Siemens KI22LNSE0, tekst van de handleiding
Pagina's 84–91 van 92 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 84
nl Ontdooien
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Fig. 3
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 85.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
"Super-functie inschakelen", Pagina 81
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- 2. De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 81
- 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Heet water, spatwater en stoom kunnen tot verbranding leiden.
- Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdooiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.
- 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- 8. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 12
- 9. De diepvrieswaren inladen.
Pagina 83
Pagina 85
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 81
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
Pagina 86
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
Reiniging en onderhoud nl
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 85
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 12
- 6. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
85
Pagina 86
nl Storingen verhelpen
| ▸ Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. | Deurrek verwijderen ▸ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. |
| Fig. 4 | Fig. 6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 86)
Groente- en fruitlade verwijderen
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
Fig. 5
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
Fig. 7
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade .
Fig. 8
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
Pagina 87
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt na het aansluiten niet hoorbaar en koelt niet. Displays en verlichting branden. | Geen storing. Na het aansluiten duurt het tot maximaal 8 minuten voordat het apparaat hoorbaar start. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. ▸ Voer de apparaatzelftest uit. Pagina 89 Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 84 ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. | |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter- |
Pagina 88
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | wand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 81 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 80 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 85 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 89
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 81
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten.
Pagina 12
- 4. Het apparaat inschakelen.
Pagina 80
- 5. Binnen 10 seconden na het inschakelen van de elektrische aansluiting gedurende 3 tot 5 secon-
Opslaan en afvoeren nl
den ingedrukt houden tot een akoestisch signaal klinkt.
Wanneer u voor het starten van de zelftest per ongeluk langer dan 5 s ingedrukt gehouden heeft, dan wordt de klantenservicemodus geactiveerd. Wacht 10 minuten zonder handeling, tot de klantenservicemodus automatisch wordt afgesloten.
De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en "super" twee keer knippert, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en "super" gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 81
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat ontdooien.
Pagina 84
- 5. Het apparaat reinigen. Pagina 85
89
Pagina 90
nl Servicedienst
- 6. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be-
90
treffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer
Pagina 91
Technische gegevens nl
(E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 79
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
91