Siemens VB578D0S0, tekst van de handleiding
Pagina's 86–98 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 82–85verder op pagina 99 →
Pagina 86
nl Uw apparaat leren kennen
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| Functiekeuzeknop | Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode of andere functies in. U kunt de functiekeuzeknop vanuit de nulstand naar rechts of links draaien. |
| Display | Het display geeft de symbolen van actieve functies en de tijdfuncties weer. |
| Temperatuurknop | Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in of kiest de instelling voor andere functies. De temperatuurknop kunt u naar links of rechts draaien. Deze heeft geen nulstand. |
| Tiptoetsen | Met de tiptoetsen stelt u de verschillende functies direct in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 86)
Knoppen
Met de knoppen kies je de verschillende functies direct.
Opmerking: Wanneer een knop geen functie heeft, dan klinkt een signaal.
Pagina 87
Uw apparaat leren kennen nl
| Symbool | Knop | Toelichting |
|---|---|---|
| Tijdfuncties | De timer, de tijdsduur, het einde en de tijd instellen | |
| Min | De instelwaarde verlagen | |
| Plus | De instelwaarde verhogen | |
| Verlichting | De verlichting van de binnenruimte inschakelen en uitschakelen | |
| Snel voorverwarmen | Snel voorverwarmen in- en uitschakelen | |
| Kinderslot | Kinderslot in de spaarstand activeren en deactiveren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.
De waarde die u kunt instellen staat in de focus. De waarde wordt in het wit weergegeven tegen een donkere achtergrond.
| Symbool | Toelichting |
|---|---|
| Snel voorverwarmen | |
| Timer | |
| Tijdsduur | |
| Einde | |
| Tijd | |
| : | Tijdsweergave |
| Opwarmindicatie | |
| Kinderslot | |
| Deurblokkering | |
| Temperatuurindicatie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur of de grillstand in.
Opmerking: Tot 100°C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
Temperatuurregeling
De balken van de temperatuurregeling geven de opwarmingsfasen of de restwarmte in de binnenruimte aan.
| Opwarmfase | Betekenis |
|---|---|
| Verwarmingscontrole | De verwarmingscontrole geeft de temperatuurverhoging in de binnenruimte weer. Wanneer alle balken zijn gevuld, is het optimale tijdstip bereikt om het gerecht in het apparaat te schuiven. Bij de grill- en reinigingsstanden zijn de balken gevuld. Bij de verwarmingsmethode boven-/ onderwarmte worden de balken niet gevuld. |
| Restwarmte-indicatie | Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de temperatuurcontrole de restwarmte in de binnenruimte weer. De indicatie verdwijnt wanneer de temperatuur tot ca. 60°C gedaald is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)
4.2 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschillen en toepassingen.
Opmerking: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur of stand weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
| Symbool | Verwarmingsmethode of functie | Temperatuur of stand | Gebruik |
|---|---|---|---|
| 3D‐hetelucht | 50-280°C | Gerechten op 1-2 niveaus bereiden. De ventilatoren verdelen de warmte van de ronde verwarmingselementen in de achterwand gelijkmatig in de binnenruimte. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus. | |
| Circulatielucht | 50-280°C | Taart en gebak op één niveau bakken. De ventilatoren verdelen de warmte van de verwarmingselementen gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Pizzastand | 50-280°C | Verse pizza of diepvriesproducten bereiden, bijv. patat of strudel. De verwarmingselementen en ventilatoren verdelen de hitte gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Ontdooien | 30-60°C | Ontdooien van levensmiddelen, bijv. vlees, gevogelte, brood en gebak. De ventilator wervelt de warme lucht rond het gerecht. | |
| Onderwarmte | 50-280°C | Gerechten nagaren. De warmte komt van onderen. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = laag 2 = gemiddeld | Kleine hoeveelheden grillen, bijv. steaks, worstjes, toast en stukken vis. Het middelste deel van het grillelement wordt heet. |
Pagina 88
nl Uw apparaat leren kennen
| Symbool | Verwarmingsmethode of functie | Temperatuur of stand | Gebruik |
|---|---|---|---|
| 3 = hoog | |||
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = laag 2 = gemiddeld 3 = hoog | Platte grillstukken, bijv. steaks, worstjes of toast grillen, of om te gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatieluchtgrill | 50-280°C | Vlees, gevogelte en hele vis braden. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Milde boven en onderwarmte | 50-280 °C | Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten (bijv. vlees, groente) op één niveau, zonder voorverwarmen. De verwarmingsmethode is niet geschikt voor gerechten die bij het bakken moeten rijzen (bijv. brood). Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. | |
| Boven- en onderwarmte | 50-280°C | Gebak, ovenschotels en magere braadstukken bereiden. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Reiniging | "Reinigingsfunctie", Pagina 96 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)
4.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Inschuifhoogtes
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes.
Schuif de accessoire altijd tot aan de aanslag er in, zodat het accessoire de deurruit niet raakt. Het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur van het apparaat.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
- Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om ervoor te zorgen dat na gebruik de binnenruimte sneller afkoelt, loopt de koelventilator een bepaalde tijd na.
Apparaatdeur
Wanneer u tijdens het gebruik de apparaatdeur opent, wordt de werking stopgezet. Zodra u de deur sluit, wordt de werking hervat.
Om ervoor te zorgen dat de apparaatdeur niet het inbouwmeubel raakt, opent de apparaatdeur iets minder dan 90°.
Condensvorming
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur geopend blijft, dan schakelt de verlichting na een korte tijd weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting van de binnenruimte in zodra het gebruik wordt gestart. Wanneer de werking beëindigd is, gaat de verlichting uit.
Opmerking: Bij de functie Eco Boven/ onderwarmte wordt de verlichting van de binnenruimte na ca. 1 minuut automatisch uitgeschakeld. U kunt de verlichting van de binnenruimte met inschakelen.
Hier leest u hoe condens ontstaat, hoe u schade kunt voorkomen en hoe u condensvorming kunt reduceren. Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel waterdamp ontstaan in de binnenruimte. Omdat het apparaat zeer energie-efficiënt is, komt er tijdens het gebruik slechts weinig warmte naar buiten. Door de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte van het apparaat en de buitenste apparaatonderdelen kan condensvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedieningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vorming van condens is een normaal natuurkundig verschijnsel.
Veeg om schade te voorkomen het condens af. Wanneer er zich condenswater in de lekgoot verzameld, het condenswater met een spons verwijderen. Een overlopende lekgoot kan het inbouwmeubel beschadigen. Laat het apparaat met geopende apparaatdeur drogen. Als u het apparaat voorverwarmt, wordt er minder condens gevormd.
Pagina 89
Accessoires nl
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Servies Bakvormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Diepvriesgerechten Grote braadstukken Tip: U kunt de braadslede gebruiken om vet op te vangen, wanneer u direct op het rooster grillt. |
| Bakplaat | Plaatgebak Kleine bakwaren |
| Telescopische railset | Met de uitschuifrails kunt u de accessoires verder naar buiten trekken. |
| Veiligheidspennen | Scharnieren blokkeren. Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)
5.1 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
| Overige accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Servies Bakvormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Bakplaat | Plaatgebak Kleine bakwaren |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Diepvriesgerechten Grote braadstukken |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)
| Overige accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Telescopische railset | Telescopische rails set voor één niveau |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)
5.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het toebehoren tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. Schuif de accessoire altijd correct in de binnenruimte, zodat de kantelbeveiliging functioneert.
5.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
LET OP
Bij onvoorzichtig inschuiven van accessoires in de binnenruimte kan het emaille beschadigd raken.
- Schuif de accessoires voorzichtig met beide handen in de oven.
"Accessoire in de binnenruimte schuiven", Pagina 89
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Pagina 90
nl Voor het eerste gebruik
| Rooster | De open kant moet naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden wijzen. |
| Plaat, bijv. braadslede of bakplaat | De schuine kant van het accessoire moet aan de voorkant naar de apparaatdeur wijzen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)
- 3. Om de accessoires bij inschuifhoogten met telescooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit.
plaat
Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de telescooprails in. De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.
- 4. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Tijd instellen
: en het
Na het aansluiten knippert op het display symbool brandt. Stel de tijd in.
- 1. Met of de tijd instellen.
- 2. Druk op .
Opmerking: Na het verstrijken van de insteltijd wordt de tijd automatisch opgeslagen.
6.2 Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste keer gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. Pagina 97
- 2. Verpakkingsresten zoals stukjes piepschuim volledig uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Enkele onderdelen zijn voorzien van kraswerende folie. Verwijder de kraswerende folie.
- 4. Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek.
- 5. Binnenruimte schoonmaken met zeepsop.
- 6. Warm het lege, gesloten apparaat op, om de typische geur van een nieuw apparaat te verwijderen.
- 7. Draai de functiekeuzeknop op .
- 8. Maximale temperatuur instellen.
Wanneer u het apparaat voor de eerste keer verwarmd, kunnen knisperende geluiden uit de binnenruimte hoorbaar zijn.
- 9. Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
- 10. Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
- 11. Laat het apparaat afkoelen.
- 12. Reinig wanneer de binnenruimte afgekoeld is, de gladde oppervlakken met zeepsop.
- 13. De rekjes inbouwen. Pagina 97
- 14. Zo nodig de ruiten van de deur schoonmaken. Pagina 97
6.3 Accessoires reinigen
- Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
Voor elke functie is een standaardtemperatuur of grillstand vooringesteld.
- 2. Met de temperatuurknop de temperatuur of grillstand kiezen.
Het apparaat begint op te warmen.
Opmerking: De temperatuurregeling geeft de actuele status van het opwarmen aan.
Pagina 91
Tijdfuncties nl
7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur wijzigen
- 1. Met de functiekeuzeknop het verwarmingsmethode wijzigen.
- 2. Met de temperatuurknop de temperatuur of grillstand wijzigen.
7.3 Uitschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
7.4 Snel voorverwarmen inschakelen
- Druk op om de binnenruimte snel voor te verwarmen.
Opmerking: Snel voorverwarmen is beschikbaar bij 3D-hetelucht, circulatie, pizzastand en boven /onderwarmte.
7.5 Automatische uitschakeling
Het apparaat beschikt over een automatische uitschakeling. Het apparaat schakelt zich na 13 uur automatisch uit.
8 Tijdfuncties
8.1 Overzicht van de tijdfuncties
Hier vindt u een overzicht van de tijdfuncties.
| Symbool | Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|---|
| Timer | De timer functioneert als een eierwekker. Deze loopt onafhankelijk van het gebruik en andere tijdfuncties en beïnvloedt het apparaat niet. | |
| Tijd | Zolang er geen andere functie op de voorgrond loopt, wordt de tijd op het display aangegeven. | |
| Tijdsduur | Na het verstrijken van een ingestelde tijdsduur beëindigt het apparaat de werking automatisch. | |
| Einde | Voer de tijdsduur en een gewenste eindtijd in. Het apparaat start automatisch, zodat de werking op het gewenste tijdstip beëindigd is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)
8.2 Timer instellen
De timer heeft geen invloed op de functies van de oven.
Opmerking: U kunt de tijdsduur van de timer instellen van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot 10 minuten kunt u de tijdsduur instellen in stappen van 30 seconden, van 10 minuten tot een uur in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
- 1. Druk op .
brandt.
- 2. Met en de gewenste tijdsduur instellen.
Na het verstrijken van de tijdsduur klinkt een signaal.
Opmerkingen
Om de resterende looptijd te wijzigen, op drukken en met of de resterende looptijd wijzigen. Om de timer af te breken de resterende looptijd op nul zetten.
Geluidssignaal uitschakelen
- Om het geluidssignaal uit te schakelen, op een willekeurige knop drukken of de apparaatdeur openen.
Opmerking: Na korte tijd eindigt het signaal automatisch.
8.3 Tijd instellen
Indien nodig kunt u de tijd wijzigen, bijv. van zomertijd naar wintertijd.
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Druk op totdat brandt.
- 2. Met en de tijd instellen.
8.4 Tijdsduur instellen
U kunt voor uw gerecht op het apparaat de bereidingsduur instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet per ongeluk overschreden en hoeft u andere werkzaamheden niet te onderbreken om de werking te beëindigen.
- 1. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen. Het apparaat start.
- 2. Twee keer op drukken.
- 3. Met en de tijdsduur instellen.
U kunt de tijdsduur van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot één uur kunt u de tijdsduur in stappen van minuten en daarna in stappen van 5 minuten instellen.
brandt.
Werking beëindigen
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat verwarmt niet langer.
- 1. Om het geluidssignaal uit te schakelen, op een willekeurige knop drukken of de apparaatdeur openen. Na korte tijd eindigt het signaal automatisch.
- 2. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
8.5 Einde instellen
De werking voor de ingestelde tijdsduur begint op een door u gekozen, later tijdstip.
- 1. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen. Het apparaat start.
- 2. Twee keer op drukken.
Pagina 92
nl Kinderslot
- 3. Met en de tijdsduur instellen.
U kunt de tijdsduur van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot één uur kunt u de tijdsduur in stappen van minuten en daarna in stappen van 5 minuten instellen.
brandt.
- 4. Druk op .
- 5. Met of de eindtijd instellen.
Zodra de knop wordt ingedrukt toont het display een voorstelwaarde. De voorgestelde waarde komt voort uit de actuele tijd en de tijdsduur.
brandt.
Het display toont de eindtijd. Het apparaat schakelt in de wachtmodus.
Werking beëindigen
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat verwarmt niet langer.
- 1. Om het geluidssignaal uit te schakelen, op een willekeurige knop drukken of de apparaatdeur openen. Na korte tijd eindigt het signaal automatisch.
- 2. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
9 Kinderslot
.
| Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen. | ▸ Druk ca. 4 seconden lang op Op het display verschijnt . |
| 9.1 Kinderslot activeren | 9.2 Kinderslot deactiveren |
| Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. | ▸ Druk ca. 4 seconden lang op Op het display dooft . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)
.
10 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
10.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of timertijd | = ca. 10 seconden = ca. 30 seconden ¹ = ca. 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = ca. 3 seconden ¹ = ca. 6 seconden = ca. 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het aanraken van een knop | = uit = aan ¹ | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld ¹ = helder | |
| Weergave van de tijd | = Tijdsweergave uit = Tijd weergeven ¹ | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja ¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort ¹ = gemiddeld = lang = extra lang | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee ¹ = ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)
1 Fabrieksinstelling
92
Pagina 93
Reiniging en onderhoud nl
10.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand.
- 1. Druk ca. 4 seconden lang op .
Het display toont de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. Draai aan de temperatuurknop om de instelling te wijzigen.
- 3. Druk op om naar de volgende basisinstelling te gaan.
- 4. Druk ca. 4 seconden lang op om de instelling te bevestigen.
Tip: U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.
Opmerkingen
De demonstratiemodus kunt u uitsluitend in de eerste 5 minuten na aansluiting op het stroomnet activeren.
Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
10.3 Energiebesparingsmodus instellen
U kunt energie besparen door de helderheid van het display te verminderen.
- De helderheid van het display instellen in de basisinstelling .
Opmerking: De instelling wijzigt de helderheid van het display tijdens het gebruik. In de spaarstand wordt de helderheid van het display automatisch gereduceerd. 's Nachts tussen 22:00 en 05:59 uur is het display het minst helder.
11 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte schoonmaakmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
11.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Buitenzijde apparaat
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Voorzijde van roestvaststaal | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie op RVS-oppervlakken te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. |
Pagina 94
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. | ||
| Binnenzijde apparaat | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. Ingebrande etensresten met een zachte, vochtige doek en heet zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen. Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. "Reinigingsfunctie", Pagina 96 Opmerking: Door voedselresten kan een witte aanslag ontstaan. De aanslag is niet gevaarlijk voor de gezondheid en beïnvloedt de werking van het apparaat niet. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen afscherming van de verlichting van de binnenruimte | Warm zeepsop Ovenreiniger | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop | Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek. Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Reinig de deurruiten het beste samen met de binnenruimte. "Binnenruimte reinigen", Pagina 95 |
| Deurafdichting | Warm zeepsop | Reinigen met een schoonmaakdoekje. De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren. |
| Deurafscherming van roestvaststaal | RVS-reiniger | Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken. Tip: Het beste kunt u de deurafscherming verwijderen. |
| Deurafscherming van kunststof | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken. Tip: Het beste kunt u de deurafscherming verwijderen. |
| Rekjes | Warm zeepsop | Inweken en met een schoonmaakdoekje of een borstel reinigen. |
| Uittreksysteem | Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Toebehoren | Warm zeepsop | Inweken en met een schoonmaakdoekje of een borstel reinigen. Wanneer de accessoire sterk verontreinigd is, deze reinigen met een RVS-spons. Tip: U kunt geëmailleerde accessoires in de vaatwasser reinigen. |
Pagina 95
Reiniging en onderhoud nl
Opmerkingen
Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenruimte.
Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. De kleurverschillen zijn normaal en hebben geen invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen daarom ruw zijn. Dit heeft geen invloed op de corrosiebescherming.
11.3 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 93
- 1. Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 93
- 2. Drogen met een zachte doek.
Tips
Wanneer u de binnenruimte na elk gebruik reinigt, kunnen verontreinigingen niet inbranden.
Verwijder kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
Opmerking: Gebruik voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede.
Tip: Gebruik om de binnenruimte schoon te houden bij het braden geschikt gerei, bijvoorbeeld een braadslede.
11.4 Binnenruimte reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. 0,4 l water midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 2. Met de functiekeuzeknop instellen.
- 3. Met de temperatuurknop 50°C instellen.
- 4. Tijdens het reinigen controleren of het water, dat in de lekgoot onder de apparaatdeur condenseert, niet overstroomt.
- Indien nodig met een spons opzuigen.
- 5. Na 18 minuten het apparaat uitschakelen.
- 6. Laat het apparaat afkoelen.
- 7. De binnenruimte met een doek reinigen.
11.5 Lamp van de binnenruimte vervangen
Vervang de lamp van de binnenruimte wanneer de binnenruimteverlichting is uitgevallen.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 watt, G9-fitting zijn bij de klantenservice of in de vakhandel verkrijgbaar. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
De zekering is uitgeschakeld.
De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Om schade te vermijden een theedoek in de binnenruimte leggen.
- 3. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. Pagina 97
- 4. De glazen afscherming verwijderen.
Wanneer de glazen afscherming slechts moeilijk van de voorkant met de hand kan worden geopend, gebruik dan een lepel als hulpmiddel.
Pagina 96
nl Reinigingsfunctie
- 5. Lamp van de binnenruimte er uit trekken.
- 6. De lamp van de binnenruimte vervangen door een lamp van hetzelfde type.
- 7. De glazen afscherming van de ovenlamp weer terugplaatsen.
- 8. De rekjes inbouwen. Pagina 97
- 9. De theedoek weer verwijderen.
- 10. De zekering weer inschakelen.
- 11. Controleren of de ovenverlichting weer functioneert.
12 Reinigingsfunctie
Gebruik de reinigingsfunctie om uw apparaat te reinigen.
12.1 Pyrolytische zelfreiniging
Met de functie “Pyrolytische zelfreiniging” kunt u de binnenruimte moeiteloos reinigen. De binnenruimte wordt verhit tot een zeer hoge temperatuur. Resten van het bakken, braden en grillen verbranden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig tot dodelijk letsel!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.
- Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen.
- Alleen geëmailleerd toebehoren meereinigen.
Een reiniging heeft afhankelijk van de tijdsduur ca. 5-10 kWh. U kunt de tijdsduur van de reiniging vastleggen tussen 2:30 uur en 3:30 uur.
Opmerking: Voor uw veiligheid vergrendelt de ovendeur automatisch. De apparaatdeur kan pas worden geopend, wanneer het controlelampje voor de vergrendeling dooft. Tijdens de reiniging brandt de binnenverlichting niet.
Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en schade te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de zekering worden uitgeschakeld en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Verwijder de rekjes en uitschuifbare delen uit de binnenruimte.
- 2. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. De binnendeur van het apparaat en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurafdichting schoonmaken. De afdichting niet schuren.
Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Met de functiekeuzeknop instellen.
Pagina 97
Rekjes nl
- 2. Met en de reinigingsfunctie pyrolyse kiezen.
- 3. Met de temperatuurknop een reinigingsgraad instellen.
| Reinigingsgraad | Tijdsduur in uren |
|---|---|
| 1 | 2:30 |
| 2 | 3 |
| 3 | 3:30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
Een minuut na het begin van de reinigingscyclus van de pyrolyse wordt door een deurvergrendeling voorkomen dat de ovendeur open kan worden gemaakt. Het controlelampje geeft aan dat deze deurvergrendeling is geactiveerd. Wanneer de deurvergrendeling geactiveerd is, kunt u geen functie kiezen. Wacht tot het controlelampje uitgaat.
Opmerkingen
Om de pyrolytische zelfreiniging niet voortijdig te beëindigen, de functiekeuzeknop tijdens de reinigingscyclus niet in een andere stand zetten.
Tijdens de pyrolytische zelfreiniging kunt u de verlichting van de binnenruimte niet gebruiken.
Tip: U kunt tijdens de pyrolytische zelfreiniging de timer gebruiken. De tijdsduur heeft geen invloed op de werking van de pyrolyse.
Reinigingsfunctie afbreken
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
Vereisten
Zodra de zelfreiniging verstreken is, klinkt er een signaal.
Wanneer op het display dooft, kunt u de apparaatdeur openen.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. De achtergebleven as in de binnenruimte, aan de rekjes en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig doekje.
Opmerking: Witte aanslag op de emaille vlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.
13 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden verwijderd.
13.1 Rekjes verwijderen
De rekjes zijn steeds op 3 punten aan de zijwanden in de binnenruimte bevestigd.
- 1. Het rekje aan de voorkant beetpakken en naar het midden van de binnenruimte trekken.
De voorste haak van het rekje komt los uit het gat.
- 2. Het rekje verder opklappen en uit de achterste gaten van de zijwand trekken.
- 3. Het rekje uit de binnenruimte verwijderen.
13.2 Rekjes ophangen
- 1. De haken van het rekje in de achterste gaten van de zijwand steken.
- 2. De voorste haak van het rekje in het gat drukken.
14 Apparaatdeur
Bij zorgvuldig onderhoud en reiniging blijft uw apparaat er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij uit hoe u de apparaatdeur reinigt.
Opmerking: Om ervoor te zorgen dat de apparaatdeur niet het inbouwmeubel raakt, opent de apparaatdeur iets minder dan 90°.
14.1 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de deur verwijderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het
Pagina 98
nl Apparaatdeur
glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De scharnieren links en rechts met de veiligheidspennen blokkeren.
De veiligheidspennen dienen volledig in de gaten van de scharnieren gestoken te zijn.
- 3. Het onderste deel van de binnenste ruit met beide handen optillen totdat de veiligheidspennen loskomen uit de houder.
- 4. Om de binnenruit volledig van de deur los te maken, het bovenste deel van de binnenruit voorzichtig uit het profiel trekken en optillen.
1
- 5. De binnenruit voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 6. De beide tussenruiten met hun houders er uit nemen.
De beide tussen ruiten zijn niet met bevestigingspennen vastgemaakt, maar worden door houders op hun plaats gehouden.
- 7. Om de beide tussenruiten van elkaar te scheiden, de houders verwijderen.
- 8. De deurruiten met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
14.2 Deurruiten inbouwen
- 1. De beide tussenruiten plaatsen.
Let op de juiste positie van de tussenruiten.
Alle houders moeten vlak tegen de buitenste ruit liggen.
Wanneer op de beide tussenruiten het Low-E-symbool leesbaar is, dan zijn de beide tussenruiten correct geplaatst.
- 2. De binnenruit plaatsen.
Plaats de binnenruit eerst in het profiel. Hierna moeten de beide veiligheidspennen in de daarvoor bestemde houders klikken.
- 3. De veiligheidspennen verwijderen en ovendeur sluiten.
Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt. Wanneer u geen veiligheidspennen heeft, dan kunnen deze bij de klantenservice worden besteld.
14.3 Apparaatdeur verwijderen
Bij bijzonder sterke verontreiniging kunt u de apparaatdeur verwijderen zodat u deze beter kunt reinigen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De scharnieren links en rechts met de veiligheidspennen blokkeren.
De veiligheidspennen dienen volledig in de gaten van de scharnieren gestoken te zijn.
- 3. De apparaatdeur aan de zijkant met beide handen vastpakken en circa 30 graden sluiten.
De apparaatdeur niet volledig sluiten. De scharnieren kunnen verbogen worden en er kan schade aan het email ontstaan.
- 4. De apparaatdeur iets optillen en er uit trekken.
14.4 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren door niet volledige borging niet beveiligd zijn, kunnen de scharnieren met grote kracht dichtklappen.
- Wanneer het scharnier bij het verwijderen of plaatsen van de apparaatdeur dichtklapt, niet in het scharnier grijpen.
- Neem contact op met de klantenservice.