naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KI22LNSE0, tekst van de handleiding

Koelkast · Siemens · 21 pagina's in het Nederlands · pdf: 92 pagina's, 2,7 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 86

Pagina 86

Vanaf de titel; het begin van pagina 86 staat in de pdf.

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.

Pagina 87

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt na het aansluiten niet hoorbaar en koelt niet. Displays en verlichting branden.Geen storing. Na het aansluiten duurt het tot maximaal 8 minuten voordat het apparaat hoorbaar start. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
▸ Voer de apparaatzelftest uit. Pagina 89
Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking.
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 84
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

Pagina 88

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.wand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 81
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 80
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 85
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Super-functie is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)

Pagina 89

14.1 Stroomuitval

Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.

Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.

Opmerkingen

Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.

De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.

14.2 Apparaatzelftest uitvoeren

Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.

Pagina 81

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 12

Pagina 80

Opslaan en afvoeren nl

den ingedrukt houden tot een akoestisch signaal klinkt.

Wanneer u voor het starten van de zelftest per ongeluk langer dan 5 s ingedrukt gehouden heeft, dan wordt de klantenservicemodus geactiveerd. Wacht 10 minuten zonder handeling, tot de klantenservicemodus automatisch wordt afgesloten.

De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.

Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.

Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en "super" twee keer knippert, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.

Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en "super" gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 81

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 84

89

Pagina 90

nl Servicedienst

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be-

90

treffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer

Pagina 91

Technische gegevens nl

(E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

91

Pagina's 1–70: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 71

Inhoudsopgave nl

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid ................................... 72

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 72 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................... 72 1.3 Inperking van de gebruikers ... 72 1.4 Veiliger transport ....................... 73 1.5 Veilige installatie ........................ 73 1.6 Veilig gebruik ............................. 74 1.7 Beschadigd apparaat ............... 76

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 77

3 Milieubescherming en besparing .............................................. 77

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 77 3.2 Energie besparen ..................... 77

4 Opstellen en aansluiten ............ 78

4.1 Leveringsomvang ...................... 78 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 78 4.3 Apparaat monteren ................... 79 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 79 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 79

5 Uw apparaat leren kennen ........ 79

5.1 Apparaat ..................................... 79 5.2 Bedieningspaneel ..................... 79

6 Uitrusting ................................... 79

6.1 Legplateau .................................. 79 6.2 Groente- en fruitlade ................. 79 6.3 Deurrekken ................................. 80 6.4 Accessoires ............................... 80

7 De Bediening in essentie .......... 80

7.1 Apparaat inschakelen .............. 80 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 80 7.3 Machine uitschakelen .............. 81 7.4 Temperatuur instellen ............... 81

8 Extra functies ............................ 81

8.1 Super-functie .............................. 81

9 Alarm .......................................... 81

9.1 Deuralarm ................................... 81

10 Koelvak .................................... 81

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ............................................. 81 10.2 Koudezones in het koelvak .. 82 10.3 Sticker "OK" ............................. 82

11 Vriesvak ................................... 82

11.1 Deur van het vriesvak ............ 82 11.2 Invriescapaciteit ...................... 82 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ............................................. 83 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 83 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 83 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ................................ 83

12 Ontdooien ................................ 84

12.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 84 12.2 Ontdooien in het vriesvak ..... 84

13 Reiniging en onderhoud ......... 85

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 85 13.2 Apparaat schoonmaken ........ 85 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. ..................... 85 13.4 Onderdelen eruit halen .......... 86

14 Storingen verhelpen ............... 86

14.1 Stroomuitval ............................. 89 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren .... 89

15 Opslaan en afvoeren .............. 89

71

Pagina 72

nl Veiligheid

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 89 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 90

16 Servicedienst .......................... 90

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) .......... 91

17 Technische gegevens ............ 91

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

Pagina 73

Veiligheid nl

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

Pagina 74

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

74

Pagina 75

Veiligheid nl

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

75

Pagina 76

nl Veiligheid

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

76

Pagina 77

Het voorkomen van materiële schade nl

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:

De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.

De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.

Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.

Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.

Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Ontdooi het vriesvak regelmatig.

77

Pagina 78

nl Opstellen en aansluiten

Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 90 contact op.

De levering bestaat uit:

Inbouw

Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal

Montagehandleiding

Gebruiksaanwijzing

Klantenservice overzicht

Garantiebijlage ²

Energielabel

Informatie over energieverbruik en geluiden

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING

Explosiegevaar!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

"Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 79

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

78

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 38°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

Nismaten

Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.

Nisdiepte

Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.

Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.

Nisbreedte

Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.

Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor

Pagina 79

bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 79

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Fig. 1

Bedieningspaneel Pagina 79

Uw apparaat leren kennennl
Vriesvak Pagina 82
Groente- en fruitlade Pagina 79
Typeplaatje Pagina 91
Verlichting
Deurrek voor grote flessen Pagina 80
5.2 Bedieningspaneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Fig. 2

stelt de temperatuur van het koelvak in.

super brandt wanneer de Superfunctie ingeschakeld is.

Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 86

6.2 Groente- en fruitlade

Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

79

Pagina 80

nl De Bediening in essentie

Verwijder het condenswater met een droge doek.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.3 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

"Deurrek verwijderen", Pagina 86

6.4 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

IJsblokjesschaal

Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.

IJsblokjes maken

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.

80

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.

De motor start met maximaal 8 minuten vertraging.

Het apparaat begint te koelen.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, kan het tot 8 minuten duren voordat de motor start.

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

Pagina 81

7.3 Machine uitschakelen

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

"Sticker "OK"", Pagina 82

Vriesvaktemperatuur instellen

De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Super-functie

Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.

Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

"Invriescapaciteit", Pagina 82

Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Super-functie inschakelen

Extra functies nl

Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Super-functie uitschakelen

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurdisplays knipperen.

Na 10 minuten knippert de binnenverlichting.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

81

Pagina 82

nl Vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

10.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 81

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

11 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

11.1 Deur van het vriesvak

Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.

11.2 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79

Pagina 83

Voorwaarden voor invriesvermogen

"Super-functie inschakelen", Pagina 81

11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.

11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Vriesvak nl

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 83)

11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Verder lezen op pagina 84Inhoud

Meer handleidingen: Siemens koelkast