naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens VB578D0S0, tekst van de handleiding

Pagina's 99–107 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 86–98

Pagina 99

Storingen verhelpen nl

Een niet correct ingebouwde deurruit of apparaatdeur is gevaarlijk.

De keep aan de onderkant van de scharnieren moet inklikken in de omlijsting van het apparaat.

Opmerking: Gooi de veiligheidspennen niet weg. Bewaar de veiligheidspennen op een veilige plek. U heeft de veiligheidspennen altijd nodig, wanneer u de deur van het apparaat verwijdert of de deurruiten reinigt. Wanneer u geen veiligheidspennen heeft, dan kunnen deze bij de klantenservice worden besteld.

15 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

"Servicedienst", Pagina 101

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

15.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▸ Controleer de zekering in de meterkast.
Apparaat kan niet worden gestartApparaatdeur is niet helemaal gesloten.
▸ Sluit de apparaatdeur.
Apparaat is niet uitgeschakeld.
▸ Schakel het apparaat uit en weer in.
Op het display knippert : .Stroomvoorziening is uitgevallen.
▸ Stel de tijd in.
"Voor het eerste gebruik", Pagina 90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 99)

99

Pagina 100

nl Afvoeren

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat verwarmt niet.Demomodus is geactiveerd.
1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen.
2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen.
"Basisinstelingen", Pagina 92
Verlichting van de binnenruimte werkt niet.De functie Boven/ onderwarmte zacht is geactiveerd.
▸ Bij deze functie is de verlichting van de binnenruimte uitgeschakeld.
Lamp van de binnenruimte is defect.
▸ Vervang de lamp in de binnenruimte.
"Lamp van de binnenruimte vervangen", Pagina 95
In de oven bereide gerechten verbranden in korte tijd.Thermostaat is defect.
▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 101
Deurruiten zijn beslagenNormaal verschijnsel dat is gebaseerd op de temperatuurverschillen die zich voordoen.
▸ Verhit het apparaat op 100°C en schakel het apparaat na 5 minuten uit.
Ingeschakeld apparaat kan niet worden bediend. Op het display brandt .Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▸ Deactiveer het kinderslot.
"Kinderslot deactiveren", Pagina 92
Display is bevroren of reageert niet.Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▸ Deactiveer het kinderslot.
"Kinderslot deactiveren", Pagina 92
Storing
1. Schakel daarbij ook de zekering in de meterkast uit.
2. Schakel de zekering na ca. 10 seconden in.
3. Als de functiestoring opnieuw optreedt, neem dan contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display brandt .Apparaatdeur is vergrendeld, totdat de binnenruimte is afgekoeld.
▸ Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld en dooft.
Deurruiten voelen warmer aan dan voorheen, nadat de deurruiten voor reiniging werden gedemonteerd.Deurruiten verkeerd op teruggeplaatst.
▸ Controleer of de deurruiten correct zijn geplaatst. "Deurruiten inbouwen", Pagina 98
Koelventilator blijft draaien na gebruik.Geen storing. De koelventilator blijft draaien, totdat de in de basisinstellingen gekozen temperatuur is bereikt.
"Basisinstelingen", Pagina 92
Condenswater op de apparaatdeur of condenswater lekt.Apparaatdeur sluit niet goed.
▸ Controleer of de apparaatdeur goed is geïnstalleerd en goed sluit. "Apparaatdeur", Pagina 97
Verontreiniging van de afdichting.
1. Controleer of de afdichting is verontreinigd, beschadigd of verkeerd zit.
2. Reinig of vervang de afdichting of let erop dat deze goed zit.
Normale condensvorming.
"Condensvorming", Pagina 88
Op het display verschijnt een melding met .Storing
▸ Zet de functiekeuzeknop op de nulstand.
Wanneer de foutmelding weer verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)

16 Afvoeren

16.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

100

Pagina 101

Servicedienst nl

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

17 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 10 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.

De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op siemenshome.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.

Productinformatie conform (EU) 66/2014 kunt u ook vinden onder het geprinte energielabel.

17.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

18 Zo lukt het

Hier vindt u vele tips over vormen en de bereiding van gerechten.

18.1 Zo kunt u het best te werk gaan

LET OP

Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen

Opmerking: Instructie voor mensen met nikkelallergie

In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.

Gebruik de meegeleverde accessoires.

18.2 Tips voor het bakken

Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.

VraagTip
Uw gebak moet gelijkmatig rijzen.Vet alleen de bodem van de springvorm in.
Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)

Pagina 102

nl Zo lukt het

VraagTip
U wilt bakken volgens uw eigen recept.Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen.
Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof.De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn.
In deze vormen wordt het gebak minder bruin.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)

VraagTip
Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken.Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden.
Vaststellen of het gebak afgebakken is.Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)

18.3 Tabel met gerechten

Hier vindt u een overzicht van de gerechten.

VoedingswaarGewicht in kgInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °C / GrillstandTijdsduur in min.
Lasagne3 – 41220 – 230 ¹45 – 50
Pasta gratineren3 – 41220 – 230 ¹45 – 50
Gebraden kalfsvlees22180 – 190 ¹90 – 100
Gebraden kalfsvlees22200 ²120
Varkenslende1,52190 – 200 ¹90 – 100
Varkenslende22200 ²130
Worstjes1,53280 ¹1e zijde: 10 2e zijde: 5
Gebraden rundvlees12200 ¹40 – 45
Gebraden konijn1,52180 – 190 ¹70 – 80
Kalkoenfilet22180 – 190 ¹110 – 120
Gebraden varkenshals2 – 32180 – 190 ¹170 – 180
Braadkip1,22180 – 190 ¹65 – 70
Varkenskoteletten1,54280 ¹1e zijde: 15 2e zijde: 5
Spareribs1,54280 ¹1e zijde: 15 2e zijde: 10
Spek0,753 ¹1e zijde: 10 2e zijde: 8
Varkensfilet1,54280 ¹1e zijde: 12 2e zijde: 5
Runderfilet153 ¹1e zijde: 10 2e zijde: 7
Zalmforel1,22150 – 160 ¹35 – 40
Zeeduivel1,52160 ¹60 – 65
Tarbot1,52160 ¹45 – 50
Pizza11280 ¹8 – 9
Brood12190 – 200 ¹25 – 30
Focaccia12180 – 190 ¹20 – 25
Tulbandcake12160 ¹55 – 60
Vruchtentaart12160 ¹35 – 40
Kwarktaart12160 – 170 ¹45 – 55

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)

1 Het apparaat voorverwarmen.

2 Het apparaat niet voorverwarmen. 102

Pagina 103

Zo lukt het nl

VoedingswaarGewicht in kgInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °C / GrillstandTijdsduur in min.
Gebak van zanddeeg12160 – 170 ¹35 – 40
Gebak van zanddeeg11170 ²65
Paradijstaart1,22160 ¹55 – 60
Soesjes0,7 – 1,22180 ¹50 – 60
Sponscake12150 – 160 ¹55 – 60
Rijstepap12160 ¹55 – 60
Brioche1,22160 ¹30 – 35

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

18.4 Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt

Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.

VraagTip
Uw gebak zakt in.Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan.
Gebruik minder vloeistof. Of:
Verlaag de baktemperatuur met 10°C en verleng de baktijd.
Uw gebak is te droog.Verhoog de baktemperatuur met 10°C en verkort de baktijd.
Uw gebak is over het geheel te licht.Controleer de inschuifhoogte en de accessoires.
Verhoog de baktemperatuur met 10°C.
Of:
Verleng de baktijd.
Uw gebak is over het geheel te donker.Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd.
Uw gebak is aan de bovenkant te licht, maar aan de onderkant te donker.Plaats het gebak één niveau hoger.
Uw gebak is aan de bovenkant te donker, maar aan de onderkant te licht.Plaats het gebak één niveau lager.
Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd
Uw gebak is onregelmatig gebruind.Verlaag de baktemperatuur.
Knip het bakpapier in de juiste afmetingen.
Plaats de bakvorm in het midden.
Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

1 Het apparaat voorverwarmen.

2 Het apparaat niet voorverwarmen.

VraagTip
Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog niet goed doorbakken.Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd.
Minder vloeistof toevoegen.
Bij gebak met vochtige bedekking:
De bodem voorbakken. Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel.
Leg de bedekking op de bodem.
Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen.
Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes.
Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek.
Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

18.5 Tips voor de volgende keer braden

Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.

VraagTip
Uw braadstuk is te donker en de korst op sommige plekken verbrand.Kies een lagere temperatuur.
Verkort de braadduur.
Uw braadstuk is te droog.Kies een lagere temperatuur.
Verkort de braadduur.
De korst van uw braadstuk is te dun.Verhoog de temperatuur. Of:
Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

103

Pagina 104

nl Zo lukt het

VraagTip
Uw braadstukken zijn niet gaar.Snij het braadvlees in stukken.
Maak de saus in de braadvorm klaar.
Leg de braadstukken in de saus.
Met de magnetron de braadstukken gaar maken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

VraagTip
Uw braadsaus is aangebrand.Kies een kleinere vorm. Voeg bij het braden meer vloeistof toe.
Uw braadsaus is te licht en te waterig.Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt.
Voeg bij het braden minder vloeistof toe.
Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan.Controleer of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten.
Verlaag de temperatuur. Voeg bij het stoven vloeistof toe.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

18.6 Testgerechten

Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.

Bakken

VoedingswaarToebehorenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Shortbread-biscuitsBraadslede met bakpapier2160 ¹26
Shortbread-biscuits, 2 niveausBraadslede + bakplaat met bakpapier2 + 4160 ¹26 – 28
Kleine cakejesBraadslede2150 ¹21 – 23
Kleine cakejes, 2 niveausBraadslede + bakplaat1 + 4160 ¹25 – 28
BiscuitgebakSpringvorm2170 ¹30
Biscuitgebak, 2 niveaus2 springvormen2 + 4160 ¹40 – 45
Bedekte appeltaart, 1 stuksSpringvorm2170 ¹75
Bedekte appeltaart, 2 stuks2 springvormen2 + 4170 ¹70

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

Grillen

Plaats ook de braadslede. De braadslede vangt vloeistof op en de binnenruimte blijft schoner.

VoedingswaarToebehorenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeGrillstandTijdsduur in min.
Geroosterd broodRooster535 – 6
Rundvleesburger, 10 stuks, diameter 75 mmBakplaat + rooster4 + 53 ²1e zijde: 15 2e zijde: 5

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

1 Het apparaat voorverwarmen.

2 Het apparaat tenminste 12 minuten voorverwarmen.

104

Pagina 105

Montagehandleiding nl

19 Montagehandleiding

Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

19.1 Veilige montage

Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.

LET OP

Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.

19.2 Afmetingen van het apparaat

Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

19.3 Inbouw onder een werkblad

Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.

Pagina 106

nl Montagehandleiding

19.4 Inbouw onder een kookplaat

Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.

De minimale werkbladdikte vloeit voort uit de noodzakelijke minimale afstand .

Type kookplaatopbouw in mmvlak gemonteerd in mmin mm
Inductiekookplaat37385
Zoneloze inductiekookplaat58585
Gaskookplaat27385
Elektrische kookplaat27302

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 106)

Het werkblad bevestigen op het inbouwmeubel. De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.

19.5 Inbouw in een hoge kast

Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.

Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.

Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.

19.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar

Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd.

19.7 Elektrische aansluiting

Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.

De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.

Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.

De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.

Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Hiervoor gelden de bepalingen van de regionale elektriciteitsmaatschappij.

Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten

Zorg ervoor dat de tussenbodem een spleet heeft tot de opstellingswand, om het apparaat te ventileren.

Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.

Pagina 107

Montagehandleiding nl

In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.

Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.

Aansluitwaarden van het apparaat

Al naar gelang het apparaatmodel kunt u een andere aansluiting kiezen. In dit geval moet u het apparaat met de netaansluitkabel volgens het aansluitschema op de achterkant van het apparaat aansluiten.

Zorg ervoor dat de netaansluitkabel overeenkomt met het type H05VV-F of hoger. De vereiste aderdiameter overeenkomstig de stroombelasting bepalen. Indien nodig koperbruggen inbouwen. Verkeerde verbindingen kunnen het apparaat beschadigen.

Aansluitwaarden van het apparaatZekering min. bij 1~Zekering min. bij 2/3 N~
3,3 kW16 A
4,2 kW20 A12 A

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 107)

19.8 Apparaat inbouwen

Opmerking: Nooit de spleet tussen werkblad en het apparaat door extra deklatten afsluiten.

19.9 Apparaat demonteren

← pagina's 86–98Inhoud