naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HL9S5A341, tekst van de handleiding

Pagina's 20–33 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 6–19verder op pagina 34 →

Pagina 20

nl De Bediening in essentie

De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 18

15.1 Werkwijze voor de controle van de pan

15.2 Resultaat controleren

In de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwaliteit en snelheid van het kookproces controleren:

Resultaat
De pan is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opge-
warmd. ¹
De pan warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet
optimaal. ¹
De pan wordt goed warm en het kookproces is in orde.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

1 Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, het kookgerei op deze kookzone testen.

Raak of aan om de functie te activeren.

16 De Bediening in essentie

16.1 Inschakelen van het apparaat

16.2 Apparaat uitschakelen

16.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur

Tips

→ "Tijdfuncties", Pagina 21

Verwarmingsmethode wijzigen

U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur altijd wijzigen.

17 Snel voorverwarmen

Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.

Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.

Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:

3D‑hetelucht

17.1 Snelvoorverwarming instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Pagina 21

Tijdfuncties nl

18 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.

18.1 Overzicht van de tijdfuncties

Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.

TijdfunctieGebruik
TimerDe timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet.
TijdsduurWanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen.
EindeVoor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt.
TijdTijd instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

18.2 Timer instellen

De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.

KnopAanbevolen waarde
5 minuten
10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.

‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.

Timer wijzigen

De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Timer afbreken

De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

18.3 Tijdsduur instellen

De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.

Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Extra programmaAanbevolen waarde
10 minuten
30 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.

‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.

‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.

‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.

Tijdsduur wijzigen

De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Tijdsduur afbreken

De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

18.4 Einde instellen

Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.

Opmerkingen

Pagina 22

nl Programma's

Vereisten

‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.

‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.

‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.

Eindtijd veranderen

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Einde afbreken

Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

18.5 Tijd instellen

Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 18 vastleggen.

19 Programma's

Met de programma's ondersteunt uw apparaat u bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.

19.1 Geschikte vormen voor programma's

Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.

Vormen van glas of glaskeramiek zijn het best geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.

Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium ongeglazuurd aardewerk

19.2 Programmatabel

De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen. U kunt het gewicht kan in een bereik tussen 0,5 kg en 2,5 kg instellen.

Nr.GerechtVormenStel het gewicht inVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
01Kip, ongevuld panklaar, gekruidBraadpan met glazen dekselGewicht kipnee2Met de borst naar boven in de vorm leggen.
02Kalkoenfilet van het stuk, gekruidBraadpan met glazen dekselGewicht kalkoenfiletBodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen.2Het vlees niet eerst aanbraden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Pagina 23

Programma's nl

Nr.GerechtVormenStel het gewicht inVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
03Eenpansgerecht met groente vegetarischhoge braadpan met dekselTotaalgewichtvolgens recept2Groente met een lange bereidingstijd, bijv. wortelen, in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd, bijv. tomaten.
04Goulash
Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente
hoge braadpan met dekselTotaalgewichtvolgens recept2Eerst het vlees erin doen met groente bedekken.
Het vlees niet eerst aanbraden.
05Gebraden gehakt, vers
Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees
Braadpan met dekselGewicht gehaktnee2-
06Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vleesBraadpan met dekselGewicht van het vleesVlees met vloeistof bijna bedekken.2Het vlees niet eerst aanbraden.
07Runderrollade gevuld met groente of vleesBraadpan met dekselGewicht van alle gevulde rolladesRollade bijna bedekken, bijv. met bouillon of water2Het vlees niet eerst aanbraden.
08Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruidBraadpan met dekselGewicht van het vleesBodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen.2Het vlees niet eerst aanbraden.
09Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeauBraadpan met dekselGewicht van het vleesBodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen.2Het vlees niet eerst aanbraden.
10Gebraden varkensnek zonder been, gekruidBraadpan met glazen dekselGewicht van het vleesBodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen.2Het vlees niet eerst aanbraden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

19.3 Gerecht voor programma voorbereiden

Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.

Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

19.4 Programma instellen

Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.

Opmerkingen

Pagina 24

nl Kinderslot

‒ Bij sommige programma's kunt u het einde met verschuiven.

→ "Einde instellen", Pagina 21 ‒ Druk op om het programma te wijzigen.

‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.

‒ Druk op om een tijdsduur voor het nagaren in te stellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.

‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.

20 Kinderslot

Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.

Opmerkingen

20.1 Kinderslot activeren en deactiveren

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.

21 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

21.1 Overzicht van de basisinstellingen

Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.

IndicatieBasisinstellingKeuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd= 10 seconden = 30 seconden¹ = 2 minuten
Geluidssignaal bij het indrukken van een toets.= uit = aan¹
Nalooptijd van de koelventilator= kort = gemiddeld = lang¹ = extra lang
Wachttijd totdat een instelling is overgenomen= 3 seconden¹ = 6 seconden = 10 seconden
Kinderslot instelbaar → "Kinderslot", Pagina 24= nee = ja ¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

21.2 Basisinstelling wijzigen

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

Opmerking: Na een stroomonderbreking worden de basisinstellingen naar de fabrieksinstelling teruggezet.

21.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken

Pagina 25

Reiniging en onderhoud nl

22 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

22.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.

Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

→ "Reiniging van het apparaat", Pagina 26

Apparaat

OppervlakGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS• Warm zeepsop
• Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof, gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel• Warm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Knoppen• Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van glaskeramiek• Glaskeramiek-reinigingsmiddelHoud de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Ovenlade• Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatbedekking
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de deur• Warm zeepsopGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 29

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

nl Reiniging en onderhoud

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Deurafscherming• Van roestvaststaal: RVS-reiniger:
• Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel.
→ "Apparaatdeur", Pagina 29
Deurgreep• Warm zeepsopOm hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting• Warm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.
Kookplaat
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Geëmailleerde oppervlakken• Warm zeepsop
• Azijnwater
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
• Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed.
• De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
• Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken-Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 27
Glazen kapje op de ovenlamp• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes• Warm zeepsopBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons.
Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 28
Toebehoren• Warm zeepsop
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

22.2 Reiniging van het apparaat

Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.

→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 25

‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.

→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 25

Pagina 27

Reiniging en onderhoud nl

22.3 Bedieningselementen reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.

22.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.

LET OP!

Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.

Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is geen roest, maar het zijn resten van gerechten die zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet afgebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.

→ "Rekjes", Pagina 28

22.5 Mogelijke vlekken

Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen.

SchadeOorzaakMaatregel
VlekkenResten van kalk en waterReinig de kookplaat pas wanneer deze is afgekoeld.
Een geschikt reinigingsmiddel voor kookplaten van glaskeramiek gebruiken.
VlekkenSuiker, rijstzetmeel of kunststofDirect reinigen.
Gebruik een schraper.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

22.6 Kookplaat reinigen

Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.

Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.

Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.

Tips

22.7 Kookplaatrand reinigen

Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.

Opmerking: Geen schraper gebruiken.

Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.

Pagina 28

nl Reinigingsondersteuning humidClean

23 Reinigingsondersteuning humidClean

De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.

23.1 Reinigingsondersteuning instellen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.

Geen gedestilleerd water gebruiken.

23.2 Binnenruimte na gebruik reinigen

LET OP!

Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.

Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.

‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het apparaat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-hetelucht en 50 °C opwarmen.

24 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.

24.1 Rekjes verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes kunnen zeer heet zijn.

Pagina 29

Apparaatdeur nl

24.2 Rekjes inhangen

De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.

25 Apparaatdeur

Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.

25.1 Deurscharnieren

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.

Deze kan dan niet worden verwijderd.

De scharnieren kunnen niet dichtklappen.

25.2 Apparaatdeur verwijderen

Pagina 30

nl Apparaatdeur

25.3 Deurruiten verwijderen

Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

→ "Apparaatdeur verwijderen", Pagina 29

25.4 Deurruiten inbouwen

Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.

De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.

De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.

→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 30

Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.

25.5 Apparaatdeur inhangen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

Pagina 31

Storingen verhelpen nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.

25.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur

Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.

26 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.

Pagina 32

nl Storingen verhelpen

26.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Fout van het elektronische systeem
1. Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zekering uit te schakelen.
2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 18
Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit.Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien.
▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
• Het apparaat is uitgeschakeld.
• Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
• De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.
Op het display knippert de tijd.Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Tijd opnieuw instellen.
→ "Tijd instellen", Pagina 22
Tijd verschijnt niet op het display als het apparaat is uitgeschakeld.Basisinstelling werd gewijzigd.
▶ Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 18
Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld.Kinderslot is geactiveerd.
▶ Het kinderslot met deactiveren. → "Kinderslot", Pagina 24
Op het display verschijnt een melding met , bijv. - .Storing in de elektronica
1. indrukken.
‒ Stel eventueel de tijd opnieuw in.
• Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig.
→ "Servicedienst", Pagina 34

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

26.2 Aanwijzingen op het display

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enkele indicatie.De stroomtoevoer is onderbroken.
▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knipperen.Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
De indicatie - knippert in de kookzone-indicaties.Er is een storing opgetreden in de elektronica.
▶ Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Pagina 33

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
,De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken.
en+ vermogensstand geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken.
▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten.
en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶ De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. Raak een willekeurig symbool aan, om de aanwijzing uit te schakelen, zodat u de kookzone weer kunt instellen.
/De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▶ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

26.3 Waarschuwing

Opmerkingen

26.4 Normaal geluid van uw apparaat

Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.

26.5 Ovenlamp vervangen

Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.

Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.

Vereisten

← pagina's 6–19verder op pagina 34 →Inhoud