ATAG HIDD28471SVI, tekst van de handleiding
Pagina's 62–72 van 296 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina's 60–61: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 62
Installatie
LET OP!
- Minimale kastbreedte: 800 mm.
- Geïnstalleerde kanalen moeten toegankelijk zijn voor onderhoud.
- Bij recirculatie kan de luchtvochtigheid oplopen. Daarom moet een terugstroomopening van tenminste 500 cm² worden voorzien en dienen de gezaagde oppervlakken vochtwerend te worden afgewerkt.
- Houd er bij recirculatie rekening mee dat, indien het keukenblok in contact staat met een ongeïsoleerde wand of vloer, condensatie kan optreden. Kies dan eventueel voor een alternatieve recirculatieset met plintmontage.
- De aansluiting van het netsnoer bevindt zich aan de voorzijde van het toestel. Tenminste
900 mm van het netsnoer is benodigd om het naar de voor het stopcontact bestemde plaats achter het toestel te leiden.
- Controleer het toestel op transportschade. Sluit het toestel niet aan als het beschadigd is.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 105 °C hittebestendig zijn.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
LET OP!
Voor een normale werking en prestatie van de kookplaat dient u te zorgen voor voldoende luchtcirculatie voor de elektronica van de inductiekookplaat.
De achterwand moet mogelijk worden verwijderd voor installatie.
Elektrische aansluiting
- Dit toestel moet worden geaard.
- De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Zorg er voorafgaand aan de installatie, voor dat de lokale distributie voorwaarden (spanning en frequentie) en de aansluitingen van het toestel compatibel zijn.
- De spanning, frequentie, vermogen, en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.
- Controleer voor toestellen van klasse I of het elektriciteitsnet in uw huis een goede aarding garandeert.
- Wandcontactdoos en stekker moeten altijd bereikbaar blijven.
- Als een vast opgesteld toestel niet is voorzien van een netsnoer en een stekker, of van een andere manier om de verbinding met het elektriciteitsnet te verbreken, waarbij er sprake is van een contactverbreking in alle polen die volledige contactverbreking biedt in situaties die onder overspanningscategorie III vallen, moet er in het vaste bedrading van het elektriciteitsnet naar het toestel een schakelaar worden aangebracht volgens de geldende richtlijnen. Dit is ook van toepassing op toestellen met een netsnoer en stekker waarbij de stekker niet toegankelijk is na installatie van het toestel. Door het toepassen van een meerpolige schakelaar met een contactafstand van tenminste 3 mm in de vaste bedrading van het elektriciteitsnet naar het toestel wordt aan deze eis voldaan.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en niet door een lade worden aangestoten.
Pagina 63
Installatie
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel met de juiste kabel diameters behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet minimaal 70 °C kunnen weerstaan en is daarom bij voorkeur van het type H05V2V2 of H07V2V2.
- Voordat u het toestel aansluit, dient u te controleren of het voltage dat wordt aangegeven op het toestel overeenkomt met het voltage in uw huis.
- De aansluiting moet worden aangepast aan de stroom en de zekeringen.
- Het toestel mag niet via een stekkerdoos of verlengsnoer op netspanning worden aangesloten, aangezien veilig gebruik van het toestel dan niet langer kan worden gegarandeerd.
- Na de installatie moeten de elektrische stroomvoerende en geïsoleerde onderdelen tegen aanraking worden beschermd.
WAARSCHUWING!
Het toestel mag alleen worden aangesloten door een erkende monteur. Een verkeerde aansluiting kan delen van het toestel beschadigen. In dat geval vervalt het recht op garantie. Koppel het toestel los van de netvoeding voordat u het gaat repareren of onderhouden.
LET OP!
De aansluiting van het netsnoer bevindt zich aan de voorzijde van het toestel. Tenminste 900 mm van het netsnoer is benodigd om het naar de voor het stopcontact bestemde plaats achter het toestel te leiden.
Bepalen van de aanwezige elektrische aansluiting
LET OP!
Controleer de spanning. Voordat u het toestel aansluit, dient u te controleren of het voltage op het typeplaatje overeenkomt met het voltage in uw huis. De netspanning bij u thuis (220-240 V tussen L en N) moet worden gecontroleerd door een deskundige met behulp van een geschikt meettoestel.
Controleer de aanwezige spanningen zoals aangegeven in de onderstaande schema's.
63
Pagina 64
Installatie
3 fase - 1 nul 2 fase - 1 nul 1 fase - 1 nul
2 fase - 2 nullen (alleen voor NL)* 3 fase (alleen voor BE) 1 fase (alleen voor BE)
LET OP!
* De 2 fasen (L1 en L2) dienen te worden beveiligd door slechts één en dezelfde aardlekschakelaar. Het is niet toegestaan om L1/N1 via een andere aardlekschakelaar dan L2/N2 te laten lopen.
Aansluitschema
LET OP!
Raadpleeg de aansluitschema's op de voorzijde van het toestel.
- 1. Open het deksel van de aansluitbox.
- 2. Geleid het netsnoer door een trekontlastingsklem die de kabel beschermt tegen uittrekken.
- 3. Sluit de draden aan volgens de instructies voor uw type toestel.
- 4. Maak de nodig doorverbindingen tussen de aansluitklemmen met de geleverde verbindingsbruggen. De bruggen bevinden zich in de aansluitbox.
Stroombegrenzer
Zie hoofdstuk 'Instellingen', onder Con - Stroombegrenzer om de parameter in te stellen. Deze parameter moet worden ingesteld voordat een pan op de kookplaat wordt geplaatst of de kookzone wordt geactiveerd.
Pagina 65
Installatie
WAARSCHUWING!
De instelling van de stroombegrenzer moet door een erkend en gekwalificeerd installateur worden ingesteld op basis van de aansluiting en stroomonderbrekers bij u thuis. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
LET OP!
Het instellen van een lagere waarde van de stroombegrenzingsparameter kan leiden tot verminderde prestaties van de inductiekookplaat.
Zie de aansluitschema's voor de spanning tussen de fase- en nulgeleiders en spanning tussen de fasegeleiders.
De doorsnede van de voedingskabel moet minstens 1,5 mm² bedragen voor de volgende instellingen van de stroombegrenzer, die moeten worden aangepast aan de stroomonderbrekers bij u thuis:
| Type aansluiting | Instellingen stroombegrenzer | Type netsnoer | Aantal en doorsnede van de voedingskabels |
| 3 fase - 1 nul | 2x16 A / 2x13 A / 2x10 A / 2x06 A | H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| * | |||
| 2 fase - 1 nul | 2x16 A / 2x13 A / 2x10 A / 2x06 A | H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
| * | |||
| 2 fase - 2 nullen (alleen voor NL) | 2 x 16 A | H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| 3 fase (alleen voor BE) | 2 x 16 A | H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
| 1 fase - 1 nul | 1x32 A / 1x25 A | H05V2V2-F | 3 x 4,0 mm² |
| 1 fase - 1 nul | 1x20 A | H05V2V2-F | 3 x 2,5 mm² |
| 1 fase - 1 nul | 1x13 A / 1x10 A / 1x0,6 A | H05V2V2-F | 3 x 1,5 mm² |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 65)
Aansluiten van een ‘open raam’ sensor
Het gebruik van een sensor van het type ‘FDS 100’ wordt aanbevolen als een raamsensor moet worden geïnstalleerd. De sensor moet van het potentiaalvrije NO (normaal open) contacttype zijn. Het moet worden aangesloten op de motorbesturingseenheid (MCU) in de behuizing aan de voorzijde van het toestel. Voor het aansluiten van een raamsensor wordt een snoer van het type H05VV-F 2x0,5 mm² (of vergelijkbaar) aanbevolen. Zonder raamsensor sluit een jumper het elektrische circuit.
Pagina 66
Installatie
'open raam' sensoraansluiting
- 1. Schroef het deksel van de MCU-behuizing los en verwijder het.
- 2. Verwijder de jumper van de sensoraansluiting.
- 3. Sluit de draden van het snoer aan op de sensoraansluiting.
- 4. Gebruik de beschikbare trekontlastingsklem om het snoer vast te zetten.
- 5. Sluit de draden zodanig aan op de raamsensor dat het contact open is wanneer het raam gesloten is (raadpleeg de instructies die bij de raamsensor zitten).
Verzonken montage
Het toestel mag alleen worden geïnstalleerd in een temperatuur- en waterbestendig aanrecht, zoals een aanrecht van (natuur)steen (marmer, graniet) of massief hout (de randen langs de uitsparing moeten worden afgedicht). Bij installatie in een aanrechtblad van keramiek, hout of glas moet een houten onderstel worden gebruikt. Het onderstel wordt niet meegeleverd met het toestel. Het toestel mag alleen in een aanrechtblad van andere materialen worden geïnstalleerd na raadpleging en uitdrukkelijke goedkeuring van de fabrikant van het aanrechtblad. De binnenmaat van de basiseenheid moet minimaal gelijk zijn aan de interne uitsparing voor het toestel, zodat het toestel eenvoudig uit het aanrecht kan worden verwijderd. Bevestig afdichtband langs de omtrek van de onderzijde van het glazen paneel.
Installeer het toestel (zie 'Inbouwen') en sluit het toestel aan op de netvoeding (zie instructies voor het aansluiten van het toestel). Test de werking van het toestel voordat u de afdichting aanbrengt. Dicht de gleuf tussen het toestel en het aanrechtblad af met siliconenkit. De siliconenkit die wordt gebruikt om het toestel af te dichten, moet temperatuurbestendig zijn (tot minimaal 160 °C). Maak de siliconenkit glad met behulp van geschikt gereedschap. Neem de gebruiksaanwijzing van de gekozen siliconenkit in acht. Schakel het toestel pas in als de siliconenkit volledig is gedroogd.
- 1. Siliconenkit, 2. Afdichtband
LET OP!
Neem altijd de inbouwmaten in acht maar vooral bij (natuur)stenen aanrechtbladen. Let bij het kiezen van de siliconenkit op het materiaal van het aanrecht en raadpleeg de fabrikant van het aanrecht. Het gebruik van ongeschikte siliconenkit kan leiden tot blijvende verkleuring van sommige onderdelen.
Pagina 67
Installatie
Stenen aanrechtblad
- 1. Aanrechtblad
- 2. Apparaat
- 3. Sleuf
Gezien de foutmarge (tolerantie) voor de keramische glasplaat van het toestel en de uitsparing in het aanrecht is de sleuf instelbaar (min. 2 mm).
Keramisch, houten of glazen aanrechtblad
- 1. Aanrechtblad
- 2. Apparaat
- 3. Sleuf
- 4. Houten frame, dikte 16 mm
WAARSCHUWING!
De serviceafdeling is uitsluitend verantwoordelijk voor de reparatie en het onderhoud van de kookplaat. Raadpleeg uw gespecialiseerde keukenapparatuur dealer over het opnieuw installeren van de inbouwkookplaat.
Pagina 68
Installatie
Inbouwen
Dit toestel kan op verschillende afvoersystemen aangesloten worden:
Op een afvoerkanaal (uitblaas)
De aangezogen lucht wordt na filtratie door vetfilters naar buiten afgevoerd door middel van een reeks leidingen (apart aan te schaffen).
Benodigde onderdelen:
- Verbindingsstuk (HD2001)
- Luchtafvoerbuis (HD1001)
- Verticaal / horizontaal bochtstuk
Op een recirculatiefilter
De aangezogen lucht wordt na filtratie door vetfilters en door het geur- /fijnstoffilter weer in de ruimte geleid.
Benodigde onderdelen:
- Recirculatieset inclusief kanalen (HR0016)
- Vervang combi-filter geur-/fijnstof (HF3010)
Op een plasmafilter
De aangezogen lucht wordt na filtratie door vetfilters en door het plasmafilter weer in de ruimte geleid.
Benodigde onderdeel:
- PlasmaMade filter (HF4003)
Voorbereiding
2-3 mm
- 1. Haak het Y-stuk in de onderrand van de beide motorhuizen en klap het Y-stuk naar boven.
- 2. Bevestig het Y-stuk aan de motorhuizen met de twee schroeven.
- 3. Verwijder de laden en de achterwand uit de keukenkast.
- 4. Voordat u het toestel in een keukenwerkblad installeert, dient u de meegeleverde schuimrubberen afdichting aan de onderzijde van de keramische glasplaat te bevestigen.
- 5. Verwijder de beschermfolie van het afdichtband.
68
Pagina 69
Installatie
- 6. Bevestig de afdichting aan de onderzijde van het glas (2-3 mm van de rand). De afdichting moet over de gehele rand van het glas worden aangebracht. De afdichting mag in de hoeken niet overlappen.
Zorg er bij het aanbrengen van de afdichting voor dat deze niet in contact komt of wordt beschadigd door scherpe voorwerpen.
Aansluiten op een afvoerkanaal (uitblaas)
+35 mm
- 1. Plaats het toestel in de uitsparing van het aanrechtblad.
- 2. Meet de afstand zoals aangegeven in de figuur en tel daar 35 mm bij op.
- 3. Zaag het vlakkanaal op maat.
- 4. Plaats het koppelstuk, het vlakkanaal en de Naber bochtenset.
- 5. Maak het kanaal luchtdicht met afdichttape.
Ga naar stap 16.
Aansluiting op een recirculatiefilter
- 1. Plaats het toestel in de uitsparing van het aanrechtblad.
- 2. Teken het midden van de kast bodemplaat af met behulp van een strook schilderstape.
Pagina 70
Installatie
- 3. Teken de hoekpunten van de uitsparing af met behulp van de meegeleverde template.
- 4. Zaag de uitsparing in de bodemplaat en werk de zaagsnede vochtwerend af.
-20 mm
+30 mm
- 5. Meet de afstand zoals aangegeven in de figuur en trek daar 20 mm van af.
- 6. Zaag het vlakkanaal op maat.
- 7. Plaats het koppelstuk, het verticaal bochtstuk en het vlakkanaal.
- 8. Meet de afstand tussen het verticaal bochtstuk en de uitsparing en tel daar 30 mm bij op.
- 9. Zaag het koppelstuk op maat. Gebruik hiervoor eventueel het afgezaagde deel van het vlakkanaal.
- 10. Maak het kanaal luchtdicht met afdichttape.
- 11. Plaats de box.
- 12. Verwijder de cover van de box en schroef van binnenuit de box vast.
- 13. Schroef het koppelstuk aan de bovenzijde vast met een schroef. Vergeet niet een gaatje voor te boren voor de schroef.
- 14. Plaats het filter en de cover van de box.
- 15. Plaats het recirculatiefilter en de cover.
Ga naar stap 16.
Pagina 71
Installatie
Aansluiten op een plasmafilter
Raadpleeg het bij het plasmafilter bijgeleverde installatievoorschrift.
Installatie afronden
- 16. Sluit het toestel met het netsnoer aan op het elektriciteitsnet. Het stopcontact moet geaard zijn. De nominale spanning en de frequentie van het toestel vindt u op het typeplaatje (label met basisinformatie) die zich op het toestel bevindt.
- 17. Plaats de achterwand en de laden terug.
- 18. Plaats de condensreservoirs, de filters en de toren in de afzuigmodule.
- 19. Test het toestel op de juiste werking.
- 20. Kit, bij verzonken montage de kookplaat af.
Het ingebouwde apparaat verwijderen
Koppel het toestel los van de stroomvoorziening en koppel het los van het afvoerkanaal. Gebruik een geschikt gereedschap om de siliconen afdichting van de omtrek te verwijderen. Verwijder het toestel door het vanaf de onderkant omhoog te duwen.
LET OP!
Probeer het toestel niet vanaf de bovenzijde van het aanrechtblad te verwijderen!
Pagina 72
Het toestel-identificatieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
Plak hier het toestel-identificatieplaatje.
www.atag.nl www.atag.be
926094-a15
We behouden ons het recht voor om wijzigingen aan te brengen.