naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KD29VVW30, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 82 pagina's, 2,3 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 76

Pagina 76

Vanaf de titel; het begin van pagina 76 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
In de koelruimte is het te koud.De temperatuur is te koud ingesteld.Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur”).
De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb.
De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)

Pagina 77

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat”).
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Op het oppervlak en de oplegplaten van het apparaat wordt condenswater gevormd.Warme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect.Wis het water met een zachte, droge doek weg.
■ Open het apparaat zo kort mogelijk
■ Let erop dat het apparaat altijd goed gesloten is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 77)

Pagina 78

nl

Zelftest apparaat

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Zelftest starten

Afb.

Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.

Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.

Als de indicatie super 3 gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.

Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Klantenservice

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–59: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 60

nl

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Brandgevaar

Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

Pagina 61

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar

Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.

nl

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!

Explosiegevaar!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Explosiegevaar!

Pagina 62

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Kans op vrieswonden!

Pagina 63

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen.

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

nl

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 64

nl

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

In dit geval raden wij u aan de koudst mogelijke koelruimtetemperatuur in te stellen, om eventuele condensvorming te beperken.

Pagina 65

nl

Beluchting

Afb.

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

m Waarschuwing

Gevaar voor een elektrische schok!

Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. .

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Pagina 66

nl

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

1-4Bedieningselementen
5Glasplateau in de diepvriesruimte
6Verlichting (LED)
7Glasplateau in de koelruimte
8Groentelade
9Schroefvoetjes
10Voorraadvak in de deur
11Vak voor grote flessen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 66)

A Diepvriesruimte B Koelruimte

Bedieningselementen

Afb.

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

Met de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.

Apparaat inschakelen

Afb.

Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.

Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.

Wij raden een instelling van +4 °C aan.

Pagina 67

nl

Aanwijzingen bij het gebruik

Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.

De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje, afb. , naar de koelmachine, waar het verdampt.

Instellen van de temperatuur

Afb.

Koelruimte

De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.

Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.

Diepvriesruimte

De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.

Lagere koelruimtetemperaturen veroorzaken ook lagere vriesruimtetemperaturen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Pagina 68

nl

De koelruimte

De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.

Attentie bij het inruimen

De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Let op de koudezones in de koelruimte

Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:

Aanwijzing

Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).

Aanwijzing

Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.

Diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Pagina 69

nl

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Pagina 70

nl

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

In- en uitschakelen

Afb.

De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Glasplateaus

Afb.

U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Pagina 71

nl

Groentelade met vochtigheidsregelaar

Afb.

Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:

Aanwijzingen

Flessenrek

Afb.

In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.

Flessenhouder

Afb.

De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

IJsbakje

Afb.

Sticker "OK"

(niet bij alle modellen)

Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.

Aanwijzing

Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Pagina 72

nl

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Apparaat uitschakelen

Afb.

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

Ontdooien van de diepvriesruimte

De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

m Attentie

Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

U gaat als volgt te werk:

Aanwijzing

Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij binnentemperatuur bewaard kunnen worden.

Pagina 73

nl

De koelruimte wordt volautomatisch ontdooid

Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. . Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.

Aanwijzing

Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

U gaat als volgt te werk:

Pagina 74

nl

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.

Glasplateaus eruit halen

Afb.

De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.

Afvoergoot voor dooiwater

Voor het reinigen van de dooiwaterafvoergoot eruit halen het glasplateau boven de groentelade, afb. /8.

De dooiwater-afvoergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Reservoir verwijderen

Afb.

Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Groentelade

Afb.

De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd.

De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen.

Legplateaus uit de deur nemen

Afb.

Legplateaus optillen en verwijderen.

Luchtjes

Als u onaangename luchtjes ruikt:

Verlichting (LED)

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Pagina 75

nl

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Pagina 76: zie Storingen hierboven.

Pagina 77: zie hierboven.

Pagina 78: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast