Siemens HL9S5A341, tekst van de handleiding
Pagina's 20–33 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 6–19verder op pagina 34 →
Pagina 20
nl De Bediening in essentie
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 18
15.1 Werkwijze voor de controle van de pan
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur en met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best bij de diameter van de bodem van de pan past.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Op of tippen. Op de kookzone knippert de indicatie .
- De functie is geactiveerd.
- Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
15.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwaliteit en snelheid van het kookproces controleren:
| Resultaat | |
|---|---|
| De pan is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opge- warmd. ¹ | |
| De pan warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal. ¹ | |
| De pan wordt goed warm en het kookproces is in orde. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
1 Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, het kookgerei op deze kookzone testen.
Raak of aan om de functie te activeren.
16 De Bediening in essentie
16.1 Inschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
- Het apparaat is ingeschakeld.
16.2 Apparaat uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Het apparaat is uitgeschakeld.
16.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of grillstand instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tips
- De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
- U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 21
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
17 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:
3D‑hetelucht
- Boven- en onderwarmte
17.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
- 1. Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
- Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
- Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Pagina 21
Tijdfuncties nl
18 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
18.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt. |
| Tijd | Tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
18.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de timertijd in met de knop of .
| Knop | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
- Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
- Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Na het verstrijken van de timertijd:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
18.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Met de toets of de tijdsduur instellen.
| Extra programma | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder tijdsduur verder opgewarmd.
18.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
- Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Pagina 22
nl Programma's
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op knop of .
- Op het display wordt het berekende einde weergegeven.
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde.
- Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
18.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 18 vastleggen.
19 Programma's
Met de programma's ondersteunt uw apparaat u bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
19.1 Geschikte vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het best geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium ongeglazuurd aardewerk
- Kunststof of kunststof rooster
19.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen. U kunt het gewicht kan in een bereik tussen 0,5 kg en 2,5 kg instellen.
| Nr. | Gerecht | Vormen | Stel het gewicht in | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Kip, ongevuld panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht kip | nee | 2 | Met de borst naar boven in de vorm leggen. |
| 02 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen. | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
Pagina 23
Programma's nl
| Nr. | Gerecht | Vormen | Stel het gewicht in | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 03 | Eenpansgerecht met groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd, bijv. wortelen, in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd, bijv. tomaten. |
| 04 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen met groente bedekken. Het vlees niet eerst aanbraden. |
| 05 | Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | Gewicht gehakt | nee | 2 | - |
| 06 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bijna bedekken. | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
| 07 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | Gewicht van alle gevulde rollades | Rollade bijna bedekken, bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
| 08 | Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen. | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
| 09 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen. | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
| 10 | Gebraden varkensnek zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente erbij doen. | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
19.3 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
- 1. Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.
- 2. Het gerecht in de vorm doen.
- 3. De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
19.4 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Opmerkingen
- Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
- Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer wijzigen.
- 1. met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De programma's resp. de maximale temperatuur instellen met de temperatuurknop.
- 3. Stel het gewenste programma in met of .
- 4. indrukken.
Pagina 24
nl Kinderslot
- 5. Stel het gewicht van uw gerecht in met of . Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. ‒ Het display toont de berekende tijdsduur. U kunt de tijdsduur niet wijzigen.
‒ Bij sommige programma's kunt u het einde met verschuiven.
→ "Einde instellen", Pagina 21 ‒ Druk op om het programma te wijzigen.
- Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 6. Wanneer het programma is beëindigd:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Druk op om een tijdsduur voor het nagaren in te stellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
20 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerkingen
- De mogelijkheid om het kinderslot in te stellen, kan in de Basisinstellingen → Pagina 18 worden geactiveerd.
- Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.
20.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
21 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
21.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = 10 seconden = 30 seconden¹ = 2 minuten | |
| Geluidssignaal bij het indrukken van een toets. | = uit = aan¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld = lang¹ = extra lang | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = 3 seconden¹ = 6 seconden = 10 seconden | |
| Kinderslot instelbaar → "Kinderslot", Pagina 24 | = nee = ja ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
21.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling met de toets of wijzigen.
- 3. Met de toets naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking worden de basisinstellingen naar de fabrieksinstelling teruggezet.
21.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- De functiekeuzeknop draaien.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
Pagina 25
Reiniging en onderhoud nl
22 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
22.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
→ "Reiniging van het apparaat", Pagina 26
Apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Email, kunststof, gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Kookplaat van glaskeramiek | • Glaskeramiek-reinigingsmiddel | Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Ovenlade | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Apparaatbedekking | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
Pagina 26
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger: • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Kookplaat | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Geëmailleerde oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 27 |
| Glazen kapje op de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 28 |
| Toebehoren | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
22.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 25
- 1. Reinig het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 25
- 2. Drogen met een zachte doek.
Pagina 27
Reiniging en onderhoud nl
22.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- De bedieningsknop er niet aftrekken voor het schoonmaken.
- Gebruik geen natte vaatdoekjes.
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
22.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 28
- 3. Grove verontreinigingen met een heet sopje en een zachte doek reinigen:
- van de gladde emaille oppervlakken
- van de binnenkant van de apparaatafdekking
- van de glazen afscherming van de ovenlamp Zo voorkomt u hardnekkige vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte verwijderen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. 3D-heteluchtfunctie met de functiekeuzeknop instellen.
- 6. Stel de maximale temperatuur in met de temperatuurknop.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 7. Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
- 8. Wanneer het apparaat afdoende is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is geen roest, maar het zijn resten van gerechten die zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet afgebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 9. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 28
22.5 Mogelijke vlekken
Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Resten van kalk en water | Reinig de kookplaat pas wanneer deze is afgekoeld. Een geschikt reinigingsmiddel voor kookplaten van glaskeramiek gebruiken. |
| Vlekken | Suiker, rijstzetmeel of kunststof | Direct reinigen. Gebruik een schraper. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
22.6 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
- Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
- Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
22.7 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Droog na met een zachte doek.
Pagina 28
nl Reinigingsondersteuning humidClean
23 Reinigingsondersteuning humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.
23.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
- 3. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode Onderwarmte in.
- 4. Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
- 5. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 6. De duur met of op 4 minuten instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Schakel het apparaat uit en laat het ca. 20 minuten afkoelen.
23.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Met schoon water afnemen en met een zachte doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
- 4. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd: ‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca. 1 uur openen.
‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het apparaat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-hetelucht en 50 °C opwarmen.
24 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.
- 2. Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwijderen.
24.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
- Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Houd kinderen op een veilige afstand.
- 1. Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en losmaken.
Pagina 29
Apparaatdeur nl
24.2 Rekjes inhangen
- 1. Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar achteren drukken
- 2. en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.
25 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.
25.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig geopend zijn.
- 1. De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
- 2. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de scharnieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
25.2 Apparaatdeur verwijderen
- 1. De ovendeur volledig openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
Pagina 30
nl Apparaatdeur
- 3. De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en eruit trekken.
25.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Gebruik handschoenen.
- 1. De ovendeur verwijderen.
→ "Apparaatdeur verwijderen", Pagina 29
- 2. Met de greep naar onderen op een doek leggen.
- 3. Voor het demonteren van de bovenste afdekking de ovendeur links en rechts met de vingers het lipje indrukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
- 4. Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
- 5. De ruit optillen en er uit trekken.
25.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven.
- 2. De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 3. De afscherming op de bovenkant van de ovendeur plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
- 4. Ovendeur inhangen.
→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 30
Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.
25.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
Pagina 31
Storingen verhelpen nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.
- In dit geval niet aan het scharnier vasthouden. Neem contact op met de klantenservice.
- 1. Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat beide scharnieren in de openingsrichting worden ingevoerd.
- 2. De keep op het scharnier moet aan beide zijden inklikken.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
25.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
- Houd kinderen in het oog wanneer de oven in gebruik is.
26 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 34
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
- Schakel de zekering in de meterkast uit.
- Neem contact op met de klantenservice.
Pagina 32
nl Storingen verhelpen
26.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Fout van het elektronische systeem 1. Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zekering uit te schakelen. 2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen. → "Basisinstellingen", Pagina 18 | |
| Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit. | Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. • Het apparaat is uitgeschakeld. • Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld. • De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld. |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Tijd opnieuw instellen. → "Tijd instellen", Pagina 22 |
| Tijd verschijnt niet op het display als het apparaat is uitgeschakeld. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 18 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Het kinderslot met deactiveren. → "Kinderslot", Pagina 24 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Storing in de elektronica 1. indrukken. ‒ Stel eventueel de tijd opnieuw in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig. → "Servicedienst", Pagina 34 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
26.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica ▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De indicatie - knippert in de kookzone-indicaties. | Er is een storing opgetreden in de elektronica. ▶ Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af. |
Pagina 33
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing | |
|---|---|---|
| , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. | |
| en | + vermogensstand geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. | |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. | |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▶ De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. Raak een willekeurig symbool aan, om de aanwijzing uit te schakelen, zodat u de kookzone weer kunt instellen. | ||
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▶ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
26.3 Waarschuwing
Opmerkingen
- Wanneer op het display verschijnt, de sensor van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.
- Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat verbinden. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
- Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
26.4 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
26.5 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.