naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KI20LV62, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 18 pagina's in het Nederlands · pdf: 94 pagina's, 3,5 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Deze handleiding geldt ook voor: KI18LE61.

Storingen op pagina 89

Pagina 89

Vanaf de titel; het begin van pagina 89 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De verlichting functioneert niet.Het lampje is kapot.Lampje vervangen. Afb. /B
1. Apparaat uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
3. Afdekking naar voren eraf trekken.
4. Lampje vervangen.
(Reservelamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.)
De lichtschakelaar klemt.Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb. /A
Het vriesvak heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is.
De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb.
In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld.Temperatuurregelaar lager instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

Pagina 90

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
De diepvrieswaren ontdooien.De omgevingstemperatuur is kouder dan +16 °C.
De koelmachine slaat minder vaak aan.
Vertrek verwarmen (warmer dan +16 °C). Afb. /B Apparaten met binnentemperatuurschakelaar:
Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. Markering „0” is niet meer zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden.
Het apparaat koelt niet.De temperatuurregelaar staat op de stand „0”.Temperatuurregelaar uit stand „0” draaien. Afb. /A
■ Stroomuitval.
■ De zekering is uitgeschakeld.
■ De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 4

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 74

Aanwijzingen over de afvoer .............. 77

Omvang van de levering .................... 78

Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte ......................... 78

De juiste plaats ..................................... 79

Apparaat aansluiten ............................ 80

Kennismaking met het apparaat ....... 80

Inschakelen van het apparaat ........... 81

Instellen van de temperatuur ............. 81

Netto-inhoud .......................................... 82

De koelruimte ....................................... 82

Het vriesvak .......................................... 83

Maximale invriescapaciteit ................. 83

Invriezen en opslaan ........................... 83

Verse levensmiddelen invriezen ....... 83

Ontdooien van diepvrieswaren ......... 85

Uitvoering .............................................. 85

Sticker „OK” .......................................... 85

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ................... 86

Ontdooien .............................................. 86

Schoonmaken van het apparaat ...... 87

Energie besparen ................................ 87

Bedrijfsgeluiden ................................... 88

Kleine storingen zelf verhelpen ......... 89

Servicedienst ........................................ 90

Pagina's 5–73: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 74

nl

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Pagina 75

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

Gevaar van elektrische schok!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.

nl

Explosiegevaar!

Pagina 76

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Flessen en potten kunnen barsten!

Kans op vrieswonden!

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Pagina 77

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

nl

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 78

nl

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Pagina 79

Binnentemperatuurschakelaar

Wanneer de binnentemperatuur bij apparaten uit apparaatklasse SN lager wordt dan 16 °C, kan het in de diepvriesruimte te warm worden. In extreme gevallen kunnen de diepvrieswaren ontdooien. Om dit te voorkomen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar in. De koelmachine werkt hierdoor vaker. Het apparaat kan nu worden gebruikt bij een binnentemperatuur tussen +10 °C en +16 °C.

Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken, zie afb. /B. Markering „0” is niet meer zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden.

Om energie te besparen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar uit zodra de binnentemperatuur hoger wordt dan +16 °C.

Beluchting

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

nl

Nisdiepte

Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.

De juiste plaats

Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:

Pagina 80

nl

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

AHet vriesvak
BKoelruimte
1Temperatuurregelaar/Verlichting
2Lichtschakelaar
3Glasplateau in de koelruimte
4Groentelade
5Voorraadvak in de deur
6Vak voor grote flessen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)

Pagina 81

Inschakelen van het apparaat

Temperatuurregelaar, afb. /A, uit regelstand „0” draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.

Aanwijzingen bij het gebruik

De temperatuur in de koelruimte wordt warmer:

Instellen van de temperatuur

Temperatuurregelaar, afb. /A, op de gewenste instelling draaien.

Bij een gemiddelde instelling wordt de temperatuur in de koudste zone ca. +4 °C. Afb.

Hogere instellingen veroorzaken koudere temperaturen in de koelruimte en in het vriesvak.

nl

Wij adviseren:

Koelcapaciteit

De temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden.

Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 uur op een hoge instelling gedraaid worden.

Het vriesvak

De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.

Pagina 82

nl

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

De koelruimte

De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.

In acht nemen bij het bewaren

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Let op de koudezones in de koelruimte

Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:

Aanwijzing

Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).

Aanwijzing

Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.

Groentelade

Afb. /4

Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit bij een iets lagere temperatuur bewaren.

De luchtvochtigheid in de groentelade is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen.

Aanwijzing

Een te hoge luchtvochtigheid kan tot de vorming van waterdruppels en hierdoor tot verrotting leiden.

Pagina 83

nl

Het vriesvak

Gebruik van het vriesvak

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Pagina 84

nl

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Aanwijzing

Bij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer. Onder omstandigheden kan daardoor ook de koelruimtetemperatuur te laag worden. Stel een hogere temperatuur voor de koelruimte in.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Pagina 85

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

nl

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Glasplateaus

Afb.

U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Plateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.

Flessenrek

Afb.

In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.

Sticker „OK”

(niet bij alle modellen)

Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.

Aanwijzing

Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Pagina 86

nl

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Temperatuurregelaar, afb. /A, op stand „0” draaien. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

De koelruimte wordt volautomatisch ontdooid

Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. . Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.

Aanwijzing

Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.

86 Het vriesvak

Het vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.

m Attentie

Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

U gaat als volgt te werk:

Aanwijzing

Draai ca. 4 uur vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoogste stand, zodat de temperatuur van de levensmiddelen zeer laag wordt en ze langer op de binnentemperatuur bewaard kunnen worden.

Pagina 87

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

U gaat als volgt te werk:

nl

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.

Glasplateaus eruit halen

Afb.

De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.

Dooiwatergoot

Afb.

De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Legplateaus uit de deur nemen

Afb.

Legplateaus optillen en verwijderen.

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.

Pagina 88

nl

Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Pagina 89: zie Storingen hierboven.

Pagina 90: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast