naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KI52FADF0, tekst van de handleiding

Pagina's 108–121 van 124 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 93–107

Pagina 108

nl Extra functies

Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

Super-functie

Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Hierdoor koelen en bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern.

Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

→ "Invriescapaciteit", Pagina 110

Aanwijzing Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Super-functie inschakelen

indrukken.

▶

brandt.

Aanwijzing Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Super-functie uitschakelen

Alarm

Uw apparaat beschikt over alarmfuncties.

Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Waarschuwingssignaal (deuralarm) uitschakelen

Koelvak

In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakwaren, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.

De temperatuur in het koelvak kunt u van 3 °C tot 8 °C instellen.

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak.

Pagina 109

Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tips

→ "Verskoelruimte", Pagina 109

Verskoelruimte

In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.

Verskoelruimte nl

Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.

Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C

De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.

LevensmiddelBewaartijd
Verse vis, zeevruchtentot 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/ge-braden)tot 5 dagen
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg)tot 7 dagen
Gerookte vis, broccolitot 14 dagen
Sla, venkel, abrikozen, pruimentot 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkooltot 30 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 109)

Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

Pagina 110

nl Vriesvak

De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:

Deur van het vriesvak

Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.

Aan de greepstand van de deur van het vriesvak herkent u of het vriesvak juist is gesloten.

Aanwijzing Als u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast.

Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1 /

7

110

Voorwaarden voor invriesvermogen

→ "Super-functie inschakelen", Pagina 108

Tips voor het inkopen van diepvrieskost

Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt.

Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt.

Indien nodig diepgevroren levensmiddelen in het vriesvak veranderen van positie.

Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest.

Pagina 111

Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.

Over het invriezen van geschikte levensmiddelen

Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen

Vriesvak nl

Diepvrieswaren verpakken

Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden.

Geschikte verpakking:

Niet geschikt als verpakking:

Geschikte afsluitingen:

Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest.

LevensmiddelBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 111)

Pagina 112

nl Ontdooien

Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen.

VOORZICHTIG

Gezondheidsrisico!

Bij het ontdooien kan er bacterievorming optreden en kunnen de diepvrieswaren bederven.

OntdooimethodeLevensmiddel
KoelvakDierlijke levensmiddelen, zoals vis, vlees, kaas, kwark
OmgevingstemperatuurBrood
MagnetronLevensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding
Oven of fornuisLevensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 112)

Ontdooien

Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.

Ontdooien in het koelvak.

Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.

Ontdooien in de verskoelruimte

De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.

Ontdooien in het vriesvak

Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Vriesvak ontdooien

Het vriesvak regelmatig ontdooien.

→ "Super-functie inschakelen", Pagina 108

De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

→ Pagina 107

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 113

→ Pagina 107

→ Pagina 110

Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

Apparaat voorbereiden voor reiniging

Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging

→ Pagina 107

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

Reiniging en onderhoud nl

Apparaat schoonmaken

Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt.

WAARSCHUWING

Gevaar voor een elektrische schok!

LET OP!

113

Pagina 114

nl Reiniging en onderhoud

→ Pagina 107

Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Plateau verwijderen

Uittrekbaar legplateau verwijderen

Deurrek verwijderen

Groente- en fruitlade verwijderen

→ Afb. 8

Verskoellade verwijderen

→ Afb. 8

Apparaatonderdelen demonteren

Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.

Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade

Om de scheidingsplaat en de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.

Scheidingsplaat demonteren

→ Afb. 9

Afdekking demonteren

Scheidingsplaat en afdekking inbouwen

Telescooprails

Om de telescooprails grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.

Telescooprails demonteren

→ Afb. 11

Pagina 115

Reiniging en onderhoud nl

→ Afb. 12

→ Afb. 13

Uittrekbare rails monteren

→ Afb. 14

Pagina 116

nl Storingen verhelpen

Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Gevaar voor een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Functiestoringen

StoringOorzaakVerhelpen van storingen
Apparaat werkt niet.
Er brandt geen enkele indicatie.
De stekker zit niet goed in het stopcontact.▶ Controleer of de netstekker van de stroomkabel volledig in het stopcontact is gestoken.
De zekering is geactiveerd.▶ Controleer de zekeringen.
De stroom is uitgevallen.1. Controleer of er stroom is.
2. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.▶ Voer de apparaatzelftest uit.
→ Pagina 119
• Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking.
LED-verlichting functioneert niet.
Kapje van de lamp niet verwijderen.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.▶ Neem contact op met de klantenservice.
→ "Servicedienst", Pagina 120
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Apparaatdeur werd vaak geopend.▶ Open de apparaatdeur niet onnodig.
De ventilatieopeningen zijn afgedekt.▶ Verwijder blokkades voor de ventilatie-openingen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 116)

Pagina 117

Storingen verhelpen nl

Aanwijzingen op het display

StoringOorzaakVerhelpen van storingen
of verschijnt op het temperatuurdisplay.De elektronica heeft een fout geconstateerd.▶ Neem contact op met de klantenservice.
→ "Servicedienst", Pagina 120
Temperatuurprobleem
StoringOorzaakVerhelpen van storingen
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1. Schakel het apparaat uit.
→ Pagina 107
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 107 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Cool-fresh-vak is te warm of te koudStandaardinstelling is te hoog of te laag, bijv. bevriezing in cool-fresh-vakAanwijzing De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-freshvak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen.
Een wijziging van de standaardinstelling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak.
1. Druk op tot het temperatuurdisplay knippert.
2. Om de instelling te wijzigen drukt u op / .
– Instelling -3 komt overeen met de koudste instelling.
– Instelling +3 komt overeen met de warmste instelling.
• De geselecteerde instelling wordt na een minuut opgeslagen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 117)

Pagina 118

nl Storingen verhelpen

Geluiden

StoringOorzaakVerhelpen van storingen
Apparaat bromt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt.Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat klikt.Geen storing. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.▶ Haal flessen of containers van elkaar.
Super-functie is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Geurtjes
StoringOorzaakVerhelpen van storingen
Het apparaat ruikt onaangenaam.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1. Bereid het apparaat voor om te reinigen. → Pagina 113
2. Reinig het apparaat. → Pagina 113
3. Reinig alle levensmiddelenverpakkingen.
4. Verpak sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht om geurvorming te voorkomen.
5. Controleer na 24 uur opnieuw of er luchtjes zijn ontstaan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 118)

Pagina 119

Apparaatzelftest uitvoeren

→ Pagina 107

Opslaan en afvoeren

Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.

Apparaat buiten gebruik stellen

→ Pagina 107

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

→ Pagina 112

→ Pagina 113

Opslaan en afvoeren nl

Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Gezondheidsrisico!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

119

Pagina 120

nl Servicedienst

Servicedienst

Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.

Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.

We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.

Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt.

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Aanwijzing Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur

120

van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar (behalve in Denemarken en Zweden waar de duur 1 jaar bedraagt) in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

→ Afb. 1 / 7

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

→ Afb. 1 / 7

Pagina 121

Technische gegevens nl

Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// www.bsh-group.com/energylabel¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

121

← pagina's 93–107Inhoud