naslaan.comZoekenAlle merken

Whirlpool SPIW 312L, tekst van de handleiding

Pagina's 3–22 van 49 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina 1verder op pagina 23 →

Pagina 2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

Inhoudsopgave

Veiligheidsvoorschriften 4

Productbeschrijving 13

Binnenunit 13

Buitenunit 13

Introductie display 14

Noodknop 16

Veiligheidsmaatregelen 17

Onderhoud 18

Bescherming 19

Probleemoplossing 20

Installatie-instructies 21

Installatie van de binnenunit 22

Installatie van de buitenunit 30

Functies en indicatorlampjes van de afstandsbediening 32

Functies en indicatorlampjes van de afstandsbediening 41

Pagina 4

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

BELANGRIJK MOET WORDEN GELEZEN EN IN ACHT GENOMEN

TOEGESTAAN GEBRUIK

INSTALLATIE

Pagina 5

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

bewaard worden - risico voor verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van alle voedingen voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert wegens het risico op elektrocutie. Tijdens de installatie dient u ervoor te zorgen dat het apparaat de voedingskabel niet beschadigd - risico voor brand of elektrocutie. Activeer het apparaat alleen als de installatie is voltooid.

ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN

De diameter van de voedingskabel moet voldoen aan de vereisten.

Model9K & 12K18K24K
Vereiste capaciteit van installatieautomaat16A20A25A

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)

REINIGING EN ONDERHOUD

Pagina 6

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

VERWERKING VAN DE VERPAKKING

Het verpakkingsmateriaal is 100% recycleerbaar en draagt het recyclagesymbool ( ). De diverse onderdelen van de verpakking mogen daarom niet bij het gewone huisvuil worden weggegooid, maar moeten worden afgevoerd volgens de plaatselijke voorschriften.

VERWERKING VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUUR

Dit product is vervaardigd van recycleerbaar of herbruikbaar materiaal. Verwerk het apparaat in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EU inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwerkt, helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.

Het ( )-symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat het niet behandeld mag worden als huishoudelijk afval maar naar een geschikt inzamelcentrum voor het recycleren van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht.

CONFORMITEITSVERKLARING

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR SERVICEWERKZAAMHEDEN AAN APPARATEN MET EEN SPECIFIEK KOELMIDDEL

Pagina 7

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

beoordelingsbevoegdheid, dat zijn bekwaamheid aangeeft dat hij veilig met koelmiddelen kan omgaan volgens een door de sector erkende beoordelingsspecificatie. Zoals aangeraden, mogen onderhoudswerkzaamheden enkel worden uitgevoerd door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwalificeerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen worden in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. Het installeren van de leidingen moet worden uitgevoerd in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. De leidingen moeten conform de nationale gasvoorschriften zijn. De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. De mechanische aansluitingen die binnen gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Wanneer mechanische aansluitingen binnen herbruikt worden, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Wanneer flare-verbindingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het flare-onderdeel opnieuw worden gefabriceerd. Het installeren van leidingen moet tot een minimum worden beperkt. Mechanische aansluitingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoud.

6-1 Controles van de ruimte

Alvorens werkzaamheden uit te voeren aan een systeem met ontvlambare koelmiddelen, zijn er veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico op ontbranding wordt beperkt. Voor herstellingen van het koelsysteem, moeten aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn alvorens werk uit te voeren op het systeem. 6-2 Werkprocedure

Werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op de aanwezigheid van ontvlambaar gas of ontvlambare dampen tijdens de uitvoering van het werk te beperken.

6-3 Algemene werkruimte

Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omliggende ruimte werken moeten op de hoogte worden gebracht van de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werken in beperkte ruimtes moet worden vermeden. De ruimte rond de werkruimte moet worden afgebakend. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door te controleren op ontvlambaar materiaal.

6-4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De ruimte moet voor en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een

Pagina 8

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat de uitrusting die lekken moet opsporen, gebruikt mag worden bij ontvlambare koelmiddelen, dat ze m.a.w. geen vonken veroorzaakt, voldoende afgedicht is of intrinsiek veilig is.

6-5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat

Als er op de koelapparatuur of onderdelen ervan werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die hitte veroorzaken, dan moet er voldoende brandblusapparatuur binnen handbereik voorzien zijn. Stel een poederblusser of CO2-brandblusser op in de buurt van de ruimte waar het vullen met het koelmiddel plaatsvindt.

6-6 Geen ontstekingsbronnen

Iemand die werkzaamheden aan een koelsysteem uitvoert waarbij een leiding wordt blootgelegd die met ontvlambaar koelmiddel gevuld is of was, mag geen enkele ontstekingsbron gebruiken die brandgevaar of ontploffingsgevaar kan veroorzaken. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, moeten voldoende ver worden gehouden van de plek van de installatie, de herstelling of het verwijderen en verwerken waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan vrijkomen in de omringende ruimte. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, moet de ruimte rond de apparatuur geïnspecteerd worden om zeker te zijn dat er geen brand- of ontstekingsgevaar is. “Verboden te roken”-signalisatie moet zijn aangebracht.

6-7 Geventileerde ruimte

Zorg ervoor dat de ruimte in de open lucht is of voldoende geventileerd is alvorens het systeem te openen of werkzaamheden die hitte veroorzaken, uit te voeren. Zorg voor een bepaalde mate van ventilatie terwijl de werkzaamheden worden uitgevoerd. Door de ventilatie moet enig vrijgekomen koelmiddel worden uiteengedreven en, beter nog, worden afgevoerd naar de buitenlucht.

6-8 Controles van de koelapparatuur

Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en ze moeten voldoen aan de juiste beschrijving. Te allen tijden moeten de onderhouds- en servicevoorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen:

- De omvang van de vulling hangt af van de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten, worden geïnstalleerd; - De ventilatieapparatuur en -uitlaten moeten naar behoren werken en niet zijn geblokkeerd; - Als een onrechtstreeks koelcircuit wordt gebruikt, moet het hulpcircuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; - De markering op de uitrusting moet nog altijd zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en signalisatie die niet leesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; - Koelleidingen en -componenten zijn op een plaats gemonteerd waar de kans klein is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die de koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent resistent zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie.

6-9 Controles van elektrische apparaten

Pagina 9

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Herstellingen en onderhoud van elektrische componenten moeten worden voorafgegaan door veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten. Als er een defect aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen, dan mag er geen elektrische voeding aangesloten zijn op het circuit totdat het defect is verholpen. Als het defect niet meteen kan worden verholpen maar de apparatuur moet blijven werken, dan moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gerapporteerd aan de eigenaar, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Als voorafgaande veiligheidscontroles moet men er onder meer voor zorgen:

- dat de condensators ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden; - dat er geen onder stroom staande elektrische componenten en bedrading blootgesteld zijn tijdens het vullen, reinigen of ontluchten van het systeem; - dat de apparatuur altijd geaard is.

Tijdens reparaties aan afgedichte componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat de afgedichte elektrische voeding naar de installatie wordt verwijderd tijdens de servicewerkzaamheden. Vervolgens moet er een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen in geval van een mogelijk gevaarlijke situatie. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de volgende punten om te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten . de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld schade aan kabels, een overmatig groot aantal aansluitingen, klemmen die niet gemaakt zijn volgens de originele specificatie, schade aan afdichtingen, onjuiste montering van pakkingbussen enz. Zorg dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg dat afdichtingen of afdichtmaterialen niet verslechterd zijn zodat ze niet meer geschikt zijn om te voorkomen dat er ontvlambare atmosferen binnendringen. Vervangingsonderdelen moeten in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant zijn.

OPMERKING:

Het gebruik van siliconenafdichtmiddel kan de efficiëntie van bepaalde soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet geïsoleerd te worden voordat er werkzaamheden aan worden verricht.

Pas geen permanente inductieve belastingen of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder te verzekeren dat deze de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet zullen overschrijden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder stroom staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste nominale waarden hebben. Vervang componenten alleen door componenten die gespecificeerd zijn door de fabrikant. Andere componenten kunnen leiden tot ontsteking van koelmiddelen in de atmosfeer door een lek.

Controleer of de bekabeling niet blootgesteld is aan slijtage, aantasting, overmatige druk, trilling, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of continue trilling van

Pagina 10

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

bronnen als compressoren of ventilatoren.

In geen enkel geval mogen er mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of de detectie van koelmiddellekken. Een halogeen-lekdetector (of enige andere detector die gebruikmaakt van een open vlam) mag niet worden gebruikt.

De volgende lekdetectiemethoden zijn acceptabel voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten:

- Er moeten elektronische lekdetectors worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet voldoende is, of dat het apparaat opnieuw moet worden gekalibreerd (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddelen) - Zorg ervoor dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.

- Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximum 25%) wordt bevestigd.

- Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen; het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet echter vermeden worden, omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten. - Als er een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden weggehaald/gedoofd. - Als er een koelmiddellek wordt gevonden waarbij een leiding moet worden gesoldeerd, dan moet al het koelmiddel worden verwijderd uit het systeem of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver weg is van het lek. - Vervolgens moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld, voor en tijdens het soldeerproces.

De volgende procedure moet worden nageleefd::

- Verwijder het koelmiddel; - Spoel het circuit met inert gas; - Voer dit af; - Spoel het circuit nogmaals met inert gas; - Open het circuit door snijden of solderen.

De koelmiddelvulling moet worden opgevangen in de juiste opvangflessen. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet zo nodig meerdere keren worden herhaald. Er mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm van het systeem te verbreken met OFN; blijf het systeem vullen tot de werkdruk is bereikt, ontlucht naar de atmosfeer, en trek het systeem weer vacuüm. Dit proces moet herhaald worden tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om

Pagina 11

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze procedure is van essentieel belang als er solderingen aan het leidingwerk moeten worden uitgevoerd. Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt, dat er een vacuüm is in het systeem met OFN en dat er ventilatie beschikbaar is.

Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende vereisten worden voldaan: - Zorg dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van vulapparatuur.

- Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, zodat de hoeveelheid koelmiddel erin tot een minimum wordt beperkt.

- Flessen moeten rechtop worden bewaard.

- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens het systeem met koelmiddel te vullen.

- Etiketteer het systeem als het vullen voltooid is (als dit nog niet gedaan is).

- Wees uitermate voorzichtig dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet het op druk worden getest met OFN.

Het systeem moet worden getest op lekken ná het vullen, maar vóór de inwerkingstelling. Er moet een verdere lektest worden uitgevoerd voordat u de locatie verlaat.

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het is een aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval er analyse nodig is voor hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt aangevangen.

- er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het hanteren van flessen koelmiddel; - alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en op de juiste manier worden gebruikt; - een deskundig persoon te allen tijde toezicht houdt over het terugwinningsproces; - terugwinningsapparatuur en flessen voldoen aan de geldende normen.

Pagina 12

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

het gereinigd en gecontroleerd is.

De apparatuur moet van een etiket worden voorzien met de vermelding dat hij buiten werking is gesteld en dat het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg dat er etiketten op de apparatuur zijn aangebracht met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.

Wanneer u koelmiddel uit een systeem verwijdert, voor servicewerkzaamheden of voor buitenwerkingstelling, dan is de aanbevolen werkpraktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overhevelen van koelmiddel in flessen voor, dat alleen de juiste flessen voor de terugwinning van koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal flessen voor de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken flessen moeten ontworpen zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd zijn voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale flessen voor de terugwinning van koelmiddel). Flessen moet een drukontluchtklep hebben met de bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege terugwinningsflessen moeten worden geledigd en indien mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een serie instructies m.b.t. de apparatuur bij de hand, en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn, die in goede staat verkeert. Slangen moeten lekvrije koppelingen hebben en in goede staat zijn. Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt, dient u te controleren of deze in goede werkstaat verkeert, dat de machine op de juiste manier is onderhouden en dat eventuele bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn ter voorkoming van ontsteking in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier in de correcte terugwinningsfles en met het relevante ingevulde Afvaloverdrachtsformulier. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsunits en vooral niet in flessen. Als er compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een acceptabel niveau zijn afgevoerd zodat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd aan de leverancier. Er mag alleen elektrische verwarming worden gebruikt op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer de olie wordt afgevoerd uit een systeem, moet dit op een veilige manier gebeuren. Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren. Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder voortdurend werkzaam open vuur (bijvoorbeeld een werkzaam gasapparaat) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Herbruikbare mechanische aansluitingen en flare-verbindingen zijn verboden.

Pagina 13

Productbeschrijving

Binnenunit

Voorpaneel

Luchtinlaat

Displaypaneel

Noodpaneel

Luchtuitlaat

Lamellen voor verticale verstelling

Lamellen voor horizontale verstelling

Luchtfilter

Afstandsbediening

Buitenunit Luchtinlaat

Leidingen en voedingskabel

Afvoerslang

Opmerking: Tijdens de werking van KOELEN of DROGEN wordt condenswater afgevoerd.

Luchtuitlaat

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op het uitwendige aanzicht van een standaardmodel. Daarom kan de vorm verschillen van de airconditioner die u heeft gekozen.

Verklaring van symbolen op de binnenunit of buitenunit.

WAARSCHUWINGDit symbool geeft aan dat voor dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel wordt gebruikt. Bij een lek en blootstelling aan een externe ontstekingsbron, is er brandgevaar.
VOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig moet worden gelezen.
VOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat de apparatuur moet worden behandeld door servicepersoneel en volgens de installatiehandleiding.
VOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is zoals de gebruiksaanwijzing of de installatiehandleiding.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Pagina 14

Introductie display

Temperatuurlampje 1

Toont de ingestelde temperatuur.

Na een gebruik van 200 uur wordt "FC" getoond, als herinnering dat het filter moet worden gereinigd.

Druk na het reinigen van het filter op de resetknop van het filter achter het voorpaneel van de binnenunit, om het display te resetten (optioneel)

Het toont de ingestelde luchtvochtigheid in de luchtvochtigheidsmodus. (optioneel)

Indicatorlampje "In bedrijf"

Het lampje brandt wanneer de airconditioner wordt gebruikt. Het knippert tijdens het ontdooien.

Indicatorlampje "Timer"

Het lampje brandt gedurende de ingestelde tijd.

Indicatorlampje Sleep (Slaapindicatorlampje) Het lampje brandt in de slaapmodus.

Indicatorlampje "Smart WIFI" Het lampje brandt wanneer WIFI is ingeschakeld.

Indicatorlampje "Filter reinigen" Het lampje brandt wanneer het filter moet worden gereinigd.

Indicatorlampje "6th Comfort" Het lampje brandt in modus 6th Comfort.

Indicatorlampje "Humidity" (luchtvochtigheid)

Het lampje brandt in de luchtvochtigheidsmodus.

Signaalontvanger

De symbolen kunnen afwijken van deze modellen, maar de functies zijn vergelijkbaar.

Pagina 15: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 16

Noodknop

Noodknop 10
ON/OFF (AAN/UIT) Om de airconditioner aan of uit te zetten met een druk op de knop.
Filterresettoets 11
Om het Indicatorlampje "Filter reinigen" te resetten met een druk op de knop.
1011
Noodknop 10
ON/OFF (AAN/UIT) Om de airconditioner aan of uit te zetten met een druk op de knop.
10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

VOOR MULTI SYSTEM

ON/OFF u kunt de unit onmiddellijk stoppen door op de knop te drukken.

Force COOLING (koelen forceren): u kunt de unit dwingen in de koelmodus met hoge ventilatorsnelheid te werken door 5 seconden op de knop te drukken. In deze status wordt de kamertemperatuur genegeerd.

Pagina 17

Veiligheidsmaatregelen

De symbolen in deze gebruikershandleiding hebben de volgende betekenis:

Doe dit zeker niet.

Let goed op in deze situatie.

Aarden is essentieel.

Waarschuwing: Onjuist gebruik kan ernstig gevaar veroorzaken, zoals levensgevaar, ernstig letsel, enz.

Gebruik de juiste voeding in overeenstemming met de gegevens op het typeplaatje. Zo niet, kunnen ernstige storingen of gevaren optreden of kan er brand ontstaan.

AAN

UIT

Bescherm de installatieautomaat en de stekker tegen vuil. Sluit het netsnoer stevig en op de juiste manier aan om elektrocutie of brand door een slecht contact te voorkomen.

AAN

UIT

Gebruik de installatieautomaat niet om het apparaat uit te zetten. Zet het ook niet uit door de stekker uit te trekken. Dit kan tot brand leiden, enz.

Het is schadelijk voor de gezondheid om zich lange tijd in een koude luchtstroom te bevinden. Het is raadzaam om de luchtstroom naar de hele ruimte te laten afbuigen.

Zorg dat de luchtstroom gasbranders en kachels niet kan bereiken.

Raak de bedieningsknoppen niet aan met natte handen.

Steek nooit stokken of vergelijkbare objecten in de unit. Aangezien de ventilator met hoge snelheid ronddraait, kan dit letsel veroorzaken.

Repareer het apparaat niet zelf. Als dit niet goed gebeurt, kan dit leiden tot elektrocutie enz.

Plaats geen voorwerpen op de buitenunit.

Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om het apparaat te Schakel het apparaat uit met de laten aarden door een bevoegd afstandsbediening voordat u de technicus, volgens de plaatselijke stroomtoevoer afsluit als er een voorschriften of verordeningen. storing optreedt.

Hanteer het netsnoer voorzichtig om schade te voorkomen. Een beschadigd netsnoer kan elektrocutie of brand veroorzaken.

Pagina 18

Onderhoud

Onderhoud van het voorpaneel

Sluit de voeding afa
Schakel het apparaat eerst uit alvorens de stroomtoevoer te onderbreken.Pak vast op positie “a” en trek het voorpaneel naar buiten om het te verwijderen. a
Veeg het schoon met een zachte droge doek.
Gebruik een
Gebruik een zachte, droge, zachte vochtige doek als het doek voor het
reinigen.
voorpaneel erg vuil is;
Gebruik geen vluchtige producten zoals benzine of polijstpoeder om het apparaat te reinigen.
Sproei nooit water op de binnenunitBreng het voorpaneel weer aan en sluit het.
Breng het voorpaneel weer aan en sluit het door op positie "b" naar beneden drukken.
Gevaarlijk!
U loopt zo het risico op elektrocutie!
b b

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Onderhoud van het luchtfilter

Zet het apparaat uit, sluit de stroomtoevoer af en verwijder het luchtfilter.Reinig het luchtfilter en breng het weer aan.
1 2 3
1. Open het voorpaneel.
2. Druk voorzichtig op de handgreep van het filter van de voorzijde.
3. Pak de handgreep vast en schuif het filter naar buiten.
Als het filter erg vuil is, was het dan met afwasmiddel in lauw water. Laat het filter hierna goed drogen in de schaduw.
Sluit het voorpaneel weer.
Maak het luchtfilter om de twee weken schoon als de airconditioner in een uiterst stoffige omgeving werkt.
Nadat het apparaat ongeveer 100 uur gebruikt is, moet het luchtfilter worden gereinigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Bescherming

Bedrijfstoestand Bedrijfstemperatuur

TemperatuurKoelen (DB/WB)Verwarmen (DB/WB)Drogen (DB/WB)
Binnentemperatuurmax32℃/23℃27℃/18℃32℃/23℃
min21℃/15℃20℃/15℃18℃
Buitentemperatuurmax43℃/26℃24℃/18℃43℃/26℃
min-15℃/-16℃-15℃/-16℃21℃

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

OPMERKING:

*Optimale prestaties worden bereikt binnen deze bedrijfstemperatuur. Als de airconditioner buiten de bovengenoemde omstandigheden wordt gebruikt, kan de beveiligingsvoorziening in werking treden en het apparaat uitschakelen.

*Voor modellen die zijn bedoeld voor een tropisch klimaat (T3) is de maximumtemperatuur 55℃in plaats van 43℃. Voor sommige producten zijn temperaturen buiten het bereik toegestaan. Neem in specifieke situaties contact op met de verkoper. Als de airconditioner in de modus KOELEN of DROGEN staat terwijl er gedurende lange tijd een deur of raam open staat en de relatieve luchtvochtigheid hoger is dan 80%, dan kan er condenswater uit de afvoer druppelen.

Geluidsoverlast

Kenmerken van de beveiligingsvoorziening

Kenmerken van de modus VERWARMEN

Voorverwarmen

Aan het begin van het VERWARMEN duurt het 2-5 minuten voordat de luchtstroom uit de binnenunit stroomt.

Ontdooien

Tijdens de werking VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien om de efficiëntie te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 2-10 minuten. Tijdens het ontdooien stoppen de ventilatoren. Na voltooiing van het ontdooien, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN.

Opmerking: Verwarmen is NIET beschikbaar op een airconditioner van het type "alleen koelen".

Pagina 20

Probleemoplossing

In de volgende gevallen is er mogelijk geen sprake van een storing. Controleer de lijst voordat u om service vraagt.

ProbleemAnalyse
Apparaat werkt niet• De beveiligingsvoorziening is in werking of de zekering is doorgebrand.
• Wacht 3 minuten en zet het apparaat weer aan. De beveiligingsvoorziening kan verhinderen dat de unit werkt.
• De batterijen in de afstandsbediening zijn leeg.
• De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Lucht wordt niet gekoeld of verwarmd• Is het luchtfilter vuil?
• Zijn de in- of uitlaten van de airconditioner verstopt?
• Is de temperatuur correct ingesteld?
Niet-efficiënte regeling• Bij sterke interferentie (door ontlading van statische elektriciteit, abnormale voedingsspanning) werkt het apparaat niet goed. Ontkoppel het van de voeding en sluit het 2-3 seconden later weer aan.
Apparaat werkt niet onmiddellijk• Na het veranderen van de modus tijdens gebruik is er een vertraging van 3 minuten.
werkt niet
Eigenaardige geur• Deze geur kan afkomstig zijn van een andere bron zoals meubilair, sigarettenrook enz. die in de unit gezogen wordt en met de lucht mee wordt uitgeblazen.
Geluid van stromend water• Veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in de airconditioner, geen probleem.
• Ontdooigeluid in verwarmmodus.
Een krakend geluid is hoorbaar• Dit geluid kan veroorzaakt worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel vanwege temperatuursveranderingen.
Er komt stoom uit de luchtuitlaat• Er verschijnt nevel wanneer de lucht in de ruimte erg koud wordt vanwege de koele lucht die uit de binnenunit stroomt tijdens de werkingsmodus KOELEN of DROGEN.
Het indicatorlampje "In bedrijf" knippert voortdurend en de binnenventilator stopt.• De unit schakelt om van verwarmen naar ontdooien. Het indicatorlampje knippert tot twaalf minuten en keert dan terug naar de verwarmingsmodus.
Modusinterferentie
Alle binnenunits gebruiken één buitenunit, maar de buitenunit kan maar in één modus tegelijk werken (koelen of verwarmen). Als een binnenunit wordt ingesteld op een andere modus dan de buitenunit, treedt modusinterferentie op. De volgende tabel toont de mogelijke interferenties.
koelen drogen verwarmen ventilator koelen √ √ × √ √--- normaal drogen √ √ × √ ×--- modusinterferentie verwarmen × × × × ventilator √ √ × √ de buitenunit werkt altijd in de modus van de eerste binnenunit die is ingeschakeld. Als er interferentie is met de instellingsmodus van een daaropvolgende binnenunit, klinken 3 pieptonen en wordt de binnenunit die interferentie veroorzaakt met de actieve units automatisch uitgeschakeld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Pagina 21

Installatie-instructies

Installatieschema

Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn

Afstand van het plafond moet meer dan 200mm zijn

Afstand van de vloer moet meer dan 2500 mm zijn.

Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn

Binnenunit A

De plaats van installatie kiezen

Locatie voor het installeren van de binnenunit:

Pagina 22

Installatie-instructies

Installatie van de binnenunit

Zelftappende schroef

Montageplaat

Opmerking: De vorm van de montageplaat kan verschillen van de afbeelding hierboven, maar de installatiemethode is gelijk. Opmerking: Volg de bovenstaande afbeelding: de zes gaten in de montageplaat waarin de schroeven gaan, worden gebruikt om de montageplaat te bevestigen. De andere gaten hebben een andere functie.

Muuropening met manchet (buis van hard polyethyleen, op maat gemaakt door de gebruiker)

5mm (aflopend)

Richting van de leiding

Goot

1

Doorlaatope-
ning4
Zaag de doorlaatopening open langs de gootOpmerking: Bij het installeren van de leiding in de richtingen 1,2 of 4, zaagt u de bijbehorende doorlaatopening in de basis van de binnenunit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

← pagina 1verder op pagina 23 →Inhoud