Siemens KG39FPI23, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 23 pagina's in het Nederlands · pdf: 119 pagina's, 3,0 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 111
Pagina 111
Vanaf de titel; het begin van pagina 111 staat in de pdf.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| De verlichting functioneert niet. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De lichtschakelaar klemt. | Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergootjes of het afvoerpijpje zijn verstopt. | Dooiwatergootjes en afvoergaatje schoonmaken (zie Schoonmaken van het apparaat). Afb. |
| Stopje van het dooiwaterafvoerga atje ontbreekt. | Stopje erin zetten. |
Pagina 112
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm. | De vaste instelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). | De temperatuur in het verskoelvak kan gecorrigeerd worden. Afb. 2 Toetsen 1 en „–” tegelijkertijd gedurende 2 seconden indrukken tot indicatie 3 geactiveerd is. Na 20 sec. wordt de ingestelde temperatuur opgeslagen. |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm” brandt. Afb. 2/4 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Om het alarmsignaal en het knipperen van indicatie uit te schakelen de alarmtoets 10 indrukken. | |
| De deur is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. |
Pagina 113
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen. |
| Display geeft „E..” aan. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| Gedimde verlichting van de bedieningselementen. | Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet. | Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om. |
| Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. 2/4. | Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest. | Na het indrukken van de alarmtoets 10 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. 2/4 De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 113)
113
Pagina 114
nl
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0
Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 4
nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 93
Aanwijzingen over de afvoer .............. 95
Omvang van de levering .................... 95
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. 96
Apparaat aansluiten ............................ 96
Kennismaking met het apparaat ....... 97
Inschakelen van het apparaat ........... 99
Instellen van de temperatuur ............. 99
Speciale functies ................................ 100
Alarm function .................................... 101
Netto-inhoud ........................................ 102
De koelruimte ..................................... 102
Superkoelen ........................................ 102
De verskoelruimte .............................. 102
Diepvriesruimte .................................. 104
Maximale invriescapaciteit ............... 104
Invriezen en opslaan ......................... 104
Verse levensmiddelen invriezen ..... 104
Supervriezen ....................................... 105
Ontdooien van diepvrieswaren ....... 106
Uitvoering ............................................ 106
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ................................... 107
Ontdooien ........................................... 107
Schoonmaken van het apparaat .... 108
Verlichting (LED) ................................ 109
Energie besparen .............................. 109
Bedrijfsgeluiden ................................. 110
Kleine storingen zelf verhelpen ....... 111
Servicedienst ...................................... 114
Pagina's 5–92: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 93
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
nl
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
Pagina 94
nl
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan.
De flessen en blikjes kunnen springen!
- Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
- Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Pagina 95
Aanwijzingen over de afvoer
• Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
• Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
ã=Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
nl
- 1. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
- Vrijstaand apparaat
- Uitrusting (modelafhankelijk)
- Gebruiksaanwijzing
- Montagevoorschrift
- Klantenserviceboekje
- Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
- Zakje met montagemateriaal (zie overzicht montagevoorschrift)
Pagina 96
nl
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen
| gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 0. | |
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Pagina 97
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0
ã=Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
nl
Kennismaking met het apparaat
De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
* Niet bij alle modellen.
- 1 Bedieningselementen
- 2 Toets Aan/Uit
- 3 Lichtschakelaar
- 4 Verlichting (LED)
- 5 Legroosters/plateaus in de koelruimte
- 6 Luchtopening
- 7 Eierrekje
- 8 Verskoellade
- 9 Vochtfilter
- 10 Vochtlade
- 11 Diepvriesladen
- 12 Voorraadvak voor tubes en blikjes
- 13 Boter en kaasvak
- 14 Vak voor grote flessen
- 15 Koude-accu
- 16 Diepvrieskalender
Pagina 98
nl
| A | Koelruimte |
|---|---|
| B | Verskoelruimte |
| C | Diepvriesruimte |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
Bedieningselementen
Afb. 2
- 1 Keuzetoets koel- of diepvriesruimte
Om instellingen voor de koel- of diepvriesruimte te kunnen uitvoeren: keuzetoets indrukken tot het gewenste bereik van de indicatie koel- of diepvriesruimte geactiveerd is.
- 2 Indicatie koelruimte
Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte.
- 3 Indicatie verskoelruimte
Geeft de ingestelde temperatuur voor de verskoelruimte aan.
- 4 Indicatie diepvriesruimte
Toont de actuele temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte.
- 5 „setup” toets
Om speciale functies te kiezen.
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
- 6 Indicatie Speciale functies
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
- 7 „super” Toets
Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.
Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.
- 8 Insteltoetsen +/–
De toetsen dienen voor
- Het instellen van de temperaturen voor de verschillende koelzones.
- In- en uitschakelen van de speciale functies.
- Wijzigen van de tijdinstelling van de speciale functie „timer”.
- 9 Toets „light”
Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.
- 10 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
- 11 Toets „timer”
Met deze functie kunnen dranken in de diepvriesruimte snel en veilig gekoeld worden.
Na het indrukken van de toets is automatisch na
20 minuten een alarmsignaal te horen. De dranken zijn nu gekoeld. Indicatie 4 geeft de resterende tijd aan. Na het indrukken van de toets „alarm” wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Om de vooraf ingestelde tijd van 20 minuten te verkorten: toets „timer” indrukken en met de insteltoets 8 de gewenste tijd instellen.
Om het snelkoelproces af te breken moet de toets „timer” binnen 3 seconden twee keer worden ingedrukt.
Pagina 99
nl
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de insteltoets 1/2 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 4 knippert „AL”.
Druk de alarmtoets 2/10 in.
Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.
De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
- Koelruimte: +4 °C
- Verskoelruimte: 0 °C
- Diepvriesruimte: -18 °C
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
- Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
- Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 2 geactiveerd is.
- 2. Toetsen „+/–” 8 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
Verskoelruimte
De temperatuur is instelbaar van 0 °C tot +4 °C.
- 1. Keuzetoets 1 en toets „–” 8 tegelijkertijd 2 seconden indrukken.
De indicatie verskoelruimte is geactiveerd.
- 2. Toetsen „+/–” 8 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 4 geactiveerd is.
- 2. Toetsen „+/–” 8 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
Pagina 100
nl
Speciale functies
Afb. 2
„timer”
Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.
In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.
ã=Attentie
Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.
Functie inschakelen
- 1. Toets „timer” 11 indrukken.
- 2. Met de toetsen „+/–” 8 de gewenste tijd instellen.
Functie uitschakelen
Toets timer 11 binnen 3 seconden twee keer indrukken.
„eco”
Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.
Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:
- Koelruimte: + 6 °C
- Verskoelruimte: rond de 0°C
- Diepvriesruimte: –16 °C
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
„lock”
Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
Pagina 101
„holiday”
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.
De koelruimte wordt automatisch naar +14 °C omgeschakeld. In de verskoelruimte en de diepvriesruimte blijven de ingestelde temperaturen behouden.
Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.
Als de functie is ingeschakeld brandt op indicatie 2 „HO”.
Functie inschakelen
- 1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.
- 2. Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.
Functie uitschakelen
Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.
Alarm function
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:
Deuralarm
Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
nl
Temperatuur-alarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Op de indicatie 4 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.
Na indrukken van de alarmtoets 2/10, toont de vriesruimte-indicatie 2/4 10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst.
Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte 2/4 toont de ingestelde temperatuur.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat,
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
- als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Snelkoelen-alarm
Het snelkoelen-alarm wordt geactiveerd wanneer de functie voor het snel koelen van dranken wordt ingeschakeld met de timer-toets 2/11.
De dranken zijn nu gekoeld.
Pagina 102
nl
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 0
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.
Attentie bij het inruimen
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
- vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
- om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
- 1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 2 geactiveerd is.
- 2. Toets „super” 7 indrukken.
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.
De verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.
Pagina 103
Vochtlade
Afb. 1/10
De vochtlade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons.
Geschikt om vers te koelen:
In de verskoellade:
Afb. 1/8
- Vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten, kant-en-klaarmaaltijden
In de vochtlade:
Afb. 1/10
- Groente (bijv. worteltjes, asperges, selderie, look, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi)
- Sla (bijv. veldsla, ijsbergsla, witlof, kropsla)
- Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum)
- Fruit (niet-koudegevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen, druiven)
Niet geschikt voor „verskoelen”:
Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels).
De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte.
nl
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”.
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen in de verskoelruimte worden ingeladen, des te langer blijven ze vers.
Let dan ook bij het inkopen altijd op de versheid van de levensmiddelen.
Neem bij kant-en-klaarproducten en voorverpakte levensmiddelen de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum in acht.
Bewaartijden (bij 0 °C)
| Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop | |
| Verse vis, zeevruchten | max. 3 dagen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) | max. 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | max. 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli | max. 14 dagen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | max. 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30 dagen |
Pagina 104
nl
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
- voor het opslaan van diepvriesproducten,
- om ijsblokjes te maken,
- om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 0
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
104
Diepvrieswaren opslaan
Belangrijk voor een optimale luchtcirculatie in de diepvriesruimte: de diepvriesladen tot de aanslag erin schuiven.
Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op diepvriesroosters en op de boden van de diepvriesruimte opstapelen. Hiertoe alle diepvriesladen eruit halen.
De diepvriesladen tot de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen. Afb. 4
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
- Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Pagina 105
- Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. Lucht eruit drukken.
- 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
nl
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Deze hangt af van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
- Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
- Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Pagina 106
nl
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
- 1. Keuzetoets 1 indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 4 geactiveerd is.
- 2. Toets „super” 7 indrukken.
Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
- bij omgevingstemperatuur
- in de koelkast
- in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
- in de magnetron
ã=Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant- en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:
- Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Afb. 5
- Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. 6
Boter en kaasvak
Afb. 7
Flessenrek
Afb. 8
In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
Flessenhouder
Afb. 9
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Ijsbakje
Afb.
Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.
Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Pagina 107
Diepvrieskalender
Afb. /A
Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.
Koude-accu
Afb. /B
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.
Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
nl
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 1
Toets Aan/Uit 2 indrukken.
Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- 1. Uitschakelen van het apparaat.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.
uitschakelen.
- 3. Schoonmaken van het apparaat.
- 4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
De koel- en verskoelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. . Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.
Pagina 108
nl
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Afb.
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.
Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat
ã=Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- 1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- 3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren.
- 4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- 5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- 6. Het sop mag niet via het afvoergaatje in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- 8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Aanwijzingen
- Dooiwatergootje en afvoergaatje, afb. , regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks schoonmaken zodat het dooiwater kan weglopen.
- Het stopje in het afvoergaatje van de koelruimte moet er om technische redenen na het schoonmaken weer ingedrukt worden.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen Afb. 5
De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.
Reservoir verwijderen Afb.
De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging.
Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.
Verder lezen op pagina 109Inhoud