naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens VB578D0S0, tekst van de handleiding

Pagina's 86–98 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 82–85verder op pagina 99 →

Pagina 86

nl Uw apparaat leren kennen

De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.

Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.

Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.

Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:

Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening

Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.

4 Uw apparaat leren kennen

4.1 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode of andere functies in. U kunt de functiekeuzeknop vanuit de nulstand naar rechts of links draaien.
DisplayHet display geeft de symbolen van actieve functies en de tijdfuncties weer.
TemperatuurknopMet de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in of kiest de instelling voor andere functies. De temperatuurknop kunt u naar links of rechts draaien. Deze heeft geen nulstand.
TiptoetsenMet de tiptoetsen stelt u de verschillende functies direct in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 86)

Knoppen

Met de knoppen kies je de verschillende functies direct.

Opmerking: Wanneer een knop geen functie heeft, dan klinkt een signaal.

Pagina 87

Uw apparaat leren kennen nl

SymboolKnopToelichting
TijdfunctiesDe timer, de tijdsduur, het einde en de tijd instellen
MinDe instelwaarde verlagen
PlusDe instelwaarde verhogen
VerlichtingDe verlichting van de binnenruimte inschakelen en uitschakelen
Snel voorverwarmenSnel voorverwarmen in- en uitschakelen
KinderslotKinderslot in de spaarstand activeren en deactiveren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

Display

Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.

De waarde die u kunt instellen staat in de focus. De waarde wordt in het wit weergegeven tegen een donkere achtergrond.

SymboolToelichting
Snel voorverwarmen
Timer
Tijdsduur
Einde
Tijd
:Tijdsweergave
Opwarmindicatie
Kinderslot
Deurblokkering
Temperatuurindicatie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

Temperatuurknop

Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur of de grillstand in.

Opmerking: Tot 100°C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.

Temperatuurregeling

De balken van de temperatuurregeling geven de opwarmingsfasen of de restwarmte in de binnenruimte aan.

OpwarmfaseBetekenis
VerwarmingscontroleDe verwarmingscontrole geeft de temperatuurverhoging in de binnenruimte weer. Wanneer alle balken zijn gevuld, is het optimale tijdstip bereikt om het gerecht in het apparaat te schuiven. Bij de grill- en reinigingsstanden zijn de balken gevuld.
Bij de verwarmingsmethode boven-/ onderwarmte worden de balken niet gevuld.
Restwarmte-indicatieWanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de temperatuurcontrole de restwarmte in de binnenruimte weer. De indicatie verdwijnt wanneer de temperatuur tot ca. 60°C gedaald is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

4.2 Verwarmingsmethoden en functies

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschillen en toepassingen.

Opmerking: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur of stand weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.

SymboolVerwarmingsmethode of functieTemperatuur of standGebruik
3D‐hetelucht50-280°CGerechten op 1-2 niveaus bereiden. De ventilatoren verdelen de warmte van de ronde verwarmingselementen in de achterwand gelijkmatig in de binnenruimte.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus.
Circulatielucht50-280°CTaart en gebak op één niveau bakken. De ventilatoren verdelen de warmte van de verwarmingselementen gelijkmatig in de binnenruimte.
Pizzastand50-280°CVerse pizza of diepvriesproducten bereiden, bijv. patat of strudel. De verwarmingselementen en ventilatoren verdelen de hitte gelijkmatig in de binnenruimte.
Ontdooien30-60°COntdooien van levensmiddelen, bijv. vlees, gevogelte, brood en gebak. De ventilator wervelt de warme lucht rond het gerecht.
Onderwarmte50-280°CGerechten nagaren. De warmte komt van onderen.
Grill, kleinGrillstanden: 1 = laag
2 = gemiddeld
Kleine hoeveelheden grillen, bijv. steaks, worstjes, toast en stukken vis. Het middelste deel van het grillelement wordt heet.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

Pagina 88

nl Uw apparaat leren kennen

SymboolVerwarmingsmethode of functieTemperatuur of standGebruik
3 = hoog
Grill, grootGrillstanden: 1 = laag
2 = gemiddeld 3 = hoog
Platte grillstukken, bijv. steaks, worstjes of toast grillen, of om te gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatieluchtgrill50-280°CVlees, gevogelte en hele vis braden. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Milde boven en onderwarmte50-280 °CVoor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten (bijv. vlees, groente) op één niveau, zonder voorverwarmen. De verwarmingsmethode is niet geschikt voor gerechten die bij het bakken moeten rijzen (bijv. brood). Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Boven- en onderwarmte50-280°CGebak, ovenschotels en magere braadstukken bereiden. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Reiniging"Reinigingsfunctie", Pagina 96

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)

4.3 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Inschuifhoogtes

De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes.

Schuif de accessoire altijd tot aan de aanslag er in, zodat het accessoire de deurruit niet raakt. Het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.

Koelventilator

De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur van het apparaat.

LET OP

Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.

Om ervoor te zorgen dat na gebruik de binnenruimte sneller afkoelt, loopt de koelventilator een bepaalde tijd na.

Apparaatdeur

Wanneer u tijdens het gebruik de apparaatdeur opent, wordt de werking stopgezet. Zodra u de deur sluit, wordt de werking hervat.

Om ervoor te zorgen dat de apparaatdeur niet het inbouwmeubel raakt, opent de apparaatdeur iets minder dan 90°.

Condensvorming

Verlichting van de binnenruimte

Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur geopend blijft, dan schakelt de verlichting na een korte tijd weer uit.

Bij de meeste functies schakelt de verlichting van de binnenruimte in zodra het gebruik wordt gestart. Wanneer de werking beëindigd is, gaat de verlichting uit.

Opmerking: Bij de functie Eco Boven/ onderwarmte wordt de verlichting van de binnenruimte na ca. 1 minuut automatisch uitgeschakeld. U kunt de verlichting van de binnenruimte met inschakelen.

Hier leest u hoe condens ontstaat, hoe u schade kunt voorkomen en hoe u condensvorming kunt reduceren. Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel waterdamp ontstaan in de binnenruimte. Omdat het apparaat zeer energie-efficiënt is, komt er tijdens het gebruik slechts weinig warmte naar buiten. Door de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte van het apparaat en de buitenste apparaatonderdelen kan condensvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedieningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vorming van condens is een normaal natuurkundig verschijnsel.

Veeg om schade te voorkomen het condens af. Wanneer er zich condenswater in de lekgoot verzameld, het condenswater met een spons verwijderen. Een overlopende lekgoot kan het inbouwmeubel beschadigen. Laat het apparaat met geopende apparaatdeur drogen. Als u het apparaat voorverwarmt, wordt er minder condens gevormd.

Pagina 89

Accessoires nl

5 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
RoosterServies
Bakvormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten
BraadsledeVochtig gebak
Gebak
Diepvriesgerechten
Grote braadstukken
Tip: U kunt de braadslede gebruiken om vet op te vangen, wanneer u direct op het rooster grillt.
BakplaatPlaatgebak
Kleine bakwaren
Telescopische railsetMet de uitschuifrails kunt u de accessoires verder naar buiten trekken.
VeiligheidspennenScharnieren blokkeren.
Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

5.1 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

siemens-home.bsh-group.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

Overige accessoiresGebruik
RoosterServies
Bakvormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken
Diepvriesgerechten
BakplaatPlaatgebak
Kleine bakwaren
BraadsledeVochtig gebak Gebak
Diepvriesgerechten Grote braadstukken

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

Overige accessoiresGebruik
Telescopische railsetTelescopische rails set voor één niveau

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)

5.2 Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het toebehoren tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. Schuif de accessoire altijd correct in de binnenruimte, zodat de kantelbeveiliging functioneert.

5.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven

LET OP

Bij onvoorzichtig inschuiven van accessoires in de binnenruimte kan het emaille beschadigd raken.

"Accessoire in de binnenruimte schuiven", Pagina 89

Pagina 90

nl Voor het eerste gebruik

RoosterDe open kant moet naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden wijzen.
Plaat, bijv.
braadslede of bakplaat
De schuine kant van het accessoire moet aan de voorkant naar de apparaatdeur wijzen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)

Rooster of

De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit.

plaat

Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de telescooprails in. De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

6 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

6.1 Tijd instellen

: en het

Na het aansluiten knippert op het display symbool brandt. Stel de tijd in.

Opmerking: Na het verstrijken van de insteltijd wordt de tijd automatisch opgeslagen.

6.2 Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste keer gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

Wanneer u het apparaat voor de eerste keer verwarmd, kunnen knisperende geluiden uit de binnenruimte hoorbaar zijn.

6.3 Accessoires reinigen

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Voor elke functie is een standaardtemperatuur of grillstand vooringesteld.

Het apparaat begint op te warmen.

Opmerking: De temperatuurregeling geeft de actuele status van het opwarmen aan.

Pagina 91

Tijdfuncties nl

7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur wijzigen

7.3 Uitschakelen van het apparaat

7.4 Snel voorverwarmen inschakelen

Opmerking: Snel voorverwarmen is beschikbaar bij 3D-hetelucht, circulatie, pizzastand en boven /onderwarmte.

7.5 Automatische uitschakeling

Het apparaat beschikt over een automatische uitschakeling. Het apparaat schakelt zich na 13 uur automatisch uit.

8 Tijdfuncties

8.1 Overzicht van de tijdfuncties

Hier vindt u een overzicht van de tijdfuncties.

SymboolTijdfunctieGebruik
TimerDe timer functioneert als een eierwekker. Deze loopt onafhankelijk van het gebruik en andere tijdfuncties en beïnvloedt het apparaat niet.
TijdZolang er geen andere functie op de voorgrond loopt, wordt de tijd op het display aangegeven.
TijdsduurNa het verstrijken van een ingestelde tijdsduur beëindigt het apparaat de werking automatisch.
EindeVoer de tijdsduur en een gewenste eindtijd in. Het apparaat start automatisch, zodat de werking op het gewenste tijdstip beëindigd is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)

8.2 Timer instellen

De timer heeft geen invloed op de functies van de oven.

Opmerking: U kunt de tijdsduur van de timer instellen van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot 10 minuten kunt u de tijdsduur instellen in stappen van 30 seconden, van 10 minuten tot een uur in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.

brandt.

Na het verstrijken van de tijdsduur klinkt een signaal.

Opmerkingen

Om de resterende looptijd te wijzigen, op drukken en met of de resterende looptijd wijzigen. Om de timer af te breken de resterende looptijd op nul zetten.

Geluidssignaal uitschakelen

Opmerking: Na korte tijd eindigt het signaal automatisch.

8.3 Tijd instellen

Indien nodig kunt u de tijd wijzigen, bijv. van zomertijd naar wintertijd.

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

8.4 Tijdsduur instellen

U kunt voor uw gerecht op het apparaat de bereidingsduur instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet per ongeluk overschreden en hoeft u andere werkzaamheden niet te onderbreken om de werking te beëindigen.

U kunt de tijdsduur van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot één uur kunt u de tijdsduur in stappen van minuten en daarna in stappen van 5 minuten instellen.

brandt.

Werking beëindigen

Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat verwarmt niet langer.

8.5 Einde instellen

De werking voor de ingestelde tijdsduur begint op een door u gekozen, later tijdstip.

Pagina 92

nl Kinderslot

U kunt de tijdsduur van 30 seconden tot 13 uur instellen. Tot één uur kunt u de tijdsduur in stappen van minuten en daarna in stappen van 5 minuten instellen.

brandt.

Zodra de knop wordt ingedrukt toont het display een voorstelwaarde. De voorgestelde waarde komt voort uit de actuele tijd en de tijdsduur.

brandt.

Het display toont de eindtijd. Het apparaat schakelt in de wachtmodus.

Werking beëindigen

Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat verwarmt niet langer.

9 Kinderslot

.

Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.▸ Druk ca. 4 seconden lang op Op het display verschijnt .
9.1 Kinderslot activeren9.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.▸ Druk ca. 4 seconden lang op Op het display dooft .

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)

.

10 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

10.1 Overzicht van de basisinstellingen

Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.

IndicatieBasisinstellingKeuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of timertijd= ca. 10 seconden = ca. 30 seconden ¹ = ca. 2 minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgenomen= ca. 3 seconden ¹ = ca. 6 seconden = ca. 10 seconden
Toetssignaal bij het aanraken van een knop= uit = aan ¹
Helderheid van de displayverlichting= donker = gemiddeld ¹ = helder
Weergave van de tijd= Tijdsweergave uit = Tijd weergeven ¹
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik= nee = ja ¹
Nalooptijd van de koelventilator= kort ¹ = gemiddeld = lang = extra lang
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten= nee ¹ = ja

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)

1 Fabrieksinstelling

92

Pagina 93

Reiniging en onderhoud nl

10.2 Basisinstellingen wijzigen

Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand.

Het display toont de eerste basisinstelling, bijv. .

Tip: U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.

Opmerkingen

De demonstratiemodus kunt u uitsluitend in de eerste 5 minuten na aansluiting op het stroomnet activeren.

Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.

10.3 Energiebesparingsmodus instellen

U kunt energie besparen door de helderheid van het display te verminderen.

Opmerking: De instelling wijzigt de helderheid van het display tijdens het gebruik. In de spaarstand wordt de helderheid van het display automatisch gereduceerd. 's Nachts tussen 22:00 en 05:59 uur is het display het minst helder.

11 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

11.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte schoonmaakmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

11.2 Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.

Buitenzijde apparaat

Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Voorzijde van roestvaststaalWarm zeepsop
Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken
Om corrosie op RVS-oppervlakken te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
BedieningspaneelWarm zeepsopReinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Ruiten van de deurWarm zeepsopReinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.
Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
DeurgreepWarm zeepsopReinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 93)

Pagina 94

nl Reiniging en onderhoud

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Binnenzijde apparaat
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Emaille oppervlakkenWarm zeepsop Azijnwater
Ovenreiniger
Reinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.
Ingebrande etensresten met een zachte, vochtige doek en heet zeepsop losweken.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.
De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen.
Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
"Reinigingsfunctie", Pagina 96
Opmerking: Door voedselresten kan een witte aanslag ontstaan. De aanslag is niet gevaarlijk voor de gezondheid en beïnvloedt de werking van het apparaat niet. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen afscherming van de verlichting van de binnenruimteWarm zeepsop OvenreinigerReinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.
Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Ruiten van de deurWarm zeepsopReinigen met een schoonmaakdoekje en nadrogen met een zachte doek.
Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Reinig de deurruiten het beste samen met de binnenruimte.
"Binnenruimte reinigen", Pagina 95
DeurafdichtingWarm zeepsopReinigen met een schoonmaakdoekje.
De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren.
Deurafscherming van roestvaststaalRVS-reinigerNeem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken.
Tip: Het beste kunt u de deurafscherming verwijderen.
Deurafscherming van kunststofWarm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken.
Tip: Het beste kunt u de deurafscherming verwijderen.
RekjesWarm zeepsopInweken en met een schoonmaakdoekje of een borstel reinigen.
UittreksysteemWarm zeepsopMet een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
ToebehorenWarm zeepsopInweken en met een schoonmaakdoekje of een borstel reinigen.
Wanneer de accessoire sterk verontreinigd is, deze reinigen met een RVS-spons.
Tip: U kunt geëmailleerde accessoires in de vaatwasser reinigen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 94)

Pagina 95

Reiniging en onderhoud nl

Opmerkingen

Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.

Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenruimte.

Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. De kleurverschillen zijn normaal en hebben geen invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen daarom ruw zijn. Dit heeft geen invloed op de corrosiebescherming.

11.3 Apparaat reinigen

Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.

"Reinigingsmiddelen", Pagina 93

Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.

"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 93

Tips

Wanneer u de binnenruimte na elk gebruik reinigt, kunnen verontreinigingen niet inbranden.

Verwijder kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.

Opmerking: Gebruik voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede.

Tip: Gebruik om de binnenruimte schoon te houden bij het braden geschikt gerei, bijvoorbeeld een braadslede.

11.4 Binnenruimte reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.

Gebruik geen gedestilleerd water.

11.5 Lamp van de binnenruimte vervangen

Vervang de lamp van de binnenruimte wanneer de binnenruimteverlichting is uitgevallen.

Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 watt, G9-fitting zijn bij de klantenservice of in de vakhandel verkrijgbaar. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

Vereisten

De zekering is uitgeschakeld.

De binnenruimte is afgekoeld.

Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.

Wanneer de glazen afscherming slechts moeilijk van de voorkant met de hand kan worden geopend, gebruik dan een lepel als hulpmiddel.

Pagina 96

nl Reinigingsfunctie

12 Reinigingsfunctie

Gebruik de reinigingsfunctie om uw apparaat te reinigen.

12.1 Pyrolytische zelfreiniging

Met de functie “Pyrolytische zelfreiniging” kunt u de binnenruimte moeiteloos reinigen. De binnenruimte wordt verhit tot een zeer hoge temperatuur. Resten van het bakken, braden en grillen verbranden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig tot dodelijk letsel!

Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.

Een reiniging heeft afhankelijk van de tijdsduur ca. 5-10 kWh. U kunt de tijdsduur van de reiniging vastleggen tussen 2:30 uur en 3:30 uur.

Opmerking: Voor uw veiligheid vergrendelt de ovendeur automatisch. De apparaatdeur kan pas worden geopend, wanneer het controlelampje voor de vergrendeling dooft. Tijdens de reiniging brandt de binnenverlichting niet.

Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden

Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en schade te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.

De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.

Reinigingsfunctie instellen

Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.

WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.

Pagina 97

Rekjes nl

ReinigingsgraadTijdsduur in uren
12:30
23
33:30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)

Een minuut na het begin van de reinigingscyclus van de pyrolyse wordt door een deurvergrendeling voorkomen dat de ovendeur open kan worden gemaakt. Het controlelampje geeft aan dat deze deurvergrendeling is geactiveerd. Wanneer de deurvergrendeling geactiveerd is, kunt u geen functie kiezen. Wacht tot het controlelampje uitgaat.

Opmerkingen

Om de pyrolytische zelfreiniging niet voortijdig te beëindigen, de functiekeuzeknop tijdens de reinigingscyclus niet in een andere stand zetten.

Tijdens de pyrolytische zelfreiniging kunt u de verlichting van de binnenruimte niet gebruiken.

Tip: U kunt tijdens de pyrolytische zelfreiniging de timer gebruiken. De tijdsduur heeft geen invloed op de werking van de pyrolyse.

Reinigingsfunctie afbreken

Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken

Vereisten

Zodra de zelfreiniging verstreken is, klinkt er een signaal.

Wanneer op het display dooft, kunt u de apparaatdeur openen.

Opmerking: Witte aanslag op de emaille vlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.

13 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden verwijderd.

13.1 Rekjes verwijderen

De rekjes zijn steeds op 3 punten aan de zijwanden in de binnenruimte bevestigd.

De voorste haak van het rekje komt los uit het gat.

13.2 Rekjes ophangen

14 Apparaatdeur

Bij zorgvuldig onderhoud en reiniging blijft uw apparaat er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij uit hoe u de apparaatdeur reinigt.

Opmerking: Om ervoor te zorgen dat de apparaatdeur niet het inbouwmeubel raakt, opent de apparaatdeur iets minder dan 90°.

14.1 Deurruiten verwijderen

Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de deur verwijderen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

Pagina 98

nl Apparaatdeur

glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.

De veiligheidspennen dienen volledig in de gaten van de scharnieren gestoken te zijn.

1

De beide tussen ruiten zijn niet met bevestigingspennen vastgemaakt, maar worden door houders op hun plaats gehouden.

14.2 Deurruiten inbouwen

Let op de juiste positie van de tussenruiten.

Alle houders moeten vlak tegen de buitenste ruit liggen.

Wanneer op de beide tussenruiten het Low-E-symbool leesbaar is, dan zijn de beide tussenruiten correct geplaatst.

Plaats de binnenruit eerst in het profiel. Hierna moeten de beide veiligheidspennen in de daarvoor bestemde houders klikken.

Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt. Wanneer u geen veiligheidspennen heeft, dan kunnen deze bij de klantenservice worden besteld.

14.3 Apparaatdeur verwijderen

Bij bijzonder sterke verontreiniging kunt u de apparaatdeur verwijderen zodat u deze beter kunt reinigen.

De veiligheidspennen dienen volledig in de gaten van de scharnieren gestoken te zijn.

De apparaatdeur niet volledig sluiten. De scharnieren kunnen verbogen worden en er kan schade aan het email ontstaan.

14.4 Apparaatdeur inhangen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer de scharnieren door niet volledige borging niet beveiligd zijn, kunnen de scharnieren met grote kracht dichtklappen.

← pagina's 82–85verder op pagina 99 →Inhoud