Siemens GS36NGIEV, tekst van de handleiding
Vriezer · Siemens · 23 pagina's in het Nederlands · pdf: 28 pagina's, 0,7 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 19
Pagina 19
Vanaf de titel; het begin van pagina 19 staat in de pdf.
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Houd de temperatuurinstelknop koelvak 9 tot 11 seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal klinkt. 2. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. |
Pagina 20
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. |
| Het alarmsignaal is te horen. Het deuralarm is ingeschakeld. | Deur van het apparaat is open. ▸ Sluit de deur van het apparaat. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert. Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op de temperatuurinsteltoets. Schakel het alarm uit. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 16 | |
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 14 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Breng het apparaat weg van de muur. 4. Laat de deur van het apparaat open. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. |
Pagina 21
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | 5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt. 6. Reinig de binnenruimte van het apparaat. Pagina 18 7. Schakel het apparaat weer in. Pagina 13 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 14 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 13 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas. ▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is niet vrijstaand. ▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. | |
| Serviesgoed raakt elkaar. ▸ Zet het serviesgoed verder uit elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 22
nl Opslaan en afvoeren
13.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
13.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 14
- 2. Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. Pagina 13
- 3. Houd binnen 10 seconden na het inschakelen de temperatuurinsteltoets gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt, tot −26 °C brandt op de temperatuurindicatie.
De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuur-
22
display de ingestelde temperatuur weergeeft, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en "super" gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
14 Opslaan en afvoeren
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 14
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen. Pagina 18
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
14.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
Pagina 23
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de
Servicedienst nl
Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 11
23
Pagina 24
nl Technische gegevens
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
16 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 11
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
24
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid ..................................... 3
1.1 Definitie van de signaalwoorden ................................................. 3 1.2 Algemene aanwijzingen ............. 3 1.3 Bestemming van het apparaat ................................................. 3 1.4 Inperking van de gebruikers ..... 4 1.5 Veiliger transport ......................... 4 1.6 Veilige installatie .......................... 4 1.7 Veilig gebruik ............................... 5 1.8 Beschadigd apparaat ................. 7
2 Het voorkomen van materiële schade .......................................... 8
3 Milieubescherming en besparing ................................................ 8
3.1 Afvoeren van de verpakking ..... 8 3.2 Energie besparen ....................... 8
4 Opstellen en aansluiten .............. 9
4.1 Leveringsomvang ........................ 9 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................... 9 4.3 Apparaat monteren ................... 10 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 10 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 10
5 Uw apparaat leren kennen ........ 11
5.1 Apparaat ..................................... 11 5.2 Bedieningspaneel ..................... 12
6 Uitrusting ................................... 12
6.1 IJsblokjesbereider ..................... 12 6.2 Accessoires ............................... 13
7 De Bediening in essentie .......... 13
7.1 Apparaat inschakelen .............. 13 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 14 7.3 Machine uitschakelen .............. 14 7.4 Temperatuur instellen ............... 14
2
8 Extra functies ............................ 14
8.1 Automatisch Supervriezen ...... 14 8.2 Handmatig Supervriezen ......... 14
9 Alarm .......................................... 15
9.1 Deuralarm ................................... 15 9.2 Temperatuuralarm .................... 15
10 Vriesvak ................................... 15
10.1 Invriescapaciteit ...................... 16 10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ...................................... 16 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ............................................. 16 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 16 10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 17 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ................................ 17
11 Ontdooien ................................ 17
11.1 Ontdooien in het vriesvak ..... 17
12 Reiniging en onderhoud ......... 17
12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 17 12.2 Apparaat schoonmaken ........ 18 12.3 Onderdelen eruit halen .......... 18
13 Storingen verhelpen ............... 19
13.1 Stroomuitval ............................. 22 13.2 Apparaatzelftest uitvoeren .... 22
14 Opslaan en afvoeren .............. 22
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 22 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 22
15 Servicedienst .......................... 23
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) .......... 23
Pagina 3
Veiligheid nl
16 Technische gegevens ............. 24
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Definitie van de signaalwoorden
Hier vindt u de betekenis van de in deze handleiding gebruikte signaalwoorden.
WAARSCHUWING
Neem deze aanwijzingen in acht om mogelijk ernstig of dodelijk letsel te vermijden.
VOORZICHTIG
Neem deze aanwijzingen in acht om licht of middelzwaar letsel te vermijden.
LET OP
Neem deze aanwijzingen in acht om schade aan het apparaat of andere materiële schade te vermijden.
Opmerking: Dit wijst u op belangrijke informatie.
1.2 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.3 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is niet bestemd voor het gebruik als inbouwapparaat. Gebruik het apparaat uitsluitend:
om levensmiddelen te bevriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Pagina 4
nl Veiligheid
1.4 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.5 Veiliger transport
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.6 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
4
Pagina 5
Veiligheid nl
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet afsluiten.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.7 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Pagina 6
nl Veiligheid
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Het apparaat kan kantelen.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.
- Raak de hete onderdelen nooit aan.
Pagina 7
Veiligheid nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
1.8 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 23
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Pagina 8
nl Het voorkomen van materiële schade
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
- Het apparaat uitschakelen. Pagina 14
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de service. Pagina 23
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP
Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.
- Het apparaat met een steekwagen transporteren.
- Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op het apparaat, de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
Pagina 9
Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 23 contact op.
De levering bestaat uit:
Vrijstaand apparaat Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Niet in alle landen
Opstellen en aansluiten nl
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlage ²
Energielabel
Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 11
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor
9
Pagina 10
nl Opstellen en aansluiten
bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- 1. Haal het informatiemateriaal er uit.
- 2. Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 18
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- 1. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 11
- 2. De netstekker op vastheid controleren.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Pagina 11
Uw apparaat leren kennen nl
5 Uw apparaat leren kennen 5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
| Bedieningspaneel | Pagina 12 |
|---|---|
| Vriesvaklegplateau | |
| IJsblokjesbereider | Pagina 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Diepvrieslade Pagina 18
Typeplaatje Pagina 24
Stelvoet
Pagina 12
nl Uitrusting
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
De temperatuurinsteltoets stelt de temperatuur van het vriesvak in.
super brandt, wanneer Supervriezen is ingeschakeld.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.
schakelt het apparaat in of uit.
- 1. Neem de schaal voor ijsblokjes er uit , vul tot ¾ met drinkwater en plaats de schaal weer terug .
6.1 IJsblokjesbereider
Gebruik de ijsbereider, om ijsblokjes van drinkwater te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
Opmerking: Te veel gevuld drinkwater kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet
Pagina 13
afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsblokjesbakje. Het teveel aan gevuld drinkwater loopt in het ijsblokjesbakje, aanwezige ijsblokjes vriezen aan elkaar.
- 2. Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, de draaigreep van de ijsblokjesschaal meerdere malen naar rechts draaien en loslaten.
De ijsblokjes komen los en vallen in de houder voor ijsblokjes.
- 3. De houder voor ijsblokjes er uit trekken en de ijsblokjes er uit nemen.
De Bediening in essentie nl
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor ¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
- 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
6.2 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. indrukken.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Het apparaat begint te koelen. Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is.
Pagina 14
nl Extra functies
- 2. Het akoestische waarschuwingssignaal met de temperatuurinsteltoets uitschakelen.
De temperatuurindicatie brandt zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- 3. De gewenste temperatuur instellen. Pagina 14
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
indrukken.
14
7.4 Temperatuur instellen
Vriesvaktemperatuur instellen
- Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop tot het temperatuurdisplay de gewenste temperatuurinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Automatisch Supervriezen
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in als u verse levensmiddelen van rechts beginnend in de tweede diepvrieslade van onderen legt.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt "super" en er kunnen meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatische Supervriezen annuleren
- Druk net zo vaak op de temperatuurinsteltoets tot de gewenste temperatuur op het temperatuurdisplay wordt weergegeven.
8.2 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Pagina 15
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 16
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
- Druk net zo vaak op de temperatuurinsteltoets tot "super" brandt.
Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
- Druk net zo vaak op de temperatuurinsteltoets tot de gewenste temperatuur op het temperatuurdisplay wordt weergegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
- Sluit de deur van het apparaat of druk op de temperatuurinsteltoets. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert.
Alarm nl
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
- Druk op de temperatuurinsteltoets. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
De temperatuurindicatie knippert, tot de ingestelde temperatuur weer is bereikt.
10 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −26 °C instelbaar.
15
Pagina 16
nl Vriesvak
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
10.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 11
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 15
- 2. De levensmiddelen eerst in het bovenste vak bewaren.
- 3. Wanneer het bovenste vak niet groot genoeg is, de resterende hoeveelheid in het vak eronder inruimen.
10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 18
- 2. De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak stapelen.
10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in
Verder lezen op pagina 17Inhoud