ATAG FI9011E, tekst van de handleiding
Kookplaat · ATAG · 32 pagina's in het Nederlands · pdf: 68 pagina's, 4,2 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl
Deze handleiding geldt ook voor: FI9070E.
Storingen op pagina 29
Pagina 29
STORINGEN
Storingstabel
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw toestel, betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website www.atag.nl
| Inductiekookplaat | ||
|---|---|---|
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. Er verschijnt een pan detectie symbool ( U ) in het display. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 14,5 cm. | Gebruik een goede pan. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
Pagina 30
STORINGEN
| Inductiekookplaat | ||
|---|---|---|
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Foutcode | Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op. | Bedieningspaneel schoonmaken. |
| U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend. | Bedien maar één toets tegelijk. | |
| Software fout. | Reset het toestel door deze kortstondig spanningsloos te maken. Verwijder de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering automaat uit. | |
| Foutcode E | Ander defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| Oven | ||
|---|---|---|
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| De oven schakelt niet in. | De oven staat niet op handbediening. | Zet de oven op handbediening (zie ‘Bediening van de oven’). |
| De oven schakelt niet in nadat de stekker in het stopcontact is gedaan. | Er is geen dagtijd ingesteld. | Stel als eerste een dagtijd in (zie ‘Gebruik’). Daarna is de oven klaar voor gebruik. |
| De oven wordt niet warm. | Geen temperatuur ingesteld. | Stel met de thermostaatknop de temperatuur in (zie ‘Bediening van de oven’). |
Pagina 31
INSTALLATIE
Algemeen
Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Let op!
Dit toestel moet altijd geaard zijn.
Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend uitvoeren door vakmensen die door de fabrikant zijn geautoriseerd, anders vervalt de garantie.
Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet het apparaat spanningsvrij gemaakt worden. Het apparaat is alleen spanningsvrij als:
- de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld, of
- de zekering van de huisinstallatie er geheel is uitgedraaid, of
- de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Defecte onderdelen mogen alleen vervangen worden door originele ATAG onderdelen. Alleen van die onderdelen kan ATAG garanderen dat zij aan de veiligheidseisen voldoen.
Indien de aansluitkabel beschadigd is mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn service-organisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Pagina 32
INSTALLATIE
Elektrische aansluiting 230V~/400V 3N~ - 50/60 Hz
- Wandcontactdoos en stekker moeten altijd bereikbaar blijven.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet in contact kan komen met delen van het apparaat die heet kunnen worden.
- Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het apparaat mag niet via een verdeelstekker of verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hiermee kan veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd.
Plaatsing
- Wanneer het fornuis wordt geplaatst naast een hoge kast of een andere wand van brandbaar materiaal, houd dan minimaal 50 mm afstand tussen het fornuis en deze wanden.
- Houd ook een afstand van minimaal 650 mm aan tussen de kookplaat en een eventueel boven de kookplaat geplaatste afzuigkap.
- Als het fornuis in een keukenmeubel wordt geplaatst moet de minimale ruimte worden aangehouden.
- Als het fornuis vast tussen keukenkastjes wordt ingebouwd dan moet de bekleding van het meubel bestand zijn tegen temperaturen van minimaal 90 °C.
Pagina 33
INSTALLATIE
Waterpas stellen
Met de stelvoetjes is het fornuis in hoogte verstelbaar.
Wilt u het fornuis op een verhoging plaatsen, zorg er dan voor dat deze hier niet vanaf kan glijden.
Let op!
Controleer na installatie van het toestel of deze goed werkt.
Afmetingen
900- 930
Technische gegevens
Op het gegevensplaatje worden de totale aansluitwaarde, de vereiste spanning en de frequentie aangegeven.
Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.
| Aansluiting | 230V~/400V 3N~ - 50/60 Hz |
| Vermogen | 10,3 kW |
Pagina 34
MILIEUASPECTEN
Verpakking en toestel afvoeren
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hieromtrent informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en de eisen die zijn vermeld in de normen waar naar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUD
Uw fornuis Gebruik
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel
Instellen van de ovenklok Gebruik van de oven
Gebruik van de inductiekookplaat Pannen
Inductiegeluiden
Bediening van de oven
Handbediening van de oven Ovenfuncties
Bediening van de oven met klok Tussentijds uitschakelen van de oven Het geluidssignaal instellen
Bediening inductiekookplaat
Inschakelen van een kookzone Automatische aankookfunctie Het koppelen van de Bridge zones Kinderslot gebruiken
Comfortabel koken
Kookstanden
Onderhoud
Let op
Algemeen
Reinigen van de oven Reinigen van de inductiekookplaat Storingen
Storingstabel
Installatie
Algemeen
Elektrische aansluiting Plaatsen
Afmetingen
Technische gegevens Milieuaspecten
Verpakking en toestel afvoeren
Pagina 4
UW FORNUIS
Inleiding
U heeft gekozen voor een fornuis van ATAG. Optimaal gebruikscomfort en een eenvoudige bediening stonden voorop bij de ontwikkeling van dit product. De uitgebreide instelmogelijkheden maken het mogelijk exact dìe bereidingswijze te kiezen die u voor ogen staat.
De inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.
Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.
De ovenfuncties zijn in een logische volgorde op de functieknop ondergebracht. Daarnaast heeft de oven een schakelklok. Deze schakelt de oven automatisch uit als de bereidingstijd verstreken is. Doelmatig en zonder poespas.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u het fornuis zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die u van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Pagina 5
UW FORNUIS
| Beschrijving | ||
| 4 | ||
| 3 | 5 | |
| 2 | 6 | |
| 1 | ||
| 7 | ||
| 8 | ||
| 9 | ||
| 1. | Kookzone ø 180 mm / 1850 W (boost 3000 W) | |
| 2. | Kookzone ø 180 mm / 1850 W (boost 3000 W) | |
| 3. | Kookzone ø 210 mm / 2300 W (boost 3700 W) | |
| 4. | Bridge kookzone 220 x 190 mm / 2100 W (boost 3700 W) | |
| 5. | Bridge kookzone 220 x 190 mm / 2100 W (boost 3700 W) | |
| 6. | Kookplaat displays | |
| 7. | Bedieningspaneel | |
| 8. | Oven | |
| 9. | Stelvoetjes |
Pagina 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
- 1. Bedieningsknop kookzone linksvoor
- 2. Bedieningsknop kookzone linksachter
- 3. Bedieningsknop middelste kookzone
- 4. Bedieningsknop keukenwekker
- 5. Bedieningsknop Bridge kookzone rechtsvoor
- 6. Bedieningsknop Bridge kookzone rechtsachter
- 7. Ovenklok:
▷ a. Toets kookwekker ▷ b. Toets tijdsduur ▷ c. Toets eindtijd ▷ d. Toets handmatig ▷ e. - toets ▷ f. + toets
- 8. Functieknop oven
- 9. Controlelampje ovenfunctie
- 10. Thermostaatknop oven
- 11. Controlelampje temperatuur
7d 7e 7f
7a 7b 7c
Pagina 7
GEBRUIK
Instellen van de ovenklok
Als u het toestel voor de eerste keer aansluit, knipperen ‘auto’ en ‘0 00’ in de ovenklok display. De juiste dagtijd moet nog worden ingesteld.
- 1. Druk op de toets ‘handmatig’.
‘0 00’ stopt met knipperen en het kooksymbool verschijnt.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijd in te stellen.
De dagtijd is vastgelegd en het toestel is ingesteld op handbediening.
▷ Elke druk op de toets verhoogt/verlaagt de tijd met een minuut. ▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
Gebruik van de oven
- Verwijder alle delen van het toebehoren uit de oven en reinig ze met een warm sopje. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen.
- Schakel de oven één uur lang in op de hoogste temperatuur met boven- en onderwarmte. Tijdens de fabricage gebruikte beschermingsvetten worden dan verwijderd.
- Als de oven voor de eerste maal sterk verhit wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Schakel eventueel de wasemkap in.
- Na het afkoelen de oven met warm water reinigen.
- Verwarm de oven alleen voor als dit in het recept of in de tabellen van deze gebruiksaanwijzing is vermeld.
Bak- en braadtips / energiebewust ovengebruik
- Open de ovendeur zo weinig mogelijk.
- Bereid gerechten met ongeveer dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld appeltaart en een ovenschotel) tegelijk op hetzelfde rooster of met een hete lucht functie boven elkaar. Vlees laten meestoven kan ook.
- Bereid meer gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak kan de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter zijn omdat de oven nog veel warmte in zich heeft.
- Dankzij de ovenisolatie kunnen gerechten met een langere bereidingstijd (vanaf 1 uur) nagaren op de restwarmte van de oven. Schakel de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven staat, maar laat de deur dicht.
Pagina 8
GEBRUIK
- Voorverwarmen is in het algemeen niet nodig, met uitzondering van gerechten waarvan de bereidingstijd korter dan 30 minuten is of wanneer een recept dit aangeeft.
- Haal alles wat u niet nodig heeft voor de bereiding uit de oven.
- Schakel de oven uit voordat u het gare gerecht eruit haalt.
Ovenservies
- In principe kunt u elk soort hittebestendig servies gebruiken.
- Spoel glazen servies niet direct na gebruik af onder koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas barsten.
- Gebruik donkere of zwarte bakvormen. Deze geleiden de warmte beter en laten het gerecht gelijkmatiger garen.
Bodem niet afdekken
- Het afdekken van de ovenbodem met bijvoorbeeld aluminiumfolie of een bakplaat kan tot oververhitting en beschadiging van het email leiden.
- Vervuiling van de ovenbodem door het lekken uit een springvorm wordt voorkomen door van aluminiumfolie een bakje te vouwen en dat onder de vorm op het rooster te zetten of door bakpapier onder de vorm te leggen.
Tijdinstelling
- Kies een 5 minuten kortere bereidingstijd dan in het recept staat aangegeven. Daardoor kunt u in de laatste fase controleren of het gerecht of gebak gaar en goed van kleur is. Zo niet, sluit dan de ovendeur en controleer na enige tijd opnieuw. Het openen en sluiten van de deur moet langzaam gebeuren. Bij voorkeur niet voordat driekwart van de bereidingstijd is verstreken.
Warm houden
- U kunt de oven gebruiken voor het warm houden van reeds bereide gerechten. Kies hiervoor de hete lucht functie en een temperatuur van 75 °C. Dek gerechten die u warm wilt houden af om uitdrogen te voorkomen.
Pagina 9
GEBRUIK
Vlees braden
- Het meest geschikt is ‘groot vlees’ vanaf 1 kg. Het vlees krijgt een regelmatig gevormde, krokante korst, waarbij vrijwel geen gewichtsverlies optreedt.
- Wrijf het vlees een kwartier van tevoren in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel hiervan) per 500 g vlees.
Braadtijden
- Platte, dunne stukken hebben gemiddeld 5 minuten minder braadtijd nodig dan dikke of opgerolde stukken vlees. Bij gebruik van grotere stukken vlees moet per 500 gram meer een 15 tot 20 minuten langere braadtijd worden aangehouden.
- Leg het vlees in een braadslede en overgiet het met hete boter en/ of vet. Als het vlees een vette kant heeft, dan legt u deze tijdens het braden boven. Vlees zonder vette kant om de 15 minuten bedruipen. Vlees met vette kant om de 30 minuten bedruipen.
- Voeg, als de jus te donker wordt, tijdens het braden nu en dan enkele lepels water toe.
- Laat het vlees na de bereiding 10 minuten rusten, afgedekt met aluminiumfolie, voordat u het aansnijdt.
Gebruik van de inductiekookplaat
- Reinig het apparaat met een vochtige doek en droog het zorgvuldig.
- Gebruik geen reinigingsmiddelen die een afwijkende kleuring van het glas kunnen veroorzaken.
- Op het moment van de eerste inschakeling zullen alle displays van alle kookzones gelijktijdig verlicht worden. De displays gaan onmiddellijk daarna uit zonder een enkel geluidssignaal te laten klinken.
- Als een of meer knoppen op het moment van de eerste inschakeling niet op stand nul (0) staan, zullen de bijbehorende displays normaal verlicht worden maar zal de kookzone in kwestie niet in werking treden.
- Door aan de knop te draaien, zal op het bijbehorende display het symbool van de afbeelding hiernaast getoond worden, dat aangeeft dat het kookzone niet werkzaam is. Het element kan pas in werking treden nadat de knop opnieuw op stand “0” gezet is en een gewenste vermogenswaarde ingesteld is.
Pagina 10
GEBRUIK
Pannen
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Let op
- Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
▷ een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; ▷ een vlakke bodem.
- Het beste zijn pannen met het ‘Class Induction’ keurmerk.
Tip!
Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
Let op!
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen:
- op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is;
- door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Let op!
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
Pagina 11
GEBRUIK
Let op!
- Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten.
- Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De minimale pandiameter bedraagt 14,5 cm.
Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.
Snelkookpannen
- Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Herkenning pan
- Een elektronische sensor detecteert de aanwezigheid of de afwezigheid van de pan op een kookzone. Als de gebruikte pan ongeschikt is voor magnetisch inductiekoken, of een pan die te klein is, zal het hiernaast getoonde symbool weergegeven worden.
- Als een pan tijdens het koken van de kookzone weggenomen wordt, zonder dat de betreffende knop op stand “0” gezet is, zal de vermogenswaarde, die eerder ingesteld werd en op het betreffende display weergegeven werd, automatisch door het symbool vervangen worden.
- Als de pan correct op de kookzone teruggezet wordt, zal het symbool uitgeschakeld worden en het koken normaal hervat worden; wordt de pan niet teruggezet, dan zal het symbool na 10 minuten hoe dan ook uitgeschakeld worden.
- Om de kookzone dan weer opnieuw te kunnen gebruiken, moet de betreffende knop eerst op stand “0” gezet worden en moet opnieuw een gewenste vermogenswaarde ingesteld worden.
Pagina 12
GEBRUIK
Het vermogen past zich aan
- Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.
Vermogensverdeling
- Het maximum vermogen dat toegepast kan worden, wordt tussen de actieve kookzones verdeeld.
- Het laatste vermogensniveau dat ingesteld is, heeft voorrang op de vorige instellingen van de andere kookzones. De displays van de kookzones die eerder ingesteld werden, beginnen te knipperen en tonen het aangepaste vermogen.
- Op het moment waarin het vermogen van ongeacht welk kookzone handmatig verlaagd wordt, zal het vermogensverschil opnieuw over de resterende kookzones verdeeld worden.
- De automatische verspreiding vindt plaats tussen de drie linker kookzones en de twee rechter Bridge kookzones.
Tikkend geluid
- Een licht tikkend geluid wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling van de voorste en de achterste zone. Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden.
Pan maakt geluid
- De pannen kunnen geluid maken tijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de pan. Met name bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Het is niet schadelijk voor de pan of de kookplaat.
Ventilator maakt geluid
- Om de levensduur van de elektronica te vergroten, is het apparaat voorzien van een ventilator. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld en hoort u een zoemend geluid.
- Ook nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, kan de ventilator nog geluid maken.
Inductiegeluiden
Pagina 13
GEBRUIK
Kookduurbegrenzing
- De kookduurbegrenzer is een beveiliging van uw kookplaat. Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd in werking is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
- Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: |
|---|---|
| 1 | 360 minuten |
| 2 | 360 minuten |
| 3 | 300 minuten |
| 4 | 300 minuten |
| 5 | 240 minuten |
| 6 | 90 minuten |
| 7 | 90 minuten |
| 8 | 90 minuten |
| 9 | 90 minuten |
| boost (P) | 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Restwarmte-indicatie
- Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een ‘H’ in de display branden.
Temperatuurbeveiliging
- Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden.
- Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone automatisch verlaagd of schakelt de kookzone helemaal uit.
Pagina 14
BEDIENING VAN DE OVEN
Handbediening van de oven
- 1. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het groene programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
▷ Zie de volgende tabel voor meer informatie over de verschillende ovenfuncties die u kunt kiezen.
- 2. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om de oven uit te schakelen.
Ovenfuncties
| Ovenverlichting De ovenverlichting gaat branden. | ||||
| Boven- en onderwarmte (conventioneel) | ||||
| Een boven- en onderelement verwarmen het gerecht, geschikt voor de bereiding van Deze functie wordt gebruikt voor luchtig gebak en taarten, waarbij de warmtetoevoer | één gerecht. van boven | |||
| en onder gelijk moet zijn om een luchtig resultaat te krijgen. Het gerecht bij voorkeur in een voorverwarmde oven plaatsen, d.w.z. als het indicatielampje naast de thermostaatknop uitgegaan is. | ||||
| Bovenwarmte | ||||
| Deze functie is geschikt voor het kortstondig extra doorbakken van soufflé’s, schuimgebak etc. Aan het einde van het bakproces draait u de functieknop op bovenwarmte. | ||||
| Onderwarmte | ||||
| Deze functie wordt aanbevolen voor gerechten waarbij de bodem goed gaar moet worden. De bodems van gerechten worden goed doorbakken.Vóór het einde van het bakproces (met nog een kwart van de baktijd te gaan) draait u de functieknop op onderwarmte. Stel de temperatuurknop in op de maximale stand. Het gerecht wordt dan voornamelijk door het onderelement verwarmd, | ||||
| maar kleurt wel door aan de bovenzijde. | ||||
| Grill | ||||
| Het bovenelement verhit het gerecht. Deze functie is geschikt voor het grillen van biefstuk, worstjes en tosties. De ventilator verspreidt de warmte van het grillelement door de | oven. | |||
| Hierdoor worden de gerechten gelijkmatig gaar. Ideaal voor grotere grillgerechten | zoals | gevogelte | ||
| en grotere stukken vlees. Zet een | ovenschaal onder het gerecht om afdruipend | vet | op te vangen. | |
| Ventilator met grill | ||||
| U kunt grillen met ingeschakelde ventilator. De stralingswarmte wordt door het gerecht geblazen. | de ventilator | rondom | ||
| Conventioneel met ventilator | ||||
| Het boven- en onderelement zijn ingeschakeld. De ventilator verspreidt door de ovenruimte. Deze functie is geschikt voor het braden van vlees taarten. Met deze functie kunt u ook voedsel ontdooien. Zet hiervoor de | de warmte gelijkmatig en het bakken van thermostaatknop op ‘0’. | |||
Pagina 15
| BEDIENING VAN DE OVEN | |||
| Hetelucht | |||
| De lucht in de oven wordt verwarmd door het heteluchtelement. blaast hete lucht in de oven. Hiermee worden de tegelijk bakken, waardoor u energie kunt besparen. een ca. 20 - 30 °C lagere temperatuur kiezen dan | gerechten verwarmd. Door de bij conventionele | De ventilator in de achterwand U kunt op meer niveaus intensieve warmte overdracht kunt u recepten staat aangegeven. | |
| Ontdooien | |||
| Deze functie wordt gebruikt voor langzaam ontdooien temperatuur in te stellen. De ventilator gaat draaien | van levensmiddelen. U hoeft geen en de lucht circuleert in de oven. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Bediening van de oven met klok De elektronische schakelklok kunt u op twee manieren gebruiken:
- U kunt de tijdsduur van het bakken/braden/grillen bepalen. De oven schakelt uit zodra de ingestelde tijd is verstreken. Is de tijd verstreken, dan klinkt er een geluidssignaal.
- Tevens kunt u zowel een tijdsduur als ook een eindtijd ingeven (een automatisch bakproces). De oven start automatisch en eindigt automatisch. Als het automatische bakproces is afgelopen, klinkt er een geluidssignaal.
De duur van de baktijd programmeren
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
▷ In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘tijdsduur’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde baktijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 3. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
▷ Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
- 4. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
Pagina 16
BEDIENING VAN DE OVEN
- 6. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
Programmering van het automatische bakproces
U kunt de oven automatisch laten in- en uitschakelen door een tijdsduur en een eindtijd in te stellen. De oven berekent zelf de starttijd, en schakelt na het verstrijken van de bereidingstijd automatisch uit.
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
- 3. Druk op de toets ‘eindtijd’.
In de display verschijnt de huidige tijd vermeerderd met de ingestelde tijdsduur.
- 4. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de eindtijd in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verdwijnt het kooksymbool in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘eindtijd’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 5. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden zodra de berekende begintijd is bereikt; de oven wordt ingeschakeld.
- 6. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
Pagina 17
BEDIENING VAN DE OVEN
- 7. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
- 8. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de eindtijd in de display zien door op de toets ‘eindtijd’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
- Voorbeeld:
Huidige tijd: 17.30, ingestelde duur van het bakproces: 1 uur en 15 minuten, ingestelde eindtijd van het bakproces: 19.45 uur. De oven start om 18.30 uur met het bakproces op de vooringestelde temperatuur en functie en zal om 19.45 uur stoppen.
Tussentijds uitschakelen van de oven
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
- 2. Druk op de - toets totdat de tijd in de display op 0.00 staat. Er klinkt een geluidssignaal.
- 3. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
Het geluidssignaal instellen
Als u geen ovenfunctie hebt ingesteld, kunt u met de - toets het geluidssignaal aanpassen. Er zijn drie verschillende signalen.
- 1. Druk twee keer op de - toets.
U hoort een geluidssignaal.
- 2. Druk meteen daarna een derde keer op de - toets.
U hoort een ander geluidssignaal.
- 3. Druk meteen daarna een vierde keer op de - toets.
U hoort weer een ander geluidssignaal.
- 4. Maak een keuze uit deze drie signalen door (meerdere keren) op de - toets te drukken.
Pagina 18
BEDIENING VAN DE OVEN
Kookwekker
De kookwekker geeft alleen een signaal na het verstrijken van de ingestelde tijd. De kookwekker schakelt de oven niet uit.
- 1. Druk op de toets ‘kookwekker’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk nogmaals op de toets ‘kookwekker’ en houd deze ingedrukt.
- 3. Stel met de + toets en de - toets de gewenste tijd in.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt het kookwekkersymbool in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘kookwekker’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 4. Zodra de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en verdwijnt het kookwekkersymbool.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende tijd in de display zien door op de toets ‘kookwekker’ te drukken.
▷ Wilt u de tijd aanpassen, dan drukt u op de toets ‘kookwekker’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
De keukenwekker
De keukenwekker geeft alleen een signaal na het verstrijken van de tijd.
- 1. Draai de keukenwekker rechtsom helemaal op 55 minuten. Hiermee spant u de veer.
- 2. Draai de keukenwekker terug (linksom) tot aan de gewenste tijd.
Pagina 19
BEDIENING INDUCTIEKOOKPLAAT
Inschakelen van een kookzone
Alvorens een kookzone te starten, zet u een geschikte pan op de betreffende kookzone.
- Door ongeacht welke knop met de wijzers van de klok mee te draaien, zal een geluidssignaal klinken en zullen alle displays ingeschakeld worden. Het display dat bij de geactiveerde knop hoort, zal het geselecteerde kookvermogen tonen terwijl de andere displays de waarde nul (0) tonen.
- Door aan een tweede knop te draaien, zal op het display de voor die knop ingestelde vermogen weergegeven worden. Er klinkt dan geen geluidssignaal.
Veranderen van het kookvermogen
- Het kookvermogen van de kookzones neemt toe door ongeacht welke knop van uit stand “0” met de wijzers van de klok mee te draaien en neemt af door de knop vanuit de bereikte positie tegen de wijzers van de klok in te draaien. Het kookvermogen is in te stellen tussen stand “0” en stand “9”. Tevens is een “Boost”stand te selecteren.
▷ Het gekozen vermogen wordt weergegeven in het betreffende display.
- De “default”-positie van de knop komt overeen met stand “0” (waarde op het betreffende display).
- 1. Draai aan de knop om de gewenste vermogenswaarde in te stellen (zie vermogenstabel).
▷ Het gekozen vermogen wordt weergegeven in het betreffende display.
- 2. Selecteer de “Boost” stand door de knop met de wijzers van de klok mee voorbij vermogensniveau “9” te draaien.
▷ Er klinkt een geluidssignaal en in de display verschijnt “P”.
- 3. Draai de knop daarna terug naar niveau “9”.
Handmatige uitschakeling
- Draai alle knoppen op stand “0” waarna op ieder display een knipperend puntje verschijnt, zoals de afbeelding hiernaast toont; na 15 seconden zullen alle displays uitgaan, klinkt een geluidssignaal en gaat de kookplaat op “stand-by”.
Pagina 20
BEDIENING INDUCTIEKOOKPLAAT
Automatische aankookfunctie
Met deze functie is het mogelijk het gewenste vermogensniveau sneller te bereiken maar de functie blijft zeer korte tijd actief.
- Wanneer de knop vanuit stand “0” tegen de wijzers van de klok in gedraaid wordt, tot een mechanische klik verkregen wordt en deze positie 2 seconden gehandhaafd blijft, zal het display verlicht worden en het symbool A tonen.
- Vanaf dit moment heeft men 10 seconden de tijd om de knop naar de gewenste kookstand te draaien.
- Het display begint te knipperen en toont afwisselend het symbool en het nieuwe vermogensniveau dat met de knop ingesteld is.
| Kookstand | Automatische opwarmtijd (seconden) |
|---|---|
| 1 | 48 |
| 2 | 144 |
| 3 | 230 |
| 4 | 312 |
| 5 | 408 |
| 6 | 120 |
| 7 | 168 |
| 8 | 216 |
| 9 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Warmhoudfunctie
- Deze functie maakt het mogelijk de bodem van een pan, die geschikt is voor inductiekoken, te verwarmen waardoor binnenin deze pan een constante temperatuur verkregen wordt.
- Dit is nuttig voor het verwarmen van de eerder bereide etenswaren die zo warm blijven in de pan waarin ze bereidt werden.
- Op deze wijze wordt het energieverbruik geoptimaliseerd.
- De maximumtijd van de constant afgegeven warmte is beperkt tot 120 minuten.
- Draai de knop met de wijzers van de klok mee tussen kookstand “0” en kookstand “1”.
- Op het overeenkomstige display wordt het symbool hiernaast in drie fasen weergegeven (het verwarmingsvermogen wordt automatisch geregeld).
▷ Fase 1 (1 streepje): 42° C ▷ Fase 2 (2 streepjes): 70° C ▷ Fase 3 (3 streepjes): 94° C
Pagina 21
BEDIENING INDUCTIEKOOKPLAAT
Het koppelen van de Bridge zones
- Deze functie maakt het mogelijk de twee Bridge kookzones te koppelen. Hierdoor ontstaat een enkele kookzone die door de knop voor de kookzone rechtsvoor geregeld kan wordt.
- Met gekoppelde Bridge-zones is het niet mogelijk de “Boost”- functie te gebruiken.
- 1. Draai de knoppen voor de kookzones rechtsvoor en rechtsachter gelijktijdig rechtsom tot een mechanische klik verkregen wordt samen met een geluidssignaal. Draai voorbij stand 9 naar positie “P”.
- 2. Houd de knoppen minstens 2 seconden in deze positie.
▷ Op het display worden de symbolen hiernaast weergegeven, die de geactiveerde functie aangeven.
- 3. Draai de knop van de kookzone rechtsvoor op het gewenste vermogensniveau.
▷ Als een pan tijdens het koken van de kookzones wordt verwijderd en niet binnen 10 minuten teruggeplaatst wordt, dan wordt de functie automatisch gestopt.
▷ Om de functie handmatig te stoppen moeten de knoppen op stand “0” teruggezet worden.
Kinderslot gebruiken
Het is mogelijk de kookzones te vergrendelen om ongewild gebruik door kinderen te voorkomen.
- 1. Draai de knoppen van de koozones linksvoor en linksachter gelijktijdig linksom en houd ze minstens 2 seconden in deze positie tot op alle displays het symbool L verschijnt.
▷ Na enkele minuten zullen de symbolen uitgaan maar door aan ongeacht welke knop te draaien zullen deze blokkeringssymbolen opnieuw op alle displays verschijnen en zullen de kookzones niet gediend kunnen worden.
▷ De vergrendeling heeft geen tijdlimiet. Een langdurige onderbreking van de elektrische stroom kan de uitgevoerde vergrendeling echter annuleren.
- 2. Om de kookzones te ontgrendelen moeten de eerste twee knoppen links gelijktijdig opnieuw tegen de wijzers van de klok in gedraaid worden.
Pagina 22
COMFORTABEL KOKEN
Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
Gebruik ‘boost’ en stand 9 voor:
- snel aan de kook brengen;
- slinken van bladgroenten;
- verhitten van olie en vet;
- onder druk brengen van een snelkookpan.
Gebruik stand 8 voor:
- aanbraden van vlees;
- bakken van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren.
Gebruik stand 7 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dik, gepaneerd vlees;
- uitbakken van spek of bacon;
- bakken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis.
Gebruik stand 6 en 5 voor:
- doorkoken;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken en garen van dun vlees.
Gebruik stand 1 t/m 4 voor:
- trekken van bouillon;
- bereiden van stoofvlees;
- smoren van groenten;
- smelten van chocolade;
- smelten van kaas.
Pagina 23
ONDERHOUD
Let op!
Algemeen
Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatie of schoonmaken wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten.
Gebruik geen stoomreiniger of hogedruk-stoomreiniger om het toestel te reinigen.
Voorzijde van toestel
Reinig het oppervlak met een vloeibaar, niet-schurend schoonmaakmiddel voor gladde oppervlakken en een zachte doek. Breng het schoonmaakmiddel aan op de doek en veeg het vuil weg; spoel daarna met water. Breng het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op het oppervlak aan. Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of staalwol, want hierdoor ontstaan er krassen op het toestel.
Aluminium oppervlakken
Aluminium oppervlakken moeten worden gereinigd met niet-schurende, vloeibare schoonmaakmiddelen die voor dergelijke materialen bedoeld zijn. Breng het schoonmaakmiddel aan op een vochtige doek en reinig het oppervlak; spoel het oppervlak vervolgens met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op het aluminium oppervlak aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of schuursponsjes. Het oppervlak mag niet in contact komen met ovensprays.
Roestvrijstalen frontpanelen
Reinig het oppervlak met een zacht reinigingsmiddel (zeepsop) en een zacht sponsje dat het materiaal niet krast. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde reinigingsmiddelen. Als u deze instructies niet opvolgt, kan de behuizing beschadigd raken.
Gelakte en kunststof oppervlakken
Reinig de knoppen / toetsen en de deurhandgreep met een zachte doek en vloeibare schoonmaakmiddelen die geschikt zijn om gladde, gelakte oppervlakken te reinigen. U kunt ook reinigingsmiddelen gebruiken die speciaal voor dit soort oppervlakken werden ontwikkeld. In dit geval volgt u de instructies van de fabrikant.
Verder lezen op pagina 24Inhoud