naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens GS36NBI3P, tekst van de handleiding

Vriezer · Siemens · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 83 pagina's, 1,9 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 77

Pagina 77

Vanaf de titel; het begin van pagina 77 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. /1.
Het alarmsignaal is te horen. De alarmtoets brandt.
Afb. /4
In de diepvriesruimte is het te warm!
Gevaar voor de diepvrieswaren!
Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets, afb /4, indrukken.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit.
Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. /1.Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest.Na het indrukken van de alarmtoets 4 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. /1
De alarmtoets knippert. Afb. /4De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 77)

Pagina 78

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt:
het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.
Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Alarmtoets, afb /4, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.
Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.
De temperatuurindicatie brandt niet.De energiebesparingsmodus is geactiveerd.Alarmtoets afbeelding /4 gedurende 5 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)

Klantenservice

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

it Indice

Avvertenze di sicurezza e potenziale pericolo .................................................. 42

Avvertenze per lo smaltimento .......... 46

Dotazione ............................................... 46

Luogo d’installazione ........................... 47

Osservare la temperatura ambiente e la ventilazione del locale ................. 47

Collegare l’apparecchio ..................... 48

Conoscere l’apparecchio ................... 49

Accendere l’apparecchio ................... 50

Regolare la temperatura ..................... 50

Modo di risparmio energetico ........... 50

Funzione di allarme ............................. 51

Capacità utile totale ............................. 51

Il congelatore ........................................ 52

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 61

Aanwijzingen over de afvoer .............. 65

Omvang van de levering .................... 65

De juiste plaats ..................................... 66

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. 66

Apparaat aansluiten ............................ 67

Kennismaking met het apparaat ....... 68

Inschakelen van het apparaat ........... 69

Instellen van de temperatuur ............. 69

Energiebesparingsmodus .................. 69

Alarm function ...................................... 70

Netto-inhoud .......................................... 70

De diepvriesruimte ............................... 71

Max. capacità di congelamento ........ 52

Congelare e conservare ..................... 52

Congelamento di alimenti freschi ..... 53

Super-congelamento ........................... 54

Decongelare surgelati ......................... 54

Dotazione .............................................. 55

Spegnere e mettere fuori servizio l'apparecchio ........................................ 56

Scongelamento .................................... 56

Pulizia dell’apparecchio ...................... 56

Illuminazione (LED) .............................. 57

Risparmiare energia ............................ 57

Rumori di funzionamento ................... 58

Eliminare piccoli guasti ....................... 58

Servizio di assistenza clienti .............. 60

Maximale invriescapaciteit ................. 71

Invriezen en opslaan ........................... 71

Verse levensmiddelen invriezen ....... 72

Supervriezen ......................................... 73

Ontdooien van diepvrieswaren ......... 73

Uitvoering .............................................. 73

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... 74

Ontdooien .............................................. 75

Schoonmaken van het apparaat ...... 75

Verlichting (LED) .................................. 75

Energie besparen ................................ 76

Bedrijfsgeluiden ................................... 76

Kleine storingen zelf verhelpen ......... 77

Klantenservice ...................................... 78

Pagina's 4–60: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 61

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Brandgevaar

Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

nl

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

Pagina 62

nl

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar

Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!

Explosiegevaar!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Explosiegevaar!

Pagina 63

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Pagina 64

nl

Kans op vrieswonden!

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Pagina 65

nl

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Pagina 66

nl

De juiste plaats

Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:

De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand

Afb.

Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.

Deuraanslag wisselen

(indien nodig)

Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

m Waarschuwing

Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen.

Aanwijzing

Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 66)

Pagina 67

nl

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb.

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

m Waarschuwing

Gevaar voor een elektrische schok!

Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. .

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Pagina 68

nl

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

* Niet bij alle modellen.

1-6Bedieningselementen
7Hoofdschakelaar Aan/Uit
8Verlichting (LED)
9NoFrost-systeem
10*Klep van het vriesvak
11Glasplaat
12IJsbereider/ijsblokjesreservoir
13Diepvrieslade (klein)
14Diepvrieslade (groot)
15Schroefvoetjes
16*Koude-accu
17Diepvrieskalender
18Deurontluchting

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

Bedieningselementen

Afb.

Diepvriesruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.

Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.

Wanneer deze functie is ingeschakeld, is instellen met de bedieningselementen niet mogelijk.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.

Energiebesparingsmodus

Deze brandt wanneer het apparaat niet in gebruik is.

Pagina 69

nl

Inschakelen van het apparaat

Afb.

Het apparaat met de toets Aan/Uit /7 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 1 knippert en de alarm-indicatie 4 brandt.

Druk de alarmtoets 4 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld en de temperatuurindicatie 1 stopt met knipperen.

De indicatie alarm gaat uit als in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Aanwijzingen bij het gebruik

Instellen van de temperatuur

Afb.

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Temperatuur-insteltoets 5 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 1.

Energiebesparingsmodus

De indicatie van de bedieningselementen wordt op de energiebesparingsmodus gezet wanneer u het apparaat niet bedient.

Zodra u het apparaat bedient, bijv. de deur opent of op een willekeurige toets drukt, wordt de normale verlichting van de indicatie ingeschakeld.

Pagina 70

nl

Temperatuurindicatie in- en uitschakelen

Afb.

Alarmtoets 4 gedurende 5 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.

Alarm function

In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.

Deuralarm

Het deuralarm wordt ingeschakeld en de indicatie Alarm /4 gaat branden wanneer het apparaat te lang open staat. Door de deur te sluiten wordt het deuralarm uitgeschakeld.

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

De indicatie alarm 4 brandt.

Na indrukken van de alarmtoets 4, geeft de temperatuurindicatie 1 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Daarna wordt deze waarde gewist en toont de temperatuurindicatie 1 de ingestelde temperatuur.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen

Alarm uitschakelen

Afb.

De alarm-toets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.

Aanwijzing

Alleen geldig voor de typen KG GSUU37A, KG GSUU39A en KG GSUU41A (zie veld “Type” op typeplaatje):

Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.

Pagina 71

nl

Onderdelen eruit halen

Afb.

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

71

Pagina 72

nl

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Pagina 73

nl

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb.

Super-toets van de vriesruimte 2 ingedrukt houden tot de indicatie super 2 brandt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieslade (groot)

Afb. /14

Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.

IJsbereider

Afb.

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

Pagina 74

nl

Aanwijzing

Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanneer het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.

Diepvrieskalender

Afb. /A

Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Koude-accu

Afb. /B

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

IJsbakje

Afb.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb.

Toets Aan/Uit 7 indrukken.

Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Pagina 75

nl

Ontdooien

Diepvriesruimte

Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen!

Aanwijzing

Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

Ga als volgt te werk:

Verlichting (LED)

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Pagina 76

nl

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Pagina 77: zie Storingen hierboven.

Pagina 78: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens vriezer