Siemens VB578D0S0, tekst van de handleiding
Pagina's 99–107 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 99
Storingen verhelpen nl
Een niet correct ingebouwde deurruit of apparaatdeur is gevaarlijk.
- Let erop dat alle deurruiten en de apparaatdeur correct zijn ingebouwd, voordat u het apparaat weer in bedrijf neemt.
- 1. De apparaatdeur aan de zijkant met beide handen vastpakken.
- 2. De scharnieren in de openingen van het apparaat schuiven.
De keep aan de onderkant van de scharnieren moet inklikken in de omlijsting van het apparaat.
- 3. De apparaatdeur naar beneden laten zakken.
- 4. De veiligheidspennen verwijderen.
Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt. Wanneer u geen veiligheidspennen heeft, dan kunnen deze bij de klantenservice worden besteld.
15 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 101
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
15.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Apparaat kan niet worden gestart | Apparaatdeur is niet helemaal gesloten. ▸ Sluit de apparaatdeur. |
| Apparaat is niet uitgeschakeld. ▸ Schakel het apparaat uit en weer in. | |
| Op het display knippert : . | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Stel de tijd in. "Voor het eerste gebruik", Pagina 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 99)
99
Pagina 100
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat verwarmt niet. | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen. "Basisinstelingen", Pagina 92 |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | De functie Boven/ onderwarmte zacht is geactiveerd. ▸ Bij deze functie is de verlichting van de binnenruimte uitgeschakeld. |
| Lamp van de binnenruimte is defect. ▸ Vervang de lamp in de binnenruimte. "Lamp van de binnenruimte vervangen", Pagina 95 | |
| In de oven bereide gerechten verbranden in korte tijd. | Thermostaat is defect. ▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 101 |
| Deurruiten zijn beslagen | Normaal verschijnsel dat is gebaseerd op de temperatuurverschillen die zich voordoen. ▸ Verhit het apparaat op 100°C en schakel het apparaat na 5 minuten uit. |
| Ingeschakeld apparaat kan niet worden bediend. Op het display brandt . | Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▸ Deactiveer het kinderslot. "Kinderslot deactiveren", Pagina 92 |
| Display is bevroren of reageert niet. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▸ Deactiveer het kinderslot. "Kinderslot deactiveren", Pagina 92 |
| Storing 1. Schakel daarbij ook de zekering in de meterkast uit. 2. Schakel de zekering na ca. 10 seconden in. 3. Als de functiestoring opnieuw optreedt, neem dan contact op met de klantenservice. | |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display brandt . | Apparaatdeur is vergrendeld, totdat de binnenruimte is afgekoeld. ▸ Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld en dooft. |
| Deurruiten voelen warmer aan dan voorheen, nadat de deurruiten voor reiniging werden gedemonteerd. | Deurruiten verkeerd op teruggeplaatst. ▸ Controleer of de deurruiten correct zijn geplaatst. "Deurruiten inbouwen", Pagina 98 |
| Koelventilator blijft draaien na gebruik. | Geen storing. De koelventilator blijft draaien, totdat de in de basisinstellingen gekozen temperatuur is bereikt. "Basisinstelingen", Pagina 92 |
| Condenswater op de apparaatdeur of condenswater lekt. | Apparaatdeur sluit niet goed. ▸ Controleer of de apparaatdeur goed is geïnstalleerd en goed sluit. "Apparaatdeur", Pagina 97 |
| Verontreiniging van de afdichting. 1. Controleer of de afdichting is verontreinigd, beschadigd of verkeerd zit. 2. Reinig of vervang de afdichting of let erop dat deze goed zit. | |
| Normale condensvorming. "Condensvorming", Pagina 88 | |
| Op het display verschijnt een melding met . | Storing ▸ Zet de functiekeuzeknop op de nulstand. Wanneer de foutmelding weer verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)
16 Afvoeren
16.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
100
Pagina 101
Servicedienst nl
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
17 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 10 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op siemenshome.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 kunt u ook vinden onder het geprinte energielabel.
17.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
18 Zo lukt het
Hier vindt u vele tips over vormen en de bereiding van gerechten.
18.1 Zo kunt u het best te werk gaan
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Opmerking: Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. Doe het gerecht in een geschikte vorm.
Gebruik de meegeleverde accessoires.
- 4. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de accessoires.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen.
- 6. Houd de apparaatdeur tijdens het bereiden gesloten.
18.2 Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak moet gelijkmatig rijzen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. |
Pagina 102
nl Zo lukt het
| Vraag | Tip |
|---|---|
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof. | De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken. | Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Vaststellen of het gebak afgebakken is. | Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
18.3 Tabel met gerechten
Hier vindt u een overzicht van de gerechten.
| Voedingswaar | Gewicht in kg | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Lasagne | 3 – 4 | 1 | 220 – 230 ¹ | 45 – 50 | |
| Pasta gratineren | 3 – 4 | 1 | 220 – 230 ¹ | 45 – 50 | |
| Gebraden kalfsvlees | 2 | 2 | 180 – 190 ¹ | 90 – 100 | |
| Gebraden kalfsvlees | 2 | 2 | 200 ² | 120 | |
| Varkenslende | 1,5 | 2 | 190 – 200 ¹ | 90 – 100 | |
| Varkenslende | 2 | 2 | 200 ² | 130 | |
| Worstjes | 1,5 | 3 | 280 ¹ | 1e zijde: 10 2e zijde: 5 | |
| Gebraden rundvlees | 1 | 2 | 200 ¹ | 40 – 45 | |
| Gebraden konijn | 1,5 | 2 | 180 – 190 ¹ | 70 – 80 | |
| Kalkoenfilet | 2 | 2 | 180 – 190 ¹ | 110 – 120 | |
| Gebraden varkenshals | 2 – 3 | 2 | 180 – 190 ¹ | 170 – 180 | |
| Braadkip | 1,2 | 2 | 180 – 190 ¹ | 65 – 70 | |
| Varkenskoteletten | 1,5 | 4 | 280 ¹ | 1e zijde: 15 2e zijde: 5 | |
| Spareribs | 1,5 | 4 | 280 ¹ | 1e zijde: 15 2e zijde: 10 | |
| Spek | 0,7 | 5 | 3 ¹ | 1e zijde: 10 2e zijde: 8 | |
| Varkensfilet | 1,5 | 4 | 280 ¹ | 1e zijde: 12 2e zijde: 5 | |
| Runderfilet | 1 | 5 | 3 ¹ | 1e zijde: 10 2e zijde: 7 | |
| Zalmforel | 1,2 | 2 | 150 – 160 ¹ | 35 – 40 | |
| Zeeduivel | 1,5 | 2 | 160 ¹ | 60 – 65 | |
| Tarbot | 1,5 | 2 | 160 ¹ | 45 – 50 | |
| Pizza | 1 | 1 | 280 ¹ | 8 – 9 | |
| Brood | 1 | 2 | 190 – 200 ¹ | 25 – 30 | |
| Focaccia | 1 | 2 | 180 – 190 ¹ | 20 – 25 | |
| Tulbandcake | 1 | 2 | 160 ¹ | 55 – 60 | |
| Vruchtentaart | 1 | 2 | 160 ¹ | 35 – 40 | |
| Kwarktaart | 1 | 2 | 160 – 170 ¹ | 45 – 55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het apparaat niet voorverwarmen. 102
Pagina 103
Zo lukt het nl
| Voedingswaar | Gewicht in kg | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak van zanddeeg | 1 | 2 | 160 – 170 ¹ | 35 – 40 | |
| Gebak van zanddeeg | 1 | 1 | 170 ² | 65 | |
| Paradijstaart | 1,2 | 2 | 160 ¹ | 55 – 60 | |
| Soesjes | 0,7 – 1,2 | 2 | 180 ¹ | 50 – 60 | |
| Sponscake | 1 | 2 | 150 – 160 ¹ | 55 – 60 | |
| Rijstepap | 1 | 2 | 160 ¹ | 55 – 60 | |
| Brioche | 1,2 | 2 | 160 ¹ | 30 – 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
18.4 Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak zakt in. | Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan. Gebruik minder vloeistof. Of: Verlaag de baktemperatuur met 10°C en verleng de baktijd. |
| Uw gebak is te droog. | Verhoog de baktemperatuur met 10°C en verkort de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te licht. | Controleer de inschuifhoogte en de accessoires. Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te donker. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak één niveau hoger. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te donker, maar aan de onderkant te licht. | Plaats het gebak één niveau lager. Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | Verlaag de baktemperatuur. Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. Plaats de bakvorm in het midden. Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het apparaat niet voorverwarmen.
| Vraag | Tip | |
|---|---|---|
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog niet goed doorbakken. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: De bodem voorbakken. Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. Leg de bedekking op de bodem. | |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
18.5 Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadstuk is te donker en de korst op sommige plekken verbrand. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braadstuk is te dun. | Verhoog de temperatuur. Of: Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
103
Pagina 104
nl Zo lukt het
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadstukken zijn niet gaar. | Snij het braadvlees in stukken. Maak de saus in de braadvorm klaar. Leg de braadstukken in de saus. Met de magnetron de braadstukken gaar maken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadsaus is aangebrand. | Kies een kleinere vorm. Voeg bij het braden meer vloeistof toe. |
| Uw braadsaus is te licht en te waterig. | Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. Voeg bij het braden minder vloeistof toe. |
| Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan. | Controleer of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten. Verlaag de temperatuur. Voeg bij het stoven vloeistof toe. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
18.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
| Voedingswaar | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Shortbread-biscuits | Braadslede met bakpapier | 2 | 160 ¹ | 26 | |
| Shortbread-biscuits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat met bakpapier | 2 + 4 | 160 ¹ | 26 – 28 | |
| Kleine cakejes | Braadslede | 2 | 150 ¹ | 21 – 23 | |
| Kleine cakejes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 1 + 4 | 160 ¹ | 25 – 28 | |
| Biscuitgebak | Springvorm | 2 | 170 ¹ | 30 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | 2 springvormen | 2 + 4 | 160 ¹ | 40 – 45 | |
| Bedekte appeltaart, 1 stuks | Springvorm | 2 | 170 ¹ | 75 | |
| Bedekte appeltaart, 2 stuks | 2 springvormen | 2 + 4 | 170 ¹ | 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
Grillen
Plaats ook de braadslede. De braadslede vangt vloeistof op en de binnenruimte blijft schoner.
| Voedingswaar | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Geroosterd brood | Rooster | 5 | 3 | 5 – 6 | |
| Rundvleesburger, 10 stuks, diameter 75 mm | Bakplaat + rooster | 4 + 5 | 3 ² | 1e zijde: 15 2e zijde: 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het apparaat tenminste 12 minuten voorverwarmen.
104
Pagina 105
Montagehandleiding nl
19 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
19.1 Veilige montage
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot 90°C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decorplaat of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- Het aansluitstopcontact van het apparaat dient buiten de inbouwruimte geplaatst te zijn.
- Elektrische apparaten altijd aarden.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
19.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
19.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
Pagina 106
nl Montagehandleiding
19.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
De minimale werkbladdikte vloeit voort uit de noodzakelijke minimale afstand .
| Type kookplaat | opbouw in mm | vlak gemonteerd in mm | in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 37 | 38 | 5 |
| Zoneloze inductiekookplaat | 58 | 58 | 5 |
| Gaskookplaat | 27 | 38 | 5 |
| Elektrische kookplaat | 27 | 30 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 106)
Het werkblad bevestigen op het inbouwmeubel. De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
19.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
19.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd.
19.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Hiervoor gelden de bepalingen van de regionale elektriciteitsmaatschappij.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Zorg ervoor dat de tussenbodem een spleet heeft tot de opstellingswand, om het apparaat te ventileren.
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Pagina 107
Montagehandleiding nl
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Het apparaat uitsluitend aansluiten op een netspanning tussen de 220 en 240 V.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
Aansluitwaarden van het apparaat
Al naar gelang het apparaatmodel kunt u een andere aansluiting kiezen. In dit geval moet u het apparaat met de netaansluitkabel volgens het aansluitschema op de achterkant van het apparaat aansluiten.
Zorg ervoor dat de netaansluitkabel overeenkomt met het type H05VV-F of hoger. De vereiste aderdiameter overeenkomstig de stroombelasting bepalen. Indien nodig koperbruggen inbouwen. Verkeerde verbindingen kunnen het apparaat beschadigen.
| Aansluitwaarden van het apparaat | Zekering min. bij 1~ | Zekering min. bij 2/3 N~ |
|---|---|---|
| 3,3 kW | 16 A | |
| 4,2 kW | 20 A | 12 A |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 107)
19.8 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat inschuiven en centrisch uitlijnen. De aansluitkabel niet knikken.
- 2. De ovendeur helemaal openen.
- 3. Het veiligheidsdeksel verwijderen.
- 4. Het apparaat op het meubel vastschroeven.
- 5. Het veiligheidsdeksel plaatsen.
Opmerking: Nooit de spleet tussen werkblad en het apparaat door extra deklatten afsluiten.
19.9 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. Draai de bevestigingsschroeven los.
- 3. Het apparaat iets optillen en er uit trekken.