naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens GS40NA25, tekst van de handleiding

Vriezer · Siemens · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 97 pagina's, 3,2 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Deze handleiding geldt ook voor: GS32NA23.

Storingen op pagina 89

Pagina 89

Vanaf de titel; het begin van pagina 89 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
De verlichting functioneert niet.Het lampje is kapot.Lampje vervangen. Afb. /B
1. Apparaat uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
3. Afdekking naar voren eraf trekken.
4. Lampje vervangen.
(Reservelamp: 220–240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.)
De lichtschakelaar klemt.Controleer of er beweging in zit. Afb. /A
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is.
Controleer de zekeringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

89

Pagina 90

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Display geeft „E..” aan.De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.
Het alarmsignaal is te horen.
Op de temperatuurindicatie, afb. 2/1, knippert „AL” en de indicatie alarm 2 brandt.
Storing – in de diepvriesruimte is het te warm!Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 6 indrukken. De temperatuurindicatie 1 stopt met knipperen.
De temperatuurindicatie 1 geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Gevaar voor de diepvrieswarenAanwijzing
Half en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of braden opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Nadat de storing is verholpen, gaat de alarmtoets na enige tijd uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)

Pagina 91

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuurindicatie knippert. Afb. 2/1Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest.Na het indrukken van de alarmtoets 6 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie 1 uitgeschakeld.
De temperatuurindicatie 1 geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Indicatie „supervriezen” knippert. Afb. 2/3Stroomuitval
Er bestaat geen gevaar voor de diepvrieswaren!
Attentie!
Als er gelijktijdig nog een andere storing wordt aangegeven, ga dan te werk volgens de tips bij „Kleine storingen zelf verhelpen”.
Er bestaat gevaar voor de diepvrieswaren!
Een willekeurige toets indrukken. De indicatie „supervriezen” houdt op met knipperen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)

Pagina 92

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.
Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)

Pagina 93

nl

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 4

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. Aanwijzingen over de afvoer .............. Omvang van de levering .................... Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. Apparaat aansluiten ............................ Kennismaking met het apparaat ....... Inschakelen van het apparaat ........... Instellen van de temperatuur ............. Alarm function ...................................... Netto-inhoud .......................................... De diepvriesruimte ............................... Maximale invriescapaciteit .................

Invriezen en opslaan ........................... Verse levensmiddelen invriezen ....... Supervriezen ......................................... Ontdooien van diepvrieswaren ......... Uitvoering .............................................. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................................... Ontdooien ............................................. Schoonmaken van het apparaat ...... Energie besparen ................................ Bedrijfsgeluiden ................................... Kleine storingen zelf verhelpen ......... Servicedienst ........................................

Pagina's 5–75: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 76

nl

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

Pagina 77

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

De flessen en blikjes kunnen springen!

nl

Kans op verbranding!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Pagina 78

nl

Aanwijzingen over de afvoer

• Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

• Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE).

Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

ã=Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Pagina 79

nl

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen

gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .
KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb. 3

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Pagina 80

nl

ã=Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb. 1

* Niet bij alle modellen.

1-7Bedieningselementen
8Verlichting
9No Frost-systeem
10Klep van het vriesvak
11Glasplaat
12IJsbereider/pizzabox *
13Diepvrieslade (klein)
14Vriesrooster
15Diepvrieslade (groot)
16Be- en ontluchtingsopening
17Schroefvoetjes
18Koude-accu
19Diepvrieskalender
20Deurontluchting

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)

Pagina 81

Bedieningselementen

Afb. 2

Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.

Brandt als het in de diepvriesruimte te warm is.

De indicatie gaat uit wanneer de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt.

Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

Om de supervriesfunctie in en uit te schakelen (zie het hoofdstuk „Supervriezen”).

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

nl

Inschakelen van het apparaat

Het apparaat met de insteltoets 7 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 1 knippert „AL”, de indicatie Supervriezen 3 knippert en de indicatie alarm 2 brandt.

Druk de alarmtoets 6 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld en de indicatie Supervriezen 3 gaat uit.

Zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, toont de temperatuurindicatie 1 de ingestelde temperatuur. De indicatie alarm 2 gaat uit.

Bij geopende deur brandt de verlichting.

Aanwijzingen bij het gebruik

Pagina 82

nl

Instellen van de temperatuur

Afb. 2

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van –16 °C tot –26 °C.

Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.

De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 1 aangegeven.

Wij adviseren een instelling van –18 °C voor de diepvriesruimte.

Alarm function

Alarmsignaal uit te schakelen Afb. 2

Door indrukken van de alarmtoets 6 wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.

Deuralarm

Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Temperatuur-alarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Op de temperatuurindicatie 1 knippert „AL” en de indicatie alarm 2 brandt.

Na indrukken van de toets alarm 6, geeft de temperatuurindicatie 1 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Hierna wordt deze waarde gewist.

De temperatuurindicatie 1 toont „AL” en de indicatie alarm 2 brandt tot de ingestelde temperatuur is bereikt.

De temperatuurindicatie 1 toont daarna de ingestelde temperatuur.

Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Pagina 83

nl

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Diepvriesinhoud volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen, kunnen verschillende onderdelen eruit gehaald worden. De levensmiddelen kunnen direct op de vriesroosters gestapeld worden.

Aanwijzing

Om de op het typeplaatje aangegeven waarden te kunnen aanhouden, moeten steeds het bovenste en onderste onderdeel in het apparaat blijven.

Onderdelen eruit halen

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Pagina 84

nl

Attentie bij het inruimen

Grote levensmiddelhoeveelheden bij voorkeur in het bovenste vak invriezen; daar worden ze bijzonder snel en daardoor ook behoedzaam ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

Belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat: diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken!

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.

Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Pagina 85

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

Deze hangt af van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

nl

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Toets „super” 5 indrukken.

Wanneer supervriezen is ingeschakeld, geeft de temperatuurindicatie 1 „SU” aan en brandt de indicatie Supervriezen 3.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

ã=Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant- en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Pagina 86

nl

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieslade (groot)

Afb. 1/15

Voor het invriezen en opslaan van grote diepvrieswaren zoals kalkoen, eend en gans.

Diepvrieskalender

Afb. 7/A

Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.

Koude-accu

Afb. 7/B

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

Ijsbakje

Afb. 8

Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.

Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).

Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.

IJsbereider

Afb. 9

De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.

Pagina 87

nl

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb. 2

Toets Aan/Uit 7 indrukken.

De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

Diepvriesruimte

Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.

Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken van het apparaat

ã=Attentie

U gaat als volgt te werk:

Pagina 88

nl

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Pagina 89: zie Storingen hierboven.

Pagina 90: zie hierboven.

Pagina 91: zie hierboven.

Pagina 92: zie hierboven.

Pagina 93: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens vriezer