Siemens HR572GBS3, tekst van de handleiding
Pagina's 16–29 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–15verder op pagina 30 →
Pagina 16
nl Programma's
11 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium
Niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
11.2 Instellingen bij programma's
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de tijdsduur.
Om een optimaal kookresultaat te behalen, hoeft u slechts het gewicht van uw gerecht in te stellen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
Stoomprogramma's
Bij sommige programma's gebruikt het apparaat automatische de stoomondersteuning.
De programma's met stoomondersteuning zijn in de programmatabel gemarkeerd. Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht.
"Stoom", Pagina 14
11.3 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde voedingswaren toegewezen. Het gewicht kan in een bereik tussen 0,5 kg en 2,5 kg worden ingesteld.
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood op bakplaat ¹ | Bakplaat met bakpapier | Gewicht van het deeg | nee | 2 | Het kookcompartiment moet bij aanvang koud zijn |
| 02 | Plat rond brood ¹ | Bakplaat met bakpapier | Gewicht van het deeg | nee | 3 | Het kookcompartiment moet bij aanvang koud zijn |
| 03 | Bordgerechten ¹ | Bord op rooster | Gewicht van het gerecht | nee | 2 | Het kookcompartiment moet bij aanvang koud zijn |
| 04 | Pizza regenereren ¹ Pizza opwarmen | Rooster | Pizzagewicht | nee | 2 | Het kookcompartiment moet bij aanvang koud zijn |
| 05 | Gistdeeg laten rijzen ¹ | Schotel op rooster | Gewicht van het deeg | nee | 2 | Het kookcompartiment moet bij aanvang koud zijn |
| 06 | Kip, ongevuld panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht kip | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 07 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 08 | Eenpansgerecht, met groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
16
Pagina 17
Programma's nl
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 09 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 10 | Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | Gewicht gehakt | nee | 2 | - |
| 11 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 12 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | Gewicht van alle gevulde rollades | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 13 | Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 14 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 15 | Gebraden varkensnek zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
11.4 Gerecht voor programma voorbereiden
- 1. Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.
- 2. Het gerecht in de vorm doen.
- 3. De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
11.5 Programma instellen
Opmerking: Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer wijzigen.
Vereiste: Het menu voor verwarmingsmethoden is geselecteerd.
- 1. Programma's met of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
- 3. Het gewenste programma met de toets of instellen.
- 4. Op de toets drukken.
- 5. Het gewicht van uw gerecht met de toets of instellen.
Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Om de tijdsduur van het programma op te vragen, op de toets drukken. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 6. Start het programma met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Wanneer het programma is beëindigd:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Pagina 18
nl Kinderslot
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
12.1 Kinderslot activeren
ingedrukt
- Om het kinderslot te activeren, de knop houden tot op het display verschijnt. Het kinderslot is geactiveerd.
12.2 Kinderslot deactiveren
- Om het kinderslot te deactiveren, de knop ingedrukt houden tot op het display dooft.
De kinderbeveiliging is gedeactiveerd.
13 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
13.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of timertijd | = 10 seconden = 30 seconden ¹ = 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = 3 seconden ¹ = 6 seconden = 10 seconden | |
| Geluidssignaal bij het indrukken van een knop | = uit = aan ¹ | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld = helder ¹ | |
| Weergave van de tijd | = Tijdsweergave uit = Tijd weergeven ¹ | |
| Kinderslot instelbaar | = nee = ja ¹ = ja, met deurvergrendeling | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja ¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld ¹ = lang = extra lang | |
| Telescooprails achteraf aangebracht ² | = nee ¹ (bij rekjes en enkelvoudig telescoopsysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig telescoopsysteem) | |
| Automatisch snel voorverwarmen vanaf 200°C | = nee = ja ¹ | |
| Waterhardheid | = onthard = zacht (tot 1,5 mmol/l) = gemiddeld (1,5 - 2,5 mmol/l) = hard (2,5 - 3,8 mmol/l) = zeer hard (> 3,8 mmol/l) ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
18
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee ¹ = ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
13.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
- 2. De instelling met de toets of wijzigen.
- 3. Met de toets naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
13.3 Basisinstellingen annuleren
- Druk op .
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
14 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
14.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
14.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvrij staal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop RVS-spiraalspons | Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
19
Pagina 20
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 23 | ||
| Deurafscherming | Van roestvaststaal: RVS-reiniger van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. "Apparaatdeur", Pagina 23 |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. "Zelfreiniging", Pagina 21 Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen kapje van de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop Inox schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 27 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Watertank | Warm zeepsop | Om na de reiniging resten vaatwasmiddel te verwijderen, grondig naspoelen met schoon water. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
14.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
20 WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 19
- 1. Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
Pagina 21
Zelfreiniging nl
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 19 "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 19
- 2. Drogen met een zachte doek.
15 Zelfreiniging
Met de reinigingsfunctie Zelfreiniging reinigt de binnenruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,8 kilowattuur nodig.
15.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. "Rekjes", Pagina 27
- 3. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte. Grove verontreinigingen kunnen inbranden en daardoor alleen nog met moeite worden verwijderd.
- 4. De binnenkant van de apparaatdeur en de randoppervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren. Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.
- 5. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
15.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsfunctie.
Vereiste:
"Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden", Pagina 21
- 1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display Zelfreiniging is gemarkeerd.
- 2. Stel de reinigingsfunctie in met de knop of .
| Reinigingsgraad | Mate van reiniging | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|
| 1 | Licht | Ca. 1:15 |
| 2 | Gemiddeld | Ca. 1:30 |
| 3 | Hoog | Ca. 2:00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 3. Start de werking met .
De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af. Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van de binnenruimte vanaf een bepaalde temperatuur. Op het display verschijnt .
Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Het apparaat uitschakelen.
Wanneer het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur en dooft.
- 5. "Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken", Pagina 21
15.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
Pagina 22
nl humidClean
- 2. Achtergebleven as in het kookcompartiment en bij de apparaatdeur verwijderen.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 19
- 3. Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emaille vlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
- 4. De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina 27
16 humidClean
De humidClean is een snel alternatief voor het tussendoor reinigen van het kookcompartiment. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
16.1 Reinigingsondersteuning instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display humidClean is gemarkeerd.
Het display toont de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 4. Start de werking met .
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigt, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 5. Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment ca. 20 minuten laten afkoelen.
16.2 Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Het resterende water in de binnenruimte met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek en daarna met schoon water afnemen.
- 4. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 5. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
- Om het kookcompartiment snel te drogen, het apparaat bij geopende deur ca. 5 minuten met 3D Hetelucht en 50°C verwarmen.
17 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken .
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhardheid. Ter herinnering verschijnt het symbool voor ontkalken op het display, zodra er nog ca. 5 of minder gebruikssessies met stoom mogelijk zijn. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen werking met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen, welke op het display worden weergegeven en duurt ca. 80 - 110 minuten:
Stap 1: Ontkalken (ca. 60 minuten)
Stap 2: Eerste spoelcyclus (ca. 8 minuten)s Stap 3: Tweede spoelcyclus (ca. 8 minuten) Stap 4: Derde spoelcyclus(ca. 8 minuten)
Vanwege hygiënische redenen moet u het ontkalken volledig uitvoeren. Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen werking meer instellen.
17.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Opmerking: Vul tijdens het hele ontkalkingsproces niet meer dan 150 ml vloeistof in de watertank.
- 1. Meng voor de ontkalkingsoplossing ontkalkingsmiddel en water:
Pagina 23
Apparaatdeur nl
| Ontkalkingsmiddelversie | Ontkalkingsmiddel | Water |
|---|---|---|
| Flesinhoud 500 ml | 50 ml | 100 ml |
| Flesinhoud 250 ml | 100 ml | 50 ml |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Tip: Het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel kunt u verkrijgen in de webshop of via de klantenservice. Geef bij de aankoop de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
- 2. Verwijder de watertank en vul deze met de ontkalkingsoplossing.
"Watertank vulen", Pagina 14
- 3. Plaats het met ontkalkingsoplossing gevulde waterreservoir in het apparaat.
17.2 Ontkalken instellen
Vereiste:
"Ontkalken voorbereiden", Pagina 22
- 1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display Ontkalken is gemarkeerd.
Het display toont de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 2. Start de werking met .
Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
Wanneer het ontkalken is beëindigt, verschijnt op het display "Out And Fill" en .
- 3. Om het apparaat te spoelen, voor elk van de drie spoelcycli:
- Het waterreservoir eruit nemen .
- Het waterreservoir grondig reinigen.
- Het waterreservoir met 150 ml water vullen .
- De watertank plaatsen.
Na enkele seconden of met start de spoelcyclus en loopt de tijdsduur af.
Wanneer een spoelcyclus is beëindigd, verschijnt op het display .
- 4. Wanneer de laatste spoelcyclus is afgerond, staat de tijdsduur op nul.
- Het waterreservoir legen, drogen en weer plaatsen. "Watertank legen", Pagina 15
- Het apparaat uitschakelen.
"Watertank legen", Pagina 15
17.3 Ontkalken onderbroken
Wanneer het ontkalken wordt onderbroken, bijvoorbeeld door een stroomstoring of door het uitschakelen van het apparaat, dan moet u het apparaat spoelen. Het apparaat is voor andere toepassingen geblokkeerd. Op het display verschijnt en .
- 1. De watertank legen en grondig met water reinigen.
- 2. De lege watertank plaatsen.
- 3. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display Ontkalken is gemarkeerd.
Het display toont de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 4. Start de werking met .
Na enkele seconden pompt het apparaat de resterende vloeistof in het waterreservoir.
- 5. Om het stoomsysteem te spoelen, de drie spoelcycli van het ontkalken uitvoeren.
"Ontkalken instelen", Pagina 23
- 6. Het ontkalken start opnieuw.
18 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
Opmerking: Meer informatie:
18.1 Apparaatdeur verwijderen
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype zijn de deurgrepen verschillend.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen .
2.
| De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen. | |
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
Pagina 24
nl Apparaatdeur
- 3. Sluit de apparaatdeur tot de aanslag . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
18.2 Apparaatdeur inhangen
- 1. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Opmerking: Let erop dat u de apparaatdeur zonder weerstand op de scharnieren schuift.
- 2. Schuif de apparaatdeur met beide handen tot de aanslag.
- 3. De apparaatdeur helemaal openen.
- 4. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen.
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 5. Sluit de deur van het apparaat.
18.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype heeft het apparaat een metalen strip die kan worden opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. Sluit de apparaatdeur tot de aanslag.
- 4. Druk op het linker en rechter drukvlak , totdat het hoorbaar klikt.
Pagina 25
Apparaatdeur nl
- 5. Schuif de twee schuifkappen in de richting van de pijl naar boven .
- 6. De binnenruit schuin naar boven er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 7. Al naar gelang het apparaattype de linker en rechter metalen strip in de richting van de pijl open klappen .
- 8. LET OP ‒ Het reinigen van de ruiten in de vaatwasser veroorzaakt schade.
- Reinig de glazen ruiten niet in de vaatwasser.
De eerste en tweede binnenruit schuin naar boven er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 9. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 10. De apparaatdeur reinigen.
- 11. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
Opmerking: Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de binnenlijst van de apparaatdeur of andere delen van RVS van de apparaatdeur. Deze verkleuringen hebben geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De verkleuringen kunnen met een reinigingsmiddel voor RVS worden verwijderd.
18.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking
Al naar gelang het apparaattype heeft het apparaat een metalen strip om dicht te klappen, of twee verschillende tussenruiten.
De tussenruiten zijn met een driehoeksymbool gemarkeerd.
Eerst de tussenruit met een niet gevulde driehoek inbouwen, daarna de tussenruit met een gevulde driehoek .
Let er bij de tussenruiten op dat de pijl zich linksboven bevindt.
- 1. De eerste tussenruit in de onderste houder schuiven en aan de bovenkant aanleggen.
25
Pagina 26
nl Apparaatdeur
De tussenruit positioneert zich automatisch door de draaibeweging van de afstandshouder.
- 2. De tweede tussenruit in de middelste houder schuiven en boven aanleggen.
- 3. Al naar gelang het apparaattype de metalen strip links en rechts dichtklappen. .
- 4. De binnenste ruit onder in de houder schuiven en boven aanleggen.
De tekst "Pyro" moet boven, zoals in de afbeelding, leesbaar zijn.
- 5. De binnenste ruit boven aandrukken . Schuif twee schuifkappen in de richting van de pijl naar beneden.
- 6. De apparaatdeur helemaal openen.
- 7. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen
- 8. Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Pagina 27
Rekjes nl
19 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
19.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
- 3. Het rekje reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 19
19.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
De rekjes passen alleen links of rechts.
Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen aan de voorkant zitten.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
20 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 30
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
20.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. |
Pagina 28
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Fout van het elektronische systeem 1. Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zekering uit te schakelen. 2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen. "Basisinstelingen", Pagina 18 |
| Het apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt. | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen. "Basisinstelingen", Pagina 18 |
| Werking met stoomondersteuning start niet. | Watertank is leeg. ▸ Vul de watertank. "Watertank vulen", Pagina 14 |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur. ▸ Deactiveer het kinderslot met de toets . "Kinderslot", Pagina 18 |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur. ▸ Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat. |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▸ Deactiveer het kinderslot met de toets . "Kinderslot", Pagina 18 |
| Op het display knippert en het apparaat start niet. | Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus. 1. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. 2. Start de werking opnieuw. |
| Op het display verschijnt . | Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. ▸ Schakel het apparaat uit. U kunt zo nodig opnieuw instellen. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. "Tijdfuncties", Pagina 12 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Elektronicastoring 1. Druk op de toets . ▸ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst", Pagina 30 |
| Op het display verschijnt - . | Er zit teveel water in het stoomsysteem. Het water kan niet in de watertank worden teruggepompt. 1. Leeg de watertank en plaats de lege watertank. "Watertank legen", Pagina 15 2. Stel de tijd opnieuw in. "Tijd instelen", Pagina 14 3. Voer "Ontkalken onderbroken" volledig uit. "Ontkalken onderbroken", Pagina 23 |
| Op het display brandt continu. | Watertank is leeg. ▸ Vul de watertank. "Watertank vulen", Pagina 14 |
| Watertank niet geheel ingeschoven. ▸ Schuif de watertank er volledig in. | |
| Watertank is lek. ▸ U dient een nieuwe watertank te bestellen. | |
| Sensor is defect. ▸ Neem contact op met de servicedienst Pagina 30. |
Pagina 29
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op het display verschijnt . | Tijdens het ontkalken werd de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld. ▸ Voer "Ontkalken onderbroken" volledig uit. |
| Het apparaat bromt tijdens het gebruik en na het uitschakelen. | Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Tijdens gebruik met stoomondersteuning ontsnapt stoom uit de ventilatiesleuven. | Er ontsnapt stoom vanwege fysieke redenen. ▸ Wacht tot het bereiden met stoomondersteuning eindigt. Na het einde van het bereiden met stoomondersteuning ontsnapt na korte tijd geen stoom meer. |
| Bereidingsresultaat is niet bevredigend. | Instellingen waren niet geschikt. Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en levensmiddel-afhankelijk. ▸ Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in. |
| Resultaat van de reinigingsfunctie is niet naar tevredenheid. | Kookcompartiment was te sterk verontreinigd. ▸ Verwijder grove verontreinigingen vóór het uitvoeren van de reinigingsfunctie uit het kookcompartiment. ▸ Let op de reiniging en het onderhoud van uw apparaat. "Reiniging en onderhoud", Pagina 19 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
20.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel druk breken.
- Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van de glazen afdekking.
- Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Draai het glazen kapje er naar links uit .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit .
- 4. Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.