naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens GU15DADF0, tekst van de handleiding

Vriezer · Siemens · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 80 pagina's, 5,5 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 76

Pagina 76

Vanaf de titel; het begin van pagina 76 staat in de pdf.

13 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
StoringOorzaak en probleemoplossing
Alarmsignaal weerklinkt en brandt.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶ Druk op .
• Schakel het alarm uit.
Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.
▶ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
▶ Overschrijd het vriesvermogen niet.
→ "Invriescapaciteit", Pagina 71
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Serviesgoed raakt elkaar.
▶ Zet het serviesgoed verder uit elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)

Pagina 77

13.1 Stroomuitval

Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.

De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaatje gekoeld. → Fig. 1 / 4

Opmerkingen

14 Opslaan en afvoeren

Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.

14.1 Apparaat buiten gebruik stellen

→ Pagina 70

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Opslaan en afvoeren nl

→ Pagina 73

→ Pagina 74

14.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Pagina 78

nl Servicedienst

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

15 Servicedienst

Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan

eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

→ Fig. 1 / 4

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

16 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

→ Fig. 1 / 4

Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

78

Pagina 79

Technische gegevens nl

bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Pagina's 1–60: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 61

nl

Inhoudsopgave

1 Veiligheid.................................... 62

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 62 1.2 Bestemming van het apparaat ........................................... 62 1.3 Inperking van de gebruikers .... 62 1.4 Veiliger transport ...................... 62 1.5 Veilige installatie....................... 63 1.6 Veilig gebruik............................ 64 1.7 Beschadigd apparaat............... 66

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 67

3 Milieubescherming en besparing.............................................. 67

3.1 Afvoeren van de verpakking .... 67 3.2 Energie besparen..................... 67

4 Opstellen en aansluiten............. 67

4.1 Leveringsomvang ..................... 67 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 68 4.3 Apparaat monteren .................. 68 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 68 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................. 69

5 Uw apparaat leren kennen......... 69

5.1 Apparaat................................... 69 5.2 Bedieningspaneel..................... 69

6 Uitrusting.................................... 69

6.1 Accessoires.............................. 69

7 De Bediening in essentie........... 70

7.1 Apparaat inschakelen............... 70 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 70 7.3 Machine uitschakelen............... 70 7.4 Temperatuur instellen............... 70

8 Extra functies ............................. 70

8.1 Supervriezen............................. 70

9 Alarm........................................... 71

9.1 Temperatuuralarm .................... 71

10 Vriesvak.................................... 71

10.1 Invriescapaciteit...................... 71 10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ............................... 72 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak.......................................... 72 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 72 10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 72 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ....................... 73

11 Ontdooien................................. 73

11.1 Ontdooien in het vriesvak ...... 73

12 Reiniging en onderhoud.......... 73

12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging ......................... 74 12.2 Apparaat schoonmaken......... 74 12.3 Ventilatierooster reinigen........ 74 12.4 Onderdelen eruit halen .......... 75

13 Storingen verhelpen ................ 76

14 Opslaan en afvoeren................ 77

14.1 Apparaat buiten gebruik stellen ..................................... 77 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat ..................................... 77

15 Servicedienst............................ 78

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)........... 78

16 Technische gegevens.............. 78

61

Pagina 62

nl Veiligheid

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te bevriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

Pagina 63

Veiligheid nl

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Pagina 64

nl Veiligheid

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

Pagina 65

Veiligheid nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Pagina 66

nl Veiligheid

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Pagina 67

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP!

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Het voorkomen van materiële schade nl

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

4 Opstellen en aansluiten

Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 78 contact op.

De levering bestaat uit:

Pagina 68

nl Opstellen en aansluiten

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING

Kans op explosie!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 40 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Toegestane ruimtetemperatuur

De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.

De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 4

KlimaatklasseToegestane ruimtetemperatuur
SN10 °C…32 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

68

KlimaatklasseToegestane ruimtetemperatuur
N16 °C…32 °C
ST16 °C…38 °C
T16 °C…43 °C
Het apparaatis volledig functioneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.

Onderbouw

Bij bepaalde aanrechtbladen, bijv. van steen, glas of roestvrij staal, is bevestiging onder het aanrechtblad vaak niet mogelijk. Toebehoren voor de montage op de zijwanden kunt u bij de klantenservice bestellen.

→ "Servicedienst", Pagina 78

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

Pagina 69

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 4

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

→ Fig. 1

1Bedieningspaneel
2Vriesrooster
3Diepvrieslade
4Typeplaatje
5Ventilatierooster aan buitenkant

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)

Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.

5.2 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

→ Fig. 2

Uw apparaat leren kennen nl

1De temperatuurregelaar stelt de temperatuur van het vriesvak in.
2schakelt het apparaat in of uit.
3schakelt Supervriezen in of uit.
4schakelt het alarmsignaal uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Koude-accu

Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.

Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.

IJsblokjesschaal

Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.

IJsblokjes maken

Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

69

Pagina 70

nl De Bediening in essentie

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt.

7.3 Machine uitschakelen

7.4 Temperatuur instellen

Vriesvaktemperatuur instellen

Hogere cijfers betekenen lagere temperaturen.

De middelste instelling is door de fabriek aanbevolen.

8 Extra functies

8.1 Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

→ "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 71

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Supervriezen inschakelen

brandt.

Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Supervriezen uitschakelen

Pagina 71

Alarm nl

9 Alarm

9.1 Temperatuuralarm

Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:

Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.

Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.

Temperatuuralarm uitschakelen

10 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur is instelbaar van stand 1 tot stand 7.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

10.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 /

4 Voorwaarden voor invriesvermogen

→ "Supervriezen inschakelen", Pagina 70

Pagina 72

nl Vriesvak

10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.

10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 72)

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.

Pagina 73

10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

11 Ontdooien

11.1 Ontdooien in het vriesvak

Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Vriesvak ontdooien

Het vriesvak regelmatig ontdooien.

→ "Supervriezen inschakelen", Pagina 70

Ontdooien nl

De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

→ Pagina 70

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

→ Pagina 70

12 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

Pagina 74

nl Reiniging en onderhoud

12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

→ Pagina 70

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

12.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

→ Pagina 70

12.3 Ventilatierooster reinigen

‒ Duw de klemmen in de ventilatie-openingen naar onder en trek tegelijkertijd het ventilatierooster aan de buitenkant naar voren los.

→ Fig. 3

Pagina 75

Reiniging en onderhoud nl

12.4 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Diepvrieslade verwijderen

→ Fig. 4

Pagina 76: zie Storingen hierboven.

Pagina 77: zie hierboven.

Pagina 78: zie hierboven.

Pagina 79: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens vriezer