ATAG FG9070EA, tekst van de handleiding
Kookplaat · ATAG · 27 pagina's in het Nederlands · pdf: 64 pagina's, 2,9 MB
Storingen op pagina 24
Pagina 24
STORINGEN
Storingstabel
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw toestel, betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atag.nl’.
| Storing kookplaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het ruikt naar gas in de omgeving van het toestel. | De aansluiting van het toestel lekt. | Sluit de hoofdgaskraan. Neem contact op met uw installateur. |
| Een brander ontsteekt niet. | Stekker niet in stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld. | Monteer een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in. | |
| Bougie vervuild/vochtig. | Reinig/droog de bougie. | |
| Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. | |
| Branderdelen vervuild/ vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Hoofdgaskraan gesloten. | Open de hoofdgaskraan. | |
| Storing aan het gasnet. | Informeer bij uw gasleverancier. | |
| Gasfles of -tank is leeg. | Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen. | |
| Verkeerde gassoort gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| Bedieningsknop niet diep genoeg ingedrukt. | Houd de bedieningsknop voldoende diep ingedrukt tussen vol- en kleinstand. Bij eerste gebruik kan dit langer duren i.v.m. aanvoer van gas. |
Pagina 25
STORINGEN
| Storing kookplaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De brander brandt niet egaal. | Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. |
| Branderdelen vervuild/ vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Verkeerde soort gas gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| De brander dooft na ontsteken. | Bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt. | Houd de bedieningsknop minimaal 10 seconden ingedrukt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
| Storing oven | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De oven wordt niet warm. | Geen temperatuur ingesteld. | Stel met de thermostaatknop de temperatuur in. |
Pagina 26
INSTALLATIE
Algemeen
Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. De gasaansluiting en de elektrische aansluiting moeten voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Let op!
Dit toestel moet altijd geaard zijn.
Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend uitvoeren door vakmensen die door de fabrikant zijn geautoriseerd, anders vervalt de garantie.
Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet het apparaat spanningsvrij gemaakt worden. Het apparaat is alleen spanningsvrij als:
- de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld, of
- de zekering van de huisinstallatie er geheel is uitgedraaid, of
- de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Defecte onderdelen mogen alleen vervangen worden door originele ATAG onderdelen. Alleen van die onderdelen kan ATAG garanderen dat zij aan de veiligheidseisen voldoen.
Indien de aansluitkabel beschadigd is mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn service-organisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Pagina 27
INSTALLATIE
Gasaansluiting
- Wij adviseren de kookplaat aan te sluiten met een vaste leiding. Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan.
- Achter een oven moet een volledig metalen slang worden gebruikt.
Let op!
- Een veiligheidsslang mag niet worden geknikt en niet in aanraking komen met bewegende delen van het keukenmeubel.
- In alle gevallen moet er bij het toestel een aansluitkraan geplaatst worden op een makkelijk bereikbare plaats.
- De gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.
Voordat u het toestel in gebruik neemt moet u de aansluitingen met zeepsop controleren op gasdichtheid!
Elektrische aansluiting 230-240 V~ - 50/60 Hz
- Wandcontactdoos en stekker moeten altijd bereikbaar blijven.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet in contact kan komen met delen van het apparaat die heet kunnen worden.
- Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het apparaat mag niet via een verdeelstekker of verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hiermee kan veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd.
Pagina 28
INSTALLATIE
Plaatsing
- Wanneer het fornuis wordt geplaatst naast een hoge kast of een andere wand van brandbaar materiaal, houd dan minimaal 50 mm afstand tussen het fornuis en deze wanden.
- Houd ook een afstand van minimaal 650 mm aan tussen de kookplaat en een eventueel boven de kookplaat geplaatste afzuigkap.
- Als het fornuis in een keukenmeubel wordt geplaatst moet de minimale ruimte worden aangehouden.
- Als het fornuis vast tussen keukenkastjes wordt ingebouwd dan moet de bekleding van het meubel bestand zijn tegen temperaturen van minimaal 90 °C.
Waterpas stellen
Met de stelvoetjes is het fornuis in hoogte verstelbaar.
Wilt u het fornuis op een verhoging plaatsen, zorg er dan voor dat deze hier niet vanaf kan glijden.
Let op!
Controleer na installatie van het toestel of de branders goed werken. Het vlambeeld moet regelmatig en stabiel zijn in volstand, terwijl de branders niet mogen uitgaan in kleinstand.
Pagina 29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30
INSTALLATIE
Technische gegevens
Op het gegevensplaatje worden de totale aansluitwaarde, de vereiste
spanning en de frequentie aangegeven.
Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.
| FG9011EAN/FG9070EAN | |
| Aansluiting | 230V - 50Hz |
| Vermogen | 2,9 kW |
| Volume | 85 liter |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| Gastechnische gegevens | |||
|---|---|---|---|
| Brander | Gas | Werkingsdruk (mbar) | EE (%) |
| Sterk (3,0 kW) | G25/G25,3 | 25 | 59,2 |
| Normaal (1,8 kW) | G25/G25,3 | 25 | 59,9 |
| Sudder (1 kW) | G25/G25,3 | 25 | - |
| Wok (3,5 kW) | G25/G25,3 | 25 | 52,4 |
| Wok (4,6 kW) | G25/G25,3 | 25 | 53,6 |
Pagina 31
MILIEUASPECTEN
Verpakking en toestel afvoeren
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hieromtrent informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en de eisen die zijn vermeld in de normen waar naar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUD
Uw fornuis
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel
Vóór het eerste gebruik
Gebruik van de oven Bak- en braadtips Gebruik van de gaskookplaat
Bediening van de oven
Instellen van de klok Handbediening van de oven Ovenfuncties
Bediening van de oven met klok Tussentijds uitschakelen van de oven Het geluidssignaal instellen Kookwekker
Bediening gaskookplaat
Ontsteken en instellen
Comfortabel koken
De kookplaat optimaal gebruiken Wokbrander
Onderhoud
Storingen
Installatie
Milieuaspecten
Let op!
Algemeen
Reinigen van de oven Reinigen van de kookplaat
Storingstabel
Algemeen
Gasaansluiting
Elektrische aansluiting Plaatsing
Afmetingen
Technische gegevens
Verpakking en toestel afvoeren
Pagina 4
UW FORNUIS
Inleiding
U heeft gekozen voor een fornuis van ATAG. Optimaal gebruikscomfort en een eenvoudige bediening stonden voorop bij de ontwikkeling van dit product. De uitgebreide instelmogelijkheden maken het mogelijk exact dìe bereidingswijze te kiezen die u voor ogen staat.
De gaskookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. De verschillen in brandercapaciteit zorgen ervoor dat u ieder gerecht kunt bereiden. Dankzij de geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt én bedient u de branders met één hand. Tevens is de gaskookplaat voorzien van een vlambeveiliging die ervoor zorgt dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft.
De ovenfuncties zijn in een logische volgorde op de functieknop ondergebracht. Daarnaast heeft de oven een schakelklok. Deze schakelt de oven automatisch uit als de bereidingstijd verstreken is. Doelmatig en zonder poespas.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u het fornuis zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die u van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Pagina 5: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
1
- 1. Bedieningsknop brander linksvoor
- 2. Bedieningsknop brander linksachter
- 3. Bedieningsknop brander middenvoor
- 4. Bedieningsknop brander middenachter
- 5. Bedieningsknop brander rechtsvoor
- 6. Bedieningsknop brander rechtsachter
- 7. Display oven met toetsen 7a. Toets kookwekker 7b. Toets tijdsduur 7c. Toets eindtijd 7d. Toets handmatig 7e. - toets 7f. + toets
- 8. Functieknop oven
- 9. Thermostaatknop oven
7a 7b 7c 7d 7e 7f
Pagina 7
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de oven
- Verwijder alle delen van het toebehoren uit de oven en reinig ze met een warm sopje. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen.
- Schakel de oven één uur lang in op de hoogste temperatuur met boven- en onderwarmte. Tijdens de fabricage gebruikte beschermingsvetten worden dan verwijderd.
- Als de oven voor de eerste maal sterk verhit wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Schakel eventueel de wasemkap in.
- Na het afkoelen de oven met warm water reinigen.
- Verwarm de oven alleen voor als dit in het recept of in de tabellen van deze gebruiksaanwijzing is vermeld.
Bak- en braadtips
Energiebewust ovengebruik
- Open de ovendeur zo weinig mogelijk.
- Bereid gerechten met ongeveer dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld appeltaart en een ovenschotel) tegelijk op hetzelfde rooster of met een hete lucht functie boven elkaar. Vlees laten meestoven kan ook.
- Bereid meer gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak kan de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter zijn omdat de oven nog veel warmte in zich heeft.
- Dankzij de ovenisolatie kunnen gerechten met een langere bereidingstijd (vanaf 1 uur) nagaren op de restwarmte van de oven. Schakel de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven staat, maar laat de deur dicht.
- Voorverwarmen is in het algemeen niet nodig, met uitzondering van gerechten waarvan de bereidingstijd korter dan 30 minuten is of wanneer een recept dit aangeeft.
- Haal alles wat u niet nodig heeft voor de bereiding uit de oven.
- Schakel de oven uit voordat u het gare gerecht eruit haalt.
Pagina 8
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
Ovenservies
- In principe kunt u elk soort hittebestendig servies gebruiken.
- Spoel glazen servies niet direct na gebruik af onder koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas barsten.
- Gebruik donkere of zwarte bakvormen. Deze geleiden de warmte beter en laten het gerecht gelijkmatiger garen.
Bodem niet afdekken
- Het afdekken van de ovenbodem met bijvoorbeeld aluminiumfolie of een bakplaat kan tot oververhitting en beschadiging van het email leiden.
- Vervuiling van de ovenbodem door het lekken uit een springvorm wordt voorkomen door van aluminiumfolie een bakje te vouwen en dat onder de vorm op het rooster te zetten of door bakpapier onder de vorm te leggen.
Tijdinstelling
- Kies een 5 minuten kortere bereidingstijd dan in het recept staat aangegeven. Daardoor kunt u in de laatste fase controleren of het gerecht of gebak gaar en goed van kleur is. Zo niet, sluit dan de ovendeur en controleer na enige tijd opnieuw. Het openen en sluiten van de deur moet langzaam gebeuren. Bij voorkeur niet voordat driekwart van de bereidingstijd is verstreken.
Warm houden
- U kunt de oven gebruiken voor het warm houden van reeds bereide gerechten. Kies hiervoor de hete lucht functie en een temperatuur van 75 °C. Dek gerechten die u warm wilt houden af om uitdrogen te voorkomen.
Vlees braden
- Het meest geschikt is ‘groot vlees’ vanaf 1 kg. Het vlees krijgt een regelmatig gevormde, krokante korst, waarbij vrijwel geen gewichtsverlies optreedt.
- Wrijf het vlees een kwartier van tevoren in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel hiervan) per 500 g vlees.
Pagina 9
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
Braadtijden
- Platte, dunne stukken hebben gemiddeld 5 minuten minder braadtijd nodig dan dikke of opgerolde stukken vlees. Bij gebruik van grotere stukken vlees moet per 500 gram meer een 15 tot 20 minuten langere braadtijd worden aangehouden.
- Leg het vlees in een braadslede en overgiet het met hete boter en/ of vet. Als het vlees een vette kant heeft, dan legt u deze tijdens het braden boven. Vlees zonder vette kant om de 15 minuten bedruipen. Vlees met vette kant om de 30 minuten bedruipen.
- Voeg, als de jus te donker wordt, tijdens het braden nu en dan enkele lepels water toe.
- Laat het vlees na de bereiding 10 minuten rusten, afgedekt met aluminiumfolie, voordat u het aansnijdt.
Gebruik van de gaskookplaat
- Controleer regelmatig of de branderdoppen en branderringen juist op de branderkelken liggen; onjuiste positionering kan slechte ontsteking, ongunstige verbranding of beschadiging van de doppen tot gevolg hebben.
- De pandrager wordt door de kookbrander zeer sterk verhit, waardoor na verloop van tijd het email op de dragerpunt kan inbranden. Dit is niet te voorkomen en valt dan ook niet onder de garantie.
Pagina 10
BEDIENING VAN DE OVEN
Instellen van de klok
Als u het toestel voor de eerste keer aansluit, knipperen ‘auto’ en ‘0 00’ in de display. De juiste dagtijd moet nog worden ingesteld.
- 1. Druk op de toets ‘handmatig’.
‘0 00’ stopt met knipperen en het kooksymbool verschijnt.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijd in te stellen.
De dagtijd is vastgelegd en het toestel is ingesteld op handbediening (voor de grote oven).
▷ Elke druk op de toets verhoogt/verlaagt de tijd met een minuut. ▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
Handbediening van de oven
- 1. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
▷ Zie de volgende tabel voor meer informatie over de verschillende ovenfuncties die u kunt kiezen.
- 2. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om de oven uit te schakelen.
Pagina 11
BEDIENING VAN DE OVEN
Ovenfuncties
Ovenverlichting
De ovenverlichting gaat branden.
ECO boven- en onderwarmte*
De Eco boven- en onderwarmte functie regelt op optimale wijze het energieverbruik. Door gebruik te maken van de restwarmte in de oven worden gerechten gelijkmatig verwarmd. Hierdoor is het energieverbruik laag maar zijn de bereidingstijden langer. Gebruik deze ovenfunctie alleen voor het verwarmen van gerechten. Gebruik voor het bereiden van gerechten de conventionele boven- en onderwarmte functie. Volg, voor het verwarmen van gerechten met de ECO boven- en onderwarmte functie, de volgende handelingen op:
- Plaats het te verwarmen gerecht in de oven;
- Selecteer de ECO boven- en onderwarmte functie;
- Stel de gewenste temperatuur in;
Tijdens ECO functie is de binnenverlichting van de oven uitgeschakeld.
LET OP: Als tijdens gebruik de deur van de oven geopend en gesloten, dan wordt de ECO-functie uitgeschakeld en is de oven in gebruik met de conventionele boven- en onderwarmte functie. (*) Dit type verwarming wordt gebruikt om de energetische efficiëntieklasse en het energieverbruik in de traditionele werkwijze te definiëren.
Boven- en onderwarmte (conventioneel)
Een boven- en onderelement verwarmen het gerecht, geschikt voor de bereiding van één gerecht. Deze functie wordt gebruikt voor luchtig gebak en taarten, waarbij de warmtetoevoer van boven en onder gelijk moet zijn om een luchtig resultaat te krijgen. Het gerecht bij voorkeur in een voorverwarmde oven plaatsen, d.w.z. als het indicatielampje naast de thermostaatknop uitgegaan is. Volg de volgende handelingen op om gebruikt te kunnen maken van de conventionele boven- en onderwarmte functie:
- Selecteer de hetelucht oven functie;
- Stel een voorverwarm temperatuur in;
- Selecteer de boven- en onderwarmte functie als de oven de temperatuur heeft bereikt en het oranje controlelampje uit is.
Bovenwarmte
Deze functie is geschikt voor het kortstondig extra doorbakken van soufflé’s, schuimgebak etc. Aan het einde van het bakproces draait u de functieknop op bovenwarmte.
Onderwarmte
Deze functie wordt aanbevolen voor gerechten waarbij de bodem goed gaar moet worden. De bodems van gerechten worden goed doorbakken.Vóór het einde van het bakproces (met nog een kwart van de baktijd te gaan) draait u de functieknop op onderwarmte. Stel de temperatuurknop in op de maximale stand. Het gerecht wordt dan voornamelijk door het onderelement verwarmd, maar kleurt wel door aan de bovenzijde.
Grill
Het bovenelement verhit het gerecht. Deze functie is geschikt voor het grillen van biefstuk, worstjes en tosties. De ventilator verspreidt de warmte van het grillelement door de oven. Hierdoor worden de gerechten gelijkmatig gaar. Ideaal voor grotere grillgerechten zoals gevogelte en grotere stukken vlees. Zet een ovenschaal onder het gerecht om afdruipend vet op te vangen.
Pagina 12
| BEDIENING VAN DE OVEN | ||||||
| Ventilator met grill | ||||||
| U kunt grillen met ingeschakelde ventilator. De stralingswarmte wordt door | de ventilator | rondom | ||||
| het gerecht geblazen. | ||||||
| Conventioneel met | ventilator | |||||
| Het boven- en onderelement zijn ingeschakeld. De ventilator door de ovenruimte. Deze functie is geschikt voor het braden taarten. Met deze functie kunt u ook voedsel ontdooien. Zet | verspreidt van vlees hiervoor de | de warmte gelijkmatig en het bakken van thermostaatknop op ‘0’. | ||||
| Hetelucht | ||||||
| De lucht in de oven wordt verwarmd door het heteluchtelement. blaast hete lucht in de oven. Hiermee worden de tegelijk bakken, waardoor u energie kunt besparen. een ca. 20 - 30 °C lagere temperatuur kiezen dan | gerechten verwarmd. Door de bij conventionele | De ventilator in de achterwand U kunt op meer niveaus intensieve warmte overdracht kunt u recepten staat aangegeven. | ||||
| Ontdooien | ||||||
| Deze functie wordt gebruikt voor langzaam ontdooien temperatuur in te stellen. De ventilator gaat draaien | van levensmiddelen. U hoeft geen en de lucht circuleert in de oven. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bediening van de oven met klok
De elektronische schakelklok kunt u op twee manieren gebruiken:
- U kunt de tijdsduur van het bakken/braden/grillen bepalen. De oven schakelt uit zodra de ingestelde tijd is verstreken. Is de tijd verstreken, dan klinkt er een geluidssignaal.
- Tevens kunt u zowel een tijdsduur als ook een eindtijd ingeven (een automatisch bakproces). De oven start automatisch en eindigt automatisch. Als het automatische bakproces is afgelopen, klinkt er een geluidssignaal.
De duur van de baktijd programmeren
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘tijdsduur’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde baktijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 3. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de
Pagina 13
BEDIENING VAN DE OVEN
temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
- 4. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
- 6. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
Programmering van het automatische bakproces
U kunt de oven automatisch laten in- en uitschakelen door een tijdsduur en een eindtijd in te stellen. De oven berekent zelf de starttijd, en schakelt na het verstrijken van de bereidingstijd automatisch uit.
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
- 3. Druk op de toets ‘eindtijd’.
In de display verschijnt de huidige tijd vermeerderd met de ingestelde tijdsduur.
- 4. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de eindtijd in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verdwijnt het kooksymbool in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
Pagina 14
BEDIENING VAN DE OVEN
▷ Wanneer de toets ‘eindtijd’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 5. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden zodra de berekende begintijd is bereikt; de oven wordt ingeschakeld.
- 6. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
- 7. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
- 8. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de eindtijd in de display zien door op de toets ‘eindtijd’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
- Voorbeeld:
Huidige tijd: 17.30, ingestelde duur van het bakproces: 1 uur en 15 minuten, ingestelde eindtijd van het bakproces: 19.45 uur. De oven start om 18.30 uur met het bakproces op de vooringestelde temperatuur en functie en zal om 19.45 uur stoppen.
Tussentijds uitschakelen van de oven
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
- 2. Druk op de - toets totdat de tijd in de display op 0.00 staat. Er klinkt een geluidssignaal.
- 3. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
Pagina 15
BEDIENING VAN DE OVEN
Het geluidssignaal instellen
Als u geen ovenfunctie hebt ingesteld, kunt u met de - toets het geluidssignaal aanpassen. Er zijn drie verschillende signalen.
- 1. Druk twee keer op de - toets.
U hoort een geluidssignaal.
- 2. Druk meteen daarna een derde keer op de - toets.
U hoort een ander geluidssignaal.
- 3. Druk meteen daarna een vierde keer op de - toets.
U hoort weer een ander geluidssignaal.
- 4. Maak een keuze uit deze drie signalen door (meerdere keren) op de - toets te drukken.
Kookwekker
De kookwekker geeft alleen een signaal na het verstrijken van de ingestelde tijd. De kookwekker schakelt de oven niet uit.
- 1. Druk op de toets ‘kookwekker’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk nogmaals op de toets ‘kookwekker’ en houd deze ingedrukt.
- 3. Stel met de + toets en de - toets de gewenste tijd in.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt het kookwekkersymbool in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘kookwekker’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 4. Zodra de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en verdwijnt het kookwekkersymbool.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende tijd in de display zien door op de toets ‘kookwekker’ te drukken.
▷ Wilt u de tijd aanpassen, dan drukt u op de toets ‘kookwekker’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
Pagina 16
BEDIENING GASKOOKPLAAT
Ontsteken en instellen
Een symbool bij de bedieningsknop geeft aan welke brander wordt bediend. Elke brander kan traploos worden geregeld tussen vol- en
| 0-stand Volstand Kleinstand | kleinstand. Aansteken met vonkontsteking Druk de bedieningsknop in en draai deze linksom naar de volstand. De brander ontsteekt. ▷ De bedieningsknop moet ongeveer 10 seconden ingedrukt gehouden worden in verband met de vlambeveiliging. |
| Zone-aanduiding | Vlambeveiliging Uw gaskookplaat is uitgerust met vlambeveiliging. Deze zorgt ervoor dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Ontsteekt de brander niet, controleer dan of:
- de branderdop goed op de brander ligt;
- de brander/bougie schoon en droog is.
Pagina 17
COMFORTABEL KOKEN
De kookplaat optimaal gebruiken
Zorg er altijd voor dat de vlammen onder de pan blijven. Als vlammen om de pan heen spelen gaat veel energie verloren. Bovendien kunnen de handgrepen dan te heet worden. Gebruik geen pannen met een kleinere bodemdiameter dan 12 cm. Deze staan niet stabiel.
Fout
Goed
Wokbrander
- (Roer)bakken, doorkoken van grote hoeveelheden en frituren kunt u het beste op de sterk- of wokbrander.
- Gebruik de sudderbrander voor het bereiden van sauzen, sudderen en doorkoken van gerechten. Op de volstand is deze brander groot genoeg voor het doorkoken.
- Kook met het deksel op de pan. U bespaart dan tot 50% energie.
- Gebruik pannen met een vlakke, schone en droge bodem. Pannen met een vlakke bodem staan stabiel en pannen met een schone bodem dragen de warmte beter over op het gerecht.
Met de wokbrander kunt u gerechten op een zeer hoge temperatuur bereiden. Het is hierbij van belang dat u:
- van te voren de ingrediënten in reepjes, plakjes of stukjes snijdt.
- bij het roerbakken olie van goede kwaliteit gebruikt, zoals olijf-, maïs-, zonnebloem- of arachideolie. Een klein beetje is al genoeg. Boter en margarine verbranden door de grote hitte.
- de gerechten met de langste bereidingstijd het eerst in de pan doet, zodat aan het eind van de bereidingstijd alle ingrediënten tegelijk (beet)gaar zijn.
Pagina 18
ONDERHOUD
Let op
Algemeen
Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatie of schoonmaken wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten. Draai de gaskraan in de toevoerleiding dicht.
Gebruik geen stoomreiniger of hogedruk-stoomreiniger om het toestel te reinigen.
Voorzijde van toestel
Reinig het oppervlak met een vloeibaar, niet-schurend schoonmaakmiddel voor gladde oppervlakken en een zachte doek. Breng het schoonmaakmiddel aan op de doek en veeg het vuil weg; spoel daarna met water. Breng het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op het oppervlak aan. Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of staalwol, want hierdoor ontstaan er krassen op het toestel.
Aluminium oppervlakken
Aluminium oppervlakken moeten worden gereinigd met niet-schurende, vloeibare schoonmaakmiddelen die voor dergelijke materialen bedoeld zijn. Breng het schoonmaakmiddel aan op een vochtige doek en reinig het oppervlak; spoel het oppervlak vervolgens met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op het aluminium oppervlak aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of schuursponsjes. Het oppervlak mag niet in contact komen met ovensprays.
Roestvrijstalen frontpanelen
Reinig het oppervlak met een zacht reinigingsmiddel (zeepsop) en een zacht sponsje dat het materiaal niet krast. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde reinigingsmiddelen. Als u deze instructies niet opvolgt, kan de behuizing beschadigd raken.
Gelakte en kunststof oppervlakken
Reinig de knoppen / toetsen en de deurhandgreep met een zachte doek en vloeibare schoonmaakmiddelen die geschikt zijn om gladde, gelakte oppervlakken te reinigen. U kunt ook reinigingsmiddelen gebruiken die speciaal voor dit soort oppervlakken werden ontwikkeld. In dit geval volgt u de instructies van de fabrikant.
Pagina 19
ONDERHOUD
Geëmailleerde delen
De binnenkant van de ovendeur, de gehele binnenoven alsook de bak- en braadplaat zijn geheel geëmailleerd. U kunt ze het beste reinigen met een warm sopje.
Glas
Reinig onderdelen van glas met een sopje of met Glassex.
Reinigen van de oven
- De binnenkant van de oven kan op de klassieke manier worden gereinigd (met schoonmaakmiddelen, ovenspray), maar alleen wanneer de oven zeer vuil is en wanneer de vlekken zeer hardnekkig zijn.
- Om de oven regelmatig te reinigen (na elk gebruik), wordt de volgende procedure aanbevolen:
▷ Gebruik de ovenfunctie ‘onder- en bovenwarmte’. Stel de thermostaatknop in op 50 °C.
▷ Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel. Na een half uur worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze met een vochtige doek afvegen.
Voor hardnekkige vlekken dient u rekening te houden met het volgende:
De oven moet afgekoeld zijn voor u hem reinigt.
- Reinig de oven en de accessoires na elk gebruik, om te voorkomen dat het vuil inbrandt in de oven.
- De eenvoudigste manier om vet te verwijderen, is met behulp van warm zeepsop terwijl de oven nog warm is.
- Bij zeer hardnekkig vuil gebruikt u de klassieke ovenreinigingsmiddelen. Spoel de oven daarna grondig met schoon water om alle resten van het reinigingsmiddel te verwijderen.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals staalwol, schuursponsjes, vlekverwijderaars enz.
- Gelakte, roestvrijstalen en verzinkte oppervlakken en aluminium onderdelen mogen nooit in contact komen met ovensprays, want daardoor raken ze beschadigd en verkleuren ze. Hetzelfde geldt voor de thermostaatsensor (als het toestel uitgerust is met een timer met een sensor) en voor de verwarmingselementen die aan de bovenzijde toegankelijk zijn.
Pagina 20
ONDERHOUD
- Wanneer u schoonmaakmiddelen aankoopt en gebruikt, dient u rekening te houden met het milieu en met de instructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel.
Let op: gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen. Deze kunnen krassen op het oppervlak veroorzaken, waardoor het glas zou kunnen breken.
Praktische tips
- Wanneer u grote stukken vetrijk vlees bereidt, is het aan te bevelen ze in aluminiumfolie of een geschikte braadzak te plaatsen, zodat het vet niet op de ovenwanden kan spatten.
- Wanneer u vlees op het rooster grilt, dient u een druipschaal onder het vlees te plaatsen.
Accessoires
Was de accessoires (bakplaten, rooster, enz.) met warm water en een klassiek afwasmiddel.
Speciale emailcoating
De oven, de binnenzijde van de deur en de bakplaten zijn behandeld met speciaal email, dat een glad en sterk oppervlak vormt. Dankzij deze speciale coating is reinigen bij kamertemperatuur gemakkelijker.
Het ovenlampje vervangen
- U heeft een lampje nodig met de volgende specificaties: fitting E 14, 230 V / 15 Hz, 15 W, geschikt voor hoge temperaturen (300 °C).
- Draai het glazen kapje los (tegen de wijzers van de klok in), verwissel de ovengloeilamp en draai het glazen kapje weer vast.
Pagina 21
ONDERHOUD
Demontage van de ovendeur
Bij normaal gebruik hoeft de ovendeur niet uitgenomen te worden. Mocht u dit toch willen doen, volg dan de onderstaande instructies op.
Let op! De ovendeur is erg zwaar en moet goed ondersteund worden.
- 1. Open de deur en kantel de vergrendeling A in beide scharnieren volledig naar buiten.
- 2. Sluit de ovendeur half, zodat de spanning van de veren weggenomen wordt (de ovendeur zal een hoek van circa 30° vormen).
- 3. Pak de deur aan weerszijden goed vast, beweeg mee met de sluitende beweging van de deur en til de deur gelijktijdig op.
- 4. Draai het onderste deel van de deur met de scharnieren B naar u toe. De deur is nu gedemonteerd.
- 5. Maak de deur schoon. De deur kan eventueel gekanteld worden om zo met een zachte flessenwisser de tussenruimte tussen de glazen schoon te maken.
Om de deur opnieuw te monteren gaat u in omgekeerde volgorde te werk. De deurscharnieren zijn in uitgeklapte stand.
- 6. Schuif de deurscharnieren in de scharnieropeningen.
- 7. Kantel de deur in horizontale positie en klik de scharnieren vast door de vergrendeling A weer naar binnen te kantelen.
Let op: na de hernieuwde montage van de ovendeur moeten de beveiligingen van de scharnieren altijd opnieuw vastgezet worden.
Pagina 22
ONDERHOUD
Verwijderen van de geleiders
U kunt beide geleiders uitnemen om de binnenkant van de oven eenvoudiger te reinigen. De geleiders zijn op drie punten aan de ovenwand bevestigd (zie afbeelding).
- 1. Duw de geleider in het midden van de bovenkant uit de borging.
- 2. Til de geleider iets naar boven op en trek de geleider naar buiten.
Om de geleiders opnieuw te plaatsen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
- 3. Plaats het onderste deel van de geleider op de twee onderste bevestigingspunten.
- 4. Druk het bovenste gedeelte vervolgens weer vast aan het bovenste bevestigingspunt.
Reinigen van de gaskookplaat
Uw gaskookplaat is vervaardigd uit hoogwaardige materialen, die u eenvoudig reinigt.
- Regelmatig onderhoud direct na gebruik voorkomt dat overgekookt voedsel lange tijd kan inwerken en hardnekkige, moeilijk te verwijderen vlekken veroorzaakt. Gebruik hiervoor een mild reinigingsmiddel. Gebruik niet te veel vocht, aangezien dit de brander of ventilatieopeningen kan binnendringen.
- Reinig eerst de bedieningsknoppen, branders en pandragers en dan pas de vangschaal. Hiermee voorkomt u dat de vangschaal tijdens het reinigen opnieuw vuil wordt.
- Reinig de ontstekingsbougies bij voorkeur met een doekje. Betracht hierbij wel enige voorzichtigheid. De bougie kan anders defect raken. De bougie werkt alleen goed in een droge omgeving. Bij zware vervuiling kunt u de bougie met een fijn borsteltje reinigen.
- Plaats de pandragers rechtstandig naar beneden, zonder over de vangschaal te schuiven.
- Zet de branderdelen in elkaar met behulp van de geleidingsnokken. Let hierbij op de uitsparingen voor de bougie en thermokoppel. Zorg ervoor dat de branderdelen vlak liggen.
Pagina 23
ONDERHOUD
Reinigen pandragers
Reinig de pandragers niet in de vaatwasser. Het emaille op de pandragers is geschikt voor reiniging in de vaatwasser, maar de verbinding met de rubber voetjes echter niet. Bovendien kan bij reiniging in de vaatwasser lichte verkleuring van de pandragers optreden. Bij verlies van de rubber voetjes zal de pandrager de vangschaal beschadigen.
Hardnekkige vlekken op emaille (pandragers, branderdoppen en vangschaal)
Hardnekkige vlekken kunt u het beste verwijderen met een vloeibaar reinigingsmiddel. Gebruik nooit schuurpoeders, schuurpads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
Reinigen verwijderbare branderdelen
Branderdelen mogen niet in de vaatwasser gereinigd worden. De onderdelen kunnen door het vaatwasmiddel aangetast worden! De verwijderbare branderdelen (ook die van de wok) kunt u het beste reinigen met een mild schoonmaakmiddel en een zachte doek. Bij hardnekkige vlekken kunt u de branderdelen verwijderen en de delen laten weken in een sopje. Gebruik nooit schuurpoeders, schuurpads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
Pagina 24: zie Storingen hierboven.
Pagina 25: zie hierboven.
Pagina 26: zie hierboven.
Pagina 27: zie hierboven.
Pagina 28: zie hierboven.
Pagina 29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30: zie hierboven.
Pagina 31: zie hierboven.