Siemens KA90GAI20, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 26 pagina's in het Nederlands · pdf: 139 pagina's, 2,3 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Deze handleiding geldt ook voor: KA90DVI30.
Storingen op pagina 137
Pagina 137
Vanaf de titel; het begin van pagina 137 staat in de pdf.
Kleine storingen zelf opheffen
Voordat u contact opneemt met de servicedienst:
Controleer of u de storing zelf aan de hand van de volgende instructies kunt verhelpen. De kosten voor de servicedienst zijn voor uw eigen rekening – ook tijdens de garantieperiode!
Apparaat
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat heeft geen koelvermogen. De verlichting werkt niet. Het display gaat niet aan. | Stroomonderbreking. | Controleer of de spanning aanwezig is. |
| Zekering is uitgeschakeld. | Zekering controleren. | |
| Netstekker zit niet goed vast. | Controleer of de netstekker goed vast zit. | |
| De compressor schakelt steeds vaker en langer in. | Frequent openen van het apparaat. | Apparaat niet onnodig openen. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn bedekt. | Obstakels wegnemen. | |
| Plaatsen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Super-koelen resp. Super-vriezen inschakelen. | |
| In de koelruimte of vriesruimte is het te koud. | Temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen. |
| De Verlichting (LED) werkt niet. | De LED-verlichting is defect. | Zie het hoofdstuk Verlichting (LED). |
| Lichtschakelaar klemt. | Controleer of de lichtschakelaar bewogen kan worden. | |
| Apparaat was te lang geopend. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van het apparaat is de verlichting weer aan. | |
| Er is sprake van onaangename geuren. | Sterk geurende levensmiddelen zijn niet luchtdicht verpakt. | Apparaat reinigen. Sterk geurende levensmiddelen luchtdicht verpakken (zie het hoofdstuk Geuren). |
| Er klinkt een waarschuwingsgeluid of de temperatuurindicatie knippert. Het is te warm in de koel- of vriesruimte! Gevaar voor de levensmiddelen. | Apparaatdeur staat open. | Zie het hoofdstuk Alarmfuncties. |
| Er zijn te veel levensmiddelen tegelijk in geplaatst. | ||
| Koude-lade (indien aanwezig) koelt niet. | Apparaat was van het elektriciteitsnet losgekoppeld (stroomstoring, of stekker uit het stopcontact gehaald). | Gewenste temperatuur opnieuw instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 137)
IJsbereider
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| IJsbereider werkt niet. | IJsbereider is niet op de stroomvoorziening aangesloten. | Servicedienst inschakelen. |
| IJsbereider krijgt geen vers water. | Zorg ervoor dat de wateraansluiting correct is uitgevoerd. | |
| De temperatuur in de vriesruimte is te hoog. | Temperatuur in de vriesruimte controleren en eventueel iets kouder instellen. | |
| IJsbereider maakt niet voldoende ijs of het ijs is vervormd. | Apparaat of ijsbereider is pas kortgeleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur voordat de ijsproductie begint. |
| Er is een grote hoeveelheid ijs afgenomen. | Het duurt ca. 24 uur voordat de ijsblokjesbak weer is gevuld. | |
| Lage waterdruk. | Apparaat uitsluitend op de voorgeschreven waterdruk aansluiten (zie het hoofdstuk Apparaat aansluiten, paragraaf Wateraansluiting). | |
| Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. |
Pagina 138
nl
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| IJsbereider maakt geen ijs. | IJsbereider is uitgeschakeld. | IJsbereider inschakelen. |
| Apparaat krijgt geen water. | Neem contact op met de installateur of het waterbedrijf. | |
| Watertoevoerleiding is geknikt. | Watertoevoer op het afsluitventiel afstellen. Knikposities opheffen, eventueel laten vervangen. | |
| Lage waterdruk. | Apparaat uitsluitend op de voorgeschreven waterdruk aansluiten (zie het hoofdstuk Apparaat aansluiten, paragraaf Wateraansluiting). | |
| Temperatuur in vriesruimte te hoog. | Temperatuur in vriesruimte wat lager instellen. | |
| IJsblokjesbak niet goed geplaatst. | Positie controleren, eventueel nogmaals plaatsen. | |
| Verkeerde afsluiter gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen leiden tot een lage waterdruk en schade aan het apparaat. | |
| In de toevoerslang voor de ijsbereider vormt zich ijs. | Lage waterdruk. | Watertoevoer op het afsluitventiel afstellen. Knikposities opheffen, eventueel laten vervangen. |
| Afsluiter niet juist geopend | Afsluiter geheel openen. | |
| Er loopt water uit het apparaat. | De wateraansluitslang is lek. | Slang door een origineel reserveonderdeel van de producent laten vervangen. |
| Verkeerde afsluiter gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen leiden tot een lage waterdruk en schade aan het apparaat. | |
| Er komt geen water uit de waterdispenser. | Terugloopventiel is verkeerd om gemonteerd. | Doorstroomrichting controleren. De doorstroomrichting wordt aangegeven door pijlen op het terugloopventiel. |
| De zeef is verstopt. | Watertoevoer met het afsluitventiel afstellen. Zeef demonteren en reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 138)
Servicedienst
Een servicedienst in uw omgeving vindt u in het telefoonboek of in de servicedienst-index. Geef aan de servicedienst het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD-Nr.) van uw apparaat door.
U vindt deze op het typeplaatje.
Help mee om onnodige voorrijkosten te voorkomen door het artikel- en fabricagenummer door te geven. U bespaart de hieraan verbonden extra kosten.
Reparatie-opdracht en advies bij storingen
De contactgegevens voor alle landen vindt u in het bijgaande servicedienst-overzicht.
Pagina's 1–112: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 113
nl
nlInhoudsopgave
Veiligheids- en waarschuwingsinstructies
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiks- en installatiehandleiding zorgvuldig door! U vindt hierin belangrijke informatie over het opstellen, het gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruikersaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar alle documenten voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelmiddelcircuit tijdens het transport of de installatie niet beschadigd raken. Koelmiddel dat uit het apparaat spuit kan vlam vatten en oogletsel tot gevolg hebben.
In geval van beschadiging
- het apparaat uit de buurt houden van open vuur of ontstekingsbronnen,
- de ruimte gedurende enkele minuten goed ventileren,
- het apparaat uitschakelen en de netstekker uit het stopcontact halen,
- contact opnemen met de servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het zich bevindt. In te kleine ruimtes kan bij een lekkage een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m³ groot zijn. Op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat staat hoeveel koelmiddel het bevat.
Wanneer de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, dient deze door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is te worden vervangen. Indien de installatie of reparaties op ondeskundige wijze worden uitgevoerd, houdt dit een aanzienlijk risico in voor de gebruiker.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is.
Er mogen uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant worden gebruikt. Alleen voor deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze voldoen aan de veiligheidsbepalingen.
Een verlengstuk van de aansluitkabel mag uitsluitend via de servicedienst worden betrokken.
Bij gebruik
- Nooit elektrische apparaten binnen in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingstoestellen, elektrische ijsbereiders). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De stoom kan bij de elektrische delen komen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrocutie!
- Geen spitse of scherpe objecten gebruiken om rijp- en ijslagen te verwijderen. Hiermee kunt u de koelmiddelleidingen beschadigen. Vrijkomend koelmiddel kan ontbranden of oogletsel veroorzaken.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen bewaren. Explosiegevaar!
- Onderstuk, lades, deuren enz. niet gebruiken als opstapje of ter ondersteuning.
- Voor het ontdooien en schoonmaken de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen. Niet aan de kabel maar aan de stekker trekken.
- Middelen met een hoog alcoholpercentage alleen goed afgesloten en rechtop bewaren.
- Kunststofdelen en deurafdichting niet verontreinigen met olie of vet. Kunststofdelen en deurafdichting worden anders poreus.
- Be- en ontluchtingsopeningen voor het apparaat nooit afdekken of afsluiten.
- Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) die beschikken over beperkte fysische, sensorische of psychische capaciteiten of een gebrekkige kennis, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of indien zij van deze persoon aanwijzingen over het gebruik van het apparaat hebben gekregen.
- In de vriesruimte geen vloeistoffen opslaan in flessen en verpakkingen (met name geen koolzuurhoudende dranken). Flessen en verpakkingen kunnen barsten!
- Diepvriesproducten nooit direct nadat ze uit de vriesruimte genomen zijn in de mond nemen.
Gevaar voor lichamelijk letsel!
- Voorkom langer contact van de handen met de diepvriesproducten, ijs, de verdamperleidingen enz.
Gevaar voor lichamelijk letsel!
Voorkomen van gevaren voor kinderen en risicopersonen
Risicopersonen zijn:
- kinderen,
- personen, die lichamelijk, psychisch of in hun waarnemingen beperkt zijn,
- personen die onvoldoende kennis hebben om het apparaat veilig te kunnen bedienen.
Maatregelen:
- Zorg ervoor dat kinderen en risicopersonen de gevaren begrepen hebben.
- Een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid dient bij het apparaat toezicht te houden op kinderen en risicopersonen of hun aanwijzingen te geven.
- Het apparaat alleen laten gebruiken door kinderen vanaf 8 jaar.
- Tijdens de reiniging en het onderhoud dienen kinderen onder toezicht te staan.
- Nooit kinderen met het apparaat laten spelen.
Pagina 114
nl
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor ijsbereiding.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op
hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau..
Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik in privéhuishoudingen en binnen de huiselijke omgeving.
Het apparaat is radio-ontstoord conform EU‐Richtlijn 2004/108/EG.
Het koelcircuit is op lekdichtheid gecontroleerd.
Dit product voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Instructies betreffende het afvoeren
Verpakking afvoeren
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en herbruikbaar. Draag bij aan het behoud van het milieu door de verpakking op een milieuvriendelijke manier af te voeren.
Vraag bij uw vakhandelaar of gemeente informatie over actuele afvoermethoden.
Oud apparaat afvoeren
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparaat is overeenkomstig de Europese Richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gemarkeerd.
De richtlijn bepaalt het kader voor terugname en verwerking van oude apparaten in de EU.
m Waarschuwing
Bij versleten apparaten:
- 1. Netstekker uit het stopcontact halen.
- 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de netstekker verwijderen.
- 3. Plateaus en bakken niet uitnemen, om kinderen het naar binnen klimmen te bemoeilijken!
- 4. Kinderen niet met het afgedankte apparaat laten spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen en in de isolatie bevinden zich gassen. Koelmiddelen en gassen moeten correct worden afgevoerd. De leidingen van het koelmiddelcircuit mogen voordat ze op de juiste wijze zijn afgevoerd niet beschadigd raken.
Leveringsomvang
Controleer alle onderdelen na het uitpakken op eventuele transportschade.
Neem in geval van klachten contact op met de winkel waar u het apparaat heeft gekocht of met onze servicedienst.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
- Zelfstandig apparaat
- Uitrusting (afhankelijk van het model)
- Zak met montagemateriaal
- Gebruikers- en installatiehandleiding
- Schrift voor servicedienst
- Garantiebijlagen
- Informatie over energieverbruik en geluid
Apparaat plaatsen
Transport
Het apparaat is zwaar en moet bij het transport en de installatie worden geborgd.
Vanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade eraan te minimaliseren, zijn er minimaal twee personen nodig om het op te stellen.
De rollen zijn uitsluitend voor de installatie bedoeld. Het apparaat niet m.b.v. de rollen transporteren.
Het apparaat mag niet met de rollen op ongelijke of zachte ondergronden verplaatst worden.
Opstellingsplaats
Voor het opstellen van het apparaat is een droge, ventileerbare ruimte geschikt. De opstelplaats mag niet zijn blootgesteld aan direct zonlicht of zich direct in de buurt van een warmtebron zoals een fornuis, kachel, enz bevinden. Wanneer het noodzakelijkerwijs naast een warmtebron wordt geplaatst, dient een geschikte isolatieplaat te worden gebruikt of moeten de volgende minimale afstanden tot de warmtebron worden aangehouden:
- Tot elektrische- en gasfornuizen 3 cm.
- Tot olie- of kolengestookte kachels 30 cm.
Pagina 115
nl
Ondergrond
De bodem op de opstellocatie mag niet meegeven. Indien nodig de bodem versterken.
Het apparaat is zwaar. Zie voor het leeggewicht de volgende tabel.
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser | 107 kg |
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser en koude-lade | 109 kg |
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser, koude-lade en minibar | 111 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 115)
Wandafstand
Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen, moeten bij het opstellen in een hoek of nis minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden (zie het hoofdstuk "Opstellingsmaten").
Wanneer de diepte van de naastgelegen keukeninrichtingen groter is dan 65 cm, moeten de minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden om de volledige openingshoek van de deuren te kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk “Deuropeningshoek“).
Minimale afstand tot de achterwand
De meegeleverde afstandshouder met de schroeven op de daarvoor bestemde openingen aan de achterkant van het apparaat bevestigen.
Door de afstandshouder wordt de minimale afstand van 22 mm tot de wand aangehouden en is de ventilatie gewaarborgd.
Let op de kamertemperatuur en de ventilatie
Kamertemperatuur
Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende kamertemperaturen worden gebruikt.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.
| Klimaatklasse | Toegestane kamertemperatuur |
|---|---|
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 115)
Aanwijzing
Het apparaat is binnen de kamertemperatuurgrenzen van de vermelde klimaatklasse volledig functioneel. Wanneer een apparaat met klimaatklasse SN bij koudere kamertemperaturen wordt gebruikt, kunnen beschadigingen tot een temperatuur van +5°C worden uitgesloten.
Ventilatie
De opgewarmde lucht moet ongehinderd kunnen verdwijnen. Anders moet het koelapparaat meer vermogen leveren. Hierdoor wordt het stroomverbruik verhoogd. Daarom: nooit de be- en ontluchtingsopening afdekken of afsluiten!
Pagina 116
nl
Opstellingsmaten
*720 mm met
Afstandshouders
Afstandshouder
Afmetingen in mm
Zijwand afstand
Zijwand diepte
Laden volledig uittrekbaar bij 145° deuropening
Afmetingen in mm
Afmetingen in mm
Deuropeningshoek
Laden volledig uittrekbaar bij 145° deuropening
Afmetingen in mm
Pagina 117
nl
Apparaat aansluiten
Na het opstellen van het apparaat minimaal 1 uur wachten alvorens het in bedrijf te nemen. Tijdens het transport kan in de compressor aanwezige olie zich afzetten in het koelsysteem.
Voor de eerste ingebruikname de binnenruimte van het apparaat reinigen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen).
Sluit het water altijd aan voordat u de elektrische aansluiting maakt.
Verwijder de transportborgingen van de plateaus en deurvakken pas na het opstellen.
Wateraansluiting
m Waarschuwing
Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!
Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.
De wateraansluiting mag uitsluitend door een deskundige installateur volgens de plaatselijke voorschriften en het verantwoordelijke waterbedrijf worden uitgevoerd.
Voor de aansluiting van het apparaat is een wateraansluiting van 3/4 inch nodig.
Het apparaat op een drinkwaterleiding aansluiten:
- Minimale druk: 1,0 bar
- Maximale druk: 8,0 bar.
Weet u niet zeker hoe u de waterdruk moet controleren, vraag dit dan na bij een sanitairwinkel.
m Attentie
Bij een waterdruk hoger dan 5,5 bar moet een reduceerventiel worden ingebouwd, anders bestaat het risico van waterschade. Bij een waterdruk lager dan 1,0 bar werkt de ijsbereider niet.
De waterkraan voor het aansluiten van de meegeleverde aansluitleiding moet vrij toegankelijk zijn.
Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een koudwaterleiding.
De smaak en geur van het water kunnen door de installatie van de meegeleverde filterpatronen worden verbeterd. Let in dat geval op de afwijkende aansluitvoorwaarden (zie het hoofdstuk Waterfilter).
Aanwijzing
Na inschakeling van het apparaat kan er water uit de waterdispenser druppelen. Het druppelen houdt op na ca. 24 uur, wanneer het apparaat zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
Aansluiten m Attentie
Gevaar van lekken en waterschade.
Let op de volgende punten:
- Aansluitleiding niet knikken.
- Aansluitleiding recht afsnijden.
- Aansluitleiding niet met een tang afknijpen.
- Aansluitleiding tot de aanslag in de schroefmof en het terugloopventiel steken.
- Schroefmof met de hand vastzetten. Geen tang gebruiken.
- Doorstroomrichting van het terugloopventiel controleren. De doorstroomrichting wordt aangegeven door pijlen op het terugloopventiel.
- 1. Aansluitleiding tot de aanslag in het terugloopventiel steken.
ca.
ca.
- 2. Huls van het terugloopventiel sluiten en met een schroef vastzetten.
- 3. Zeef in het reduceerstuk plaatsen.
Aanwijzing
De zeef dient jaarlijks te worden gereinigd. Bevat het water veel deeltjes, dan dient hij vaker te worden schoongemaakt.
Pagina 118
nl
- 4. Schroefmof aansluiten op de waterkraan.
- 5. Aansluitleiding tot de aanslag in de schroefmof steken.
- 6. Aansluitleiding in lussen of wikkelingen leggen, zodat het apparaat van de wand getrokken kan worden.
De aansluitleiding kan met meegeleverde klemmen op de wand van de ruimte worden bevestigd.
m Attentie
In geen geval in het apparaat boren of schroeven!
Wateraansluiting op lekdichtheid controleren
m Waarschuwing
Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!
Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.
- 1. Waterkraan openen en kort wachten tot de waterleidingen in het apparaat met water gevuld zijn.
- 2. Aansluitleiding en alle koppelingen op lekdichtheid controleren.
- 3. Apparaatdeuren openen.
- 4. 3 schroeven eruit draaien en de plint verwijderen.
- 5. Koppelingen naar de deur van de vriesruimte op lekdichtheid controleren.
- 6. Plint aanbrengen en met 3 schroeven bevestigen.
Elektrische aansluiting
De contactdoos moet dicht bij het apparaat en ook na opstelling van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I. Via een conform de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde het apparaat op 220 - 240 V/50 Hz wisselspanning aansluiten. De contactdoos moet met een 10 A tot 16 A zekering zijn gezekerd.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, moet worden gecontroleerd of de opgegeven spanning en stroom overeenkomen met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze informatie vindt u op het typeplaatje.
m Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval op een elektronische energiespaarstekker worden aangesloten.
Voor het gebruik van onze apparaten kunnen sinus- en netgestuurde omvormers worden gebruikt.
Netgestuurde omvormers worden gebruikt bij fotovoltaïsche of PV-installaties, die direct op het openbare stroomnet worden aangesloten. Bij eilandoplossingen (bijv. bij schepen of berghutten), die geen directe aansluiting op het openbare stroomnet hebben, moeten sinusgeregelde omvormers worden gebruikt.
Apparaat uitlijnen
Aanwijzing
Om ervoor te zorgen dat het apparaat optimaal functioneert, moet het met een waterpas horizontaal worden uitgelijnd.
Wanneer het apparaat scheef staat, kan dit tot gevolg hebben dat er water uit de ijsbereider wegloopt, ongelijke ijsblokjes worden gemaakt of de deuren niet meer goed sluiten.
- 1. Apparaat op de daarvoor bedoelde plaats zetten.
- 2. Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet weg kan rollen, de twee voorste voeten uitdraaien tot ze vast op de bodem staan.
Pagina 119
nl
Aan de voeten draaien tot het apparaat exact horizontaal staat. De deuren van het apparaat als referentievlak gebruiken.
De vriesruimtedeur is lager:
De koelruimtedeur is lager:
Wanneer het apparaat exact horizontaal is gesteld, maar één apparaatdeur lager staat:
- 1. Apparaatdeuren openen.
- 2. 3 schroeven eruit draaien en de plint verwijderen.
- 3. Moer losdraaien.
- 4. Aan de instelmoer draaien, totdat de apparaatdeuren horizontaal zijn gesteld.
- 5. Vriesruimtedeur is lager: Instelmoer tegen de klok in draaien.
- 6. Koelruimtedeur is lager: Instelmoer met de klok mee draaien.
- 7. Moer vastdraaien.
- 8. Plint aanbrengen en met 3 schroeven bevestigen.
Pagina 120
nl
Aanwijzing
Door het eigen gewicht en doordat er levensmiddelen in de deur staan, kan het voorkomen dat de deur van de koelruimte helt, zelfs wanneer het apparaat recht staat. De deurspleet is boven en onder niet even groot.
Wanneer de deurspleet boven en onder niet even groot is:
- 1. 2 schroeven eruit draaien en de bovenste scharnierafdekking afnemen.
- 2. Scharnierschroeven losdraaien.
Schroeven niet helemaal eruit draaien!
- 3. Hellingshoek van de deur van de koelruimte instellen.
- 4. Scharnierschroeven vastdraaien.
- 5. Scharnierafdekking plaatsen en met 2 schroeven bevestigen.
Deurmontage
Wanneer het apparaat niet door de deuropening van de woning kan, kunnen de deurgrepen of deuren van het apparaat gedemonteerd worden.
Aanwijzing
De deurgrepen of apparaatdeuren mogen uitsluitend door de servicedienst worden gedemonteerd. De kosten daarvoor kunt u opvragen bij uw verantwoordelijke servicedienst.
Pagina 121
nl
Apparaat leren kennen
Apparaat
De uitrusting van de modellen kan variëren. Afwijkingen van de afbeeldingen zijn mogelijk.
| A | Koelruimte |
|---|---|
| B | Vriesruimte (4 sterren) |
| 1 | Deurvakken (2-sterren vak) |
| Aanwijzing | |
| Alleen deze deurvakken hebben 2 sterren, voor het overige heeft de vriesruimte 4 sterren. | |
| 2 | Bedieningselementen |
| 3 | IJs- en waterdispenser |
| 4 | Deurvakken |
| 5 | IJsblokjesbak |
| 6 | IJsbereider |
| 7 | Glasplateaus vriesruimte |
| 8 | Schuifladen van de vriesruimte |
| 9 | Vakje |
| 10 | Waterfilter |
| 11 | Eierhouder |
| 12 | Glasplateaus koelruimte |
| 13 | Glasplateau |
| 14 | Groentelade |
| 15 | Vruchtenlade |
| 16 | Koude-lade (niet bij alle modellen) |
| 17 | Boter- en kaasvak |
| 18 | Deurvak met klep |
| 19 | Minibar (niet bij alle modellen) |
Pagina 122
nl
Bedieningselementen
| 1 Toetsen „freeze/super“ ■ Temperatuur in de vriesruimte instellen. ■ Functie „Super-vriezen“ in- en uitschakelen. 2 Toets „light/filter“ ■ Verlichting voor ijs- en waterdispenser in- en uitschakelen. | 9 | Symbolen op het display Waterfilter Status van de filterpatronen. Verlichting Verlichting van de ijs- en waterdispenser is ingeschakeld. Water |
| ■ Filterindicatie terugzetten. 3 Toets „water“ | Afgifte van water is ingeschakeld. IJsblokjes |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 122)
4 Toets „crushed ice/ice cubes“ Afgifte van ijsblokjes is ingeschakeld.
Crushed ijs 5 Toets „alarm/lock“
Afgifte van crushed ijs is
- Weergave van het temperatuuralarm ingeschakeld.
uitschakelen.
Toetsblokkering (kinderslot)
- Toetsenblokkering (kinderslot) in- en uitschakelen. Toetsblokkering is ingeschakeld.
- 6 Toetsen „cool/super“
- Temperatuur in koelruimte instellen.
- Functie „Super-koelen“ in- en uitschakelen.
- 7 Display koelruimte
- Temperatuur in koelruimte.
- Symbool „super“ bij ingeschakelde functie „Super-koelen“.
- Symbool „alarm“ in geval van alarm in de koelruimte.
- 8 Display vriesruimte
- Temperatuur in de vriesruimte.
- Symbool „super“ bij ingeschakelde functie „Super-vriezen“.
- Symbool „alarm“ in geval van alarm in de koelruimte.
Pagina 123
nl
Apparaat inschakelen
De stekker in het stopcontact steken.
Het apparaat begint te koelen.
Bij het eerste gebruik is de alarmfunctie gedeactiveerd todat het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. Wanneer het apparaat weer in gebruik wordt genomen nadat het langere tijd uitgeschakeld is geweest, kan het temperatuuralarm in werking treden.
De temperatuurindicaties knipperen en op het display wordt het „alarm“ symbool weergegeven, tot het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt heeft.
Door de toets „alarm/lock“ in te drukken wordt de weergave van het temperatuuralarm uitgeschakeld.
De verlichting gaat aan bij geopende apparaatdeuren.
Af fabriek worden de volgende temperaturen aanbevolen en vooringesteld:
- Koelruimte +4 °C
- Vriesruimte -18 °C.
Gebruiksinstructies
- Na het inschakelen kan het meerdere uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
Daarvoor geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- Door het volautomatische Nofrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.
- De kopse zijden van de behuizing worden deels licht verwarmd ter voorkoming van condenswatervorming bij de deurafdichting.
- Kan de deur van de vriesruimte na het sluiten niet direct weer worden geopend, wacht dan een moment tot de ontstane onderdruk opgeheven is.
Temperatuur instellen
Koelruimte
Er kan een temperatuur worden ingesteld van +2 °C tot +8 °C.
De toetsen „cool/super +“ of „cool/super -“ zo vaak indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de koelruimte weergegeven.
Vriesruimte
De temperatuur kan worden ingesteld van -16 °C tot -22 °C.
De toetsen „freeze/super +“ of „freeze/super -“ zo vaak indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de vriesruimte weergegeven.
Super-koelen
Bij het super-koelen wordt de koelruimte ca. 40 uur lang zo koud mogelijk gekoeld. Daarna wordt de temperatuur automatisch op +4 °C ingesteld.
Het super-koelen inschakelen bijv.
- voor het plaatsen van grote hoeveelheden levensmiddelen
- Voor het snel koelen van dranken.
Aanwijzing
Is super-koelen ingeschakeld, dan kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.
Inschakelen
De toets „cool/super -“ zo vaak indrukken tot op het display van de koelruimte „super“ wordt weergegeven.
Uitschakelen
De toets „cool/super +“ indrukken.
Aanwijzing
„super“ verdwijnt van het display. De temperatuur wordt automatisch op +4 °C ingesteld.
Pagina 124
nl
Super-vriezen
Levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden bevroren, zodat vitamines, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voor het plaatsen van de verse levensmiddelen super-vriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Over het algemeen is 4 - 6 uur afdoende.
Het apparaat werkt na het inschakelen continu. Daardoor wordt in de vriezer een zeer lage temperatuur bereikt.
Super-vriezen schakelt automatisch uit na ca. 48 uur.
Moet het maximale vriesvolume worden gebruikt, dan dient Super-vriezen 24 uur voorafgaande aan het plaatsen van de verse levensmiddelen te worden ingeschakeld.
Kleinere hoeveelheden levensmiddel (tot max.2 kg) kunt u zonder Super-vriezen invriezen.
Aanwijzing
Is Super-vriezen ingeschakeld, dan kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.
Inschakelen
De toets „freeze/super -“ zo vaak indrukken tot op het display van de vriesruimte „super“ wordt weergegeven.
Toetsblokkering (kinderslot)
Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld zijn alle toetsen geblokkeerd.
Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld kan bij een waarschuwingssignaal met de toets „alarm/lock“ het waarschuwingssignaal worden uitgeschakeld.
Inschakelen
De toets „alarm/lock“ indrukken.
Op het display wordt het symbool „toetsblokkering“ weergegeven.
Uitschakelen
De toets „alarm/lock“ 3 seconden indrukken.
Alarmfuncties
Uitschakelen
De toets „freeze/super +“ indrukken.
Aanwijzing
„super“ verdwijnt van het display. Daarna wordt automatisch overgeschakeld naar de temperatuur die voor super-vriezen is ingesteld.
Deuralarm
Het deuralarm schakelt in wanneer een apparaatdeur langer dan één minuut openstaat. Het waarschuwingsgeluid wordt om de 60 seconden gedurende 5 minuten herhaald. Door het sluiten van de deur wordt het alarmgeluid weer uitgeschakeld.
Het deuralarm schakelt ook in, wanneer de minibar langer dan één minuut openstaat.
Temperatuuralarm
Het display geeft het temperatuuralarm weer wanneer het in de koel- of vriesruimte te warm is en de levensmiddelen in gevaar komen.
Op het betreffende display wordt de hoogste temperatuur en „alarm“ weergegeven.
Koelruimte
Wanneer het in de koelruimte te warm is geworden, het opgewarmde product voor gebruik verwarmen. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Pagina 125
nl
Vriesruimte
Ontdooide waren niet opnieuw invriezen. Pas nadat ze tot een gerecht zijn verwerkt (gekookt of gebraden), kunnen ze opnieuw ingevroren worden.
De maximale bewaarduur niet meer geheel benutten.
Zonder gevaar voor het diepvriesproduct kan het alarm inschakelen:
- bij de ingebruikneming van het apparaat,
- bij het plaatsen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
- bij een te lang geopende deur van de vriesruimte.
Alarm uitschakelen
Toets „alarm/lock“ indrukken.
- 2. De toets „light/filter“ en „water“ 10 seconden indrukken.
De temperatuureenheid schakelt om.
Energiezuinige modus
Aanwijzing
Zodra de ingestelde temperatuur weer bereikt is, verdwijnt „alarm“ van het display.
Temperatuureenheid
De temperatuur kan in graden Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) worden weergegeven.
Na het inschakelen geeft het display de temperatuur aan in graden Celsius (°C).
Instellen
- 1. De toets „alarm/lock“ indrukken.
Op het display wordt het symbool „toetsblokkering“ weergegeven.
20 seconden nadat de deuren zijn gesloten of de laatste toets werd bediend, schakelt het display naar de energiezuinige modus. Het display schakelt uit, gedimd zijn alleen nog de woorden „freeze“ en „cool“ en het symbool van de gekozen dispensermodus (water, ijs of crushed ijs) zichtbaar.
Zodra een deur wordt geopend of een toets wordt bediend, schakelt het display in met normale verlichtingssterkte.
Symbool waterfilter
Het symbool geeft aan hoelang het filterpatroon nog kan worden gebruikt.
Maximaal zes maanden.
Maximaal vier maanden.
Maximaal twee maanden.
Maximaal tien dagen:
De drie balken van het symbool knipperen. Filterpatroon vervangen.
Aanwijzing
Bij uitschakeling van het apparaat wordt het symbool voor het filterpatroon gereset.
Na vervanging van het filterpatroon het symbool voor het waterfilter resetten:
De toets „light/filter“ 3 seconden indrukken.
Het symbool stopt met knipperen.
125
Pagina 126
nl
Effectieve inhoud
Informatie over de effectieve inhoud van uw apparaat vindt u op de typeplaat.
Vriesvolume volledig gebruiken
Om de maximale hoeveelheid diepvriesproducten onder te kunnen brengen, kunt u alle indelingsonderdelen uitnemen. De levensmiddelen kunt u dan direct in de vakjes en op de bodem van de vriesruimte leggen.
Het uitnemen en plaatsen van de indelingsonderdelen is omschreven in het hoofdstuk Uitrusting van het apparaat.
Koude-lade
In het koude-lade kunnen levensmiddelen tot tweemaal langer vers worden gehouden als in de normale koelzone – voor een nog langere versheid, behoud van voedingsstoffen en smaak.
De temperatuur kan individueel aan de geplaatste levensmiddelen worden aangepast. De optimale temperatuur en luchtvochtigheid garanderen de ideale bewaarcondities voor verse levensmiddelen.
Temperatuur instellen
Met de selectietoets de levensmiddelen selecteren welke zich in het koude-lade bevinden.
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarlocatie voor bereide gerechten, gebak, conserven, melk en harde kaassoorten.
Opletten bij het plaatsen
- Bewaar verse en ongeschonden levensmiddelen. Zo blijven de kwaliteit en versheid langer bewaard.
- Bij bereide en gebottelde producten de door de producent aangegeven minimale houdbaarheids- of gebruiksdatum aanhouden.
- Om aroma, kleur en versheid te behouden de levensmiddelen goed verpakken of afdekken. Overdracht van smaak en verkleuringen van kunststof delen in de koelruimte worden hierdoor voorkomen.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en dan pas in het apparaat plaatsen.
Aanwijzing
Voorkom contact tussen levensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatie beïnvloed.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Houd rekening met de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan zones van een verschillende koudegraad:
- De koudste zone bij de achterwand.
- De warmste zone bij de deur, helemaal bovenin.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. kaas en boter. Het aroma van de kaas kan zo verder worden ontwikkeld en de boter blijft smeerbaar.
De oplichtende LED geeft de selectie aan.
Ongeschikt voor het koud bewaren zijn:
- Fruit dat gevoelig is voor kou (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groenten (bijv.
aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappelen) moeten voor een optimaal behoud van de kwaliteit en het aroma buiten de koelkast worden bewaard bij temperaturen van ca. + 8 °C tot +12 °C.
Geschikt voor het koud bewaren zijn:
- Vis, zeevruchten, vlees, worst, melkproducten, bereide gerechten
- Groenten (bijv. wortels, asperges, selderij, prei, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi)
- Salade (bijv. veldsalade, ijsbergsalade, witlof)
- Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum)
- Fruit (niet voor koude gevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen en druiven).
m Attentie
Na een stroomstoring of het loskoppelen van het apparaat van het elektriciteitsnet moet de temperatuur van het koude-lade opnieuw worden ingesteld!
Pagina 127
nl
Bewaartijden (bij 0 °C)
| Naar gelang de uitgangskwaliteit | |
|---|---|
| Verse vis, zeevruchten | max. 3 dagen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden) | max. 5 dagen |
| Rund, varken, lam, worst (gesneden) | max. 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli | max. 14 dagen |
| Salade, venkel, abrikozen, pruimen | max. 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 127)
De vriesruimte
De vriesruimte gebruiken
- Voor het opslaan van diepvriesproducten.
- Voor het maken van ijsblokjes.
- Voor het invriezen van levensmiddelen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van de vriesruimte altijd gesloten is! Bij een geopende deur ontdooien de diepvriesproducten en treedt er sterke ijsvorming op. Bovendien: Energieverspilling door hoog stroomverbruik!
Aanwijzing
De deurvakken met twee sterren kunnen worden gebruikt voor het kort bewaren van ijs en levensmiddelen bij -12 °C.
De rest van de vriesruimte heeft 4 sterren.
Max. vriesvermogen
Informatie over de maximale invriescapaciteit in 24 uur vindt u op de typeplaat.
Vereisten voor maximale vriescapaciteit
- Super-vriezen voor het plaatsen van verse producten inschakelen (zie het hoofdstuk Super-vriezen).
- Uitrustingsonderdelen verwijderen.
- Stapel de levensmiddelen direct in de vakjes en op de bodem van de vriesruimte.
Aanwijzing
De ventilatiesleuven in de achterwand niet afdekken met diepvriesproducten.
- Grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in het bovenste vak invriezen. Hier worden ze bijzonder snel en dus ook zorgvuldig ingevroren.
Invriezen en bewaren
Diepvriesproducten inkopen
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- De houdbaarheidsdatum aanhouden.
- De temperatuur in de verkoopkist moet -18 °C of kouder zijn.
- Diepvriesproducten indien mogelijk in een isolerende tas transporteren en zo snel mogelijk in de vriezer doen.
Let op bij het indelen
- Grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in het bovenste vak invriezen. Hier worden ze bijzonder snel en dus ook zorgvuldig ingevroren.
- De levensmiddelen ruim over de vakken, resp. vriesladen verdelen.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de vers in te vriezen levensmiddelen in contact komen. Eventueel ingevroren levensmiddelen in andere vriesladen leggen.
Diepvriesproduct bewaren
Vrieslade tot de aanslag inschuiven om een probleemloze luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, moeten groenten voor het invriezen geblancheerd worden.
Bij aubergines, paprika, courgettes en asperges is blancheren niet nodig.
Boeken over invriezen en blancheren vindt u in de boekwinkel.
Aanwijzing
Laat in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met al bevroren levensmiddelen.
- Geschikt om in te vriezen zijn:
Gebak, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groenten, fruit, kruiden, eieren zonder schil, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en etensresten zoals soep, eenpansgerechten, klaargemaakt vlees en klaargemaakte vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete gerechten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn:
Groenten die doorgaans rauw worden gegeten, zoals sla, radijsjes, eieren in de schil, druiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, karnemelk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Verder lezen op pagina 128Inhoud