Siemens KD56NPI20, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 75 pagina's, 2,7 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 44
Pagina 44
Vanaf de titel; het begin van pagina 44 staat in de pdf.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
| de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! | |
| Storing Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. |
| Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
Pagina 45
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het alarmsignaal is te horen. Op de temperatuurindicati e Afb. 2/2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven. | Storing – in de diepvriesruimte is het te warm! | Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 9 indrukken. De temperatuurindicatie 2 stopt met knipperen. De temperatuurindicatie 2 geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. |
| Gevaar voor de diepvrieswaren | Aanwijzing Half en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of braden opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. | |
| De deur is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| De verlichting functioneert niet. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. |
Pagina 46
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Gedimde verlichting van de bedieningselementen. | Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet. | Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om. |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. |
Pagina 47
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.
Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
47
Pagina 48
el
ŶπƐƅƆƀƏƆƊƒ ƂƓƖƂƌƆƀƂƒ ƋƂƊ πƑƐƆƊƅƐπƐƊƈƔƊƋžƒ ƕπƐƅƆƀƏƆƊƒ
ŲƑƐƔƐƝ ƉžƓƆƔƆ Ɣƈ ƓƕƓƋƆƕſ ƓƆ ƌƆƊƔƐƕƑƄƀƂ
źƞƖƗƑƧƨƚ ơƚ ζƥƤƧƤƫƓ ƨƞƦ ƤƙƜƘƔƚƦ ƫƥƓƧƜƦ ƟƖƞ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜƦ! ŷƩƨƒƦ ζƚƥƞƒƫƤƩƢ ƧƜơƖƢƨƞƟƒƦ ζƠƜƥƤƪƤƥƔƚƦ ƘƞƖ ƨƜƢ ƚƘƟƖƨƑƧƨƖƧƜ, ƨƜ ƫƥƓƧƜ ƟƖƞ ƨƜ ƧƩƢƨƓƥƜƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ.
ƅ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓƦ ƙƚƢ ƖƢƖƠƖơƗƑƢƚƞ ƟƖơƔƖ ƚƩƝƱƢƜ ƘƞƖ ƨƩƫưƢ ƗƠƑƗƚƦ, ƖƢ ƙƚƢ ζƥƤƧƚƫƝƤƱƢ Ƥƞ ƩζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƟƖƞ ζƥƤƚƞƙƤζƤƞƓƧƚƞƦ ζƤƩ ƙƔƢƤƢƨƖƞ ƧƨƞƦ ƤƙƜƘƔƚƦ ƫƥƓƧƜƦ. ƋƩƠƑƣƨƚ ưƠƖ ƨƖ ƒƘƘƥƖƪƖ ƖƩƨƑ ƘƞƖ ơƚƨƒζƚƞƨƖ ƫƥƓƧƜ ƟƖƞ ƟƑζƤƞƤƢ ƨƩƫưƢ ơƚƨƒζƚƞƨƖ ƫƥƓƧƨƜ.
ŵƆƗƎƊƋſ ƂƓƖŽƌƆƊƂ
Ž ƧƩƧƟƚƩƓ ζƚƥƞƒƫƚƞ Ƨƚ ơƞƟƥƓ ζƤƧưƨƜƨƖ ƨƤ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ R600a, ƨƤ ƤζƤƔƤ ƚƔƢƖƞ ƖƗƠƖƗƒƦ ơƚƢ ƘƞƖ ƨƤ ζƚƥƞƗƑƠƠƤƢ, ƖƠƠƑ ƚƱƪƠƚƟƨƤ. ƀƖƨƑ ƨƜ ơƚƨƖƪƤƥƑ ƟƖƞ ƨƜƢ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ζƥƤƧƒƣƨƚ ƢƖ ơƜƢ ζƑƝƚƞ ƗƠƑƗƜ ƟƖƢƒƢƖƦ ƧƭƠƓƢƖƦ ƨƜƦ ƟƩƟƠƤƪƤƥƔƖƦ ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ (ƥƚƩƧƨƤƱ). ƉƤ ƙƞƖƥƥƒƤƢ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ ơζƤƥƚƔ ƢƖ ƖƩƨƖƢƖƪƠƚƫƨƚƔ Ɠ ƢƖ ƤƙƜƘƓƧƚƞ Ƨƚ ƨƥƖƱơƖƨƖ ƨƭƢ ơƖƨƞƲƢ ƧƖƦ.
ƈƚ ζƚƥƔζƨƭƧƜ ƛƜơƞƑƦ:
- ƖζƤƪƚƱƘƚƨƚ ƨƜƢ ƖƢƤƞƫƨƓ ƪƠưƘƖ Ɠ ζƜƘƒƦ ƖƢƑƪƠƚƣƜƦ,
- ƖƚƥƔƛƚƨƚ ƘƞƖ ơƚƥƞƟƑ ƠƚζƨƑ ƟƖƠƑ ƨƤƢ ƫƲƥƤ,
- Ɲƒƨƚƨƚ ƨƜ ƧƩƧƟƚƩƓ ƚƟƨưƦ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖƦ ƟƖƞ ƨƥƖƗƑƨƚ ƨƤ ƪƞƦ Ɩζư ƨƜƢ ζƥƔƛƖ,
- KƖƠƒƧƨƚ ƨƜƢ ƊζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ƨƭƢ ζƚƠƖƨƲƢ ơƖƦ.
ΌƧƤ ζƚƥƞƧƧưƨƚƥƤ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ ζƚƥƞƒƫƚƞ ơƔƖ ƧƩƧƟƚƩƓ, ƨưƧƤ ơƚƘƖƠƱƨƚƥƤƦ ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƚƔƢƖƞ Ƥ ƫƲƥƤƦ, ơƒƧƖ ƧƨƤƢ ƤζƤƔƤ ƗƥƔƧƟƚƨƖƞ ƖƩƨƓ. ƈƚ ζƤƠƱ ơƞƟƥƤƱƦ ƫƲƥƤƩƦ ƚƔƢƖƞ ƙƩƢƖƨư Ƨƚ ζƚƥƔζƨƭƧƜ ƙƞƖƥƥƤƓƦ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ƢƖ ƧƫƜơƖƨƞƧƨƚƔ ƚƱƪƠƚƟƨƤ ơƔƘơƖ ƖƚƥƔƤƩ-ƖƒƥƖ.
ŷƢƑ 8 g ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƩζƤƠƤƘƞƧƨƚƔ ƨƤƩƠƑƫƞƧƨƤƢ 1 m³ ƫƲƥƤƩ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜƦ. ƉƜƢ ζƤƧưƨƜƨƖ ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƧƖƦ ƝƖ ƨƜƢ ƗƥƚƔƨƚ ƧƨƜƢ ζƞƢƖƟƔƙƖ ƨƱζƤƩ ƧƨƤ ƚƧƭƨƚƥƞƟư ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƧƖƦ.
ŷƢ ζƑƝƚƞ ƛƜơƞƑ ƨƤ ƨƥƤƪƤƙƤƨƞƟư ƟƖƠƲƙƞƤ ƨƜƦ ζƖƥƤƱƧƖƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ, ƖƩƨư ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƖƢƨƞƟƖƨƖƧƨƖƝƚƔ Ɩζư ƨƤƢ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ, ƨƜƢ ƩζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ Ɠ Ɩζư ζƖƥươƤƞƖ ƟƖƨƖƥƨƞƧơƒƢƤ ƑƨƤơƤ. ƅƞ ƚƘƟƖƨƖƧƨƑƧƚƞƦ ƟƖƞ ƚζƞƧƟƚƩƒƦ ζƤƩ ƙƚƢ ƒƘƞƢƖƢ ƧƭƧƨƑ, ơζƤƥƤƱƢ ƢƖ ƖζƤƨƚƠƒƧƤƩƢ ƧƜơƖƢƨƞƟư ƟƔƢƙƩƢƤ ƘƞƖ ƨƤƢ ƫƥƓƧƨƜ.
ƅƞ ƚζƞƧƟƚƩƒƦ ƚζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ƚƟƨƚƠƤƱƢƨƖƞ ơưƢƤƢ Ɩζư ƨƤƢ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ, ƨƜƢ ƩζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ Ɠ ζƖƥươƤƞƖ ƟƖƨƖƥƨƞƧơƒƢƤ ƑƨƤơƤ.
ŻζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ƫƥƜƧƞơƤζƤƞƤƱƢƨƖƞ ơưƢƤƢ ƘƢƓƧƞƖ ƚƣƖƥƨƓơƖƨƖ ƨƤƩ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ. ƂưƢƤ ƘƞƖ ƖƩƨƑ ƨƖ ƚƣƖƥƨƓơƖƨƖ Ƥ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓƦ ƚƘƘƩƑƨƖƞ, ưƨƞ ƖƩƨƑ ζƠƜƥƤƱƢ ƨƞƦ ƖζƖƞƨƓƧƚƞƦ ƖƧƪƖƠƚƔƖƦ.
ŻζƞơƓƟƩƢƧƜ ƨƤƩ ƨƥƤƪƤƙƤƨƞƟƤƱ ƟƖƠƭƙƔƤƩ ƚζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ζƥƤơƜƝƚƩƨƚƔƨƚ ơưƢƤ ơƒƧƭ ƨƜƦ ƩζƜƥƚƧƔƖƦ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
fr Table des matières
Prescriptions-d’hygiène-alimentaire ..... 4
Consignes de sécurité et avertissements .................................... 4
Conseil pour la mise au rebut .............. 6
Étendue des fournitures ........................ 7
Contrôler la température ambiante et l'aération ............................................... 7
Branchement de l’appareil .................... 8
Présentation de l’appareil ...................... 9
Enclenchement de l’appareil ............. 10
Réglage de la température ................ 11
Fonctions spéciales ............................. 11
Fonction alarme ................................... 13
Contenance utile .................................. 13
Le compartiment réfrigérateur ........... 14
Super-réfrigération ............................... 14
Le compartiment congélateur ............ 15
nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. Aanwijzingen over de afvoer .............. Omvang van de levering .................... Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. Apparaat aansluiten ............................ Kennismaking met het apparaat ....... Inschakelen van het apparaat ........... Instellen van de temperatuur ............. Speciale functies .................................. Alarm function ...................................... Netto-inhoud .......................................... De koelruimte ....................................... Super-koelen ......................................... De diepvriesruimte ...............................
Capacité de congélation maximale .. Congélation et rangement ................. Congélation de produits frais ............ Supercongélation ................................. Décongélation des produits .............. Distribution de glaçons et d’eau ....... Equipement ........................................... Arrêt et remisage de l'appareil .......... Si vous dégivrez l'appareil ................. Nettoyage de l’appareil ...................... Éclairage (LED) .................................... Economies d’énergie .......................... Bruits de fonctionnement ................... Remédier soi même aux petites pannes ................................................... Service après-vente .............................
Maximale invriescapaciteit ................. Invriezen en opslaan ........................... Verse levensmiddelen invriezen ....... Supervriezen ......................................... Ontdooien van diepvrieswaren ......... IJs- en waterdispenser ........................ Uitvoering .............................................. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... Ontdooien ............................................. Schoonmaken van het apparaat ...... Verlichting (LED) .................................. Energie besparen ................................ Bedrijfsgeluiden ................................... Kleine storingen zelf verhelpen ......... Servicedienst ........................................
Pagina 3
el ŲƀƎƂƋƂƒ πƆƑƊƆƗƐƍžƎƙƎ
ƊζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƖƧƪƖƠƚƔƖƦ ƟƖƞ ζƥƤƚƞƙƤζƤƞƜƨƞƟƒƦ ƩζƤƙƚƔƣƚƞƦ .............. ƊζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƖζưƧƩƥƧƜƦ ........................ ƈƩƢƤƙƚƱƤƩƢ ƨƜ ƧƩƧƟƚƩƓ ..................... ƆƥƤƧƒƫƚƨƚ ƨƜ ƝƚƥơƤƟƥƖƧƔƖ ƟƖƞ ƨƤƢ ƖƚƥƞƧơư ƨƤƩ ƫƲƥƤƩ ....................... ƈƱƢƙƚƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ....................... ŹƢƭƥƔƧƨƚ ƨƜ ƧƩƧƟƚƩƓ ........................... žƒƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ Ƨƚ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖ .... ƇƱƝơƞƧƜ ƝƚƥơƤƟƥƖƧƔƖƦ ....................... ŻƞƙƞƟƒƦ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƚƦ ............................... ƁƚƞƨƤƩƥƘƔƖ ƧƩƢƖƘƚƥơƤƱ ...................... ƎƪƒƠƞơƤ ζƚƥƞƚƫươƚƢƤ .......................... ƌƲƥƤƦ ƧƩƢƨƓƥƜƧƜƦ .............................. ƊζƚƥƬƱƣƜ ............................................... ƌƲƥƤƦ ƟƖƨƑƬƩƣƜƦ ................................ ƂƒƘ. ƖζưƙƤƧƜ ƟƖƨƑƬƩƣƜƦ .................. ƀƖƨƑƬƩƣƜ ƟƖƞ ƖζƤƝƓƟƚƩƧƜ ................
ƀƖƨƑƬƩƣƜ ƢƭζƲƢ ƨƥƤƪƔơƭƢ ............... ƊζƚƥƟƖƨƑƬƩƣƜ ...................................... ŷζưƬƩƣƜ ƟƖƨƚƬƩƘơƒƢƭƢ ƨƥƤƪƔơƭƢ ... ƁƓƬƜ ζƑƘƤƩ ƟƖƞ ƢƚƥƤƱ ....................... ŻƣƤζƠƞƧơưƦ ............................................ ƈƗƓƧƞơƤ ƟƖƞ ơƖƟƥƤƫƥưƢƞƖ ƝƒƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƚƟƨưƦ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖƦ ...... ŷζưƬƩƣƜ ................................................ ƀƖƝƖƥƞƧơưƦ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ................ ƋƭƨƞƧơưƦ (LED) ................................... ΈƨƧƞ ơζƤƥƚƔƨƚ ƢƖ ƚƣƤƞƟƤƢƤơƓƧƚƨƚ ƚƢƒƥƘƚƞƖ ................................................. žưƥƩƗƤƞ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖƦ ........................... ƆƲƦ ƝƖ ƙƞƤƥƝƲƧƚƨƚ ơưƢƚƦ/-Ƥƞ ƧƖƦ ơƞƟƥƤƗƠƑƗƚƦ .......................................... ƊζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ ..................................................
Pagina's 4–26: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 27
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
nl
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
Pagina 28
nl
- Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of zekering losdraaien resp. uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan.
De flessen en blikjes kunnen springen!
- Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
- Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs,
- om drinkwater te tappen.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Pagina 29
Aanwijzingen over de afvoer
• Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
• Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
nl
ã=Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- 1. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
- Vrijstaand apparaat
- Uitrusting (modelafhankelijk)
- Gebruiksaanwijzing
- Montagevoorschrift
- Klantenserviceboekje
- Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
- Zakje met montagemateriaal
Pagina 30
nl
Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen
| gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. . | |
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.
Pagina 31
ã=Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
nl
Afb. 1
| 1-10 | Bedieningselementen |
|---|---|
| 11 | Lichtschakelaar diepvriesruimte |
| 12 | Toets Aan/Uit |
| 13 | Snelvriesvak |
| 14 | Verlichting (LED) |
| 15 | Lichtschakelaar koelruimte |
| 16 | Uittrekbaar glasplateau |
| 17 | Luchtopening |
| 18 | Legroosters/plateaus in de koelruimte |
| 19 | Flessenrek |
| 20 | Verskoelvak |
| 21 | Inzetbak voor de lade |
| 22 | Groentelade |
| 23 | Be- en ontluchtingsopening |
| 24 | Schroefvoetjes |
| 25 | Voorraadvak in de deur |
| 26 | IJsbereider |
| 27 | IJsblokjesreservoir |
| 28 | Waterdispenser |
| 29 | Blikjeshouder |
| 30 | Voorraadvak in de deur |
| 31 | Flessenhouder |
| 32 | Vak voor grote flessen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| A | Diepvriesruimte |
| B | Koelruimte |
Pagina 32
nl
Bedieningselementen
Afb. 2
- 1 Keuzetoets koel- of diepvriesruimte
Om instellingen voor de koel- of diepvriesruimte te kunnen uitvoeren: keuzetoets indrukken tot het gewenste bereik van de indicatie koel- of diepvriesruimte geactiveerd is.
- 2 Temperatuurindicatie
Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.
- 3 Temperatuurindicatie
Koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
- 4 „setup” toets
Om speciale functies te kiezen.
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
- 5 Indicatie Speciale functies
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
- 6 „super” Toets
Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.
Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.
- 7 Insteltoetsen
Met de toetsen „+” en „–” kunt u de temperatuur van de koel- en vriesruimte instellen.
Bovendien kunnen de speciale functies worden in- en uitgeschakeld.
- 8 Toets „light”
Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.
- 9 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
- 10 Toets „timer”
Met deze functie kunt u een tijdverloop instellen en wordt u door een akoestisch signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de insteltoets 1/12 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 2 knippert „AL”.
Druk de alarmtoets 2/9 in.
Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
- Koelruimte: +4 °C
- Diepvriesruimte: –18 °C
Pagina 33
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
- Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
- Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 3 geactiveerd is.
- 2. Toetsen „+/–” 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
nl
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 2 geactiveerd is.
- 2. Toetsen „+/–” 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
Speciale functies
Afb. 2
„timer”
Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.
In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.
ã=Attentie
Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.
Functie inschakelen
- 1. Toets „timer” 10 indrukken.
- 2. Met de toetsen „+/–” 7 de gewenste tijd instellen.
Functie uitschakelen
Toets timer 10 binnen 3 seconden twee keer indrukken.
Pagina 34
nl
„eco”
Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.
Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:
- Koelruimte: + 6 °C
- Diepvriesruimte: –16 °C
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 7 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
„lock”
Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 7 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
34 „holiday”
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.
De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld.
Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 7 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
Alarm function
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:
Deuralarm
Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Pagina 35
Temperatuur-alarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Op de indicatie 2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.
Na indrukken van de alarmtoets 2/9, toont de vriesruimte-indicatie 2/2 10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst.
Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte 2/2 toont de ingestelde temperatuur.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat,
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
- als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Snelkoelen-alarm
Het snelkoelen-alarm wordt geactiveerd wanneer de functie voor het snel koelen van dranken wordt ingeschakeld met de timer-toets 2/10.
De dranken zijn nu gekoeld.
nl
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de volgende uitrustingsonderdelen worden verwijderd.
Onderdelen eruit halen
- De vakken in de deur kan eruit gehaald worden. Afb. 4
- Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. 5
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.
Attentie bij het inruimen:
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Pagina 36
nl
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- Koudste zone is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak Afb. 1/20
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
- De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.
Super-koelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.:
- Vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
- Om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 3 geactiveerd is.
- 2. Toets „super” 6 indrukken.
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
- voor het opslaan van diepvriesproducten,
- om ijsblokjes te maken,
- om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.
Pagina 37
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het snelvriesvak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
nl
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
- Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
- Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. Lucht eruit drukken.
- 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Pagina 38
nl
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Deze hangt af van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
- Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
- Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
38
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
- 1. Keuzetoets 1 indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 2 geactiveerd is.
- 2. Toets „super” 6 indrukken.
Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
- bij omgevingstemperatuur
- in de koelkast
- in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
- in de magnetron
ã=Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant- en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Verder lezen op pagina 39Inhoud