naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KD56NPI20, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 75 pagina's, 2,7 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 44

Pagina 44

Vanaf de titel; het begin van pagina 44 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over

de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
Storing Eventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)

Pagina 45

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Het alarmsignaal is te horen.
Op de temperatuurindicati
e Afb. 2/2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.
Storing – in de diepvriesruimte is het te warm!Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 9 indrukken. De temperatuurindicatie 2 stopt met knipperen.
De temperatuurindicatie 2 geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Gevaar voor de diepvrieswarenAanwijzing
Half en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of braden opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.
De deur stond te lang open.
De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.
Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)

Pagina 46

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Gedimde verlichting van de bedieningselementen.Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is.
Controleer de zekeringen.
De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)

Pagina 47

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.
Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

47

Pagina 48

el

ŶπƐƅƆƀƏƆƊƒ ƂƓƖƂƌƆƀƂƒ ƋƂƊ πƑƐƆƊƅƐπƐƊƈƔƊƋžƒ ƕπƐƅƆƀƏƆƊƒ

ŲƑƐƔƐƝ ƉžƓƆƔƆ Ɣƈ ƓƕƓƋƆƕſ ƓƆ ƌƆƊƔƐƕƑƄƀƂ

źƞƖƗƑƧƨƚ ơƚ ζƥƤƧƤƫƓ ƨƞƦ ƤƙƜƘƔƚƦ ƫƥƓƧƜƦ ƟƖƞ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜƦ! ŷƩƨƒƦ ζƚƥƞƒƫƤƩƢ ƧƜơƖƢƨƞƟƒƦ ζƠƜƥƤƪƤƥƔƚƦ ƘƞƖ ƨƜƢ ƚƘƟƖƨƑƧƨƖƧƜ, ƨƜ ƫƥƓƧƜ ƟƖƞ ƨƜ ƧƩƢƨƓƥƜƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ.

ƅ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓƦ ƙƚƢ ƖƢƖƠƖơƗƑƢƚƞ ƟƖơƔƖ ƚƩƝƱƢƜ ƘƞƖ ƨƩƫưƢ ƗƠƑƗƚƦ, ƖƢ ƙƚƢ ζƥƤƧƚƫƝƤƱƢ Ƥƞ ƩζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƟƖƞ ζƥƤƚƞƙƤζƤƞƓƧƚƞƦ ζƤƩ ƙƔƢƤƢƨƖƞ ƧƨƞƦ ƤƙƜƘƔƚƦ ƫƥƓƧƜƦ. ƋƩƠƑƣƨƚ ưƠƖ ƨƖ ƒƘƘƥƖƪƖ ƖƩƨƑ ƘƞƖ ơƚƨƒζƚƞƨƖ ƫƥƓƧƜ ƟƖƞ ƟƑζƤƞƤƢ ƨƩƫưƢ ơƚƨƒζƚƞƨƖ ƫƥƓƧƨƜ.

ŵƆƗƎƊƋſ ƂƓƖŽƌƆƊƂ

Ž ƧƩƧƟƚƩƓ ζƚƥƞƒƫƚƞ Ƨƚ ơƞƟƥƓ ζƤƧưƨƜƨƖ ƨƤ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ R600a, ƨƤ ƤζƤƔƤ ƚƔƢƖƞ ƖƗƠƖƗƒƦ ơƚƢ ƘƞƖ ƨƤ ζƚƥƞƗƑƠƠƤƢ, ƖƠƠƑ ƚƱƪƠƚƟƨƤ. ƀƖƨƑ ƨƜ ơƚƨƖƪƤƥƑ ƟƖƞ ƨƜƢ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ζƥƤƧƒƣƨƚ ƢƖ ơƜƢ ζƑƝƚƞ ƗƠƑƗƜ ƟƖƢƒƢƖƦ ƧƭƠƓƢƖƦ ƨƜƦ ƟƩƟƠƤƪƤƥƔƖƦ ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ (ƥƚƩƧƨƤƱ). ƉƤ ƙƞƖƥƥƒƤƢ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ ơζƤƥƚƔ ƢƖ ƖƩƨƖƢƖƪƠƚƫƨƚƔ Ɠ ƢƖ ƤƙƜƘƓƧƚƞ Ƨƚ ƨƥƖƱơƖƨƖ ƨƭƢ ơƖƨƞƲƢ ƧƖƦ.

ƈƚ ζƚƥƔζƨƭƧƜ ƛƜơƞƑƦ:

ΌƧƤ ζƚƥƞƧƧưƨƚƥƤ ƬƩƟƨƞƟư ơƒƧƤ ζƚƥƞƒƫƚƞ ơƔƖ ƧƩƧƟƚƩƓ, ƨưƧƤ ơƚƘƖƠƱƨƚƥƤƦ ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƚƔƢƖƞ Ƥ ƫƲƥƤƦ, ơƒƧƖ ƧƨƤƢ ƤζƤƔƤ ƗƥƔƧƟƚƨƖƞ ƖƩƨƓ. ƈƚ ζƤƠƱ ơƞƟƥƤƱƦ ƫƲƥƤƩƦ ƚƔƢƖƞ ƙƩƢƖƨư Ƨƚ ζƚƥƔζƨƭƧƜ ƙƞƖƥƥƤƓƦ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ƢƖ ƧƫƜơƖƨƞƧƨƚƔ ƚƱƪƠƚƟƨƤ ơƔƘơƖ ƖƚƥƔƤƩ-ƖƒƥƖ.

ŷƢƑ 8 g ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƩζƤƠƤƘƞƧƨƚƔ ƨƤƩƠƑƫƞƧƨƤƢ 1 m³ ƫƲƥƤƩ ƨƤζƤƝƒƨƜƧƜƦ. ƉƜƢ ζƤƧưƨƜƨƖ ƨƤƩ ƬƩƟƨƞƟƤƱ ơƒƧƤƩ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƧƖƦ ƝƖ ƨƜƢ ƗƥƚƔƨƚ ƧƨƜƢ ζƞƢƖƟƔƙƖ ƨƱζƤƩ ƧƨƤ ƚƧƭƨƚƥƞƟư ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƧƖƦ.

ŷƢ ζƑƝƚƞ ƛƜơƞƑ ƨƤ ƨƥƤƪƤƙƤƨƞƟư ƟƖƠƲƙƞƤ ƨƜƦ ζƖƥƤƱƧƖƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ, ƖƩƨư ζƥƒζƚƞ ƢƖ ƖƢƨƞƟƖƨƖƧƨƖƝƚƔ Ɩζư ƨƤƢ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ, ƨƜƢ ƩζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ Ɠ Ɩζư ζƖƥươƤƞƖ ƟƖƨƖƥƨƞƧơƒƢƤ ƑƨƤơƤ. ƅƞ ƚƘƟƖƨƖƧƨƑƧƚƞƦ ƟƖƞ ƚζƞƧƟƚƩƒƦ ζƤƩ ƙƚƢ ƒƘƞƢƖƢ ƧƭƧƨƑ, ơζƤƥƤƱƢ ƢƖ ƖζƤƨƚƠƒƧƤƩƢ ƧƜơƖƢƨƞƟư ƟƔƢƙƩƢƤ ƘƞƖ ƨƤƢ ƫƥƓƧƨƜ.

ƅƞ ƚζƞƧƟƚƩƒƦ ƚζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ƚƟƨƚƠƤƱƢƨƖƞ ơưƢƤƢ Ɩζư ƨƤƢ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ, ƨƜƢ ƩζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ Ɠ ζƖƥươƤƞƖ ƟƖƨƖƥƨƞƧơƒƢƤ ƑƨƤơƤ.

ŻζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ƫƥƜƧƞơƤζƤƞƤƱƢƨƖƞ ơưƢƤƢ ƘƢƓƧƞƖ ƚƣƖƥƨƓơƖƨƖ ƨƤƩ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓ. ƂưƢƤ ƘƞƖ ƖƩƨƑ ƨƖ ƚƣƖƥƨƓơƖƨƖ Ƥ ƟƖƨƖƧƟƚƩƖƧƨƓƦ ƚƘƘƩƑƨƖƞ, ưƨƞ ƖƩƨƑ ζƠƜƥƤƱƢ ƨƞƦ ƖζƖƞƨƓƧƚƞƦ ƖƧƪƖƠƚƔƖƦ.

ŻζƞơƓƟƩƢƧƜ ƨƤƩ ƨƥƤƪƤƙƤƨƞƟƤƱ ƟƖƠƭƙƔƤƩ ƚζƞƨƥƒζƚƨƖƞ ƢƖ ζƥƤơƜƝƚƩƨƚƔƨƚ ơưƢƤ ơƒƧƭ ƨƜƦ ƩζƜƥƚƧƔƖƦ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ.

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

fr Table des matières

Prescriptions-d’hygiène-alimentaire ..... 4

Consignes de sécurité et avertissements .................................... 4

Conseil pour la mise au rebut .............. 6

Étendue des fournitures ........................ 7

Contrôler la température ambiante et l'aération ............................................... 7

Branchement de l’appareil .................... 8

Présentation de l’appareil ...................... 9

Enclenchement de l’appareil ............. 10

Réglage de la température ................ 11

Fonctions spéciales ............................. 11

Fonction alarme ................................... 13

Contenance utile .................................. 13

Le compartiment réfrigérateur ........... 14

Super-réfrigération ............................... 14

Le compartiment congélateur ............ 15

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. Aanwijzingen over de afvoer .............. Omvang van de levering .................... Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. Apparaat aansluiten ............................ Kennismaking met het apparaat ....... Inschakelen van het apparaat ........... Instellen van de temperatuur ............. Speciale functies .................................. Alarm function ...................................... Netto-inhoud .......................................... De koelruimte ....................................... Super-koelen ......................................... De diepvriesruimte ...............................

Capacité de congélation maximale .. Congélation et rangement ................. Congélation de produits frais ............ Supercongélation ................................. Décongélation des produits .............. Distribution de glaçons et d’eau ....... Equipement ........................................... Arrêt et remisage de l'appareil .......... Si vous dégivrez l'appareil ................. Nettoyage de l’appareil ...................... Éclairage (LED) .................................... Economies d’énergie .......................... Bruits de fonctionnement ................... Remédier soi même aux petites pannes ................................................... Service après-vente .............................

Maximale invriescapaciteit ................. Invriezen en opslaan ........................... Verse levensmiddelen invriezen ....... Supervriezen ......................................... Ontdooien van diepvrieswaren ......... IJs- en waterdispenser ........................ Uitvoering .............................................. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... Ontdooien ............................................. Schoonmaken van het apparaat ...... Verlichting (LED) .................................. Energie besparen ................................ Bedrijfsgeluiden ................................... Kleine storingen zelf verhelpen ......... Servicedienst ........................................

Pagina 3

el ŲƀƎƂƋƂƒ πƆƑƊƆƗƐƍžƎƙƎ

ƊζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƖƧƪƖƠƚƔƖƦ ƟƖƞ ζƥƤƚƞƙƤζƤƞƜƨƞƟƒƦ ƩζƤƙƚƔƣƚƞƦ .............. ƊζƤƙƚƔƣƚƞƦ ƖζưƧƩƥƧƜƦ ........................ ƈƩƢƤƙƚƱƤƩƢ ƨƜ ƧƩƧƟƚƩƓ ..................... ƆƥƤƧƒƫƚƨƚ ƨƜ ƝƚƥơƤƟƥƖƧƔƖ ƟƖƞ ƨƤƢ ƖƚƥƞƧơư ƨƤƩ ƫƲƥƤƩ ....................... ƈƱƢƙƚƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ....................... ŹƢƭƥƔƧƨƚ ƨƜ ƧƩƧƟƚƩƓ ........................... žƒƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ Ƨƚ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖ .... ƇƱƝơƞƧƜ ƝƚƥơƤƟƥƖƧƔƖƦ ....................... ŻƞƙƞƟƒƦ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƚƦ ............................... ƁƚƞƨƤƩƥƘƔƖ ƧƩƢƖƘƚƥơƤƱ ...................... ƎƪƒƠƞơƤ ζƚƥƞƚƫươƚƢƤ .......................... ƌƲƥƤƦ ƧƩƢƨƓƥƜƧƜƦ .............................. ƊζƚƥƬƱƣƜ ............................................... ƌƲƥƤƦ ƟƖƨƑƬƩƣƜƦ ................................ ƂƒƘ. ƖζưƙƤƧƜ ƟƖƨƑƬƩƣƜƦ .................. ƀƖƨƑƬƩƣƜ ƟƖƞ ƖζƤƝƓƟƚƩƧƜ ................

ƀƖƨƑƬƩƣƜ ƢƭζƲƢ ƨƥƤƪƔơƭƢ ............... ƊζƚƥƟƖƨƑƬƩƣƜ ...................................... ŷζưƬƩƣƜ ƟƖƨƚƬƩƘơƒƢƭƢ ƨƥƤƪƔơƭƢ ... ƁƓƬƜ ζƑƘƤƩ ƟƖƞ ƢƚƥƤƱ ....................... ŻƣƤζƠƞƧơưƦ ............................................ ƈƗƓƧƞơƤ ƟƖƞ ơƖƟƥƤƫƥưƢƞƖ ƝƒƧƜ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ƚƟƨưƦ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖƦ ...... ŷζưƬƩƣƜ ................................................ ƀƖƝƖƥƞƧơưƦ ƨƜƦ ƧƩƧƟƚƩƓƦ ................ ƋƭƨƞƧơưƦ (LED) ................................... ΈƨƧƞ ơζƤƥƚƔƨƚ ƢƖ ƚƣƤƞƟƤƢƤơƓƧƚƨƚ ƚƢƒƥƘƚƞƖ ................................................. žưƥƩƗƤƞ ƠƚƞƨƤƩƥƘƔƖƦ ........................... ƆƲƦ ƝƖ ƙƞƤƥƝƲƧƚƨƚ ơưƢƚƦ/-Ƥƞ ƧƖƦ ơƞƟƥƤƗƠƑƗƚƦ .......................................... ƊζƜƥƚƧƔƖ ƨƚƫƢƞƟƓƦ ƚƣƩζƜƥƒƨƜƧƜƦ ζƚƠƖƨƲƢ ..................................................

Pagina's 4–26: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 27

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging

nl

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

Pagina 28

nl

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

De flessen en blikjes kunnen springen!

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Pagina 29

Aanwijzingen over de afvoer

• Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

• Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

nl

ã=Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Pagina 30

nl

Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen

gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .
KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb. 3

De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.

De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Pagina 31

ã=Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

nl

Afb. 1

1-10Bedieningselementen
11Lichtschakelaar diepvriesruimte
12Toets Aan/Uit
13Snelvriesvak
14Verlichting (LED)
15Lichtschakelaar koelruimte
16Uittrekbaar glasplateau
17Luchtopening
18Legroosters/plateaus in de koelruimte
19Flessenrek
20Verskoelvak
21Inzetbak voor de lade
22Groentelade
23Be- en ontluchtingsopening
24Schroefvoetjes
25Voorraadvak in de deur
26IJsbereider
27IJsblokjesreservoir
28Waterdispenser
29Blikjeshouder
30Voorraadvak in de deur
31Flessenhouder
32Vak voor grote flessen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

ADiepvriesruimte
BKoelruimte

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina 32

nl

Bedieningselementen

Afb. 2

Om instellingen voor de koel- of diepvriesruimte te kunnen uitvoeren: keuzetoets indrukken tot het gewenste bereik van de indicatie koel- of diepvriesruimte geactiveerd is.

Diepvriesruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.

Koelruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.

Om speciale functies te kiezen.

Zie hoofdstuk „Speciale functies”.

Zie hoofdstuk „Speciale functies”.

Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.

Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.

Met de toetsen „+” en „–” kunt u de temperatuur van de koel- en vriesruimte instellen.

Bovendien kunnen de speciale functies worden in- en uitgeschakeld.

Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Met deze functie kunt u een tijdverloop instellen en wordt u door een akoestisch signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale functies”.

Inschakelen van het apparaat

Het apparaat met de insteltoets 1/12 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 2 knippert „AL”.

Druk de alarmtoets 2/9 in.

Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.

De fabriek adviseert de volgende temperaturen:

Pagina 33

Aanwijzingen bij het gebruik

Instellen van de temperatuur

Afb. 2

Koelruimte

De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.

Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.

nl

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Speciale functies

Afb. 2

„timer”

Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.

In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.

ã=Attentie

Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.

Functie inschakelen

Functie uitschakelen

Toets timer 10 binnen 3 seconden twee keer indrukken.

Pagina 34

nl

„eco”

Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.

Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

„lock”

Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

34 „holiday”

Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.

De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld.

Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „–” 7 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

Alarm function

In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:

Deuralarm

Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Pagina 35

Temperatuur-alarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Op de indicatie 2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.

Na indrukken van de alarmtoets 2/9, toont de vriesruimte-indicatie 2/2 10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst.

Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte 2/2 toont de ingestelde temperatuur.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Snelkoelen-alarm

Het snelkoelen-alarm wordt geactiveerd wanneer de functie voor het snel koelen van dranken wordt ingeschakeld met de timer-toets 2/10.

De dranken zijn nu gekoeld.

nl

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de volgende uitrustingsonderdelen worden verwijderd.

Onderdelen eruit halen

De koelruimte

De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.

Attentie bij het inruimen:

De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Pagina 36

nl

Let op de koudezones in de koelruimte!

Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:

Aanwijzing

In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.

Aanwijzing

In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.

Super-koelen

Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.

Het superkoelsysteem inschakelen bijv.:

In- en uitschakelen

Afb. 2

Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Pagina 37

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Grote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het snelvriesvak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

nl

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Pagina 38

nl

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

Deze hangt af van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

38

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

ã=Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant- en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Verder lezen op pagina 39Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast