naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG39EAL42, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 20 pagina's in het Nederlands · pdf: 87 pagina's, 2,3 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 80

Pagina 80

Vanaf de titel; het begin van pagina 80 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatieStroomuitval;Stekker in het stopcontact steken.
brandt.de zekering isControleer of er stroom is.
uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Controleer de zekeringen.
Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan.De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)

Pagina 81

nl
StörungMögliche UrsacheAbhilfe
Alarmsignaal klinkt, de alarmtoets brandt.Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 5
Afb. 2/5indrukken.
In de diepvriesruimte is het te warm!De deur is geopend.Deur sluiten.
Gevaar voor de diepvrieswaren!De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit.
Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. 2/4.Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 5 indrukken.
Het alarmsignaal is te horen.De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- enAfdekking verwijderen.
De alarmtoets brandt.ontluchtingsopeningen
Afb. 2/5zijn afgedekt.
In de diepvriesruimte
is het te warm!Er werden te veelMax. invriescapacitiet niet
Gevaar voor de diepvrieswaren!levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.overschrijden.
Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit.
Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. 2/4.Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest.Na het indrukken van de alarmtoets 5 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. 2/4
De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)

Pagina 82

nl

StörungMögliche Ursache
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 82)

Abhilfe

Alarmtoets 2/5 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.

Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.

Zelftest apparaat

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Zelftest starten

Het zelftestprogramma start.

Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.

Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.

Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 2

Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

it Indice

Avvertenze di sicurezza e potenziale pericolo .................................................. Avvertenze per lo smaltimento .......... Dotazione ............................................... Osservare la temperatura ambiente e la ventilazione del locale ................. Collegare l’apparecchio ..................... Conoscere l’apparecchio ................... Accendere l’apparecchio ................... Regolare la temperatura ..................... Modo Vacanza ...................................... Funzione di allarme ............................. Capacità utile totale ............................. Il frigorifero ............................................ Super-raffreddamento ......................... Congelatore .......................................... Max. capacità di congelamento ........

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. Aanwijzingen over de afvoer .............. Omvang van de levering .................... Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. Apparaat aansluiten ............................ Kennismaking met het apparaat ....... Inschakelen van het apparaat ........... Instellen van de temperatuur ............. Vakantie-modus .................................... Alarm function ...................................... Netto-inhoud .......................................... De koelruimte ....................................... Superkoelen .......................................... Diepvriesruimte ..................................... Maximale invriescapaciteit .................

Congelare e conservare ..................... Congelamento di alimenti freschi ..... Super-congelamento ........................... Decongelare surgelati ......................... Dotazione .............................................. Adesivo «OK» ....................................... Spegnere e mettere fuori servizio l'apparecchio ........................................ Scongelamento .................................... Pulizia dell’apparecchio ...................... Odori ...................................................... Illuminazione (LED) ............................. Risparmiare energia ............................ Rumori di funzionamento ................... Eliminare piccoli guasti ....................... Autotest dell’apparecchio .................. Servizio Assistenza Clienti .................

Invriezen en opslaan ........................... Verse levensmiddelen invriezen ....... Supervriezen ......................................... Ontdooien van diepvrieswaren ......... Uitvoering .............................................. Sticker „OK” .......................................... Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... Ontdooien ............................................. Schoonmaken van het apparaat ...... Luchtjes ................................................. Verlichting (LED) .................................. Energie besparen ................................ Bedrijfsgeluiden ................................... Kleine storingen zelf verhelpen ......... Zelftest apparaat .................................. Servicedienst ........................................

Pagina's 4–63: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 64

nl

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

Pagina 65

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

De flessen en blikjes kunnen springen!

nl

Kans op verbranding!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Pagina 66

nl

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

ã=Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Pagina 67

nl

Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 2.

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 67)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb. 3

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 2

Pagina 68

nl

ã=Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb. 1

1-9Bedieningselementen
10Verlichting (LED)
11Glasplateau in de koelruimte
12Chillerhouder
13Groentelade

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

14Boter en kaasvak
15Voorraadvak in de deur „EasyLift”
16Vak voor grote flessen
17Diepvrieslade (klein)
18Glasplateau in de diepvriesruimte
19Diepvrieslade (groot)
20Dooiwaterafvoergootje
21Schroefvoetjes
AKoelruimte
BDiepvriesruimte

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

Bedieningselementen

Afb. 2

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.

Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.

Diepvriesruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Dient voor het in- en uitschakelen van de Vakantie-modus (zie het hoofdstuk Vakantiemodus).

Pagina 69

Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.

Koelruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.

Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.

Inschakelen van het apparaat

Afb. 2

Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.

Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.

De fabriek adviseert de volgende temperaturen:

Aanwijzingen bij het gebruik

Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.

nl

Instellen van de temperatuur

Afb. 2

Koelruimte

De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.

Temperatuur-insteltoets 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 8.

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.

Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 4 aangegeven.

Pagina 70

nl

Vakantie-modus

Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.

De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld.

Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Holiday-toets 6 indrukken.

Als de vakantiemodus is ingeschakeld, brandt de toets en geeft de temperatuurindicatie van de koelruimte 8 geen temperatuur meer aan.

Alarm function

In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.

Deuralarm

Het deuralarm wordt ingeschakeld wanneer de deur van de koelruimte langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie 4 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie diepvriesruimte 4 toont de ingestelde diepvriesruimtetemperatuur, zonder te knipperen.

Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Alarm uitschakelen

Afb. 2

De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Pagina 71

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 2

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.

Onderdelen eruit halen

Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 5

De koelruimte

De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.

Attentie bij het inruimen

De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

nl

Let op de koudezones in de koelruimte

Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:

Aanwijzing

In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.

Aanwijzing

In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.

Superkoelen

Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.

Het superkoelsysteem inschakelen bijv.

Aanwijzing

Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

71

Pagina 72

nl

In- en uitschakelen

Afb. 2

Super-toets koelruimte 9 indrukken.

De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.

Diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 2

Voorwaarden voor max. invriesvermogen

Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte.

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Levensmiddelen invriezen

Diepvrieswaren opslaan

De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.

Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op de glasplateaus en op de bodem van de diepvriesruimte opstapelen.

Pagina 73

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

nl

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Pagina 74

nl

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Toets „super” 2 indrukken.

Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

ã=Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Glasplateaus

Afb. 6

U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Pagina 75

Verstelbaar deur-legplateau „EasyLift”

Afb. 7

Het legplateau kan in de hoogte versteld worden zonder dat het eruit gehaald hoeft te worden.

De knoppen op de zijkant van het legplateau gelijktijdig indrukken om het legplateau naar beneden te verplaatsen. Het kan naar boven worden verplaatst zonder de knoppen in te drukken.

Chillerlade

Afb. 1/12

In het chillervak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.

Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.

Groentelade met vochtigheidsregelaar

Afb. 8

Om een optimaal klimaat voor het bewaren van groente, salade en fruit te scheppen, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden geregeld afhankelijk van de te bewaren hoeveelheid.

Kleine hoeveelheden levensmiddelen –

Regelaar naar rechts schuiven.

Grote hoeveelheden levensmiddelen –

Regelaar naar links schuiven.

Groentelade-inzetstuk

Afb. 9

De inzetstuk kan eruit gehaald worden.

nl

Variabel legplateau

Afb.

Het legplateau kan desgewenst omlaag worden geklapt. Het legplateau naar voren trekken, laten zakken en naar achteren drukken.

Deze is geschikt voor het bewaren van levensmiddelen en flessen.

Flessenhouder

Afb.

De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

Diepvrieslade (groot)

Afb. 1/19

Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.

Aanwijzing

Scheidingsplaat (indien aanwezig) kan niet worden verwijderd.

Koude-accu

Afb.

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

Pagina 76

nl

IJsbakje

Afb.

Sticker „OK”

(niet bij alle modellen)

Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.

Aanwijzing

Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb. 2

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

Koelruimte

Het apparaat wordt automatisch ontdooid.

Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje naar het verdampingsgedeelte van het apparaat.

Diepvriesruimte

De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

ã=Attentie

Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

U gaat als volgt te werk:

Pagina 77

Aanwijzing

Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

uitschakelen.

nl

Schoonmaken van het apparaat

ã=Attentie

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen!

U gaat als volgt te werk:

Pagina 78

nl

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.

Glasplateaus eruit halen

Afb. 6

De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.

Dooiwater-afvoerklep

Voor het reinigen van de dooiwaterafvoergoot moet het glasplateau boven de groentelade, afb. 1/13, worden losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep.

Glasplateau verwijderen, dooiwaterafvoerklep optillen en verwijderen. Afb.

De dooiwater-afvoergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Reservoir verwijderen

Afb. 5

Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Groentelade

Afb. 0

De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd.

De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen.

Legplateaus uit de deur nemen

Afb. 1

Legplateaus optillen en verwijderen.

Luchtjes

Als u onaangename luchtjes ruikt:

Verlichting (LED)

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Verder lezen op pagina 79Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast