Siemens SN578S36TE, tekst van de handleiding
Vaatwasser · Siemens · 61 pagina's in het Nederlands · pdf: 64 pagina's, 6,1 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 47
Pagina 47
Vanaf de titel; het begin van pagina 47 staat in de pdf.
3 Wat te doen bij storingen?
De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden.
Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de apparaat snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.
Aanwijzing: Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren "Apparaat bedienen" op pagina 39.
Waarschuwing
Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren!
Reparaties altijd laten uitvoeren door een vakman. Altijd originele vervangingsonderdelen gebruiken wanneer een onderdeel moet worden vervangen.
Storingsmelding
Sommige storingen worden gemeld in het indicatievenster boven en op de display-indicatie * . Hier worden ook mogelijke oplossingen aangeboden (bijv. Zeefsysteem vuil (E22) -->Zeven reinigen).
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Pagina 48
nl Wat te doen bij storingen?
Afvoerpomp
Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.
Waarschuwing
Risico van snijwonden!!
Scherpe en puntige voorwerpen of glasscherven kunnen de afvoerpomp blokkeren.
Ongewenste voorwerpen altijd voorzichtig verwijderen.
Zo reinigt u de afvoerpomp:
- 1. Afwasautomaat losmaken van het stroomnet.
- 2. De boven- 12 en onderzeef 9 verwijderen.
- 3. Zeven 1 eruit halen.
- 4. Water eruit scheppen, eventueel met behulp van een spons.
- 5. De witte pompafdekking (zie afbeelding) met behulp van een lepel opwippen. Pompafdekking aan de beugel vastpakken en schuin naar binnen optillen (1). Afdekking geheel verwijderen.
- 6. Schoepenrad controleren op vreemde voorwerpen en deze eventueel verwijderen.
- 7. Pompafdekking weer op de oorspronkelijke positie aanbrengen
- (2) en omlaagdrukken tot hij vastzit
(3).
&/,&.
- 8. Zeven monteren.
- 9. Zeven weer aanbrengen.
Pagina 49
Wat te doen bij storingen? nl
Storingentabel
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode : brandt. | Watertoevoerslang geknikt. | Watertoevoerslang zonder knikken verleggen. |
| Waterkraan dicht. | Waterkraan opendraaien. | |
| Waterkraan verstopt of verkalkt. | Waterkraan opendraaien. Hoeveelheid binnenstromend water bij geopende waterkraan: minimaal 10 l per min. | |
| Zeef aan de waterkraan verstopt. | Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Waterkraan dichtdraaien. Wateraansluiting eraf schroeven. Zeef in de watertoevoerslang schoonmaken. Wateraansluiting weer vastschroeven. Controleren op lekkage. Stroom weer inschakelen. Apparaat inschakelen. | |
| Foutcode : brandt. | Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed. | Het serviesgoed zo plaatsen dat de aanzuigopening vrij is. |
| Foutcode : brandt. | Verwarmingselement verkalkt of vuil. | Apparaat reinigen met machinereinigingsmiddel of ontkalker. De vaatwasser gebruiken met de onthardingsvoorziening en de instelling controleren. "Wateronthardingsinstallatie/Onthard ingszout" op pagina 23 |
| Foutcode : brandt. | Aquastopsysteem geactiveerd. | Waterkraan sluiten. Klantenservice bellen en foutcode vermelden. |
| Foutcode : brandt. | ||
| Foutcode : brandt. | Continue watertoevoer. | |
| Foutcode : brandt. | Zeven 1 vuil of verstopt. | Zeven reinigen. "Zeven" op pagina 46 |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 50
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerslang verstopt of geknikt. | Slang zonder knikken verleggen, eventuele resten verwijderen. |
| Sifonaansluiting is nog dicht. | Aansluiting bij sifon controleren en zo nodig openen. | |
| Afdekking van de afvoerpomp zit los. | Afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 48 | |
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerpomp geblokkeerd of afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt. | Pomp reinigen en afdekking goed vastklikken. "Afvoerpomp" op pagina 48 |
| Foutcode : brandt. | Netspanning te laag. | Geen fout van het apparaat, netspanning en elektrische installatie laten controleren. |
| Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. ( : tot : ) | Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden. | Apparaat uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten. Als het probleem opnieuw optreedt, de waterkraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken. Klantenservice bellen en foutcode vermelden. |
| Thuisnetwerk wordt niet opgebouwd. | WLAN is op de router niet actief. | Controleer de draadloze netwerkverbinding van uw router. |
| WLAN-indicatie knippert. | Verbinding met thuisnetwerk is niet beschikbaar. | Activeer het draadloze netwerk op uw router. |
| Home Connect kan niet correct worden uitgevoerd. | Mogelijke instellingsfout of een technische storing. | Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect en supportgegevens. |
| Energiemanager kan geen aansluiting krijgen met de energiemanager van het huissysteem. * | Verbinding met de energiemanager van het huissysteem is niet beschikbaar | Volg wat dit aangaat de gebruikshandleiding van de fabrikant van de energiemanager van uw huissysteem. |
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt. | Glansspoelmiddel ontbreekt. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Het zout ontbreekt. | Onthardingszout bijvullen. | |
| Sensor herkent de zouttabletten niet. | Ander onthardingszout gebruiken. | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 51
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt niet. | Bijvulindicatie uitgeschakeld. | Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Onthardingsvoorziening/Onthardingszout • Blz. 23 of Glansspoelmiddel • Blz. 25). |
| Er is nog voldoende onthardingszout/glansspoelmidd el aanwezig. | Bijvulindicatie, vulpeilen controleren. | |
| Indicatie voor machinereiniging brandt. * | U wordt geadviseerd een machinereiniging uit te voeren. | Zonder serviesgoed een machinereiniging met een speciaal machinereinigingsmiddel uitvoeren. Als er geen machinereiniging wordt uitgevoerd, dooft de indicatie na 3 spoelcycli automatisch. |
| Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. | Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt. | Zeven en ruimte eronder reinigen. |
| Programma nog niet beëindigd | Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren. | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 52
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Serviesgoed niet droog. | Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Een programma zonder drogen gekozen. | Programma met drogen kiezen. "Programma-overzicht" op pagina 36 | |
| Waterophoping in het serviesgoed en bestek. | Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo schuin mogelijk plaatsen. | |
| Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slecht droogvermogen. | Andere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Gebruik van extra glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen. | |
| Optie Extra droog voor versterkte droging niet geactiveerd. | Extra droog activeren. "Extra drogen" op pagina 40 | |
| Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen. | Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen. | |
| Het gebruikte eco-glansspoelmiddel heeft een beperkt droogvermogen. | Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten kunnen een beperkte effectiviteit hebben. | |
| Kunststofserviesgoed niet droog. | Speciale eigenschappen van kunststof. | Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter. |
| Bestek niet droog. | Bestek niet goed gesorteerd in de bestekkorf. | Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden. |
| Bestek niet goed gesorteerd in de besteklade. | Bestek goed sorteren en zoveel mogelijk los van elkaar plaatsen. | |
| Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. | Geen fout van het apparaat. | Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de vaatwasser, stroomt omlaag en wordt weggepompt. |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 53
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Etensresten op het serviesgoed. | Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. | Het serviesgoed zo inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken. Aanraakpunten vermijden. |
| Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. | Het serviesgoed zo inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd. | |
| Sproeiers van sproeiarmen verstopt. | Sproeiers van de sproeiarm reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 44 | |
| Zeven 1 vuil. | Zeven reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 44 | |
| Zeven 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. | Zeven goed aanbrengen en vastklikken. | |
| Te zwak afwasprogramma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 40 | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest het sensorsysteem voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 40 Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief. | |
| Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld. | Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen. | |
| Bovenste servieskorf 12 rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet. | Bovenkorf met hendels aan de zijkant op dezelfde hoogte instellen. | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 54
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Reinigingsmiddelresten | Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. | Er mag geen serviesgoed op het tablettenbakje 1 staan. Dit kan het deksel van het reinigingsmiddelbakje blokkeren, waardoor het niet volledig open gaat. "Bovenste servieskorf" op pagina 27 Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 wordt geblokkeerd door het tablet. | Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd. | |
| Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma. | Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang. Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken. | |
| Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk. | Ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Watervlekken op kunststofdelen. | Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar. | Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik). Schuin zetten bij het inruimen. Glansspoelmiddel gebruiken. Onthardingsinstelling eventueel verhogen. |
| Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur. | Bestanddelen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (machinereinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingsmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde. | Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Deksel van het zoutreservoir 1 niet dichtgedraaid. | Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien. | |
| Alleen bij glazen: beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist. | Zie „Schade aan glas en serviesgoed”. "Schade aan glas en serviesgoed" op pagina 27 | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 55
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. | Bestanddelen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (machinereinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingsmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l). | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen. | |
| 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief. | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel). | |
| Te lage dosering van het reinigingsmiddel. | De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Een te zwak programma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel. | Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest het sensorsysteem voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 40 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed. | Laagvorming door bestanddelen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan). | Ten dele verwijderbaar met machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. |
| Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed. | Ten dele verwijderbaar met machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. | |
| Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem). | Laagvorming van de bestanddelen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig” | Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren. "Wateronthardingsinstallatie/Onthard ingszout" op pagina 23 |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 56
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte van het apparaat. | Kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de vaatwasser verkleuren. | Verkleuringen zijn normaal en hebben geen nadelige invloed op de werking van de vaatwasser. |
| Verkleuring op kunststof onderdelen. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest het sensorsysteem voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 40 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek. | Te veel glansspoelmiddel. | Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen. |
| Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag. | Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5). | |
| Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open). | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest het sensorsysteem voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 40 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Beginnende of reeds aanwezige, onomkeerbare (onherstelbare) vertroebeling van het glas. | Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt. | Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken. Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden. Spoelcyclus met lagere temperatuur gebruiken. Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel een niveau lager). Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken. |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 57
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Roestsporen op het bestek. | Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. | Roestvast bestek gebruiken. |
| Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). | Geen roestende onderdelen afwassen. | |
| Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd. | Dop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen. | |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld of bediend. | Functiestoring. | Het apparaat losmaken van het stroomnet, de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Minstens 5 seconden wachten en dan het apparaat aansluiten op het stroomnet. |
| Software-update wordt geïnstalleerd. * | Wachten tot de installatie is afgesloten. | |
| Het apparaat start niet. | Zekering van de huisinstallatie niet in orde. | Zekering controleren. |
| Aansluitsnoer niet aangesloten. | Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact. Controleren of het stopcontact goed werkt. | |
| De deur van het apparaat is niet goed dicht. | Deur sluiten. | |
| Programma start automatisch. | Einde van het programma niet afgewacht. | Reset uitvoering. |
| De deur laat zich moeilijk openen. | Kinderslot is geactiveerd. | Kinderslot deactiveren. "Kinderslot (deurvergrendeling) *" op pagina 10 |
| De deur laat zich niet sluiten. | Het deurslot is omgesprongen. | Deur krachtiger sluiten. |
| Deur sluit niet goed door inbouwfout. | Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten. | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Pagina 58
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden. | Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten | Reinigingsmiddelresten verwijderen. |
| Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakje 9 of in het tablettenbakje 1 . | Sproeiarmen geblokkeerd door serviesgoed, daarom wordt het reinigingsmiddel niet weggespoeld. | Ervoor zorgen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien. |
| Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig. | Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen. | |
| Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. |
| Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. | Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact of een niet-gedemonteerde slanghouder. | |
| Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. | Stroom- en/of watertoevoer herstellen. | |
| Klappende geluiden van de vulventielen. | Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen fout van het apparaat. Geen invloed op de werking van het apparaat. | Geen oplossing voorhanden. |
| Kloppend of ratelend geluid. | Sproeiarm slaat tegen het serviesgoed, serviesgoed niet goed ingeruimd. | Serviesgoed zo inruimen dat de sproeiarmen niet tegen het serviesgoed slaan. |
| Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir. | Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen. | |
| Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen. | Lichte serviesdelen vast staand inruimen. | |
| Abnormale schuimvorming. | Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel. | Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel. |
| Glansspoelmiddel gemorst. | Glansspoelmiddel verwijderen met een doek. | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw vaatwasser | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
--------
Pagina 59
Klantenservice nl
4 Servicedienst
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (Enr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje 9 op de deur van het apparaat.
( 1U )'
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Let erop dat de klantenservice-medewerker u nooit naar uw Home Connect wachtwoord zal vragen.
5 Plaatsen en aansluiten
Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.
Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:
- 1. Bij aflevering controleren
- 2. Plaatsen
- 3. Afvoerwateraansluiting
- 4. Drinkwateraansluiting
- 5. Elektrische aansluiting
Inhoud van de verpakking
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.
- Afwasautomaat
- Gebruiksaanwijzing
- Installatievoorschrift
- Korte handleiding*
- Garantie*
- Montagemateriaal
- Stoombeschermingsplaat*
- Rubberlap*
- Aansluitsnoer
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Pagina 60
nl Plaatsen en aansluiten
Veiligheidsvoorschriften
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder "Bij de installatie" op pagina 6 in acht.
Aflevering
Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.
Technische gegevens
- Gewicht:
Maximaal 60 kg.
- Spanning:
220–240 V, 50 Hz of 60 Hz
- Aansluitwaarde:
2000 - 2400 W.
- Zekering:
10/16 A (UK 13 A).
- Stroomverbruik: uitgeschakelde toestand (Po) 0,50 W. niet-uitgeschakelde toestand (Pl) 0,50 W. netwerkgebonden stand-by 2,00 W.
Duur van de niet-uitgeschakelde toestand (Tl) 0 min.
Duur van de netwerkgebonden stand-by 2 min.
Volgens verordeningen (EU) nr.
1016/2010 en 1059/2010, 1275/2008 en 801/2013.
Extra functies en instellingen kunnen het stroomverbruik en de tijdgegevens verhogen.
- Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).
Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.
- Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.
- Watertemperatuur:
Koudwater.
Bij warm water: maximale temperatuur 60 °C.
- Capaciteit:
12–15 standaardcouverts (afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat).
Pagina 61
Plaatsen en aansluiten nl
Plaatsing
De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.
- Geïntegreerde en onderbouwapparaten die naderhand als vrijstaand apparaat worden opgesteld, moeten beveiligd worden tegen kantelen, bijv. door vastschroeven aan de wand of door inbouw onder een doorlopend werkblad dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd.
- Het apparaat kan zonder problemen tussen wanden van hout of kunststof in een rij keukenmeubelen worden ingebouwd.
Afvoerwateraansluiting
- 1. De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift.
Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.
- 2. Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten.
Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!
Drinkwateraansluiting
- 1. De drinkwateraansluiting volgens de montagehandleiding aansluiten met behulp van de bijgevoegde onderdelen.
Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.
- 2. Bij vervanging van het apparaat moet altijd een nieuwe watertoevoerslang in gebruik worden genomen.
Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).
Bij hogere waterdruk:
een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.
Watertemperatuur:
Koudwater.
Bij warm water:
maximale temperatuur 60 °C.
Pagina 62
nl Plaatsen en aansluiten
Warmwateraansluiting *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten. De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding. Hiermee bespaart energie en tijd. Met de instelling „Warmwater” kunt u uw afwasautomaat optimaal instellen op gebruik met warm water. Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C. De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Deur openen.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Infotoets 8 3 seconden ingedrukt houden tot het indicatievenster bovenaan de volgende tekst weergeeft:
Bladeren met < >
Instellen met - +
Verlaten met Setup 3 sec.
- 4. Meermaals op de toets > drukken, tot Wateraansluiting verschijnt op het indicatievenster boven .
- 5. Met de insteltoetsen + - de instelling maken.
- 6. Infotoets 8 3 seconden indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
Elektrische aansluiting
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 9 voor de vereiste zekering.
- Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen goed bereikbaar zijn.
Als de stekker na het inbouwen niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn.
- Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
- Een verlenging van de elektrische aansluitkabel mag alleen door de Servicedienst geleverd worden.
- Bij gebruik van een aardlekschakelaar mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze voldoet aan de nu geldende voorwaarden.
- Het apparaat is voorzien van een waterbeveiligingssysteem.
Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten.
Pagina 63
Plaatsen en aansluiten nl
Demontage
Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht:
- 1. Haal de stekker van het toestel uit het stopcontact.
- 2. Kraan dichtdraaien.
- 3. Afvoer- en drinkwateraansluiting losmaken.
- 4. Bevestigingsschroeven van de meubeldelen losdraaien.
- 5. De plint – indien aanwezig – demonteren.
- 6. Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.
Transport
Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.
Het apparaat in de volgende stappen legen:
- 1. Kraan opendraaien.
- 2. Deur openen.
- 3. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 4. Programma met de hoogste temperatuur kiezen.
In het indicatievenster boven verschijnt de vermoedelijke programmaduur.
- 5. START-toets 2 indrukken.
- 6. Deur sluiten.
Programma start.
- 7. Na ca. 4 minuten de deur openen.
- 8. START-toets 2 ingedrukt houden tot in het indicatievenster boven „Programma wordt afgebroken”/„Gereed over 1 minuut.” wordt weergegeven.
- 9. Deur sluiten.
- 10. Na ca. 1 minuut de deur openen. Het indicatievenster boven toont: Klaar.
- 11. AAN-/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 12. Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.
Aanwijzing: Apparaat alleen rechtop vervoeren om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.
Bescherming tegen vorst
Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv.
in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal leeg laten lopen (zie Transport).
63
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
nl
Inhoudsopgave
8 Bestemming van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . 5
Voordat u het apparaat in gebruik neemt . . . . . . . . . . . . . . . 5
Bij aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Bij de installatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Dagelijks gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Bij schade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Bij het afvoeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Deurvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . 10
7 Milieubescherming. . . . . . . . . . . 11
Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Uw oude apparaat . . . . . . . . . . . . . . 11
Het apparaat leren kennen . . . . 12
Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . 12
Binnenkant van het apparaat . . . . . . 12
Infotoets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Tijdinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Eerste ingebruikneming . . . . . . . . . . 14
Instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Home Connect . . . . . . . . . . . . . . 17
App inrichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Home Connect inrichten . . . . . . . . . . 17
Wi-Fi . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Netwerkaanmelding . . . . . . . . . . . . . 18
Met app verbinden . . . . . . . . . . . . . . 18
Afstandstoets start . . . . . . . . . . . . . . 19
Wi-Fi zonder verbinding met de Home Connect server . . . . . . . . . 19
Energiemanager inrichten. . . . . . . . . 20
Energiemanager activeren . . . . . . . . 20
Energiemanager deactiveren . . . . . . 21
Software-update . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Diagnose op afstand . . . . . . . . . . . . 22
Conformiteitsverklaring . . . . . . . . . . . 22
Wateronthardingsinstallatie / Onthardingszout . . . . . . . . . . . . 23
Tabel voor de waterhardheid. . . . . . . 23
Onthardingsinstallatie instellen . . . . . 23
Gebruik van onthardingszout. . . . . . . 24
Reinigingsproducte met zoutcomponente. . . . . . . . . . . . . 24
Ontharding uitschakelen . . . . . . . . . . 24
Glansspoelmiddel . . . . . . . . . . . 25
Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen . . . . . . . . . . 26
Serviesgoed . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Ongeschikt servies . . . . . . . . . . . . . . 26
Schade aan glas en serviesgoed . . . 27
Inruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Bovenste servieskorf . . . . . . . . . . . . . 27
Onderste servieskorf . . . . . . . . . . . . . 28
Bestekkorf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Besteklade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Etagère . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Omklapbare bordensteunen . . . . . . . 30
Houder voor kleingoed . . . . . . . . . . . 30
Messenrek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Bakplaat-sproeikop . . . . . . . . . . . . . . 31
Uitruimen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Verstellen van de korfhoogte. . . . . . . 31
Reinigingsmiddel. . . . . . . . . . . . 33
Vullen met reinigingsmiddel . . . . . . . 34
Gecombineerde reinigingsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . 34
Programma-overzicht . . . . . . . . 36
Programmakeuze . . . . . . . . . . . . . . . 37
Aanwijzingen voor testinstituten. . . . . 37
Verder lezen op pagina 4Inhoud