Siemens EH611BE15E, tekst van de handleiding
Pagina's 2–10 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 11 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
- 1 Veiligheid.............................................................. 2
- 2 Materiële schade voorkomen .............................. 5
- 3 Milieubescherming en besparing........................ 5
- 4 Geschikt kookgerei.............................................. 6
- 5 Uw apparaat leren kennen................................... 8
- 6 Functies................................................................ 9
- 7 Voor het eerste gebruik ....................................... 9
- 8 De Bediening in essentie................................... 10
- 9 Kapregeling ........................................................ 11
- 10 Tijdfuncties......................................................... 12
- 11 powerBoost ........................................................ 12
- 12 Kinderslot ........................................................... 13
- 13 Individuele veiligheidsuitschakeling ................ 13
- 14 Basisinstellingen ............................................... 13
- 15 Kookgerei-test.................................................... 15
- 16 Vermogensbegrenzing ...................................... 15
- 17 Reiniging en onderhoud.................................... 15
- 18 FAQ ..................................................................... 18
- 19 Storingen verhelpen .......................................... 20
- 20 Afvoeren ............................................................. 21
- 21 Servicedienst...................................................... 21
- 22 Testgerechten .................................................... 22
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de apparaatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
2
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
op boten of in voertuigen.
met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
om gevaarlijke of explosieve stoffen en dampen af te zuigen.
om kleine onderdelen of vloeistoffen af te zuigen.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch apparaat (zoals een pacemaker of defibrillator) draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN 45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is geselecteerd, geïmplanteerd en geprogrammeerd. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan en er bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan deze inductiekookplaat zonder bezwaar worden gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste wijze gebeurt.
Pagina 3
Veiligheid nl
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden gestookt, geisers, warmwatertoestellen) betrekken de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combinatie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de ruimtes ernaast lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte.
- Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer het apparaat in luchtafvoermodus werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die gebruik maakt van de aanwezige lucht.
- U kunt het apparaat alleen dan zonder risico gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht door niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzieningen, kan worden toegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoer in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen.
- Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesysteem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatregelen op het gebied van de luchttoevoer.
- Indien het apparaat alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk.
Pagina 4
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren.
Het apparaat wordt heet.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
- Dek de kookplaat niet af.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofdschakelaar uitschakelen.
- Niet wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt omdat er zich geen potten en pannen meer op bevinden.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- De vetfilters regelmatig reinigen.
- Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
- Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installeren wanneer de vuurbron een afgesloten, niet verwijderbare afscherming heeft. Er mogen geen vonken wegspringen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet
- Schakel de zekering in de meterkast uit.
- Neem contact op met de klantenservice. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat.
- Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
- Wanneer er hete vloeistoffen in het apparaat komen, het vetfilter of het overloopreservoir pas verwijderen nadat het apparaat is afgekoeld.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 21
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Pagina 5
Materiële schade voorkomen nl
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
- Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting.
- De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld.
- Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebroken oppervlak kan tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet gebruiken als het oppervlak ervan gebarsten of gebroken is.
2 Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Bereiden zonder toezicht. | Het bereidingsproces in de gaten houden. |
| Vlekken, defecten | Gemorste levensmiddelen, vooral diegene met hoog suikergehalte. | Onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaat verwijderen. |
| Vlekken, defecten of breuken in het glas | Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten emaille of kookgerei met koperen- of aluminiumbodem. | Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede conditie is. |
| Vlekken, verkleuringen | Ongeschikte reinigingsmethoden. | Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor glaskeramiek en reinig de kookplaat alleen wanneer deze koud is. |
| Defecten of breuken in het glas | Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires of andere harde of scherpe voorwerpen. | Bij het koken niet tegen het glas stoten of voorwerpen op de kookplaat laten vallen. |
| Krassen, verkleuringen | Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van de pan op de kookplaat. | Kookgerei controleren. Kookgerei bij het verplaatsen optillen. |
| Krassen | Zout, suiker of zand. | Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak. |
| Schade aan het apparaat! | Koken met diepgevroren kookgerei. | Nooit bevroren kookgerei gebruiken. |
| Schade aan de pan of aan het apparaat | Koken zonder inhoud. | Nooit een pan zonder inhoud op een hete kookzone plaatsen of verhitten. |
| Glasbeschadigingen | Gesmolten materiaal op de hete kookzone of hete deksels van pannen op het glas. | Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen kunststof containers of pandeksels op de kookplaat leggen. |
| Oververhitting | Heet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader. | Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Pagina 6
nl Geschikt kookgerei
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
- Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
- Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
- Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
- Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
- Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
- Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
- Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Een passende doorkookstand gebruiken.
- Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kookdamp aan.
- Een lagere ventilatiestand betekent minder energieverbruik.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ventilatiestand.
- De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodig is.
Bij het koken voldoende ventileren.
- Het apparaat werkt efficiënter en met minder bedrijfsgeluiden.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of vervangen.
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de meegeleverde apparaatpas en op het intern op de productpagina van uw apparaat.
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-
rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Houd om het kookgerei correct te kunnen herkennen, rekening met de grootte en het materiaal van het kookgerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgerei geschikt is. Meer informatie vindt u onder → "Kookgerei-test", Pagina 15.
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Aanbevolen kookgerei | Edelstalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. | |
| Geschikt | De bodem is niet volledig ferromagnetisch. | Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. |
Pagina 7
Geschikt kookgerei nl
Kookgereibodems met aluminiumaandeel.
Niet geschikt
Kookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium.
Opmerkingen
- Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
- Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
Deze verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor er minder vermogen aan de pan kan worden afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
5.2 Uw nieuwe apparaat
Informatie over uw nieuwe apparaat
5
| Nr. | Aanduiding |
|---|---|
| 1 | Vetfilter |
| 2 | Geurfilter bij circulatiefunctie of akoestische filter bij afvoerluchtfunctie ¹ |
| 3 | Kookplaat |
| 4 | Bedieningspaneel |
| 5 | Overloopreservoir |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering.
5.3 Speciale accessoires
Al naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn er verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in de vakhandel, bij de klantenservice of via onze officiële website kunt kopen.
- Luchtafvoerset
- Luchtcirculatieset
- Geurfilter voor circulatiefunctie
- Akoestisch filter voor luchtafvoer
5.4 Het bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
Keuzesensoren
| Sensor | Functie |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| De kookzone kiezen | |
| / | Instellingen kiezen |
| powerBoost Intensief ventilatiestand | |
| Timer-functie | |
| Kinderslot | |
| Handmatige ventilatieregeling | |
| Indicaties | |
| Indicatie | Functie |
| Gebruikstoestand | |
| - | Kookstanden |
| - | Ventilatiestanden |
| / | Restwarmte |
| powerBoost Intensief ventilatiestand | |
| Tijdfuncties |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.
- Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
- Geen pannen in de buurt van de indicaties en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
Pagina 9
Functies nl
5.5 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Ø 21 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 2.200 W 3.700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Ø 14,5 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 1.400 W 2.200 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
5.6 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:
Gebied Type kookzone
Kookzone met enkele kring
5.7 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
6 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus.
6.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).
- Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.
- Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
6.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van circulatielucht, dient u een geurfilter te monteren. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de onlineshop.
7 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
7.1 Apparaat voorbereiden
Voor een correcte werking moet u de componenten in deze volgorde plaatsen:
- 1. De filters plaatsen.
- 2. Het metalen vetfilter plaatsen.
Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir gebruiken.
Pagina 10
nl De Bediening in essentie
7.2 Functie instellen
Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13
8 De Bediening in essentie
8.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
- De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen en uitschakelen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.
reStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
8.2 Instellen van de kookzones
Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kiezen, of aanraken.
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Kookzone en vermogensstand kiezen
- 1. Om de kookzone te kiezen op tippen.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de vermogensstand:
8.3 Kooktips
- Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibare sauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
- Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen.
- Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verlagen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaat wordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed.
- Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei, totdat u het gerecht serveert.
- Houd voor het bereiden met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant aan.
- Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het behoud van de voedingswaarde. Met de kookwekker kunt u de optimale bereidingstijd instellen.
- Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
- Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar en in kleine porties aanbraden.
- Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlappen.
- Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden onder
→ "Energie besparen", Pagina 6
‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
- De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
quickStart
- Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Raak of aan, tot de gewenste kookstand verschijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instellen.
Snel uitschakelen van de kookplaat
Gedurende 3 seconden het symbool van de kookzone aanraken. De kookplaat schakelt uit.
Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Chocolade, couverture | 1 - 1. | - |
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1. - 2 | - |
| Melk¹ | 1. - 2. | - |
| Gekookte worstjes¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Goulash, diepvries 1 Zonder deksel | 3 - 4 | 35 - 55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.