Zanussi ZOHKS8X1, tekst van de handleiding
Pagina's 18–40 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–17verder op pagina 41 →
Pagina 18
Gerecht
Broodballetjes
Deegballen, hartig
Deegballen, zoet
Rijst
Verse tagliatelle
Polenta
Indien het noodzakelijk is het gewicht of de kerntemperatuur van het gerecht
te wijzigen, gebruikt u of om de nieuwe waarden in te stellen.
EEN VERWARMINGSFUNCTIE INSTELLEN
- 1. Schakel de oven in.
- 2. Selecteer het menu: Verwarmingsfuncties.
- 3. Druk op om te bevestigen.
- 4. Selecteer een ovenfunctie.
- 5. Druk op om te bevestigen.
- 6. Stel de temperatuur in.
- 7. Druk op om te bevestigen.
KOKEN MET STOOMVERWARMINGSFUNCTIE
De klep van de waterlade bevindt zich in het bedieningspaneel.
WAARSCHUWING! Gebruik uitsluitend koud leidingwater. Gebruik geen gefilterd (gedemineraliseerd) of gedistilleerd water. Gebruik geen andere vloeistoffen. Schenk geen ontvlambare of alcoholische vloeistoffen in het waterreservoir.
- 1. Druk op het deksel van de waterlade om de lade te openen.
- 2. Vul de waterlade met koud water tot het maximale niveau (ongeveer 950 ml) totdat het signaal klinkt of het display de melding weergeeft. De watervoorraad is voldoende voor ca. 50 minuten. Vul de waterlade niet verder dan zijn maximum capaciteit. Er bestaat een risico dat er water lekt, overloopt en meubelen beschadigt.
- 3. Plaats de waterlade terug op zijn oorspronkelijke plaats.
- 4. Schakel de oven in.
- 5. Stel de stoomverwarmingsfunctie en de temperatuur in.
- 6. Stel zo nodig de functie in: Duur of:
Eindtijd .
De stoom verschijnt na ca. 2 minuten. Als de oven de ingestelde temperatuur bereikt, klinkt er een geluidssignaal.
Als de waterlade droog komt te staan, klinkt het geluidssignaal en moet de waterlade zoals hierboven beschreven bijgevuld worden om het koken voort te zetten.
Aan het einde van de kooktijd klinkt er een geluidssignaal.
- 7. Schakel de oven uit.
- 8. Leeg de waterlade wanneer u klaar bent met koken.
Raadpleeg de reinigingsfunctie: Reservoir ledigen.
LET OP! De oven is heet. Er bestaat gevaar voor brandwonden.
- 9. Na bereiding kan er stoom op de bodem van de ruimte condenseren. Droog de bodem van de ruimte altijd als de oven koud is.
Laat de oven volledig uitdrogen met de deur geopend. Om het drogen te verspoedigen kunt u de deur sluiten en de oven verwarmen met de functie: Hetelucht bij een temperatuur van 150 °C gedurende circa 15 minuten.
INDICATIELAMPJE BIJ VOORVERWARMEN
Wanneer u een verwarmingsfunctie inschakelt, gaat het balkje op het display branden. Het balkje geeft aan dat de oventemperatuur toeneemt. Als de temperatuur bereikt is, zoemt de zoemer 3 maal en knippert de balk om vervolgens te verdwijnen.
SNEL OPWARMEN
Deze functie verkort de opwarmtijd.
Leg geen voedsel in de oven wanneer de functie Snel opwarmen is ingeschakeld.
Als u de functie wilt activeren, houdt u 3 seconden ingedrukt. Het indicatielampje voorverwarmen wisselt.
Deze functie is niet beschikbaar voor sommige ovenfuncties.
RESTWARMTE
Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan. U kunt de warmte gebruiken om het eten warm te houden.
Pagina 19
KLOKFUNCTIES
| TABEL MET KLOKFUNCTIES | 2. Druk herhaaldelijk op totdat het display de benodigde klokfunctie en het bijhorende symbool weergeeft. 3. Druk op of om de gewenste tijd in te stellen. 4. Druk op om te bevestigen. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. De oven gaat uit. Op het display verschijnt een melding. 5. Druk op een symbool om het signaal uit te zetten. | |
| Klokfunctie | Applicatie | |
| Kookwekker | Om een afteltijd in te stellen (max. 2 uur en 30 minuten). Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. Ook te gebruiken als de oven is uitgeschakeld. | |
| Gebruik om de functie in te schakelen. Druk op | HEAT+HOLD | |
| of om de minuten in te stellen en op om te starten. | Voorwaarden voor de functie: • De ingestelde temperatuur is hoger dan 80 °C. • De functie: Duur is ingesteld. De functie: Heat+Hold houdt het voorbereide gerecht gedurende 30 minuten warm op 80 °C. Deze functie wordt ingeschakeld wanneer de bak- of braadprocedure is geëindigd. U kunt in het menu de functie in- of uitschakelen: Basis instellingen. 1. Schakel de oven in. 2. Selecteer de verwarmingsfunctie. 3. Stel de temperatuur boven 80 °C in. | |
| Duur | Om de werkingsduur van de oven in te stellen (max. 23 uur 59 min.). | |
| Eindtijd | Voor het instellen van de uitschakeltijd van een verwarmingsfunctie (max. 23 uur en 59 min). | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Als u de tijd voor een klokfunctie instelt, begint het aftellen van de tijd na 5 seconden.
Als u de klokfuncties: Duur, Eindtijd gebruikt, schakelt de oven de warmte-elementen na 90% van de ingestelde tijd uit. De oven gebruikt de restwarmte om het kookproces voor te zetten totdat de tijd is verstreken (3 - 20 minuten).
DE KLOKFUNCTIES INSTELLEN
Alvorens u de volgende functies gebruikt: Duur, Eindtijd, moet u eerst een verwarmingsfunctie en temperatuur instellen. De oven wordt automatisch uitgeschakeld.
U kunt de functies: Duur en Eindtijd tegelijkertijd gebruiken als u wilt dat de oven op een later tijdstip wordt geactiveerd of uitgezet.
De functies: Duur en Eindtijd werken niet als u de voedselsensor gebruikt.
- 1. Stel een verwarmingsfunctie in.
- 4. Druk herhaaldelijk op totdat het display het volgende toont: Heat+Hold.
- 5. Druk op om te bevestigen.
Wanneer de functie beëindigt, klinkt er een geluidssignaal.
VERLENG TIJD
De functie: Verleng tijd zorgt dat de verwarmingsfunctie door blijft gaan als de Duur is geëindigd.
Niet van toepassing op verwarmingsfuncties met de voedselsensor.
- 1. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurig symbool.
Op het display wordt het bericht weergegeven.
om te
- 2. Druk op om te activeren of op annuleren.
- 3. Stel de lengte van de functie in.
- 4. Druk op .
Pagina 20
AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
| WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. ONLINE RECEPTEN De recepten voor de automatische programma's vindt u op onze website. Om het receptenboek te vinden, controleert u het PNC-nummer op het typeplaatje op het voorste frame van de ovenholte. AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S De automatische programma's zorgen voor optimale instellingen voor elk soort voedsel. • Recepten / Per gewicht — deze functie berekent automatisch de braadtijd. Om het te gebruiken, voert u het gewicht van het gerecht in. • Recepten / Voedselsensor, autom. — deze functie berekent automatisch de braadtijd. Om het te gebruiken voert u de kerntemperatuur in. Wanneer het programma eindigt, klinkt er een geluidssignaal. • Recepten / Receptenautomaat — deze functie gebruikt voorafbepaalde waarden voor een gerecht. | |
| Gerechten met de functie: Voedselsensor, autom. | |
| Scandinavisch rundvlees | |
| Wild | |
| Lamsgebraad, medium | |
| Gevogelte, uitgebeend | |
| Hele vis | |
| RECEPTEN MET RECEPTENAUTOMAAT Deze oven bevat een serie recepten die u kunt gebruiken. De recepten kunnen niet worden gewijzigd. 1. Oven inschakelen. 2. Selecteer het menu: Recepten. Druk op om te bevestigen. 3. Selecteer de categorie en het gerecht. Druk op om te bevestigen. 4. Een recept selecteren. Druk op om te bevestigen. Bij gebruik van de functie: Handmatig, gebruikt de oven de automatische instellingen. U kunt ze veranderen, net als bij andere functies. KOOK- EN BAKASSISTENT MET PER GEWICHT Deze functie berekent automatisch de kooktijd. Als u de functie wilt gebruiken, moet u het gewicht van het gerecht instellen. 1. Schakel de oven in. 2. Selecteer het menu: Kook- En Bakassistent. Druk op . 3. Selecteer het gerecht met de functie: Per gewicht. Druk op . 4. Druk op of om het gewicht van het gerecht in te stellen. Druk op . Het automatische programma start. 5. U kunt het gewicht te allen tijde wijzigen. Druk op of om het gewicht te wijzigen. 6. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurig symbool om het signaal uit te zetten. | |
| Gerechten met de functie: Per gewicht | |
| Hele kip | |
| Rosbief | |
| Geroosterd wild | |
| Geroosterd lamsvlees | |
| Geroosterd varkensvlees | |
| Geroosterd kalfsvlees | |
| Hele eend | |
| Hele gans | |
| Hele kalkoen | |
| Gerechten met de functie: Voedselsensor, autom. | |
| Varkensrug | |
| Rosbief |
Pagina 21
GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
VOEDINGSSENSOR
De voedingssensor meet de temperatuur in het voedsel. Wanneer het voedsel de ingestelde temperatuur heeft bereikt, wordt het apparaat uitgeschakeld.
Er worden twee temperaturen ingesteld:
- de oventemperatuur (minimum 120 °C),
- de voedselkerntemperatuur.
LET OP! Gebruik alleen de meegeleverde voedingssensor en de originele vervangende onderdelen.
Instructies voor de beste resultaten:
- Ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
- De voedingssensor mag niet worden gebruikt voor vloeibare gerechten.
- Tijdens het koken met de voedingssensor in het gerecht blijven en de stekker in de aansluiting.
- Gebruik de aanbevolen instellingen voor de vleesthermometer. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'.
Het apparaat berekent een geschatte eindtijd van de bereidingsduur. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid eten, de ingestelde ovenfunctie en de temperatuur.
Voedselcategorieën: vlees, gevogelte en vis
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Plaats de punt van de voedingssensor in het midden van het vlees of de vis, indien mogelijk in het dikste gedeelde. Zorg ervoor dat ten minste 3/4 van de voedingssensor in het gerecht zit.
- 3. Steek de stekker van de voedingssensor in de aansluiting aan de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de voedingssensor weer.
- 4. Druk binnen 5 seconden op of om de voedselkerntemperatuur in te stellen.
- 5. Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig, de temperatuur.
- 6. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen druk op . Als de ingestelde temperatuur voor het gerecht is bereikt, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 7. Druk op een symbool om het signaal uit te zetten.
- 8. Haal de stekker van de voedingssensor uit het stopcontact en haal het gerecht uit het apparaat.
WAARSCHUWING! Er bestaat een risico op verbrandingsgevaar aangezien de voedingssensor heet wordt. Wees voorzichtig wanneer u de stekker eruit haalt en de voedingssensor uit het gerecht haalt.
Pagina 22
Voedselcategorie: ovenschotel
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Plaats de helft van de ingrediënten in de ovenschaal.
- 3. Steek de punt van de voedselsensor precies in het midden van de stoofschotel. De voedingssensor moet stevig op zijn plaats blijven tijdens het bakproces. Gebruik een solide ingrediënt om dat te bereiken. Gebruik de rand van de ovenschaal om het silicone handvat van de voedingssensor te ondersteunen. De punt van de voedingssensor mag de bodem van de ovenschaal niet aanraken.
- 4. Bedek de voedingssensor met de resterende ingrediënten.
- 5. Steek de stekker van de voedingssensor in de aansluiting aan de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de voedingssensor weer.
- 6. Druk binnen 5 seconden op of om de voedselkerntemperatuur in te stellen.
- 7. Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig, de temperatuur.
- 8. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen druk op . Wanneer het gerecht op de ingestelde temperatuur is, hoort u een geluidssignaal. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 9. Druk op een symbool om het signaal uit te zetten.
- 10. Haal de stekker van de voedingssensor uit het stopcontact en haal het gerecht uit het apparaat.
WAARSCHUWING! Er bestaat een risico op verbrandingsgevaar aangezien de voedingssensor heet wordt. Wees voorzichtig wanneer u de stekker eruit haalt en de voedingssensor uit het gerecht haalt.
ACCESSOIRES PLAATSEN
Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. Deze inkepingen voorkomen bovendien omkanteling. De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt.
Pagina 23
Draadrooster:
Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
Bakplaat /Braadpan:
Schuif de plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
Draadrooster, Bakplaat /Braadpan: Plaats de plaat tussen de geleiders van de inschuifrails en het bakrooster op de geleiders erboven.
EXTRA FUNCTIES
FAVORIET
U kunt uw favoriete instellingen als duur, temperatuur of verwarmingsfunctie opslaan. De instellingen zijn beschikbaar in het menu: Favoriet. U kunt 20 programma's opslaan.
Een programma opslaan
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Stel een verwarmingsfunctie of een automatisch programma in.
- 3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont: OPSLAAN.
- 4. Druk op om te bevestigen.
Het display geeft de eerste vrije geheugenpositie weer.
- 5. Druk op om te bevestigen.
- 6. Voer de naam van het programma in. De eerste letter knippert.
- 7. Druk op of om de letter te wijzigen.
- 8. Druk op .
De volgende letter knippert.
- 9. Herhaal stap 7 indien nodig.
- 10. Druk op en houdt de knop ingedrukt om op te slaan.
U kunt een geheugenpositie overschrijven.
Wanneer het display de eerste vrije
geheugenpositie aangeeft, druk op of en
druk op om een bestaand programma te overschrijven.
U kunt de naam van een programma wijzigen in het menu: Wijzig programmanaam.
Pagina 24
Het programma inschakelen
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Selecteer het menu: Favoriet.
- 3. Druk op om te bevestigen.
- 4. Selecteer de naam van uw favoriete programma.
- 5. Druk op om te bevestigen.
GEBRUIK VAN HET KINDERSLOT
Als het Kinderslot aanstaat, kan de oven niet per ongeluk worden geactiveerd.
- 1. Druk op om het display aan te zetten.
- 2. Druk tegelijkertijd op en totdat het display een bericht toont.
Herhaal stap 2 om het kinderslot uit te schakelen.
TOETSENBLOKKERING
Deze functie voorkomt dat een verwarmingsfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld. U kunt deze alleen inschakelen als de oven in werking is.
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie of -instelling in.
- 3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont: Toetsenblokkering.
- 4. Druk op om te bevestigen.
Druk op om de functie uit te schakelen. Op het display verschijnt een melding. Druk herhaaldelijk
op en vervolgens op om te bevestigen.
Als u de oven uitzet, schakelt de functie ook uit.
SET + GO
Met deze functie kunt u een verwarmingsfunctie (of programma) instellen en later met een aanraking van een symbool gebruiken.
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie in.
| 3. | Druk herhaaldelijk op Duur. | tot het display toont: |
|---|---|---|
| 4. | Stel de tijd in. | |
| 5. | Druk herhaaldelijk op Set + Go. | tot het display toont: |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 6. Druk op om te bevestigen.
Druk op een symbool (behalve voor ) om de functie te starten: Set + Go. De ingestelde verwarmingsfunctie start.
Wanneer de verwarmingsfunctie is voltooid, klinkt er een signaal.
- Toetsenblokkering is aan wanneer de verwarmingsfunctie actief is.
- Het menu: Basis instellingen laat u de functie: Set + Go in- en uitschakelen.
AUTOMATISCHE UITSCHAKELING
Om veiligheidsredenen schakelt de oven na bepaalde tijd uit als er een ovenfunctie in werking is en u geen instellingen wijzigt.
| (°C) | (u) |
|---|---|
| 30 - 115 | 12,5 |
| 120 - 195 | 8,5 |
| 200 - 230 | 5,5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Voedselsensor,Duur, Eindtijd.
HELDERHEID VAN HET DISPLAY
Er zijn twee standen voor de helderheid van het display:
- Helderheid 's nachts - wanneer de oven uitstaat, is de helderheid van het display tussen 22.00 uur en 06.00 uur lager.
- Helderheid overdag:
- als de oven wordt ingeschakeld;
- als u tijdens helderheid 's nachts een symbool aanraakt (behalve AAN/UIT), keert het display gedurende 10 seconden terug naar helderheid voor overdag.
- als de oven wordt uitgeschakeld en u een functie instelt: Kookwekker. Wanneer de functie eindigt, keert het display terug naar helderheid voor 's nachts.
KOELVENTILATOR
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Na het uitschakelen van de oven blijft de ventilatie doorgaan totdat de oven is afgekoeld.
Pagina 25
TIPS EN TRICKS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
KOOKADVIEZEN
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. De onderstaande tabellen tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel.
Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
BINNENZIJDE VAN DE DEUR
Aan de binnenkant van de deur vindt u het volgende:
- de nummers van de inzetniveaus.
- informatie over de verwarmingsfuncties, aanbevolen rekstanden en temperaturen voor gerechten.
NUTTIGE TIPS VOOR SPECIALE OPWARMFUNCTIES VAN DE OVEN
Warm houden
Met deze functie houdt u het voedsel warm. De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 80 °C.
Borden warmen
Met deze functie kunt u borden en schalen verwarmen voor het opdienen. De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 70 °C.
Verdeel de opgestapelde borden en schalen gelijkmatig over het ovenrek. Gebruik de eerste rekstand. Verwissel ze halverwege de verwarmtijd van plaats.
Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en plaats het op een bord. Dek het voedsel niet af, want het kan tijdens het ontdooien uitzetten. Gebruik de eerste rekstand.
STOOM
Wees voorzichtig met het openen van de ovendeur als de functie is geactiveerd. Er kan stoom vrijkomen.
Sterilisatie
Met deze functie kunt u items (bijv. babyflessen) steriliseren.
Plaats de schone items ondersteboven in het midden van het rooster op de eerste roosterstand. Vul de lade tot het maximale niveau en stel een tijdsduur in van 40 minuten.
Koken
Met deze functie kunt u allerlei soorten voedsel bereiden, vers of ingevroren. Met deze functie kunt u groente, vlees, vis, deegwaren, rijst, maïsgriesmeel en eieren bereiden, opwarmen, ontdooien, pocheren of blancheren.
U kunt een maaltijd met een paar gerechten tijdens één enkele kooksessie bereiden. Om ervoor te zorgen dat alle gerechten tegelijk klaar zijn, begint u met het voedsel met de langste kooktijd en voegt u vervolgens de resterende gerechten toe op het juiste moment, zoals aangegeven in de kooktabellen
Voorbeeld: De totale tijd van deze kooksessie is 40 min. Eerst doet u Gekookte aardappels, kwartjes erin, na 20 min. voegt u Zalmfilets toe en dan Broccoli, roosjes na 30 min.
(min)
Gekookte aardappels, kwartjes
Pagina 26
| Voorbeeld: De totale tijd van deze kooksessie is 40 min. Eerst doet u Gekookte aardappels, kwartjes erin, na 20 min. voegt u Zalmfilets toe en dan Broccoli, roosjes na 30 min. | |
|---|---|
| (min) | |
| Zalmfilets | 20 |
| Broccoli, roosjes | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Gebruik de grootste benodigde hoeveelheid water als u meer dan één gerecht tegelijkertijd bereidt. Gebruik de tweede rekstand.
| GROENTEN | |
|---|---|
| Stel de | temperatuur in op 99 °C. |
| (min) | |
| 8 - 10 | Broccoli, roosjes, verwarm de oven voor |
| 10 | Gepelde tomaten |
| 10 - 15 | Spinazie, vers |
| 10 - 15 | Courgette, plakjes |
| 15 | Groente, geblancheerd |
| 15 - 20 | Plakjes champignons |
| 15 - 20 | Paprikareepjes |
| 15 - 25 | Broccoli, heel |
| 15 - 25 | Asperges, groen |
| 15 - 25 | Aubergines |
| 15 - 25 | Pompoen, blokjes |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| GROENTEN | |
|---|---|
| Stel de | temperatuur in op 99 °C. |
| (min) | |
| 15 - 25 | Tomaten |
| 20 - 25 | Bonen, geblancheerd |
| 20 - 25 | Botersla, roosjes |
| 20 - 25 | Savooiekool |
| 20 - 30 | Selderij, blokjes |
| 20 - 30 | Uien, ringen |
| 20 - 30 | Erwten |
| 20 - 30 | Peultjes / Kaiser paprika |
| 20 - 30 | Zoete aardappelen |
| 20 - 30 | Venkel |
| 20 - 30 | Wortelen |
| 25 - 35 | Asperges, wit |
| 25 - 35 | Spruitjes |
| 25 - 35 | Bloemkool, roosjes |
| 25 - 35 | Koolrabi, reepjes |
| 25 - 35 | Witte bonen |
| 30 - 40 | Maiskolf |
| 35 - 45 | Grote schorseneer |
| 35 - 45 | Bloemkool, heel |
| 35 - 45 | Sperziebonen |
| 40 - 45 | Kool, wit of rood, reepjes |
| 50 - 60 | Artisjokken |
| 55 - 65 | Gedroogde bonen, geweekt, verhouding water/bonen 2:1 |
Pagina 27: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 28
| FRUIT | |
|---|---|
| Stel | de temperatuur in op 99 °C. |
| (min) | |
| 10 - 15 | Hete bessen |
| 10 - 20 | Chocolade smelten |
| 20 - 25 | Fruitcompote |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| VIS | ||
|---|---|---|
| (min) | (°C) | |
| 15 - 20 | Dunne visfilet | 75 - 80 |
| 20 - 25 | Garnalen, vers | 75 - 85 |
| 20 - 30 | Mosselen | 100 |
| 20 - 30 | Zalmfilets | 85 |
| 20 - 30 | Forel, 0,25 kg | 85 |
| 30 - 40 | Garnalen, bevroren | 75 - 85 |
| 40 - 45 | Zalm, forel, 1 kg | 85 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| VLEES | ||
|---|---|---|
| (min) | (°C) | |
| 15 - 20 | Chipolataworstjes | 80 |
| 20 - 30 | Beierse kalfsworst / Witte worst | 80 |
| 20 - 30 | Weense worst | 80 |
| 25 - 35 | Gepocheerde kippenborst | 90 |
| 55 - 65 | Gekookte ham, 1 kg | 99 |
| 60 - 70 | Gepocheerde kip, 1 - 1,2 kg | 99 |
| 70 - 90 | Casselerrib, gepocheerd | 90 |
| 80 - 90 | Kalfsvlees / Varkenshaas, 0,8 - 1 kg | 90 |
| 110 - 120 | Tafelspitz | 99 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| EIEREN | |
|---|---|
| Stel | de temperatuur in op 99 °C. |
| (min) | |
| 10 - 11 | Zachtgekookt ei |
| 12 - 13 | Middelhard gekookt ei |
| 18 - 21 | Hardgekookt ei |
Pagina 29
COMBINATIEFUNCTIE: TURBO GRILL + STOOM
U kunt deze functies combineren om vlees, groenten en bijgerechten tegelijkertijd te bereiden.
- 1. Stel de functie in: Turbo grill voor het braden van vlees.
- 2. Voeg de bereide groenten en bijgerechten toe.
- 3. Laat de oven afkoelen tot een temperatuur van ongeveer 90 °C. U kunt de ovendeur op de eerste stand gedurende 15 minuten openen.
- 4. Stel de functie in: Stoom. Bereid alle gerechten samen totdat ze gaar zijn.
| Turbo grill Eerste stap: vlees koken | Stoom Tweede stap: groenten toevoegen | |||
|---|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | (°C) | (min) | |
| Rosbief, 1 kg / Spruitjes, polenta | 180 | 60 - 70 | 99 | 40 - 50 |
| Geroosterd varkensvlees, 1 kg / Aardappelen / Groenten, jus | 180 | 60 - 70 | 99 | 30 - 40 |
| Geroosterd kalfsvlees, 1 kg / Rijst / Groenten | 180 | 50 - 60 | 99 | 30 - 40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
| Gebruik de eerste rekstand voor vlees | en de derde | rekstand voor groenten. | |
| HOGE VOCHTIGHEID Gebruik de tweede rekstand. | |||
| (°C) (min) | |||
| (°C) | (min) | ||
| Hele vis, tot 1 90 30 - 40 kg Dumplings 120 - 130 40 - 50 | |||
| Custard / Flan, 90 in kleine schotels | 35 - 45 | ||
| LAGE VOCHTIGHEID Gebruik de tweede rekstand tenzij anders aangegeven. | |||
| Gebakken eier- 90 - 110 en | 15 - 30 | ||
| Terrine 90 | 40 - 50 | ||
| Dunne visfilet 85 | 15 - 25 | ||
| Dikke visfilet 90 | 25 - 35 | ||
| Kleine vis, tot 90 0,35 kg | 20 - 30 | ||
Pagina 30
| (°C) | (min) | |
|---|---|---|
| Afbakbroodjes | 200 | 15 - 20 |
| Afbakstokbroodjes, 40 - 50 g | 200 | 15 - 20 |
| Broodjes, 40 - 60 g | 180 - 200 | 25 - 35 |
| Bevroren afbakstok-broodjes, 40 - 50 g | 200 | 25 - 35 |
| Gehaktbrood, rauw, 0,5 kg | 180 | 30 - 40 |
| Pasta gebakken | 170 - 190 | 40 - 50 |
| Lasagne | 170 - 180 | 45 - 55 |
| Brood, 0,5 - 1 kg | 180 - 190 | 45 - 60 |
| Aardappelgratin | 160 - 170 | 50 - 60 |
| Kip, 1 kg | 180 - 210 | 50 - 60 |
| Varkenshaas, gerookt, 0,6 - 1 kg, 2 uur weken | 160 - 180 | 60 - 70 |
| Rosbief, 1 kg | 180 - 200 | 60 - 90 |
| Eend, 1,5 - 2 kg | 180 | 70 - 90 |
| Geroosterd kalfsvlees, 1 kg | 180 | 80 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| (°C) | (min) | |
|---|---|---|
| Geroosterd varkensvlees, 1 kg | 160 - 180 | 90 - 100 |
| Gans, 3 kg, gebruik de eerste rekstand | 170 | 130 - 170 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| REGENEREREN Gebruik de tweede rekstand. | ||
| (°C) | (min) | |
| Eénpansgerechten | 110 | 10 - 15 |
| Pasta | 110 | 10 - 15 |
| Rijst | 110 | 10 - 15 |
| Dumplings | 110 | 15 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
BAKKEN
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin. Als de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming.
BAKTIPS
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebakken. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
Pagina 31
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De cake zakt in en wordt klef, of streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets lager in. |
| De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. | |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur hoger in. |
| Te lange baktijd. | Stel volgende keer een kortere baktijd in. | |
| De cake wordt ongelijkmatig gebakken. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. |
| Het cakebeslag is niet gelijkmatig verdeeld. | Verspreid de volgende keer het cakebeslag gelijkmatig over de bakplaat. | |
| De cake wordt niet gaar binnen de in het recept aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
BAKKEN OP ÉÉN NIVEAU
| BAKKEN IN BAKVORMEN | ||||
|---|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | |||
| Tulband / Brioche | Hetelucht | 150 - 160 | 50 - 70 | 1 |
| Zandgebak / Fruitgebak | Hetelucht | 140 - 160 | 70 - 90 | 1 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg, verwarm de oven voor | Hetelucht | 150 - 160 | 20 - 30 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | Hetelucht | 150 - 170 | 20 - 25 | 2 |
| Kwarktaart | Boven- /onder-warmte | 170 - 190 | 60 - 90 | 1 |
Pagina 32
| CAKE / GEBAK / BROOD OP BAKPLATEN | ||||
|---|---|---|---|---|
| Verwarm de lege oven voor, tenzij anders | aangegeven. | |||
| (°C) | (min) | |||
| Plaatbrood / Broodkrans, voorverwarming is niet nodig | Boven- /onder-warmte | 170 - 190 | 30 - 40 | 3 |
| Christstollen | Boven- /onder-warmte | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Roggebrood: | Boven- /onder-warmte | eerst: 230 dan: 160 - 180 | 20 30 - 60 | 1 |
| Roomsoezen / Eclairs | Boven- /onder-warmte | 190 - 210 | 20 - 35 | 3 |
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam), | Boven- /onder-warmte | 180 - 200 | 10 - 20 | 3 |
| Kruimeltaart, droog, voorverwarming is niet nodig | Hetelucht | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Beboterde amandeltaart / Suikerkoek | Boven- /onder-warmte | 190 - 210 | 20 - 30 | 3 |
| Vruchtentaart, voorverwarming is niet nodig | Boven- /onder-warmte | 180 | 35 - 55 | 3 |
| Plaatkoek met delicate garnering (bijvoorbeeld kwark, room, puddingvulling) | Boven- /onder-warmte | 160 - 180 | 40 - 60 | 3 |
Pagina 33
| KOEKJES EN BISCUITS | ||
|---|---|---|
| Gebruik de derde rekstand. | ||
| (°C) | (min) | |
| Zanddeeg / Schuimtaart-mengsel | Hetelucht 150 - 160 | 15 - 25 |
| Schuimgebakjes | Hetelucht 80 - 100 | 120 - 150 |
| Makarons | Hetelucht 100 - 120 | 30 - 50 |
| Gistdeegkoekjes | Hetelucht 150 - 160 | 20 - 40 |
| Koekjes van bladerdeeg, verwarm de oven voor | Hetelucht 170 - 180 | 20 - 30 |
| Broodjes, verwarm de oven voor | Boven- /onderwarmte 190 - 210 | 10 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
OVENSCHOTELS EN GEGRATINEERDE GERECHTEN
| Gebruik de eerste | rekstand. | ||
|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | ||
| Pasta gebakken | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 45 - 60 |
| Lasagne | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 25 - 40 |
| Groentegratin, verwarm de oven voor | Turbo grill | 170 - 190 | 15 - 35 |
| Stokbroden met gesmolten kaas | Hetelucht | 160 - 170 | 15 - 30 |
| Melkrijst | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Visschotels | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 30 - 60 |
| Gevulde groente | Hetelucht | 160 - 170 | 30 - 60 |
Pagina 34
BAKKEN OP MEERDERE NIVEAUS
Gebruik de functie: Hetelucht.
Gebruik voor 2 bakplaten de eerste en de vierde rekstand.
| CAKE / GEBAK / PLATEN | BROOD | OP BAK- |
|---|---|---|
| (°C) | (min) | |
| Roomsoezen / Eclairs, verwarm de oven voor | 160 - 180 | 25 - 45 |
| Kruimeltaart | 150 - 160 | 30 - 45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| KOEKJES EN BISCUITS | ||
|---|---|---|
| (°C) | (min) | |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 20 - 40 |
| Schuimgebakjes | 80 - 100 | 130 - 170 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| KOEKJES EN BISCUITS | ||
|---|---|---|
| (°C) | (min) | |
| Makarons | 100 - 120 | 40 - 80 |
| Gistdeegkoekjes | 160 - 170 | 30 - 60 |
| Koekjes van bladerdeeg, verwarm de oven voor | 170 - 180 | 30 - 50 |
| Broodjes | 180 | 20 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
TIPS VOOR BRADEN
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Geroosterd mager vlees bedekt (u kunt aluminiumfolie gebruiken).
Braad grote vleesstukken direct in de diepe bakplaat of op een bakrooster boven de bakplaat. Doe wat water in de bakplaat om te voorkomen dat druipend vet verbrandt.
Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd. Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of meer).
Bedruip vleesstukken meerdere malen met hun eigen sap tijdens het roosteren.
BRADEN
Gebruik de eerste rekstand.
| RUNDVLEES | ||||
|---|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | |||
| Stoofvlees | 1 - 1,5 kg | Boven- /onder-warmte | 230 | 120 - 150 |
Pagina 35
| RUNDVLEES | ||||
|---|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | |||
| Rosbief of ossenhaas, rood, verwarm de oven voor | 1 cm dik | Turbo grill | 190 - 200 | 5 - 6 |
| Rosbief of ossenhaas, medium, verwarm de oven voor | 1 cm dik | Turbo grill | 180 - 190 | 6 - 8 |
| Rosbief of ossenhaas, gaar, verwarm de oven voor | 1 cm dik | Turbo grill | 170 - 180 | 8 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
| VARKENSVLEES | ||
|---|---|---|
| Gebruik de functie: Turbo grill. | ||
| (kg) (°C) | (min) | |
| Schouder / Nek / Hamlap | 1 - 1,5 150 - 170 | 90 - 120 |
| Karbonade / Spare ribs | 1 - 1,5 170 - 190 | 30 - 60 |
| Gehaktbrood | 0,75 - 1 160 - 170 | 50 - 60 |
| Varkensschenkel, voorgekookt | 0,75 - 1 150 - 170 | 90 - 120 |
Pagina 36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 37
| WILD | ||||
|---|---|---|---|---|
| (kg) | (°C) | (min) | ||
| Hert rugfilet | 1,5 - 2 | Boven- /onder-warmte | 180 - 200 | 60 - 90 |
| Reebout, hertenbout | 1,5 - 2 | Boven- /onder-warmte | 180 - 200 | 60 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
| GEVOGELTE | ||
|---|---|---|
| Gebruik de functie: Turbo grill. | ||
| (kg) (°C) | (min) | |
| Gevogelte, porties | 0,2 - 0,25 200 - 220 | 30 - 50 |
| Halve kip | 0,4 - 0,5 190 - 210 | 40 - 50 |
| Kip, haantje | 1 - 1,5 190 - 210 | 50 - 70 |
| Eend | 1,5 - 2 180 - 200 | 80 - 100 |
| Gans | 3,5 - 5 160 - 180 | 120 - 180 |
| Kalkoen | 2,5 - 3,5 160 - 180 | 120 - 150 |
| Kalkoen | 4 - 6 140 - 160 | 150 - 240 |
Pagina 38
| VIS | ||||
|---|---|---|---|---|
| (kg) | (°C) | (min) | ||
| Hele vis | 1 - 1,5 | Turbo grill | 180 - 200 | 30 - 50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
BROOD BAKKEN Gebruik de tweede rekstand.
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
| BROOD | ||
|---|---|---|
| (°C) | (min) | |
| Witbrood | 170 - 190 | 40 - 60 |
| Stokbrood | 200 - 220 | 35 - 45 |
| Brioche | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Ciabatta | 200 - 220 | 35 - 45 |
| Roggebrood | 170 - 190 | 50 - 70 |
| Volkoren brood | 170 - 190 | 50 - 70 |
| Volkorenbrood | 170 - 190 | 40 - 60 |
| Broodjes | 190 - 210 | 20 - 35 |
Pagina 39
KNAPPERIG BAKKEN MET PIZZA-FUNCTIE
| PIZZA | ||
|---|---|---|
| Gebruik de eerste rekstand. | ||
| (°C) | (min) | |
| Taarten | 180 - 200 | 40 - 55 |
| Spinazietaart | 160 - 180 | 45 - 60 |
| Quiche Lorraine / Zwitserse flan | 170 - 190 | 45 - 55 |
| Appeltaart, bedekt | 150 - 170 | 50 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| PIZZA | ||
|---|---|---|
| Warm | de lege oven voor het koken voor. | |
| Gebruik de tweede rekstand. | ||
| (°C) | (min) | |
| Pizza, dunne korst, gebruik de braadpan | 210 - 230 | 15 - 25 |
| Pizza, dikke korst | 180 - 200 | 20 - 30 |
| Ongedesemd brood | 210 - 230 | 10 - 20 |
| Bladerdeegtaart | 160 - 180 | 45 - 55 |
| Flammkuchen | 210 - 230 | 15 - 25 |
Pagina 40
| PIZZA | ||
|---|---|---|
| Warm | de lege oven voor het koken voor. | |
| Gebruik de tweede rekstand. | ||
| (°C) | (min) | |
| Pierogi | 180 - 200 | 15 - 25 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
GRILL
Warm de lege oven voor het koken voor. Alleen dunne stukken vlees of vis grillen.
Plaats een pan op de eerste rekstand om vet op te vangen.
| GRILLEN | ||||
|---|---|---|---|---|
| (°C) | (min) 1e kant | (min) 2e kant | ||
| Rosbief | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Runderfilet | 230 | 20 - 30 | 20 - 30 | 3 |
| Varkenshaas | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Kalfsvlees | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Lamsrugfilet | 210 - 230 | 25 - 35 | 20 - 25 | 3 |
| Hele vis, 0,5 - 1 kg | 210 - 230 | 15 - 30 | 15 - 30 | 3 / 4 |