Siemens HL9S5A341, tekst van de handleiding
Pagina's 6–19 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–5verder op pagina 20 →
Pagina 6
nl Materiële schade vermijden
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Ovenruimte
Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.
- Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
- Niets op de open deur zetten of leggen en niet eraan hangen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdekking draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.
- Draag of beweeg het apparaat niet aan de greep van de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitnemen de emaillelaag beschadigen.
- De bakplaat of braadslede bij het grillen niet boven hoogte 3 inschuiven.
- Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen.
2.2 Kookplaat
Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Pagina 7
Milieubescherming en besparing nl
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Bereiden zonder toezicht. | Het bereidingsproces in de gaten houden. |
| Vlekken, defecten | Gemorste levensmiddelen, vooral diegene met hoog suikergehalte. | Onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaat verwijderen. |
| Vlekken, defecten of breuken in het glas | Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten emaille of kookgerei met koperen- of aluminiumbodem. | Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede conditie is. |
| Vlekken, verkleuringen | Ongeschikte reinigingsmethoden. | Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor glaskeramiek en reinig de kookplaat alleen wanneer deze koud is. |
| Defecten of breuken in het glas | Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires of andere harde of scherpe voorwerpen. | Bij het koken niet tegen het glas stoten of voorwerpen op de kookplaat laten vallen. |
| Krassen, verkleuringen | Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van de pan op de kookplaat. | Kookgerei controleren. Kookgerei bij het verplaatsen optillen. |
| Krassen | Zout, suiker of zand. | Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak. |
| Schade aan het apparaat | Koken met diepgevroren kookgerei. | Nooit bevroren kookgerei gebruiken. |
| Schade aan de pan of aan het apparaat | Koken zonder inhoud. | Nooit een pan zonder inhoud op een hete kookzone plaatsen of verhitten. |
| Glasbeschadigingen | Gesmolten materiaal op de hete kookzone of hete deksels van pannen op het glas. | Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen kunststof containers of pandeksels op de kookplaat leggen. |
| Oververhitting | Heet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader. | Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.
LET OP!
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.
- Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er schade aan het apparaat ontstaan.
- Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in stand-by met ingeschakeld display max. 1 W
Pagina 8
nl Geschikt kookgerei
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
- Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
- Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
- Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
- Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
- Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
- Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
- Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
- Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is. Meer informatie vindt u onder → "Kookgerei-test", Pagina 19.
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Aanbevolen kookgerei | Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend. | |
| Geschikt | De bodem is niet volledig ferromagnetisch. | Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. |
| Kookgereibodems met aluminiumaandeel. | Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd. | |
| Niet geschikt | Kookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Opmerkingen
- Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
- Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
Pagina 9
Plaatsen en aansluiten nl
5 Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
5.1 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
- Uw apparaat dient een vaste aansluiting op het stroomnet te hebben met de daarvoor bestemde kabel. In het geval van beschadiging de kabel nooit verwijderen van het apparaat of vervangen door een kabel met/zonder stekker.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
- Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:
- Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op het typeplaatje.
- Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalingen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.
- Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.
- Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaarde-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.
- Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:
- Wanneer een stekker na de installatie niet toegankelijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor alle polen worden aangebracht met een contactopening van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker voor de gebruiker toegankelijk is.
- Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.
- De stekker alleen met droge handen vastnemen.
- De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan de kabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat deze beschadigd kan raken.
- Stekker en stopcontact bij elkaar passen.
- De stekker altijd bereikbaar is.
- De doorsnede van de elektrische kabel groot genoeg is.
- Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd of doorgesneden.
- De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.
- U geen meervoudige stekkers of contactdozen en verlengkabels gebruikt.
- Het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.
- De aansluitkabel niet in contact komt met warmtebronnen.
5.2 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen
Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies van uw apparaat in.
Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden
Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.
Opmerking:
Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt u uw apparaat ca. 15 mm van de vloer stellen.
- De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzijde aan de onderkant van het apparaat.
- Stel de voeten hoger of lager, door de voeten met een steeksleutel te draaien, totdat het apparaat horizontaal staat.
Hoogte tot de vloer van het apparaat met uitneembare lade instellen
Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw lade uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.
- 1. De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en achter stelvoeten.
Pagina 10
nl Plaatsen en aansluiten
- 2. De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel omhoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas staat.
- 3. De plintlade weer inschuiven.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.
5.3 Demontage van het apparaat
Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnen de verbindingen restspanningen veroorzaken.
- Alleen een vakman mag het apparaat aansluiten.
Pagina 11
Uw apparaat leren kennen nl
6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| Toelichting | |
|---|---|
| 1 | Kookplaat |
| 2 | Bedieningsvelden |
| 3 | Koelventilator¹ |
| 4 | Apparaatdeur |
| 5 | Ovenlade¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
6.2 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Knoppen en display | De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Knoppen en display", Pagina 12 |
| Functiekeuzeknop | Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draai- en. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken. → "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 12 |
Pagina 12
nl Uw apparaat leren kennen
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Temperatuurknop | Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken. → "Temperatuur en instelstanden", Pagina 13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Kookzone-knoppen | Met de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in. Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.
| Symbool Functie | Gebruik |
|---|---|
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. |
| Tijdfuncties | Tijd , wekker , duur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is te zien aan de pijlen boven en onder het desbetreffende symbool. |
| Gewicht | Gewicht voor programma's kiezen. |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. |
| Verwarmingsmethoden en functies | |
| Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen. | |
| Symbool Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
| 3D hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. |
| Hetelucht zacht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. |
| Pizzastand | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. |
| Onderwarmte | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. |
Pagina 13
Uw apparaat leren kennen nl
Symbool
Verwarmingsmethode
Grill, groot
Circulatiegrillen
Boven- en onderwarmte
Gebruik en werkwijze
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool
Functie
Snel verwarmen
Programma's
Ovenlamp
Gebruik
De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. → "Snel voorverwarmen", Pagina 20
Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken. → "Programma's", Pagina 22
De binnenruimte zonder verwarming verlichten. → "Verlichting", Pagina 14
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuurverlaging daar niet plaats.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Nulstand | Het apparaat warmt niet op. | |
| 50 - 275 | Temperatuurbereik | De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. |
| 1, 2, 3 of | Grillstanden | De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen. |
| I, II, III | 1 = zwak | |
| 2 = gemiddeld | ||
| 3 = sterk | ||
| Programma's | De programmafunctie instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt. Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display het symbool verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
Pagina 14
nl Uw apparaat leren kennen
Kookzone
| Grootte | Maximale vermogen | |
| Ø 18 cm | Vermogensstand 9 | 1800 W |
| powerBoost | 3100 W | |
| 18 x 18 cm | Vermogensstand 9 | 3600 W |
| Ø | Vermogensstand 9 | 1400 W |
| 14,5 cm | powerBoost | 2200 W |
| Ø 21 cm | Vermogensstand 9 | 2200 W |
| powerBoost | 3700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
Touchvelden
Sensor
Functie
Hoofdschakelaar
Kookzone kiezen
combiZone
Instellingen kiezen
powerBoost
Tijdfuncties
Kinderslot
/
Indicaties
Indicatie
-
/
Functie
Gebruikstoestand
Kookstanden
Restwarmte
powerBoost
Tijdfuncties
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.
- Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
- Geen pannen in de buurt van de indicaties en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint, of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt koken:
Gebied
Type kookplaat
Kookzone van één enkele kring
Combi-kookplaat Meer informatie kunt u vinden onder → "combiZone", Pagina 17.
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie
Betekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.
6.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. → "Rekjes", Pagina 28
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
→ "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 27
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Als u de werking met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Pagina 15
Accessoires nl
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Koekjes • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | • Plaatgebak • Cake eenvoudig |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
7.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kantelen ongeveer voor de helft er uit trekken.
- 1. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
| Grillrooster | Het grillrooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de apparaatbedekking in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 2. Het accessoire volledig inschuiven, zodat het accessoire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
7.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
Pagina 16
nl Voor het eerste gebruik
8 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
8.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikname uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 18 vastleggen.
8.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
→ "De Bediening in essentie", Pagina 20
| Verwarmingsmethode | 3D‑hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | Maximum |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
- 5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschakelen.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
9 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.
9.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
- De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen en uitschakelen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.
reStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
9.2 Instellen van de kookzones
Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kiezen, of aanraken.
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Kookzone en vermogensstand kiezen
- 1. Om de kookzone te kiezen op tippen.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de vermogensstand:
‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
‒ Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
- De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
quickStart
- Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Raak of aan, tot de gewenste kookstand verschijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instellen.
Snel uitschakelen van de kookplaat
Gedurende 3 seconden het symbool van de kookzone aanraken. De kookplaat schakelt uit.
Pagina 17
combiZone nl
9.3 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan 1 Zonder deksel | 4. - 5. | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
| Sudderen | ||
|---|---|---|
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel | 4 - 5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
10 combiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.
10.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
10.2 combiZone activeren
- 1. Kies één van de kookzones en stel de kookstand in.
- 2. Tik op .
brandt en de kookstand wordt op de displays van beide kookzones weergegeven.
10.3 combiZone deactiveren
- Raak aan.
- De beide kookzones functioneren nu als twee onafhankelijke kookzones.
Pagina 18
nl Tijdfuncties
11 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
- Uitschakeltimer
- Timer
11.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
- 1. Tik op .
- De indicatie van de kookplaat brandt.
- 2. Kies de bereidingstijd met of .
- De tijd begint af te lopen.
Opmerkingen
- U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder → "Basisinstellingen", Pagina 18.Meer informatie vindt u onder .
- Wanneer u bij de gecombineerde kookzone de functie CombiZone kiest, is de ingestelde tijd voor beide kookzones gelijk.
Bereidingstijd wijzigen of wissen
- 1. De kookplaat kiezen.
- 2. Op tippen.
- 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of op instellen.
of tippen
11.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
.
Kookwekker instellen
- 1. Kies de kookzone en tik tweemaal op naast brandt.
- 2. Kies de gewenste tijd met of .
- De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
- 1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie naast brandt.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
12 powerBoost
Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere waterhoeveelheden dan met kookstand .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als er geen andere kookzone in gebruik is.
Anders knipperen er op het kookstand-display en .
Druk voor het in- of uitschakelen op .
Opmerking: Bij de combi-zone kunt u de functie alleen activeren wanneer u de twee kookzones als twee onafhankelijke kookzones gebruikt.
13 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen schakelen.
Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen → Pagina 18.
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig.¹ Automatisch. – Uitgeschakeld |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
1 Fabrieksinstelling
Pagina 19
Kookgerei-test nl
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| Keuzetijd van de kookzone | - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Automatisch management van de vermogensbegrenzing | - Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet weer behalve als is geactiveerd.¹ - Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing altijd aan. | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
1 Fabrieksinstelling
14.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en branden afwisselend alsmede als vooringestelde waarde.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. Kies de gewenste waarde met of .
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
- De instellingen zijn opgeslagen.
14.3 De basisinstellingen afsluiten
- Raak aan om de basisinstellingen te verlaten en de kookplaat uit te schakelen.
15 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.