Siemens KI52FADF0, tekst van de handleiding
Pagina's 108–121 van 124 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 108
nl Extra functies
Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Hierdoor koelen en bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
→ "Invriescapaciteit", Pagina 110
Aanwijzing Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
indrukken.
▶
brandt.
Aanwijzing Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
- indrukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Alarm
Uw apparaat beschikt over alarmfuncties.
Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Waarschuwingssignaal (deuralarm) uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op drukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakwaren, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.
De temperatuur in het koelvak kunt u van 3 °C tot 8 °C instellen.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak.
- Om ervoor te zorgen dat de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen langer behouden blijven, uitsluitend verse en ongeschonden levensmiddelen bewaren.
Pagina 109
- Bij kant-en-klaar-producten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- Om aroma, kleur en versheid te behouden of smaakoverdracht en verkleuringen van de kunststofdelen te vermijden, levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, voordat u deze in het koelvak plaatst.
Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tips
- Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
- Bewaar gevoelige levensmiddelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees.
→ "Verskoelruimte", Pagina 109
Verskoelruimte
In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
Verskoelruimte nl
Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
| Levensmiddel | Bewaartijd |
|---|---|
| Verse vis, zeevruchten | tot 3 dagen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/ge-braden) | tot 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | tot 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli | tot 14 dagen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | tot 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | tot 30 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 109)
Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
Pagina 110
nl Vriesvak
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:
- Ingestelde temperatuur
- Levensmiddel (grootte en soort)
- Bewaarde hoeveelheid
- Reeds bewaarde hoeveelheid levensmiddelen
Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
Aan de greepstand van de deur van het vriesvak herkent u of het vriesvak juist is gesloten.
Aanwijzing Als u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast.
Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1 /
7
110
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Vóór het inladen van verse levensmiddelen Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 108
- 2. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Tips voor het inkopen van diepvrieskost
Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt.
- Op onbeschadigde verpakking letten.
- Op de houdbaarheidsdatum letten.
- De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesketen niet onderbreken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt.
- De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
- In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
Indien nodig diepgevroren levensmiddelen in het vriesvak veranderen van positie.
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest.
- Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Pagina 111
- Voor het verbruik gekookte, gebraden of gebakken levensmiddelen zijn geschikter dan rauw te eten levensmiddelen.
- Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaalde levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen.
- Groente: wassen, kleiner maken, blancheren.
- Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.
Over het invriezen van geschikte levensmiddelen
- Brood en banket
- Vis en zeevruchten
- Vlees
- Wild en gevogelte
- Groente, fruit en kruiden
- Eieren zonder schaal
- Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark
- Bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes
Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen
- Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes
- Ongepelde of hardgekookte eieren
- Wijndruiven/druiven
- Hele appels, peren en perziken
- Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise
Vriesvak nl
Diepvrieswaren verpakken
Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
Geschikte verpakking:
- Kunststoffolie van polyethyleen – Buisfolie van polyethyleen – Diepsvrieszakjes van polyethyleen
- Diepvriesdozen
Niet geschikt als verpakking:
- (in)pakpapier
- Perkamentpapier
- Cellofaan
- Aluminiumfolie
- Vuilniszakken en gebruikte plastic zakken
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
Geschikte afsluitingen:
- Rubberringen
- Kunststofclips
- Koudebestendig plakband
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest.
| Levensmiddel | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Pagina 112
nl Ontdooien
Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen.
VOORZICHTIG
Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kan er bacterievorming optreden en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
| Ontdooimethode | Levensmiddel |
|---|---|
| Koelvak | Dierlijke levensmiddelen, zoals vis, vlees, kaas, kwark |
| Omgevingstemperatuur | Brood |
| Magnetron | Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding |
| Oven of fornuis | Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 112)
Ontdooien
Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.
Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in de verskoelruimte
De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in het vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 108
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- 2. De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 107
- 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Pagina 113
- 5. Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- 8. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- 9. Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 107
- 10. De diepvrieswaren inladen.
→ Pagina 110
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
Apparaat voorbereiden voor reiniging
Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 107
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en bewaar deze op een koele plek.
Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 114
- 6. De volgende apparaatonderdelen uit het apparaat demonteren:
Reiniging en onderhoud nl
- → "Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade", Pagina 114
- → "Telescooprails", Pagina 114
Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt.
WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
- Vloeistof in de verlichting kan gevaarlijk zijn.
- Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
LET OP!
- Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Reinig nooit plateaus en houders in de vaatwasser.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 113
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
113
Pagina 114
nl Reiniging en onderhoud
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- 6. Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 107
- 7. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
Uittrekbaar legplateau verwijderen
- 1. Het uittrekbare legplateau uittrekken tot de grendelnok losklikt. → Afb. 6
- 2. Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen → Afb. 7
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade naar voren kantelen en verwijderen .
→ Afb. 8
Verskoellade verwijderen
- De verskoellade naar voren kantelen en verwijderen .
→ Afb. 8
Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade
Om de scheidingsplaat en de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Scheidingsplaat demonteren
- 1. De fruit- en groentelade verwijderen.
- 2. De hendels aan de onderkant aan beide zijden indrukken en de scheidingsplaat naar voren trekken .
→ Afb. 9
- 3. De scheidingsplaat optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking demonteren
- De afdekking van de fruit- en groentelade optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Scheidingsplaat en afdekking inbouwen
- 1. De afdekking van de fruit- en groentelade plaatsen.
- 2. De vochtigheidsregelaar op lagere luchtvochtigheid instellen.
- 3. De scheidingsplaat aanbrengen. → Afb. 10
Telescooprails
Om de telescooprails grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Telescooprails demonteren
- 1. De telescooprail uittrekken.
→ Afb. 11
Pagina 115
Reiniging en onderhoud nl
- 2. De vergrendeling in de richting van de pijl schuiven en van de achterste pen losmaken .
→ Afb. 12
- 3. De telescooprail in elkaar schuiven.
- 4. De telescooprail boven de achterste pen naar achteren schuiven en losklikken .
→ Afb. 13
Uittrekbare rails monteren
- 1. De telescooprail in uitgeschoven toestand op de voorste pen plaatsen en om te vergrendelen iets naar voren trekken .
→ Afb. 14
- 2. De telescooprail aan de achterste pen plaatsen en de vergrendeling naar achteren schuiven . → Afb. 15
Pagina 116
nl Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Functiestoringen
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. Er brandt geen enkele indicatie. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | ▶ Controleer of de netstekker van de stroomkabel volledig in het stopcontact is gestoken. |
| De zekering is geactiveerd. | ▶ Controleer de zekeringen. | |
| De stroom is uitgevallen. | 1. Controleer of er stroom is. 2. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen. | |
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 119 • Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. Kapje van de lamp niet verwijderen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 120 |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Apparaatdeur werd vaak geopend. | ▶ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| De ventilatieopeningen zijn afgedekt. | ▶ Verwijder blokkades voor de ventilatie-openingen |
Pagina 117
Storingen verhelpen nl
Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| of verschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. | ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 120 |
| Temperatuurprobleem | ||
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 107 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 107 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Cool-fresh-vak is te warm of te koud | Standaardinstelling is te hoog of te laag, bijv. bevriezing in cool-fresh-vak | Aanwijzing De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-freshvak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen. Een wijziging van de standaardinstelling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak. 1. Druk op tot het temperatuurdisplay knippert. 2. Om de instelling te wijzigen drukt u op / . – Instelling -3 komt overeen met de koudste instelling. – Instelling +3 komt overeen met de warmste instelling. • De geselecteerde instelling wordt na een minuut opgeslagen. |
Pagina 118
nl Storingen verhelpen
Geluiden
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Apparaat bromt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. | Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de buizen. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat klikt. | Geen storing. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. | ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. | ▶ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| Geurtjes | ||
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
| Het apparaat ruikt onaangenaam. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. Bereid het apparaat voor om te reinigen. → Pagina 113 2. Reinig het apparaat. → Pagina 113 3. Reinig alle levensmiddelenverpakkingen. 4. Verpak sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht om geurvorming te voorkomen. 5. Controleer na 24 uur opnieuw of er luchtjes zijn ontstaan. |
Pagina 119
Apparaatzelftest uitvoeren
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 107
- 2. Het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 107
- 3. Binnen 10 seconden na het inschakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden.
- De apparaatzelftest start.
- Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 107
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 112
- 4. Het apparaat reinigen.
→ Pagina 113
Opslaan en afvoeren nl
- 5. Laat de deur van het apparaat open.
Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Gezondheidsrisico!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
119
Pagina 120
nl Servicedienst
Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Aanwijzing Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur
120
van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar (behalve in Denemarken en Zweden waar de duur 1 jaar bedraagt) in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Afb. 1 / 7
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Afb. 1 / 7
Pagina 121
Technische gegevens nl
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// www.bsh-group.com/energylabel¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
121