Siemens HS658GXS7, tekst van de handleiding
Pagina's 14–25 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 26 →
Pagina 14
nl De Bediening in essentie
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. De watertank vullen.
- 5. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | Stomen |
|---|---|
| Temperatuur | 100 °C |
| Tijdsduur | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 14
- 6. De werking met starten.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Het apparaat laten afkoelen en vervolgens de bodem van de binnenruimte goed laten drogen.
- 8. LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 14
- 9. De werking met starten.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 10. Het apparaat met uitschakelen.
- 11. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 12. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
- 13. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Watertank legen", Pagina 19
Opmerking: Na een stroomuitval blijft de kalibrering behouden.
Om het apparaat na een verhuizing aan de nieuwe opstellingslocatie aan te passen, zet u de basisinstellingen naar de fabrieksinstelling terug. De eerste ingebruikneming en de kalibrering opnieuw uitvoeren.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met .
‒ De toets wordt blauw verlicht.
- Op het display verschijnt het Siemens logo. Vervolgens verschijnt een verwarmingsmethode en een temperatuur.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Het apparaat met uitschakelen.
‒ De verlichting boven de toets gaat uit.
- Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- De werking met starten.
- Op het display verschijnen de instellingen, de looptijd en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.
- 1. Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
- 2. Om de werking af te breken indrukken.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
Pagina 15
Snel voorverwarmen nl
8.5 Functie instellen
Vereiste: Het apparaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Op het drukken.
Het functiemenu wordt geopend.
- 2. Op de gewenste functie drukken.
Afhankelijk van de functie zijn er verschillende keuzemogelijkheden beschikbaar.
- 3. Met de draaiknop kan de selectie worden gewijzigd. Naar keuze andere instellingen veranderen.
- 4. Met starten.
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Als u het apparaat inschakelt, is automatisch de functie verwarmingsmethoden ingesteld.
- 1. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- 2. Op de temperatuur drukken.
- 3. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display worden de ingestelde verwarmingsmethode, de temperatuur en de tijdsduur/apparaat-looptijd weergegeven.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 15
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- Op drukken.
- Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele seconden weergegeven.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethode kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Intensieve warmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
- 2. Op drukken.
- Het symbool verschijnt links naast de temperatuur op het display.
- De voortgangslijn raakt gevuld.
- 3. Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een signaal. Het symbool verdwijnt van het display.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Op drukken.
- Het symbool verdwijnt van het display.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u tijdsduur en einde instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Pagina 16
nl Tijdfuncties
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het veld voor de wekker gaat open.
- 2. De wekkertijd met de draaiknop instellen.
- Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- Het symbool en de verstreken tijd worden links in de statusregel weergegeven.
- De timertijd loopt af.
- Als de timertijd verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display verschijnt een instructietekst.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de draaiknop instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
- 3. Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De timertijd met de draaiknop weer op nul zetten.
- 3. Met bevestigen.
10.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties gaat open.
- 2. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel staat "Beëindigd".
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- 3. Daarna 2 keer op drukken.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. Zet de tijdsduur met de draaiknop terug naar nul.
- 3. ‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
Op het display worden nu de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur weergegeven.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop verschuiven.
- 4. De werking met starten.
- In de statusregel verschijnt een aanwijzing wanneer de werking start. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd bereikt is, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt zichtbaar in de statusregel af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel verschijnt een aanwijzing.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
Pagina 17
Stoom nl
wanneer het
‒ Schakel het apparaat uit met gerecht klaar is.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 2. Op drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop op nul terugzetten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Einde wijzigen
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 2. Op " Einde" drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop wijzigen.
- 4. De werking met voortzetten.
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder efficiënte manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 13
- 1. Druk op .
- Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Het bedieningspaneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt .
- 3. De watertank optillen en uit de tankschacht nemen .
- 4. Het deksel aan de watertank langs de afdichting aandrukken zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Het water tot aan de markering "max" in de watertank vullen.
- 6. De gevulde watertank plaatsen . Er hierbij op letten dat de watertank aan de houders vastklikt.
Pagina 18
nl Stoom
- 7. Het bedieningspaneel langzaam naar onderen schuiven, dan naar achteren drukken tot het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Stoommethoden
Er staan verschillende stoommethoden ter beschikking waarbij hete stoom gerechten op een efficiënte wijze bereidt.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Deegrijsstand
Met de deegrijsstand rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Regenereren
Met regenereren warmt u al klaargemaakte gerechten op een efficiënte manier op of bakt u gerechten van de vorige dag op.
Ontdooien
Met de ontdooistand ontdooit u diepvriesproducten.
Verwarmingsmethode met stoom instellen Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
→ "Stoommethoden", Pagina 18
- Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 17
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Stomen" drukken.
- 3. De gewenste stoomverwarmingsmethode met de draaiknop selecteren.
- 4. Op de temperatuur drukken.
- 5. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 6. Op de tijdsduur drukken.
- 7. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- 8. De werking met starten.
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
→ "Watertank vullen", Pagina 17
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 9. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op tijdsduur drukken en de tijdsduur met de draaiknop instellen.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 10. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Geschikte verwarmingsmethoden met stoomtoevoer
Voor de werking met stoomondersteuning zijn slechts bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u er stoom bij inschakelen:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden
Stoomtoevoer instellen
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 17
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Verwarmingsmethoden" instellen.
- 3. De verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- 4. Op de temperatuur drukken.
- 5. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 6. Op de toevoer van stoom drukken.
- 7. De toevoer van stoom met de draaiknop instellen.
Toevoer van stoom
gering
gemiddeld
sterk
- 8. De werking met starten.
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
→ "Watertank vullen", Pagina 17
- Het apparaat begint op te warmen.
Pagina 19
Stoom nl
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- 9. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 10. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
11.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het restwater terug in de watertank. Leeg en droog aansluitend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
Opmerking: Na het uitschakelen van het apparaat is de toets wat langer verlicht om u eraan te herinneren de watertank leeg te maken.
- 1. Het bedieningspaneel met openen.
- 2. De watertank eruit nemen.
- 3. Het deksel van de watertank voorzichtig verwijderen.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- 9. De watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Open de apparaatdeur.
- 2. Opmerking:
De condensopvangbak bevindt zich onder de binnenruimte.
Zuig het water in de condensbak op met een theedoek en maak de bak voorzichtig droog. Opmerking: Om de condensopvangbak te reinigen, kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
→ "Condenswaterreservoir demonteren", Pagina 32
Binnenruimte drogen
Droog de ovenruimte na elk gebruik met stoom.
- De ovenruimte met de hand drogen of de functie "Drogen" gebruiken.
→ "Drogen", Pagina 31
Binnenruimte met de hand drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
- 2. Droog de binnenruimte met een spons.
- 3. De binnenruimte met geopende apparaatdeur 1 uur laten drogen.
- 4. De kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met schoon water en drogen met een zachte doek.
- 5. De apparaatdeur 1-2 minuten geopend laten zodat de binnenruimte volledig droogt.
Pagina 20
nl Braadthermometer
12 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Hetelucht Eco
- Boven-/onderwarmte Eco
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
- Intensieve warmte
- Stomen
- Regenereren
12.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
- 1. De braadthermometer in het gerecht steken. De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het gerecht steekt.
| Dunne vleesstukken | Steek de braadthermometer opzij in de dikste plaats van het vlees. |
| Dikke vleesstukken | Steek de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
| Gevogelte | De braadthermometer in de dikste plaats van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte draaien en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de braadthermometer achter de kop in de richting van de ruggengraat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
12.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30 °C en 99 °C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. In het functiemenu "Verwarmingsmethoden", "Gerechten" of "Stomen" selecteren.
- 2. In de verschillende menu's op de kerntemperatuur drukken.
Bij het functiemenu "Gerechten" de kerntemperatuur onder "Aanpassen" instellen.
- 3. De kerntemperatuur met de draaiknop instellen. De temperatuur van de binnenruimte minstens 10 °C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
Pagina 21
Braadthermometer nl
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250 °C.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- De gewenste temperatuur en kerntemperatuur staan op het display. De actuele temperatuur of kerntemperatuur kunt u aan de voortgangslijn herkennen die onder de gemarkeerde waarde ligt. De precieze kerntemperatuur kunt u oproepen door op te drukken.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display verschijnt een aanwijzing.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat met uitschakelen.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- 1. De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
- 2. Om de kerntemperatuur te wijzigen, op de kerntemperatuur drukken en met de draaiknop wijzigen.
- De kerntemperatuur wordt direct overgenomen.
Temperatuur bij gerechten wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Aanpassen" drukken.
- 3. De temperatuur van de binnenruimte met de draaiknop wijzigen.
- 4. Op de kerntemperatuur drukken.
- 5. De kerntemperatuur met de draaiknop wijzigen.
- 6. Op drukken.
- De werking wordt voortgezet.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
12.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Rosbief of rundvlees, kort gebakken | 45 - 52 |
| Rosbief of runderfilet, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Pagina 22
nl Gerechten
13 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
13.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Geschikte inschuifhoogte
- Geschikte accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of om de informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. Het display toont de verwarmingsmethode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aanpassen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel gerechten selecteren die met de braadthermometer mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntem-
peratuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
→ "Braadthermometer", Pagina 20
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
Houd de aanwijzingen met betrekking tot de baksensor aan.
→ "Gerechten met baksensor", Pagina 23
Stoomgerechten
Bij sommige gerechten wordt automatisch de stoomfunctie geactiveerd.
Neem de informatie over de stoomfunctie in acht. → " Stoom", Pagina 17
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak Klein gebak Koekjes Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde ingrediënten Lasagne, vers Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, vlak Ovenschotel, zoet, vers Soufflé in portievormen |
| Diepvriesproducten | Pizza Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte Groente |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilets Visgerechten Zeevruchten |
Pagina 23
Gerechten nl
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen Peulvruchten Pasta, balletjes eieren |
| Desserts, compote | Desserts, compote |
| Inmaken, uitpersen, ontsmetten | Inmaken Uitpersen Flesjes ontsmetten |
| Regenereren, opbakken | Groente Menu Gebak Bijgerechten |
| Gerechten ontdooien | Fruit, groente |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
13.4 Gerechten met baksensor
Als u een gerecht selecteert dat voor de baksensor geschikt is, regelt het apparaat het bakproces volledig automatisch.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte en het apparaat regelt de instellingen automatisch.
Volgende gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak • Gebak in vormen • Gebak op de plaat (Vruchten)taart/taart Klein gebak • Bladerdeeggebak • Muffins • Gistdeeggebak Hartig gebak, pizza, quiche • Hartig gebak, quiche • Pizza • Flammkuchen |
| Diepvriesproducten | Aardappelproducten • Aardappelproducten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Geschikte bakvormen
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP!
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
13.5 Gerecht instellen
Opmerking: Na de start kunt u het gerecht en de instellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste: Om de functie te starten, moet de binnenruimte afgekoeld zijn.
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Gerechten" selecteren.
- Het eerste gerecht wordt voorgesteld.
- 3. De gewenste categorie met de draaiknop selecteren.
- 4. Op "Verder" drukken.
- 5. Het gewenste gerecht met de draaiknop selecteren.
- 6. Op "Verder" drukken.
- 7. Het gewenste gerecht met de draaiknop selecteren.
- 8. Op "Verder" drukken.
- 9. Indien nodig de instellingen aanpassen.
‒ Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur, tijdsduur of het einde aanpassen, hierbij op "Aanpassen" drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u het gewicht direct met de draaiknop instellen.
- 10. Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te verkrijgen, op "Tip" drukken.
- 11. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af. De opwarmlijn verschijnt niet.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 12. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst nagaren.
→ "Nagaren", Pagina 23 ‒ Schakel als het gerecht klaar is, het apparaat uit met .
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur de functie nagaren aan. U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
- 1. Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
- 2. Druk op "Nagaren" om het gerecht na te garen.
- Op het display verschijnt een tijdsduur.
- 3. Wijzig indien gewenst de tijdsduur met de draaiknop.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aanwijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Druk als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren". ‒ Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
Pagina 24
nl Kinderslot
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- 1. Om het kinderslot te activeren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
- Het symbool verschijnt in de statusregel in in- en uitgeschakelde toestand.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
15 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C met boven- en onderwarmte worden warmgehouden zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
15.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
Vereiste: De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 26
- 1. De verwarmingsmethode sabbatinstelling met de draaiknop instellen.
- 2. Op de temperatuur drukken.
De temperatuur is op 85 °C vooraf ingesteld.
- 3. Met de draaiknop de gewenste temperatuur instellen.
- 4. Druk op .
De tijd is op 25 uur vooraf ingesteld.
- 5. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
Het einde kan niet worden verplaatst.
- 6. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met .
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
16 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
- Neem de meegeleverde documenten van Home Connect in acht.
- Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
→ "Veiligheid", Pagina 2
- De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
- In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
16.1 Home Connect instellen
Vereisten
- Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet en ingeschakeld.
- U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
- Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. De Home Connect app downloaden.
Pagina 25
Home Connect nl
- 2. De Home Connect app openen en de volgende QRcode scannen.
- 3. De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen.
16.2 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geïnstalleerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| WiFi | Inschakelen Uitschakelen | Als wifi is geactiveerd, kunt u Home Connect gebruiken. Bij netwerkgebonden stand-by heeft het apparaat maximaal 2 W nodig. |
| Netwerk | Verbinden met netwerk Verbinding met het netwerk verbreken | Wanneer u de verbinding van het apparaat met het netwerk verbreekt, dan wordt alle netwerkinformatie gewist. Die instelling is alleen nuttig wanneer u nieuwe toegangsgegevens voor de router heeft. |
| Met app verbinden | - | De instelling start de verbinding tussen de Home Connect app en het apparaat. |
| Afstandsbediening | Aan uit | Wanneer de functie is gedeactiveerd, dan kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat in de app weergeven. Wanneer de functie is geactiveerd, dan kunt u het apparaat op afstand starten en bedienen. |
| Apparaatinfo | - | Het display toont informatie over het netwerk of over het apparaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
16.3 Apparaat met Home Connect app bedienen
Wanneer het starten op afstand is geactiveerd, dan kunt u met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
Opmerking: Sommige functies kunt u alleen op de oven zelf starten.
Vereisten
- Het apparaat is ingeschakeld.
- Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
- Om het apparaat via de Home Connect app in te kunnen stellen, moet de basisinstelling "Afstandsbediening" zijn ingeschakeld. Als de start op afstand gedeactiveerd is, dan toont de Home Connect app uitsluitend de bedrijfstoestanden van het apparaat.
- 1. Op tikken.
- 2. Tik op "Start op afstand".
- Op het display wordt weergegeven.
- 3. Een instelling in de Home Connect app invoeren en naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
- Als u binnen 15 minuten na de activering van start op afstand of het gebruikseinde de ovendeur opent, dan wordt de start op afstand gedeactiveerd.
- Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch geactiveerd. U kunt de instellingen via de Home Connect app wijzigen of een nieuw programma starten.
16.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnet-