naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens EH611BE15E, tekst van de handleiding

Pagina's 11–22 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–10

Pagina 11

Kapregeling nl

Gaarstoven, zachtjes laten koken
Aardappelballetjes ¹4. - 5.20 - 30
Vis ¹4 - 510 - 15
Witte sauzen, bijv. bechamelsaus1 - 23 - 6
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid water2. - 3.15 - 30
Rijstepap ²2 - 330 - 40
Aardappelen in schil4. - 5.25 - 35
Gekookte aardappelen4. - 5.15 - 30
Pasta ¹6 - 76 - 10
Eenpansgerecht3. - 4.120 - 180
Soepen3. - 4.15 - 60
Groente2. - 3.10 - 20
Groente, diepvries3. - 4.7 - 20
Eenpansgerecht met de snelkookpan4. - 5.-
Sudderen
Rollade4 - 550 - 65
Stoofvlees4 - 560 - 100
Goulash ²3 - 450 - 60
Sudderen / braden met weinig
vet ¹
Schnitzel, al dan niet gepaneerd6 - 76 - 10
Schnitzel, diepvries6 - 76 - 12
Koteletten, al dan niet gepaneerd
1 Zonder deksel
6 - 78 - 12

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

Steak (3 cm dik)7 - 88 - 12
Borst van gevogelte (2 cm dik)5 - 610 - 20
Borst van gevogelte, diepvries5 - 610 - 30
Gehaktballen (3 cm dik)4. - 5.20 - 30
Hamburger (2 cm dik)6 - 710 - 20
Vis en visfilet, ongepaneerd5 - 68 - 20
Vis en visfilet, gepaneerd6 - 78 - 20
Vis, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks6 - 78 - 15
Garnalen en krab7 - 84 - 10
Sauteren van verse groente en paddestoelen7 - 810 - 20
Pangerechten, groente, vlees in reepjes op Aziatische wijze7 - 815 - 20
Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten6 - 76 - 10
Pannenkoeken, na elkaar bakken6. - 7.-
Omelet (na elkaar bakken)3. - 4.3 - 10
Spiegeleieren5 - 63 - 6
Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹
Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets8 - 9-
Kroketten, diepvries7 - 8-
Vlees, bijv. stukken kip6 - 7-
Vis, gepaneerd of in bierdeeg6 - 7-
Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura6 - 7-
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel4 - 5-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

9 Kapregeling

Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.

9.1 Handmatige ventilatieregeling

U kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbeteren.

Handmatige ventilatieregeling activeren

De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.

Opmerking: Wanneer u een bereidingstijd of timer-tijd heeft ingesteld, aanraken om de ventilatiestand te bekijken.

Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren

9.2 Intensief ventilatiestand

Het apparaat beschikt over een intensief-ventilatiestand. Wanneer u de intensief-ventilatiestand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.

Intensief ventilatiestand activeren

Pagina 12

nl Tijdfuncties

De indicatie brandt.

Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .

Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren

9.3 Automatische start voor de ventilatie

Wanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in.

De ventilatie start op de bijbehorende vermogensstand. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13.

9.4 Naloopfunctie voor de ventilatie

De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.

Ventilatornaloop activeren

De nalooptijd wordt standaard met een maximale uitschakeltijd geactiveerd.

Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13.

Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.

Ventilatornaloop deactiveren

Handmatig

Wanneer u aanraakt, deactiveert u de functie.

Automatisch

Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer:

10 Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:

10.1 Uitschakeltimer

Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.

Bereidingstijd programmeren

Opmerking: U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder → "Basisinstellingen", Pagina 13.Meer informatie vindt u onder .

11 powerBoost

Met de PowerBoost-functie kunt u grote hoeveelheden water sneller verwarmen dan met de kookstand . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.

Bereidingstijd wijzigen of wissen

of tippen

10.2 Timer

Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.

.

Kookwekker instellen

Kookwekkertijd wijzigen of wissen

Pagina 13

Kinderslot nl

Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.

11.2 Powerboost-functie deactiveren

11.1 PowerBoost-functie activeren

Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan de PowerBoost-functie automatisch uitschakelen, ter bescherming van de elektronica-elementen binnenin de kookplaat.

12 Kinderslot

De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.

12.1 Kinderslot inschakelen

Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

12.2 Kinderslot uitschakelen

12.3 Automatisch kinderslot

De kookplaat is voorzien van een automatisch kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.

Activeren en deactiveren

Meer informatie over het kinderslot kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 13.

13 Individuele veiligheidsuitschakeling

Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.

De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.

Druk op een willekeurige button.

14 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

14.1 Overzicht van de basisinstellingen

IndicatieInstellingWaarde
Kinderslot- Handmatig.¹ Automatisch.
– Uitgeschakeld
Akoestische signalen– Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹.
Automatisch uitschakelen van de kookzones.- uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

1 Fabrieksinstelling

Pagina 14

nl Basisinstellingen

IndicatieInstellingWaarde
Duur van het timer-einde-geluidssignaal– 10 seconden ¹
– 30 seconden - 1 minuut
Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen.
- Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1.
- 1000 W. Laagste stand.
. - 1500 W.
...
- 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
- 4000 W.
. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone- Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren.
- Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt.
Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen.- Luchtcirculatie configureren.¹ - Luchtafvoer configureren.
Automatische start instellen- Uitgeschakeld.
– Ingeschakeld¹
Naloop instellen
Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in.
Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in.
De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit.
- Uitgeschakeld. - Ingeschakeld ¹:
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen- Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

1 Fabrieksinstelling

14.2 Naar de basisinstellingen

Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

ProductinformatieIndicatie
Lijst van de Technische Service (TS)
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1.
Fabricagenummer 2.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

14.3 De basisinstellingen afsluiten

Pagina 15

Kookgerei-test nl

15 Kookgerei-test

De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.

Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.

Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone overeenstemt.

De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 13

15.1 Kookgerei-test uitvoeren

15.2 Resultaat controleren

In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.

Resultaat

Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.

Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.

Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.

Opmerking: Plaats in gevallen met ongunstige resultaten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone, indien aanwezig.

Raak of aan om de functie te activeren.

16 Vermogensbegrenzing

Met de functie PowerManager stelt u het totaalvermogen van de kookplaat in.

De kookplaat is af fabriek ingesteld, het maximale vermogen van de kookplaat wordt op het typeplaatje weergegeven. Met deze functie past u de configuratie aan de vereisten van elke elektrische installatie aan. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones.

Zolang deze functie is geactiveerd, kan het vermogen van elke kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones . Het apparaat regelt en kiest de hoogst mogelijke vermogensstand automatisch.

Meer informatie vindt u op → "Basisinstellingen", Pagina 13

17 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

17.1 Reinigingsmiddelen

Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de servicedienst, in de vakhandel of in de webshop siemens-home.bsh-group.com .

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Ongeschikte reinigingsmiddelen

•

•

Krassende sponzen

Hogedrukreinigers of stoomapparaten

Pagina 16

nl Reiniging en onderhoud

17.2 Componenten die moeten worden gereinigd of vervangen

Het volgende overzicht toont de componenten van het toestel die u ofwel vervangt of reinigt.

3

4

1Vetfilter
2Geurfilter of akoestisch filter
3Glaskeramiek
4Overloopreservoir

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

17.3 Kookplaat reinigen

Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.

Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.

Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.

Tips

17.4 Kookplaatrand reinigen

Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.

Opmerking: Geen schraper gebruiken.

Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.

17.5 Geurfilter of akoestisch filter vervangen

Vervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.

Opmerking: De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de onlineshop.

Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.

Verwijder het vetfilter.

‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.

Pagina 17

Reiniging en onderhoud nl

Verzadigingsindicatie resetten

Vereiste: Na het uitschakelen van het apparaat brandt .

17.6 Vetfilter reinigen

Vetfilters filteren het vet uit de keukendamp. Reinig het vetfilter regelmatig om een optimale werking te garanderen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.

Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.

Verwijder het vetfilter.

‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.

‒ → "Vetfilter met de hand reinigen", Pagina 17 ‒ → "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 18

Vetfilter met de hand reinigen

Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.

Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. De vetoplosser via de klantenservice, in onze onlineshop of in een speciaalzaak kopen.

Pagina 18

nl FAQ

Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen

Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed.

Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.

Kies bij de temperatuurinstelling maximaal 70°C.

17.7 Overloopreservoir schoonmaken

Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen. Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.

‒ Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.

Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen. → Pagina 17

18 FAQ

18.1 Gebruik

VraagAntwoord
Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom brandt het symbool van het kinderslot?• Het kinderslot is actief. Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Kinderslot", Pagina 13.
Waarom knipperen de indicaties en waarom is er een geluidssignaal te horen?• Verwijder vloeistoffen of etensresten van het bedieningspaneel. Alle zaken verwijderen die het bedieningspaneel kunnen afdekken.
Meer informatie betreffende het deactiveren van de signaaltoon kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 13.
De ventilatie schakelt niet in, terwijl de automatische start is geactiveerd.• Schakel de ventilatie handmatig in of controleer de configuratie van de automatische start. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13.
De ventilatie draait verder, hoewel de kookzones zijn uitgeschakeld.• Schakel de ventilatie handmatig uit.
Meer informatie over deze instelling kunt u lezen in hoofdstuk → "De Bediening in essentie", Pagina 10.
De luchtaanzuiging is te zwak.• Controleer of het vetfilter schoon is.
Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

FAQ nl

18.2 Geluiden

VraagAntwoord
Waarom zijn er tijdens het koken geluiden te horen?• Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van de pan kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. Deze geluiden zijn normaal en horen bij de inductietechnologie. Ze duiden niet op een defect.
Mogelijke geluidenLaag gezoem zoals bij een transformator: ontstaat bij het koken met een hoge kookstand. Dit geluid verdwijnt of neemt af wanneer u een lagere kookstand kiest. Een zacht fluiten: klinkt wanneer de pan leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer u water of levensmiddelen in de pan doet.
Knetteren: ontstaat bij pannen gemaakt van verschillende over elkaar liggende materialen of, wanneer u pannen van verschillende maten en van verschillende materialen gebruikt. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en de bereidingswijze van de gerechten.
Hoge fluittonen: kunnen ontstaan wanneer u twee kookzones tegelijkertijd op de hoogste stand gebruikt. Deze fluittonen verdwijnen of worden minder, wanneer de kookstand verlaagt.
Ventilatorgeluiden: de kookplaat is voorzien van een ventilator, welke bij hoge temperaturen inschakelt. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder draaien, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

18.3 Pannen

VraagAntwoord
Welke pan is geschikt voor de inductiekookplaat?• Meer informatie over kookgerei dat geschikt is voor het koken op inductie kunt u vinden onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.
Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand?• De kookzone waarop de pan staat, is niet ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de kookzone waarop de pan staat ingeschakeld is.
• Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat.
Meer informatie vindt u onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.
Waarom duurt het zo lang tot de pan warm wordt of waarom wordt hij niet warm genoeg, hoewel er een hoge vermogensstand is ingesteld?• Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat.
Meer informatie vindt u onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

18.4 Reinigen

VraagAntwoord
Hoe kan ik de kookplaat reinigen?• Met speciale schoonmaakmiddelen voor glaskeramiek bereikt u optimale resultaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de vaatwasser, resp. concentraten of schurende doeken.
Meer informatie vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.
In de kast onder de kookplaat bevindt zich water.• Controleer of het overloopreservoir vol is.
Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van de kookplaat vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.
Met welke tijdsintervallen moet ik het overloopreservoir reinigen?• Reinig het overloopreservoir regelmatig.
Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van het overloopreservoir vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.
Met welke tijdsintervallen moet ik het vetfilter reinigen?• Het vetfilter regelmatig reinigen.
Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

nl Storingen verhelpen

19 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

19.1 Waarschuwing

Opmerkingen

19.2 Aanwijzingen op het display

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enkele indicatie.De stroomtoevoer is onderbroken.
▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knipperen.Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft vervangen.
▶ Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15.
, , , ,De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken.
+ vermogensstand en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken.
▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten.
en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Om de kookzone te kunnen instellen een willekeurige toets aanraken om de indicatie uit te schakelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Pagina 21

Afvoeren nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
/De
▶
bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
De
▶
kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten.
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema.
De
▶
demo-modus is geactiveerd.
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

19.3 Normaal geluid van uw apparaat

Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.

20 Afvoeren

20.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

21 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje vindt u:

op de apparaatpas.

voor aan de onderkant van de kookplaat.

Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskeramiek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenummer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen → Pagina 13 laten weergeven.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

Pagina 22

nl Testgerechten

22 Testgerechten

Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testinstituten om het testen van onze apparaten te vergemakkelijken. De testen worden met onze kooksets voor inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u deze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij de vakhandel, via onze technische klantenservice of in onze webshop.

22.1 De couverture smelten.

Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao).

22.2 Linzenschotel opwarmen en warmhouden

Recept volgens DIN 44550

Begintemperatuur 20°C

Opwarmen zonder omroeren

22.3 Linzenschotel opwarmen en warmhouden

Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C Na 1 min. opwarmen omroeren

22.4 Bechamelsaus

Melktemperatuur: 7ºC

Bechamelsaus maken

‒ Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2

‒ Kookpunt: Vermogensstand 2

22.5 Kook rijstpudding met deksel

Melktemperatuur: 7ºC

Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45 min.

22.6 Kook rijstpudding zonder deksel

Melktemperatuur: 7ºC

22.7 Rijst koken

Recept volgens DIN 44550

Watertemperatuur: 20°C

← pagina's 2–10Inhoud