naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KI82FSD30, tekst van de handleiding

Pagina's 85–99 van 114 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 100 →

Pagina's 1–84: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 85

nl

nl Inhoud

Veiligheidsvoorschriften. . . . . . 86

Over deze gebruiksaanwijzing . . . . . 86

Kans op explosie . . . . . . . . . . . . . . . 86

Gevaar voor een elektrische schok . 86

Verbrandingsgevaar door kou . . . . . 86

Risico op letsel . . . . . . . . . . . . . . . . . 87

Gevaren door of van het koelmiddel 87

Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen . . . 87

Materiële schade . . . . . . . . . . . . . . . 88

Gewicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88

8 Correct gebruik van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . 88

7 Milieubescherming . . . . . . . . . . 88

Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88

Oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . 88

5 Installeren en aansluiten. . . . . . 89

Inhoud van de verpakking . . . . . . . . 89

Technische gegevens. . . . . . . . . . . . 89

Apparaat installeren . . . . . . . . . . . . . 89

Nisdiepte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89

Energie besparen . . . . . . . . . . . . . . . 90

Voor het eerste gebruik . . . . . . . . . . 91

Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . 91

Het apparaat leren kennen . . . . 92

Apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92

Bedieningselementen . . . . . . . . . . . . 92

Uitrusting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92

1 Apparaat bedienen . . . . . . . . . . 93

Apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . . 93

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 93

Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . 94

Super-functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94

Alarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94

Deuralarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94

Koelvak. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94

In acht nemen bij het bewaren . . . . . 95

Let op de koudezones in het koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95

Verskoelruimte . . . . . . . . . . . . . 95

Groentelade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95

Verskoellade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96

Bewaartijden bij 0 °C . . . . . . . . . . . . 96

Vriesvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96

Deur van het vriesvak . . . . . . . . . . . . 96

Maximale invriescapaciteit. . . . . . . . . 97

Diepvriesproducten inkopen . . . . . . . 97

Attentie bij het inruimen. . . . . . . . . . . 97

Verse levensmiddelen invriezen . . . . 97

Ontdooien van diepvrieswaren . . . . . 98

Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . 99

Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99

Vriesvak. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99

Schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . 99

Schoonmaken van het interieur. . . . 100

Luchtjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100

9 Verlichting . . . . . . . . . . . . . . . . 100

Geluiden. . . . . . . . . . . . . . . . . . 101

Normale geluiden . . . . . . . . . . . . . . 101

Voorkomen van geluiden. . . . . . . . . 101

3 Storingen, wat te doen? . . . . . 101

4 Servicedienst. . . . . . . . . . . . . . 103

Zelftest apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 103

Verzoek om reparatie en advies bij storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103

Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .103

Pagina 86

nl Veiligheidsvoorschriften

Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Over deze gebruiksaanwijzing

Kans op explosie

Gevaar voor een elektrische schok

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Verbrandingsgevaar door kou

Pagina 87

Risico op letsel

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.

Gevaren door of van het koelmiddel

Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging van de leidingen:

Veiligheidsvoorschriften nl

Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen

Er bestaat gevaar voor:

Maatregelen:

Kans op stikken

Pagina 88

nl Bestemming van het apparaat

Materiële schade

Om materiële schade te voorkomen:

Gewicht

Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.

"De juiste opstelplaats" op pagina 89

8 Correct gebruik van het apparaat

Gebruik dit apparaat

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

7 Milieubescherming

Verpakking

Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.

Oude apparaten

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Waarschuwing

Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!

Attentie!

Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.

Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

Pagina 89

Installeren en aansluiten nl

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

5 Installeren en aansluiten

Inhoud van de verpakking

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. "Servicedienst" op pagina 103

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Technische gegevens

Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje. "Het apparaat leren kennen" op pagina 92

Apparaat installeren

De juiste opstelplaats

Hoe meer koudemiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een

ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koudemiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koudemiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

"Het apparaat leren kennen" op pagina 92

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 69 kg bedragen.

Toegestane omgevingstemperatuur

De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.

Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.

"Het apparaat leren kennen" op pagina 92

KlimaatklasseToegestane omgevingstemperatuur
SN+10 °C ... 32 °C
N+16 °C ... 32 °C
ST+16 °C ... 38 °C
T+16 °C ... 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.

Nisdiepte

Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 55 cm – wordt het energieverbruik iets hoger.

Pagina 90

nl Installeren en aansluiten

Energie besparen

Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Apparaat installeren
Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht.Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het apparaat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen plaatsen:
Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm.
Naast een cv-installatie: 30 cm.
Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is een isolatieplaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmtebron.
Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen.
Een nisdiepte van 56 cm aanhouden.
Attentie!
Gevaar voor verbranding!
Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderdelen kan brandwonden veroorzaken.
De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken.
Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.
De ruimte dagelijks luchten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)

Gebruik van het apparaat
Deur van het apparaat slechts kort openen.De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporteren en snel in het apparaat leggen.
Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen.
Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten.
Altijd wat ruimte openlaten tussen de levensmiddelen en de achterwand.De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
Levensmiddelen luchtdicht verpakken.
Achterkant van het apparaat eenmaal per jaar schoon zuigen.De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken.
Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)

Pagina 91

Installeren en aansluiten nl

Gebruik van het apparaat
Vriesvak regelmatig ontdooien.Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten.Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat moet vaker koelen en verbruikt meer stroom.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)

--------

Voor het eerste gebruik

"Schoonmaken" op pagina 99

Elektrische aansluiting

Attentie!

Het apparaat niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker.

Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters.

Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.

Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz

Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.

"Het apparaat leren kennen" op pagina 92

Het stopcontact moet ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing

Gevaar voor een elektrische schok!

Indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, mag u in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren gebruiken.Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.

Pagina 92

nl Het apparaat leren kennen

Het apparaat leren kennen

Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat

* Niet bij alle modellen.

3 Verskoelruimte ... Bedieningselementen

* Uittrekbaar legplateau

Verskoellade 2 Typeplaatje

* Boter- en kaasvak Vak voor grote flessen

Bedieningselementen

Schakelt het apparaat in of uit.

Schakelt de super-functie in of uit.

Stelt de temperatuur in.

Schakelt het alarmsignaal uit. hyperFresh 0 °C

De indicatie brandt als het apparaat in werking is.

Uitrusting

(niet bij alle modellen)

Legplateau

U kunt het legplateau variëren:

Varioplateau

U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen):

Pagina 93

Apparaat bedienen nl

Uittrekbaar legplateau

U kunt zorgen voor een beter overzicht:

U kunt het legplateau geheel verwijderen:

Reservoir

U kunt de lade verwijderen:

U kunt de lade aanbrengen:

Voorraadvakken

U kunt het flessenrek verwijderen:

Flessenhouder

Wanneer u de deur opent en sluit:

IJsbakje

U kunt ijsblokjes maken:

Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).

1 Apparaat bedienen

Apparaat inschakelen

Het apparaat begint te koelen.

Opmerkingen bij/voor het gebruik

Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Apparaat uitschakelen

Het apparaat koelt niet meer.

Apparaat buiten werking stellen

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

Het apparaat koelt niet meer.

Pagina 94

nl Alarm

Temperatuur instellen

Aanbevolen temperatuur

Koelvak: +4 °C

Koelvak

Verskoelruimte

De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.

Aanwijzing: Wanneer rijp op de kleine koelproducten in de verskoelruimte voorkomt: De temperatuur warmer instellen. "Storingen, wat te doen?" op pagina 101

Vriesvak

De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.

Super-functie

Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in het koelvak en het vriesvak.

Super-functie inschakelen bijv.:

Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.

Na ca. 1 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.

Super-functie in-/uitschakelen:

Als de super-functie ingeschakeld is, wordt de toets verlicht.

Alarm

Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.

Koelvak

Het koelvak is geschikt voor het bewaren van melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakproducten, geopende conserven en harde kaas.

De temperatuur is van +3 °C ... +8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verloopt. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.

Pagina 95

Verskoelruimte nl

In acht nemen bij het bewaren

Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.

Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.

Let op de koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Opmerkingen

Verskoelruimte

De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.

De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid zorgen voor ideale omstandigheden voor het bewaren van verse levensmiddelen.

Door de verskoelmogelijkheid kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak – voor het langer vers blijven, een langer behoud van voedingsstoffen en een betere smaak.

Groentelade

De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente.Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen.

De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:

Aanwijzingen

Pagina 96

nl Vriesvak

Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.

Verskoellade

Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees en worst.

Bewaartijden bij 0 °C

De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit.

Verse vis, zeevruchten:tot 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden):tot 5 dagen
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worst (broodbeleg):tot 7 dagen
Gerookte vis, broccoli:tot 14 dagen
Sla, venkel, abrikozen, pruimen:tot 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool:tot 30 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

Vriesvak

Het vriesvak is geschikt voor:

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.

Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.

De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:

Deur van het vriesvak

Neem de volgende punten in acht:

Pagina 97

Vriesvak nl

Maximale invriescapaciteit

Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.

Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.

"Het apparaat leren kennen" op pagina 92

Voorwaarden voor max. invriesvermogen

Diepvriesproducten inkopen

Attentie bij het inruimen

De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.

Verse levensmiddelen invriezen

Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen.

Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.

Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:

Aanwijzingen daarover vindt u in de desbetreffende literatuur.

Geschikt voor invriezen

Niet geschikt om in te vriezen

Pagina 98

nl Vriesvak

Diepvrieswaren verpakken

De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.

Als verpakking geschikt:

Geschikte afsluitingen:

Ongeschikte verpakking:

Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij –18 °C

Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden
Vlees, gevogelte:tot 8 maanden
Groente, fruit:tot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)

Diepvrieskalender

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van

Ontdooien van diepvrieswaren

De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.

Ontdooimethoden:

Attentie!

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.

De maximale opslagtijd van het diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Pagina 99

Ontdooien nl

Ontdooien

Koelvak

Het ontdooien wordt automatisch uitgevoerd.

Vriesvak

Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Attentie!

Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.

Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Ga als volgt te werk:

De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.

Schoonmaken

Attentie!

Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen.

Ga als volgt te werk:

De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.

Attentie!

Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.

← begin van de handleidingverder op pagina 100 →Inhoud