Whirlpool SPIW 312L, tekst van de handleiding
Pagina's 3–22 van 49 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina 1verder op pagina 23 →
Pagina 2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
Inhoudsopgave
Veiligheidsvoorschriften 4
Productbeschrijving 13
Binnenunit 13
Buitenunit 13
Introductie display 14
Noodknop 16
Veiligheidsmaatregelen 17
Onderhoud 18
Bescherming 19
Probleemoplossing 20
Installatie-instructies 21
Installatie van de binnenunit 22
Installatie van de buitenunit 30
Functies en indicatorlampjes van de afstandsbediening 32
Functies en indicatorlampjes van de afstandsbediening 41
Pagina 4
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
BELANGRIJK MOET WORDEN GELEZEN EN IN ACHT GENOMEN
- Download de volledige gebruiksaanwijzing op docs.whirlpool.eu of bel het telefoonnummer dat in het garantieboekje staat.
- Lees voordat u het apparaat gaat gebruiken deze veiligheidsinstructies. Houd ze binnen handbereik voor toekomstige raadpleging.
- Deze instructies en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen, die te allen tijde moeten worden opgevolgd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het niet opvolgen van deze veiligheidsinstructies, oneigenlijk gebruik van het apparaat of een foute instelling van de regelknoppen.
- Kleine kinderen (0-3 jaar) moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden. Jonge kinderen (3-8 jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden, tenzij ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mogen dit apparaat gebruiken indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over veilig gebruik en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De reiniging en het onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
TOEGESTAAN GEBRUIK
- VOORZICHTIG: het apparaat is niet geschikt voor inwerkingstelling met een externe timer of afzonderlijk systeem met afstandsbediening.
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals: hotels en kantoren.
- Dit apparaat is niet voor professioneel gebruik bestemd.
- Zet de airconditioner altijd eerst met de afstandsbediening uit. Gebruik de stroomonderbreker van de voeding niet om het apparaat uit te zetten. Zet het ook niet uit door de stekker uit te trekken. Koppel de airconditioner los van de voeding als het apparaat voor een lange tijd niet gebruikt zal worden of bij onweer.
- Stop nooit voorwerpen in de luchtuitlaat, vanwege gevaar op verwondingen. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels.
- Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken.
INSTALLATIE
- Het apparaat moet worden gehanteerd en geïnstalleerd door twee of meer personen - er bestaat risico op verwondingen. Gebruik beschermende handschoenen om uit te pakken en te installeren - risico voor snijwonden.
- De installatie, inclusief elektrische aansluitingen, en herstellingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in de gebruikershandleiding. Houd kinderen uit de buurt van de installatieplaats. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde Klantenservice. Na de installatie moet het verpakkingsmateriaal (plastic, piepschuim enz.) buiten het bereik van kinderen
Pagina 5
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
bewaard worden - risico voor verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van alle voedingen voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert wegens het risico op elektrocutie. Tijdens de installatie dient u ervoor te zorgen dat het apparaat de voedingskabel niet beschadigd - risico voor brand of elektrocutie. Activeer het apparaat alleen als de installatie is voltooid.
- Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren.
- Het apparaat mag niet worden geïnstalleerd in de wasruimte.
ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN
- De voeding moet een nominale spanning hebben met een afzonderlijk circuit voor het apparaat.
De diameter van de voedingskabel moet voldoen aan de vereisten.
- Er moet een meerpolige schakelaar worden aangesloten in de vaste bedrading in overeenstemming met de bedradingsvoorschriften en het apparaat moet worden geaard conform de nationale elektrische veiligheidsvoorschriften.
- Er moet een meerpolige stroomonderbreker met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm worden aangesloten in de vaste bedrading.
- Gebruik geen verlengsnoeren, meervoudige stopcontacten of adapters. Als de installatie voltooid is, mogen de elektrische onderdelen niet meer toegankelijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet wanneer u natte voeten hebt of blootsvoets bent. Gebruik het apparaat niet als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet goed werkt of als het beschadigd of gevallen is.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn technicus of een gelijkaardig gekwalificeerd persoon vervangen worden door een identieke kabel, om gevaarlijke situaties te voorkomen. Er is namelijk risico op elektrocutie.
- Volgens de nationale wetgeving moet er een reststroomapparaat (RCD) met een nominale reststroom van niet meer dan 30 mA worden opgenomen in de vaste bedrading.
- De temperatuur van het koelcircuit zal hoog zijn dus houd de kabel van de tussenaansluiting uit de buurt van de koperen leiding.
- Zorg voor een veilige aarding en een massakabel die aangesloten is op het speciale aardingssysteem van het gebouw en geïnstalleerd is door deskundigen. Het apparaat moet voorzien zijn van een beveiligingsschakelaar tegen elektrische ontlading en een hulpinstallatieautomaat met voldoende capaciteit. De installatieautomaat moet tevens voorzien zijn van een magnetische en thermische schakelaar om beveiliging te garanderen in geval van kortsluiting en overbelasting.
| Model | 9K & 12K | 18K | 24K |
| Vereiste capaciteit van installatieautomaat | 16A | 20A | 25A |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
- Voor de aansluiting van de voedingskabel en de kabelaansluiting tussen binnen- en buitenunits, zie het bedradingsschema op het apparaat.
REINIGING EN ONDERHOUD
- WAARSCHUWING: Het apparaat moet worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert; gebruik geen stoomreinigers - risico van elektrocutie.
Pagina 6
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwalificeerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan.
- Servicewerkzaamheden mogen enkel worden uitgevoerd met behulp van uitrusting die door de fabrikant zijn aangeraden.
VERWERKING VAN DE VERPAKKING
Het verpakkingsmateriaal is 100% recycleerbaar en draagt het recyclagesymbool ( ). De diverse onderdelen van de verpakking mogen daarom niet bij het gewone huisvuil worden weggegooid, maar moeten worden afgevoerd volgens de plaatselijke voorschriften.
VERWERKING VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUUR
Dit product is vervaardigd van recycleerbaar of herbruikbaar materiaal. Verwerk het apparaat in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EU inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwerkt, helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.
Het ( )-symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat het niet behandeld mag worden als huishoudelijk afval maar naar een geschikt inzamelcentrum voor het recycleren van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht.
CONFORMITEITSVERKLARING
- De fabrikant, Whirlpool EMEA S.p.A., verklaart dat dit model SPIW309A3WF, PIW312A3WF, SPIW409A2WF, SPIW412A2WF / Apple huishoudelijk apparaat met radioapparatuur Amber Wifi Module voldoet aan de richtlijn 2014/53/EU.
- De volledige tekst van de conformiteitsverklaring vindt u op de onderstaande website: docs.whirlpool.eu.
- De radioapparatuur werkt in de ISM-frequentieband van 2,4 GHz, het maximale uitgezonden radiofrequente vermogen bedraagt niet meer dan 20 dBm (e.i.r.p.).
- Dit product bevat opensourcesoftware ontwikkeld door derden. De verklaring inzake het gebruik van de open source licentie vindt u op de onderstaande website: docs.whirlpool.eu.
- Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder het protocol van Kyoto vallen. Het koelgas bevindt zich in een hermetisch afgesloten systeem (R32, GWP 675). De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. Zie het beoordelingslabel voor meer gedetailleerde informatie.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR SERVICEWERKZAAMHEDEN AAN APPARATEN MET EEN SPECIFIEK KOELMIDDEL
- Download de volledige gebruiksaanwijzing voor gedetailleerde methoden inzake installatie, servicewerkzaamheden, onderhoud en reparatie op docs.whirlpool.eu.
- Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of reinigingsmiddelen, behalve degene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine; zonder voortdurend werkzame ontstekingsbronnen (zoals open vuur, een werkzaam gasapparaat of een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat).
- Niet doorboren of verbranden. Denk eraan dat de koelmiddelen geurloos kunnen zijn.
- Elke persoon die aan een koelcircuit werkt of het openmaakt, moet op dat moment beschikken over een geldig certificaat van een door de sector erkende
Pagina 7
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
beoordelingsbevoegdheid, dat zijn bekwaamheid aangeeft dat hij veilig met koelmiddelen kan omgaan volgens een door de sector erkende beoordelingsspecificatie. Zoals aangeraden, mogen onderhoudswerkzaamheden enkel worden uitgevoerd door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwalificeerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen worden in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. Het installeren van de leidingen moet worden uitgevoerd in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. De leidingen moeten conform de nationale gasvoorschriften zijn. De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. De mechanische aansluitingen die binnen gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Wanneer mechanische aansluitingen binnen herbruikt worden, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Wanneer flare-verbindingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het flare-onderdeel opnieuw worden gefabriceerd. Het installeren van leidingen moet tot een minimum worden beperkt. Mechanische aansluitingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoud.
- 1. Het transport van uitrusting met ontvlambare koelmiddelen erin moet gebeuren overeenkomstig de transportvoorschriften.
- 2. Het markeren van de uitrusting aan de hand van signalisatie moet gebeuren overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
- 3. De verwerking van apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale voorschriften.
- 4. Het opslaan van uitrusting / apparaten moet gebeuren overeenkomstig de instructies van de fabrikant.
- 5. De opslagverpakkingsbescherming voor apparatuur moet zo gefabriceerd zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lek van de koelmiddellading kan veroorzaken. Het maximumaantal stuks uitrusting dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door plaatselijke voorschriften.
- 6. Informatie over servicewerkzaamheden.
6-1 Controles van de ruimte
Alvorens werkzaamheden uit te voeren aan een systeem met ontvlambare koelmiddelen, zijn er veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico op ontbranding wordt beperkt. Voor herstellingen van het koelsysteem, moeten aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn alvorens werk uit te voeren op het systeem. 6-2 Werkprocedure
Werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op de aanwezigheid van ontvlambaar gas of ontvlambare dampen tijdens de uitvoering van het werk te beperken.
6-3 Algemene werkruimte
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omliggende ruimte werken moeten op de hoogte worden gebracht van de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werken in beperkte ruimtes moet worden vermeden. De ruimte rond de werkruimte moet worden afgebakend. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door te controleren op ontvlambaar materiaal.
6-4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een
Pagina 8
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat de uitrusting die lekken moet opsporen, gebruikt mag worden bij ontvlambare koelmiddelen, dat ze m.a.w. geen vonken veroorzaakt, voldoende afgedicht is of intrinsiek veilig is.
6-5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er op de koelapparatuur of onderdelen ervan werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die hitte veroorzaken, dan moet er voldoende brandblusapparatuur binnen handbereik voorzien zijn. Stel een poederblusser of CO2-brandblusser op in de buurt van de ruimte waar het vullen met het koelmiddel plaatsvindt.
6-6 Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werkzaamheden aan een koelsysteem uitvoert waarbij een leiding wordt blootgelegd die met ontvlambaar koelmiddel gevuld is of was, mag geen enkele ontstekingsbron gebruiken die brandgevaar of ontploffingsgevaar kan veroorzaken. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, moeten voldoende ver worden gehouden van de plek van de installatie, de herstelling of het verwijderen en verwerken waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan vrijkomen in de omringende ruimte. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, moet de ruimte rond de apparatuur geïnspecteerd worden om zeker te zijn dat er geen brand- of ontstekingsgevaar is. “Verboden te roken”-signalisatie moet zijn aangebracht.
6-7 Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat de ruimte in de open lucht is of voldoende geventileerd is alvorens het systeem te openen of werkzaamheden die hitte veroorzaken, uit te voeren. Zorg voor een bepaalde mate van ventilatie terwijl de werkzaamheden worden uitgevoerd. Door de ventilatie moet enig vrijgekomen koelmiddel worden uiteengedreven en, beter nog, worden afgevoerd naar de buitenlucht.
6-8 Controles van de koelapparatuur
Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en ze moeten voldoen aan de juiste beschrijving. Te allen tijden moeten de onderhouds- en servicevoorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen:
- De omvang van de vulling hangt af van de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten, worden geïnstalleerd; - De ventilatieapparatuur en -uitlaten moeten naar behoren werken en niet zijn geblokkeerd; - Als een onrechtstreeks koelcircuit wordt gebruikt, moet het hulpcircuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; - De markering op de uitrusting moet nog altijd zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en signalisatie die niet leesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; - Koelleidingen en -componenten zijn op een plaats gemonteerd waar de kans klein is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die de koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent resistent zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie.
6-9 Controles van elektrische apparaten
Pagina 9
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Herstellingen en onderhoud van elektrische componenten moeten worden voorafgegaan door veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten. Als er een defect aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen, dan mag er geen elektrische voeding aangesloten zijn op het circuit totdat het defect is verholpen. Als het defect niet meteen kan worden verholpen maar de apparatuur moet blijven werken, dan moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gerapporteerd aan de eigenaar, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Als voorafgaande veiligheidscontroles moet men er onder meer voor zorgen:
- dat de condensators ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden; - dat er geen onder stroom staande elektrische componenten en bedrading blootgesteld zijn tijdens het vullen, reinigen of ontluchten van het systeem; - dat de apparatuur altijd geaard is.
- 7. Herstellingen aan afgedichte componenten
Tijdens reparaties aan afgedichte componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat de afgedichte elektrische voeding naar de installatie wordt verwijderd tijdens de servicewerkzaamheden. Vervolgens moet er een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen in geval van een mogelijk gevaarlijke situatie. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de volgende punten om te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten . de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld schade aan kabels, een overmatig groot aantal aansluitingen, klemmen die niet gemaakt zijn volgens de originele specificatie, schade aan afdichtingen, onjuiste montering van pakkingbussen enz. Zorg dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg dat afdichtingen of afdichtmaterialen niet verslechterd zijn zodat ze niet meer geschikt zijn om te voorkomen dat er ontvlambare atmosferen binnendringen. Vervangingsonderdelen moeten in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant zijn.
OPMERKING:
Het gebruik van siliconenafdichtmiddel kan de efficiëntie van bepaalde soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet geïsoleerd te worden voordat er werkzaamheden aan worden verricht.
- 8. Herstellingen aan intrinsiek veilige componenten
Pas geen permanente inductieve belastingen of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder te verzekeren dat deze de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet zullen overschrijden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder stroom staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste nominale waarden hebben. Vervang componenten alleen door componenten die gespecificeerd zijn door de fabrikant. Andere componenten kunnen leiden tot ontsteking van koelmiddelen in de atmosfeer door een lek.
- 9. Bekabeling
Controleer of de bekabeling niet blootgesteld is aan slijtage, aantasting, overmatige druk, trilling, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of continue trilling van
Pagina 10
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
bronnen als compressoren of ventilatoren.
- 10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
In geen enkel geval mogen er mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of de detectie van koelmiddellekken. Een halogeen-lekdetector (of enige andere detector die gebruikmaakt van een open vlam) mag niet worden gebruikt.
- 11. Lekdetectiemethoden
De volgende lekdetectiemethoden zijn acceptabel voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten:
- Er moeten elektronische lekdetectors worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet voldoende is, of dat het apparaat opnieuw moet worden gekalibreerd (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddelen) - Zorg ervoor dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.
- Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximum 25%) wordt bevestigd.
- Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen; het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet echter vermeden worden, omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten. - Als er een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden weggehaald/gedoofd. - Als er een koelmiddellek wordt gevonden waarbij een leiding moet worden gesoldeerd, dan moet al het koelmiddel worden verwijderd uit het systeem of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver weg is van het lek. - Vervolgens moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld, voor en tijdens het soldeerproces.
- 12. Verwijdering en afvoer - Wanneer u het koelcircuit opent om reparaties uit te voeren – of voor enig ander doel, –dan moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is belangrijk om de beste werkpraktijken te volgen, omdat rekening gehouden moet worden met ontvlambaarheid.
De volgende procedure moet worden nageleefd::
- Verwijder het koelmiddel; - Spoel het circuit met inert gas; - Voer dit af; - Spoel het circuit nogmaals met inert gas; - Open het circuit door snijden of solderen.
De koelmiddelvulling moet worden opgevangen in de juiste opvangflessen. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet zo nodig meerdere keren worden herhaald. Er mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm van het systeem te verbreken met OFN; blijf het systeem vullen tot de werkdruk is bereikt, ontlucht naar de atmosfeer, en trek het systeem weer vacuüm. Dit proces moet herhaald worden tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om
Pagina 11
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze procedure is van essentieel belang als er solderingen aan het leidingwerk moeten worden uitgevoerd. Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt, dat er een vacuüm is in het systeem met OFN en dat er ventilatie beschikbaar is.
- 13. Vulprocedures
Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende vereisten worden voldaan: - Zorg dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van vulapparatuur.
- Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, zodat de hoeveelheid koelmiddel erin tot een minimum wordt beperkt.
- Flessen moeten rechtop worden bewaard.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens het systeem met koelmiddel te vullen.
- Etiketteer het systeem als het vullen voltooid is (als dit nog niet gedaan is).
- Wees uitermate voorzichtig dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet het op druk worden getest met OFN.
Het systeem moet worden getest op lekken ná het vullen, maar vóór de inwerkingstelling. Er moet een verdere lektest worden uitgevoerd voordat u de locatie verlaat.
- 14. Buitenwerkingstelling
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het is een aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval er analyse nodig is voor hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt aangevangen.
- a. Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan.
- b. Isoleer het systeem elektrisch.
- c. Voordat u de procedure probeert uit te voeren, moet u ervoor zorgen dat:
- er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het hanteren van flessen koelmiddel; - alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en op de juiste manier worden gebruikt; - een deskundig persoon te allen tijde toezicht houdt over het terugwinningsproces; - terugwinningsapparatuur en flessen voldoen aan de geldende normen.
- d. Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk.
- e. Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.
- f. Zorg dat de fles op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt.
- g. Start de terugwinningsmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.
- h. Vul de flessen niet te vol. (Niet meer dan 80% volume bij vloeibare vulling).
- i. Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.
- j. Wanneer de flessen correct gevuld zijn en het proces voltooid is, zorg er dan voor dat de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur worden afgesloten.
- k. Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij
Pagina 12
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
het gereinigd en gecontroleerd is.
- 15. Etikettering
De apparatuur moet van een etiket worden voorzien met de vermelding dat hij buiten werking is gesteld en dat het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg dat er etiketten op de apparatuur zijn aangebracht met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
- 16. Terugwinning
Wanneer u koelmiddel uit een systeem verwijdert, voor servicewerkzaamheden of voor buitenwerkingstelling, dan is de aanbevolen werkpraktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overhevelen van koelmiddel in flessen voor, dat alleen de juiste flessen voor de terugwinning van koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal flessen voor de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken flessen moeten ontworpen zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd zijn voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale flessen voor de terugwinning van koelmiddel). Flessen moet een drukontluchtklep hebben met de bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege terugwinningsflessen moeten worden geledigd en indien mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een serie instructies m.b.t. de apparatuur bij de hand, en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn, die in goede staat verkeert. Slangen moeten lekvrije koppelingen hebben en in goede staat zijn. Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt, dient u te controleren of deze in goede werkstaat verkeert, dat de machine op de juiste manier is onderhouden en dat eventuele bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn ter voorkoming van ontsteking in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier in de correcte terugwinningsfles en met het relevante ingevulde Afvaloverdrachtsformulier. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsunits en vooral niet in flessen. Als er compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een acceptabel niveau zijn afgevoerd zodat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd aan de leverancier. Er mag alleen elektrische verwarming worden gebruikt op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer de olie wordt afgevoerd uit een systeem, moet dit op een veilige manier gebeuren. Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren. Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder voortdurend werkzaam open vuur (bijvoorbeeld een werkzaam gasapparaat) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Herbruikbare mechanische aansluitingen en flare-verbindingen zijn verboden.
Pagina 13
Productbeschrijving
Binnenunit
Voorpaneel
Luchtinlaat
Displaypaneel
Noodpaneel
Luchtuitlaat
Lamellen voor verticale verstelling
Lamellen voor horizontale verstelling
Luchtfilter
Afstandsbediening
Buitenunit Luchtinlaat
Leidingen en voedingskabel
Afvoerslang
Opmerking: Tijdens de werking van KOELEN of DROGEN wordt condenswater afgevoerd.
Luchtuitlaat
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op het uitwendige aanzicht van een standaardmodel. Daarom kan de vorm verschillen van de airconditioner die u heeft gekozen.
Verklaring van symbolen op de binnenunit of buitenunit.
| WAARSCHUWING | Dit symbool geeft aan dat voor dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel wordt gebruikt. Bij een lek en blootstelling aan een externe ontstekingsbron, is er brandgevaar. |
| VOORZICHTIG | Dit symbool geeft aan dat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig moet worden gelezen. |
| VOORZICHTIG | Dit symbool geeft aan dat de apparatuur moet worden behandeld door servicepersoneel en volgens de installatiehandleiding. |
| VOORZICHTIG | Dit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is zoals de gebruiksaanwijzing of de installatiehandleiding. |
Pagina 14
Introductie display
Temperatuurlampje 1
Toont de ingestelde temperatuur.
Na een gebruik van 200 uur wordt "FC" getoond, als herinnering dat het filter moet worden gereinigd.
Druk na het reinigen van het filter op de resetknop van het filter achter het voorpaneel van de binnenunit, om het display te resetten (optioneel)
Het toont de ingestelde luchtvochtigheid in de luchtvochtigheidsmodus. (optioneel)
Indicatorlampje "In bedrijf"
Het lampje brandt wanneer de airconditioner wordt gebruikt. Het knippert tijdens het ontdooien.
Indicatorlampje "Timer"
Het lampje brandt gedurende de ingestelde tijd.
Indicatorlampje Sleep (Slaapindicatorlampje) Het lampje brandt in de slaapmodus.
Indicatorlampje "Smart WIFI" Het lampje brandt wanneer WIFI is ingeschakeld.
Indicatorlampje "Filter reinigen" Het lampje brandt wanneer het filter moet worden gereinigd.
Indicatorlampje "6th Comfort" Het lampje brandt in modus 6th Comfort.
Indicatorlampje "Humidity" (luchtvochtigheid)
Het lampje brandt in de luchtvochtigheidsmodus.
Signaalontvanger
De symbolen kunnen afwijken van deze modellen, maar de functies zijn vergelijkbaar.
Pagina 15: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 16
Noodknop
| Noodknop 10 ON/OFF (AAN/UIT) Om de airconditioner aan of uit te zetten met een druk op de knop. Filterresettoets 11 Om het Indicatorlampje "Filter reinigen" te resetten met een druk op de knop. | 10 | 11 |
| Noodknop 10 ON/OFF (AAN/UIT) Om de airconditioner aan of uit te zetten met een druk op de knop. | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
VOOR MULTI SYSTEM
ON/OFF u kunt de unit onmiddellijk stoppen door op de knop te drukken.
Force COOLING (koelen forceren): u kunt de unit dwingen in de koelmodus met hoge ventilatorsnelheid te werken door 5 seconden op de knop te drukken. In deze status wordt de kamertemperatuur genegeerd.
Pagina 17
Veiligheidsmaatregelen
De symbolen in deze gebruikershandleiding hebben de volgende betekenis:
Doe dit zeker niet.
Let goed op in deze situatie.
Aarden is essentieel.
Waarschuwing: Onjuist gebruik kan ernstig gevaar veroorzaken, zoals levensgevaar, ernstig letsel, enz.
Gebruik de juiste voeding in overeenstemming met de gegevens op het typeplaatje. Zo niet, kunnen ernstige storingen of gevaren optreden of kan er brand ontstaan.
AAN
UIT
Bescherm de installatieautomaat en de stekker tegen vuil. Sluit het netsnoer stevig en op de juiste manier aan om elektrocutie of brand door een slecht contact te voorkomen.
AAN
UIT
Gebruik de installatieautomaat niet om het apparaat uit te zetten. Zet het ook niet uit door de stekker uit te trekken. Dit kan tot brand leiden, enz.
Het is schadelijk voor de gezondheid om zich lange tijd in een koude luchtstroom te bevinden. Het is raadzaam om de luchtstroom naar de hele ruimte te laten afbuigen.
Zorg dat de luchtstroom gasbranders en kachels niet kan bereiken.
Raak de bedieningsknoppen niet aan met natte handen.
Steek nooit stokken of vergelijkbare objecten in de unit. Aangezien de ventilator met hoge snelheid ronddraait, kan dit letsel veroorzaken.
Repareer het apparaat niet zelf. Als dit niet goed gebeurt, kan dit leiden tot elektrocutie enz.
Plaats geen voorwerpen op de buitenunit.
Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om het apparaat te Schakel het apparaat uit met de laten aarden door een bevoegd afstandsbediening voordat u de technicus, volgens de plaatselijke stroomtoevoer afsluit als er een voorschriften of verordeningen. storing optreedt.
Hanteer het netsnoer voorzichtig om schade te voorkomen. Een beschadigd netsnoer kan elektrocutie of brand veroorzaken.
Pagina 18
Onderhoud
Onderhoud van het voorpaneel
| Sluit de voeding af | a |
|---|---|
| Schakel het apparaat eerst uit alvorens de stroomtoevoer te onderbreken. | Pak vast op positie “a” en trek het voorpaneel naar buiten om het te verwijderen. a |
| Veeg het schoon met een zachte droge doek. Gebruik een Gebruik een zachte, droge, zachte vochtige doek als het doek voor het reinigen. voorpaneel erg vuil is; | Gebruik geen vluchtige producten zoals benzine of polijstpoeder om het apparaat te reinigen. |
| Sproei nooit water op de binnenunit | Breng het voorpaneel weer aan en sluit het. Breng het voorpaneel weer aan en sluit het door op positie "b" naar beneden drukken. |
| Gevaarlijk! U loopt zo het risico op elektrocutie! | b b |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Onderhoud van het luchtfilter
| Zet het apparaat uit, sluit de stroomtoevoer af en verwijder het luchtfilter. | Reinig het luchtfilter en breng het weer aan. |
|---|---|
| 1 2 3 1. Open het voorpaneel. 2. Druk voorzichtig op de handgreep van het filter van de voorzijde. 3. Pak de handgreep vast en schuif het filter naar buiten. | Als het filter erg vuil is, was het dan met afwasmiddel in lauw water. Laat het filter hierna goed drogen in de schaduw. |
| Sluit het voorpaneel weer. Maak het luchtfilter om de twee weken schoon als de airconditioner in een uiterst stoffige omgeving werkt. | Nadat het apparaat ongeveer 100 uur gebruikt is, moet het luchtfilter worden gereinigd. |
Pagina 19
Bescherming
Bedrijfstoestand Bedrijfstemperatuur
| Temperatuur | Koelen (DB/WB) | Verwarmen (DB/WB) | Drogen (DB/WB) | |
|---|---|---|---|---|
| Binnentemperatuur | max | 32℃/23℃ | 27℃/18℃ | 32℃/23℃ |
| min | 21℃/15℃ | 20℃/15℃ | 18℃ | |
| Buitentemperatuur | max | 43℃/26℃ | 24℃/18℃ | 43℃/26℃ |
| min | -15℃/-16℃ | -15℃/-16℃ | 21℃ | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
OPMERKING:
*Optimale prestaties worden bereikt binnen deze bedrijfstemperatuur. Als de airconditioner buiten de bovengenoemde omstandigheden wordt gebruikt, kan de beveiligingsvoorziening in werking treden en het apparaat uitschakelen.
*Voor modellen die zijn bedoeld voor een tropisch klimaat (T3) is de maximumtemperatuur 55℃in plaats van 43℃. Voor sommige producten zijn temperaturen buiten het bereik toegestaan. Neem in specifieke situaties contact op met de verkoper. Als de airconditioner in de modus KOELEN of DROGEN staat terwijl er gedurende lange tijd een deur of raam open staat en de relatieve luchtvochtigheid hoger is dan 80%, dan kan er condenswater uit de afvoer druppelen.
Geluidsoverlast
- Installeer de airconditioner op een stevige ondergrond voor een stillere werking.
- Installeer de buitenunit op een plaats waar de lucht kan worden afgevoerd en waar het geluid de buren niet stoort.
- Plaats geen obstakels voor de luchtuitlaat van de buitenunit om een toename van het geluidsniveau te voorkomen.
Kenmerken van de beveiligingsvoorziening
- 1. De beveiligingsvoorziening werkt in de volgende gevallen:
- Als u het apparaat meteen opnieuw hebt gestart nadat het is gestopt of als de modus wordt gewijzigd tijdens het gebruik, moet u 3 minuten wachten.
- Als u de voeding aansluit en het apparaat meteen start, kan het zijn dat het starten 20 seconden duurt.
- 2. Als het apparaat stopt, druk dan nogmaals op de knop ON/OFF (AAN/UIT) om te herstarten. De timer moet opnieuw worden ingesteld als deze is geannuleerd.
Kenmerken van de modus VERWARMEN
Voorverwarmen
Aan het begin van het VERWARMEN duurt het 2-5 minuten voordat de luchtstroom uit de binnenunit stroomt.
Ontdooien
Tijdens de werking VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien om de efficiëntie te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 2-10 minuten. Tijdens het ontdooien stoppen de ventilatoren. Na voltooiing van het ontdooien, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN.
Opmerking: Verwarmen is NIET beschikbaar op een airconditioner van het type "alleen koelen".
Pagina 20
Probleemoplossing
In de volgende gevallen is er mogelijk geen sprake van een storing. Controleer de lijst voordat u om service vraagt.
| Probleem | Analyse |
|---|---|
| Apparaat werkt niet | • De beveiligingsvoorziening is in werking of de zekering is doorgebrand. |
| • Wacht 3 minuten en zet het apparaat weer aan. De beveiligingsvoorziening kan verhinderen dat de unit werkt. • De batterijen in de afstandsbediening zijn leeg. • De stekker zit niet goed in het stopcontact. | |
| Lucht wordt niet gekoeld of verwarmd | • Is het luchtfilter vuil? • Zijn de in- of uitlaten van de airconditioner verstopt? • Is de temperatuur correct ingesteld? |
| Niet-efficiënte regeling | • Bij sterke interferentie (door ontlading van statische elektriciteit, abnormale voedingsspanning) werkt het apparaat niet goed. Ontkoppel het van de voeding en sluit het 2-3 seconden later weer aan. |
| Apparaat werkt niet onmiddellijk | • Na het veranderen van de modus tijdens gebruik is er een vertraging van 3 minuten. |
| werkt niet | |
| Eigenaardige geur | • Deze geur kan afkomstig zijn van een andere bron zoals meubilair, sigarettenrook enz. die in de unit gezogen wordt en met de lucht mee wordt uitgeblazen. |
| Geluid van stromend water | • Veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in de airconditioner, geen probleem. • Ontdooigeluid in verwarmmodus. |
| Een krakend geluid is hoorbaar | • Dit geluid kan veroorzaakt worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel vanwege temperatuursveranderingen. |
| Er komt stoom uit de luchtuitlaat | • Er verschijnt nevel wanneer de lucht in de ruimte erg koud wordt vanwege de koele lucht die uit de binnenunit stroomt tijdens de werkingsmodus KOELEN of DROGEN. |
| Het indicatorlampje "In bedrijf" knippert voortdurend en de binnenventilator stopt. | • De unit schakelt om van verwarmen naar ontdooien. Het indicatorlampje knippert tot twaalf minuten en keert dan terug naar de verwarmingsmodus. |
| Modusinterferentie Alle binnenunits gebruiken één buitenunit, maar de buitenunit kan maar in één modus tegelijk werken (koelen of verwarmen). Als een binnenunit wordt ingesteld op een andere modus dan de buitenunit, treedt modusinterferentie op. De volgende tabel toont de mogelijke interferenties. | koelen drogen verwarmen ventilator koelen √ √ × √ √--- normaal drogen √ √ × √ ×--- modusinterferentie verwarmen × × × × ventilator √ √ × √ de buitenunit werkt altijd in de modus van de eerste binnenunit die is ingeschakeld. Als er interferentie is met de instellingsmodus van een daaropvolgende binnenunit, klinken 3 pieptonen en wordt de binnenunit die interferentie veroorzaakt met de actieve units automatisch uitgeschakeld. |
Pagina 21
Installatie-instructies
Installatieschema
Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn
Afstand van het plafond moet meer dan 200mm zijn
Afstand van de vloer moet meer dan 2500 mm zijn.
Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn
Binnenunit A
- De bovenstaande afbeelding is slechts een eenvoudige voorstelling van de unit; de afbeelding komt mogelijk niet overeen met het product dat u heeft gekocht.
- De installatie mag uitsluitend door bevoegd personeel worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale bedradingsnormen.
De plaats van installatie kiezen
Locatie voor het installeren van de binnenunit:
- 1. Geen obstakel in de buurt van de luchtuitlaat en de lucht kan gemakkelijk naar elke hoek van de kamer worden geblazen.
- 2. De verbindingsleiding is eenvoudig aan te brengen en er kan gemakkelijk een gat in de muur worden geboord.
- 3. Houd de vereiste afstand aan tot het plafond en de muur volgens het installatiediagram.
- 4. Het luchtfilter kan eenvoudig worden losgehaald.
- 5. Houd het apparaat en de afstandsbediening op een afstand van minstens één meter van tv-toestellen, radio's enz.
- 6. Plaats niets in de buurt van de luchtinlaat.
- 7. De afstandsbediening werkt abnormaal in een kamer met digitale verlichting.
- 8. Installeer het apparaat op een plaats die het gewicht ervan kan dragen.
Pagina 22
Installatie-instructies
Installatie van de binnenunit
- 1. De montageplaat aanbrengen
- Kies de plaats waar de montageplaat wordt aangebracht op basis van de locatie van de binnenunit en de richting van de leiding.
- Zet de montageplaat horizontaal met een horizontale liniaal of waterpas.
- Boor gaten in de muur van 32 mm diep om de plaat te bevestigen.
- Steek de plastic pluggen in de gaten en bevestig de montageplaat met zelftappende schroeven.
- Controleer of de montageplaat goed is bevestigd. Boor vervolgens een gat voor de leiding.
Zelftappende schroef
Montageplaat
Opmerking: De vorm van de montageplaat kan verschillen van de afbeelding hierboven, maar de installatiemethode is gelijk. Opmerking: Volg de bovenstaande afbeelding: de zes gaten in de montageplaat waarin de schroeven gaan, worden gebruikt om de montageplaat te bevestigen. De andere gaten hebben een andere functie.
- 2. Een gat voor de leiding boren
- Bepaal de positie van het gat van de leiding op basis van de locatie van de montageplaat.
- Boor een gat van ongeveer 50 mm in de muur. Het gat moet enigszins naar beneden aflopen in de buitenrichting.
- Breng een manchet aan in het gat om de muur netjes en schoon te houden.
Muuropening met manchet (buis van hard polyethyleen, op maat gemaakt door de gebruiker)
5mm (aflopend)
- 3. Installatie van de leiding aan de binnenunit
- Steek de leidingen (vloeistof- en gasleiding) en kabels van buiten door het gat in de muur, of steek ze van binnen naar buiten nadat de leidingen en kabels zijn aangesloten op de binnenunit.
- Bepaal waar u de doorlaatopening afzaagt, afhankelijk van de richting van de leiding (zoals hieronder weergegeven)
Richting van de leiding
Goot
1
| Doorlaatope- | |
| ning | 4 |
| Zaag de doorlaatopening open langs de goot | Opmerking: Bij het installeren van de leiding in de richtingen 1,2 of 4, zaagt u de bijbehorende doorlaatopening in de basis van de binnenunit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- Breng de leiding en vervolgens de afvoerslang aan. Sluit vervolgens de netsnoeren aan. Na het aansluiten omwikkelt u de leidingen, de snoeren en de afvoerslang samen met thermisch isolatiemateriaal.