naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB36A4580, tekst van de handleiding

Pagina's 13–25 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–12verder op pagina 26 →

Pagina 13

Braadthermometer

De braadthermometer maakt het mogelijk om heel precies te braden. Deze meet de temperatuur binnen in het stuk vlees tussen de 30 °C en 99 °C.

Gebruik uitsluitend de meegeleverde braadthermometer. Deze kunt u als accessoire bij de klantenservice bestellen.

Verwijder de braadthermometer na gebruik altijd uit de binnenruimte. Bewaar deze nooit in de binnenruimte.

Geschikte verwarmingsmethoden 3D-hetelucht

4 Circulatiegrillen

Temperatuur van de binnenruimte

Stel de temperatuur niet hoger in dan 250 °C, zodat de braadthermometer niet beschadigd raakt.

De ingestelde temperatuur van de binnenruimte moet minstens 10 °C hoger zijn dan de ingestelde kerntemperatuur.

Braadthermometer in het vlees steken

Voordat u het stuk vlees in de binnenruimte legt, steekt u de braadthermometer in het vlees.

Steek de metalen punt op de dikste plek in het stuk vlees. Let erop dat het uiteinde van de punt zich ongeveer in het midden van het stuk vlees bevindt. Hij mag niet in het vet steken en geen vorm of been raken.

Plaats het stuk vlees in het midden van het rooster.

Om er voor te zorgen dat de braadthermometer niet beschadigd raakt door te grote hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer voldoende zijn.

Let erop dat u het snoer van de braadthermometer niet afklemt.

Kerntemperatuur instellen

Het symbool verandert in de voorgestelde kerntemperatuur in de tijdsindicatie.

Het programma start. De actuele kerntemperatuur wordt vanaf 30 °C weergegeven.

De ingestelde kerntemperatuur in het vlees is bereikt

Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt de braadthermometer uit de bus trekken.

ã=Risico van verbranding!

De braadthermometer en de binnenruimte zijn heet. Gebruik pannenlappen om hem eruit te trekken.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur van de binnenruimte altijd veranderen. Om de kerntemperatuur te veranderen de toets indrukken en met de draaiknop de kerntemperatuur wijzigen.

Actuele temperatuur opvragen

U kunt de temperatuur in de binnenruimte met de toets opvragen. De actuele temperatuur in het vlees wordt vanaf een temperatuur van 30 °C weergegeven.

Afbreken

De braadthermometer uit de bus trekken.

ã=Risico van verbranding!

De braadthermometer en de binnenruimte zijn heet. Gebruik pannenlappen om hem eruit te trekken.

Aanwijzing: De automatische programma's en de reiniging kunnen niet worden ingesteld wanneer de braadthermometer in het vlees is gestoken. Er klinkt een signaal. Trek de braadthermometer uit de bus.

Richtwaarden voor de kerntemperatuur

Gebruik uitsluitend vers, en geen ingevroren vlees. De waarden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van het soort en de kwaliteit van het vlees.

GerechtRichtwaarden voor de kerntemperatuur in °C
Rundvlees
Rosbief of rundvlees, kort gebakken45-55
Rosbief of runderfilet, medium55-65
Rosbief of runderfilet, doorbakken65-75
Varkensvlees
Varkensfricandeau65-70
Gebraden varkensvlees (bijv. nek)85-90
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees75-85
Kalfsschenkel85-90
Lamsvlees
Lamsbout, medium60-70
Gebraden lamsvlees80-90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Pagina 14

Sabbatinstelling

Met deze instelling heeft de oven bij boven­ en onderwarmte een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C. U kunt een tijdsduur van 24 tot 73 uur instellen.

Gedurende deze tijd blijven de gerechten in de oven warm, zonder dat u deze hoeft in- of uit te schakelen.

Sabbatinstelling starten

Voorwaarde: u heeft in de basisinstellingen “Sabbatinstelling ja“ geactiveerd. Zie het hoofdstuk Basisinstellingen.

Op het display wordt 3D-hetelucht, 160 °C voorgesteld.

Er wordt 27:00 uur voorgesteld.

De tijdsduur is afgelopen

De oven warmt niet meer op.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Het is niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten.

Sabbatinstelling afbreken

De toets ingedrukt houden tot 3D­hetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.

Kinderslot

Om ervoor te zorgen dat de oven niet per ongeluk door kinderen wordt ingeschakeld of dat ze een instelling wijzigen, is deze voorzien van een kinderslot.

Kinderslot activeren

De toets ingedrukt houden tot het symbool verschijnt. Dit duurt ca. 4 seconden.

De instellingen kunnen niet meer worden gewijzigd. Het bedieningsveld is geblokkeerd.

Blokkering opheffen

De toets indrukken tot het symbool verdwijnt. U kunt opnieuw instellen.

Aanwijzing: U kunt ondanks het actieve kinderslot de oven met of door lang te drukken op de toets uitschakelen, de wekker instellen en de signaaltoon uitschakelen.

Basisinstellingen

Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen, die u altijd aan uw wensen kunt aanpassen.

Aanwijzing: In de tabel vindt u alle basisinstellingen en de mogelijke wijzigingen. Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat, worden in het display alleen de basisinstellingen weergegeven die bij uw apparaat passen.

FunctieBasisinstellingenMogelijkheden
• Signaaltoon na afloop van een tijdsduur= 2 minuten= 10 seconden = 2 minuten = 5 minuten
• Bevestigingstoon bij het indrukken van een toets= uit= uit = aan
• Helderheid van de displayverlichting= gemiddeld= nacht = gemiddeld = dag
• Tijdsindicatie wanneer de oven is uitgeschakeld= aan= uit*
* De tijd verschijnt zolang de restwarmte wordt weergegeven.
= aan
• Ovenlamp tijdens gebruik= aan= uit = aan
• Werking voortzetten na het sluiten van de ovendeur= werking wordt automatisch= met de werking voortzetten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

voortgezet = werking wordt automatisch voortgezet

Pagina 15

FunctieBasisinstellingenMogelijkheden
• Extra deurvergrendeling bij kinderslot= nee= nee = ja
• Nalooptijd van de koelventilator= gemiddeld= kort = gemiddeld = lang zeer lang
• Achteraf niet voorzien van zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden= nee= nee = ja
Achteraf voorzien van telescooprails= nee= nee = ja
Alle wijzigingen direct terugzetten naar de basisinstellingen= nee= nee = ja
Sabbatinstelling= nee= nee = ja

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Basisinstellingen wijzigen

Voorwaarde: de oven dient uitgeschakeld te zijn.

Zie de tabel met de basisinstellingen om te weten wat de getallen inhouden.

Het voorbeeld in de afbeelding: de basisinstelling Naloop ventilator veranderen van gemiddeld in kort.

Afbreken

De toets indrukken. De wijzigingen worden niet opgeslagen.

Automatische uitschakeling

Uw oven heeft een automatische uitschakeling. Deze wordt actief wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instellingen gedurende lange tijd niet veranderd zijn. Het moment waarop dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur of grillstand.

Uitschakeling actief

Op het display verschijnt . De werking is onderbroken.

Wanneer u op een willekeurige toets drukt, verdwijnt de indicatie. U kunt opnieuw instellen.

Aanwijzing: Is er een tijdsduur ingesteld, dan warmt de oven na afloop van de tijdsduur niet meer op. De automatische uitschakelfunctie is niet nodig.

15

Pagina 16

Reinigingssysteem

Het reinigingssysteem regenereert de zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte.

De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje zeer poreuze keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Wanneer deze vlakken niet voldoende schoon meer worden en er donkere vlekken ontstaan, worden ze met behulp van het reinigingssysteem geregenereerd.

Zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden achteraf aanbrengen

De achterwand in de oven is voorzien van een laagje keramiek. Om het reinigingssysteem te kunnen gebruiken, moeten ook het plafond en de zijwanden hiervan voorzien zijn. U kunt het zelfreinigende plafond en de zelfreinigende zijwanden als extra toebehoren verkrijgen bij de klantenservice.

Basisinstellingen wijzigen

Wanneer u het zelfreinigende plafond en de zelfreinigende zijwanden achteraf heeft aangebracht, activeert u het reinigingssysteem in de basisinstellingen. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe dit in zijn werk gaat.

Reinigingsstanden

U kunt drie reinigingsstanden kiezen.

StandReinigingsgraadTijdsduur
1lichtca. 45 minuten
2gemiddeldca. 1 uur
3intensiefca. 1 uur, 15 min.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Voor de reiniging

Neem de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.

Bodem van de binnenruimte schoonmaken

Voor u het reinigingsysteem instelt, dient u de nietzelfreinigende vlakken in de binnenruimte schoon te maken.

Anders ontstaan er vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.

Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.

Reinigingsstand instellen

Reinigingsstand 3 wordt voorgesteld. Wanneer u de reinigingsstand wilt wijzigen:

Na afloop van de reiniging

Op het display staat : . De oven warmt niet meer op.

Reiniging afbreken

De toets ingedrukt houden tot 3D­hetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.

Reinigingsstand corrigeren

Na de start kan de reinigingsstand niet langer worden gewijzigd.

De reiniging moet 's nachts worden uitgevoerd

Om de oven overdag te kunnen gebruiken, verzet u het tijdstip van het einde van de reiniging naar de nacht. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties, de eindtijd op een later tijdstip zetten .

Na afloop van de reiniging

Wanneer de binnenruimte helemaal afgekoeld is, neemt u de zoutresten met een vochtig doekje van de zelfreinigende oppervlakken af.

Onderhoud en reiniging

Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.

Aanwijzingen

Schoonmaakmiddelen

Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u zich te houden aan de gegevens in de tabel. Gebruik

Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.

BereikSchoonmaakmiddelen
Voorkant van de ovenWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Roestvrij staalWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan.
Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

BereikSchoonmaakmiddelen
Ruiten van de deurGlasreiniger:
met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken.
Glazen afscherming van de ovenlampWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen.
Dichting
Niet afnemen!
Warm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren.
InschuifrailsWarm zeepsop:
laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
TelescooprailsWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet laten weken of schoonmaken in de vaatwasmachine.
ToebehorenWarm zeepsop:
laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken

De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zeer poreus keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de oven wordt gebruikt, des te beter het resultaat.

Wanneer er ook na herhaald gebruik nog vuil zichtbaar is, gaat u als volgt te werk:

De keramiekbedekking wordt geregenereerd. Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, met water of een zachte doek verwijderen.

Een lichte verkleuring van het keramiek heeft geen invloed op de zelfreiniging.

Wanneer u de extra toebehoren “Zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden“ aanschaft, kunt u de zelfreinigende oppervlakken met het reinigingssysteem regenereren. Lees hierover het hoofdstuk Reinigingssysteemna.

Attentie!

Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken

Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.

Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.

Inschuifrails verwijderen en bevestigen

U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.

Inschuifrails verwijderen

Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Inhangroosters bevestigen

De inhangroosters passen alleen links of rechts. De uitschuifbare rail moet naar voren kunnen worden uitgetrokken. De welving van de inhangroosters moet zich altijd aan de onderkant bevinden.

Grillelement naar beneden klappen

Om het plafond te reinigen kunt u het grillelement naar beneden klappen.

ã=Risico van verbranding! De oven dient onverwarmd te zijn.

Pagina 18

Ovendeur verwijderen en inbrengen

Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.

De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

ã=Risico van letsel!

Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.

Deurruiten verwijderen en inbrengen

ã=Risico van letsel!

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.

Deur verwijderen

Deur inbrengen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur afnemen.

Let er bij het verwijderen van de binnenruiten op in welke volgorde u de ruiten eruit neemt. U brengt de ruiten weer in de juiste volgorde in door te letten op het nummer dat erop staat.

Verwijderen

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.

Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.

Pagina 19

Inbrengen

Let er bij het inbrengen op dat bij beide ruiten “right above“ linksonder ondersteboven staat.

Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

ã=Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

StoringMogelijke oorzaakAanwijzing/oplossing
Het apparaat werkt nietZekering defect.Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
Op het display staat : .Stroomonderbreking.Stel de tijd opnieuw in.
De oven warmt niet op of de verwarmingsmethode kan niet worden ingesteld.Verwarmingsmethode niet herkendStel nog eenmaal in.
De oven warmt niet op. In de temperatuurindicatie staat een klein vierkantje.De oven bevindt zich in de demomodus.Schakel de zekering in de meterkast uit en na minstens 20 seconden weer in. In de volgende 2 minuten de toets 4 seconden lang ingedrukt houden tot het vierkantje van het display verdwijnt.
Na het indrukken van de toets verschijnt op het display.Het plafond en de zijwanden van de binnenruimte zijn niet zelfreinigend. Het reinigingssysteem is niet mogelijk.Pas nadat u het zelfreinigende plafond en de zijdelen heeft aangebracht en het reinigingsysteem in de basisinstellingen heeft geactiveerd, kunt u met de toets het reinigingssysteem instellen. Zie het hoofdstuk Reinigingssysteem en het hoofdstuk Basisinstellingen.
Op het display verschijnt .De automatische uitschakeling is geactiveerd. De oven warmt niet meer op.Druk op een willekeurige toets.
Foutmeldingen met
Wordt op het display een foutmelding met druk dan op de toets 0. Hiermee wordt de Het kan voorkomen dat u vervolgens de tijd
instellen. Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan weergegeven, contact op met de klantenservice.
foutmelding gewist. Bij de volgende foutmelding kunt u het probleem zelf oplossen. opnieuw moet
FoutmeldingMogelijke oorzaakAanwijzing/oplossing
Een toets is te lang ingedrukt of is beklemd geraakt.Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of de toetsen schoon zijn. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding aanhoudt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok! Zekering in de meterkast uitschakelen.

Linkerovenlamp vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

ã=Kans op een elektrische schok! Zekering in de meterkast uitschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Pagina 21

Energie­ en milieutips

Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.

Energie besparen

tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro­ en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.

Automatische programma's

Met de automatische programma's gaan geraffineerde stoofgerechten, sappig gebraden vlees en smakelijke eenpansgerechten u heel gemakkelijk af. U hoeft hierbij niet te keren en te bedruipen en de binnenruimte blijft schoon.

Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees en de grootte en soort van de vormen of het servies. Maak gebruik van pannenlappen wanneer u het gerecht uit de oven neemt. De vorm is heel heet. Opgelet bij het openen van de vorm, er komt hete stoom vrij.

Vormen

De automatische programma's zijn alleen geschikt voor het braden en bakken in open vormen, met uitzondering van gegratineerde ham. Gebruik alleen vormen met een goed sluitend deksel. Neem ook de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.

Geschikte vormen

Wij raden het gebruik van hittebestendige vormen (tot 300 °C) aan, van glas of glaskeramiek. Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadslede van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren. Gebruikt u braadsledes van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.

Ongeschikte vormen

Vormen van licht, glanzend aluminium, ongeglazuurde klei en vormen van kunststof of met kunststof handgrepen zijn niet geschikt.

Grootte van de vorm

Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.

Gerecht voorbereiden

Gebruik vers of diepvriesvlees. Wij bevelen vers vlees op koelkasttemperatuur aan.

Gebruik een geschikte vorm.

Weeg het verse of diepvriesvlees, het gevogelte of de vis. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende tabellen. Om in te stellen dient u het gewicht te weten.

Kruid het vlees. Diepvriesvlees kruidt u op dezelfde manier als vers vlees.

Bij veel gerechten dient vloeistof te worden toegevoegd. Doe zoveel vloeistof in de vorm dat de bodem ca. ½ cm bedekt is. Staat er “wat“ vloeistof in de tabel, dan zijn 2-3 eetlepels meestal toereikend. Bij vloeistof “ja“ mag het rustig meer zijn. Neem de aanwijzingen voor en in de tabellen in acht.

Sluit de vorm af met een deksel. Plaats hem op hoogte 2 op het rooster.

Bij enkele gerechten is het niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten. Deze gerechten zijn aangeduid met een ster*.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

Programma's

Gevogelte

Leg het gevogelte met de kant van de borst naar boven in de braadslede. Gevuld gevogelte is ongeschikt.

Bij meerdere kippenbouten stelt u het gewicht van de zwaarste in. De bouten moeten ongeveer even zwaar zijn.

Voorbeeld: 3 kippenbouten van 300 g, 320 g en 400 g. Stel 400 g in.

Maakt u twee even zware kippen klaar in een braadslede, stel dan evenals bij de bouten het gewicht van de zwaarste in.

Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Gevogelte
Kippetje, versP1*0,7-2,0neeGewicht van het vlees
Poularde, versP2*1,4-2,3neeGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

21

Pagina 22

Programma's Programmanummer Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegenInstelgewicht
Eend, vers P3*1,6-2,7 neeGewicht van het vlees
Gans, vers P4*2,5-3,5 neeGewicht van het vlees
Kalkoen, vers P5*2,5-3,5 neeGewicht van het vlees
Bouten, vers, bijv. kippen­, eenden­, P6* ganzen-, kalkoenbout0,3-1,5 neeGewicht van de zwaarste bout
Vlees
Doe zoveel vloeistof in de vorm als wordt aangegeven.
Rundvlees
Voeg aan stoofvlees voldoende vloeistof toe. U kunt ook marineervocht gebruiken. Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar boven.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegenInstelgewicht
Rundvlees
Stoofvlees, vers bijv. klapstuk, schouderstuk, gemarineerd vleesP70,5-3,0 jaGewicht van het vlees
Stoofvlees, diepvries bijv. klapstuk, schouderstuk, schouderP8*0,5-2,0 jaGewicht van het vlees
Rosbief, vers, kort gebakken bijv. lendestukP90,5-2,5 neeGewicht van het vlees
Kalfsvlees
Braadstuk, vers, mager bijv. bovenbout, fricandeauP100,5-3,0 jaGewicht van het vlees
Braadstuk, vers, doorregen bijv. nek, halsP110,5-3,0 watGewicht van het vlees
Schenkel met been, versP120,5-2,5 jaGewicht van het vlees
Lamsvlees
Bout, vers zonder been, doorbakkenP130,5-2,5 watGewicht van het vlees
Bout, vers zonder been, mediumP140,5-2,5 neeGewicht van het vlees
Bout, vers met been, doorbakkenP150,5-2,5 watGewicht van het vlees
Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakkenP16*0,5-2,0 watGewicht van het vlees
Bout, diepvries, met been, doorbakkenP17*0,5-2,0 watGewicht van het vlees
Wildbraad
Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in karnemelk, wijn of azijn marineren.
Wanneer u meerdere hazenbouten klaarmaakt, stelt u het gewicht van de zwaarste bout in.
Konijn kunt u ook voor de bereiding in porties verdelen. Stel het totaalgewicht in.
WildbraadProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof toevoegenInstelgewicht
Hertenvlees, vers bijv. schouder, borstP180,5-3,0 jaGewicht van het vlees
Reebout zonder been, versP190,5-3,0 jaGewicht van het vlees
Hazenbout met been, versP200,3-0,6 jaGewicht van het vlees
Konijn, versP210,5-3,0 jaGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Pagina 23

Vis

U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten.

Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen.

Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter.

Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen.

Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in.

Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen
Vis
Forel, vers, stovenP22*0,3-1,5 ja Totaalgewicht
Forel, vers, bakkenP23*0,3-1,5 nee Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, stovenP24*0,5-2,0 ja Totaalgewicht
Kabeljauw, vers, bakkenP25*0,5-2,0 nee Totaalgewicht
Eenpansgerecht
U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren.
Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken.
Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe.
Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente.
Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in.
Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen
Eenpansgerecht
met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vleesP260,3-3,0 ja Gewicht van het vlees
met groente bijv. vegetarisch eenpansgerechtP270,3-3,0 ja Totaalgewicht
GoulashP280,3-3,0 ja Gewicht van het vlees
RolladesP290,3-3,0 ja Gewicht van het vlees
Gehakt
Gebruik alleen vers gehakt.
Stel het totaalgewicht van het gehakt in.
U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken.
Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen
Gehakt
van vers rundvleesP300,3-3,0 nee Totaalgewicht
van vers lamsvleesP31*0,3-3,0 nee Totaalgewicht
van vers, gemengd vleesP32*0,3-3,0 nee Totaalgewicht
van vers varkensvleesP33*0,3-3,0 nee Totaalgewicht

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Pagina 24

Varkensvlees

Braadstuk met een korstje legt u met de korst naar boven in de vorm. Snijd het zwoerd voor de bereiding rastervormig in, zonder het vlees te beschadigen.

Ham met de vetlaag naar boven in de vorm leggen. De ham onafgedekt gratineren.

Stel bij braadstukken het gewicht van het vlees, bij rollades het totaalgewicht in.

Programma'sProgrammanummerGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInstelgewicht
Varkensvlees
Halsstuk vers, zonder beenP340,5-3,0jaGewicht van het vlees
Halsstuk, diepvries, zonder beenP35*0,5-2,0jaGewicht van het vlees
Lendestuk, versP360,5-2,5jaGewicht van het vlees
Rollade, versP370,5-3,0jaTotaalgewicht
Braadstuk met korstje, vers, buikstukP380,5-3,0neeGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, garenP391,0-4,0watGewicht van het vlees
Ham, vers, gepekeld, gratinerenP40*1,0-4,0neeGewicht van het vlees

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Programma kiezen en instellen

Zoek eerst het geschikte programma uit de programmatabel. Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor gestoofd rundvlees, programma 7, gewicht van het vlees 1,3 kg.

In de temperatuurindicatie verschijnt het eerste programmanummer en het draaisymbool

Op het tijdsdisplay verschijnt een voorgesteld gewicht.

Het programma start. Op het display kunt u het verloop van de tijdsduur aflezen.

Het programma is afgerond

Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.

Programmaduur wijzigen

De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.

Programma wijzigen

Na de start kan het programma niet meer worden gewijzigd.

Ovendeur openen

De werking wordt onderbroken. De toets knippert.Na het sluiten van de deur wordt de werking weer voortgezet.

Functie pauzeren

De toets kort indrukken. De oven bevindt zich nu in de pauzestand. De toets knippert. Om de pauze te beëindigen, opnieuw op drukken. De toets is verlicht.De werking wordt voortgezet.

Programma afbreken

De toets ingedrukt houden tot het symbool voor 3D-hetelucht en 160 °C verschijnen. U kunt opnieuw instellen.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Zie het hoofdstuk Tijdfuncties, de eindtijd op een later tijdstip zetten.

Pagina 25

Tips voor de automatische programma's

Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik.Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4.
Het vlees is goed, maar de jus is te donker.Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof.
Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig.Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof.
Het gerecht is te droog aan de bovenkant.Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit.Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel.
U wilt diepvriesvlees klaarmaken.Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik 3D­hetelucht .

Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus

Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus

Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.

Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Bakvormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.

Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.

Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.

Tabellen

In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.

← pagina's 3–12verder op pagina 26 →Inhoud