsresultaat de metalen vetfilter met de kant van de filter horizontaal in de vaatmasmachine plaatsen.
Overloopreservoir schoonmaken
- 1. Het overloopreservoir met twee handen losschroeven.
Aanwijzing: Het overloopreservoir niet schuin houden, om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- 2. Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
- 3. Indien nodig de schroef afschroeven en het overloopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine reinigen.
- 4. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
Aanwijzingen
- Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is. Komen er voorwerpen in het apparaat terecht, verwijder deze dan nadat het apparaat is afgekoeld. Daarvoor het metalen vetfilter verwijderen.
- Komt er van bovenaf vloeistof in het apparaat, dan wordt dit in het overloopreservoir verzameld. Het overloopreservoir afschroeven en leegmaken.
Pagina 28
nl Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ)
Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ)
Gebruik
| Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom is het symbool van het kinderslot verlicht? | |
|---|---|
| Het kinderslot is geactiveerd. Informatie over deze functie vindt u in het hoofdstuk "Kinderslot". | |
| Waarom knipperen de lichtindicaties en waarom is er een geluidssignaal te horen? | |
| Verwijder vloeistof of etensresten van het bedieningspaneel verwijderen. Verwijder alle voorwerpen van het bedieningspaneel. Hoe u het geluidssignaal deactiveert, komt u te weten in het hoofdstuk "Basisinstellingen". | |
| De ventilatie schakelt niet in, terwijl de automatische start is ingesteld. | |
| Schakel de ventilatie handmatig in of controleer de configuratie van de automatische modus. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Basisinstellingen". | |
| De ventilatie blijft aan, hoewel de kookzones zijn uitgeschakeld. | |
| Schakel de ventilatie handmatig uit. Meer informatie over deze instelling kunt u lezen in hoofdstuk "Apparaat bedienen". | |
| De luchtaanzuiging is te zwak. | |
| Verifieer dat het metalen vetfilter schoon is. Overige informatie over het reinigen en het vervangen van het filter kunt u vinden in hoofdstuk "Reinigen". | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Geluiden
| Waarom zijn tijdens het koken geluiden te horen? | |
|---|---|
| Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van het kookgerei kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. De geluiden zijn normaal, horen bij de inductietechnologie en wijzen niet op een defect. | |
| Mogelijke geluiden: | |
| Diep zoemen zoals bij een transformator: | |
| Is hoorbaar bij het koken op een hogere kookstand. Het geluid verdwijnt of neemt af wanneer de kookstand lager wordt gezet. | |
| Diep fluiten: | |
| Is hoorbaar wanneer het kookgerei leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer water of levensmiddelen in het kookgerei worden gedaan. | |
| Knisperen: | |
| Is hoorbaar bij kookvormen die uit verschillende materiaallagen bestaan of bij gelijktijdig gebruik van kookgerei van verschillende grootte en verschillend materiaal. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en bereidingswijze van de gerechten. | |
| Hoge fluittonen: | |
| Kunnen ontstaan wanneer voor twee kookzones tegelijk de hoogste kookstand wordt gebruikt. De fluittonen verdwijnen of worden zwakker wanneer de kookstand lager wordt gezet. | |
| Ventilatorgeluid: | |
| De kookplaat beschikt over een ventilator, die bij hoge temperaturen wordt ingeschakeld. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder lopen, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is. | |
Pagina 29
Veelgestelde vragen en antwoorden (FAQ) nl
Kookgerei
| Welk kookgerei is geschikt voor de inductiekookplaat? | |
|---|---|
| Informatie over kookgerei dat geschikt is voor inductie vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie" | |
| Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand? | |
| De kookzone waarop het kookgerei staat, is niet ingeschakeld. Zorg ervoor dat de kookzone waarop het kookgerei staat ingeschakeld is. | |
| Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of het op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in de hoofdstukken "Koken met inductie", "CombiZone" en "Movefunctie" | |
| Waarom duurt het zo lang tot het kookgerei warm wordt of waarom wordt het niet warm genoeg, hoewel er een hoge kookstand is ingesteld? | |
| Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of het op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in de hoofdstukken "Koken met inductie", "CombiZone" en "Movefunctie" | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
Reiniging
| Hoe kan ik de inductiekookplaat reinigen? | |
|---|---|
| U bereikt optimale resultaten met speciale reinigingsmiddelen voor glaskeramiek. Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen, schoonmaakmiddelen voor vaatwasmachines (concentraten) of dweil. Hoe u de kookplaat reinigt en verzorgt kunt u lezen in hoofdstuk "Reinigen". | |
| In de kast onder de kookplaat bevindt zich water. | |
| Controleer of het overloopreservoir vol is. Hoe u het overloopreservoir reinigt kunt u lezen in hoofdstuk "Reinigen". | |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het overloopreservoir reinigen? | |
| Reinig het overloopreservoir regelmatig. Hoe u het overloopreservoir reinigt kunt u lezen in hoofdstuk "Reinigen". | |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het metalen vetfilter reinigen? | |
| Reinig het metalen vetfilter regelmatig. Hoe u het filter reinigt en onderhoudt kunt u lezen in hoofdstuk "Reinigen". | |
Pagina 30
nl Wat te doen bij storingen?
3Wat te doen bij storingen?
In de regel gaat het bij storingen om kleinigheden ie gemakkelijk op te lossen zijn. Neem alstublieft de aanwijzingen in de tabel in acht voor u de servicedienst belt.
| Indicatie | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Geen | De stroomvoorziening is onderbroken. | Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er kortsluiting bij de stoomtoevoer is opgetreden. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. | Zorg ervoor dat het apparaat volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| Storing in het elektronisch systeem. | Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningsveld is vochtig of er bevindt zich een voorwerp op. | Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De indicatie knippert in de kookzone-indicaties. | In de elektronica is een storing opgetreden. | Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af. |
| Het actief koolstoffilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel het filter werd gereinigd resp. vervangen. | Vervang het filter en reset de filterverzadigingsaanwijzing. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Reinigen". | |
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Raak vervolgens een willekeurig symbool op de kookplaat aan. | |
| De elektronica is oververhit en alle kookzones zijn uitgeschakeld. | ||
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er bevindt zich een hete pan in het bereik van het bedieningsveld. De elektronica dreigt oververhit te raken. | De betreffende pan verwijderen. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Een hete pan bevindt zich in het bereik van het bedieningsveld. Ter bescherming van de elektronica is de kookplaat uitgeschakeld. | Neem de betreffende pan weg. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u het koken voortzetten. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en uitgeschakeld ter beveiliging van het werkblad. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Dan de kookzone opnieuw zoals gebruikelijk inschakelen. |
| De kookzone is lange tijd en zonder onderbreking in gebruik geweest. | De automatische veiligheidsuitschakeling is geactiveerd. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk . | |
| De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. | De stroomaanbieder op de hoogte brengen. | |
| De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Zorg ervoor dat de kookplaat volgens het schakelschema is aangesloten. | |
| Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Aanwijzingen
- Wanneer in de indicatie verschijnt, moet u het sensorveld van de bijbehorende kookzone ingedrukt houden om de storingscode te kunnen aflezen.
- Staat de storingscode niet vermeld in de tabel, haal de stekker van de kookplaat dan uit het stopcontact, wacht 30 seconden en sluit de kookplaat vervolgens opnieuw aan. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
Pagina 31
Servicedienst nl
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
Typenummer (E-nr.) en fabricagenummer (FD-nr.)
Geef wanneer u contact opneemt met onze servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) door.
Het typeplaatje met de betreffende nummers vindt u:
- Op de apparaatpas.
- Aan de onderkant van de voorste kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) is ook op de kookplaat van glaskeramiek te vinden. De index van de servicedienst (KI) en het fabricagenummer (FD-nr.) kunt u bekijken zien door naar de basisinstellingen te gaan. Lees daarvoor hoofdstuk "Basisinstellingen".
Wij wijzen u erop, dat een bezoek van een monteur van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode niet gratis is.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.