Whirlpool SPIW 312L, tekst van de handleiding
Airco · Whirlpool · 46 pagina's in het Nederlands · pdf: 49 pagina's, 3,0 MB
Storingen op pagina 20
Pagina 20
Probleemoplossing
In de volgende gevallen is er mogelijk geen sprake van een storing. Controleer de lijst voordat u om service vraagt.
| Probleem | Analyse |
|---|---|
| Apparaat werkt niet | • De beveiligingsvoorziening is in werking of de zekering is doorgebrand. |
| • Wacht 3 minuten en zet het apparaat weer aan. De beveiligingsvoorziening kan verhinderen dat de unit werkt. • De batterijen in de afstandsbediening zijn leeg. • De stekker zit niet goed in het stopcontact. | |
| Lucht wordt niet gekoeld of verwarmd | • Is het luchtfilter vuil? • Zijn de in- of uitlaten van de airconditioner verstopt? • Is de temperatuur correct ingesteld? |
| Niet-efficiënte regeling | • Bij sterke interferentie (door ontlading van statische elektriciteit, abnormale voedingsspanning) werkt het apparaat niet goed. Ontkoppel het van de voeding en sluit het 2-3 seconden later weer aan. |
| Apparaat werkt niet onmiddellijk | • Na het veranderen van de modus tijdens gebruik is er een vertraging van 3 minuten. |
| werkt niet | |
| Eigenaardige geur | • Deze geur kan afkomstig zijn van een andere bron zoals meubilair, sigarettenrook enz. die in de unit gezogen wordt en met de lucht mee wordt uitgeblazen. |
| Geluid van stromend water | • Veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in de airconditioner, geen probleem. • Ontdooigeluid in verwarmmodus. |
| Een krakend geluid is hoorbaar | • Dit geluid kan veroorzaakt worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel vanwege temperatuursveranderingen. |
| Er komt stoom uit de luchtuitlaat | • Er verschijnt nevel wanneer de lucht in de ruimte erg koud wordt vanwege de koele lucht die uit de binnenunit stroomt tijdens de werkingsmodus KOELEN of DROGEN. |
| Het indicatorlampje "In bedrijf" knippert voortdurend en de binnenventilator stopt. | • De unit schakelt om van verwarmen naar ontdooien. Het indicatorlampje knippert tot twaalf minuten en keert dan terug naar de verwarmingsmodus. |
| Modusinterferentie Alle binnenunits gebruiken één buitenunit, maar de buitenunit kan maar in één modus tegelijk werken (koelen of verwarmen). Als een binnenunit wordt ingesteld op een andere modus dan de buitenunit, treedt modusinterferentie op. De volgende tabel toont de mogelijke interferenties. | koelen drogen verwarmen ventilator koelen √ √ × √ √--- normaal drogen √ √ × √ ×--- modusinterferentie verwarmen × × × × ventilator √ √ × √ de buitenunit werkt altijd in de modus van de eerste binnenunit die is ingeschakeld. Als er interferentie is met de instellingsmodus van een daaropvolgende binnenunit, klinken 3 pieptonen en wordt de binnenunit die interferentie veroorzaakt met de actieve units automatisch uitgeschakeld. |
Pagina 21
Installatie-instructies
Installatieschema
Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn
Afstand van het plafond moet meer dan 200mm zijn
Afstand van de vloer moet meer dan 2500 mm zijn.
Afstand van de muur moet meer dan 50mm zijn
Binnenunit A
- De bovenstaande afbeelding is slechts een eenvoudige voorstelling van de unit; de afbeelding komt mogelijk niet overeen met het product dat u heeft gekocht.
- De installatie mag uitsluitend door bevoegd personeel worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale bedradingsnormen.
De plaats van installatie kiezen
Locatie voor het installeren van de binnenunit:
- 1. Geen obstakel in de buurt van de luchtuitlaat en de lucht kan gemakkelijk naar elke hoek van de kamer worden geblazen.
- 2. De verbindingsleiding is eenvoudig aan te brengen en er kan gemakkelijk een gat in de muur worden geboord.
- 3. Houd de vereiste afstand aan tot het plafond en de muur volgens het installatiediagram.
- 4. Het luchtfilter kan eenvoudig worden losgehaald.
- 5. Houd het apparaat en de afstandsbediening op een afstand van minstens één meter van tv-toestellen, radio's enz.
- 6. Plaats niets in de buurt van de luchtinlaat.
- 7. De afstandsbediening werkt abnormaal in een kamer met digitale verlichting.
- 8. Installeer het apparaat op een plaats die het gewicht ervan kan dragen.
Pagina 22
Installatie-instructies
Installatie van de binnenunit
- 1. De montageplaat aanbrengen
- Kies de plaats waar de montageplaat wordt aangebracht op basis van de locatie van de binnenunit en de richting van de leiding.
- Zet de montageplaat horizontaal met een horizontale liniaal of waterpas.
- Boor gaten in de muur van 32 mm diep om de plaat te bevestigen.
- Steek de plastic pluggen in de gaten en bevestig de montageplaat met zelftappende schroeven.
- Controleer of de montageplaat goed is bevestigd. Boor vervolgens een gat voor de leiding.
Zelftappende schroef
Montageplaat
Opmerking: De vorm van de montageplaat kan verschillen van de afbeelding hierboven, maar de installatiemethode is gelijk. Opmerking: Volg de bovenstaande afbeelding: de zes gaten in de montageplaat waarin de schroeven gaan, worden gebruikt om de montageplaat te bevestigen. De andere gaten hebben een andere functie.
- 2. Een gat voor de leiding boren
- Bepaal de positie van het gat van de leiding op basis van de locatie van de montageplaat.
- Boor een gat van ongeveer 50 mm in de muur. Het gat moet enigszins naar beneden aflopen in de buitenrichting.
- Breng een manchet aan in het gat om de muur netjes en schoon te houden.
Muuropening met manchet (buis van hard polyethyleen, op maat gemaakt door de gebruiker)
5mm (aflopend)
- 3. Installatie van de leiding aan de binnenunit
- Steek de leidingen (vloeistof- en gasleiding) en kabels van buiten door het gat in de muur, of steek ze van binnen naar buiten nadat de leidingen en kabels zijn aangesloten op de binnenunit.
- Bepaal waar u de doorlaatopening afzaagt, afhankelijk van de richting van de leiding (zoals hieronder weergegeven)
Richting van de leiding
Goot
1
| Doorlaatope- | |
| ning | 4 |
| Zaag de doorlaatopening open langs de goot | Opmerking: Bij het installeren van de leiding in de richtingen 1,2 of 4, zaagt u de bijbehorende doorlaatopening in de basis van de binnenunit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- Breng de leiding en vervolgens de afvoerslang aan. Sluit vervolgens de netsnoeren aan. Na het aansluiten omwikkelt u de leidingen, de snoeren en de afvoerslang samen met thermisch isolatiemateriaal.
Pagina 23
Installatie-instructies
Thermische isolatie van de leidingverbindingen:
- Omwikkel de leidingverbindingen met thermisch isolatiemateriaal en vervolgens met een vinyltape.
Thermische isolatie
Thermische isolatie van de leidingen:
- a. Plaats de afvoerslang onder de leidingen.
- b. Het isolatiemateriaal is polytheen schuim met een dikte van meer dan 6 mm.
Opmerking: De afvoerslang wordt door de gebruiker gemaakt.
- De afvoerslang moet naar beneden wijzen voor eenvoudige afvoer.
- Zorg ervoor dat de afvoerslang niet gedraaid is, uitsteekt of los hangt. Laat het uiteinde niet onder water hangen.
- Als een verlengstuk op de afvoerslang wordt aangesloten, zorg dan dat deze thermisch geïsoleerd is waar de slang door de binnenunit loopt.
- Als de leidingen naar rechts zijn gericht, moeten de leidingen, het netsnoer en de afvoerslang thermisch geïsoleerd worden en aan de achterkant van de unit worden bevestigd met een pijpbeugel.
grote leiding
afvoerslang kleine leiding
omwikkeld met vinyltype
Grote leiding
Voedingskabel
Hier insteken
afvoerslang
Thermische isolatie om leiding
Kleine leiding
Afvoerslang (aangeleverd door gebruiker)
grote leiding
kleine leiding
Basis
Pijpbeugel
Basis
Pijpbeugel
Basis
Hier vasthaken
A. Steek de pijpbeugel in de sleuf.
B. Drukken om de pijpbeugel aan de basis vast te haken.
Kleine afsluitdop Druk hier
Grote afsluitdop
Leidingverbinding:
- a. Voordat u de grote en de kleine afsluitdoppen losschroeft, drukt u met uw vinger op de kleine afsluitdop totdat het uitlaatgeluid stopt. Laat vervolgens de vinger los.
- b. Verbind de leidingen van de binnenunit met twee moersleutels. Let goed op dat u de leidingen vastdraait met het toegestane draaimoment zoals hieronder weergegeven, om te voorkomen dat de leidingen, connectoren en flensmoeren worden vervormd en beschadigd.
- c. Draai ze eerst met de hand vast en gebruik vervolgens de moersleutels.
ls u geen uitlaatgeluid hoort, neem dan contact op met de verkoper.
| Model | Diameter leiding | Draaimoment | Breedte van de moer | Min. dikte |
|---|---|---|---|---|
| 7K,9K,12K,18K | Vloeistofzijde (φ6mm of 1/4 inch) | 15~20N·m | 17 mm | 0,5 mm |
| 24K | Vloeistofzijde (φ9.53mm of 3/8 inch) | 30~35N·m | 22 mm | 0,6 mm |
| 7K, 9K, 12K | Gaszijde (φ9.53mm of 3/8 inch) | 30~35N·m | 22 mm | 0,6 mm |
| 18K | Gaszijde (φ12mm of 1/2 inch) | 50~55N·m | 24 mm | 0,6 mm |
| 24K | Gaszijde (φ16mm of 5/8 inch) | 60~65N·m | 27 mm | 0,6 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Opmerking: De leidingen moeten aan de buitenzijde worden aangesloten!
Pagina 24
Installatie-instructies
De 18k-binnenunit wordt geleverd met het aansluitstuk dat alleen geschikt is voor deze unit. Met dit aansluitstuk, kan een 9,52 gasaansluitleiding in een 12,7 aansluitleiding worden omgezet.
Het wordt op de een buitenunit geïnstalleerd.
Als de moer van de flensverbinding is losgeraakt nadat deze volledig is vastgedraaid, vervangt u deze door een nieuwe flensverbinding.
Als u de leidingen verwijdert om de unit te verplaatsen of te repareren, vervangt u deze door een nieuwe flens, zonder verbindingsmoer.
- 4. Aansluiten van de kabel
Gasklep
Aansluitstuk Aansluitleiding
Voorpaneel
Klem (binnenkant)
Buitenunit
- Binnenunit
Sluit de verbindingskabel aan op de buitenunit door de draden afzonderlijk op de klemmen van het regelbord aan te sluiten, in overeenstemming met de aansluiting van de buitenunit.
Opmerking: Voor sommige modellen is het nodig om de kast te verwijderen om de aansluiting te maken met de klemmen op de binnenunit.
Kast
Binnenunit
Chassis
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op het uitwendige aanzicht van een standaardmodel. Daarom kan de vorm verschillen van de airconditioner die u heeft gekozen.
Waarschuwing:
Voordat u met de aansluitklemmen gaat werken, moeten alle voedingscircuits worden losgekoppeld.
Aansluitklem
| 0(L) | 1(L) | 2(N) | 3 | 4(SI) |
|---|---|---|---|---|
| Verbindingskabel | met | |||
| 0(L) | 1(L) | 2(N) | 3 | 4(SI) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
buitenunit Aansluitklem
Verbindingskabel met buitenunit
optioneel
| Binnenunit | Buitenunit | ||
|---|---|---|---|
| 0(L) | |||
| 1(L) | 1(L) | ||
| 2(N) | 2(N) | ||
| 3 | |||
| 4(SI) | 4(SI) | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Binnenunit
| Buitenunit | ||
| 0(L) | 0(L) | |
| 1(L) | 1(L) | |
| 2(N) | 2(N) | |
| 3 | ||
| 4(SI) | 4(SI) | |
| L N | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
OPMERKING: Voor de monosplit
Pagina 25
Installatie-instructies
Let op:
- 1. Zorg altijd voor een individueel stroomcircuit, speciaal voor de airconditioner. Zie voor de bedrading het schakelschema op de binnenkant van het toegangsluik.
- 2. Controleer of de kabeldikte overeenkomt met de specificatie van de voedingsbron (zie onderstaande tabel met kabelspecificaties).
- 3. Controleer de draden en zorg ervoor dat ze allemaal goed vastzitten na de kabelverbinding.
- 4. Installeer een aardlekschakelaar in een natte of vochtige omgeving.
Kabelspecificaties
| Specificatie verbindingsdraad binnen en buiten | 4-aderige kabel 0,75 mm², conform Ontwerp 245 IEC 57 of H07RN-F. |
| Specificatie verbindingsdraad binnen en buiten (voor de 7K~12K monosplit) | 5-aderige kabel 1,0 mm², conform Ontwerp 245 IEC 57 of H07RN-F. |
| Specificatie verbindingsdraad binnen en buiten (voor de 18K monosplit) | 5-aderige kabel 1,5 mm², conform Ontwerp 245 IEC 57 of H07RN-F. |
| Specificatie verbindingsdraad binnen en buiten (voor de 24K monosplit) | 5-aderige kabel 2,5 mm², conform Ontwerp 245 IEC 57 of H07RN-F. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Let op:
U moet steeds bij de stekker kunnen, zelfs na de installatie van het apparaat, zodat u de stekker zo nodig altijd kunt loskoppelen. Als dit niet kan, sluit het apparaat dan aan op een tweepolig schakelapparaat met een contactscheiding van minstens 3 mm, dat ook na installatie toegankelijk is.
Pagina 26
Installatie-instructies
Installatieschema
Afstand van de luchtinlaat tot de muur moet meer dan 250mm zijn
Afstand van de luchtinlaat tot de muur moet meer dan 250mm zijn
meer dan 250 mm
buitenunit
- De bovenstaande afbeelding is slechts een eenvoudige voorstelling van de unit; de afbeelding komt mogelijk niet overeen met het product dat u heeft gekocht.
- De installatie mag uitsluitend door bevoegd personeel worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale bedradingsnormen.
Pagina 27
Installatie-instructies
De plaats van installatie kiezen
Locatie voor het installeren van de buitenunit
- Waar het gemakkelijk te installeren en goed geventileerd is.
- Vermijd installatie waar ontvlambaar gas kan lekken.
- Houd de vereiste afstand van de muur aan.
- De afstand tussen de binnen- en buitenunit moet 5 meter zijn en kan oplopen tot maximaal 15 meter met extra koelmiddel.
- Houd de buitenunit uit de buurt van vettig vuil en van afvoer van gevulkaniseerd gas.
- Installeer de unit niet langs een weg waar het risico bestaat van spattend modderig water.
- Kies een stevige basis om het bedrijfsgeluid te beperken.
- Zorg dat de luchtuitlaat niet is geblokkeerd.
- Vermijd installatie in direct zonlicht, in een gangpad of doorloop of in de buurt van warmtebronnen en ventilatoren. Blijf uit de buurt van ontvlambare materialen, dikke oliemist en natte of ongelijke ondergronden.
Buitenunit Binnenunit
Leidinglengte is 15 meter max.
Buitenunit
Leidinglengte is 15 meter max.
Binnenunit
| Model | Max. toegestane leidinglengte Lengte bij verzending (m) | Maximale leidinglengte Lengte (m) | Max. hoogteverschil Verschil H (m) | Benodigde hoeveelheid extra koelmiddel (g/m) |
| 7K~18K | 5 | 15 | 5 | 20 |
| 21K~24K | 5 | 15 | 5 | 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Neem contact op met de verkoper als de hoogte of leidinglengte buiten het bereik van de tabel valt.
Pagina 28
Installatie-instructies
Aansluiten van de kabel
Opmerking: Voor sommige modellen is het nodig om de kast te verwijderen om de aansluiting te maken met de klemmen op de binnenunit.
Buitenunit
- 1) Verwijder het toegangsluik van het apparaat door de schroef los te draaien. Sluit de draden op de volgende manier aan op de klemmen op het regelbord.
- 2) Bevestig het netsnoer op het regelbord met de kabelklem.
- 3) Plaats het toegangsluik terug in de originele positie met de schroef.
- 4) Gebruik een erkende stroomonderbreker voor het 24K-model tussen de stroombron en het apparaat. Er moet een scheidingsapparaat worden geïnstalleerd om alle voedingsleidingen op adequate wijze af te sluiten.
Let op:
Klem (binnenkant)
Buitenunit
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op het uitwendige aanzicht van een standaardmodel. Daarom kan de vorm verschillen van de airconditioner die u heeft gekozen.
- 1. Zorg altijd voor een individueel stroomcircuit, speciaal voor de airconditioner. Zie voor de bedrading het schakelschema op de binnenkant van het toegangsluik.
- 2. Controleer of de kabeldikte overeenkomt met de specificatie van de voedingsbron.
- 3. Controleer de draden en zorg ervoor dat ze allemaal goed vastzitten na de kabelverbinding.
- 4. Installeer een aardlekschakelaar in een natte of vochtige omgeving.
Kabelspecificaties
| Capaciteit (Btu/u) | Voedingskabel | Voedingsverbindingskabel | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Type | Oppervlakte van normale doorsnede | Type | Oppervlakte van normale doorsnede | ||
| 7K, | 9K, 12K | H07RN-F | 1,0mm²X3 | H07RN-F | 1,0mm²X5 |
| 18K | H07RN-F | 1,5mm²X3 | H07RN-F | 1,5mm²X5 | |
| 24K | H07RN-F | 2,5mm²X3 | H07RN-F | 2,5mm²X5 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Let op:
U moet ook na de installatie van het apparaat bij de stekker kunnen, zodat u de stekker zo nodig altijd kunt loskoppelen. Als dit niet kan, sluit het apparaat dan aan op een tweepolig schakelapparaat met een contactscheiding van minstens 3 mm, dat ook na installatie toegankelijk is.
Pagina 29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30
Installatie-instructies
Installatie van de buitenunit
- 1. Installeer afvoerpoort en afvoerslang (alleen voor modellen met Rubberen pad (optioneel)
Plaats onder het voetstuk
warmtepomp)
Er wordt condenswater afgevoerd van de buitenunit wanneer het apparaat in de verwarmingsmodus werkt. Installeer een afvoerpoort en een afvoerslang om het condenswater weg te leiden en zo overlast te voorkomen. Breng de afvoerpoort en de rubberen Sluitring sluitring aan op het chassis van de buitenunit. Sluit vervolgens een Afvoerpoort Afvoerslang afvoerslang aan op de poort zoals het figuur rechts laat zien. (aangeleverd door
gebruiker)
- 2. De buitenunit installeren en bevestigen
Bevestig met bouten en moeren stevig op een vlakke en sterke ondergrond.
Bij installatie op de muur of op het dak, moet de steun goed worden vastgezet om schudden als gevolg van ernstige trillingen of harde wind te voorkomen.
- 3. Aansluiten leidingen buitenunit
- Verwijder de ventieldopjes van de 2-weg- en 3-wegklep.
- Verbind de leidingen afzonderlijk met de 2-weg- en 3-wegkleppen. Haal aan met het vereiste koppel.
- 4. Kabelaansluiting buitenunit (zie vorige pagina)
Ontluchten
Vochtige lucht die in het koelcircuit achterblijft kan storingen in de compressor veroorzaken. Nadat u de binnen- en buitenunits hebt aangesloten, verwijdert u lucht en vocht uit het koelcircuit met behulp van een vacuümpomp, zoals hieronder is weergegeven.
Opmerking: Bescherm het milieu door het koelmiddel niet rechtstreeks aan de lucht af te geven. Zie de volgende pagina voor de stappen van ontluchting.
Vacuümpomp
binnenunit
Stroomrichting koelmiddel Tweewegklep
Schema 3-wegklep
verbinden met binnenunit
Driewegklep
Servicepoort
- (2) Draai
- (8) Draai vast
- (7) Draai om de klep volledig te openen
- (1) Draai
- (6) Open 1/4 slag
- (7) Draai om de klep volledig te openen ventieldop
- (1) Draai
- (8) Draai vast
Ventieldop (8)Draai vast
Verbind met de buitenunit
Kern ventiel
open stand
spil
naald
dop servicepoort
Pagina 31
Installatie-instructies
Hoe luchtleidingen ontluchten:
- (1) Draai de doppen van 2- en 3-wegkleppen en verwijder ze.
- (2) Draai de dop van de serviceklep en verwijder hem.
- (3) Sluit de flexibele slang van de vacuümpomp aan op de serviceklep.
- (4) Laat de vacuümpomp 10-15 minuten werken, totdat een vacuüm van 10 mm Hg is bereikt.
- (5) Sluit de lagedrukknop op het spruitstuk van de vacuümpomp terwijl de vacuümpomp nog loopt. Stop vervolgens de vacuümpomp.
- (6) Open de 2-wegklep, draai 1/4 slag en sluit hem na 10 seconden. Controleer of alle verbindingen goed sluiten met behulp van vloeibare zeep of een elektronische lekdetector.
- (7) Sluit de 2-weg en 3-wegkleppen helemaal. Ontkoppel de flexibele slang van de vacuümpomp.
- (8) Breng alle ventieldoppen weer aan en draai ze vast.
Pagina 32
FUNCTIES EN INDICATORLAMPJES VAN DE AFSTANDSBEDIENING (P1-03)
- 1. "ON/OFF"-TOETS (AAN- EN UITTOETS)
Met deze toets schakelt u het apparaat in en/of uit.
- 2. MODE-TOETS (MODUSTOETS)
Met deze toets kiest u de bedrijfsmodus.
- 3. FAN-TOETS (VENTILATORTOETS)
Met deze toets kiest u het ventilatortoerental in de volgorde automatisch, hoog, gemiddeld of laag.
4-5. TEMPERATURE-TOETS (TEMPERATUURTOETS)
Met deze toets kiest u de kamertemperatuur. U gebruikt de toets om de tijd in de timermodus in te stellen.
- 6. 6th SENSE-TOETS (TOETS ZESDE ZINTUIG)
Met deze toets schakelt u de "6th sense"-modus in of uit.
- 7. SWING-TOETS (ZWENKTOETS)
Met deze toets kan de horizontale beweging van de lamellen worden uit- of ingeschakeld en ook kan de gewenste luchtstroomrichting omhoog/omlaag worden ingesteld.
- 8. SLEEP-TOETS (SLAAPTOETS)
Met deze toets kunt u de sleep-modus (slaapmodus) inschakelen of uitschakelen.
- 9. AROUND U-TOETS (OMGEVINGSTOETS)
Met deze toets kunt u de "Around U"-functie (Omgevingsfunctie) in- of uitschakelen.
10-11. "HUMIDITY"-TOETS (VOCHTIGHEIDSTOETS)
Met deze toetsen stelt u de gewenste vochtigheidsgraad in. Ze zijn alleen beschikbaar in de "6th SENSE"-modus.
- 12. "JET"-TOETS (SNELTOETS)
Met deze toets schakel u het snel koelen of snel verwarmen in of uit.
- 13. DIMTOETS
Met deze toets zet u het licht van het display op de binnenunit aan of uit.
14.
15.
16. WIFITOETS
Met deze toets zet u de wifi aan of uit.
TIMERTOETS
Voor het instellen van de timer.
SUPER SILENT-TOETS
Om de superstille werking te starten of stoppen.
Opmerking: Met uitzondering van punt veertien, zijn de afstandsbedieningsfuncties en indicatorlampjes van P1-03 hetzelfde als van P1-04.
INDICATORSYMBOLEN OP DISPLAY AFSTANDSBEDIENING
Indicatorlampje koeling
Indicatorlampje "Humidity plus" (Indicatorlampje Vochtigheid plus)
Indicatorlampje "Humidity minus" (Indicatorlampje Vochtigheid minus)
Indicatorlampje "Alleen ventilator verwarming" Indicatorlampje
Automatisch ventilatortoerental
Hoog ventilatortoerental
Gemiddeld ventilatortoerental
Laag ventilatortoerental
Indicatorlampje "Super silent" (Indicatorlampje Superstil)
Indicatorlampje "6th SENSE"
Indicatorlampje "Sleep 1" (Slaapindicatorlampje 1)
Indicatorlampje "Sleep 2" (Slaapindicatorlampje 2)
Indicatorlampje "Sleep 3" (Slaapindicatorlampje 3) Indicatorlampje "Sleep 4" (Slaapindicatorlampje 4) Indicatorlampje Around U (Indicatorlampje Omgeving)
Indicatorlampje "Jet" (Jetindicatorlampje) Signaalverzending
Display Timerinstelling
Display Temperatuurinstelling
Indicatorlampje "Power save" (Indicatorlampje Energiebesparing)
Pagina 33
TIPS VOOR HET GEBRUIKEN EN BEWAREN VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Batterijen plaatsen
- 1. Duw zachtjes met een pen op het batterijdeksel en duw het in de door de pijl aangegeven richting om het deksel te verwijderen, zoals afgebeeld.
- 2. Plaats 2 AAA-batterijen (1,5V) in het vakje.
Zorg ervoor dat de polariteiten “+” en “-” correct geplaatst zijn.
- 3. Sluit het batterijdeksel op de afstandsbediening.
Batterijen verwijderen
Verwijder het batterijklepje in de richting van de pijl.
Druk zachtjes op de positieve pool van de batterij met uw vingers en trek vervolgens de batterijen uit het compartiment. De batterijen moeten door volwassenen worden verwijderd. Kinderen mogen de batterijen niet uit de afstandsbediening verwijderen wegens het risico op doorslikken.
Verwerking van de batterijen
Om natuurlijke grondstoffen te beschermen en hergebruik van materiaal te promoten vragen we u de batterijen te scheiden van andere soorten afval en ze te recycleren via het inzamelpunt waar u uw batterijen gratis kunt inleveren.
Veiligheidsmaatregelen
- Gebruik bij het vervangen van de batterijen geen nieuwe en oude batterijen door elkaar. Gebruik ook geen verschillende soorten batterijen, aangezien dit tot storingen kan leiden.
- Als u afstandsbediening langere tijd niet gebruikt, haal dan de batterijen eruit om te voorkomen dat er batterijzuur in de afstandsbediening lekt.
- Gebruik de afstandsbediening binnen het effectieve bereik. Houd de afstandsbediening op minimaal 1 meter afstand van tv's of HI-FI-apparatuur.
- Als de afstandsbediening niet normaal werkt, haal dan de batterijen eruit en plaats ze na 30 seconden weer terug. Als het probleem niet is opgelost, plaatst u nieuwe batterijen.
- Om het apparaat met de afstandsbediening in werking te stellen, richt u de afstandsbediening op de ontvanger op de binnenunit om de gevoeligheid van ontvangst te garanderen.
- Wanneer een opdracht verzonden wordt met de afstandsbediening, knippert het symbool gedurende 1 seconde. Bij ontvangst van de opdracht zendt het apparaat een pieptoon uit.
Signaalontvanger
- De afstandsbediening kan de airconditioner bedienen vanop een maximumafstand van 7 m.
- Telkens de batterijen van de afstandsbediening worden vervangen, keert de afstandsbediening terug naar de standaardinstelling, namelijk die van de modus "Heat Pump" (Warmtepomp).
Pagina 34
BESCHRIJVING WERKINGSMODUS
Werkingsmodi:
- 1. Modus selecteren
Telkens wanneer de MODE-knop (modus-knop) wordt ingedrukt, verandert de werkingsmodus in deze volgorde:
KOELEN VERWARMEN ALLEEN VENTILATOR
De verwarmingsmodus is niet beschikbaar voor airconditioners van
het type "alleen koelen".
Modus KOELEN: voor het koelen van de ruimte: koelte en comfort in het warme seizoen.
Modus DROGEN: om de luchtvochtigheid te verlagen: comfort in een vochtig klimaat.
Modus ALLEEN VENTILATOR: om de ruimte te ventileren, de airconditioner werkt als een ventilator.
Modus VERWARMEN: om de ruimte te verwarmen: comfort in het koude seizoen.
Opmerking: om te voorkomen dat er koude lucht in de kamer wordt geblazen, wordt de binnenunit bij het begin van de werking VERWARMEN gedurende 2-5 minuten voorverwarmd. De binnenventilator zal niet werken tijdens het voorverwarmen.
- 2. Ventilatorsnelheid instellen
Telkens wanneer de knop "FAN" (Ventilator) wordt ingedrukt, wijzigt de ventilatorsnelheid in deze volgorde:
Auto Hoog Gemiddeld Laag
In de modus “FAN ONLY” (Alleen ventilator) zijn alleen de standen “Hoog”,”Gemiddeld” en “Laag” beschikbaar.
- 3. Instellen temperatuur
Druk eenmaal om de temperatuurinstelling 1 °C te verhogen Druk eenmaal om de temperatuurinstelling 1 °C te verlagen Houdt de knoppen ingedrukt om de temperatuur snel te wijzigen.
| Bereik van ingestelde temperatuur | |
| *VERWARMEN, KOELEN | 16°C~30°C |
| DROGEN | N.V.T. |
| ALLEEN VENTILATOR | niet instelbaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
*Opmerking: Verwarmingsmodus is NIET beschikbaar voor modellen die alleen koelen.
- 4. Aanzetten
Druk op . Wanneer het apparaat het signaal ontvangt, gaat het indicatorlampje "In bedrijf" op de binnenunit branden.
Wacht tijdens het wijzigen van de modus enkele seconden en herhaal de handeling als het apparaat niet meteen reageert. Wanneer u de modus verwarmen selecteert, duurt het 2-5 minuten voordat de luchtstroom op gang komt.
Pagina 35
REGELEN LUCHTSTROOMRICHTING
- 5. Regelen luchtstroomrichting
De horizontale luchtstroom wordt automatisch in een bepaalde hoek gezet, afhankelijk van de werkingsmodus, nadat het apparaat is ingeschakeld.
U kunt de richting van de luchtstroom aanpassen door op toets "SWING" (zwenken) van de afstandsbediening te drukken.
| Werkingsmodus | Richting van de luchtstroom |
|---|---|
| KOELEN, DROGEN | horizontaal |
| * VERWARMEN, ALLEEN VENTILATOR | omlaag |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
*De verwarmingsmodus is alleen beschikbaar voor modellen met warmtepomp.
Regelen horizontale luchtstroom (met de afstandsbediening)
Stel de hoek van de luchtstroom in met de afstandsbediening.
Zwenkende luchtstroom
Druk één keer op de knop "SWING", de lamellen voor horizontale verstelling zwenken automatisch omhoog en omlaag.
Gewenste luchtstroomrichting
Druk opnieuw op de knop "SWING" om de lamellen voor horizontale verstelling te stoppen in de gewenste hoek.
Regelen verticale luchtstroom (met de hand)
Draai aan de regelstangen van de lamellen voor verticale verstelling om de verticale luchtstroom te wijzigen zoals afgebeeld.
Opmerking: Het apparaat kan een andere vorm hebben dan uw airconditioner.
A - Draai de lamellen voor horizontale verstelling niet met de hand, dit kan tot storingen leiden. Schakel in geval van storing eerst het apparaat uit en sluit dan de voeding af. Sluit daarna de voeding weer aan.
B - U kunt de lamellen voor horizontale verstelling beter niet te lang naar beneden laten wijzen in de modus KOELEN of DROGEN. Hierdoor kan condenswater gaan druipen.
regelstang van lamellen voor verticale verstelling
Pagina 36
BESCHRIJVING MODI EN FUNCTIES
MODUS 6th SENSE
De sensor in de binnenunit, die de temperatuur en luchtvochtigheid in de kamer meet, houdt de kamertemperatuur op het meest comfortabele niveau door de temperatuur en de ventilatorsnelheid automatisch te regelen. Druk op de knop 6th SENSE op de afstandsbediening om deze modus in te schakelen:
Het pictogram 6th SENSE verschijnt op het display van de afstandsbediening. In de koelmodus zet de airconditioner de ventilatorsnelheid op automatisch zetten. De temperatuur en luchtvochtigheid worden automatisch aangepast aan de omgeving.
- 1. Het apparaat meet automatisch om de 3 uur de buitenluchttemperatuur en kiest de beste werkingsmodus voor u, zie details in de onderstaande tabel.
| Buitentemperatuurbereik | Ingestelde modus |
|---|---|
| 25°C ≤ BT | KOELEN |
| 22°C ≤ BT < 25°C | ALLEEN VENTILATOR |
| 22°C < BT | VERWARMEN |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
BT= buitentemperatuur.
Opmerking: De modus kan niet handmatig worden gekozen met de functie 6th SENSE.
- 2. In de koelmodus stelt het apparaat automatisch een comfortabele temperatuur en luchtvochtigheid voor u in. U kunt de temperatuur aanpassen met de knoppen en op de afstandsbediening. Op het display geeft "0" de standaardwaarde aan. Ander waarden (-3, -2, -1, 0, 1, 2, 3) kunnen worden gekozen binnen het onderstaande bereik:
| Buitentemperatuurbereik | Standaardmodus | Standaardinstelling | Max. | min |
|---|---|---|---|---|
| 30°C ≤ BT | KOELEN | 22 °C | 25 °C | 19 °C |
| 25°C ≤ BT < 30°C | KOELEN | 21 °C | 24 °C | 18 °C |
| 22°C < BT | VERWARMEN | 22 °C | 25 °C | 19 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
- 3. Nadat u de gewenste temperatuur heeft ingesteld, verschijnt er een nieuw display voor het instellen van de luchtvochtigheid. Druk op en om de instelling te wijzigen; het bereik loopt van -15% tot 15% van de standaardinstelling.
De vochtigheidsinstelling werkt alleen in de KOEL-modus.
Pagina 37
Modus "SLEEP" (slaapmodus)
De modus SLEEP kan worden ingesteld in de werkingsmodi KOELEN, VERWARMEN en DROGEN.
Met deze functie heeft u een comfortabele omgeving met een minimum aan geluid.
Het apparaat schakelt automatisch uit na 8 uur.
De ventilatorsnelheid is automatisch ingesteld op lage snelheid.
Alleen voor 9K/12K-modellen.
Telkens wanneer de knop SLEEP wordt ingedrukt, verandert de werkingsmodus in deze volgorde:
SLEEP 1 SLEEP 2 SLEEP 3
SLEEP 4 SLEEP VERLATEN
SLEEP voor kinderen (modus 1):
| 1 uur | 1 uur | 2 uur | 3 uur | 1 uur |
|---|---|---|---|---|
| TEMP. | 1 °C omhoog | |||
| INGESTELD | 1 °C omhoog | |||
| 1 °C omlaag | 1 °C omhoog | |||
| START | EINDE |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
SLEEP voor tieners (modus 2):
0,5 0,5 uur uur 1 uur 1 uur 2 uur 1 uur
1 uur
1 uur
| 1 °C omhoog | ||
| TEMP. | 1 °C omhoog | |
| INGESTELD | 1 °C omhoog | |
| 1 °C omlaag | 1 °C omhoog | |
| 1 °C omlaag | 1 °C omhoog | |
| START | EINDE |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
SLEEP voor volwassenen (modus 3):
0,5 uur 1 uur 1 uur 1 uur 1,5 uur 1,5 uur 1,5 uur
1 °C omhoog 1 °C omhoog
TEMP.
INGESTELD
1 °C omlaag
1 °C omlaag
START
1 °C omhoog 1 °C omhoog
EINDE
SLEEP voor ouderen (modus 4):
0,5 0,5 uur uur 1 uur 1 uur 1 uur 1 uur 1 uur
1 uur
1 uur
1 °C omhoog
TEMP.
INGESTELD
1 °C omlaag
1 °C omlaag
1 °C omhoog
1 °C omhoog 1 °C omhoog
1 °C omhoog 1 °C omhoog
START EINDE
*Opmerking:
Verwarmen is NIET beschikbaar op een airconditioner van het type "alleen koelen".
Als de modus "Sleep" wordt ingesteld, knippert het indicatorlampje "In bedrijf" 10 keer, waarna het licht van het display uitgaat.
Pagina 38
JET-modus
- De JET-modus wordt gebruikt om snel koelen of verwarmen te starten of stoppen.
Snel koelen werkt met een hoge ventilatorsnelheid en stelt de temperatuur automatisch in op 16 °C.
Snel verwarmen werkt op automatische ventilatorsnelheid en stelt de temperatuur automatisch in op 30 °C.
- In de JET-modus kunt u de richting van de luchtstroom en de timer instellen. Om de JET-modus te verlaten, drukt u op een van de volgende knoppen: JET, MODE, FAN, ON/OFF, SLEEP of TEMPERATUURINSTELLING. Het display keert terug naar de vorige modus.
Opmerking:
- De knoppen SLEEP en 6th SENSE zijn niet beschikbaar in de JET-modus.
- Het apparaat blijft in de JET-modus werken als u de modus niet verlaat met een van de genoemde knoppen.
Wifi-functie
Druk op de knop WIFI om de wifimodule in of uit te schakelen. Druk één keer om in te schakelen en twee keer om uit te schakelen.
Wifi-functie
Druk op de knop WIFI om de wifimodule in of uit te schakelen. Druk één keer om in te schakelen en twee keer om uit te schakelen.
DIM-functie
Met deze toets zet u het licht van het bedieningspaneel op de binnenunit aan of uit.
Druk één keer om het licht uit te schakelen, druk nogmaals of druk op een willekeurige andere knop om het in te schakelen.
Als u op de andere knoppen drukt wanneer het licht van het bedieningspaneel op de binnenunit uit is, druk dan eenmaal om het licht in te schakelen en druk nogmaals om de functie te activeren.
Pagina 39
Omhoog Omlaag
TIMER-functie
Het is handig om de timer in te schakelen met de TIMER-knop voordat u weggaat. Op die manier is de kamer bij terugkomst op de comfortabele temperatuur die u hebt ingesteld. Druk op de TIMER-knop om een inschakeltijd in te stellen wanneer het apparaat is uitgeschakeld. Druk op de TIMER-knop om een uitschakeltijd in te stellen wanneer het apparaat in werking is.
De TIMER instellen
- 1. Stel eerst de gewenste werkingsmodus, temperatuur en ventilatorsnelheid in. Druk vervolgens op de TIMER-knop, "01h" knippert op het display.
- 2. Stel eerst de gewenste werkingsmodus, temperatuur en ventilatorsnelheid in. Druk vervolgens op de TIMER-knop, "01h" knippert op het display.
- 3. Richt de afstandsbediening op de signaalontvanger op de unit en druk op of terwijl "01h" knippert.
Kies de gewenste tijdsduur en druk vervolgens op de TIMERknop.
- Er klinkt een pieptoon.
- Het indicatorlampje "Timer" op het bedieningspaneel licht op.
- "h" houdt op met knipperen.
- 4. Om de ingestelde timer te wissen: druk opnieuw op de TIMER-knop, er klinkt een pieptoon.
OPMERKINGEN:
- De timer is instelbaar van 1 tot 24 uur.
- Na het instellen van een inschakeltijd terwijl het apparaat uit staat, licht het timerlampje op het bedieningspaneel op;
- Na het instellen van een uitschakeltijd terwijl het apparaat aan staat, licht het timerlampje op het bedieningspaneel op.
Pagina 40
"Around U"-functie (Omgevingsfunctie)
Als u op deze knop drukt, wordt weergegeven, de afstandsbediening verzendt de actuele kamertemperatuur rond de afstandsbediening naar de binnenunit en het apparaat werkt volgens deze temperatuur voor een hoger comfort. Leg de afstandsbediening op een plaats vanwaar deze het signaal naar de binnenunit kan verzenden.
Druk eenmaal om in te schakelen en druk nogmaals om te annuleren.
De kamertemperatuur wordt op de afstandsbediening weergegeven zodra deze functie is ingesteld.
Wanneer u de temperatuurinstelling wijzigt, wordt de ingestelde temperatuur gedurende 5 seconden weergegeven. Vervolgens schakelt de weergave over naar de kamertemperatuur.
"SUPER SILENT"-functie (Superstil)
Druk op de knop SUPER SILENT om het apparaat op een laag geluidsniveau te laten werken voor een rustige, comfortabele omgeving.
wordt weergegeven op de afstandsbediening.
Opmerking: De functie Super Silent wordt uitgeschakeld wanneer u op de MODE-knop of op de SUPER SILENT-knop drukt, of wanneer u nogmaals op de FAN-knop drukt.
Deze functie is op sommige modellen mogelijk niet beschikbaar.
ONTGRENDEL-toets
De ontgrendeltoets aan de linkerkant van de afstandsbediening wordt gebruikt om de achtergrondverlichting in of uit te schakelen en om functietoetsen te activeren.
Door een drup op de toets licht de achtergrondverlichting op en worden functietoetsen geactiveerd. Druk nogmaals om de afstandbediening te vergrendelen.
Als de afstandsbediening gedurende 10s niet gebruikt wordt, wordt de afstandsbediening automatisch vergrendeld.
DRUKKEN
Pagina 41
FUNCTIES EN INDICATORLAMPJES VAN DE AFSTANDSBEDIENING
- 1. "ON/OFF"-TOETS (AAN- EN UITTOETS)
Met deze toets schakelt u het apparaat in en/of uit.
- 2. MODE-TOETS (MODUSTOETS)
Met deze toets kiest u de bedrijfsmodus.
- 3. FAN-TOETS (VENTILATORTOETS)
Met deze toets kiest u het ventilatortoerental in de volgorde automatisch, hoog, gemiddeld of laag.
4-5. TEMPERATURE-TOETS (TEMPERATUURTOETS)
Met deze toets kiest u de kamertemperatuur. U gebruikt de toets om de tijd in de timermodus in te stellen.
- 6. 6th SENSE-TOETS (TOETS ZESDE ZINTUIG)
Met deze toets schakelt u de "6th sense"-modus in of uit.
- 7. SWING-TOETS (ZWENKTOETS)
Met deze toets kan de horizontale beweging van de lamellen worden uit- of ingeschakeld en ook kan de gewenste luchtstroomrichting omhoog/omlaag worden ingesteld.
- 8. SLEEP-TOETS (SLAAPTOETS)
Met deze toets kunt u de sleep-modus (slaapmodus) inschakelen of uitschakelen.
- 9. AROUND U-TOETS (OMGEVINGSTOETS)
Met deze toets kunt u de "Around U"-functie (Omgevingsfunctie) in- of uitschakelen.
10-11. "HUMIDITY"-TOETS (VOCHTIGHEIDSTOETS)
Met deze toetsen stelt u de gewenste vochtigheidsgraad in. Ze zijn alleen beschikbaar in de "6th SENSE"-modus.
- 12. "JET"-TOETS (SNELTOETS)
Met deze toets schakel u het snel koelen of snel verwarmen in of uit.
- 13. DIMTOETS
Met deze toets zet u het licht van het display op de binnenunit aan of uit.
14.
15.
16. "POWER SAVE"-TOETS (TOETS ENERGIEBESPARING)
Met deze toets schakelt u energiebesparing in of uit TIMERTOETS
Voor het instellen van de timer.
SUPER SILENT-TOETS
Om de superstille werking te starten of stoppen.
INDICATORSYMBOLEN OP DISPLAY AFSTANDSBEDIENING
Indicatorlampje koeling
Indicatorlampje "Humidity plus" (Indicatorlampje Vochtigheid plus)
Indicatorlampje "Humidity minus" (Indicatorlampje Vochtigheid minus)
Indicatorlampje "Alleen ventilator verwarming" Indicatorlampje
Automatisch ventilatortoerental
Hoog ventilatortoerental
Gemiddeld ventilatortoerental
Laag ventilatortoerental
Indicatorlampje "Super silent" (Indicatorlampje Superstil)
Indicatorlampje "6th SENSE"
Indicatorlampje "Sleep 1" (Slaapindicatorlampje 1)
Indicatorlampje "Sleep 2" (Slaapindicatorlampje 2)
Indicatorlampje "Sleep 3" (Slaapindicatorlampje 3) Indicatorlampje "Sleep 4" (Slaapindicatorlampje 4) Indicatorlampje Around U (Indicatorlampje Omgeving)
Indicatorlampje "Jet" (Jetindicatorlampje) Signaalverzending
Display Timerinstelling
Display Temperatuurinstelling
Indicatorlampje "Power save" (Indicatorlampje Energiebesparing)
Pagina 1
Dank u voor het aanschaffen van deze airconditioner. Lees deze instructies voor installatie en gebruik aandachtig door voordat u het apparaat installeert en in gebruik neemt. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Verder lezen op pagina 3Inhoud