naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG39VVLEA, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 21 pagina's in het Nederlands · pdf: 92 pagina's, 1,6 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Deze handleiding geldt ook voor: KG33VVWEA.

Storingen op pagina 87

Pagina 87

Vanaf de titel; het begin van pagina 87 staat in de pdf.

13 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Houd de temperatuurinstelknop koelvak 9 tot 11 seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal klinkt.
2. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

  • Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
  • Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
  • Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 84

87

Pagina 88

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
De koelmachine schakelt vaker en langer in.▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 81
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 81
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)

Pagina 89

Opslaan en afvoeren nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat produceert geluiden.Het apparaat staat niet waterpas.
▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
13.1 Stroomuitval1. Het apparaat uitschakelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

Tijdens een stroomuitval stijgt de Pagina 81 temperatuur in het apparaat, hierdoor 2. Het apparaat na 5 minuten op-verkort de bewaartijd en de kwaliteit nieuw inschakelen. Pagina 81 van de diepvriesproducten vermin- 3. Houd binnen 10 seconden na het dert. inschakelen de temperatuurinstel-Op onze website van uw apparaat toets gedurende 3 tot 5 seconden vindt in de technische gegevens de ingedrukt, tot 2°C brandt op de bewaartijd van de diepvriesproducten temperatuurindicatie.

in geval van een storing. De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar Opmerkingen gaan branden.

Het apparaat tijdens een stroomuit- Wanneer na het einde van de ap-val zo weinig mogelijk openen en paraatzelftest het temperatuurdis-geen andere levensmiddelen inrui- play de ingestelde temperatuur men. weergeeft, dan zijn de tempera-De kwaliteit van de levensmiddelen tuursensoren van uw apparaat in onmiddellijk na de stroomuitval orde. Het apparaat gaat over op controleren. de normale werking.

ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.

14 Opslaan en afvoeren 13.2 Apparaatzelftest uitvoeren 14.1 Apparaat buiten gebruik

Uw apparaat beschikt over een appa- stellen raatzelftest, welke storingen weer- 1. Het apparaat uitschakelen. geeft, die uw service kan verhelpen. Pagina 81

89

Pagina 90

nl Servicedienst

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 84

14.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING ‒

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING ‒

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

90

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

15 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims

Pagina 91

Technische gegevens nl

die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

16 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

91

Pagina's 1–70: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 71

Inhoudsopgave nl

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid ................................... 72

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 72 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................... 72 1.3 Inperking van de gebruikers ... 72 1.4 Veiliger transport ....................... 73 1.5 Veilige installatie ........................ 73 1.6 Veilig gebruik ............................. 74 1.7 Beschadigd apparaat ............... 76

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 77

3 Milieubescherming en besparing .............................................. 77

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 77 3.2 Energie besparen ..................... 77

4 Opstellen en aansluiten ............ 78

4.1 Leveringsomvang ...................... 78 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 78 4.3 Apparaat monteren ................... 79 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 79 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 79

5 Uw apparaat leren kennen ........ 79

5.1 Apparaat ..................................... 79 5.2 Bedieningspaneel ..................... 79

6 Uitrusting ................................... 80

6.1 Legplateau .................................. 80 6.2 Flessenrek .................................. 80 6.3 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar ................ 80 6.4 Boter- en kaasvak ..................... 80 6.5 Deurrekken ................................. 80

7 De Bediening in essentie .......... 81

7.1 Apparaat inschakelen .............. 81 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 81

7.3 Machine uitschakelen .............. 81 7.4 Temperatuur instellen ............... 81

8 Extra functies ............................ 81

8.1 Supervriezen .............................. 81

9 Koelvak ...................................... 82

9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak .. 82 9.2 Koudezones in het koelvak ..... 82 9.3 Sticker "OK" ............................... 82

10 Vriesvak ................................... 83

10.1 Invriescapaciteit ...................... 83 10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ...................................... 83 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ............................................. 83 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 83 10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 84 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ................................ 84

11 Ontdooien ................................ 84

11.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 84 11.2 Ontdooien in het vriesvak ..... 84

12 Reiniging en onderhoud ......... 85

12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 85 12.2 Apparaat schoonmaken ........ 85 12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. ..................... 86 12.4 Onderdelen eruit halen .......... 86

13 Storingen verhelpen ............... 87

13.1 Stroomuitval ............................. 89 13.2 Apparaatzelftest uitvoeren .... 89

14 Opslaan en afvoeren .............. 89

71

Pagina 72

nl Veiligheid

14.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 89 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 90

15 Servicedienst .......................... 90

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) .......... 91

16 Technische gegevens ............ 91

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is niet bestemd voor het gebruik als inbouwapparaat. Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

Pagina 73

Veiligheid nl

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

Pagina 74

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

74

Pagina 75

Veiligheid nl

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

Het apparaat kan kantelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

Pagina 76

nl Veiligheid

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Pagina 77

Het voorkomen van materiële schade nl

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP

Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.

Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met

zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

77

Pagina 78

nl Opstellen en aansluiten

Keuze van de opstellingslocatie

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:

De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.

De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.

Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.

Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.

Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Ontdooi het vriesvak regelmatig.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

78

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 90 contact op.

De levering bestaat uit:

Vrijstaand apparaat

Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal

Montagehandleiding

Gebruiksaanwijzing

Klantenservice overzicht

Garantiebijlage ²

Energielabel

Informatie over energieverbruik en geluiden

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING ‒

Explosiegevaar!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

"Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 79

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 80 bedragen.

Pagina 79

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

De ondergrond moet vlak zijn.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 79

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Uw apparaat leren kennen nl

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Fig. 1

Koelvak Pagina 82
Vriesvak Pagina 83
Bedieningspaneel Pagina 79
Verlichting
Flessenrek Pagina 80 ¹
Typeplaatje Pagina 91
Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 80
Diepvrieslade Pagina 86
Stelvoet
Boter- en kaasvak Pagina 80 ¹
Deurrek voor grote flessen Pagina 80
Dooiwaterafvoergoot
5.2 Bedieningspaneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Fig. 2

De temperatuurinsteltoets stelt de temperatuur van het koelvak in.

super brandt, wanneer Supervriezen is ingeschakeld.

79

Pagina 80

nl Uitrusting

Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.

schakelt het apparaat in of uit.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het legplateau er uit. Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 86

6.2 Flessenrek

Bewaar flessen veilig op het flessenrek.

Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.

"Plateau verwijderen", Pagina 86

6.3 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar

Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.

Fig. 3

De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaar-

de levensmiddelen instellen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar:

Naar links schuiven voor lage luchtvochtigheid bij het overwegend bewaren van fruit, gemengde belading of hogere belading.

Naar rechts schuiven voor hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of geringe belading.

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.4 Boter- en kaasvak

Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.

6.5 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

"Deurrek verwijderen", Pagina 86

Pagina 81

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Het apparaat begint te koelen.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

7.3 Machine uitschakelen

indrukken.

De Bediening in essentie nl

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

"Sticker "OK"", Pagina 82

Vriesvaktemperatuur instellen

De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 83

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Supervriezen inschakelen

Pagina 82

nl Koelvak

Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Supervriezen uitschakelen

9 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

9.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

9.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 81

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Pagina 83

10 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

10.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Voorwaarden voor invriesvermogen

"Supervriezen inschakelen", Pagina 81

10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

Vriesvak nl

10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.

Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in

Verder lezen op pagina 84Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast