Siemens KI82FSD30, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 114 pagina's, 3,5 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 101
Pagina 101
Vanaf de titel; het begin van pagina 101 staat in de pdf.
3 Storingen, wat te doen?
Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Apparaat 5 minuten uitschakelen.
"Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 93
Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een paar uur opnieuw controleren.
Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren.
| Geen enkele indicatie brandt. | |
|---|---|
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. |
| De zekering is geactiveerd. | Zekeringen controleren. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleren of er stroom is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)
De indicatie geeft E... aan.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
Contact opnemen met de servicedienst. "Servicedienst" op pagina 103
Pagina 102
nl Storingen, wat te doen?
Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden.
Presentatielicht ingeschakeld.
Het is te warm of koud in het verskoelvak.
De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in het verskoelvak).
--------
Zelftest starten.
"Zelftest apparaat" op pagina 103
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
U kunt de temperatuur in het verskoelvak 3 standen warmer of kouder instellen. Als de temperatuur in het koelvak op stand 0 is ingesteld, heeft het verskoelvak een temperatuur van omstreeks 0 °C. Aanwijzing: Een verandering van de standaardinstelling beïnvloedt de temperatuur in het koelvak en het vriesvak.
- 1. Toets super indrukken en ingedrukt houden tot de weergave Temperatuur knippert.
- 2. Toets + / – indrukken om de instelling te wijzigen.
Stand –3 is de koudste instelling.
Stand +3 is de warmste instelling.
Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.
Pagina 103
Servicedienst nl
4 Servicedienst
Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met
Servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 92
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat
Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- 1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- 2. Apparaat inschakelen.
- 3. Binnen de eerste 10 seconden na het inschakelen de toets super 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden.
Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
- Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven: uw apparaat is in orde.
- Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de toets super 10 seconden knippert: contact opnemen met de Service.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
--------
Garantie
Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.
Pagina's 1–84: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 85
nl
nl Inhoud
Veiligheidsvoorschriften. . . . . . 86
Over deze gebruiksaanwijzing . . . . . 86
Kans op explosie . . . . . . . . . . . . . . . 86
Gevaar voor een elektrische schok . 86
Verbrandingsgevaar door kou . . . . . 86
Risico op letsel . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Gevaren door of van het koelmiddel 87
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen . . . 87
Materiële schade . . . . . . . . . . . . . . . 88
Gewicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
8 Correct gebruik van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . 88
7 Milieubescherming . . . . . . . . . . 88
Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . 88
5 Installeren en aansluiten. . . . . . 89
Inhoud van de verpakking . . . . . . . . 89
Technische gegevens. . . . . . . . . . . . 89
Apparaat installeren . . . . . . . . . . . . . 89
Nisdiepte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
Energie besparen . . . . . . . . . . . . . . . 90
Voor het eerste gebruik . . . . . . . . . . 91
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . 91
Het apparaat leren kennen . . . . 92
Apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Bedieningselementen . . . . . . . . . . . . 92
Uitrusting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
1 Apparaat bedienen . . . . . . . . . . 93
Apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . . 93
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . 94
Super-functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Alarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Deuralarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Koelvak. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
In acht nemen bij het bewaren . . . . . 95
Let op de koudezones in het koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Verskoelruimte . . . . . . . . . . . . . 95
Groentelade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Verskoellade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
Bewaartijden bij 0 °C . . . . . . . . . . . . 96
Vriesvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
Deur van het vriesvak . . . . . . . . . . . . 96
Maximale invriescapaciteit. . . . . . . . . 97
Diepvriesproducten inkopen . . . . . . . 97
Attentie bij het inruimen. . . . . . . . . . . 97
Verse levensmiddelen invriezen . . . . 97
Ontdooien van diepvrieswaren . . . . . 98
Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Vriesvak. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . 99
Schoonmaken van het interieur. . . . 100
Luchtjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
9 Verlichting . . . . . . . . . . . . . . . . 100
Geluiden. . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Normale geluiden . . . . . . . . . . . . . . 101
Voorkomen van geluiden. . . . . . . . . 101
3 Storingen, wat te doen? . . . . . 101
4 Servicedienst. . . . . . . . . . . . . . 103
Zelftest apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 103
Verzoek om reparatie en advies bij storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .103
Pagina 86
nl Veiligheidsvoorschriften
Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
- Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
- De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert.
- Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Gevaar voor een elektrische schok
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
- Bij een beschadigd aansluitsnoer: Maak het apparaat direct los van het stroomnet.
- Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.
- Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
- Gebruik alleen originele onderdelen van de fabrikant. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen.
Verbrandingsgevaar door kou
- Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
- Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Pagina 87
Risico op letsel
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
- Leidingen niet beschadigen.
Bij beschadiging van de leidingen:
- Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden.
- De ruimte ventileren.
- Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken.
- Contact opnemen met de servicedienst.
Veiligheidsvoorschriften nl
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen
Er bestaat gevaar voor:
- kinderen;
- personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen;
- personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
- Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
- Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
- Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
- Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
- Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
- Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen.
Pagina 88
nl Bestemming van het apparaat
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade
Om materiële schade te voorkomen:
- Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen.
- Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden.
- Aan de stekker trekken – niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.
"De juiste opstelplaats" op pagina 89
8 Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
- uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding.
- uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik.
- uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
7 Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.
- Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
- Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing
Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!
- Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
- 1. Stekker uit het stopcontact halen.
- 2. Aansluitsnoer doorknippen.
- 3. Apparaat op deskundige wijze laten afvoeren.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
Pagina 89
Installeren en aansluiten nl
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
5 Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. "Servicedienst" op pagina 103
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
- Inbouwapparaat
- Uitrusting (modelafhankelijk)
- Montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
- Installatievoorschrift
- Klantenserviceboekje
- Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje. "Het apparaat leren kennen" op pagina 92
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koudemiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een
ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koudemiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koudemiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 92
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 69 kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 92
| Klimaatklasse | Toegestane omgevingstemperatuur |
|---|---|
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 55 cm – wordt het energieverbruik iets hoger.
Pagina 90
nl Installeren en aansluiten
Energie besparen
Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
| Apparaat installeren | |
|---|---|
| Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht. | Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het apparaat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen plaatsen: Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een cv-installatie: 30 cm. Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is een isolatieplaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmtebron. | |
| Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen. | |
| Een nisdiepte van 56 cm aanhouden. Attentie! Gevaar voor verbranding! Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderdelen kan brandwonden veroorzaken. | De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken. |
| Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren. | |
| De ruimte dagelijks luchten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)
| Gebruik van het apparaat | |
|---|---|
| Deur van het apparaat slechts kort openen. | De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporteren en snel in het apparaat leggen. | |
| Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen. | |
| Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten. | |
| Altijd wat ruimte openlaten tussen de levensmiddelen en de achterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luchtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal per jaar schoon zuigen. | De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken. |
| Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren. | |
Pagina 91
Installeren en aansluiten nl
| Gebruik van het apparaat | |
|---|---|
| Vriesvak regelmatig ontdooien. | Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. |
| Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten. | Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat moet vaker koelen en verbruikt meer stroom. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)
--------
Voor het eerste gebruik
- 1. Infomateriaal eruit nemen en zowel plakband als beschermfolie verwijderen.
- 2. Apparaat schoonmaken.
"Schoonmaken" op pagina 99
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters.
Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- 1. Na plaatsing van het apparaat minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- 2. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact.
Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz
Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 92
- 3. Sluit het apparaat aan op een stopcontact in de buurt van het apparaat.
Het stopcontact moet ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, mag u in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren gebruiken.Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Pagina 92
nl Het apparaat leren kennen
Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.
Apparaat
- Afb.
* Niet bij alle modellen.
- Vriesvak
- Koelvak
3 Verskoelruimte ... Bedieningselementen
- Verlichting
* Uittrekbaar legplateau
- Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groentelade
Verskoellade 2 Typeplaatje
* Boter- en kaasvak Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
- Afb.
- Toets
Schakelt het apparaat in of uit.
- 0 Toets super
Schakelt de super-functie in of uit.
- 8 Toets + / –
Stelt de temperatuur in.
- Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C.
- Toets alarm
Schakelt het alarmsignaal uit. hyperFresh 0 °C
De indicatie brandt als het apparaat in werking is.
Uitrusting
(niet bij alle modellen)
Legplateau
- Afb.
U kunt het legplateau variëren:
- Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Varioplateau
- Afb.
U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen):
- Het voorste deel van het legplateau verwijderen en onder het achterste deel schuiven.
Pagina 93
Apparaat bedienen nl
Uittrekbaar legplateau
- Afb.
U kunt zorgen voor een beter overzicht:
- Legplateau eruit trekken.
U kunt het legplateau geheel verwijderen:
- 1. Beide knoppen onder het legplateau indrukken en ingedrukt houden.
- 2. Legplateau eruit trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Reservoir
- Afb.
U kunt de lade verwijderen:
- Lade achteraan iets optillen en verwijderen.
U kunt de lade aanbrengen:
- Lade op de rails plaatsen en in het apparaat schuiven.
Voorraadvakken
- Afb.
U kunt het flessenrek verwijderen:
- Flessenrek optillen en verwijderen.
Flessenhouder
- Afb.
Wanneer u de deur opent en sluit:
- Het flessenrek voorkomt dat de flessen kantelen.
IJsbakje
U kunt ijsblokjes maken:
- 1. Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak zetten zetten.
Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).
- 2. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
1 Apparaat bedienen
Apparaat inschakelen
- 1. Toets indrukken.
Het apparaat begint te koelen.
- 2. De gewenste temperatuur instellen. "Temperatuur instellen" op pagina 94
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
- Toets indrukken.
Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- 1. Toets indrukken.
Het apparaat koelt niet meer.
- 2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- 3. Apparaat schoonmaken.
- 4. Apparat open laten.
Pagina 94
nl Alarm
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak: +4 °C
Koelvak
- Toets + / – meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display.
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
Aanwijzing: Wanneer rijp op de kleine koelproducten in de verskoelruimte voorkomt: De temperatuur warmer instellen. "Storingen, wat te doen?" op pagina 101
Vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Super-functie
Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in het koelvak en het vriesvak.
Super-functie inschakelen bijv.:
- om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen:
- 4 ... 6 uur vóór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg
- om het max. vriesvermogen te benutten "Maximale invriescapaciteit" op pagina 97
Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.
Na ca. 1 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.
Super-functie in-/uitschakelen:
- Toets super indrukken.
Als de super-functie ingeschakeld is, wordt de toets verlicht.
Alarm
Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.
- Deur sluiten of toets alarm indrukken.
Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakproducten, geopende conserven en harde kaas.
De temperatuur is van +3 °C ... +8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verloopt. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
Pagina 95
Verskoelruimte nl
In acht nemen bij het bewaren
- Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
- Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren.
Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Let op de koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Opmerkingen
- Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
- Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte. "Verskoelruimte" op pagina 95
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid zorgen voor ideale omstandigheden voor het bewaren van verse levensmiddelen.
Door de verskoelmogelijkheid kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak – voor het langer vers blijven, een langer behoud van voedingsstoffen en een betere smaak.
Groentelade
- Afb.
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente.Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
- overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid instellen
- overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid instellen
Aanwijzingen
- Koudegevoelige soorten fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten het apparaat op temperaturen van circa +8 °C ... +12 °C te worden bewaard.
Pagina 96
nl Vriesvak
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de groentelade condenswater vormen.
Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoellade
- Afb. /
Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees en worst.
Bewaartijden bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit.
| Verse vis, zeevruchten: | tot 3 dagen |
|---|---|
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden): | tot 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worst (broodbeleg): | tot 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli: | tot 14 dagen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen: | tot 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool: | tot 30 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)
Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
- bewaren van diepvriesproducten;
- maken van ijsblokjes;
- om levensmiddelen in te vriezen.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
- ingestelde temperatuur
- soort levensmiddel
- vulling van het vriesvak
- bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen
Deur van het vriesvak
- Afb.
Neem de volgende punten in acht:
- De stand van de handgreep geeft aan of het vriesvak goed gesloten is.
- De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
- Als de deur van het vriesvak open staat, ontdooien de opgeslagen diepvrieswaren. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op.
Pagina 97
Vriesvak nl
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 92
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- 1. Circa 8 uur voordat u verse waar inruimt: super-functie inschakelen.
- 2. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Diepvriesproducten inkopen
- Op onbeschadigde verpakking letten.
- Op houdbaarheidsdatum letten.
- De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesketen niet onderbreken: de diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
- Levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
- In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
- Groente: wassen, kleiner maken, blancheren.
- Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Aanwijzingen daarover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
- brood en banket;
- vis en zeevruchten;
- vlees;
- wild en gevogelte;
- groente, fruit en kruiden;
- eieren zonder schaal;
- melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark;
- bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen
- groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes;
- ongepelde of hardgekookte eieren;
- wijndruiven/druiven;
- hele appels, peren en perziken;
- yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Pagina 98
nl Vriesvak
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. Lucht eruit drukken.
- 3. Verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Als verpakking geschikt:
- kunststoffolie;
- wrapfolie van polyethyleen (PE);
- aluminiumfolie;
- diepvriesdozen.
Geschikte afsluitingen:
- rubber ringen;
- kunststofclips;
- koudebestendig plakband.
Ongeschikte verpakking:
- (in)pakpapier;
- perkamentpapier;
- cellofaan;
- vuilniszakken en plastic zakken.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij –18 °C
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: | tot 6 maanden |
| Vlees, gevogelte: | tot 8 maanden |
| Groente, fruit: | tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
Diepvrieskalender
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van
- 18 °C.
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.
Ontdooimethoden:
- in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark)
- op kamertemperatuur (brood)
- magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
- oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.
De maximale opslagtijd van het diepvrieswaren niet meer volledig benutten.
Pagina 99
Ontdooien nl
Ontdooien
Koelvak
Het ontdooien wordt automatisch uitgevoerd.
Vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
- De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen.
Attentie!
Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
- Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen.
Ga als volgt te werk:
- 1. Ca. 4 uur voor het ontdooien de super-functie inschakelen.
De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.
- 2. Diepvrieswaren verwijderen en tussentijds op een koele plaats bewaren.
- 3. Apparaat uitschakelen.
- 4. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- 5. Om het ontdooiproces te versnellen: een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- 6. Met een doek of spons het smeltwater opnemen.
- 7. Vriesvak droog wrijven.
- 8. Apparaat inschakelen.
- 9. Diepvrieswaren in het diepvriesvak leggen.
Schoonmaken
Attentie!
Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden.
Ze kunnen vervormen.
Ga als volgt te werk:
- 1. Apparaat uitschakelen.
- 2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- 3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- 4. Indien aanwezig: Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- 5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- 6. Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- 7. Apparaat weer aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Verder lezen op pagina 100Inhoud