Siemens KG49NXIEP, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 128 pagina's, 2,0 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 121
Pagina 121
Vanaf de titel; het begin van pagina 121 staat in de pdf.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Pagina 122
nl Storingen verhelpen
WAARSCHUWING ‒
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Houd alarm off 9 tot 11 seconden ingedrukt tot een geluidssignaal te horen is. 2. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. |
Pagina 123
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Zijpanelen van het apparaat zijn warm. | Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal en "alarm off" knippert. Het deuralarm is ingeschakeld. | Deur van het apparaat is open. ▸ Sluit de deur van het apparaat. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) knippert en "alarm off" brandt. Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op alarm off. Schakel het alarm uit. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 118 | |
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 115 |
Pagina 124
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Breng het apparaat weg van de muur. 4. Laat de deur van het apparaat open. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Fig. 11 5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt. 6. Reinig de binnenruimte van het apparaat. Pagina 120 7. Schakel het apparaat weer in. Pagina 114 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 115 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 114 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater. | De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat. 1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek. 2. Open het apparaat zo kort mogelijk. 3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten. |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas. ▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is niet vrijstaand. ▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 124)
124
Pagina 125
Opslaan en afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat produceert geluiden. | Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 14.1 Stroomuitval | 3. Het apparaat na 5 minuten op- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 125)
Tijdens een stroomuitval stijgt de nieuw elektrisch aansluiten. temperatuur in het apparaat, hierdoor Pagina 13 verkort de bewaartijd en de kwaliteit 4. Binnen 10 seconden na het in-van de diepvriesproducten vermin- schakelen van de elektrische aandert. sluiting gedurende 3 tot 5 secon-Op onze website van uw apparaat den ingedrukt houden tot een vindt in de technische gegevens de akoestisch signaal klinkt. bewaartijd van de diepvriesproducten De apparaatzelftest start. in geval van een storing. Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoes-Opmerkingen tisch signaal.
Het apparaat tijdens een stroomuit- Wanneer na het einde van de ap-val zo weinig mogelijk openen en paraatzelftest 2 akoestische signa-geen andere levensmiddelen inrui- len weerklinken en de temperamen. tuurdisplay de ingestelde tempera-De kwaliteit van de levensmiddelen tuur weergeeft, dan zijn de tempeonmiddellijk na de stroomuitval ratuursensoren van uw apparaat in controleren. orde. Het apparaat gaat over op
- Diepvriesproducten die ontdooid de normale werking.
en warmer dan 5 °C zijn, weg- Als na het einde van de apparaatgooien. zelftest 5 akoestische signalen
- Licht ontdooide diepvriesproduc- klinken en "alarm off" 5 keer knipten koken of bakken en ofwel pert, neem dan contact op met de verbruiken of opnieuw invriezen. klantenservice.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 115
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 115
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
125
Pagina 126
nl Servicedienst
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen.
Pagina 120
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING ‒
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
126
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantie-
Pagina 127
Technische gegevens nl
voorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
ternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 112
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 112
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
127
Pagina's 1–103: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 104
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid ................................. 105
1.1 Algemene aanwijzingen ........ 105 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................ 105 1.3 Inperking van de gebruikers 105 1.4 Veiliger transport .................... 106 1.5 Veilige installatie ..................... 106 1.6 Veilig gebruik .......................... 107 1.7 Beschadigd apparaat ............ 109
2 Het voorkomen van materiële schade ...................................... 110
3 Milieubescherming en besparing ............................................ 110
3.1 Afvoeren van de verpakking 110 3.2 Energie besparen .................. 111
4 Opstellen en aansluiten .......... 111
4.1 Leveringsomvang ................... 111 4.2 Criteria voor de opstellocatie .............................................. 111 4.3 Apparaat monteren ................ 112 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............ 112 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ............................................. 112
5 Uw apparaat leren kennen ...... 112
5.1 Apparaat .................................. 112 5.2 Bedieningspaneel .................. 113
6 Uitrusting ................................. 113
6.1 Legplateau ............................... 113 6.2 Flessenrek ............................... 113 6.3 Bewaarlade ............................. 113 6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar ............. 114 6.5 Deurrekken .............................. 114 6.6 Accessoires ............................ 114
7 De Bediening in essentie ........ 114
7.1 Apparaat inschakelen ........... 114
104
7.2 Opmerkingen bij het gebruik 115 7.3 Machine uitschakelen ........... 115 7.4 Temperatuur instellen ............ 115 7.5 Toetsenblokkering ................. 116
8 Extra functies .......................... 116
8.1 Superkoelen .......................... 116 8.2 Automatisch Supervriezen ... 116 8.3 Handmatig Supervriezen ...... 116 8.4 Energiebesparingsmodus .... 117
9 Alarm ........................................ 117
9.1 Deuralarm ................................ 117 9.2 Temperatuuralarm ................. 117
10 Koelvak .................................. 118
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak .......................................... 118 10.2 Koudezones in het koelvak 118
11 Vriesvak ................................. 118
11.1 Invriescapaciteit ................... 118 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ................................... 119 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak .......................................... 119 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ......... 119 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ......... 119 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ............................. 120
12 Ontdooien .............................. 120
12.1 Ontdooien in het koelvak. .. 120 12.2 Ontdooien in het vriesvak .. 120
13 Reiniging en onderhoud ....... 120
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging ................................. 120 13.2 Apparaat schoonmaken ..... 120
Pagina 105
Veiligheid nl
13.3 Onderdelen eruit halen ....... 121
14 Storingen verhelpen ............. 121
14.1 Stroomuitval .......................... 125 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren .. 125
15 Opslaan en afvoeren ............. 125
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen ........................................... 125
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ......................................... 126
16 Servicedienst ........................ 126
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) ....... 127
17 Technische gegevens .......... 127
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
Pagina 106
nl Veiligheid
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet afsluiten.
Pagina 107
Veiligheid nl
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
107
Pagina 108
nl Veiligheid
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Het apparaat kan kantelen.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.
- Raak de hete onderdelen nooit aan.
WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
Pagina 109
Veiligheid nl
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 126
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Pagina 110
nl Het voorkomen van materiële schade
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
- Het apparaat uitschakelen. Pagina 115
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de service. Pagina 126
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP
Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.
- Het apparaat met een steekwagen transporteren.
- Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op het apparaat, de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen alu-
110
minium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.
- Levensmiddelen uitsluitend verpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Pagina 111
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
Houd een kleine afstand tot de zijwand aan.
De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Niet in alle landen
Opstellen en aansluiten nl
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 126 contact op.
De levering bestaat uit:
Vrijstaand apparaat
Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlage ²
Energielabel
Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING ‒
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 112
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
111
Pagina 112
nl Uw apparaat leren kennen
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- 1. Haal het informatiemateriaal er uit.
- 2. Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 120
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
112
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- 1. De apparaatstekker van het netsnoer in het apparaat steken.
- 2. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 112
- 3. De netstekker op vastheid controleren.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
Koelvak Pagina 118
Vriesvak Pagina 118
Verlichting
Flessenrek Pagina 113 ¹
Inwendige ventilatieopeningen
Temperatuurregelaar (lade) Pagina 115
Typeplaatje Pagina 127
Bewaarlade Pagina 113
Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 114
Diepvrieslade Pagina 121
Pagina 113
| Stelvoet |
| Bedieningspaneel Pagina 113 |
| Deurrek voor grote flessen Pagina 114 |
| 5.2 Bedieningspaneel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 113)
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
cool is geaccentueerd als het koelvak is geselecteerd.
eco (koelvak) brandt wanneer de energiespaarmodus in het koelvak is ingeschakeld.
Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
super (koelvak) brandt, wanneer Superkoelen is ingeschakeld.
°C dient voor de selectie van een vak, om de temperatuur te wijzigen of bepaalde extra functies in te schakelen.
/ stelt de temperatuur in van het geselecteerde vak.
freeze is geaccentueerd als het vriesvak is geselecteerd.
eco (vriesvak) brandt wanneer de energiespaarmodus in het vriesvak is ingeschakeld
Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.
super (vriesvak) brandt, wanneer Supervriezen is ingeschakeld.
lock schakelt de toetsblokkering van het bedieningspaneel in of uit.
Uitrusting nl
alarm off schakelt het waarschuwingssignaal uit.
De bedrijfsindicatie brandt als het apparaat in gebruik is.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het legplateau er uit. Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 121
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.
"Plateau verwijderen", Pagina 121
6.3 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden.
Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. Pagina 115
Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
Pagina 114
nl De Bediening in essentie
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.
Fig. 3
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen instellen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar:
Naar binnen schuiven voor lage luchtvochtigheid bij het overwegend bewaren van fruit, gemengde belading of hogere belading.
Naar buiten schuiven voor hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 121
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor ¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
- 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 112
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel
Pagina 115
werd uitgeschakeld, 10 seconden ingedrukt houden.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Het apparaat begint te koelen. Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) knippert en "alarm off" brandt rood, omdat het vriesvak nog te warm is.
- 2. Het waarschuwingssignaal met alarm off uitschakelen.
De temperatuurindicatie (vriesvak) stopt met knipperen.
"alarm off" gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- 3. De gewenste temperatuur instellen. Pagina 115
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
De Bediening in essentie nl
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
10 Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- 1. Het koelvak met °C selecteren.
- 2. Druk net zo vaak op / , totdat de temperatuuraanduiding (koelvak) de gewenste temperatuurinstelling weergeeft.
Schuif om de ingestelde temperatuur te bereiken, de temperatuurregelaar van de bewaarlade op ⅓- stand van onderen. Pagina 115
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Bewaartemperatuur instellen
- Selecteer één van de opties:
- Om de temperatuur te verlagen, de temperatuurregelaar naar boven in de richting van "extra cold" schuiven.
- Om de temperatuur te verhogen, de temperatuurregelaar naar beneden schuiven in de richting van "cold".
Fig. 4
Vriesvaktemperatuur instellen
- 1. Selecteer het vriesvak met °C.
- 2. Druk net zo vaak op / , totdat de temperatuuraanduiding (diepvriesvak) de gewenste temperatuurinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.
115
Verder lezen op pagina 116Inhoud