naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KA90GAI20, tekst van de handleiding

Pagina's 113–127 van 139 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 128 →

Pagina's 1–112: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 113

nl

nlInhoudsopgave

Veiligheids- en waarschuwingsinstructies

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiks- en installatiehandleiding zorgvuldig door! U vindt hierin belangrijke informatie over het opstellen, het gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruikersaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar alle documenten voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelmiddelcircuit tijdens het transport of de installatie niet beschadigd raken. Koelmiddel dat uit het apparaat spuit kan vlam vatten en oogletsel tot gevolg hebben.

In geval van beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het zich bevindt. In te kleine ruimtes kan bij een lekkage een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m³ groot zijn. Op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat staat hoeveel koelmiddel het bevat.

Wanneer de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, dient deze door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is te worden vervangen. Indien de installatie of reparaties op ondeskundige wijze worden uitgevoerd, houdt dit een aanzienlijk risico in voor de gebruiker.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is.

Er mogen uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant worden gebruikt. Alleen voor deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze voldoen aan de veiligheidsbepalingen.

Een verlengstuk van de aansluitkabel mag uitsluitend via de servicedienst worden betrokken.

Bij gebruik

Gevaar voor lichamelijk letsel!

Gevaar voor lichamelijk letsel!

Voorkomen van gevaren voor kinderen en risicopersonen

Risicopersonen zijn:

Maatregelen:

Pagina 114

nl

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op

hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau..

Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik in privéhuishoudingen en binnen de huiselijke omgeving.

Het apparaat is radio-ontstoord conform EU‐Richtlijn 2004/108/EG.

Het koelcircuit is op lekdichtheid gecontroleerd.

Dit product voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Instructies betreffende het afvoeren

Verpakking afvoeren

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en herbruikbaar. Draag bij aan het behoud van het milieu door de verpakking op een milieuvriendelijke manier af te voeren.

Vraag bij uw vakhandelaar of gemeente informatie over actuele afvoermethoden.

Oud apparaat afvoeren

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is overeenkomstig de Europese Richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gemarkeerd.

De richtlijn bepaalt het kader voor terugname en verwerking van oude apparaten in de EU.

m Waarschuwing

Bij versleten apparaten:

Koelapparaten bevatten koelmiddelen en in de isolatie bevinden zich gassen. Koelmiddelen en gassen moeten correct worden afgevoerd. De leidingen van het koelmiddelcircuit mogen voordat ze op de juiste wijze zijn afgevoerd niet beschadigd raken.

Leveringsomvang

Controleer alle onderdelen na het uitpakken op eventuele transportschade.

Neem in geval van klachten contact op met de winkel waar u het apparaat heeft gekocht of met onze servicedienst.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Apparaat plaatsen

Transport

Het apparaat is zwaar en moet bij het transport en de installatie worden geborgd.

Vanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade eraan te minimaliseren, zijn er minimaal twee personen nodig om het op te stellen.

De rollen zijn uitsluitend voor de installatie bedoeld. Het apparaat niet m.b.v. de rollen transporteren.

Het apparaat mag niet met de rollen op ongelijke of zachte ondergronden verplaatst worden.

Opstellingsplaats

Voor het opstellen van het apparaat is een droge, ventileerbare ruimte geschikt. De opstelplaats mag niet zijn blootgesteld aan direct zonlicht of zich direct in de buurt van een warmtebron zoals een fornuis, kachel, enz bevinden. Wanneer het noodzakelijkerwijs naast een warmtebron wordt geplaatst, dient een geschikte isolatieplaat te worden gebruikt of moeten de volgende minimale afstanden tot de warmtebron worden aangehouden:

Pagina 115

nl

Ondergrond

De bodem op de opstellocatie mag niet meegeven. Indien nodig de bodem versterken.

Het apparaat is zwaar. Zie voor het leeggewicht de volgende tabel.

Uitvoering met ijs- en waterdispenser107 kg
Uitvoering met ijs- en waterdispenser en koude-lade109 kg
Uitvoering met ijs- en waterdispenser, koude-lade en minibar111 kg

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 115)

Wandafstand

Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen, moeten bij het opstellen in een hoek of nis minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden (zie het hoofdstuk "Opstellingsmaten").

Wanneer de diepte van de naastgelegen keukeninrichtingen groter is dan 65 cm, moeten de minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden om de volledige openingshoek van de deuren te kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk “Deuropeningshoek“).

Minimale afstand tot de achterwand

De meegeleverde afstandshouder met de schroeven op de daarvoor bestemde openingen aan de achterkant van het apparaat bevestigen.

Door de afstandshouder wordt de minimale afstand van 22 mm tot de wand aangehouden en is de ventilatie gewaarborgd.

Let op de kamertemperatuur en de ventilatie

Kamertemperatuur

Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende kamertemperaturen worden gebruikt.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

KlimaatklasseToegestane kamertemperatuur
SN+10 °C ... 32 °C
N+16 °C ... 32 °C
ST+16 °C ... 38 °C
T+16 °C ... 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 115)

Aanwijzing

Het apparaat is binnen de kamertemperatuurgrenzen van de vermelde klimaatklasse volledig functioneel. Wanneer een apparaat met klimaatklasse SN bij koudere kamertemperaturen wordt gebruikt, kunnen beschadigingen tot een temperatuur van +5°C worden uitgesloten.

Ventilatie

De opgewarmde lucht moet ongehinderd kunnen verdwijnen. Anders moet het koelapparaat meer vermogen leveren. Hierdoor wordt het stroomverbruik verhoogd. Daarom: nooit de be- en ontluchtingsopening afdekken of afsluiten!

Pagina 116

nl

Opstellingsmaten

*720 mm met

Afstandshouders

Afstandshouder

Afmetingen in mm

Zijwand afstand

Zijwand diepte

Laden volledig uittrekbaar bij 145° deuropening

Afmetingen in mm

Afmetingen in mm

Deuropeningshoek

Laden volledig uittrekbaar bij 145° deuropening

Afmetingen in mm

Pagina 117

nl

Apparaat aansluiten

Na het opstellen van het apparaat minimaal 1 uur wachten alvorens het in bedrijf te nemen. Tijdens het transport kan in de compressor aanwezige olie zich afzetten in het koelsysteem.

Voor de eerste ingebruikname de binnenruimte van het apparaat reinigen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen).

Sluit het water altijd aan voordat u de elektrische aansluiting maakt.

Verwijder de transportborgingen van de plateaus en deurvakken pas na het opstellen.

Wateraansluiting

m Waarschuwing

Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!

Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.

De wateraansluiting mag uitsluitend door een deskundige installateur volgens de plaatselijke voorschriften en het verantwoordelijke waterbedrijf worden uitgevoerd.

Voor de aansluiting van het apparaat is een wateraansluiting van 3/4 inch nodig.

Het apparaat op een drinkwaterleiding aansluiten:

Weet u niet zeker hoe u de waterdruk moet controleren, vraag dit dan na bij een sanitairwinkel.

m Attentie

Bij een waterdruk hoger dan 5,5 bar moet een reduceerventiel worden ingebouwd, anders bestaat het risico van waterschade. Bij een waterdruk lager dan 1,0 bar werkt de ijsbereider niet.

De waterkraan voor het aansluiten van de meegeleverde aansluitleiding moet vrij toegankelijk zijn.

Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een koudwaterleiding.

De smaak en geur van het water kunnen door de installatie van de meegeleverde filterpatronen worden verbeterd. Let in dat geval op de afwijkende aansluitvoorwaarden (zie het hoofdstuk Waterfilter).

Aanwijzing

Na inschakeling van het apparaat kan er water uit de waterdispenser druppelen. Het druppelen houdt op na ca. 24 uur, wanneer het apparaat zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt.

Aansluiten m Attentie

Gevaar van lekken en waterschade.

Let op de volgende punten:

ca.

ca.

Aanwijzing

De zeef dient jaarlijks te worden gereinigd. Bevat het water veel deeltjes, dan dient hij vaker te worden schoongemaakt.

Pagina 118

nl

De aansluitleiding kan met meegeleverde klemmen op de wand van de ruimte worden bevestigd.

m Attentie

In geen geval in het apparaat boren of schroeven!

Wateraansluiting op lekdichtheid controleren

m Waarschuwing

Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!

Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.

Elektrische aansluiting

De contactdoos moet dicht bij het apparaat en ook na opstelling van het apparaat vrij toegankelijk zijn.

Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I. Via een conform de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde het apparaat op 220 - 240 V/50 Hz wisselspanning aansluiten. De contactdoos moet met een 10 A tot 16 A zekering zijn gezekerd.

Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, moet worden gecontroleerd of de opgegeven spanning en stroom overeenkomen met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze informatie vindt u op het typeplaatje.

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval op een elektronische energiespaarstekker worden aangesloten.

Voor het gebruik van onze apparaten kunnen sinus- en netgestuurde omvormers worden gebruikt.

Netgestuurde omvormers worden gebruikt bij fotovoltaïsche of PV-installaties, die direct op het openbare stroomnet worden aangesloten. Bij eilandoplossingen (bijv. bij schepen of berghutten), die geen directe aansluiting op het openbare stroomnet hebben, moeten sinusgeregelde omvormers worden gebruikt.

Apparaat uitlijnen

Aanwijzing

Om ervoor te zorgen dat het apparaat optimaal functioneert, moet het met een waterpas horizontaal worden uitgelijnd.

Wanneer het apparaat scheef staat, kan dit tot gevolg hebben dat er water uit de ijsbereider wegloopt, ongelijke ijsblokjes worden gemaakt of de deuren niet meer goed sluiten.

Pagina 119

nl

Aan de voeten draaien tot het apparaat exact horizontaal staat. De deuren van het apparaat als referentievlak gebruiken.

De vriesruimtedeur is lager:

De koelruimtedeur is lager:

Wanneer het apparaat exact horizontaal is gesteld, maar één apparaatdeur lager staat:

Pagina 120

nl

Aanwijzing

Door het eigen gewicht en doordat er levensmiddelen in de deur staan, kan het voorkomen dat de deur van de koelruimte helt, zelfs wanneer het apparaat recht staat. De deurspleet is boven en onder niet even groot.

Wanneer de deurspleet boven en onder niet even groot is:

Schroeven niet helemaal eruit draaien!

Deurmontage

Wanneer het apparaat niet door de deuropening van de woning kan, kunnen de deurgrepen of deuren van het apparaat gedemonteerd worden.

Aanwijzing

De deurgrepen of apparaatdeuren mogen uitsluitend door de servicedienst worden gedemonteerd. De kosten daarvoor kunt u opvragen bij uw verantwoordelijke servicedienst.

Pagina 121

nl

Apparaat leren kennen

Apparaat

De uitrusting van de modellen kan variëren. Afwijkingen van de afbeeldingen zijn mogelijk.

AKoelruimte
BVriesruimte (4 sterren)
1Deurvakken (2-sterren vak)
Aanwijzing
Alleen deze deurvakken hebben 2 sterren, voor het overige heeft de vriesruimte 4 sterren.
2Bedieningselementen
3IJs- en waterdispenser
4Deurvakken
5IJsblokjesbak
6IJsbereider
7Glasplateaus vriesruimte
8Schuifladen van de vriesruimte
9Vakje
10Waterfilter
11Eierhouder
12Glasplateaus koelruimte
13Glasplateau
14Groentelade
15Vruchtenlade
16Koude-lade (niet bij alle modellen)
17Boter- en kaasvak
18Deurvak met klep
19Minibar (niet bij alle modellen)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 121)

Pagina 122

nl

Bedieningselementen

1 Toetsen „freeze/super“
■ Temperatuur in de vriesruimte instellen.
■ Functie „Super-vriezen“ in- en uitschakelen.
2 Toets „light/filter“
■ Verlichting voor ijs- en waterdispenser in- en uitschakelen.
9Symbolen op het display
Waterfilter
Status van de filterpatronen.
Verlichting
Verlichting van de ijs- en waterdispenser is ingeschakeld.
Water
■ Filterindicatie terugzetten.
3 Toets „water“
Afgifte van water is ingeschakeld.
IJsblokjes

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 122)

4 Toets „crushed ice/ice cubes“ Afgifte van ijsblokjes is ingeschakeld.

Crushed ijs 5 Toets „alarm/lock“

Afgifte van crushed ijs is

uitschakelen.

Toetsblokkering (kinderslot)

Pagina 123

nl

Apparaat inschakelen

De stekker in het stopcontact steken.

Het apparaat begint te koelen.

Bij het eerste gebruik is de alarmfunctie gedeactiveerd todat het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. Wanneer het apparaat weer in gebruik wordt genomen nadat het langere tijd uitgeschakeld is geweest, kan het temperatuuralarm in werking treden.

De temperatuurindicaties knipperen en op het display wordt het „alarm“ symbool weergegeven, tot het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt heeft.

Door de toets „alarm/lock“ in te drukken wordt de weergave van het temperatuuralarm uitgeschakeld.

De verlichting gaat aan bij geopende apparaatdeuren.

Af fabriek worden de volgende temperaturen aanbevolen en vooringesteld:

Gebruiksinstructies

Daarvoor geen levensmiddelen in het apparaat leggen.

Temperatuur instellen

Koelruimte

Er kan een temperatuur worden ingesteld van +2 °C tot +8 °C.

De toetsen „cool/super +“ of „cool/super -“ zo vaak indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de koelruimte weergegeven.

Vriesruimte

De temperatuur kan worden ingesteld van -16 °C tot -22 °C.

De toetsen „freeze/super +“ of „freeze/super -“ zo vaak indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de vriesruimte weergegeven.

Super-koelen

Bij het super-koelen wordt de koelruimte ca. 40 uur lang zo koud mogelijk gekoeld. Daarna wordt de temperatuur automatisch op +4 °C ingesteld.

Het super-koelen inschakelen bijv.

Aanwijzing

Is super-koelen ingeschakeld, dan kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.

Inschakelen

De toets „cool/super -“ zo vaak indrukken tot op het display van de koelruimte „super“ wordt weergegeven.

Uitschakelen

De toets „cool/super +“ indrukken.

Aanwijzing

„super“ verdwijnt van het display. De temperatuur wordt automatisch op +4 °C ingesteld.

Pagina 124

nl

Super-vriezen

Levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden bevroren, zodat vitamines, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voor het plaatsen van de verse levensmiddelen super-vriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Over het algemeen is 4 - 6 uur afdoende.

Het apparaat werkt na het inschakelen continu. Daardoor wordt in de vriezer een zeer lage temperatuur bereikt.

Super-vriezen schakelt automatisch uit na ca. 48 uur.

Moet het maximale vriesvolume worden gebruikt, dan dient Super-vriezen 24 uur voorafgaande aan het plaatsen van de verse levensmiddelen te worden ingeschakeld.

Kleinere hoeveelheden levensmiddel (tot max.2 kg) kunt u zonder Super-vriezen invriezen.

Aanwijzing

Is Super-vriezen ingeschakeld, dan kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.

Inschakelen

De toets „freeze/super -“ zo vaak indrukken tot op het display van de vriesruimte „super“ wordt weergegeven.

Toetsblokkering (kinderslot)

Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld zijn alle toetsen geblokkeerd.

Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld kan bij een waarschuwingssignaal met de toets „alarm/lock“ het waarschuwingssignaal worden uitgeschakeld.

Inschakelen

De toets „alarm/lock“ indrukken.

Op het display wordt het symbool „toetsblokkering“ weergegeven.

Uitschakelen

De toets „alarm/lock“ 3 seconden indrukken.

Alarmfuncties

Uitschakelen

De toets „freeze/super +“ indrukken.

Aanwijzing

„super“ verdwijnt van het display. Daarna wordt automatisch overgeschakeld naar de temperatuur die voor super-vriezen is ingesteld.

Deuralarm

Het deuralarm schakelt in wanneer een apparaatdeur langer dan één minuut openstaat. Het waarschuwingsgeluid wordt om de 60 seconden gedurende 5 minuten herhaald. Door het sluiten van de deur wordt het alarmgeluid weer uitgeschakeld.

Het deuralarm schakelt ook in, wanneer de minibar langer dan één minuut openstaat.

Temperatuuralarm

Het display geeft het temperatuuralarm weer wanneer het in de koel- of vriesruimte te warm is en de levensmiddelen in gevaar komen.

Op het betreffende display wordt de hoogste temperatuur en „alarm“ weergegeven.

Koelruimte

Wanneer het in de koelruimte te warm is geworden, het opgewarmde product voor gebruik verwarmen. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.

Pagina 125

nl

Vriesruimte

Ontdooide waren niet opnieuw invriezen. Pas nadat ze tot een gerecht zijn verwerkt (gekookt of gebraden), kunnen ze opnieuw ingevroren worden.

De maximale bewaarduur niet meer geheel benutten.

Zonder gevaar voor het diepvriesproduct kan het alarm inschakelen:

Alarm uitschakelen

Toets „alarm/lock“ indrukken.

De temperatuureenheid schakelt om.

Energiezuinige modus

Aanwijzing

Zodra de ingestelde temperatuur weer bereikt is, verdwijnt „alarm“ van het display.

Temperatuureenheid

De temperatuur kan in graden Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) worden weergegeven.

Na het inschakelen geeft het display de temperatuur aan in graden Celsius (°C).

Instellen

Op het display wordt het symbool „toetsblokkering“ weergegeven.

20 seconden nadat de deuren zijn gesloten of de laatste toets werd bediend, schakelt het display naar de energiezuinige modus. Het display schakelt uit, gedimd zijn alleen nog de woorden „freeze“ en „cool“ en het symbool van de gekozen dispensermodus (water, ijs of crushed ijs) zichtbaar.

Zodra een deur wordt geopend of een toets wordt bediend, schakelt het display in met normale verlichtingssterkte.

Symbool waterfilter

Het symbool geeft aan hoelang het filterpatroon nog kan worden gebruikt.

Maximaal zes maanden.

Maximaal vier maanden.

Maximaal twee maanden.

Maximaal tien dagen:

De drie balken van het symbool knipperen. Filterpatroon vervangen.

Aanwijzing

Bij uitschakeling van het apparaat wordt het symbool voor het filterpatroon gereset.

Na vervanging van het filterpatroon het symbool voor het waterfilter resetten:

De toets „light/filter“ 3 seconden indrukken.

Het symbool stopt met knipperen.

125

Pagina 126

nl

Effectieve inhoud

Informatie over de effectieve inhoud van uw apparaat vindt u op de typeplaat.

Vriesvolume volledig gebruiken

Om de maximale hoeveelheid diepvriesproducten onder te kunnen brengen, kunt u alle indelingsonderdelen uitnemen. De levensmiddelen kunt u dan direct in de vakjes en op de bodem van de vriesruimte leggen.

Het uitnemen en plaatsen van de indelingsonderdelen is omschreven in het hoofdstuk Uitrusting van het apparaat.

Koude-lade

In het koude-lade kunnen levensmiddelen tot tweemaal langer vers worden gehouden als in de normale koelzone – voor een nog langere versheid, behoud van voedingsstoffen en smaak.

De temperatuur kan individueel aan de geplaatste levensmiddelen worden aangepast. De optimale temperatuur en luchtvochtigheid garanderen de ideale bewaarcondities voor verse levensmiddelen.

Temperatuur instellen

Met de selectietoets de levensmiddelen selecteren welke zich in het koude-lade bevinden.

De koelruimte

De koelruimte is de ideale bewaarlocatie voor bereide gerechten, gebak, conserven, melk en harde kaassoorten.

Opletten bij het plaatsen

Aanwijzing

Voorkom contact tussen levensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatie beïnvloed.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Houd rekening met de koudezones in de koelruimte

Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan zones van een verschillende koudegraad:

Aanwijzing

Bewaar in de warmste zone bijv. kaas en boter. Het aroma van de kaas kan zo verder worden ontwikkeld en de boter blijft smeerbaar.

De oplichtende LED geeft de selectie aan.

Ongeschikt voor het koud bewaren zijn:

aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappelen) moeten voor een optimaal behoud van de kwaliteit en het aroma buiten de koelkast worden bewaard bij temperaturen van ca. + 8 °C tot +12 °C.

Geschikt voor het koud bewaren zijn:

m Attentie

Na een stroomstoring of het loskoppelen van het apparaat van het elektriciteitsnet moet de temperatuur van het koude-lade opnieuw worden ingesteld!

Pagina 127

nl

Bewaartijden (bij 0 °C)

Naar gelang de uitgangskwaliteit
Verse vis, zeevruchtenmax. 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden)max. 5 dagen
Rund, varken, lam, worst (gesneden)max. 7 dagen
Gerookte vis, broccolimax. 14 dagen
Salade, venkel, abrikozen, pruimenmax. 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkoolmax. 30 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 127)

De vriesruimte

De vriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van de vriesruimte altijd gesloten is! Bij een geopende deur ontdooien de diepvriesproducten en treedt er sterke ijsvorming op. Bovendien: Energieverspilling door hoog stroomverbruik!

Aanwijzing

De deurvakken met twee sterren kunnen worden gebruikt voor het kort bewaren van ijs en levensmiddelen bij -12 °C.

De rest van de vriesruimte heeft 4 sterren.

Max. vriesvermogen

Informatie over de maximale invriescapaciteit in 24 uur vindt u op de typeplaat.

Vereisten voor maximale vriescapaciteit

Aanwijzing

De ventilatiesleuven in de achterwand niet afdekken met diepvriesproducten.

Invriezen en bewaren

Diepvriesproducten inkopen

Let op bij het indelen

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de vers in te vriezen levensmiddelen in contact komen. Eventueel ingevroren levensmiddelen in andere vriesladen leggen.

Diepvriesproduct bewaren

Vrieslade tot de aanslag inschuiven om een probleemloze luchtcirculatie te waarborgen.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen.

Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, moeten groenten voor het invriezen geblancheerd worden.

Bij aubergines, paprika, courgettes en asperges is blancheren niet nodig.

Boeken over invriezen en blancheren vindt u in de boekwinkel.

Aanwijzing

Laat in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met al bevroren levensmiddelen.

Gebak, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groenten, fruit, kruiden, eieren zonder schil, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en etensresten zoals soep, eenpansgerechten, klaargemaakt vlees en klaargemaakte vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete gerechten.

Groenten die doorgaans rauw worden gegeten, zoals sla, radijsjes, eieren in de schil, druiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, karnemelk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

← begin van de handleidingverder op pagina 128 →Inhoud