naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG32U123GB, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 8 pagina's in het Nederlands · pdf: 75 pagina's, 0,9 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 43

Pagina 43

Vanaf de titel; het begin van pagina 43 staat in de pdf.

74 Kleine storingen zelf verhelpen

Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.

Als de indicatie (afb. 2/5-8) niet brandt: controleer of er stroom is, of de stekker goed in het stopcontact zit en of het apparaat is ingeschakeld.

Indien tijdens de ingebruikneming de indicatie afb. 2/5 "E1" (knipperend) weergeeft:

De temperatuur in de koelruimte is zeer hoog. Enkele minuten na de ingebruikneming van het apparaat wordt de actuele koelruimtetemperatuur weergegeven.

Indien tijdens de ingebruikneming de indicatie afb. 2/8 "E2" (knipperend) weergeeft:

De temperatuur in de vriesruimte is zeer hoog. Enkele minuten na de ingebruikneming van het apparaat wordt de actuele vriesruimtetemperatuur weergegeven.

Als de verlichting in de koelruimte niet functioneert:

  • De gloeilamp is defect. Stekker uit het stopcontact trekken, afscherming (afb. D/A) verwijderen en de gloeilamp vervangen door een gloeilamp van hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting E14).
  • De lichtschakelaar zit klem (afb. D/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice.

Pagina 44

nl

Kleine storingen zelf verhelpen

Als de indicatie (afb. 2/8) knippert maar het akoestische waarschuwingssignaal niet afgaat, dan was het door het uitvallen van de stroom of door een storing in de diepvriesruimte te warm.

Door op de “alarm” -toets te drukken, wordt op indicatie 8 (niet knipperend) de warmste temperatuur weergegeven die in de vriesruimte heeft geheerst. Daarna wordt deze waarde gewist. Daarna geeft indicatie 8 de actuele vriesruimtetemperatuur weer zonder te knipperen.

Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren gecontroleerd worden.

Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd zijn de diepvrieswaren door koken of braden tot een kant en klaar gerecht verwerken en opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Indien na lang gebruik de indicatie afb. 2/8 knippert en het waarschuwingssignaal klinkt: Storing, het is te warm in de vriesruimte! De indicatie geeft de warmste vriesruimtetemperatuur aan. Om het waarschuwingssignaal uit te schakelen, de "alarm" -toets indrukken. Dan wordt de warmste temperatuur weergegeven die werd bereikt.

Eventuele oorzaken van de storing:

Na het verhelpen van de storing de "alarm" -toets indrukken; de indicatie knippert niet meer als in de diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weer is bereikt.

Als de deur van de diepvriesruimte te lang open stond en de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte niet meer bereikt wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de verdamper afgezet dat het volautomatische ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op een koele plaats leggen.

Het apparaat uitschakelen en de deur van de diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvrieswaren erin leggen.

Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in.

Om koudeverlies te vermijden de deuren niet onnodig openen.

Voer zelf geen apparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de electrische onderdelen.

Servicedienst

Typeplaatje

Afb. G

Als u de hulp van de Servicedienst inroept, geef dan het E-nummer en het FD-nummer op.

U vindt deze nummers in het zwart omlijnde gedeelte van het typeplaatje links onderaan in de koelruimte naast de groentelade.

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen.

75

Pagina's 1–36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 37

nl

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn niet per definitie waardeloos! Door een milieuvriendelijke afvoer van uw oude apparaat kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt worden.

Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.

Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

Koel- en diepvriesapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegassen die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Let erop dat de leidingen tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Uw nieuwe apparaat werd tijdens het transport naar u door de verpakking beschermd. Voor de verpakking wordt gebruik gemaakt van materialen die het milieu kan verdragen en die geschikt zijn voor hergebruik. Help daarom mee en zorg ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie.

U kunt bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Veiligheidsvoorschriften

Lees voordat u het nieuwe apparaat in gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over installatie, gebruik en onderhoud van het apparaat.

62

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de volgende aanwijzingen niet in acht worden genomen:

l Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd apparaat niet in gebruik nemen. In twijfelgevallen eerst contact opnemen met uw leverancier.

l Het apparaat uitsluitend volgens het bijgesloten installatievoorschrift plaatsen en aansluiten. De elektrische aansluitvoorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.

l Bij het schoonmaken nooit een stoomapparaat gebruiken. De stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een electrische schok veroorzaken.

l De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen dan gegarandeerd als het aardingssysteem van de huisinstallatie volgens de geldende elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd.

l In geval van een storing, bij onderhoudswerkzaamheden en vóór het schoonmaken de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering in de meterkast uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.

l Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakkundige monteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan.

l Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijfgassen (zoals spuitbussen met slagroom en andere spuitbussen) en explosieve stoffen in het apparaat opslaan – gevaar voor explosie!

Pagina 38

nl

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften

l Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen!

l De be- en ontluchtingsopeningen mogen nooit afgedekt worden.

l Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.

l Kinderen niet met het apparaat laten spelen.

l Als u een apparaat met een slot hebt, bewaar de sleutel dan buiten het bereik van kinderen.

l IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur).

l Diepvrieswaren nooit met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen.

Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R 600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd worden. Bij eventuele beschadigingen open vuur of andere ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte waarin het apparaat is opgesteld, een paar minuten luchten.

Waarschuwing: om het ontdooiproces te versnellen geen andere mechanische toestellen of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen.

Bepalingen

Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en om

ijsblokjes te maken.

Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd.

Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen.

Het apparaat voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20).

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Let op de omgevingstemperatuur

Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het typeplaatje) kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden: (het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat. Afb. G)

KlimaatklasseOmgevingstemperatuur van ... tot
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+18 °C tot 38 °C
T+18 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

Als de omgevingstemperatuur lager is, dan wordt het in de koelruimte te koud; als de omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt het in de diepvriesruimte te warm.

Als de temperatuur in de ruimte waar het apparaat staat opgesteld, lager is dan de ingestelde temperatuur in de koelruimte, dan wordt het in de koelruimte net zo koud als de omgevingstemperatuur.

Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °C kan dit tot storingen bij het volautomatische ontdooien van de koelruimte leiden.

Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier.

63 nl

Plaatsing van het apparaat

De juiste plaats

Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:

naast een elektrisch fornuis 3 cm naast een CV-installatie 30 cm

Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condensatiewater te vermijden.

Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Eventuele oneffenheden in de vloer d.m.v. de schroefvoetjes aan de voorkant opheffen (afb. H).

Twee rollen aan de achterkant maken het gemakkelijker om het apparaat in een nis te schuiven.

Verwisselen van de deurophanging

Ga te werk in de volgorde van de cijfers (afb. F).

Elektrische aansluiting

Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact, met een zekering van 10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aansluiten.

Bij apparaten voor niet Europese landen op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat (afb. G).

Een eventueel noodzakelijke vervanging van de stroomkabel mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van de fabrikant.

64

Waarschuwing! Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische „energiebesparende stekkers” (bijv. Sava Plug) of omvormers die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. installaties voor zonneënergie of netwerken voor schepen).

Ventilatie

Afb. 3

De aan de achterwand van het apparaat vrijkomende warme lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt.

Na het transport ...

Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staan voordat het voor het eerst wordt ingeschakeld.

Pagina 39

nl

Kennismaking met het apparaat

Bedieningspaneel

(kort overzicht)

Afb. 2

1 -toets hoofdschakelaar aan/uit

2 -toets koelruimte AAN/UIT-schakelaar voor de koelruimte

A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen.

Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten.

Overzicht

Afb. 1

1-12Bedieningspaneel
13Koelventilator
14Binnenverlichting
15Glasplateau
16Lade voor joghurtbekers
17Flessenrek
18Dooiwatergootje
19Afvoergaatje
20Groentelade
21Legplateau voor blikjes, tubes
22Boter- en kaasvak
23Eierrekje
24Flessenhouder
25Flessenvak
26Diepvriesvak
27Diepvrieskalender
*28Vriestableau
*29Separator
*30Legplateau
AKoelruimte
BVriesruimte

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

* niet bij alle modellen

3 Toets "super" voor de koelruimte voor maximale koelcapaciteit.

4 Insteltoets voor de temperatuur in de koelruimte kouder, warmer

5 Indicatie voor

6 Indicatie "super" voor de koelruimte

7 Indicatie "super voor de diepvriesruimte

8 Indicatie voor

9 Indicatie "alarm"

10 Insteltoets voor de temperatuur in de diepvriesruimte kouder, warmer

11 Toets "super" voor de diepvriesruimte voor maximale vriescapaciteit

12 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)

65 nl

Kennismaking met het apparaat

Functie van de schakel- en controle-elementen

Afb. 2

1 -toets

Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in en uit te schakelen.

2 -toets koelruimte

Om de koelruimte in en uit te schakelen. (De koelruimte kan alleen in gebruik worden genomen als hoofdschakelaar 1 eerst is ingeschakeld).

3 Toets "super" voor de koelruimte

Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen. Als indicatie 6 brandt, wordt aangegeven dat het superkoelsysteem is ingeschakeld. Na het inschakelen wordt de koelruimte gedurende 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Daarna wordt automatisch omgeschakeld naar de oorspronkelijk ingestelde temperatuur.

Het superkoelsysteem gebruiken:

- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen

- om dranken snel te koelen

4 Insteltoets voor de temperatuur in de koelruimte

(De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van +2 ⁰C tot +11 ⁰C).

Toets " /⁰C" indrukken.

De insteltemperatuur wordt gedurende 5 seconden op indicatie 5 aangegeven.

De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van +11 ⁰C tot +2 ⁰C aangegeven. Na +2 ⁰C verschijnt weer +11 ⁰C).

5 Indicatie voor de temperatuur in de koelruimte

Werkt alleen als hoofdschakelaar 2 voor de koelruimte is ingeschakeld en geeft twee functies aan:

Zonder een toets in te drukken wordt de momenteel heersende temperatuur in de koelruimte aangegeven.

66

Na het indrukken van insteltoets 4 wordt de insteltemperatuur gedurende vijf seconden aangegeven. Daarna verschijnt weer de "actuele" temperatuur in de koelruimte.

6 Indicatie "super" (koelen)

Brandt alleen als het superkoelsysteem is ingeschakeld.

7 Indicatie "super" (vriezen)

Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.

8 Indicatie voor de temperatuur in de diepvriesruimte

(geeft 3 verschillende temperaturen aan)

Zonder een toets in te drukken wordt de momenteel heersende temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven.

Na het indrukken van insteltoets 10 wordt de insteltemperatuur gedurende vijf seconden aangegeven. Daarna verschijnt weer de "actuele" temperatuur in de diepvriesruimte.

Als indicatie 8 knippert, dan is het door het uitvallen van de stroom of door een storing te warm geweest in de diepvriesruimte.

Na het indrukken van de toets wordt op indicatie 8 gedurende vijf seconden de "warmste temperatuur" aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Daarna wordt deze waarde gewist - indicatie 8 geeft dan zonder te knipperen de "actuele temperatuur in de diepvriesruimte" aan.

9 Indicatie "alarm" brandt terwijl tegelijkertijd een alarmsignaal te horen is, als het in de diepvriesruimte te warm is.

De indicatie gaat uit als in de diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur is bereikt.

Pagina 40

Kennismaking met het apparaat

10 Insteltoets voor de temperatuur in de diepvriesruimte

/°C -toets 10 indrukken. De insteltemperatuur wordt gedurende 5 seconden op indicatie 8 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van -16 ⁰C tot - 26 ⁰C aangegeven. Na -26 ⁰C verschijnt weer -16 ⁰C).

11 "super"-toets

Dient voor het in- en uitschakelen van de supervriesstand. Indicatie 7 "super" geeft aan dat deze stand is ingeschakeld.

De supervriesstand dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en kan maximaal 24 uur voordat de verse levensmiddelen worden toegevoegd, worden ingeschakeld.

De vriesmachine werkt na inschakeling continu, de vriesruimte bereikt een zeer lage temperatuur.

12 “alarm” -toets

Dient voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal.

Het waarschuwingssignaal wordt geactiveerd wanneer het te warm is in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen (tegelijkertijd knippert indicatie 9).

Ook als de diepvriesproducten geen gevaar lopen, kan het waarschuwingssignaal klinken

Na uitschakeling van het waarschuwingssignaal wordt de "akoestische waarschuwing" automatisch weer operationeel zodra de vriesruimte

nl

Inschakelen en temperatuurkeuze

Afb. 2

l Stekker in het stopcontact steken.

l Bij het indrukken van de toetsen klinkt een bevestigingssignaal.

l Hoofdschakelaar 1 indrukken

Het alarmsinaal is te horen, indicatie "alarm" 9 en indicatie "temperatuur in de koelruimte" 5 branden. De indicatie "temperatuur in de diepvriesruimte" 8 knippert.

l -toets 12 indrukken

Het alarmsignaal gaat uit. Indicatie 8 houdt op met knipperen. Hiermee is het apparaat weer in werking.

l l

Instellen van de temperatuur in de diepvriesruimte

Insteltoets 10 een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van -16 ⁰C tot -26 ⁰C aangegeven. Na -26 ⁰C verschijnt weer -16 ⁰C).

Wij adviseren een instelling op -18 ⁰C.

Instellen van de temperatuur in de koelruimte

Insteltoets 4 een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van +11 ⁰C tot +2 ⁰C aangegeven. Na +2 ⁰C verschijnt weer +11 ⁰C).

Wij adviseren een instelling op +4 ⁰C.

Ook na een correctie van de temperatuurinstelling verandert de temperatuur in de koelruimte pas na geruime.

67 nl

Inschakelen en temperatuurkeuze

Attentie:

l De temperatuur in de koelruimte kan schommelen

l Als er bij de ingebruikneming van het apparaat geen temperatuur wordt weergegeven, is het nog te warm in de koel- of vriesruimte.

l De voorzijde van het apparaat wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condensatiewater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.

l Als de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet onmiddellijk weer geopend kan worden: twee tot drie minuten wachten tot de ontstane onderdruk is opgeheven.

l Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de rijp niet af te schrapen of de dooiwaterdruppels af te wissen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje (afb. A/B) naar de koelmachine, waar het verdampt.

l De temperatuurindicatie van het koelresp. vriesvak verandert – afhankelijk van de belading – relatief langzaam, ongeveer overeenkomstig de temperatuur van de koel- of diepvrieswaren. De temperatuurindicatie verandert niet, ook niet als de deur van het koel- of vriesvak een paar minuten open staat.

68 Uitschakelen en buiten werking stellen van het apparaat

Uitschakelen van het apparaat

Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van de koelruimte

Als alleen de koelruimte wordt uitgeschakeld: EIN/AUT-schakelaar voor de koelruimte (afb. 2/2) net zo lang indrukken tot de indicatie (afb. 2/5) uitgaat.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als het apparaat langere tijd niet gebruikt wordt:

hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken, apparaat schoonmaken en de deuren openlaten.

Attentie

Als u de koelruimte wilt schoonmaken en de verlichting wilt uitschakelen: de hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken.

Pagina 41

Levensmiddelen inruimen

Ventilator in de koelruimte

Afb 1/13

De ventilator in de bovenwand van de koelruimte verhoogt de snelheid waarmee de lucht circuleert.

Het resultaat:

l Een gelijkmatige verdeling van de temperatuur in de hele koelruimte

l Nadat de deur geopend werd, wordt de oorspronkelijke temperatuur snel weer bereikt

l Na het veranderen van de instelling van de temperatuur wordt de nieuwe temperatuur snel bereikt

l Verse levensmiddelen kunnen door de lage luchtvochtigheid langer bewaard worden

Attentie bij het inruimen

l Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen.

lDe levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, smaak, kleur en vochtigheid behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levensmiddelen naar elkaar gaan smaken.
Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen worden opgeslagen.
lZorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden).
lGeen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed gesloten bewaren.
– Gevaar voor explosie!
lFlessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen, niet in de diepvriesruimte bewaren. De flessen springen!

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)

* niet bij alle modellen

nl nl

Invriezen en opslaan

Een voorbeeld van het inruimen

afb. 1

Koelruimte (A)

Op de schappen (15) van boven naar beneden bakwaren, toebereide gerechten, zuivelproducten.

In de lade (16) kaas, worst, yoghurt.

In de groentebak (20) groente, fruit, salade. In het vakje (21) kleine flessen, blikken. In het vak (22) boter en kaas.

In het flessenvak (25) grote flessen.

Vriesruimte (B)

In de bovenste diepvriesbakken (26) diepvriesgerechten bewaren.

* Op het diepvriestableau (28) kleine diepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden.

Indeling van het interieur

De legroosters/plateaus in de koelruimte kunnen – ook als de deur 90° openstaat – worden verplaatst: legrooster/plateau naar voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen en op de gewenste plaats opnieuw erin zetten (afb. 4).

* Flessenrek

In de holten kunnen de flessen veilig worden neergelegd en opgestapeld (afb. 5, 6). Dekleine lade kan eruit genomen worden om levensmiddelen in- en uit te laden. De houder van de lade voor joghurtbekers kan op het legplateau naar links of naar rechts verschoven worden (afb. 9).

De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen omhoog geklapt worden waardoor er plaats is voor tubes, blikjes etc.

Met de flessehouder wordt voorkomen dat de flessen omvallen bij het openen en sluiten van de deur (afb. 0/A).

Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deur kunnen eruit gehaald worden om schoon te maken: bakje of rekje ietsje optillen en eruit halen (afb. 8/A).

* Het voorraadbakje voor kleine spulletjes (afb. E) dient voor het bewaren van kleine voorwerpen zoals flesjes, medicijnen enz. Het bevindt zich in het voorraadvak in de deur en kan naar links of naar rechts verschoven worden. Om het voorraadbakje voor kleine spulletjes eruit te halen: het bakje naar boven trekken.

69 Attentie bij het inkopen van diepvriesprodukten

l Let erop dat de verpakking niet beschadigd is.

l De op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatum mag niet verstreken zijn.

l In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist –18 °C of kouder zijn.

l Koop de diepvriesprodukten op het allerlaatste moment.

Breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de diepvriesruimte.

Levensmiddelen zelf invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als u zelf gaat invriezen.

Geschikt om in te vriezen: vlees en worst, gevogelte en wild, vis, groente, kruiden, fruit, brood en gebak, pizza, kant en klare gerechten, kliekjes, eierdooiers en eiwit.

Niet geschikt om in te vriezen: eieren met schaal, zure room en mayonaise, sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien.

Blancheren van groente en fruit: groente en fruit moeten vóór het invriezen geblancheerd worden om te voorkomen dat kleur, smaak, aroma en vitamine „C” verloren gaan.

(Blancheren betekent dat de groente of het fruit kort in kokend water wordt gedompeld. In de boekhandel zijn boeken over invriezen verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt beschreven.).

Verpakken van levensmiddelen

De levensmiddelen in voor uw huishouden geschikte porties verdelen.

Groente en fruit in porties niet zwaarder dan

70

1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijn sneller helemaal bevroren. Zo blijft de kwaliteit bij het ontdooien en bereiden het beste behouden.

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een goede sluiting voorzien.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Vermeld op de pakjes inhoud en datum voordat u ze in de diepvriesruimte legt.

Invriescapaciteit

De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. Alleen zo blijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat niet overschreden worden.

De volgende hoeveelheden levensmiddelen kunnen binnen 24 uur worden ingevroren in de bovenste diepvriesbak bij 60 cm brede aparaten max. 12 kg.

Zorg dat de verse levensmiddelen niet in aanraking komen met al ingevroren levensmiddelen.

Warme spijzen en dranken, voordat u ze in de diepvriesruimte opslaat, op kamertemperatuur laten afkoelen.

Pagina 42

Invriezen en opslaan

Super-Cooling

Voordat u inkopen gaat doen moet u 3 – 4 uur tevoren of op zijn laatst bij het inladen van verse levensmiddelen het "supercooling"-systeem inschakelen. Om het "super-cooling"-systeem in te schakelen: toets ⁰C (afb. 2/3) langere tijd of net zo vaak indrukken tot het lampje "super-cooling" (afb. 2/6) brandt. Bij super-cooling wordt de koelruimte 6 uur lang ingesteld op een lagere temperatuur. Daarna wordt er automatisch omgeschakeld naar de temperatuur die voor de super-cooling was ingesteld.

Supervriezen

Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld.

Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevoren voldoende. Wilt u de max. invriescapaciteit benutten, dan moet u het supervriessysteem 24 uur van tevoren inschakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem: de supervriestoets (afb. 2/11) indrukken.

De indicatie "super" geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Na inschakeling bereikt de vriesruimte een zeer lage temperatuur. Ca. 53 uur na het inschakelen wordt de supervriesstand automatisch uitgeschakeld.

nl nl

Invriezen en opslaan

Diepvrieskalender

Afb. C/27

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de diepvrieswaren afneemt, is het van belang dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven de toelaatbare bewaartijd van de desbetreffende levensmiddelen in maanden aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesprodukten moet u altijd letten op de verpakkingsdatum of op de houdbaarheidsdatum.

* Vriestableau

Afb. 7

Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes bewaren en bessen, klein gesneden fruit, kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen de levensmiddelen op het vriestableau gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur door en door laten bevriezen.

Hierna overdoen in diepvrieszakjes of diepvriesdozen.

Om te ontdooien de levensmiddelen weer naast elkaar neerleggen.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met of zonder heteluchtverwarming, in de magnetronoven.

Geheel of gedeeltelijk ontdooide diepvriesgerechten kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan één dag en andere diepvriesgerechten niet langer dan drie dagen zijn bewaard op een temperatuur lager dan +3 °C.

In andere gevallen de levensmiddelen – als ten minste geur, smaak en kleur niet veranderd zijn – koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen.

De max. bewaartijd van de levensmiddelen wordt hierdoor bekort.

IJsblokjes maken

Het ijsbakje voor ³/4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.

Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de ijsblokjes gemakkelijker los (Afb. B).

Schoonmaken

Het apparaat liefst twee keer per jaar schoonmaken.

Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.

Geen stoom- of hogedrukapparaten gebruiken. Door de hete stoom kunnen de oppervlakte en de electrische onderdelen beschadigd worden – kans op een electrische schok!

Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur of de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje mild, licht desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. handafwasmiddel) worden schoongemaakt. Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand, schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geen chemische oplosmiddelen gebruiken.

De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven.

Indien mogelijk om de twee jaar ook de warmtewisselaar (zwart rooster) aan de achterkant van het apparaat met een kwast of met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoor blijft het apparaat optimaal presteren waardoor u energie bespaart.

Dooiwatergootje (afb. A/B) en afvoergaatje (afb. A/A) in de koelruimte regelmatig schoonmaken zodat het dooiwater ongehinderd kan weglopen.

Levensmiddelen opslaan

Let er altijd op dat alle diepvriesladen helemaal tot de aanslag in de diepvriesruimte zijn geschoven.

Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat.

* niet bij alle modellen

Pagina 43: zie Storingen hierboven.

Pagina 44: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast