Siemens KG39NXIBF, tekst van de handleiding
Pagina's 15–28 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 15
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Vriesvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
- Druk op super (koelvak). "super" (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
- Druk op super (koelvak).
Extra functies nl
8.2 Automatisch Supervriezen
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in, wanneer u een zekere hoeveelheid verse levensmiddelen in het vriesvak plaatst.
Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt "super" (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen activeren
- super (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden.
Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd.
Automatische Supervriezen deactiveren
- super (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden.
Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd.
Automatische Supervriezen annuleren
- Druk op super (vriesvak).
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Pagina 16
nl Extra functies
Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een grotere hoeveelheid levensmiddelen in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
- Druk op super (vriesvak).
"super" (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
- Druk op super (vriesvak).
8.4 Vakantiemodus
Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
- Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
| Koelvak | 14 °C |
| Vriesvak | Temperatuur ongewijzigd |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
16 Vakantiemodus inschakelen
- Druk op vacation.
"vacation" brandt.
Vakantiemodus uitschakelen
vacation indrukken.
8.5 Energiebesparingsmodus
Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de energiebesparende werking om.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
| Koelvak | 8 °C |
| Vriesvak | −16 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Energiebesparingsmodus inschakelen
- Druk op eco.
"eco" brandt.
Energiebesparingsmodus uitschakelen
eco indrukken.
8.6 Versmodus
Om de levensmiddelen langer vers te houden kunt u de verskoelmodus van het apparaat inschakelen.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
| Koelvak | 2 °C |
| Vriesvak | Temperatuur ongewijzigd |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Versmodus inschakelen
fresh indrukken. "fresh" is verlicht.
Versmodus uitschakelen
fresh indrukken.
8.7 Rust-modus
De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.
Pagina 17
Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:
Superkoelen
Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen Alarm
Binnenverlichting
Akoestische signalen
Meldingen op het bedieningspaneel
Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "vacation" brandt met gereduceerde helderheid.
Rust-modus inschakelen
vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
"vacation" brandt.
Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Rust-modus uitschakelen
vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm" knippert, en het temperatuurdisplay van het betreffende vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Alarm nl
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
alarm indrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Pagina 18
nl Koelvak
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.
Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12
Opmerking: Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 16
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
Pagina 19
- 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 21
- 2. De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak stapelen.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu-
Vriesvak nl
re room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pagina 20
nl Ontdooien
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 15
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. Pagina 21
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
- Het apparaat nooit met vochtige handen gebruiken.
Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 20
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
Pagina 21
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 10
- 6. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Reiniging en onderhoud nl
Bewaarlade verwijderen
- 1. De lade tot de aanslag eruit trekken.
- 2. Til de bewaarlade aan de voorkant op en verwijder deze .
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
Pagina 22
nl Storingen verhelpen
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .
de verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade .
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenla-
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15 2. Wacht 2 minuten. 3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 14 4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend super (koelvak) ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken. 5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22
Pagina 23
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. | |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
Pagina 24
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Zijpanelen van het apparaat zijn warm. | Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (koelvak) en "alarm" knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld. | Deur van het koelvak is open. ▸ Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en "alarm" knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld. | Vriesvakdeur is open. ▸ Sluit de vriesvakdeur. |
| Alle temperatuurindicaties en "alarm" branden. | Er is een sensor defect. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen. Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op alarm. Schakel het alarm uit. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 18 | |
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. |
Pagina 25
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | 3. Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 14 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater. | De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat. 1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek. 2. Open het apparaat zo kort mogelijk. 3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten. |
| In de fruit- en groentelade verzamelt zich vaak veel condenswater. | Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswater. 1. De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 21 2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid inzetten . |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas. ▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is niet vrijstaand. ▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
25
Pagina 26
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 14.1 Stroomuitval | 2. Haal de stekker van het apparaat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Tijdens een stroomuitval stijgt de uit het stopcontact.
temperatuur in het apparaat, hierdoor De stekker van het netsnoer uit het verkort de bewaartijd en de kwaliteit stopcontact trekken of de zekering van de diepvriesproducten vermin- in de meterkast uitschakelen. dert. 3. Het apparaat na 5 minuten op-Op onze website van uw apparaat nieuw elektrisch aansluiten. vindt in de technische gegevens de Pagina 10 bewaartijd van de diepvriesproducten 4. Eén minuut na het inschakelen su-in geval van een storing. per (koelvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden, totdat Opmerkingen een akoestisch signaal klinkt. Het apparaat tijdens een stroomuit- De apparaatzelftest start. val zo weinig mogelijk openen en Wanneer na het einde van de ap-geen andere levensmiddelen inrui- paraatzelftest 2 akoestische signamen. len weerklinken en de temperatuur-De kwaliteit van de levensmiddelen display de ingestelde temperatuur onmiddellijk na de stroomuitval weergeeft, dan zijn de temperacontroleren. tuursensoren van uw apparaat in
- Diepvriesproducten die ontdooid orde. Het apparaat gaat over op en warmer dan 5 °C zijn, weg- de normale werking.
gooien. Wanneer na het einde van de zelf-
- Licht ontdooide diepvriesproduc- test van het apparaat 5 akoesti-ten koken of bakken en ofwel sche signalen klinken en de leds verbruiken of opnieuw invriezen. van de temperatuuraanwijzing met 14.2 Apparaatzelftest uitvoe- verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de serviren ce. De leds geven de servicedienst Uw apparaat beschikt over een appa- aanwijzingen omtrent de actuele raatzelftest, welke storingen weer- storing.
geeft, die uw service kan verhelpen.
- 1. Het apparaat uitschakelen. Pagina 15
Pagina 27
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 15
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen. Pagina 20
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Opslaan en afvoeren nl
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de
27
Pagina 28
nl Technische gegevens
plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G.
De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
28