naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KI82LSDD0, tekst van de handleiding

Pagina's 86–100 van 112 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 101 →

Pagina's 1–85: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 86

nl

Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid...................................

1.1 Algemene aanwijzingen .......... 1.2 Bestemming van het apparaat .......................................... 1.3 Inperking van de gebruikers ... 1.4 Veiliger transport ..................... 1.5 Veilige installatie...................... 1.6 Veilig gebruik........................... 1.7 Beschadigd apparaat..............

2 Het voorkomen van materiële schade .......................................

3 Milieubescherming en besparing.............................................

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 3.2 Energie besparen....................

4 Opstellen en aansluiten............

4.1 Leveringsomvang .................... 4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 4.3 Apparaat monteren ................. 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden .............. 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................

5 Uw apparaat leren kennen........

5.1 Apparaat.................................. 5.2 Bedieningspaneel....................

6 Uitrusting...................................

6.1 Legplateau............................... 6.2 Variabel legplateau.................. 6.3 Flessenrek ............................... 6.4 Bewaarlade.............................. 6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar...............

6.6 Boter- en kaasvak ................... 98 6.7 Deurrekken.............................. 98 6.8 Accessoires............................. 98

7 De Bediening in essentie.......... 98

7.1 Apparaat inschakelen.............. 98 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 98 7.3 Machine uitschakelen.............. 98 7.4 Temperatuur instellen.............. 98

8 Extra functies ............................ 99

8.1 Super-functie ........................... 99 8.2 Sabbat-modus ......................... 99

9 Alarm.......................................... 99

9.1 Deuralarm................................ 99

10 Koelvak................................... 100

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak....................................... 100 10.2 Koudezones in het koelvak. 100 10.3 Sticker "OK"......................... 100

11 Vriesvak.................................. 101

11.1 Deur van het vriesvak.......... 101 11.2 Invriescapaciteit................... 101 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak....................................... 101 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen.......... 101 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ......... 102 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren .................... 102

Pagina 87

nl

12 Ontdooien............................... 102

12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 102 12.2 Ontdooien in het vriesvak .... 102

13 Reiniging en onderhoud........ 103

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging........................ 103 13.2 Apparaat schoonmaken....... 103 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.................... 104 13.4 Onderdelen eruit halen......... 104 13.5 Apparaatonderdelen demonteren .............................. 105

14 Storingen verhelpen .............. 106

14.1 Stroomuitval.......................... 109 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 109

15 Opslaan en afvoeren.............. 109

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen ................................... 109 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ................................... 110

16 Servicedienst.......................... 110

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)......... 111

17 Technische gegevens............ 111

Pagina 88

nl

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

88

Pagina 89

nl

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Pagina 90

nl

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Pagina 91

nl

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

91

Pagina 92

nl

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Pagina 93

nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Pagina 94

nl

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP!

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Pagina 95

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 110 contact op.

De levering bestaat uit:

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING

Kans op explosie!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 bedragen.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

nl

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 38°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

Nismaten

Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.

Nisdiepte

Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.

Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.

Nisbreedte

Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.

Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

95

Pagina 96

nl

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

→ Fig. paraat lijk op1 , Verschillen tussen uw ap- en de afbeeldingen zijn mogebasis van uitrusting en grootte.
AVriesvak → Pagina 101

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

96

BKoelvak → Pagina 100
1Bedieningspaneel → Pagina 96
2Verlichting
3Flessenrek → Pagina 97
4Bewaarlade → Pagina 97
5Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 97
6Typeplaatje → Pagina 111
7Boter- en kaasvak → Pagina 98
8Deurrek voor grote flessen → Pagina 98

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

5.2 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

→ Fig. 2

1alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.
2schakelt de sabbat-modus aan of uit.
3super schakelt de Super-functie in of uit.
4Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.
5Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
63 sec. schakelt het apparaat in of uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

Pagina 97

nl

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 104

6.2 Variabel legplateau

Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven.

→ Fig. 3

Wanneer er meer ruimte nodig is kunt u het voorste en achterste deel van het variabele plateau worden opgeklapt.

→ Fig. 4

6.3 Flessenrek

Bewaar flessen veilig op het flessenrek.

Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.

→ "Plateau verwijderen", Pagina 104

6.4 Bewaarlade

In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden.

Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. → Pagina 98

Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.

6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar

Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.

→ Fig. 5

De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen instellen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar:

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

Pagina 98

nl

Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.6 Boter- en kaasvak

Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.

6.7 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

→ "Deurrek verwijderen", Pagina 105

6.8 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

7.3 Machine uitschakelen

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

Pagina 99

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

→ "Sticker "OK"", Pagina 100

Vriesvaktemperatuur instellen

Opmerking: Omdat de vriesvaktemperatuur afhankelijk is van de koelvaktemperatuur en de omgevingstemperatuur, kan de vriesvaktemperatuur niet exact worden ingesteld.

De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Super-functie

Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.

Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

→ "Invriescapaciteit", Pagina 101

Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Super-functie inschakelen

super brandt.

Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Super-functie uitschakelen

nl

8.2 Sabbat-modus

Opdat u het apparaat ook op sabbat kunt gebruiken, schakelt de Sabbatmodus alle niet absoluut benodigde functies uit.

Tijdens de Sabbat-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:

Opmerking: Tijdens de Sabbat-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. brandt met gereduceerde helderheid.

Sabbat-modus inschakelen

brandt.

Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Sabbat-modus uitschakelen

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal, alarm knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert.

Pagina 100

nl

Deuralarm uitschakelen

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

10.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 98

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

← begin van de handleidingverder op pagina 101 →Inhoud