naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HL9S5A341, tekst van de handleiding

Pagina's 6–19 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–5verder op pagina 20 →

Pagina 6

nl Materiële schade vermijden

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

2 Materiële schade vermijden

2.1 Ovenruimte

Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige aanwijzingen in acht.

LET OP!

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.

Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.

Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdekking draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.

Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitnemen de emaillelaag beschadigen.

2.2 Kookplaat

Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.

Materiële schade voorkomen

Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.

Pagina 7

Milieubescherming en besparing nl

SchadeOorzaakMaatregel
VlekkenBereiden zonder toezicht.Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defectenGemorste levensmiddelen, vooral diegene met hoog suikergehalte.Onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of breuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmolten emaille of kookgerei met koperen- of aluminiumbodem.Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede conditie is.
Vlekken, verkleuringenOngeschikte reinigingsmethoden.Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor glaskeramiek en reinig de kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken in het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoires of andere harde of scherpe voorwerpen.Bij het koken niet tegen het glas stoten of voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleuringenRuwe pannenbodems of het verplaatsen van de pan op de kookplaat.Kookgerei controleren. Kookgerei bij het verplaatsen optillen.
KrassenZout, suiker of zand.Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het apparaatKoken met diepgevroren kookgerei.Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan of aan het apparaatKoken zonder inhoud.Nooit een pan zonder inhoud op een hete kookzone plaatsen of verhitten.
GlasbeschadigingenGesmolten materiaal op de hete kookzone of hete deksels van pannen op het glas.Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen kunststof containers of pandeksels op de kookplaat leggen.
OververhittingHeet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader.Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

2.3 Lade

Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.

LET OP!

Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.

Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er schade aan het apparaat ontstaan.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.

Opmerking:

Het apparaat verbruikt:

in stand-by met ingeschakeld display max. 1 W

Pagina 8

nl Geschikt kookgerei

Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.

Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.

Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.

Pannen afsluiten met een passend deksel.

Deksel zo min mogelijk oplichten.

Glazen deksel gebruiken.

Pannen met vlakke bodem gebruiken.

Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.

Met weinig water koken.

Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.

4 Geschikt kookgerei

Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.

4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei

Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.

Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is. Meer informatie vindt u onder → "Kookgerei-test", Pagina 19.

KookgereiMaterialenEigenschappen
Aanbevolen kookgereiRoestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt.Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal.Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend.
GeschiktDe bodem is niet volledig ferromagnetisch.Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel.Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd.
Niet geschiktKookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Opmerkingen

Pagina 9

Plaatsen en aansluiten nl

5 Plaatsen en aansluiten

Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.

5.1 Elektrische aansluiting

De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.

Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:

Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:

Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting

Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.

er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.

5.2 Toestel plaatsen

Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.

Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen

Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies van uw apparaat in.

Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden

Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.

Opmerking:

Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt u uw apparaat ca. 15 mm van de vloer stellen.

Hoogte tot de vloer van het apparaat met uitneembare lade instellen

Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw lade uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.

Pagina 10

nl Plaatsen en aansluiten

Aangrenzende meubels

Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.

Bevestiging aan de wand

Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.

5.3 Demontage van het apparaat

Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnen de verbindingen restspanningen veroorzaken.

Pagina 11

Uw apparaat leren kennen nl

6 Uw apparaat leren kennen

6.1 Uw apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

Toelichting
1Kookplaat
2Bedieningsvelden
3Koelventilator¹
4Apparaatdeur
5Ovenlade¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

6.2 Bedieningsvelden

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Bedieningselementen

Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

BedieningselementToelichting
Knoppen en displayDe knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Knoppen en display", Pagina 12
FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draai- en.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
→ "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 12

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Pagina 12

nl Uw apparaat leren kennen

BedieningselementToelichting
TemperatuurknopMet de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
→ "Temperatuur en instelstanden", Pagina 13

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

BedieningselementToelichting
Kookzone-knoppenMet de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in.
Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Knoppen en display

Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.

Symbool FunctieGebruik
KinderslotKinderslot activeren of deactiveren.
TijdfunctiesTijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken.
Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is te zien aan de pijlen boven en onder het desbetreffende symbool.
GewichtGewicht voor programma's kiezen.
Min PlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen.
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Symbool VerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
3D heteluchtOp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Hetelucht zachtGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
PizzastandPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
OnderwarmteGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Pagina 13

Uw apparaat leren kennen nl

Symbool

Verwarmingsmethode

Grill, groot

Circulatiegrillen

Boven- en onderwarmte

Gebruik en werkwijze

Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.

Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.

Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.

Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.

De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.

Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.

Overige functies

Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.

Symbool

Functie

Snel verwarmen

Programma's

Ovenlamp

Gebruik

De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. → "Snel voorverwarmen", Pagina 20

Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken. → "Programma's", Pagina 22

De binnenruimte zonder verwarming verlichten. → "Verlichting", Pagina 14

Temperatuur en instelstanden

Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.

Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuurverlaging daar niet plaats.

SymboolFunctieGebruik
NulstandHet apparaat warmt niet op.
50 - 275TemperatuurbereikDe temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3 ofGrillstandenDe grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
I, II, III1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Programma'sDe programmafunctie instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Opwarmindicatie

Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt. Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display het symbool verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool.

Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.

Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

Koken met inductie

Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.

Verdeling van de kookzones

Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.

Pagina 14

nl Uw apparaat leren kennen

Kookzone

GrootteMaximale vermogen
Ø 18 cmVermogensstand 91800 W
powerBoost3100 W
18 x 18 cmVermogensstand 93600 W
ØVermogensstand 91400 W
14,5 cmpowerBoost2200 W
Ø 21 cmVermogensstand 92200 W
powerBoost3700 W

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Bedieningspaneel

Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.

Touchvelden

Sensor

Functie

Hoofdschakelaar

Kookzone kiezen

combiZone

Instellingen kiezen

powerBoost

Tijdfuncties

Kinderslot

/

Indicaties

Indicatie

-

/

Functie

Gebruikstoestand

Kookstanden

Restwarmte

powerBoost

Tijdfuncties

Touchvelden en indicaties

Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.

Kookzone

Controleer voordat u met het koken begint, of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt koken:

Gebied

Type kookplaat

Kookzone van één enkele kring

Combi-kookplaat Meer informatie kunt u vinden onder → "combiZone", Pagina 17.

Restwarmte-indicatie

De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.

Indicatie

Betekenis

De kookzone is heet.

De kookzone is warm.

6.3 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.

De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. → "Rekjes", Pagina 28

Zelfreinigende oppervlakken

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.

Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.

→ "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 27

Verlichting

De ovenlamp verlicht de binnenruimte.

Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Als u de werking met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt de verlichting uit.

Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.

Pagina 15

Accessoires nl

Koelventilator

De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.

LET OP!

De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.

De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.

Apparaatdeur

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.

Condenswater

Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.

7 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
Rooster• Bakvormen
• Ovenschalen
• Vormen
• Vlees, bijv. braad- of grillstukken
• Diepvriesgerechten
Braadslede• Vochtig gebak
• Koekjes
• Brood
• Grote braadstukken
• Diepvriesgerechten
• Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.
Bakplaat• Plaatgebak
• Cake eenvoudig

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

7.1 Accessoires gebruiken

De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kantelen ongeveer voor de helft er uit trekken.

GrillroosterHet grillrooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Plaat bijv. braadslede of bakplaatDe plaat met de afschuining gericht naar de apparaatbedekking in de oven schuiven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

7.2 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

siemens-home.bsh-group.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

Pagina 16

nl Voor het eerste gebruik

8 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

8.1 Eerste gebruik

U moet instellingen voor de eerste ingebruikname uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.

Tijd instellen

Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 18 vastleggen.

8.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

→ "De Bediening in essentie", Pagina 20

Verwarmingsmethode3D‑hetelucht
TemperatuurMaximum
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

9 Kookplaat bedienen

Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.

9.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen

De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.

reStart

9.2 Instellen van de kookzones

Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kiezen, of aanraken.

Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.

Vermogensstand

Laagste vermogensstand

Hoogste vermogensstand

Kookzone en vermogensstand kiezen

‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.

‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.

Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.

quickStart

Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen

Snel uitschakelen van de kookplaat

Gedurende 3 seconden het symbool van de kookzone aanraken. De kookplaat schakelt uit.

Pagina 17

combiZone nl

9.3 Kookadviezen

De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.

Smelten
Boter, honing, gelatine1 - 2-
Verwarmen en warm houden
Gekookte worstjes¹3 - 4-
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries3 - 415 - 25
Gaarstoven, zachtjes laten koken
Aardappelballetjes ¹4. - 5.20 - 30
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid water2. - 3.15 - 30
Aardappelen in schil4. - 5.25 - 35
Pasta ¹6 - 76 - 10
Soepen3. - 4.15 - 60
Groente2. - 3.10 - 20
Eenpansgerecht met de snelkookpan
1 Zonder deksel
4. - 5.-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

Sudderen
Stoofvlees4 - 560 - 100
Goulash ²3 - 450 - 60
Sudderen / braden met weinig
vet ¹
Schnitzel, al dan niet gepaneerd6 - 76 - 10
Steak (3 cm dik)7 - 88 - 12
Borst van gevogelte (2 cm dik)5 - 610 - 20
Hamburger (2 cm dik)6 - 710 - 20
Vis en visfilet, gepaneerd6 - 78 - 20
Garnalen en krab7 - 84 - 10
Sauteren van verse groente en paddestoelen7 - 810 - 20
Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten6 - 76 - 10
Omelet (na elkaar bakken)3. - 4.3 - 10
Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹
Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets8 - 9-
Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura6 - 7-
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel4 - 5-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

10 combiZone

Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.

De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.

10.1 Plaatsen van het kookgerei

Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.

10.2 combiZone activeren

brandt en de kookstand wordt op de displays van beide kookzones weergegeven.

10.3 combiZone deactiveren

Pagina 18

nl Tijdfuncties

11 Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:

11.1 Uitschakeltimer

Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.

Bereidingstijd programmeren

Opmerkingen

Bereidingstijd wijzigen of wissen

of tippen

11.2 Timer

Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.

.

Kookwekker instellen

Kookwekkertijd wijzigen of wissen

12 powerBoost

Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere waterhoeveelheden dan met kookstand .

Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als er geen andere kookzone in gebruik is.

Anders knipperen er op het kookstand-display en .

Druk voor het in- of uitschakelen op .

Opmerking: Bij de combi-zone kunt u de functie alleen activeren wanneer u de twee kookzones als twee onafhankelijke kookzones gebruikt.

13 Kinderslot

De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.

Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen schakelen.

Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld.

Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen → Pagina 18.

14 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

14.1 Overzicht van de basisinstellingen

IndicatieInstellingWaarde
Kinderslot- Handmatig.¹ Automatisch.
– Uitgeschakeld

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

1 Fabrieksinstelling

Pagina 19

Kookgerei-test nl

IndicatieInstellingWaarde
Akoestische signalen– Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹.
Automatisch uitschakelen van de kookzones.- uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
Duur van het timer-einde-geluidssignaal– 10 seconden ¹
– 30 seconden - 1 minuut
Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen.
- Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1.
- 1000 W. Laagste stand.
. - 1500 W.
...
- 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
- 4000 W.
. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone- Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren.
- Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt.
Automatisch management van de vermogensbegrenzing- Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet weer behalve als is geactiveerd.¹ - Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing altijd aan.
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen- Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

1 Fabrieksinstelling

14.2 Naar de basisinstellingen

Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

ProductinformatieIndicatie
Lijst van de Technische Service (TS)
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1.
Fabricagenummer 2.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

14.3 De basisinstellingen afsluiten

15 Kookgerei-test

De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.

Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.

Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.

← pagina's 2–5verder op pagina 20 →Inhoud